6. TV CIE CDA - deel I l antwoorden
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener Fractie
: Bob van der Werf : CDA
Commissievergadering
: BF
Datum
: 31-10-2024
Agendapunt
:4
Onderwerp
: Programmabegroting 2025 en meerjarenbegroting 2026-2028
1.
(Blz 12 en 130.). ‘We voldoen dit moment aan de wettelijke en gangbare eisen met betrekking tot onze financiering’. Is dat nog steeds het geval op het moment dat de mutaties op bladzijde 12 worden meegenomen en er rekening wordt gehouden met de algemene reserves op dit moment (of na de BERAP apr/mei/juni) en niet aan het begin van begrotingsjaar 2024? Antwoord: Dat is nog steeds het geval aangezien het EMU saldo voor het grootste gedeelte betrekking heeft op de investeringen en de daaraan gekoppelde afschrijvingen.
2.
(Blz 11). ‘Ten opzichte van 2027 is deze jaarschijf ca. 3,3 miljoen voordeliger. (blz 12/13). ‘In de notitie meicirculaire 2024’ hadden we rekeningen gehouden met een reservering oplopend naar 5,3 miljoen. Deze reservering is niet opgenomen terwijl dit wel landelijk wordt geadviseerd. Waarom is de reservering nu niet opgenomen terwijl dit wel landelijk wordt geadviseerd? Hoe komt begrotingsjaar 2028 t.o.v. 2027 er uit te zien wanneer de reservering zoals landelijk wordt geadviseerd wordt opgenomen? Antwoord: De vraag over het niet opnemen van de reservering is een politieke vraag. Deze vraag wordt niet technisch beantwoord. De uitkomst van de voorgestelde Programmabegroting is als volgt: Structureel Incidenteel Gecombineerd
2027 -4.991.000 -1.382.000 -6.373.000
2028 -2.014.000 -1.013.000 -3.027.000
Met de reservering komen de begrotingjaren er als volgt uit te zien: Structureel Incidenteel Gecombineerd
2027 -8.696.000 -1.382.000 -10.078.000
2028 -7.295.000 -1.013.000 -8.308.000
3.
(Blz 149 en Blz 91). Inflatiepercentage voor de belastingen waarmee gerekend wordt is 4,3%. Terwijl wij elders lezen dat er 2% extra belastingen erbij komen. Onze interpretatie, naar aanleiding van de informatieve bijeenkomst, is dat 2,3 % een inflatieverhoging is (indexatie) en 2% extra belastingverhoging. Zodat het totaal uitkomt op 4,3%. Wat is de juiste interpretatie over de belastingverhoging? Antwoord: Uw interpretatie klopt. De reguliere indexatie is 2,3% (volgens prijsindex Bruto Binnenlands Product). De extra belastingverhoging is 2%.
4.
(blz 87). Om als raadslid een goed onderbouwde keuze te maken in wat we wel willen begroten en wat niet, zien we graag een duidelijk overzicht van wat er per speerpunt begroot wordt. Nu zien wij alleen een totaal van 1.353.000 plus een extra bedrag voor versterking gemeentelijke dienstverlening van 369.000 euro (per jaar) (100). We ontvangen graag per speerpunt van het programma bestuur een indicatie van de kosten. Waarom is er gekozen om een bedrag te begroten van 1.353.000 op bladzijde 87 terwijl we vervolgens lezen dat er een extra onttrekking nodig zal zijn van de algemene reserves van 369.000. Klopt het dat de begroting voor de gemeentelijke dienstverlening in totaal voor 2025 1.722.000 miljoen begroot is (los van de meerjarenbegroting die tevens zal stijgen? Antwoord: Het bedrag van € 1.353.000 is het saldo van de reguliere inkomsten (€ 1.462.000) en uitgaven (€ 2.815.000) van Burgerzaken. Dit betreft met name legesinkomsten, diverse inkopen en salariskosten. Het bedrag voor versteking van gemeentelijke dienstverlening (€ 369.000) is een bedrag dat we krijgen van het Rijk naar aanleiding van de Toeslagenaffaire en het onderzoek van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslagen (POK). In de raadsvergadering van 14 maart 2024 heeft de raad ingestemd met een aanpak en doorontwikkeling van dienstverlening dichtbij.
We ontvangen tot en met 2027 een bedrag van € 2.712.000. De raad heeft op 3 maart 2021 besloten om deze bedragen in een krediet te stoppen. Het betreffen daarmee bedragen voor andere doelen waarvan het niet zinvol is om die bij elkaar op te tellen. Voor een overzicht van bedragen per actiepunt zie het antwoord op vraag 3 van “CDA 3”.
5.
(Blz 89). 3. Verkiezingen. Laatste punt. Daarnaast is er ook sprake van behoorlijke prijsstijgingen van goederen en diensten. Hoeveel dan? Bij de rest van de punten staan wel bedragen. Antwoord: Het besluit met betrekking tot het op een andere locatie tellen van de stemmen van de kandidaten op de dag na de verkiezingen (de centrale stemopneming) leiden per saldo tot een toename van de kosten van ca. € 9.000. Daar staat wel het nog beter waarborgen van de kwaliteit van betrouwbare verkiezingen tegenover. De huur van 26 verkiezingsborden leiden tot een toename van kosten van ca. € 21.000. Het trainen van stembureauleden en tellers vanwege een nieuwe telmethode ca. € 15.000. Daarnaast stijgen de kosten van het drukken en bezorgen van stempassen (ca. € 5.000) De overige € 24.000 is voornamelijk te wijten aan de vergoeding voor stembureauleden die structureel te laag wordt begroot.
6.
(Blz 93). 1.3 Heffing vennootschapsbelasting VPB. Onder aan de alinea staat ‘hierbij plaatsen wij nog wel een tweetal kanttekeningen’. Welke zijn dat? Antwoord: Er zijn geen kanttekeningen meer. In de Programmabegroting 2024 (pagina 73) waren er nog wel twee kanttekeningen. Deze zijn inmiddels niet meer relevant voor wat betreft de Vennootschapsbelasting. In de Programmabegroting 2025 zijn deze kanttekeningen daarom weggehaald. Daarbij had ook de zin onder aan de alinea weggehaald moeten worden.
7.
(Blz 96). Nieuwe voorstellen. 3. ‘We verwachten gezien onze de liquiditeitsprognose dat we in 2025 een nieuwe geldlening moeten aangaan van 20 miljoen’. Is dit noodzakelijk? De kosten van de rente zijn 630.000 euro. Wat is de looptijd van de lening? Eerder in de begroting wordt omschreven dat niet alle wensen zijn begroot. Is dit een wens die wel begroot is? Waar kunnen wij de bovenstaande wens terugvinden in de financiële begroting? Antwoord: Dit is noodzakelijk n.a.v. de liquiditeitsprognose. Jaarlijks stellen we een liquiditeitsprognose op voor de komende vier jaar. Zo bepalen we de financieringsbehoefte en weten we wanneer we geldleningen moeten afsluiten. Uit de huidige liquiditeitsprognose blijkt dat we een tekort aan liquide middelen verwachten van € 20 miljoen. Daarvoor moeten we een geldlening aangaan. De looptijd van de lening is afhankelijk van wat het beste is voor de gemeente op het moment dat de lening moet worden aangetrokken. Wij lenen niet voor een specifieke wens, maar wij hanteren een totaalfinanciering. Dat betekent dat deze lening niet te relateren is aan een specifieke wens.
8.
(Blz 83). ‘De komende twee jaar benutten we om de financiering structureel op te nemen in de begroting. Hoe is de financiering nu regelt? Antwoord: De kosten voor 2024 en 2025 worden gedekt uit de POK-middelen (zie ook vraag 4).