CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

6. TV CIE CDA - deel II l antwoorden

Raadsvergadering 14 november 2024, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Programmabegrutting 2025 en mearjierrenrûzing 2026-20281.232 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener Fractie

: Bob van der Werf : CDA

Commissievergadering

: BF

Datum

: 31 oktober 2024

Agendapunt

:4

Onderwerp

: Programmabegroting 2025

1.

(Blz97). Verhoging toeristenbelasting. In de begroting wordt rekening gehouden met een hogere inkomst van circa € 1,36 miljoen door de verhoging van de toeristenbelasting van € 1,25 naar € 2,00 p/p/p/n. Het Raadvoorstel “Toeristenbelasting 2025” is destijds van de agenda gehaald. Klopt het dat het voorstel om de toeristenbelasting per 1 januari 2025 van € 1,25 naar € 2,00 nog niet is aangenomen? • •

Als het niet is aangenomen kan het dan wel in de begroting worden opgenomen? Zo ja, hoe verhoudt zich dit dan met “het belang van tijdigheid”? (Tekst raadsvoorstel 25-12024: Voor ondernemers is het wenselijk om een tariefswijziging ruim van te voren aan te kondigen zodat de ondernemers hierop kunnen anticiperen.)

Antwoord: 1. Het raadvoorstel is begin dit jaar van de agenda gehaald. Maar de raad is bevoegd om de gewenste opbrengst voor 2025 in de programmabegroting vast te stellen. Dit is de normale gang van zaken en wordt ook toegepast bij de overige belastingen. 2. Doordat het besluit om de toeristenbelasting te verhogen niet eerder is genomen zijn de ondernemers niet vroegtijdig meegenomen in deze verhoging. Dit was echter wenselijk en is niet verplicht. Zoals hiervoor vermeld is het verhogen van de belasting in de programmabegroting de normale gang van zaken. Dit is bij eerdere verhogingen ook zo gedaan. Naar aanleiding van dit voorstel zijn de belangenbehartigers van de ondernemers op de hoogte gesteld van deze verhoging. 2.

(Blz 96). Hogere raming BTW compensatiefonds. Gemeenten mogen in de meerjarenraming maximaal het meest recente bedrag opnemen dat werkelijk is uitgekeerd. In de begroting hadden we al een structureel bedrag opgenomen van € 1,6 miljoen. …..We achten een verhoging naar € 2,6 miljoen voor nu verantwoord. Dat betekent dat we een extra inkomst van € 1,0 miljoen kunnen begroten. In ons weerstandsvermogen houden we rekening met dit hogere risico (zie pagina 111 punt 3. Dit betreft het risico dat gemeenten (en provincies) meer aan btw terug claimen dan in het BCF zit. In dat geval wordt de overschrijding uit het gemeentefonds gehaald en ontvangen gemeenten minder uit dit fonds) In de tabel “Ontwikkeling van de algemene reserve” op pagina 13 is onder punt 16 “Bij: Verwachte btw-teruggave” van € 1.000.000 opgenomen. De uitleg voor dit bedrag is te vinden op pagina 15 D. BTW-teruggave. Er loopt een traject voor een teruggave van teveel afgedragen BTW. Van facturen van de afgelopen jaren is gecontroleerd of het juiste BTW-regime erop van toepassing was. Wij verwachten dat dit onderzoek een BTW-teruggave oplevert. Op dit moment schatten we dat in op € 1 miljoen, te ontvangen in 2024 of in 2025.

Vraag: Betreft de € 1.000.000 een echte btw-teruggave of heeft dit bedrag betrekking op de overheveling uit BCF aan het gemeentefonds, gevolgd door een extra inkomst van een € 1 miljoen voor gemeente SWF? Als dit géén “extra” bedrag uit het gemeentefonds door overheveling uit het BCF aan het gemeentefonds betreft’, maar een echte btw-teruggave is, dan zou deze inkomst moeten worden alloceert aan de “projecten” waar de btw als kosten is in aanmerking is genomen (m.a.w. een meevaller in de kosten voor de diverse projecten). Een btw-teruggave suggereert een definitief karakter en zou niet van invloed moeten zijn op een hoger risico m.b.t. het weerstandsvermogen. Antwoord: Het gaat hier om 2 keer een bedrag van € 1.000.000 welke los van elkaar moeten worden gezien. 1. Op pagina 96 gaat het over het BTW Compensatiefonds. Jaarlijks wordt er door het Rijk een bedrag gestort in het BTW-compensatiefonds. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de Algemene Uitkering. Wanneer dit fonds niet volledig benut wordt door gemeenten, wordt dit resterende bedrag alsnog via de Algemene Uitkering uitgekeerd aan gemeenten. In dit geval betreft dit dus ook een bedrag vanuit het fonds, wat via de Algemene Uitkering uitgekeerd wordt aan gemeenten. Bij dit punt is ook de koppeling met het weerstandsvermogen gemaakt.

Immers als gemeenten meer claimen uit het BTW Compensatiefonds dan verwacht, zal de teruggave via de Algemene Uitkering ook bijgesteld moeten worden. 2. Daarnaast wordt er op pagina 13 gesproken over een verwachte BTW-teruggave. Er loopt momenteel nog een traject voor teruggave van teveel afgedragen BTW over de jaren 2017 tot en met 2021. Van facturen binnen deze periode is gecontroleerd of wij het juiste BTW-regime hierop hebben toegepast. Omdat dit niet overal het geval is geweest, verwachten wij nog een BTW-teruggave over deze jaren. We schatten deze teruggave in op € 1.000.000. Fouten in het BTW-regime zaten verspreid over de gehele exploitatie inclusief diverse projecten en zijn daarom niet alleen toe te rekenen aan een aantal projecten. Bovendien heeft dit betrekking op de periode tot en met 2021, dit betekent dat deze projecten inmiddels al afgesloten zijn. Dat is dan ook de reden om voor te stellen om dit bedrag toe te voegen aan de Algemene Reserve, zodra we dit bedrag ontvangen. 3.

(Blz 14). Bij de Jaarrekening 2023 is € 4,25 miljoen opzij gezet voor Opvang ontheemde Oekraïners voor latere jaren. Dat zou ook het totaalbedrag moeten zijn. Echter, bij de Jaarrekening 2022 was al een bedrag van € 1,59 miljoen opzij gezet voor de Opvang Oekraïne (dat was het saldo over 2022). Er had daarom over 2023 niet € 4,25 miljoen gereserveerd moeten worden, maar slechts € 2,66 miljoen. Gevolg is dat de reserve Opvang Oekraïne nu een totaalbedrag bevat van € 5,84 miljoen. Inmiddels is een begroting gemaakt voor de opvang Oekraïne opvang in 2025. Uit die begroting blijkt dat we nu niet verwachten dat we een aanspraak gaan maken op deze reserve. Wel hebben we nog te maken met een BTW-correctie van uitgaven voor Oekraïne over 2022/2023 (inschatting € 0,7 miljoen) die we nog uit deze reserve moeten betalen. Ook moeten we een bedrag beschikbaar houden voor eventuele extra uitgaven/tegenvallers. We achten het op dit moment verantwoord om de reserve Opvang Oekraïne te verlagen met € 3 miljoen. Na de vrijval van € 3 miljoen bedraagt de reservering “Opvang ontheemde Oekraïners” € 2,84 miljoen. Van deze reservering zou € 0,7 miljoen moet worden betaald aan te veel teruggevraagde btw 2022/2023 en zou er nog een bedrag van € 2,14 miljoen in de reserve zitten. Vraag: a.

Hoe kan het dat een dergelijk (substantieel) bedrag te veel wordt teruggevraagd en/of dat hierover onduidelijkheid bestaat? b. Zou het bedrag van € 0,7 miljoen niet moeten worden verrekend/verwerkt in de btwteruggave van € 1 miljoen, zodat er per saldo de teruggave nog (slechts) € 300.000 bedraagt? Antwoord: a. De kosten van inhuur Oekraïne zijn in het verleden niet juist geboekt, waardoor er ook een verkeerd BTW-label gekoppeld is aan deze kosten. Voor Oekraïne geldt dat 30% van de btw compensabel is via het BTW Compensatiefonds en de

rest is kostprijsverhogend en moet opgevangen worden binnen de beschikbare middelen. De kosten van inhuur zijn allemaal als 100% compensabel geboekt. Dit laatste moet worden gecorrigeerd, wat resulteert in een bedrag van ongeveer € 0,7 miljoen aan teveel teruggevraagde btw in 2022 en 2023. b. De eerder genoemde BTW-teruggave van € 1.000.000 (zie vraag 2) heeft betrekking op een andere periode. Wij kunnen deze terugbetaling daarom niet met de BTW-teruggave verrekenen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14727400/2