6. TV CIE CU - antwoorden
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener Fractie
: Bert Leibbrand : ChristenUnie
Commissievergadering
: DSO
Datum
: 15 april 2025
Agendapunt
:6
Onderwerp
: Planologyske ynstimming Opfanglokaasje foar flechtelingen Harinxmaland
1.
“De waterstructuur over het terrein wordt gedempt en vervangen door een fiets-/ wandelroute over een bomenlaan.” Het argument om deze waterstructuur te dempen is het risico voor de AZC bewoners. Echter gelijktijdig wordt een bredere en diepere vaart achter het AZC aangelegd. Kan het college uitleggen waarom dit dan geen gevaar zou opleveren? En als het gevaar vergelijkbaar is, waarom wordt dan niet gekozen voor het behouden van de historische waterlopen met hun flora en fauna? (Water technisch is dit mogelijk omdat ze al op de bestaande boezeminfrastructuur zitten.) Antwoord: De vaart ligt niet direct op of aan het terrein van de opvanglocatie. Een vaart verderop, die niet direct bereikbaar is, levert minder gevaar op dan een waterstructuur (een sloot) over het terrein waar de woningen worden gerealiseerd.
2.
Welke toegevoegde waarde heeft een vaart bij het AZC, het Harinxmapark (en de wijk de Wending) nu de geplande onderdoor vaart bij het spoor niet doorgaat? (De ontwikkeling van de rest van Harinxmaland is nog een groot vraagteken door het ontbreken van een plan. Hierdoor is het niet zeker of deze stukjes vaart ooit ergens op worden aangesloten. De boezemfunctie kan met de bestaande sloten en hoeft niet met een vaart. Daarnaast is er nog het plan om de waterstructuur naast de rondweg te verbreden, waardoor ook extra water weg kan.) Antwoord: De toegevoegde waarde van de vaart is dat de mogelijkheid en oorspronkelijke ambitie, om de vaart te verbinden, blijft bestaan en juist wordt versterkt. Met dit stukje vaart is er voor De Wending meer gelegenheid voor toekomstige aansluiting op de vaart, nu deels bekostigd door de opvanglocatie.
3.
In het kader van het behouden van bestaande natuur en het verbeteren van de totale natuur is een verstoring van een vaart ingrijpend. Welke argumenten heeft het college na bovenstaande punten nog over om deze ingreep te verantwoorden. Antwoord: Bij het opstellen van het plan zijn alle milieuaspecten afgewogen, waaronder natuur. De conclusie daarvan is dit voorstel. De argumenten in de beantwoording van vraag 1 en 2 onderbouwen dit.
4.
Om tot aantallen te komen voor de opvang conform de indicatieve regeling is een landelijk overzicht beschikbaar. Gemeente Aantal opvangplaatsen Waarvan geschikt ten behoeve van de opvang van amv’s Fryslân: 3.391
: :
Súdwest-Fryslân 488 41 Heeft het college nog bezwaar gemaakt tegen de voorgestelde aantallen of was er overeenstemming aan de PRT (Provinciale Ronde tafel)? ----------------------------------------De landelijke asielopvangopgave is over alle gemeenten van Nederland verdeeld op basis van inwonersaantal en SES-WOA score (sociaaleconomische score van een gemeente). Dit is een indicatie van de gemeentelijke opgave. De indicatieve verdeling is belangrijk voor het vaststellen van de hoogte van een eventuele bonus bij het realiseren van opvangplekken. Gemeenten die zijn opgenomen in het verdeelbesluit met te realiseren opvang hebben een wettelijke verplichting. Gemeenten die niet zijn opgenomen/geen onderdeel zijn van het verdeelbesluit hebben geen wettelijke verplichting. Voor deze gemeenten heeft de indicatieve verdeling geen verdere functie. Antwoord: Conform de initiële verdeling van de Spreidingswet heeft gemeente Súdwest-Fryslân de opgave om 488 asielopvangplekken te realiseren. Gezien de huidige opvangcapaciteit van 600 plekken worden in het Verdeelbesluit deze 600 plekken aangehouden. Gemeente Súdwest-Fryslân heeft bezwaar aangetekend tegen de in het Verdeelbesluit genoemde verdeling van 567 reguliere opvangplekken en 33 plekken voor alleengaande minderjarige vluchtelingen (amv). Het huidige AZC in de Noorderhoek biedt deze capaciteit voor amv niet.
Dit is foutief in het Verdeelbesluit opgenomen. 5.
We gaan bij het AZC uit van 15 jaar, daarmee zijn het duurzame opvangplaatsen. * Komen we als SWF in aanmerking voor de bonus (SPUK)? * Zo ja, Hoeveel is de bonus voor SWF? * Waar wil het college deze vrije bonus in gaan zetten? --------------------------------Duurzame opvangplaatsen zijn opvangplaatsen die 5 jaar of langer beschikbaar worden gesteld. Duurzame opvangplaatsen komen voor een bonusregeling in aanmerking als er meer plaatsen worden aangeboden dan wat de gemeente zou moeten doen op basis van inwonersaantal en de sociaaleconomische score. Antwoord: Na de realisatie van de nieuwe opvanglocatie is er sprake van 450 opvangplekken. De huidige SPUK, voor de periode 1 februari 2024 tot 1 februari 2026 gaat uit van de huidige 600 opvangplekken. Het is nog onbekend of en hoe de Spreidingswet wordt toegepast in de volgende uitvoeringsperiode van twee jaar.
6.
De planning voor de bouw gaat uit van opleveren voor eind 2026, omdat dan de oude AZC regeling afloopt. Hoe reëel is deze planning en welke effecten heeft een afwijzen of vertragen? Antwoord: De planning is op dit moment reëel en wordt afgerond met een oplevering exact in het vierde kwartaal van 2026. Dit biedt geen of weinig ruimte voor tegenvallende zaken. In eerdere raadsvoorstellen is aangegeven dat het azc in Noorderhoek sluit op het moment dat de nieuwe opvanglocatie in Harinxmaland wordt geopend.
7.
Het huidige Asiel opvang heeft 600 personen. In het nieuwbouwplan staan 450 personen. Waar blijven de resteren 150 personen? Antwoord: Met de Spreidingswet worden ook andere gemeenten, die nu nog onvoldoende bijdragen in de asielopvang, gehouden aan realisatie van opvangcapaciteit, waardoor een andere verdeling ontstaat. De inzet is daarnaast om statushouders die nog in de AZC’s verblijven zo snel mogelijk te huisvesten in andere – veelal gemeentelijke en private – opvangvoorzieningen c.q. woningen en de asielopvang daarmee te ontlasten.
8.
Het plan is voor 15 jaar. * Waarom is het over 15 jaar niet meer nodig om mensen op te vangen? * Waarom zouden de woningen op dat moment massaal beschikbaar komen als we er juist voor hebben gezorgd dat de inwoners geïntegreerd zijn in Sneek? Antwoord: Over 15 jaar zal aan de hand van de asielsituatie op dat moment bepaald worden of er behoefte is aan verlenging van de functie van opvanglocatie. Mocht de vraag naar opvangplekken afnemen, dan
kunnen de woningen voor reguliere bewoning beschikbaar komen. Een belangrijk uitgangspunt in de ontwikkeling van de nieuwe opvanglocatie is dat statushouders zo snel mogelijk integreren en uitstromen naar structurele huisvesting in de regio. Hiermee behouden we de winst van inzet op integratie en participatie op de nieuwe opvanglocatie. 9.
Klimaat en energie 18. Duurzame maatregelen toepassen (zonnepanelen, warmtepomp, elektrisch laden, etc.) We hebben hier te maken met een centraal plan om een woonwijk aan te leggen, waarvan de toekomstige bewoners op technisch vlak geen inspraak hebben. Heeft het college overwogen om in het kader van de energietransitie deze wijk te voorzien van een LT warmtenet i.p.v. warmtepompen? (Technisch gezien is dit de ideale situatie om zoiets integraal aan te leggen. Dit is zelfs nuttig als de aanvoer van warmte op dit warmte-net nog tijdelijk uit een alternatieve warmtebron komt in afwachting van een duurzamere oplossing.) Antwoord: Ja dit is in de expertsessie overwogen. De experts concludeerden dat gebruik van warmtepompen de beste keuze is voor de opvanglocatie.
10. Archeologische vondsten onder het Harinxmagebied Ontwikkelkader: Hierna is voor de verdere uitwerking van deze plek gekeken naar o.a. de locatie, het mogelijke omliggende gebied, de geschiedenis, de landschappelijke kenmerken, water- en verkeersstructuur en het programma met een beoogde uitstraling. Onderstaand zijn de stedenbouwkundige uitgangspunten van deze locatiekeuze beknopt weergegeven, voor de ruimtelijke verkenning van het programma van het COA wordt verwezen naar de bijlagen. De aanpak is “in situ”, oftewel laten liggen en overheen bouwen. Welk effect wordt verwacht van de mogelijke archeologische vondsten uit de drie tijdgebieden, Steentijd (300.000 v.Chr. - 2000 v.Chr.), IJzertijd (800 v.Chr. - 450 n.Chr.) en late Middeleeuwen - de Nieuwe Tijd (1050 n.Chr. - heden) op de voortgang van de aanleg, omdat het AZC op deze drie lagen gebouwd wordt? Antwoord: Met inachtneming van mogelijke archeologische vondsten is rekening gehouden met de bebouwing. Op de plekken waar vondsten worden verwacht, wordt geen verharding/fundering toegepast. Als we alsnog een archeologische vondst doen op de plaats van een verharding, heeft dit mogelijk een negatief effect op de voortgang van de ontwikkeling van de opvanglocatie.