CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

4. TV CIE PvdA I antwoorden deel 1

Raadsvergadering 13 november 2025, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Programmabegrutting 2026 en mearjierrenrûzing 2027-20291.141 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener Fractie

: Mark Konst : PvdA

Commissievergadering

: BF

Datum

: 30-10-2025

Agendapunt

:4

Onderwerp

: Gastvrijheidseconomie en toeristenbelasting

1.

De visie Gastvrijheidseconomie 2035 gaat uit van een structurele investeringsbehoefte van circa € 600.000 per jaar. Kan het college toelichten hoe de huidige structurele inzet van € 265.000 zich verhoudt tot de financiële onderbouwing van de visie en welke onderdelen daardoor (nog) niet uitvoerbaar zijn? Antwoord: Het college kan op dit moment nog geen nadere toelichting geven, omdat de inhoudelijke uitwerking hiervoor nog moet plaatsvinden. Deze is nog niet gestart, omdat zij afhankelijk is van het besluit van de raad over de programmabegroting 2026 en of er structureel middelen ingezet worden voor de uitvoering van de visie. Op basis van het besluit van de raad zal worden bepaald hoe de beschikbare middelen zo goed mogelijk kunnen worden ingezet, zodat de uitvoering aansluit bij de beleidsmatige prioriteiten van de raad, maar ook die van de sector. Dit betekent dat het concept uitvoeringsprogramma verder zal worden doorontwikkeld en er keuzes worden gemaakt door het afschalen, (her)prioriteren en temporiseren van activiteiten. Het gesprek hierover met de sector vindt plaats via de werkgroep Gastvrijheidseconomie van de Ondernemersfederatie Súdwest-Fryslân. Het college heeft de raad in april 2025 actief geïnformeerd over het uitvoeringsprogramma. In dit programma zijn de zes routes uit de visie vertaald naar acties en bedoeld als leidraad om tot uitvoering te komen.

Voor sommige acties geldt dat er een helder beeld is van het eindpunt. Voor andere geldt dat vooralsnog de eerste stappen bekend zijn en de toekomst uit moet wijzen wat de vervolgstappen zijn. Een aantal acties vormt zogenaamde impulsprojecten. Dit zijn structuurversterkende projecten die de potentie hebben om een aanzienlijke verandering teweeg te brengen en een positief verschil te maken in de gastvrijheidseconomie. Voor deze acties en projecten zullen keuzes moeten worden gemaakt in tijd, inzet van menskracht en beschikbare middelen.

2.

Hoe verloopt de samenwerking met de gemeente De Fryske Marren binnen de uitvoering van de gastvrijheidseconomie, en worden besluiten over toeristenbelasting en investeringsniveaus ook regionaal afgestemd om ongewenste concurrentie te voorkomen? Antwoord: Met gemeente De Fryske Marren is er zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau afstemming over de uitvoering van het beleid voor de gastvrijheidseconomie. Er wordt samengewerkt op verschillende onderwerpen zoals de gezamenlijke subsidierelatie met VVV Waterland van Friesland. De visies van beide gemeenten vertonen duidelijke overeenkomsten. Om gezamenlijke uitgangspunten te kunnen realiseren, is een intensievere samenwerking wenselijk. Op dit moment wordt onderzocht hoe deze samenwerking het beste vormgegeven kan worden.

Ook over de toeristenbelasting vindt er onderling afstemming plaats. In de praktijk blijkt het echter lastig om hierover bindende afspraken te maken, vanwege de autonomie van gemeenten om hier hun eigen keuzes in te maken. Dit geldt niet alleen voor De Fryske Marren, maar ook voor andere (buur)gemeenten in Fryslân. Elke gemeente hanteert haar eigen tariefstelling voor de toeristenbelasting, wat regionale afstemming bemoeilijkt en in de sector regelmatig leidt tot onbegrip. 3.

Is bekend of De Fryske Marren voornemens is de toeristenbelasting te verhogen, en hoe beoordeelt het college de mogelijke effecten daarvan op de concurrentiepositie van Súdwest-Fryslân binnen de gezamenlijke toeristische regio? Antwoord: Conform besluitvorming van De Fryske Marren is het tarief met ingang van 2025 aangepast van € 1,20 naar € 2,00. Bij besluitvorming tot aanpassing van het tarief is besloten om dit voor de komende drie jaar, tot en met het jaar 2027 ongewijzigd te laten. Het is nog moeilijk te bepalen wat de precieze effecten zullen zijn. De uiteindelijke impact moet zich eerst uitkristalliseren. Wij hebben daar nu geen inzage in. Daarom kunnen we op dit moment geen betrouwbare inschatting geven.

4.

Ziet het college mogelijkheden om in het toeristenbelastingbeleid onderscheid te maken tussen doelgroepen, bijvoorbeeld het ontzien van groepsaccommodaties, zeilscholen of maatschappelijke initiatieven, ter versterking van de regionale positie en sociale toegankelijkheid? Antwoord: Gemeenten hebben veel vrijheid bij het bepalen van de tarieven voor de toeristenbelasting. In de verordening wordt vastgesteld volgens welk tariefstelsel de belasting verschuldigd is en welke basis voor de berekening wordt gebruikt. Grofweg zijn er drie manieren: 1. Een vast bedrag per overnachting 2. Een percentage van de overnachtingsprijs 3. Een classificatiesysteem met sterren. Een vast bedrag per overnachting komt veel voor. Andere vormen van tariefdifferentiatie zijn eveneens gebruikelijk, bijvoorbeeld onderscheid naar verblijfssoort (hotel, camping, B&B, groepsaccommodatie) of naar omvang van de accommodatie (minicamping, reguliere camping, accommodaties met vijftig bedden of meer). De toeristenbelasting biedt daarmee ruime mogelijkheden voor een flexibele invulling. Voorwaarden voor tariefdifferentiatie en vrijstellingen • Objectiviteit: verblijfstypen en vrijstellingscategorieën moeten duidelijk en toetsbaar worden gedefinieerd, bij voorkeur in een artikel Begripsomschrijvingen in de verordening toeristenbelasting.

• Duidelijke criteria: de verordening moet objectieve, toetsbare criteria bevatten die aangeven welke categorieën of situaties voor een vrijstelling in aanmerking komen; vaagheid leidt tot willekeur. • Redelijkheid: de verhoudingen tussen tarieven voor verschillende verblijfsvormen moeten redelijk zijn. Een afgeleide vorm van differentiatie is het differentiëren naar de omvang van een verblijfsaccommodatie. • Deugdelijke motivering: besluiten over individuele vrijstellingen moeten zorgvuldig worden gemotiveerd; de motivering moet aantonen waarom aan de criteria is voldaan en welke belangen zijn meegewogen.

5

Kan het college inzicht geven in de financiële consequenties van een dergelijk differentiatiebeleid (bijv. vrijstellingen of lagere tarieven voor bepaalde categorieën)? Antwoord: Het financiële effect van bijvoorbeeld een vrijstelling voor kinderen tot 12 jaar is groot en onzeker. Er is geen inzicht in de leeftijd van de toeristen waarvoor aangifte is gedaan. Het is dus onbekend hoeveel procent van de totale overnachtingen door kinderen is. Er kan wel een snelle indicatieve berekening worden gemaakt. De totale voorgestelde opbrengst van de toeristenbelasting is € 4 miljoen. Stel dat 10% kind is (en dus vrijgesteld), dan geeft dat een minderopbrengst van € 400.000. Wanneer het 20% is, dan gaat het al om € 800.000. Om een dergelijke vrijstelling budget neutraal door te voeren zou de toeristenbelasting extra verhoogd moeten worden met € 0,25 tot € 0,55. Ditzelfde geldt voor de vrijstelling van scholieren die in het kader van onderwijs in groepsverband deelnemen

aan kampen. Er is geen inzicht of er sprake is van overnachtingen van scholieren, verenigingen of bijvoorbeeld families. Middels een snelle indicatieve berekening komt het overnachting aantal op circa 50.000 per jaar. De fiscale consequentie is dat de vrijstelling voor een minderopbrengst van circa 110.000 euro zorgt ten opzichte van de begrote opbrengst. Eén van de compensatie mogelijkheden is het tarief voor de (water)toeristenbelasting extra verhoogd moet worden met € 0,05. Indien bepaalde categorieën een verlaagd tarief ontvangen, dient het voorgestelde tarief van €2,20 te worden verhoogd om de begrote opbrengst te behalen. 6

Hoe weegt het college het belang van structurele investeringen in kwaliteit en uitvoering van de visie ten opzichte van het verhogen van de toeristenbelasting, met het oog op de doelstelling dat 100% van de inwoners profiteert van de gastvrijheidseconomie? Antwoord: Dit is een politieke vraag die niet technisch wordt beantwoord.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16142267/1