6. TV CIE GBTL I antwoorden
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener: Fractie:
C. van der Hoek GBTL
Commissievergadering DSO Datum:
16 februari 2021
Agendapunt:
5
Onderwerp:
Klimaatagenda SWF 2021
•
Betreft tekst raadsvoorstel
1. (blad 2) U stelt dat er minimaal drie, met name genoemd, wijkuitvoeringsplannen worden opgesteld. Wat moet worden verstaan onder ‘opgesteld’? Antwoord: Wij willen dit jaar voor drie wijkuitvoeringsplannen een systeemkeuze maken. Het streven is om de bewoners nauw te betrekken in het besluitvormingsproces. De vraag is in hoeverre de Coronamaatregelen dit mogelijk maken.
2. Kunt u nog meer plannen benoemen die voor uitwerken in aanmerking komen. Indien project Heeg door een gebrek aan financiën zou afvallen zou u niet meer kunnen voldoen aan die minimale eis van drie? Antwoord: Bovenstaand doel gaat niet om de daadwerkelijke uitvoering van de wijkuitvoeringsplannen, maar om het opstellen hiervan. Uitvoeringsplan Heeg is bijna klaar. Daarnaast is de warmtetransitie een continu proces dat tot 2050 zal doorlopen. Wij zijn dan ook steeds op zoek naar nieuwe plannen om woningen van het aardgas te halen. Dit zal in de transitievisie warmte verder uitgewerkt worden.
3. (blad 2) U stelt dat er meer focus wordt gelegd op de CO2-reductie. Wij zouden graag een overzicht willen krijgen c.q. een verwijzing naar, welke gremia de meeste CO2 in onze gemeente uitstoten. Dan is duidelijk waar de meeste winst kan worden gemaakt en kunnen er bewogen en effectieve keuzen worden gemaakt. Voor de duidelijkheid geven wij u te kennen dat daarbij ook de landbouw-, vervoer- en industrie-uitstoot dient te worden meegenomen. Antwoord:
CO2-uitstoot per hoofdsector 2018 4% 18%
40%
37%
Gebouwde Omgeving (gas, elektr. en warmte) Verkeer en vervoer incl. auto(snel)wegen, excl. elektr. railverkeer (scope 1) Industrie, Energie, Afval en Water (gas en elektr.) Landbouw, bosbouw en visserij, SBI A (gas, elektr.)
Bron: klimaatmonitor Volgens het Klimaatakkoord heeft de gemeente de regie op de gebouwde omgeving. Daarnaast wordt via de Regionale Energiestrategie gewerkt aan duurzame elektriciteit. De CO2-reductie van de andere sectoren wordt via hogere overheden en de brancheorganisaties geregeld. Waarbij wij opmerken dat er wel overlappen tussen de sectoren zijn (bijv. gebouwde omgeving en mobiliteit). Hier hebben wij ook aandacht voor.
•
Betreft tekst Klimaatagenda SWF 2021
4. (voorwoord) Een rode draad voor u is het feit dat onze inwoners mogen meepraten en meedoen. Wij lezen echter niets over meebeslissen terwijl juist deze inwoners de juiste keuzes moeten maken om de klimaatdoelen (mede)te realiseren. Kunt u aangeven waar onze inwoners wél over mogen beslissen? Antwoord: Dit is een politieke keuze, waarover de raad zich nog moet uitspreken. Dit onderwerp komt daarom nadrukkelijk terug in de transitievisie warmte. Voor nu kunnen we zeggen dat uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat draagvlak bij bewoners toeneemt als zij intensiever betrokken worden bij het besluitvormingsproces. Het is daarom in onze ogen niet meer dan logisch dat bewoners goed meegenomen worden in dit besluitvormingsproces.
5. (blad 9) Fijn dat u de CO2-uitstoot in SWF vóór 2030 tot de helft wil terugbrengen t.o.v. 1990. Het lijkt utopisch maar kunt u aangeven wat de CO2 uitstoot in 1990 in onze gemeente was en waarom er juist voor dat jaartal is gekozen? Antwoord: Deze doelstelling komt voort uit het Klimaatakkoord. Het Klimaatakkoord is leidend voor de Klimaatagenda SWF.
6. (blad 9) U benoemt twee doelen hoe u de C02-uitstoot terug wilt dringen. Wij missen één van de belangrijkste doelen en dat is besparen op energie. Juist door een andere levenswijze en consumptief gedrag af te remmen kunnen wij hier een enorme slag mee maken. Waarom is dit doel niet benoemd en wat is de reden waarom u daar niet op gaat investeren? (noot; kan ook als politieke vraag worden beschouwd) Antwoord: Het Klimaatakkoord zette in op CO2-reductie door het aardgasvrij maken van woningen. Wij zien hierin ook een nuancering ontstaan. Het aardgasvrij maken van woningen gaat minder snel dan verwacht. Het isoleren van woningen wordt daarmee een steeds groter aandachtspunt. Wij noemen dit ook wel ‘aardgasvrij ready’ maken. In de transitievisie warmte zullen wij ook aandacht besteden aan het
‘aardgasvrij ready’ maken van woningen. Wij halen dan niet in een keer de woningen van het aardgas, maar doen dit in fasen.
7. (…) een uitwerking van de vorige vraag is het ‘leggen van een goede isolerende schil’ om alle 50.000 woningen in onze gemeente zodat aan een bepaalde waarde Energielabel (A, B of C) kan worden voldaan. Dat bespaart veel gas, hout en olie en is dus meetbaar CO2 reducerend. Wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot dit onderwerp? Antwoord: We doen dit met isolatieacties, de regeling reductie energiegebruik (RREW) en energiecoaches (zie Klimaatagenda p. 13-14). Daarnaast nemen wij de energielabels mee in de weging in de transitievisie warmte hoe wij willen omgaan met de verschillende woningen/wijken. Zo kunnen sommige goed geïsoleerde wijken direct van het aardgas. Andere wijken zullen eerst geïsoleerd moeten worden.
8. (…) Is er een plan om een Energielabel per woning verplicht te stellen en als gemeente naar de uitkomsten te gaan handelen door actief de laagst gewaardeerde woningen te bewegen tot isolatie met als doel een bepaalde waarde (b.v. Energielabel A of B) en… als er geen plan in hoeverre kunt u hier dan mee instemmen? (noot; Daarmee wordt niet de regeling reductie energiegebruik (RREW) bedoeld omdat deze maatregelen niet controleerbaar zijn en waarvan relatief weinig gebruik wordt gemaakt).
Antwoord: Er is geen plan om een Energielabel verplicht op te leggen. Wel beschikken wij over de landelijke energielabels. Deze gebruiken wij om op wijkniveau te kunnen inschatten welke woningen wij van het aardgas kunnen halen of welke beter eerst geïsoleerd kunnen worden.
9. (blad 12) U stelt ‘dat het duidelijk is dat wij van het aardgas af moeten’. Zo duidelijk vinden wij dat nog niet als er geen betaalbare alternatieven zijn ondanks het werken aan een optimaal draagvlak. De jaren 2030 en 2050 moeten om die redenen niet alles bepalend zijn. In hoeverre zijn deze peildata voor u heilig als duidelijk is dat de doelen niet bereikt zullen worden? Antwoord: De Klimaatwet is duidelijk in de CO2-recuctie doelstelling (95% CO2-reductie in 2050 t.o.v. 1990). De Gebouwde Omgeving draagt in Súdwest-Fryslân door het gebruik van aardgas voor 40% bij aan de CO 2uitstoot. Er is nu nog veel onduidelijk. Duidelijk is wel dat als wij nu niet in actie komen de doelen in ieder geval niet gehaald worden.
10. (blad 12) Als de beoogde subsidies (Provincie, Wetterskip, Rijk en EG) niet gerealiseerd worden zou dat dan het einde betekenen van project Heeg? Antwoord: Op dit moment is er subsidie nodig om de businesscase rond te krijgen. Zonder subsidie is het niet mogelijk in Heeg het project uit te voeren. Wij doen er dan ook alles aan om voldoende geld binnen te krijgen.
11. (blad 12) Project Bolsward Noord. Welke bedrijven zullen die restwarme moeten gaan leveren en wat indien een belangrijk leverend bedrijf verhuisd of failliet gaat? Antwoord: Op dit moment kunnen wij nog geen namen noemen welke bedrijven de warmte gaan leveren. Hierover zijn wij in gesprek. Er wordt gewerkt aan een samenwerkingsovereenkomst. De consumenten zijn altijd wettelijk beschermd, zodat zij gegarandeerd zijn van warmte. Ook als een bedrijf verdwijnt.
12. (blad 15) ‘In 2030 moet landelijk 70% van onze elektriciteit uit hernieuwbare bronnen komen’. Hiervan wordt landelijk 35 Twh aan de gebouwde omgeving toegerekend. Kunt u bevestigen dat die 35 Twh ook uitsluitend worden ge- c.q. verbruikt in die gebouwde omgeving en niet voor bijvoorbeeld opwekking waterstof en verbruik datacenters? Antwoord: Onder de gebouwde omgeving wordt verstaan woningen en verblijfsgebouwen (bijv. winkels, kerken, scholen, e.d.). Datacenters vallen hier niet onder. De 35 TWh is berekend op basis van het verbruik van de Gebouwde Omgeving. Door de productie van waterstof voor de Gebouwde Omgeving gaat de vraag naar elektriciteit voor de Gebouwde Omgeving omhoog. In dat geval zal de elektriciteit die nodig is voor de productie van waterstof wel toegerekend worden aan de Gebouwde Omgeving.
13. (blad 16) U kunt wel stellen dat onze gemeente geen medewerking meer zal verlenen aan het plaatsen van energieopwekkers in ‘ons’ deel van het IJsselmeer maar voorkomen kunnen wij, zo las het verleden, dat niet. Wat gaat u doen als het Rijk/Provincie nu wel een zonnepark eiland wenst voor de kust bij Hielpen? Antwoord: Wij sluiten op dit moment aan bij ambtelijke/bestuurlijke overleggen om duidelijk te maken dat wij tegen energie-opwekkers zijn in ‘ons’ deel van het IJsselmeer. De vraag of dit mogelijk wel gebeurt, is voor ons (nog) niet aan de orde.
14. (blad 16) Indien het PBL bepaalt dat alle regio’s feitelijk (niet realistisch) niet boven die 35 Twh uitkomt dan zal via een verdeelsleutel het restant voer de regio’s verdeelt worden! Het zou dan zo kunnen zijn dat bijvoorbeeld de regio Amsterdam haar werk niet goed heeft gedaan en vervolgens 50% van haar plannen worden afgekeurd alzijnde ‘niet realistisch’. Ik weet niet hoe die verdeelsleutel er uit ziet maar ik verwacht niet dat Amsterdam dan ook een navenant deel weer teruggeschoven krijgt. Heeft u kennis van zaken met betrekking tot deze materie (route 35) en wat de uitleg c.q. de formule van die verdeelsleutel is? Antwoord: Voor zover bij het college bekend is de voorlopige conclusie van het Planbureau voor de Leefomgeving dat – ondanks de ondergrens van de bevindingen die lager ligt dan 35 TWh – het de verwachting is dat de regio’s gezamenlijk goed boven de 35 TWh uit gaan komen. Er zijn dan nationaal nog wel een belangrijk aantal stappen te nemen, waaronder participatie, aanpassing van het netwerk en landschappelijk inpassing. Als alles volgens verwachting verloopt is een verdeelsleutel overbodig.
15. (blad 18) De doelstellingen in 2030 en 2050 zijn vastgesteld op eerder vastgestelde ‘startjaren’. Toen waren er nog geen datacenters. De happen die deze bedrijven nu uit de ‘ oude’ electriciteitsbulk nemen dient gecompenseerd te worden met nog meer opwekken van stroom om aan die (herziene) doelstellingen te voldoen. Dat bent u met ons eens? Antwoord: Dit ligt genuanceerd. Het Klimaatakkoord maakt onder andere onderscheid tussen Gebouwde Omgeving en Industrie. Gemeenten dragen zorg voor de opwek van duurzame elektriciteit voor de Gebouwde Omgeving (middels de RES). De Industrie (waaronder datacentra) is zelf verantwoordelijk voor de opwek van duurzame energie. Dit geldt dus ook voor datacentra.
16. (blad 18) In hoeverre is het realistisch om elektrische voertuigen te omarmen (laadpalen en verzwaren elektriciteitsnet) wetende dat de fabricage van de accu’s in met name een land
als China juist heel vervuilend is (CO2 uitstoot) en de verwerking van oude accu’s niet bepaald ‘schoon’ wordt toegepast. Om die reden zou u juist het gebruik van voertuigen moeten gaan reduceren (besparing). Wat gaat u daar actief aan doen? Antwoord: De pijler Mobiliteit omvat landelijk ontwikkelingen waar wij als gemeente niet/nauwelijks vat op hebben. Deze pijler valt daarom ook onder verantwoordelijkheid van het Rijk.
17. (blad 20) Ook nu komt u weer met cijfermateriaal van 50% minder primaire grondstoffen gebruik in (onze gehele gemeente of het bedrijf gemeente SWF?). Ook weer een prima plan! Maar hoe wilt u dit toetsen? Dat moet dan in 9 jaren gaan gebeuren! Hoeveel primaire grondstoffen gebruiken wij nu en wat is het toetsjaar? Antwoord: Deze doelstelling geldt voor de hele gemeente Súdwest-Fryslân en volgt de doelstelling van het Rijk zoals geformuleerd in het Rijksbreed programma Circulaire Economie, Nederland circulair in 2050. Letterlijk staat op pagina 15: “De ambitie van het kabinet is om samen met maatschappelijke partners in 2030 een (tussen)doelstelling te realiseren van 50% minder gebruik van primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen). Het gaat hierbij echter meer om een indicatie en een tussenstation, dan om keiharde getallen. De provincies Groningen, Drenthe en Fryslân hebben voor de drie noordelijke provincies een grondstofstromenanalyse laten uitvoeren. Het rapport met als titel ‘Noord-Nederland circulair: Het Metabolisme van Noord-Nederland’ is maart 2018 verschenen. Dit document vormt op hoofdlijnen de nulmeting. En ook hiervoor geldt dat dit een indicatie is en geen keiharde getallen. Desalniettemin moet er inderdaad bijzonder veel gebeuren in een korte periode.
18. (blad 27) Het is duidelijk dat de energietransitie v.w.b. de gebouwde omgeving vooruitloopt. Industrie en mobiliteit, de grootste vervuilers, lopen behoorlijk achter. Is het misschien niet verstandig om grootschalig gelijktijdig ‘op te trekken’ om kennis en ervaring te delen zoals b.v. het project Bolsward-Noord? Antwoord: Zoals blijkt uit het antwoord op vraag 3 is de Gebouwde Omgeving de grootste vervuiler. De gemeente voert vanuit het Klimaatakkoord de regie op deze pijler. Industrie en mobiliteit nemen wij waar mogelijk mee. Maar de verantwoordelijkheid voor deze pijlers ligt niet bij de gemeente.
19. (blad 28) Een laakbare wijze van de overheid om door belastingverhogingen de bevolking te dwingen voor een andere/duurdere energievorm te kiezen. U wilt hier rekening mee houden met betrekking tot afwegingen die gemaakt worden in b.v. de Wijkuitvoeringsplannen. Waar moeten wij dan aan denken met betrekking tot de keuzen? De belastingverhogingen gelden namelijk voor iedereen! Antwoord: Met een wijkaanpak zouden wij per wijk de woningen verduurzamen. Dan komen bewoners stapsgewijs na elkaar aan de beurt. Om bewoners ook nu al de kans te bieden iets aan het eigen energieverbruik te doen, willen wij werken aan aardgasvrij ready maken van de woning. Wij helpen hiermee via het duurzaambouwloket.nl de regeling reductie energie (RREW), energiecoaches en isolatie en zonnepanelenacties (Klimaatagenda, p. 13-14).