6. TV CIE GBTL - beantwoording
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener: Fractie:
B.A.Walsma GBTL
Commissievergadering Datum:
23 juni 2022
Agendapunt:
4
Onderwerp:
Jaarstukken 2021
Vraag: 1. (blad 7 van 140) Vorig jaar werden veel verenigingen ontmoedigt door het garantiefonds aan te passen wegens een te lage papierprijs. Iedereen kon echter zien aankomen dat in een circulaire economie, oud papier een grondstof is geworden en de prijzen weer omhoog gaan. Nu profiteren er nog maar zeer weinig verenigingen van terwijl de gemeente winst maakt op oud papier. Is/kan overwogen worden om de oude situatie weer in ere te herstellen met uiteraard instemming van de ‘gedupeerde’ verenigingen? Dit betreft geen technische vraag. Graag ten tijde van commissievergadering stellen. Antwoord: Vraag: 2. (Blad 24 van 140) De bedoeling van de Omgevingswet was toch het vereenvoudigen en sneller maken van procedures? In de voorlichting werd vermeld dat de doorlooptijd voor nieuwbouw ongeveer drie jaar kan duren. Kan dit uitgelegd worden en wat gaan we daar aan doen? Antwoord: Met ongeveer drie jaar doorlooptijd wordt bedoeld de tijd tussen de start van het maken van een plan en de oplevering van de eerste woning. Het tweede deel van deze vraag is niet technisch van aard. Graag ten tijde van commissievergadering stellen.
Vraag: 3. (blad 62 van 140) Gaat het hier nu om 70 woningen of om 70 kavels ? En hoe past dit in het coalitie akkoord als 70 al een opgave is wegens een schaars gemeente aanbod. Antwoord: Met 70 kavels en met 70 woningen wordt hier 70 woningen bedoeld. Dat kunnen woningen op een eigen kavel zijn, of appartementen. Voor beantwoording van de tweede vraag hebben we een nadere duiding van de vraag nodig.
Vraag: 4. (blad 17 van 140, nr.6) Empatec weet nog steeds niet waar het aan toe is. Ons college heeft kennis
genomen van de businesscase maar wil een bredere verkenning. Wanneer kunnen wij deze meerdere alternatieven tegemoet zien om een definitieve keus te maken? Antwoord: Het college informeert de raad z.s.m. over de stand van zaken. Behandeling van de brede verkenning wordt gepland in oktober.
Vraag: 5. (blad 20 van 140, nr. 1) Is de uitvoeringsaanpak Circulaire Economie puur intern op het ambtelijk apparaat gericht of ook op het bedrijfsleven en de burger? Antwoord: De Uitvoeringsaanpak Circulaire Economie is voor het merendeel gericht op het ambtelijk apparaat. Actieplan Koplopers is direct gericht op het bedrijfsleven daarnaast stimuleren of faciliteren we kleinschalig bewustwording. Belangrijkste inspanning is circulair inkopen. Dat voeren we uit als ambtelijke organisatie, maar stimuleert het bedrijfsleven om te innoveren naar een circulaire economie. Overheden kopen veel en voor grote bedragen in waarmee circulair inkopen een bijzonder belangrijk middel is om tot een Circulaire Economie te komen.
Vraag: 6. (blad 24 van 140, nr. 8) Het herinrichten van de doorgaande route Bolsward is uitgevoerd. Maar blijkbaar de 1e fase. Welke werkzaamheden staan nog open? Antwoord: Fase 1 van de herinrichting is uitgevoerd, dit betreft Jongemastraat (ter hoogte van Broereplein) tot de Dijkstraat. Het deel Snekerpoort en Dijkstraat tot aan Blauwpoortsbrug moet nog worden uitgevoerd.
Vraag: 7. (blad 27 van 140, nr. 1) Het continu verbeteren professionale organisatie is een voortdurend proces dat als een rode draad ieder jaar herhaald kan worden tenzij de organisatie geen fouten meer maakt en perfect haar werkzaamheden uitvoert. We weten inmiddels dat dit een utopie is. Het speerpunt staat echter op ‘uitgevoerd’. Dit staat haaks op een ‘continu verbeteren’ tenzij wij een perfecte organisatie hebben. Benaming speerpunt veranderen of uitvoering op rood? Antwoord: In de toelichting bij dit speerpunt en in de paragraaf Bedrijfsvoering (pagina 49 van de jaarstukken) staat beschreven welke resultaten er in 2021 behaald zijn. De beoogde ombuiging is structureel niet volledig gehaald, maar incidenteel wel over 2021. In lijn hiermee is ‘uitgevoerd’ een correcte weergave over het verantwoordingsjaar 2021. De benamingen van alle speerpunten zijn in de Programmabegroting 2021 door de Raad vastgesteld. Deze speerpunten komen vervolgens in alle Berap’s van 2021 terug en tot slot in de Jaarstukken 2021. Gaandeweg dit planning & control traject is het niet gebruikelijk om de benaming van een speerpunt te wijzigen. Vraag: 8. (blad 27 van 140, nr. 2) Idem dit speerpunt. Ook de vernieuwing is o.i. nog steeds een punt dat niet met ‘groen’ kan worden afgedaan. Ook gezien de zwakke initiatieven m.b.t.
de onlangs gehouden gemeenteverkiezingen die zeker niet hebben geleid tot een opkomstpercentage van 60%.
Dezelfde vraag als de vorige. Antwoord: Dit speerpunt is in de vastgestelde Programmabegroting 2021 (pagina 43) globaal toegelicht met een beschrijving van lopende initiatieven. Hier staat in de planning geen ‘opkomstpercentage van 60%’ genoemd. Vandaar dat de controle hier ook niet specifiek op ingaat. De globale initiatieven die wel bij dit speerpunt beschreven staan, zijn ook uitgevoerd. Vraag: 9. (blad 37 van 140, nr. -) In de jaren 2022 t/m 2025 worden nadelige resultaten verwacht van in totaal € 5 mio. Is dat per jaar of over de benoemde periode en kunnen we stellen dat dit bedrag nu al is gelabeld in de AR? Antwoord: Het bedrag van ca. € 5 miljoen is het totale bedrag dat volgens de Programmabegroting 2022 in de periode 2022 t/m 2025 onttrokken zal worden aan de algemene reserve. Zie hiervoor pagina 14 van de Programmabegroting 2022. In het meerjarenverloop van de algemene reserve is hier al rekening mee gehouden (zie ook de tabel op pagina 15 van de Programmabegroting 2022 en Bijlage D, reserve nummer 8 (Algemene reserve) in de Programmabegroting 2022). Vraag: 10. (blad 61 van 140, nr. -) Er is een voorziening gevormd van € 4,9 mio voor complexen met een nadelig resultaat (BIE). Door toevoegingen is de eindwaarde bepaalt op € 5,3 mio.
In hoeverre is het verschil van € 400.000,- verantwoord? Antwoord: De € 4,9 miljoen nadelig is de optelling van alle verliesgevende grondexploitaties. Dit is de optelling van de contante waarden van deze grondexploitaties, op de startdatum, de datum van de jaarrekening, 31-12-2021. Van de verliesgevende grondexploitaties kunnen ook de eindwaarden worden opgeteld, eindwaarden worden altijd bepaald op de (verschillende) einddatums van elke grondexploitatie. De eindwaarde is altijd een groter bedrag dan de contante waarde. De € 400.000 komen we op de einddatum van de grondexploitaties in de toekomst dan tekort, omdat de voorzieningen voor de verwachte verliezen op de (lagere) contante waarde worden getroffen. Dit wordt ondervangen door jaarlijks een toevoeging aan de voorzieningen op contante waarde te doen, zodat we wel goed uitkomen met de verliesvoorziening.
Vraag: 11. (blad 124 van 140) In dit overzicht zijn de baten van ‘Afval’ € 13.195.000,-. In de tabel op blad 32 zijn de opbrengsten van de afvalstoffenheffing € 10.551.450,- Vanwaar dit verschil en spreken wij dan over hetzelfde? Waar kunnen wij dat verschil van circa € 2.600.000,- elders aantreffen in de jaarstukken? Antwoord: - De baten ‘Afval’ van € 13.195.000 (blz. 124 van de jaarstukken) hebben betrekking op alle baten van taakveld 7.3 Afval volgens de verplichte indeling van taakvelden voor gemeenten o.b.v. Informatie(IV3)voorschriften van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De opbrengsten van de afvalstoffenheffing € 10.551.450 maken onderdeel uit van taakveld 7.3 Afval. Echter onder taakveld 7.3 Afval zitten ook andere baten m.b.t. afval, zoals oud papier, kunststof, KWDafval (mini- en rolcontainers) etc., vandaar het verschil van circa € 2.600.000 wat betrekking heeft op andere baten m.b.t. afval.
- V.w.b. de vraag ‘Waar kunnen wij dat verschil van circa € 2.600.000,- elders aantreffen in de jaarstukken?’ Wij leggen in de jaarstukken verantwoording af per programma o.b.v. hoofdtaakvelden en niet specifiek op taakvelden. De programma’s zijn als zodanig vastgesteld door de Raad. De programma’s zijn onderverdeeld in hoofdtaakvelden en daaronder vallen weer de zgn. taakvelden. Taakveld 7.3 Afval valt onder programma 2 Ruimte, hoofdtaakveld 24 Leefomgeving. Echter hoofdtaakveld 24 Leefomgeving bestaat uit meerdere taakvelden en niet alleen uit taakveld 7.3 Afval. In het overzicht van baten en lasten per hoofdtaakveld van programma 2 Ruimte (pagina 103 van de jaarstukken) zijn de totale baten van hoofdtaakveld 24 Leefomgeving € 23.706.000, deze bestaat vervolgens uit de baten van de verschillende taakvelden 5.5 Cultureel Erfgoed, 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie, 7.2 Riolering, 7.3 Afval, 7.5 Begraafplaatsen en crematoria en 8.1 Ruimtelijke ordening (zie bedragen baten taakvelden pagina 124 van de jaarstukken). Opgeteld komen de baten van deze taakvelden uit op het totaalbedrag van € 23.706.000, wat overéénkomt met de baten bij hoofdtaakveld 24 Leefomgeving van programma 2 Ruimte. Het verschil van circa € 2.600.000 maakt onderdeel uit van taakveld 7.3 Afval, welke zoals hierboven vermeld weer onderdeel uitmaakt van de totale baten bij hoofdtaakveld 24 Leefomgeving.