4. TV CIE PVDA - antwoorden
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener: Fractie:
Johan Feenstra PvdA
Commissievergaderingen Datum:
26, 27, 28 oktober
Agendapunt: Onderwerp:
Begroting 2022
Vraag 1 In de begroting worden veel visiedocumenten benoemd die in 2022 worden opgesteld. Kunt u een overzicht van de visies verstrekken en daarbij aangeven wanneer ten behoeve van de kaderstellende rol van de gemeenteraad de “startdocumenten” door de raad verwacht kunnen worden (ook t.b.v. een goede spreiding en planning van de werkzaamheden van de gemeenteraad)? Antwoord: De volgende visiedocumenten staan genoemd bij de speerpunten in de Programmabegroting 2022: - Nieuwe visie sport en bewegen in de openbare ruimte - Nieuw meerjarig sportbeleid - Nieuw cultuurbeleid - Nieuw sociaal economisch actieplan - Nieuw toeristisch beleid - Woonzorgvisie Na besluitvorming over de Programmabegroting 2022 in de novemberraad wordt de planning van de genoemde visiedocumenten verwerkt in de lange termijn agenda (LTA). In het Presidium komt op basis van deze LTA de spreiding en planning van de werkzaamheden van de gemeenteraad verder aan de orde. Via de Bestuursrapportages (Berap’s) zal de raad in 2022 regelmatig gerapporteerd worden over de voortgang van alle speerpunten waaronder deze visiedocumenten. Vraag 2 Pag 24 nummer 8. Voor Jeugdzorg worden middelen beschikbaar gehouden, waarbij op pagina 27 is geschreven: “Een laatste deel blijft behouden voor de jeugdzorg. Dat deel hebben wij hier opgenomen”. Kunt u uiteggen waarvoor deze middelen zijn.
Graag onderbouwen en hoe kunnen deze middelen zo fluctueren. Bijvoorbeeld € 3,5 mln in 2022. Dan een daling naar 2024 van € 766.000 en vervolgens weer een stijging tot € 1,897 mln in 2025. Waar zit dit ook beleidsmatig in? (waarvoor e.d.). Antwoord: De middelen zijn bedoeld voor het realiseren van maatregelen, waardoor de kosten van de jeugdzorg op termijn gaan dalen. De middelen fluctueren, omdat is aangesloten bij de extra middelen voor jeugdzorg die we krijgen van het Rijk. Van dat geld is 100% in 2022 en 75% voor 2023 t/m 2025 opgenomen in de begroting. In het verleden zijn algemene middelen ingezet voor jeugdzorg. In de jaren 2022 t/m 2024 halen we dat weer terug, door € 3 miljoen van het extra jeugdgeld te gebruiken voor algemene inzet. Omdat de extra rijksmiddelen voor jeugdzorg in latere jaren sterk dalen, is er op termijn geen € 3 miljoen ruimte meer om
vrij te spelen voor algemeen. Vandaar dat we vanaf 2025 nog maar € 1,5 miljoen gebruiken voor algemeen. Dit verklaart de sprong tussen 2024 en 2025. Daarnaast gebruiken we de extra middelen voor jeugdzorg voor de dekking van ‘Goede gezondheid en Welzijn’. Extra Rijksgelden minus ‘Algemeen gebruik’ minus ‘Goede gezondheid’ is wat beschikbaar is voor jeugdzorg in de begroting. Dat levert de reeks op van punt 8 op pagina 24. Vraag 3 Pag 28. Effect aanbesteding inkoop WMO. De overeenkomst is gedurende de looptijd een vast budget. Hoe lang is de looptijd? Wordt binnen het contract de loon- en prijsontwikkeling geïndexeerd? Wat is daar over afgesproken (met welke percentages en indexcijfers?). Wordt e.e.a. ook nagecalculeerd als de loon- en prijsontwikkelingen daadwerkelijk afwijken? Er zitten verschillen in raming die nu wordt opgenomen en de raming die in de begroting eerder was verondersteld. Eerst zijn er tekorten en later voordelen. In 2024 is dit voordeel € 518.000. In 2025 ruim € 1,3 mln. Hoe kan dit voordeel tussen deze jaren zo ontstaan ook omdat 2025 de nieuwe jaarschijf betreft? Graag een financiële en beleidsmatige uitleg. Antwoord: De looptijd van de afgesloten Wmo contracten is vijf jaar met een mogelijkheid van verlenging van 2 maal 2 jaren. Dus in totaal 9 jaren.
De Gemeente indexeert het Gebiedsbudget voor begeleiding, voor het eerst per januari 2022, jaarlijks voor 85% op basis het prijsindexcijfer van de Overheidsbijdrage in de arbeidsontwikkeling (OVA) en voor 15% met de CBS index consumentenprijzen (CPI). Deze indexering van het Gebiedsbudget wordt voorlopig berekend in november van het jaar (t-1) voorafgaande aan dat waarop het betrekking heeft (t), en derhalve voor het eerst in november 2021, op basis van de dan bekende voorlopige indexatiecijfers. De bijstelling wordt definitief vastgesteld in november van het jaar (t) waarop de indexering betrekking heeft, op basis van de dan bekende cijfers. Voor zover die definitieve vaststelling afwijkt van de voorlopige, wordt het verschil, berekend als bedrag betrekking hebbend op het gehele jaar (t), betaald uiterlijk in maart van het jaar (t+1) volgend op die waarop de indexering betrekking heeft. De Gemeente indexeert het Gebiedsbudget voor huishoudelijke hulp, voor het eerst per januari 2022, jaarlijks aan de hand van de index CAO-VVT. Deze indexering van het Gebiedsbudget wordt voorlopig berekend in november van het jaar (t-1) voorafgaande aan dat waarop het betrekking heeft (t), en derhalve voor het eerst in november 2021, op basis van de dan bekende voorlopige indexatiecijfers, mits dat cijfer op dat moment bekend is.
Is dat niet het geval dan vindt de indexering plaats zodra het indexcijfer alsnog bekend wordt. In de begroting zorgt de inkoop Wmo in de eerste jaren voor tekorten die later omslaan in voordelen. Dit heeft te maken met de transformatie effecten die gerealiseerd kunnen worden. Door alternatieve antwoorden te creëren op de hulpvragen verwachten aanbieders op termijn een verlaging van de kosten. Hiervoor zal echter eerst geïnvesteerd moeten worden, wat leidt tot kostenverhogende effecten in de eerste jaren van het contract. In principe wordt in 2025 eenzelfde bedrag in de begroting opgenomen als in 2024. Met de inkoop Wmo kan dit bedrag worden verlaagd. Vraag 4 Pag 28 en pag 29. Er worden voorgenomen ombuigingen teruggedraaid en worden nu niet meer realistisch geacht. Dat betekent een wijziging in de voorgenomen koers. In de koersnota van een paar maanden geleden is daar niet over gesproken en ook niet aangekondigd. Wat maakt het dat de ombuigingen niet hoeven te worden gerealiseerd en getemperd? Antwoord: Dit is toegelicht op pagina 29 van de Programmabegroting. Vraag 5 Pag 36 “We nemen m.b.t.
de klimaatagenda nu in de vorm van een reservering een voorschot op de belofte dat er middelen vanuit Den Haag beschikbaar komen” Mag dat? Gaan we dat geld daadwerkelijk vooruitlopend op de inkomsten uitgeven? Om hoeveel geld gaat het? Handelen wij ook zo bij de implementatie van de omgevingswet?
Antwoord: In de Septembercirculaire is aangegeven dat er € 72,5 miljoen beschikbaar komt voor Klimaat. Een deel van dit bedrag zal via de gemeenten lopen. Besluitvorming over de uitkeringsvorm en de verdeelsystematiek vindt later dit jaar plaats. We schatten in dat dit € 200.000 zal zijn voor SúdwestFryslân, wat dan in 2022 beschikbaar zal zijn. Mocht dit bedrag onverhoopt niet komen, dan kunnen we gebruik maken van een reservering in de algemene reserve van € 200.000. Mocht dit aan de orde komen, dan zullen we de raad voorstellen om de reservering om te zetten in een krediet. We doen dit bij de klimaatagenda, zodat we kunnen blijven inspelen op actuele ontwikkelingen. De Transitievisie Warmte is op 30 september 2021 vastgesteld door de raad. In het bijbehorende raadsvoorstel is aangegeven dat voor het vervolgproces van de drie wijkuitvoeringsplannen Heeg, Het Eiland in Sneek en Bolsward-Noord € 300.000,- benodigd is in 2022. Daarbij stond vermeld: De beschikbaarstelling van de bedragen is afhankelijk van de bijdragen van het Rijk en de discussie in het kader van de programmabegroting 2022. Het uiteindelijk beschikbaar gestelde budget bepaalt in hoeverre we uitvoering kunnen geven aan de TVW.
Naast deze drie wijkuitvoeringsplannen wordt gewerkt aan andere kansrijke initiatieven vanuit onze inwoners die voortgezet moeten worden, bijvoorbeeld het haalbaarheidsonderzoek naar geothermie in Bolsward of het onderzoek naar gebruik van restwarmte van Friesland Campina in Workum. Kortom, de gereserveerde middelen zijn nodig om de in gang gezette ontwikkelingen voort te kunnen zetten en om in te kunnen spelen op vergelijkbare nieuwe ontwikkelingen. Voor de Omgevingswet hebben we geen bedrag gereserveerd in de algemene reserve. Bij de Omgevingswet zijn namelijk nog geen heldere signalen dat hiervoor vanuit het Rijk compensatie onderweg is. Vraag 6 Pag 40 m.b.t. voorstel 17 inzake Vervanging kapitaalgoederen. Met welk bedrag komt een kapitaallast van 178.000 overeen? Antwoord: Met een investeringsbedrag van € 3 miljoen. Zie ook het Investeringsprogramma, pagina 118, onderdeel ‘Renovatie kapitaalgoederen’. Vraag 7 Pag 46: Implementatie omgevingswet. Er is vorig jaar structureel door onze gemeente € 500.000 euro beschikbaar gesteld voor de implementatie van de omgevingswet. In 2021 is die nog incidenteel gebruikt. Waar worden deze middelen voor 2022 nu structureel voor ingezet? Graag een onderbouwing met cijfers en een toelichting daarop.
Antwoord: De verwachting is, dat het budget ook in 2022 vooralsnog incidenteel benut wordt totdat de Omgevingswet daadwerkelijk in werking treedt. Er is in ’22 € 443.000 geraamd voor capaciteit richting optimalisatie klantreizen en werkprocessen, omgevingsplan met daarbij de mogelijkheden van deregulering en de inzet op minder regels en het verkorten van doorlooptijden en de uitwerking daarvan in een integraal financieel sturingsmodel. Qua verwachte uitgaven zijn vervolgens incidenteel voorzien: Implementatie capaciteit Communicatiemiddelen initiatiefnemers Vervolg De Friese Aanpak Friese samenwerking Commissie RK/VFG Atlas voor de leefomgeving (onderdeel Omgevingskwaliteit)
443.000 5.000 21.000 42.500 2.500
Structureel is de: Omgevingsapplicatie
100.000
Structurele aandachtspunten zijn nog de legesvermindering door nog te maken dereguleringskeuzes via het Omgevingsplan en de financiële consequenties door de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Verwachte impact is € 500.000,=. Er is landelijk nog steeds discussie over Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) tussen VNG en Ministerie
(oa. over melkveehouderij). Pas wanneer het Bal bekend is, kan de gemeente de financiële arrangementen met de FUMO herzien. Daarbij is nog onbekend hoeveel middelen op de overdracht basis-/plustaken de gemeente ontvangt via het Gemeentefonds. Raming ’22: Totale raming ‘22 Beschikbaar
614.000 500.000
Voor ’22 is beschikbaar gesteld € 500.000. Er zal een voorstel worden gedaan, het restantbudget uit ’21 over te hevelen om op de verwachte raming van € 614.000 te komen. Vraag 8 Pag 47 m.b.t. verkoop panden. In de begroting is een jaarlijks terugkerend bedrag van € 250.000 opgenomen als onderdeel van de verkoop van vastgoed. “Jaarlijks terugkerend”. Als iets elk jaar terugkeert, is dat structureel. Waarom verantwoord u dat onder incidenteel? Was het niet eerder voorzienbaar dat de voorraad van “strategische panden” zal opdrogen. Voor 2024 wordt al een opbrengstvermindering van € 100.000 ingeboekt. Was dat vorig jaar niet bekend? Antwoord: We hadden dit in het verleden als structureel opgenomen in de begroting. Omdat we niet een oneindige voorraad aan te verkopen gebouwen hebben, mochten we van de provincie dit niet aanmerken als een structurele inkomst. Op aanwijzen van de provincie hebben we dit omgezet naar een jaarlijks terugkerende incidentele inkomst. Dat de voorraad “strategische panden” op enig moment zou gaan opdrogen was bekend maar niet wanneer. Wel het eigen bezit maar niet de scholen die aan de onderwijsbestemming worden onttrokken. Dat heeft alles te maken met de mate van terugloop van het leerlingenaantal. Deze blijken nu wat te stabiliseren. De komende 3 jaren verwachten we dat er nog 5 scholen leeg komen te staan. Daarna is het afwachten.
Vraag 9 In aansluiting. De boekwaarden van scholen zijn hoog schrijft u. Hoe komt dat. Is daar niet voldoende op afgeschreven? Is onze afschrijvingstermijn te lang? (hoe lang is die) . Is onze afschrijvingssystematiek niet juist? (Welke is dat). Je zou verwachten dat bij de waardestijgingen van het onroerend goed de opbrengsten de boekwaarden overtreffen. Graag nadere uitleg en onderbouwing op deze vragen. Antwoord: Zes jaar geleden is besloten de afschrijving van de boekwaarde te verlengen van 40 jaar naar 50 jaar en daardoor daalt de boekwaarde minder snel. De rijksinkomsten voor schoolgebouwen en gymzalen zijn gebaseerd op een technische levensduur van 60 jaar. Dat wil zeggen dat zes jaar geleden een middenweg is gekozen met 50 jaar afschrijving. Op basis van de rijksinkomsten zou een gebouw pas einde technische levensduur van 60 jaar theoretisch kunnen worden vervangen met rijksgeld. SWF kan dat eerder doen als het betreffende gebouw technisch echt versleten is en de boekwaarde al na 50 jaar op nul staat. Veel van de scholen die de komende tijd de onderwijsbestemming verliezen hebben inderdaad een hoge boekwaarde. In een aantal gevallen is de school na het oprichten nog verbouwd. Functionele aanpassingen ten faveure van veranderde onderwijskundige inzichten waren in het verleden oorzaak dat moest worden verbouwd/aangebouwd.
Sinds een aantal jaren zijn functionele aanpassingen een taak van het schoolbestuur, die daar ook rijksvergoeding voor krijgt. De kapitaallasten van toentertijd wegen echter nog steeds door in de boekwaarden. We schrijven lineair af, overeenkomstig de vastgestelde financiële verordening. Voor evt verkoop is niet de boekwaarde vaak maatgevend maar de WOZ-waarde. .Uiteraard stijgt ook de verkoopwaarde van het gemeentelijke vastgoed, waarbij in de meeste gevallen de boekwaarde wordt overtroffen. Maar als de boekwaarde hoog is dan zal de opbrengst automatisch lager zijn. Daarnaast weten we niet of de vm. scholen vrij op de markt komen of dat dorpsbelangen er een andere (maatschappelijke) bestemming voor kan vinden. Dit zal de opbrengst mede bepalen.
Vraag 10 Pagina 53. Loonsomontwikkeling. Moderne salarissystemen kunnen een loonsomberekening maken op grond van de begrote formatie voor een volgend jaar (i.c. 2022). Daarin zijn dan ook de periodieken e.d. geraamd. Waarom wordt er separaat een aanvullend bedrag van € 500.000 structureel opgevoerd voor periodieken. Kunt u daar de onderbouwing van leveren hoe deze raming tot stand komt? Antwoord: Deze mogelijkheid kent ons salarissysteem ook, althans via een aparte begrotingsmodule. Wij zijn momenteel nog in de lerende fase en lopen tegen aantal kinderziektes aan. Om die reden hebben wij er dit jaar nog voor gekozen de oude systematiek te hanteren, waarbij wij begroten op basis van de salarissen zonder periodieken. Vandaar dat we aanvullend een bedrag van € 500.000 opvoeren voor periodieken. Deze raming is gebaseerd op de verwachte toe te kennen periodieken. Vraag 11 Pagina 52 en 53. Uitbreiding personeel: totaal van € 1,3 mln. Er wordt de komende jaren extra geld voor personeel opgevoerd. In 2022 bijna € 1,3 mln naar € 1,1 miljoen structureel in de jaren daarna. Dit betreft heel veel geld en dus formatie voor ambtelijke inzet. Er wordt ingezet op ambities en er wordt ook ingezet op dienstverlening. Omdat het om heel veel geld gaat vragen wij u (in aanvulling op de tabel op pagina 96) om een meer onderbouwing van deze extra structurele gelden, met daarin o.a.
de beantwoording van de volgende vragen: A. Om hoeveel formatie gaat het? B. Wat voor functies betreft het (uitvoering / beleids of anders)? Waar worden deze extra ambtenaren op ingezet? C. Welk niveau van functies betreft het? D. Graag een financiële onderbouwing van de totstandkoming van de € 1,3 naar € 1,1 mln structureel E. Het betreft personeel om enerzijds ambities te realiseren en anderzijds ingezet op de dienstverlening. Waar moeten we bij dan bij deze onderwerpen concreet aandenken (zie ook B). F. Er komen gelden (€ 551.000) voor dienstverlening. Wat merken de inwoners en ondernemers hiervan? Antwoord: Algemeen: sturen op formatie vertaalt zich al jaren in sturen op loonsom. Dit omdat een bedrag nog niks zegt over het aantal, het type of de zwaarte van een functie. De gemeenteraad heeft middels de Koersnota 2022 ingezet op een aantal grote opgaven. E.e.a. is vertaald in de Programmabegroting 2022 e.v. Alles in het kader van Súdwest-Fryslân Ontwikkelt en Verduurzaamt. En onder het motto van Wonen Werken en Genieten. Daarbij vormt de kwaliteit van dienstverlening het fundament. Een fundament dat al onze inwoners merken. Of dat nu in het Sociaal Domein is, of bij Openbare Ruimte, of bij Vergunningen. Overal is sprake van klantcontacten met onze inwoners en ondernemers.
Raad en college hebben in deze raadsperiode bewust ingezet op verdere professionalisering van de organisatie. Verdere professionalisering om de toenemende complexiteit van de opgaven te kunnen oppakken. Het gaat dan niet alleen om aantallen medewerkers (fte’s) maar veel meer om kwaliteit. Bij de thans gevraagde extra middelen gaat het dan ook zeer bewust om de versterking van de inzet. Het gaat dus enerzijds om verzwaring van de strategische kracht (met name op de grote opgaven) en anderzijds om verzwaring op de uitvoeringskracht (directe dienstverlening). En om welk type functies gaat het dan? Onder meer om specialistische kennis op zowel sociaal, ruimtelijk en economisch gebied. Alles in relatie tot de grote opgaven (Transformatie Sociaal Domein, Omgevingswet, Wonen, Digitalisering enzovoorts). Maar ook om hands-on functies (bijvoorbeeld - naast voornoemde grote opgaven - bij Gebiedsteams, Klantcontacten en Vergunningverlening). Vraag 12 Pag. 56. Er zijn bedragen opgenomen voor onvoorzien. In 2022 is dit € 1,899 mln en meerjarig loopt dit tot en met 2025 van € 1,554 mln. Graag een uitsplitsing naar bedrag en toelichting van deze post. Antwoord: Onderstaand een toelichting op de post Bedrag onvoorzien (Overige baten en lasten). Het betreft veel zaken die hier voorlopig begroot staan, maar nog een definitief plekje in de begroting moeten krijgen.
Korte toelichiing per regel
Bedrag begroot 2022
Bedrag begroot 2023
Bedrag begroot 2024
Bedrag begroot 2025
Ruimte voor coalitieonderhadelingen 2018
250.000
250.000
250.000
250.000
Waarvan gebruikt: kapitaallast toplaag kunstgrasvelden Sneek
-122.600
-122.600
-122.600
-122.600
Waarvan gebruikt: kunstgrashockeyveld
-40.172
-40.172
-40.172
-40.172
Verduurzaming gemeentelijk vastgoed
65.000
65.000
65.000
65.000
Waarvan gebruikt: verduurzaming Marktstraat 5-11
-41.185
-41.185
-41.185
-41.185
Restant Continu verbeteren (nog te verdelen)
-600.000
-800.000
-800.000
-800.000
Algehele indexatie 2022 (nog te verdelen)
1.500.000
1.500.000
1.500.000
1.500.000
Restant indexering 2021
11.415
11.279
11.279
11.279
Taakmutaties uit de Meicirculaire 2021 (Wet open overheid)
168.000
187.000
207.000
227.000
Taakmutaties Septembercirculaire 2021 (geparkeerd)
-74.585
54.000
54.000
54.000
Coronacompensatie Septembercirculaire 2021 (geparkeerd)
567.000
0
0
0
Ontw ikkelagenda IP afschrijving
100.800
180.800
260.800
340.800
Ontw ikkelagenda IP rente
37.548
67.348
97.148
126.948
Ontw ikkelagenda verlaging afschrijving 2021 (ivm onderuitputting)
-80.000
0
0
0
Investeringsagenda (afschrijving Kunstgrasveld Bolsw ard)
37.000
37.000
37.000
37.000
Investeringsagenda (rente Kunstgrasveld Bolsw ard)
6.031
6.031
6.031
6.031
Oorspronkelijk begrote onderuitputting
-350.000
-350.000
-350.000
-350.000
Verlaging onderuitputting
350.000
175.000
175.000
175.000
Bedrag voor onvoorzien (ca. € 1,20 per inw oner)
109.037
109.037
109.037
109.037
5.500
5.500
5.500
5.500
1.898.789
1.294.038
1.423.838
1.553.638
Begroting 2018 deel Littenseradiel
Totaal
Vraag 13 Pag 58. De raad wordt altijd via actieve info over de uitkomsten van de circulaires van het gemeentefonds geïnformeerd. Wij hebben tot op heden de notitie over de uitkomsten van de septembercirculaire 2021 nog niet ontvangen. Wanneer kunnen wij deze ontvangen? Antwoord: Op dit moment wegen wij de noodzakelijkheid van de inzet van de middelen voor taakmutaties en coronacompensatie af. De uitkomst hiervan wordt opgenomen in de notitie septembercirculaire 2021. U ontvangt die notitie in uw raadsvergadering van december voor nadere besluitvorming. De gedetailleerde berekeningen van de septembercirculaire (uit LIAS Pauw) zijn inmiddels gedeeld en worden ook via Griffienet als achtergrondinformatie beschikbaar gesteld voor alle raadsleden. Vraag 14 Pag 59. De opschalingskorting is voor 2022 toch geschrapt. Waarom lezen we daarover niets in de begroting en wordt dat budgettair vertaald en toegelicht? Om hoeveel geld gaat het voor SWF? Vorig jaar was daar in de begroting wel iets over opgenomen. Antwoord: Het eenmalig schrappen van de opschalingskorting 2022 is verwerkt in de begroting en maakt deel uit van het saldo septembercirculaire 2021 van blz 58, punt 6 uit de tabel. Het gaat om een bedrag van € 1,4 miljoen. Vraag 15 Pag 61. Verstevigen ICT Infra. Er wordt in 2023 € 93.000 ingezet om de ict infrastructuur te versterken. Dat loopt op naar structureel € 331.000 in 2024.
Het betreffen kapitaallasten waarbij verwezen wordt naar bijlage C. Daar valt e.e.a. niet zo vlot uit te halen. Kunt u de opsomming geven van de investeringen met toelichting die tot deze jaarlijkse kosten leiden? Antwoord: Het bedrag van € 93.000 correspondeert met de post ‘Vervangen ICT infrastructuur 2022’ (€ 350.000), zoals vermeld in het investeringsprogramma op pagina 118. Daarnaast is er nog een post ‘Vervangen ICT infrastructuur 2024’ (€ 900.000) en ‘Vervangen ICT infrastructuur 2025’ (€ 200.000).
Vraag 16 Pag 61. Er wordt m.i.v. 2022 structureel € 250.000 gevraagd voor exploitatie van de ICT infrastructuur. Het betreft een verhoging van de reguliere budgetten. Kunt u ons een onderbouwing/overzicht verstrekken van de reguliere budgetten waarop deze verhoging betrekking op heeft? Antwoord: Het betreft het budget voor het team I&A, waarin het budget voor externe inhuur, onderhoud en software & hardware wordt verhoogd. Vraag 17 Pag 61. Er wordt m.i.v. 2022 structureel € 150.000 euro gevraagd voor “Ontwikkeling budget onderhoud software”. Het budget voor onderhoud en support van de software moet worden uitgebreid wordt geschreven. De uitbreiding ontstaat door uitbreiden van functionaliteiten voor o.a. nieuwe taken, wettelijke eisen. Kunt u een concrete onderbouwing geven waar deze gelden nu voor nodig zijn? Welke functionaliteiten, welke wettelijke eisen e.d.? Antwoord: Deze gelden zijn nodig voor de dekking van de kostenstijging van bestaande bedrijfsapplicaties, als gevolg van een doorbelasting van kosten door leveranciers voor licenties, noodzakelijke applicatie updates en het beheer hiervan. Voorbeelden van uitbreiding van functionaliteit zijn de Wet Open Overheid, vroegsignalering schulden en omgevingswet. Vraag 18 Pag 62. M.b.t. onderuitputting. A. De provincie heeft aangegeven dat er geen onderuitputting meer mag worden geraamd in de begroting.
Kunt u de stukken (toezichtskader???) verstrekken (met pagina verwijzing) waaruit blijkt dat dat niet meer mag? Wij zijn o.a. benieuwd naar de argumenten e.d. van de provincie. B. De provincie heeft aangegeven de onderuitputting dat deze niet meer mag worden geraamd. Waarom halveert u de algemene onderuitputting dan als het niet meer mag? C. Onderuitputting wordt geraamd omdat in de praktijk (bij nader inzien) blijkt dat er vertraging ontstaat in projecten. Daardoor vallen kapitaallasten incidenteel vrij. De provincie zegt dat “als tegenhanger” van de onderuitputting het investeringsprogramma dient te worden aangepast. Wordt dit een jaarlijkse activiteit/aanpassing zodat de incidentele effecten bij de begroting worden geraamd? Antwoord: A. Zie bijgevoegde ‘Handreiking verduidelijking structurele en incidentele baten en lasten’ van de gezamenlijke toezichthouders van provincies. De passage over onderuitputting start onderaan pagina 13 van deze handreiking. B. Wij hebben hierover gesproken met de provincie. Dit is een wijziging met grote structurele gevolgen, omdat wij de onderuitputting structureel begroot hebben. Omdat het gemeenten al jarenlang is toegestaan om wel onderuitputting te begroten, acht de provincie het niet redelijk om van gemeenten te verlangen om dit meteen op te lossen.
Ons is de tijd gegeven om dit af te bouwen, waarbij de provincie wel stappen hierin wil kunnen waarnemen. Dit is voor ons een eerste stap. In een volgende begroting zullen we verder afbouwen. C. Willen we op begrotingsbasis hier geen nadeel van hebben, dan is de oplossing inderdaad het hanteren van een reëler investeringsprogramma. Deze zullen we dan steeds moeten actualiseren. Vraag 19 Pag. 62 Verlaging kapitaallasten. Zie ook vorenstaande. Kapitaallasten van investeringen zijn nu uit de begroting gehaald. “We zullen deze pas begroten wanneer de investering is afgerond”. Met betrekking tot de genoemde investeringen zijn de kapitaallasten toch al structureel geraamd in de meerjarenbegroting en gedekt? M.a.w. die hoeven dan toch niet opnieuw ter begroting worden gebracht? Antwoord: De kapitaallast van de genoemde investeringen worden alleen in het eerste jaar/eerste jaren uit de begroting gehaald. In de meerjarenraming blijven de lasten wel staan, vanaf het moment van verwachte realisatie/in gebruik name. Dus het klopt dat de kapitaallasten structureel gedekt zijn en blijven in de meerjarenbegroting.
Vraag 20 Pag 62. Verlaging kapitaallasten. Er valt € 80.000 vrij m.b.t. investeringen ontwikkelagenda. Welke voorgenomen investeringen betreffen dat? Antwoord: Dat betreft de afschrijvingslast van € 2 miljoen investeringsruimte van 2021. Er is nog geen concrete invulling gegeven aan deze investeringsruimte, dus zullen er in werkelijkheid geen afschrijvingslasten zijn in 2022. Vanaf 2023 zijn ze wel weer begroot. Zie ook het Investeringsprogramma op pagina 118. Vraag 21 Pag 63. Ontwikkelagenda / Ontwikkelfonds. Wat zijn op dit moment de bedragen die we totaal gaan storten in het fonds en / of beschikbaar hebben als kapitaallast t.b.v. ontwikkelingen (jaarlijkse voeding). Met welk investeringsbedrag komt de kapitaallast dan overeen? Antwoord: Het ontwikkelfonds bestaat uit twee delen: • Een kapitaallast waarmee we een investering kunnen doen van € 2 miljoen per jaar. Met het huidige rentepercentage komt dat steeds overeen met een kapitaallast van € 110.000. Dit is terug te vinden in het Investeringsprogramma op pagina 118, bijlage C van de Programmabegroting. • Een incidentele voeding van € 1 miljoen per jaar. Dit is terug te vinden in Bijlage D, onder punt 42 van de bestemmingsreserves. Dit is wat is opgenomen in de begroting als voeding. Deels is al beslag gelegd op de begrote middelen.
In de meerjarenraming van bijlage D is het verloop van het incidentele deel van het fonds te zien, op basis van verstrekte kredieten. Er zitten ook nog projecten in de planning. Het financiële overzicht van de Ontwikkelagenda (zit ook in bestuursrapportages), geeft ook de labelling daar van aan. Zie vraag 22. Vraag 22 Kunt u een actueel overzicht verstrekken van de ontwikkelagenda met de mutaties zoals die nu in de programmabegroting is opgenomen als storting/voeding e.d.? Antwoord: Hieronder het financiële overzicht van de Ontwikkelagenda/Ontwikkelfonds, geactualiseerd met de hogere voorgestelde voeding en zonder verdeling in subagenda’s. Ontwikkelfonds
Totaal t.m. 2025
t.m. 2021
2022
2023
2024
2025
Totaal beschikbaar gesteld
29.830.424
Krediet Gelabeld Beschikbaar
13.317.925 5.072.575 11.439.925
17.300.000 12.284.181 1.922.575 3.093.245
6.093.245 344.581 750.000 4.998.664
7.998.664 344.581 1.200.000 6.454.083
9.984.507 344.582 1.200.000 8.439.925
11.439.925 11.439.925
Te activeren
20.300.000
2.000.000
2.000.000
2.000.000
8.071.500 3.288.575 8.939.925
12.300.000 8.071.500 1.538.575 2.689.925
2.000.000
Krediet Gelabeld Beschikbaar
750.000 3.939.925
500.000 5.439.925
500.000 6.939.925
8.939.925
1.000.000
1.000.000
344.581 1.058.739
344.581 700.000 1.014.158
1.530.424 344.582 700.000 1.500.000
1.000.000 2.500.000
Eenmalig
9.530.424
Krediet Gelabeld Beschikbaar
5.246.425 1.784.000 2.500.000
5.000.000 4.212.681 384.000 403.320
Vraag 23 Pag 66 paragraaf heffingen OZB. De OZB wordt verhoogd met 1,6% als trendmatige verhoging (inflatie). Daarnaast schrijft u dat de areaaluitbreiding van woningen de afgelopen jaren heeft gezorgd voor een stijging van de kosten met 135.000,=. Wat voor kosten zijn dat dan? Kunt u dat motiveren en toelichten? Normaliter dienen de areaaluitbreidingen uit het accres van het gemeentefonds te worden gedekt (algemene middelen). Immers door een stijging van inwoners e.d. neemt de uitkering van de gemeente per
saldo toe. Naast de trendmatige verhoging van 1,6% worden de kosten voor areaaluitbreiding van € 135.000 nu gedekt door de begrote OZB opbrengst te verhogen en daar de tarieven op te baseren. U schrijft dat deze extra verhoging geen grote invloed heeft op OZB-tarieven. Hoe klein danook.. wij wensen te weten wat het gevolg is van deze verhoogde € 135.000 op het tarief voor de OZB eigenaar. Antwoord: Graag verwijzen we naar pagina 45 van de begroting: Vanaf start van aanleg of overname van areaal, is onderhoud nodig. Het betreft onder andere groenonderhoud, installaties en reiniging (vegen, afval, glasbewassing, etc.). Op termijn is ook groot onderhoud en vervanging nodig. De afgelopen jaren is voor areaal dat er bij is gekomen, geen structurele werkwijze ingeregeld. Vanaf de start van aanleg of overname van areaal, is onderhoud nodig en daarmee annex ook budget om het onderhoud uit te (laten) voeren. Zeker met de plannen om de komende jaren volop woningbouw te ontwikkelen, is het noodzakelijk om onderhoudsbudget voor uitbreiding areaal in te regelen. Voor de benodigde budgetuitbreiding leggen we een verband met de verwachte hogere OZB-inkomsten als gevolg van de nieuwbouw. Meer nieuwbouw betekent ook hogere OZB-inkomsten. Dit betreft dus niet een tariefstijging, maar hogere inkomsten als gevolg van hogere aantallen.
Op basis van de afgelopen jaren gaat het naar inschatting om een verwachte inkomstenstijging van € 135.000. We stellen voor om zowel de hogere lasten als de hogere baten te begroten. De verhoogde € 135.000 heeft dus geen invloed op het tarief van de OZB eigenaar, maar komt alleen door meer objecten. De opmerking ‘geen grote invloed’ heeft betrekking op latere jaren, omdat de nieuwe woningen, met de nieuwe OZB-waardes dan integraal onderdeel zijn van de tariefbepaling. Maar dat is niet anders dan gebruikelijk. De herwaarderingen en de gestegen WOZ-waardes zullen een veel grotere impact hebben op het tarief. Vraag 24 Pag. 66 paragraaf heffingen OZB. Vorig jaar is de extra inkomst van windpark in het IJsselmeer alvast als inkomst begroot. Toen was sprake van geraamde netto opbrengst van € 700.000. Nu schrijft u dat de begrote opbrengst € 1,2 mln is (wellicht is het verschil van 5 ton te verklaren door de aftrek van de WOZ-waarde in het gemeentefonds, maar dat terzijde). De extra OZB inkomsten voor het windpark van € 1,2 mln worden omgeslagen over nieuwe onroerende zaken. Kunt u uitleggen wat hier gebeurt en toelichten.
(zoals: het betreffen toch inkomsten? Hoe kun je die omslaan en geeft dit een verhoging van de tarieven? Zo ja hoeveel voor dit onderdeel? Ook schrijft u dat de bedragen worden omgeslagen over NIEUWE onroerende zaken? Hoe zit dat? Kortom veel onduidelijkheden die een nadere uitleg vragen. Antwoord: Hiermee wordt bedoeld dat de € 1,2 mln extra opbrengst alleen komt van de eigenaar/gebruiker van het windpark in het IJsselmeer. De windmolens in het IJsselmeer zijn nieuwe onroerende zaken omdat ze nog niet eerder in de WOZ-administratie opgenomen waren. Het leidt niet tot een verhoging van de OZB tarieven voor niet-woningen. Bij de berekening van de tarieven zullen we de waarde van het windpark buiten de berekening houden, zodat het geen invloed heeft op het tarief voor overige niet-woningen. De begrote opbrengst van € 1,2 mln is gebaseerd op de geschatte waarde van het windpark maal de OZB tarieven voor niet-woningen van dit jaar. Het klopt inderdaad dat de € 0,5 miljoen verschil de aftrek van de WOZ-waarde in het gemeentefonds betreft, zodat er per saldo een voordeel is van € 0,7 miljoen. Vraag 25 Pag. 97. Er is sprake van een toename van ambtenaren met ruim 20 fte. Wat voor functies betreffen dit en waar is deze toename van de loonsom per functie uit gedekt? Antwoord: Het afgelopen jaar is er een stijging van formatie als gevolg van diverse ontwikkelingen bij diverse teams.
Om o.a. ambities m.b.t. dienstverlening te realiseren, nieuwe wettelijke taken op het gebied van het Sociaal Domein te kunnen uitvoeren maar ook een interne investering in o.a. de mobiliteit en ontwikkeling van medewerkers van SWF.
De dekking kwam met name door overboeking vanuit externe inhuur. Daarnaast is dekking verkregen uit: • voorstellen uit de programmabegroting 2021 • inkoop- en onderhoudsbudgetten • inkomstenoverdrachten van andere gemeenten of instellingen • ontwikkelbudget Sociaal Domein Vraag 26 Pagina 106. Er is geschreven: “Er zijn een ook een substantieel aantal private grondexploitaties in voorbereiding”. Welke zijn dat? Antwoord: Een aantal grotere private grondexploitaties in voorbereiding zijn: • • • •
Sneek Het Perk woningbouw Sneek Harste Hoeve / Ielânen woningbouw en zorg Sneek op termijn vrijkomende supermarktlocatie Tinga Makkum Tichelaarlocatie woningbouw
Daarnaast een groot aantal kleinere private grondexploitaties, dit zijn kleinere bouwplannen met minimaal een enkele nieuwe woning of een hoofdgebouw met een andere functie. Vraag 27 Pagina 107. Er is geschreven: “De grondexploitaties Harinxmaland fase 1 en Houkepoort in Sneek zijn bijna uitverkocht”. Bijna! Wat is dan nog beschikbaar in deze gebieden? Antwoord: Harinxmaland fase 1 is inmiddels uitverkocht. In Houkepoort wordt een plan voor vijf tot tien waterwoningen voorbereid, daarna is dit plan ook uitverkocht. Vraag 28 Pagina 107. Er is geschreven: “Met de F4 –gemeenten en onder leiding van de provincie wordt een nieuw bedrijventerrein voorbereid. Dit is naar verwachting in 2022 gereed voor vaststelling”. Graag nadere uitleg hierover. Waar is dit? Op welke wijze participeren wij en anderen. Voor wat voor soort bedrijven is dit bedoeld? Lopen wij risico’s? Is er al geld voor uitgeven (bijvoorbeeld ambtelijke capaciteit e.d.); zo ja hoeveel? Waarom onder leiding van de Provincie? Antwoord: Het gaat hier niet om een uitvoeringsplan o.i.d. maar om het vastleggen van afspraken met de provincie en onze buurgemeente (Fryske Marren) (per abuis is eerder de F4 genoemd) over de voorraad bedrijventerreinen die we in de komende jaren mogen realiseren.
In de provinciale verordening Ruimte staat beschreven dat gemeenten alleen nieuwe terreinen mogen aanleggen als die zijn gebaseerd op een dergelijk regionaal bedrijventerreinplan. Op deze manier wordt gewaarborgd dat er niet provinciaal een overaanbod ontstaat (of te weinig aanbod) en dat het aanbod in de provincie goed is afgestemd. In de afspraken wordt globaal vastgelegd (op basis van prognoses) hoeveel hectare we kunnen aanleggen en waar. Onze inzet in deze gesprekken staat beschreven in de programmabegroting onder programma ruimte. Vraag 29 Pagina 131. Het percentage externe inhuur wordt voor 2022 begroot op 3%. Vorig jaar was dat 9%. Waardoor is dit percentage neerwaarts bijgesteld? Wat ligt hier aan ten grondslag en welke definitie wordt gehanteerd (zowel in 2021 als 2022)? Wat is het totale budget dat voor externe inhuur is begroot in 2022? Hoeveel mensen en fte’s zijn momenteel ingehuurd? Welk bedrag is daarmee gemoeid? Antwoord: Het totale budget voor externe inhuur in 2022 is begroot op € 2.320.538 tegenover € 5.767.655 in 2021. Dit verklaart de daling naar 3%.
Voor de definitie is aangesloten bij de omschrijving in het BBV 3.5.1. ingeleend personeel: Deze categorie bestaat uit de kosten van het inlenen van personeel. Deze kosten zijn daarbij in rekening gebracht op basis van een tarief. Er wordt dus betaald voor het aantal gewerkte uren door het ingeleende personeel, en niet voor de prestatie die het ingeleende personeel levert. Op 1 september 2021 waren er 180 mensen geregistreerd als externe inhuur. Stagiaires en werkervaringsplaatsen zijn hierbij inbegrepen. Ultimo augustus 2021 was er totaal aan facturen voor externe inhuur geboekt € 6.151.134, waarvan € 179.890 voor Data Fryslan en € 1.608.450 voor seizoenskrachten (wsw, groen, schoon en bruggen & havens).