6. TV CIE GBTL - antwoorden
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener Fractie
: Carla van der Hoek : GBTL
Commissievergadering
: DSO
Datum
: 24 juni 2025
Agendapunt
:8
Onderwerp
: Garantstelling 'Warm Heeg'
1.
Graag toelichten wat de belangrijkste oorzaken zijn van de stijging in de geraamde hogere kosten voor openbare ruimte tussen December 2023 en Mei 2025? Antwoord: De belangrijkste oorzaak ligt vooral in de fase waarin we in december 2023 ons bevonden en in mei 2025. In 2023 zaten we in de ontwikkelfase, waarin de definitieve cijfers van alle kosten nog niet inzichtelijk waren. Het project Warm Heeg was nog niet volledig uitgewerkt. In mei 2025 was het de definitieve fase waarbij alle gegevens, ook die van de geraamde kosten, bekend zijn. Deze zijn substantieel hoger dan de kosten waarvan er in de businesscase 2023 vanuit was gegaan (rapport Fakton 2023).
2.
Is het correct dat in eerdere risicoberekeningen tot en met 2023 werd uitgegaan van een laag risicoprofiel, en dat dit in 2025 is aangepast naar een hoog risicoprofiel? Indien ja, op basis van welke overwegingen en/of gewijzigde uitgangspunten is deze herziening doorgevoerd? Antwoord: Het project verkeerde in 2023 nog in de ontwikkelfase. Nog lang niet alle kosten waren inzichtelijk. De business case van december 2023 ging daarom uit van een aantal aannames. Deze waren o.a.: - Een natuurlijke stijging van de volloop door nog meer aandacht - Een stijging van de volloop als gevolg van de deelname van woningcorporaties - Verdere mogelijkheden van het rijk (energietransitie is in beweging, bijvoorbeeld ontwikkeling waarborgfonds). Het feit dat er op een aantal gebieden nog veel beweging was, vooral gewerkt met aannames. In combinatie met de toenmalige inzichten t.a.v. risico’s omtrent prijs en kostenstijgingen van warmtenetten, gaf reden om in 2023 uit te gaan van een laag risicoprofiel. In de periode daarna: - kosten stegen (aansluitkosten woningen, bovengemiddelde prijsstijging van materialen en loonkosten, prijsstijging aanbestedingen, prijsstijging aanleg ondergrondse warmtenet) - afleverset bleek duurder dan eerder aangenomen - mogelijke inkomsten stegen niet mee - geen stijging van de volloop - inzichten t.a.v.
risico’s omtrent prijs en kostenstijgingen van warmtenetten veranderen - alternatieve garantstellingen door andere partijen werden niet concreet. - Uit overleg met de projectfinancier bleek dat gemeentegarantie tot 80% mogelijk was, maar alleen tegen een hogere rente.
Daarnaast speelt de bredere landelijke en externe context een rol. Beoordelingen en inschattingen van zowel nationale als internationale financiële en adviserende partijen laten zien dat warmtenetten gepaard gaan met verhoogde risico’s. Er is daarnaast geen zekerheid over medeverantwoordelijkheid of garantstelling door andere overheidslagen zoals het Rijk. De terughoudendheid van andere partijen wordt mede ingegeven door ervaringen in andere regio’s, waar warmtenetprojecten onder druk staan of worden afgeblazen. Door al deze factoren nam het financieel risico(profiel) voor de gemeente toe. 3.
Wat is op dit moment het totale investeringsbedrag wat nodig is voor het project Warm Heeg ? Antwoord: De totale investering bedraagt circa €31 miljoen euro. De hoogte van de benodigde bancaire lening waarvoor de gemeentelijke garantstelling wordt gevraagd, bedraagt op basis van de huidige business case van Warm Heeg, circa €19 miljoen euro. Dit was in 2023 €14 miljoen euro (rapport Fakton 2023)
4.
a. b. c. d.
Hoe groot is op dit moment het weerstandsvermogen, Wat is op dit moment de nog niet toegewezen ruimte in het weerstandsvermogen? Wat was de hoogte van de berekende aanslag op het weerstandsvermogen in december 2023? Wat is de hoogte van de berekende aanslag op het weerstandsvermogen in mei 2025?
Antwoord: a) Op dit moment is het weerstandvermogen vastgesteld door de raad, bij de begroting 2025, voor een bedrag van €9,3 miljoen b) Binnen het door de raad vastgestelde weerstandsvermogen is op dit moment geen ruimte. Onze algemene reserve is hoger dan het weerstandsvermogen, waarbij er nog een vrije ruimte is van circa €10 miljoen. c) In het raadsvoorstel van december 2023, werd aangegeven dat de aanslag op het weerstandvermogen € 600.000 groot is. d) Als de gemeente instemt met het verzoek van Warm Heeg, komt het weerstandsvermogen uit op ongeveer 21 miljoen euro. Dit vermogen is bedoeld om alle financiële risico’s binnen de hele gemeente op te vangen. Op dit moment bedraagt de algemene reserve ongeveer 20 miljoen euro. 5.
Kan worden aangeven hoe hoog de impact op het weerstandsvermogen zou zijn geweest indien het risicoprofiel ongewijzigd op ‘laag’ was gebleven? Antwoord: Na het invoeren van deze gegevens in onze risicomanagement tool NARIS blijkt dat de impact circa 4 miljoen euro hoger is op de garantstelling voor de lening.
6.
a. Is bij de herbeoordeling van het risicoprofiel rekening gehouden met de in april 2025 toegekende SDE++-subsidie van €13 miljoen b. Waarom wordt de SDE++ subsidie niet genoemd in het raadsvoorstel Antwoord: a. Ja. b. Deze had benoemd kunnen worden. De SDE++ is een integraal onderdeel van de business case van het project Warm Heeg.
7.
In hoeverre beïnvloedt deze subsidie de risicopositie van de gemeente gedurende de looptijd van de regeling (15 jaar) Antwoord: In de business case die door de gemeente is beoordeeld is de SDE++ meegenomen. Gedurende de looptijd van 15 jaar biedt de SDE-subsidie een zekere bron van inkomsten. Echter de hoogte van de te ontvangen SDE++-subsidie is afhankelijk van de jaarlijkse gasprijs. De subsidie biedt dus elk jaar een zekere bron van inkomsten, maar de hoogte van deze inkomsten kan elk jaar verschillen. Daarnaast vergoedt de SDE++ de meerkosten voor de productie van duurzame warmte en is deze dus afhankelijk van de vraag en productie van warmte. Bij een lage warmtevraag (volloop 44%) zijn de SDE++-inkomsten dus ook lager.
8.
Welke externe personen en partijen (medewerkers, adviseurs of bureaus) zijn betrokken geweest bij de voorbereiding en uitwerking van Warm Heeg? Antwoord: Zie antwoord bij vraag10
9.
Kan het college een overzicht geven van het aantal ingekochte uren en de daarmee gemoeide kosten voor deze externe inzet? Antwoord: Zie antwoord bij vraag 10
10.
Op welke wijze zijn deze externe kosten gefinancierd, en op welke wijde de inzet van eigen ambtenaren? Antwoord: De bestede interne uren van 2023 tot heden (vaste formatie) zijn volledig gedekt vanuit de CDOKE gelden van het rijk (Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat- en Energiebeleid). Deze regeling heeft tot doel de capaciteit (de bemensing) te vergroten bij decentrale overheden voor de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid. De externe inzet bestond uit: projectleiders (Kenonz, WurkRomte), technische adviesbureaus (Fakton en Enber), juridische ondersteuning (Rotshuizen Geense advocaten, TRIP Notarissen), Simmons & Simmons en een haalbaarheidsstudie van COWI. De totale kosten voor bovenstaande externe parijen bedroegen (van 2023 tot heden) €645.000,-. Hiervan is €445.000,- gedekt vanuit de CDOKE gelden en €200.000,- vanuit de programmabegroting Energietransitie