4. TV CIE VVD I antwoorden deel 1
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener Fractie
: :
Simon de Witte VVD
Datum
:
28,29,30 oktober
Agendapunt
:
4
Onderwerp
:
Programmabegroting
Commissievergadering
1.
P.76 punt 6 Verhogen toeristenbelasting. In de omschrijving staat dat deze verhoging is gedaan vanwege extra inzet op toerisme en recreatie. De indexatie wordt nu vastgesteld op 2.7% (p.78 punt 16). Dit betekend dus dat de indexatie van de jaarlijkse bijdrage aan ‘Waterland van Friesland’ nu 2.7% wordt(?!) Maar hier wordt geschreven over extra inzet op toerisme, betekend dit nu dat indexatie gelijkgetrokken wordt met die van DFM? Die de indexatie vastgesteld op 3.8%? Antwoord: De verhoging van de jaarlijkse bijdrage aan Waterland van Friesland staat vermeld op pagina 174 van de Programmabegroting 2026. Het betreft een verhoging met 1,98%. VVV Waterland van Friesland is een subsidieontvanger met personeel. Deze organisaties indexeren wij over 2026 met 1,383% over het loonsomgedeelte (gesteld op 55%) en 2,7% over het niet-loonsomgedeelte (gesteld op 45%). Dit gewogen gemiddeld geeft een verhoging van 1,98%. Deze verhoging is onderdeel van punt 35 (Indexatie subsidie bedragen 2026) zoals weergegeven op pagina 47 van de Programmabegroting 2026. De extra inzet op toerisme die op de pagina’s 76 en 78 wordt genoemd is breder dan de subsidie aan Waterland van Friesland. Voor een nadere toelichting hierop verwijzen we graag naar de reactie op de Toezegging ‘Voorjaarsnota – Besteding extra middelen toeristenbelasting’ (Gemeenteraad 8 mei 2025).
2.
P.75 punt 1 en 2 Nota kostenverhaal. Op welk punt is de Nota kostenverhaal ingehaald door de Omgevingswet? Dit betekend dat door de invoering van Omgevingswet de gemeente minder mogelijkheden heeft om kosten door te belasten, welke kosten zijn niet doorbelastbaar? Wat betreft de opbrengst kant, prognose 300.000,- euro is de verwachting te realiseren. In welke nieuw woningbouwgebieden liggen hier de kansen? In nieuwbouw krijgen corporaties ook een groter aandeel, terwijl deze vrijgesteld zijn van Nota kostenverhaal, hoeveel invloed heeft dit op de uiteindelijke opbrengst? Antwoord: Voorheen was kostenverhaal mogelijk via een door de gemeenteraad vast te stellen exploitatieplan (publiekrechtelijk) of via anterieure overeenkomsten (privaatrechtelijk). De basis voor het exploitatieplan was de Wet Ruimtelijke Ordening. De Omgevingswet kent geen exploitatieplan meer. Publiekrechtelijk kostenverhaal is geïntegreerd in het omgevingsplan, het projectbesluit of de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De nieuwe Nota Kostenverhaal krijgt daarmee een andere wettelijke basis. De Omgevingswet biedt, via het publiekrechtelijke spoor, financieel afdwingbare bijdragen te vragen. Deze middelen moeten bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.
Deze zijn vastgelegd in de PPT-criteria voor te verhalen kosten. Deze moeten voldoen aan de criteria profijt, proportionaliteit en toerekenbaarheid. Dit omvat: • profijt: het kostenverhaalsgebied moet nut hebben van de voorzieningen en maatregelen waarvoor kosten worden gemaakt. • proportionaliteit: de kosten worden verdeeld naar rato van het profijt. Als een locatie meer profijt heeft van een voorziening of maatregel dan draagt deze locatie meer bij. • toerekenbaarheid: er moet causaal verband zijn tussen de kosten en hetgeen in het kostenverhaalsgebied wordt ontwikkeld. Ook regelt de Omgevingswet de begrenzing van de te verhalen kosten. In de herziening van de Nota Kostenverhaal komen we terug op welke locaties op dat moment in aanmerking komen. De nota gaat gelden voor alle te realiseren woningen, behalve sociale huurwoningen van woningbouwcorporaties. De kosten blijven in dat geval voor rekening van de gemeente.