4. PvdA I aanpassing Beeldkwaliteitsplan Oppenhuizerweg te Sneek
Tekst van het document
Actuele vragen (artikel 33 RvO) Van
:
Jan Flikkema (PvdA)
Aan
:
De voorzitter van de raad
Onderwerp
:
Aanpassing Beeldkwaliteitsplan Oppenhuizerweg te Sneek
Datum raadsvergadering
:
12 juni 2025
Aanleiding: De beantwoording van mijn schriftelijke vragen m.b.t. de verplaatsing voorgenomen locatie rotonde Oppenhuizerweg welke zijn ingediend op 1 april en beantwoord op 16 mei jl, resulteert in een aantal vervolgvragen. Voornamelijk in de chronologische volgorde zijn er een aantal zaken onduidelijk, waardoor er vraagtekens te plaatsen zijn bij de gevolgde procedures. Het is belangrijk om nogmaals aan te geven dat de raadsvergadering, waarin door de Raad is ingestemd met het beeldkwaliteitsplan herinrichting Oppenhuizerweg plaatsvond op 19 december 2024 met daarin ingetekend een rotonde ter hoogte van het Wumkeshús voor de ontsluiting van het parkeerterrein op het voormalige Flexaterrein. Op 5 januari 2025 is aan de bewoners van het appartementencomplex Zomerrak aan de Oppenhuizerweg een nieuwe tekening gepresenteerd, waarin de rotonde ineens ligt op de kruising met de Willem Lodewijkstraat.
Vragen: 1. In de beantwoording wordt gesteld dat er in de periode 19 december – 5 januari ontwikkelingen zijn geweest die de weg vrij maken voor het alternatief Willem Lodewijkstraat. Het gaat hierbij om de aankoop en sloop van de kiosk. Echter, er is door de gemeente al toestemming verleend voor sloop van de kiosk op 11 december, dus ruim voordat de Raad het Beeldkwaliteitsplan vaststelde. Waarom is dit toen niet met de Raad gedeeld? 2. Hoe verklaart u dat de initiatiefnemer (dhr Kooistra als eigenaar van de Jumbo Supermarkt) kennelijk zomaar de kiosk koopt en vervolgens sloopt, waarna er een alternatieve variant ontstaat? Is de wethouder het met mij eens dat het logischer en aannemelijker lijkt dat er -voordat de initiatiefnemer tot koop en sloop is overgegaan - een toezegging is gedaan door de gemeente m.b.t. de door de initiatiefnemer gewenste verplaatsing van de rotonde? 3. De bewoners van het appartementencomplex Zomerrak hebben zich, als mede-eigenaar van het eigen – door middel van een slagboom afgesloten – parkeerterrein meerdere malen uitgesproken tegen de verplaatsing van de rotonde naar de kruising Willem Lodewijkstraat. Eén van de door hen aangevoerde argumenten gaat om de statutaire bepaling dat er een directe ontsluiting van hun parkeerterrein op de openbare weg moet zijn. In de alternatieve variant wordt hier vanaf geweken.
U wilt privaatrechtelijk instemming vragen aan de bewoners, maar nu door de betrokken bewoners bij herhaling is aangegeven dat men niet wil instemmen, waarom zet u deze procedure dan toch door? 4. U geeft aan dat de verplaatsing van de rotonde naast de wens van de heer Kooistra ook de wens is van de gemeente. U meldt hierbij dat er onderzoek wordt gedaan naar de meest optimale
verkeerssituatie waarbij rekening wordt gehouden met de veiligheid. Kortom, er wordt nog een onderzoek verricht, maar u komt nu al tot de conclusie dat de optie Willem Lodewijkstraat een veiliger optie is. Waar is dit dan op gebaseerd? Wilt u dit nieuwe onderzoek delen met de Raad? En waarom is dit dan niet naar voren gekomen uit het eerdere onderzoek inzake de herinrichting van de Oppenhuizerweg, waarin dus juist bewust is gekozen voor de locatie rotonde bij het Wumkeshús? 5. Er is mij meermaals door de gemeente medegedeeld dat een verplaatsing van de rotonde naar de kruising Willem Lodewijkstraat ook op brede steun kan rekenen van de bewoners Willem Lodewijkstraat. Inmiddels blijkt dat dit beslist niet het geval is. Waar is de eerdere bewering over deze instemming dan op gebaseerd en in hoeverre is ook het verzet door de bewoners van de Willem Lodewijkstraat en de Ernst Casimirstraat tegen voorgenomen verplaatsing voor de gemeente een argument om deze verplaatsing te schrappen uit de plannen? 6. Uit de beantwoording en de volgorde waarin zaken zich afspelen kan de indruk ontstaan dat de zogenaamde alternatieve variant al voor 19 december bij de gemeente bekend was, en zelfs de voorkeur geniet. Echter, als Raad zijn wij nog steeds niet officieel geïnformeerd over deze alternatieve variant, terwijl we wel hebben ingestemd met het originele beeldkwaliteitsplan op 19 december.
Begrijpt de wethouder dat dit tot een onbehaaglijk gevoel leidt en hoe gaat u ervoor zorgen dat de raad volledig en tijdig wordt meegenomen in dit gehele proces?