CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

6. TV CIE CDA I antwoorden

Raadsvergadering 22 juni 2023, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Jierstikken 2022 gemeente Súdwest-Fryslân | KONSEPT723 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener: Fractie:

Bob van der Werf CDA

Commissievergadering BF Datum:

31-5-2023

Agendapunt:

5

Onderwerp:

Jaarstukken 2022

Toelichting ambtelijke vraag: Ambtelijke vragen zijn onderhandse verzoeken om, niet politiek geduide, inlichtingen van raads- of commissieleden. Het gaat hierbij om vragen die betrekking hebben op onderwerpen die op moment van indieningen niet op de commissie- en/of raadsagenda staan. De vragen kunnen zonder besluitvorming van het college, maar met instemming van de bestuursadviseurs schriftelijk worden beantwoord. De antwoorden worden via Griffynet gedeeld met alle raads- en commissieleden. De ambtelijke organisatie wordt verzocht de volgende vraag/vragen te beantwoorden; 1.

Context: pagina 25 en 51. Positionering. Tien jaar geleden is de positionering van de gemeente Súdwest-Fryslân opgesteld. Er is behoefte aan een aangescherpte, langdurige koers voor de gemeente. Vraag: Hoe worden wij als raad op de hoogte gehouden voor de verdere uitwerking? Antwoord: Begin dit jaar hebben we opnieuw onderzoek gedaan naar onze identiteit, dat is uitgewerkt in een positionering. Een aanscherping op wat er 10 jaar geleden is opgesteld. Wij presenteren de resultaten na het zomerreces, via actieve info, aan de raad. Daar zullen we ook iets zeggen over de implementatie van deze aangescherpte positionering en rebranding van de huisstijl.

2.

Context: pagina 63. Financieel resultaat per 31-12-2022. Vragen: Post 85 Harinxmaland heeft nog geen eindwaarde. Kunt u dit nader verklaren? Post 89 Houkepoort heeft een positieve eindwaarde maar een nadelige contante waarde. Kunt u dit nader verklaren? Antwoord: Er is onverhoopt een verouderde tabel in de stukken terecht gekomen. Deze passen we meteen aan.

3.

Context: pagina 66. Project-specifiek risico Hemmen III In alle plannen is altijd sprake van schattingsonzekerheden. Vragen: Hoe kan het ambtelijk apparaat/college de schattingsonzekerheden in de toekomst voorkomen/verminderen? Welke parameters worden er gehanteerd en kan dat in de toekomst bijgestuurd worden? Antwoord: Een grondexploitatie kijkt naar de toekomst en is daarmee altijd een schatting. Schattingsonzekerheden zijn dus niet te voorkomen. Het verminderen doen we al door het jaarlijks actualiseren van de grondexploitaties en de accountantscontrole. De parameters worden ook jaarlijks bijgestuurd door het college. Op dit moment zijn de parameters vastgesteld in collegebesluit C23.000176 “Parameters en Grondprijzen 2023”.

4.

Context: pagina 87. De overige vorderingen bestaan voor een bedrag van € 6.925.000 uit debiteuren Sociale Zaken, hiervan heeft € 4.766.000 betrekking op dubieuze debiteuren (voorziening dubieuze debiteuren). Vragen: Wat hieraan opvalt is dat het bedrag aan (voorziening) dubieuze debiteuren nogal aanzienlijk is. Hoe dat te verklaren en welke norm wordt er gehanteerd t.a.v. verhouding dubieuze debiteuren/ debiteuren? Antwoord: Alle vorderingen die in de debiteurenadministratie van het SD zijn vastgelegd worden aan het eind van het jaar, per debiteurengroep, gewaardeerd. Er wordt een waarderingspercentage voor dat jaar berekend, die ook door de accountant wordt bekeken en beoordeeld. Het percentage is een afzetting van de daadwerkelijke ontvangsten in dat dienstjaar ten opzichte van het bedrag van de openstaande vorderingen. Van deze berekende percentages wordt daarna per debiteurengroep een gemiddelde

genomen over de afgelopen 10 jaar. Met deze berekening over een langere periode kan er wel gesproken worden van een ervarings-percentage. 5.

Context: pagina 125. Aangifte 2016 tot en met 2021. Tegen deze naheffingsaanslagen is door ons bezwaar aangetekend. Het gaat hier om een landelijke kwestie. In eerste aanleg heeft de Rechtbank in ons nadeel besloten. Tegen deze beslissing hebben wij hoger beroep aangetekend. Op dit moment is er nog geen zicht op het moment dat die uitspraak wordt verwacht. Zoals uit de balans blijkt gaan we er van uit dat de aangespannen procedure door ons wordt gewonnen. Vragen: Wat als de Belastingdienst ook in het hoger beroep in het gelijk wordt gesteld? Hoeveel vennootschapsbelasting is er dan verschuldigd over de jaren 2016 en verder? Ondanks dat de adviseur de mening is gedaan dat het om een niet belaste activiteit gaat is het niet verstandiger om het voor het “voorzichtigheidsprincipe” te hanteren een (latente) vennootschapsbelastinglast op te nemen? Antwoord: Wanneer de Belastingdienst ook in het hoger beroep in het gelijk wordt gesteld, is er geen aanvullende vennootschapsbelasting verschuldigd. De Belastingdienst heeft namelijk ieder jaar naheffingsaanslagen opgelegd en die hebben wij allemaal betaald. Deze naheffingsaanslagen zitten verwerkt in de post “te ontvangen vpb’ van de fiscale balans. Het gaat in totaal om een bedrag van € 92.618 over de jaren 2016 tot en met 2021.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12837869/2