4. TV CIE CDA - antwoorden
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener: Fractie:
Fractie CDA CDA
Commissievergadering/Raad Datum:
26. 27 en 28 oktober
Agendapunt:
Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025
Onderwerp:
Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025
DSO Vraag: - Blz. 10 Ondersteund door een krachtig Ontwikkelfonds Waarom wordt in de laatste alinea ‘focus op de ontwikkeling van Sneek en hebben we volop aandacht voor kansen …. in het programma IJsselmeer, extra de nadruk op Sneek / IJsselmeerkust gelegd? Wat betekent dit ‘extra nadruk’ en wat houdt dit in voor de andere gebieden en steden? Antwoord: In het kader van de Ontwikkelagenda zijn hier al een aantal zaken in gang gezet die met de Ontwikkelmachine onverminderd doorgaan. Dat geldt ook voor de ontwikkelkansen in Bolsward en de andere gebieden. De genoemde focus heeft geen consequenties voor de andere gebieden en steden. Vraag: - Blz. 34 We willen voorloper en experimenteergebied zijn voor de implementatie van nieuwe landschapsopgaves in Nederland. Als we onze kernkwaliteiten willen behouden, waar moeten we dan aan denken? Landschappelijke of bedrijfsmatige opgaves en maatregelen? Antwoord: Het gaat vooral om landschapelijke opgaves en maatregelen. Vraag: - Blz. 35 Nieuwe afspraken voor bedrijventerreinen: Is er ook ruimte voor uitbreiding van de kleine industrieterreinen in kleine kernen als er vraag is en er initiatieven zijn? Antwoord: We kunnen nog niet zeggen dat die ruimte er is omdat we momenteel in gesprek zijn. In de programmabegroting hebben we aangegeven dat we ook inzetten op ruimte naast Sneek en Bolsward in
kleinere kernen. Daarover zijn we nu in gesprek met provincie. Vraag: -Blz. 35 punt 2 Bedrijventerreinen We lezen dat er afstemming moet plaatsvinden over de bedrijventerreinen. Sneek wordt genoemd, net als Bolsward en Makkum. Is overleg en afstemming van lokale en kleinere bedrijventerreinen met de buurgemeente De Fryske Marren, als voorbeeld een bedrijventerrein bij Woudsend of Workum, ook nodig en zo ja wat is daar dan de reden/de motivatie voor? Antwoord: Ja we zijn samen met Fryske Marren 1 bedrijventerreinregio. Dat houdt in dat we samen met hen en provincie afspraken maken over de regionale voorraad, ook als het om kleinere kernen gaat. Achtergrond is dat het regionale aanbod goed wordt afgestemd op de vraagprognose. We zorgen er dan voor dat er voldoende terrein is maar niet onnodig kostbare ruimte wordt ingenomen. Vraag: - Blz. 36 punt 4 Energietransitie De gemeente is grotendeels afhankelijk van de middelen van het Rijk. Het college reserveert op voorhand middelen terwijl nog niet duidelijk is, of, hoeveel, en wanneer de middelen komen. Waarom worden hier gelden gereserveerd, en niet bij een onderwerp zoals de omgevingswet? Antwoord: In de Septembercirculaire is aangegeven dat er € 72,5 miljoen beschikbaar komt voor Klimaat. Een deel van dit bedrag zal via de gemeenten lopen. Besluitvorming over de uitkeringsvorm en de verdeelsystematiek vindt later dit jaar plaats.
We schatten in dat dit € 200.000 zal zijn voor SúdwestFryslân, wat dan in 2022 beschikbaar zal zijn. Mocht dit bedrag onverhoopt niet komen, dan kunnen we gebruik maken van een reservering in de algemene reserve van € 200.000. Mocht dit aan de orde komen, dan zullen we de raad voorstellen om de reservering om te zetten in een krediet. We doen dit bij de klimaatagenda, zodat we kunnen blijven inspelen op actuele ontwikkelingen. De Transitievisie Warmte is op 30 september 2021 vastgesteld door de raad. In het bijbehorende raadsvoorstel is aangegeven dat voor het vervolgproces van de drie wijkuitvoeringsplannen Heeg, Het Eiland in Sneek en Bolsward-Noord € 300.000,- benodigd is in 2022. Daarbij stond vermeld: De beschikbaarstelling van de bedragen is afhankelijk van de bijdragen van het Rijk en de discussie in het kader van de programmabegroting 2022. Het uiteindelijk beschikbaar gestelde budget bepaalt in hoeverre we uitvoering kunnen geven aan de TVW. Naast deze drie wijkuitvoeringsplannen wordt gewerkt aan andere kansrijke initiatieven vanuit onze inwoners die voortgezet moeten worden, bijvoorbeeld het haalbaarheidsonderzoek naar geothermie in Bolsward of het onderzoek naar gebruik van restwarmte van Friesland Campina in Workum.
Kortom, de gereserveerde middelen zijn nodig om de in gang gezette ontwikkelingen voort te kunnen zetten en om in te kunnen spelen op vergelijkbare nieuwe ontwikkelingen. Voor de Omgevingswet hebben we geen bedrag gereserveerd in de algemene reserve. Bij de Omgevingswet zijn namelijk nog geen heldere signalen dat hiervoor vanuit het Rijk compensatie onderweg is.
Vraag: Blz. 37 punt 7 Vitaal landschap Súdwest-Fryslân is een experimenteergemeente schrijft het college. Er worden onder dit beleidsveld veel problematieken aangehaald: de landbouwtransitie, water- en bodemopgaven, het aanvalsplan Grutto, de veenweide aanpak, regiodeal natuur inclusieve landbouw, bomenstrategie en de stikstofproblematiek. Voor alleen de veenweideproblematiek is er inmiddels een redelijk concreet plan. De planning en het detailniveau van de andere onderwerpen is nog erg vaag. Kunt u op hoofdlijnen een doorkijkje (planning op hoofdlijnen) geven wanneer welke problematiek (wel) concreet wordt? Antwoord: In de programmabegroting is aangegeven dat in 2022 het omgevingsprogramma Vitaal Landschap gestalte krijgt. Binnen dit programma moet tot een samenhangende aanpak van de genoemde vraagstukken worden gekomen. Dan kan ook meer expliciet meer in de breedte de rol van de gemeente als experimenteergebied gestalte krijgen in samenhang met beschikbare middelen vanuit o.a. EU-budgetten, Regiodeals, klimaatgeld, agrarisch natuurbeheer, etc.). De planning van het omgevingsprogramma is in voorbereiding. Wel is per onderdeel kort een indicatie te geven over de voortgang. Deels proberen we hierbij als gemeente al voorop te lopen en binnen lopende trajecten al actief mee het voortouw te nemen: a. Landbouwtransitie/Regiodeal Natuurinclusieve landbouw Noord-Nederland (NIL NNL) ▪
De discussie over de ontwikkeling van de landbouw is volop gaande. Met name keuzes op rijksniveau (bijv. uitkoop bedrijven vanwege stikstofproblematiek, te realiseren snelheid in omschakeling naar natuurinclusieve, circulaire landbouw en ambitieniveau reductie CO2-uitstoot in veengebieden). De vorming van een nieuw kabinet is hier een belangrijke factor. Ook rond de wisselwerking tussen rijks- en provinciaal beleid is nog de nodige discussie (bijv. op het stikstofdossier).
▪
O.a. rond de Regiodeal NIL NNL is in meerdere gebieden het gesprek mogelijk over meer concrete plannen op gebiedsniveau (zie punten b en c).
▪
Een nauwere samenwerking van de gemeente met Innovatieplatform Fryslân en YnBusiness is in voorbereiding.
b. Regiodeal Natuurinclusieve landbouw Noord-Nederland, onderdeel kleiweide ▪
Voor het kleiweidegebied (gemeenten SWF, LWD en Waadhoeke) is een subsidiebeschikking in voorbereiding voor 20 concrete projecten. In SWF zijn in drie gebieden voorstellen voorbereid, waarbij voor 5 projecten ook cofinanciering aan SWF is gevraagd. De afwikkeling van de subsidieaanvraag kan naar verwachting in november 2021 plaatsvinden. In 2022 volgt een nieuwe subsidieronde.
c. Veenweideprogramma 2021-2030/Regiodeal Natuurinclusieve landbouw Noord-Nederland, onderdeel veenweide/Groeifondsaanvraag Friese Veenweide ▪
Na de vaststelling van het VP21-30 is het concreet vormgeven van een flankerend beleid voor de landbouw bij te maken keuzes een belangrijk stap. Hierover is intensief contact met de landbouwpartijen. Ook is het Samenwerkingsdocument met de gezamenlijke partners in voorbereiding. De verwachting is dat hier nog in 2021 belangrijke stappen kunnen worden gezet. Formele besluiten volgen in 2022.
▪
De positionering van gebied Idzegea als ontwikkelgebied is in voorbereiding (hangt samen met vorige punt).
▪
De aanpak binnen de veenweide kan nu al deels worden gewerkt met bijdragen uit de Regiodeal (maar ook andere beschikbare budgetten). In oktober 2021 is bij het Groeifonds (het eerdere Wopke Wiebesfonds) een aanvraag ingediend voor een bijdrage van ruim 90 miljoen euro.
d. Klimaatadaptatie ▪
De aanpak hiervoor krijgt gestalte binnen het omgevingsprogramma Klimaatadaptatie. O.a. wordt gewerkt aan de invulling van de SWF aanpak binnen het Europese LIFE IP-traject Klimaatadaptatie (deels voor het landelijk gebied). De hiervoor op te stellen Roadmap wordt rond de jaarwisseling verwacht.
e. Bodemopgaven ▪ f.
Voorstellen liften mee met de aanpak bij de punten a t/m c.
Weidevogels/Aanvalsplan Grutto ▪
De provincie gaat in november 2021 de Friese Nota Weidevogels 2021-2030 ter vaststelling voorleggen aan Provinciale Staten. Intern is een aanpak in voorbereiding om tot een aanvullende gemeentelijke inzet te komen. Besluitvorming in het college wordt nog dit jaar verwacht.
g. Stikstokproblematiek ▪
Binnen het stikstofdossier spelen meerdere aspecten. Natuurcompensatie en uitplaatsing boeren speelt voornamelijk in het oostelijke deel van Fryslân (binnen de daar te organiseren Gebiedsgerichte aanpak). Het treffen van bronmaatregelen en de problematiek m.b.t. toestemmingverlening, stikstofregistratie en monitoring is op dit moment voornamelijk in discussie tussen rijk en provincie. Of in discussie vanwege gerechtelijke uitspraken. Voor de afwikkeling van de PAS-melders is een driejarig legalisatietraject uitgezet.
h. Bomenstrategie (extra bomen/bos voor CO2-opslag) ▪
i.
Eind 2020 is Provinciale Staten geïnformeerd over de provinciale verkenning en is de voorbereiding van verdere voorstellen toegezegd. In 2021 zijn (ambtelijk) voorstellen uitgewerkt en bespreking gebracht (o.a. ook met de gemeenten). Naar verwachting leidt dat in voorjaar 2022 tot bestuurlijke routes.
Overige ▪
Biomassaproject. In 2021 is in een deel van SWF met Agricycling het biomassaproject gestart waarbij gemeentelijk berm- en hekkelmateriaal wordt gecomposteerd op boerenerven. Eind dit jaar volgt een tussenevaluatie van de gekozen aanpak.
Pacht gemeentegronden. Er is in 2021 een aanpassing voor het SWF-pachtbeleid voorbereid. Met een financiële bijdrage in de nieuwe begroting kan de nieuwe aanpak in 2022 gestalte krijgen. Vraag: Blz. 39 2e tabel Parkeren Wat is het verschil tussen de gelden voor parkeren en parkeerbelasting? Is er ook aanleiding om doel, noodzaak, gebruikt etc. van het gereserveerde vak op het Veemarktterrein nader te beschouwen en te evalueren? Dit omdat dit vak vaak niet of weinig gebruikt wordt. Antwoord: Parkeren: Op dit taakveld staan de kosten van parkeervoorzieningen en parkeergarages, zoals onderhoud, afschrijving, energie, etcetera. En ook de personele kosten, zoals vergunningverlening. Parkeerbelasting: Op dit taakveld staan de inkomsten van de parkeerbelasting. Daarnaast de kosten die direct gerelateerd zijn aan het handhaven en invorderen van parkeerbelasting. Evaluatie van de parkeervisie is met de vaststelling ook toegezegd. En op basis van deze evaluatie zouden aanpassingen mogelijk zijn. Evaluatie is altijd in samenspraak met ondernemers en bewoners en staat voor volgend jaar gepland.
Vraag: Blz. 39 2e tabel Riolering Waarom zijn de baten hoger dan de lasten (€ 8.477 / € 6.976). Wat is hier de verklaring voor? Antwoord: Dit komt omdat in de tabel van pagina 39 bij Riolering alleen de kosten van het taakveld riolering staan vermeld. Wij mogen echter meer kosten toerekenen. Zo mogen we bijvoorbeeld ook een deel van de kosten van straatreiniging toerekenen aan de rioolheffing (straatreiniging voorkomt verstopping straatkolken/riolering). Dat geldt ook voor de kosten van overhead. Deze kosten bevinden zich op een ander taakveld, en zijn daarom in de tabel op pagina 39 niet bij de lasten van Riolering opgenomen. Op pagina 68 van de begroting staat een overzicht van de kosten en opbrengsten van de Rioolheffing met een goede toerekening. Hier kunt u zien dat de totale kosten hoger zijn dan de totale opbrengsten. Vraag: Blz. 41 Per 1 jan 2023 moet een kantoor energielabel C hebben. Veel (vaak oudere) kantoren zijn privaat eigendom. Is dit een verplichting die kan worden afgedwongen? Antwoord: In artikel 5.11 van het Bouwbesluit 2012 is opgenomen dat het vanaf 1 januari 2023 verboden is om een kantoorgebouw in gebruik te nemen of te gebruiken als deze niet beschikt over een Energielabel C (of beter). In het artikel zijn enkele uitzonderingen opgenomen op deze verbodsbepaling.
In beginsel is de gemeente (het college) het bevoegde gezag om op te treden tegen overtredingen van (dit artikel van) het Bouwbesluit 2012. Dat is alleen anders als het een kantoor betreft (dat valt onder de Label C verplichting) dat onderdeel uitmaakt van een IPPC of BRZO inrichting. In dat geval is de provincie bevoegd gezag. Vraag: Blz. 42 e.v. nieuwe voorstellen Komt er van elk nieuw voorstel in 2022 een separaat raadsvoorstel? Zo niet, van welke wel? Antwoord: Nee, met het vaststellen van de Programmabegroting geeft de raad aan akkoord te zijn met de gedane voorstellen. Er komen dus geen separate raadsvoorstellen. Uitzondering is voorstel 17 (Investeringen in kapitaalgoederen). Hiervoor is een totaalbedrag van € 3 miljoen per jaar opgenomen op het investeringsprogramma. Over de nadere invulling van deze € 3 miljoen volgt nog wel een raadsvoorstel. Bij de voorstellen 13 (Klimaatagenda) en 19 (Omgevingswet) zijn in afwachting op rijksmiddelen nog geen bedragen begroot. Wanneer er middelen beschikbaar komen vanuit het Rijk, dan volgt ook daarover nog een voorstel richting de raad. Afhankelijk van hoe en wanneer dit beschikbaar komt, zou het kunnen dat dat geen separaat raadsvoorstel wordt, maar een voorstel in een bestuursrapportage of via resultaatbestemming jaarrekening.
Vraag: Blz. 43 Fryske projectenmachine U schrijft: “deelname is vrijwillig maar niet vrijblijvend”. Graag een nadere toelichting? Antwoord: De deelnemers (gemeenten, provincie en kennisinstellingen) worden geacht naast de financiering ook actief te participeren in (netwerk-)sessies en door het aandragen van projecten. Naast een financiële deelname, wordt dus ook extra inzet gevraagd. Vraag: Blz. 47 punt 22 Stedelijk water Kan het college met zekerheid stellen dat onze gemeente voldoende financiële middelen van het waterschap ontvangt voor het beheer en onderhoud van het stedelijk water? Of is een gerede kans dat door te lage budgetten achterstanden ontstaat, of al zijn ontstaan? Het lijkt erop dat op onze kosten de achterstanden eerst worden wegwerken voordat de overdracht plaatsvindt. Hoe kijkt u hier tegen aan? En: Krijgen we alle beheer- en onderhoud kosten van het waterschap? Antwoord: In 2016 hebben alle Friese gemeenten met Wetterskip Fryslân een overeenkomst gesloten voor het onderhoud van het stedelijk water. De gemeenten voeren het onderhoud uit en krijgen daarvoor een vergoeding van het Wetterskip. Daarbij kregen 4 gemeenten (waaronder SWF) een te lage vergoeding door een financieel plafond van het Wetterskip. Onderdeel van de overeenkomst was dat in 2019 een evaluatie zou plaatsinden naar de daadwerkelijke kosten en areaal en de btw compensatie.
Uit deze evaluatie bleek dat de vergoeding van het Wetterskip te laag is, door toename van het areaal. Na een bestuurlijk overleg heeft het Wetterskip aangegeven de kosten voor het onderhoud aan de watergangen geheel te vergoeden inclusief btw. Ook krijgen de 4 gemeenten een compensatie van het tekort over de jaren 2020 t/m 2022. Voor het onderhoud aan de zogenaamde vijvers houdt het Wetterskip vast aan een financieel plafondbedrag. De bijdrage van het Wetterskip is dus niet kostendekkend voor onze gemeente. Voor het tekort aan bijdrage voor de vijvers kiezen we er voorlopig voor om qua onderhoud niet meer uit te voeren dan waarvoor we een vergoeding ontvangen. Dit heeft tot gevolg dat er achterstanden (kunnen) ontstaan. Er is bestuurlijk afgesproken dat er voor 1 januari 2023 een nieuwe vijverregeling wordt opgesteld. Over het wegwerken van het achterstallig onderhoud zijn in 2004 afspraken gemaakt tussen de Unie van waterschappen en de VNG. Daarbij is afgesproken dat de waterschappen 50% van de kosten van het achterstallig onderhoud betalen. Wetterskip Fryslân betaalt dus 50% van het achterstallig onderhoud in onze gemeente. Zoals eerder is aangegeven is de bijdrage van het Wetterskip niet kostendekkend, met name voor de vijvers.
Het Wetterskip ging/gaat er vanuit dat de gemeente de btw over de vijververgoeding en het achterstallig onderhoud (50% bijdrage van het Wetterskip) compensabel is. Deze vraag staat nog uit bij de Belastingdienst. Dit najaar gaan we de gemeenteraad nog informeren over de stand van zaken van het OSW.
Vraag: Blz. 48 punt 23 Boscompensatie Onze gemeente is aangeschreven door de provincie omdat er onvoldoende boscompensatie heeft plaatsgevonden. Waar komen (zijn) de nog te compenseren 4.1 ha bos te liggen? Kan het college garanderen dat de compensatie snel en correct wordt uitgevoerd? Antwoord: Het te compenseren bos wordt aangeplant in het bos zelf, aan de Wattstraat, buitenzijde wijk de Domp en nog een aantal andere locaties. De aanplant wordt uiteraard snel en correct uitgevoerd. Vraag: Blz. 53 3. Personele inzet Graag een nadere toelichting op het aantal fte’s (hoeveel) en de functies die worden gevraagd (wat is waar nodig). Antwoord: Algemeen: sturen op formatie vertaalt zich al jaren in sturen op loonsom. Dit omdat een bedrag nog niks zegt over het aantal, het type of de zwaarte van een functie. De gemeenteraad heeft middels de Koersnota 2022 ingezet op een aantal grote opgaven. E.e.a. is vertaald in de Programmabegroting 2022 e.v. Alles in het kader van Súdwest-Fryslân Ontwikkelt en Verduurzaamt. En onder het motto van Wonen Werken en Genieten. Daarbij vormt de kwaliteit van dienstverlening het fundament. Een fundament dat al onze inwoners merken. Of dat nu in het Sociaal Domein is, of bij Openbare Ruimte, of bij Vergunningen. Overal is sprake van klantcontacten met onze inwoners en ondernemers.
Raad en college hebben in deze raadsperiode bewust ingezet op verdere professionalisering van de organisatie. Verdere professionalisering om de toenemende complexiteit van de opgaven te kunnen oppakken. Het gaat dan niet alleen om aantallen medewerkers (fte’s) maar veel meer om kwaliteit. Bij de thans gevraagde extra middelen gaat het dan ook zeer bewust om de versterking van de inzet. Het gaat dus enerzijds om verzwaring van de strategische kracht (met name op de grote opgaven) en anderzijds om verzwaring op de uitvoeringskracht (directe dienstverlening). En om welk type functies gaat het dan? Onder meer om specialistische kennis op zowel sociaal, ruimtelijk en economisch gebied. Alles in relatie tot de grote opgaven (Transformatie Sociaal Domein, Omgevingswet, Wonen, Digitalisering enzovoorts). Maar ook om hands-on functies (bijvoorbeeld - naast voornoemde grote opgaven - bij Gebiedsteams, Klantcontacten en Vergunningverlening). Vraag: Blz. 53 4. G40 en netwerken Graag een nadere toelichting welke prestatie hier geleverd wordt. Wat wordt ‘geleverd’ voor genoemd bedrag van € 35.000,- (waar is het bedrag voor?) Antwoord: Ter versterking van de positionering van Súdwest-Fryslân is bestuurlijke samenwerking essentieel. De G40 is één van de netwerken waar we bij aan willen sluiten.
Dit bedrag is deels voor het lidmaatschap van de G40 (€ 20.000) en deels voor de toegenomen kosten van het VNG / VFG lidmaatschap (€ 15.000). Aangezien de mogelijkheden van toetreding tot de G40 nog niet zeker zijn wordt eerst uitgegaan van één jaarschijf. Begin 2022 zal helder worden of hier een structureel vervolg aan kan komen.
Vraag: Onderhoud kapitaalgoederen. Blz. 84 Oevers en kaden 4: Op basis van de Waterwet zijn Provincie, Wetterskip en gemeente bezig met de overdracht van oevers, kaden en vaarwegen. We lezen in de programma begroting dat het duidelijk is wie verantwoordelijk is voor beheer en onderhoud. Kan het college aangeven of en wanneer er duidelijkheid komt over de beheer- en onderhoudsplicht van oevers, kades en vaarwegen? Antwoord: Het gaat hier specifiek om het beheer en onderhoud van de oevers en kaden langs officieel aangewezen vaarwegen in Friesland. De vaarwegen zelf zijn in 2014 herverdeeld. De provincie beheert de beroepsvaarwegen en de recreatieve vaarwegen Azm t/m Dm. Wetterskip Fryslân beheert de vaarwegen met klasse E en F. Langs al deze vaarwegen liggen aan weerskanten ook oevers (hard of zacht). Daar gaat dit vraagstuk over. Het afgelopen jaar is er hard gewerkt om een digitale beheerkaart op te stellen met daarop alle oevers (ca. 1760 km), waarbij een voorlopige beheerder is aangewezen (o.b.v. van de gekozen variant 5). De komende periode gaan de gemeenten in gesprek met de provincie en het Wetterskip om de discussiepunten te bespreken en de versnippering eruit te halen. Daarna volgt de financiële doorvertaling. Hierover verwachten we begin 2022 meer te kunnen vertellen.
2022 wordt verder benut om de beheerkaart verder te verbeteren, de samenwerkingsovereenkomsten op te stellen en de vertaling naar de Vaarwegen Verordening Fryslân (VVF) te maken. Zodra deze gereed zijn, worden deze stukken voorgelegd aan de bestuurders van de drie overheden. Voor ons is dat het college en de gemeenteraad (verwachting medio 2022). Als iedereen heeft ingestemd, volgt in 2023 het proces van ter inzage en eventuele aanpassingen. De vaststelling is een bevoegdheid van Provinciale Staten. De inwerktreding is naar verwachting 1 januari 2024. Ruim voor die tijd is het van belang te weten of er meer onderhoud en daarmee ook onderhoudsgeld nodig is voor SWF. Vraag: Blz. 86 Groen 5: Om de drie jaar wordt er een meting gedaan door een onafhankelijk bedrijf. Kan er duidelijkheid gegeven worden over hoe deze meting tot stand komt? Waar richt deze meting zich op? Wat zijn criteria en wie bepaalt deze ? Antwoord: Het doel van de meting is het controleren van de met de raad afgesproken kwaliteitsafspraken/ambities. Dit doen we aan de hand van de beeldmeetlatten en de landelijke richtlijnen van het CROW. De meting richt zich op de volgende onderdelen: -
Groen – beplanting, bomen en grassen
-
Meubilair
-
Verharding (bijv. zwerfafval, onkruid, wortelopdruk)
-
Water (drijfvuil)
Op 205 meetlocaties van 100 x 100 meter en op 20 A-locaties met een cirkel/straal van 50 meter, zijn 48 beeldmeetlatten, verdeeld over bovenstaande categorieën, per locatie op kwaliteit beoordeeld.
Dit sluit aan bij de landelijke richtlijnen van het CROW. De metingen zijn uitgevoerd in de maanden september (vorig jaar), mei en juli waardoor er een goed beeld ontstaat tijdens het volledige groeiseizoen. De uitkomsten van deze metingen worden geëvalueerd en waar mogelijk wordt het beheer bijgesteld/verbeterd. Vraag: Grondbeleid Blz. 106 Verwachte ontwikkelingen (omgevingswet): 6: De verwachte invoering van de omgevingswet medio 2022 vraagt om aanpassing in het grondbeleid. Welke aanpassing zal er dan naar verwachting noodzakelijk zijn? Antwoord: De Omgevingswet geeft veel veranderingen, de belangrijkste op het gebied van grondbeleid zijn: •
Het verhalen van gemeentelijke kosten op private bouwplannen wordt enigszins anders
•
Het organische ontwikkelmodel, zonder eindbeeld en tijdvak, wordt in de wet benoemd en heeft
georganiseerd een eigen methode van kostenverhaal •
Naast kavelruil in landelijk gebied kan de gemeente ook binnenstedelijke kavelruil organiseren, bijvoorbeeld om winkelgebied met leegstand – of andere ruimtelijke functies - weer te concentreren
•
Publiekrechtelijk afdwingbare bijdragen voor ruimtelijke ontwikkelingen zoals infrastructuur
•
Onteigening wordt anders georganiseerd
Deze lijst is niet uitputtend. Vraag: Blz. 107 Nieuwe woningbouwplannen, in bv Woudsend, Scharnegoutum, Oosthem en Boazum zijn woningbouwprojecten in voorbereiding. Wanneer kan de bouw starten. Is er een tijdspad ? Antwoord: Voor al deze plannen geldt dat er nog planvorming moet plaatsvinden. Daarna kan de bestemmingsplan- of Omgevingsplanprocedure worden doorlopen. Vervolgens kan het gebied bouwrijp worden gemaakt. Daarna kan de bouw starten. Tot start bouw duurt dit minimaal circa twee jaar, meestal drie jaar of nog langer. Vraag: Blz. 121 Bestemmingsreserve voor groot onderhoud/sport/recreatie/dorpshuizen 535.000 We zijn in afwachting van de rapportage maar Is deze prognose realistisch en niet aan de lage kant? Waar is ruimte als er meer nodig is? Antwoord: Voor grootonderhoud aan dorpshuizen, wijkgebouwen en MFC’s (ontmoetingsplaatsen) is jaarlijks een bedrag van ruim € 264.000 opgenomen in de begroting. Dit hoort bij de subsidieregeling die sinds 2012 van kracht is, en op 31 december 2022 zal aflopen. De ontmoetingsplaatsen binnen onze gemeente zijn gecategoriseerd en elke categorie heeft recht op een bepaald bedrag. Binnen de regeling kunnen besturen subsidie aanvragen voor groot onderhoud.
Mocht er in bepaald jaar geld ‘overblijven’ dan wordt dat naar de bestemmingsreserve groot onderhoud sport/recreatie/dorpshuizen overgeheveld zodat het genoemde budget beschikbaar blijft voor de ontmoetingsplaatsen.
Omdat de subsidieregeling afloopt, wordt er de komende tijd geëvalueerd over het huidige beleid. Daarnaast zal de besturen gevraagd worden om mee te denken met het nieuwe beleid. Het huidige onderhoudsbedrag kan te laag gevonden worden. De uitkomsten van de sessies met de besturen, zullen meegenomen worden voor het advies voor het nieuwe subsidiebeleid. Deze zal halverwege volgend jaar naar uw raad gestuurd worden. Dat advies is de uitwerking van het onderzoek naar de ontmoetingsplaatsen (2019). BM Vraag: Blok 2, programma 1 Sociaal Blz.22 Er wordt aangegeven dat hoe het werkleerbedrijf er uit komt te zien, wordt uitgewerkt op basis van een businesscase die in 2021 is gemaakt in opdracht van de GR Fryslân-West. Wat is de status van deze businesscase en wanneer ontvangt de raad deze? Antwoord: De businesscase is nog niet af. De voorlopige planning is dat de raad eind 2021 de businesscase ontvangt. Vraag: Blz. 29: Bij het Harmoniseren contracten en subsidies wordt aangegeven dat een groot deel van de ombuiging is gerealiseerd, tweederde, en dat dit het maximale is wat gerealiseerd kan worden. Wat is de reden dat er niet meer dan tweederde kan worden gerealiseerd?
Antwoord: De insteek was om te harmoniseren en op basis van het onderzoek is dit het maximale resultaat. Het totale bedrag was een inschatting m.b.t deze harmonisatie en is achteraf niet helemaal juist. Vraag: Europe Ready Fryslan Inmiddels zijn er 5 deelsessies geweest. Welke kansrijke Europese projecten zitten er momenteel in de pijplijn? Zijn er überhaupt voldoende kansrijke projecten en zo ja binnen welk thema? Antwoord: Op dit moment zijn concreet projecten in aanvraag of voorbereiding op het gebied van klimaatadaptatie (Life IP), arbeidsmarkt (ESF, via arbeidsmarktplatform) en duurzame energie. In de Europa strategie hebben we de kansrijke thema’s voor onze gemeente beschreven. Met de ontwikkelmachine zetten we dan ook juist op deze thema’s in voor de ontwikkeling van projecten. Overigens is het goed hierbij nogmaals te benoemen dat projectontwikkeling naast de inzet van mensen en middelen ook tijd kost en dat niet alle financieringsaanvragen altijd zullen slagen. Vraag: Blz. 12 Waaruit blijkt bij maatschappelijke vraagstukken de ruimte voor de inwoners inzake besluitvorming, inspraak en agendavorming? Antwoord: Het ontwikkelfonds is vooral een financieringsinstrument en geen inhoudelijke agenda, maar juist bedoeld om bestaande (en nieuwe) agenda’s en plannen te financieren.
Voor onze visie op burgerparticipatie verwijzen we naar het onderdeel ‘vernieuwing lokale democratie’, maar benoemen bijvoorbeeld ook onze werkwijze met het Burgerforum, de tafel van Makkum en onze aanpak in de Transitievisie Warmte.
Vraag: Blz. 31:10 schoolorkesten realiseren…… Het verenigingsleven in Fryslân staat onder druk, blijkt uit onderzoek van het Fries Sociaal Planbureau (FSP). Dat komt door minder leden, minder vrijwilligers en minder activiteiten, maar ook door coronamaatregelen, minder geld, nieuwe regelgeving en maatschappelijke veranderingen. Zowel de verenigingen zelf als de inwoners van Fryslân vinden dat ontmoeting in verenigingsverband essentieel is voor een sterk gevoel van sociale verbondenheid. Waar vinden we de noodzakelijke aanpak hiervan terug in de programmabegroting? Antwoord: Inzicht Om een juiste aanpak te bepalen is allereerst inzicht nodig. Daarom is in oktober 2021 (opnieuw) een enquête uitgezet om inzichtelijk te maken welke impact corona nu daadwerkelijk heeft op onze culturele organisaties. Wij willen graag weten waar ieders uitdagingen liggen voor de toekomst. De uitkomsten van de enquête gebruiken we om te bepalen wat de beste ondersteuning voor de cultuursector is. Zo kunnen we met elkaar blijven bouwen aan Súdwest-Fryslân als bruisende culturele gemeente. Daarnaast hebben we het Coronafonds, welk als een vangnet fungeert voor maatschappelijke organisaties en sportclubs die het financieel moeilijk hebben en waarbij het voortbestaan aantoonbaar in gevaar lijkt. Subsidies Het ongewijzigd voortzetten van de bestaande subsidieregelingen c.q.
bedragen biedt de verenigingen in ieder geval een vaste basis om vanuit door te gaan. Het inzetten van de bestaande middelen richt zich dan ook voor een groot deel op instandhouding van de bestaande infrastructuur. Het is vooral de manier waarop we omgaan met voorwaarden/verplichtingen, waarbij in veel gevallen op basis van de hardheidsclausule redelijke besluitvorming plaatsvindt. Voor wat betreft de jaren 2020, 2021 en 2022 is besloten soepeler om te gaan met termijnen en criteria. Dit betekent o.a. dat subsidies bij geen uitvoering van activiteiten niet terugbetaald hoeven te worden. VerenigingsMonitor 2021 Onlangs is ook de VerenigingsMonitor 2021 uitgekomen vanuit het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA). De VerenigingsMonitor onderzoekt de belangrijkste trends en thema’s binnen de culturele verenigingen. De eerste editie van de VerenigingsMonitor vond in 2018 plaats. Deze keer stond de monitor mede in het teken van de gevolgen van de coronapandemie. De coronapandemie beïnvloedde het ledenbestand, de financiën, de zichtbaarheid, het artistiek en aanvullend aanbod, waardoor op termijn de organisatiekracht van verenigingen kan verzwakken. Ons eigen onderzoek i.c.m. de informatie uit deze monitor helpt ons bij het maken van nieuw cultuurbeleid (v.a.
2022), met daarin ook aandacht voor amateurkunst zodat verenigingen ook in de toekomst een belangrijke voorziening voor kunstbeoefening blijven. Sport Het is een landelijke trend dat het aantal leden bij sportverenigingen af neemt. Er zijn steeds meer mensen die zelf gaan sporten en bewegen in de openbare ruimte, in kleine groepjes. Mensen worden daarnaast individualistischer, waardoor gebondenheid door een lidmaatschap en vrijwilligerswerk minder wenselijk is. Vanuit sport wordt al via het beweegteam SWF ingezet op verenigingsondersteuning. Dit is in coronatijd nog versterkt. De inzet vanuit de verenigingsondersteuner richt zich op het aantrekken van nieuwe leden en vrijwilligers, maar ook op het versterken van het bestuurlijk kader. Verenigingen moeten daarnaast mee in nieuwe ontwikkelingen door niet alleen de traditionele
sportactiviteiten aan te bieden, maar ook aanbod aanbieden voor bijvoorbeeld nieuwe doelgroepen zoals ouderen en sporters met een beperking of flexibele lidmaatschappen. Op die manier kan een vereniging in een dorp of stad blijven bestaan. Dit draagt mede bij aan de leefbaarheid. Dat mensen elkaar kunnen ontmoeten draagt bij aan de sociale verbondenheid, dit kan bij een vereniging zijn, maar ook in de openbare ruimte. Via het Sportakkoord wordt ook ingezet op sport en bewegen en samenwerking tussen verenigingen en andere sportpartijen.