CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

27. TV CIE PvdA - Bijlage II Notitie materiele vaste activa 2020

Raadsvergadering 22 december 2022, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Bestjoersrapportaazje septimber, oktober 202218.455 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De bestaande boekwaarde van de grond en de sloopkosten van de vleugel resulteren in een opnieuw te activeren boekwaarde van de grond van het nieuw te bouwen schoolgebouw. Deze nieuwe boekwaarde mag echter op het moment van activeren niet hoger zijn dan de marktwaarde van de grond. Indien de oude boekwaarde plus de sloopkosten van de vleugel hoger is dan de marktwaarde van de grond van het nieuw te bouwen schoolgebouw, vindt (alsnog) afwaardering c.q. afboeking plaats tot het bedrag van de marktwaarde. 

Een gemeente heeft medio jaren negentig een parkeergarage gebouwd. Recentelijk is gebleken dat de waarde van dit vastgoed sterk gedaald is. Als sprake is van duurzame exploitatie van vastgoed met een maatschappelijke functie, dan speelt duurzame waardevermindering geen rol. Afwaardering is niet toegestaan. Er wordt gewaardeerd op

58

basis van de historische uitgaafprijs en afgeschreven op basis van de verwachte gebruiksduur. Voor vastgoed met een economische functie is afwaardering verplicht en wordt de toets met behulp van de directe opbrengstwaarde voorgeschreven. Bij de berekening van een indirecte opbrengstwaarde wordt uitgegaan van de beste inschatting van de toekomstige opbrengsten o.b.v. de bestaande gebruiksintentie, besluitvorming etc. De indirecte opbrengstwaarde wordt overigens niet als waarderingsgrondslag gehanteerd in het BBV. Wel kan de indirecte opbrengstwaarde worden gebruikt ter indicatie van een mogelijke

duurzame

waardevermindering.

Casuïstiek inzake onderhoud  Voor gemeenten die niet vrijwillig de voorziening groot onderhoud vrij hebben moeten laten vallen, heeft de commissie BBV het standpunt ingenomen, dat dit (onder voorwaarden) geen structurele budgettaire gevolgen mag hebben. Deze voorwaarden zijn dat de raad heeft besloten om terug te keren naar het via een voorziening egaliseren van lasten groot onderhoud en dat het beheerplan daartoe binnen een redelijke termijn geactualiseerd wordt. Deze redelijke termijn wordt afgestemd met de toezichthouder. Zo ontstaat een tijdelijke periode, een zogenaamde ‘herstelperiode’, waarin de incidentele mutaties in de bestemmingsreserve groot onderhoud niet gecorrigeerd hoeven te worden op het structureel begrotingssaldo. Op deze manier kan een gemeente de lasten groot onderhoud tijdelijk blijven egaliseren, zonder dat dit budgettaire consequenties heeft. De mutaties in de bestemmingsreserve blijven echter formeel incidenteel van aard. 

Een brug is door achterstallig onderhoud dermate onveilig dat deze wordt afgesloten omdat het verkeer er niet veilig meer overheen kan rijden. De brug kan nog niet worden vervangen. Het is noodzakelijk en urgent om zodanige werkzaamheden te verrichten dat de brug weer kan worden opengesteld voor het verkeer. De kosten hiervan worden geraamd op € 3 mln. De gemeente moet een voorziening van € 3 mln. vormen in het jaar dat de onveiligheid van de brug is vastgesteld.

Een brug kent achterstallig onderhoud maar er is geen sprake van een onveilige situatie. De brug is in het meerjaren investeringsplan opgenomen om over 3 jaar vervangen te worden. De gemeente besluit tot versnelde vervanging van de brug in het komende jaar. De nieuwe brug wordt als vervangingsinvestering geactiveerd voor de totale kosten van aanleg en afgeschreven over de verwachte gebruiksduur. De restantboekwaarde van de oude brug wordt bij de buiten gebruikstelling volledig afgeboekt.

59

Bijlage 7: Uitwerking componentenbenadering De toepassing van de componentenbenadering kan worden geïllustreerd aan de hand van het verkrijgen van een kantoorpand. Het pand is daarbij, conform artikel 52 BBV, tenminste op te delen in de volgende componenten: - Grond

-> niet op afschrijven

- Gebouw

-> stel: afschrijven in 40 jaar

- Verwarmingsinstallaties

-> stel: afschrijven in 15 jaar

- Liftinstallatie

-> stel: afschrijven in 20 jaar

- Vloerbedekking

- > stel: afschrijven in 10 jaar

De lasten voor de te onderscheiden samenstellende delen worden op basis van bovenstaande opdeling afzonderlijk opgenomen en afgeschreven. In dit voorbeeld kan na 15 jaar de cv-ketel worden vervangen en opnieuw worden geactiveerd. Wanneer de levensduur van bijvoorbeeld de cv-ketel onverwacht technisch eerder eindigt, kan binnen de componentenbenadering de cv-ketel toch vervangen en geactiveerd worden. De restant boekwaarde van de oude cv-ketel dient dan wel in één keer te worden afgeboekt. Er kan alleen worden afgeschreven op activa die in gebruik zijn. De restantboekwaarde kan niet worden ingebracht als onderdeel van de te activeren vervaardigingsprijs van de nieuwe cv-installatie. Gemeenten kunnen er ook voor kiezen om een materieel actief in zijn geheel te activeren en één afschrijvingstermijn te hanteren. De onderdelen die een kortere gebruiksduur hebben dan de vooraf bepaalde gebruiksduur van het gehele actief, en dus eerder vervangen moeten worden, vallen onder het groot onderhoud. Via het vormen van een onderhoudsvoorziening kunnen de kosten van toekomstig groot onderhoud gelijkmatig gespreid worden in de tijd.

60

Voorbeeld – activeren met de componentenbenadering Vervaardiging (bouw) van een gebouw met een kostprijs van € 2.000.000. Hiervan heeft € 200.000 betrekking op de grond. Bij de investering worden de volgende schattingen gemaakt. De gebruiksduur van het gebouw bedraagt 40 jaar. Eens per 15 jaar dient de bitumenlaag van het dak te worden vervangen (investering € 45.000). De gebruiksduur van de lift wordt geschat op 20 jaar. Het investeringsbedrag voor de lift bedraagt € 100.000. De vloerbedekking (investeringsbedrag € 25.000) gaat 10 jaar mee.

Uitwerking: Indien de oorspronkelijke bestanddelen van de grond, de dakbedekking, de lift en de vloerbedekking volgens de componentenbenadering zijn afgesplitst van de totale vervaardigingsprijs, worden de afschrijvingen als volgt bepaald: - Grond:

€ 200.000 (niet afschrijven)

€

- Dakbedekking:

€ 45.000/15 jaar

€ 3.000

- Lift:

€ 100.000/20 jaar

€ 5.000

- Vloerbedekking:

€ 25.000/10 jaar

€ 2.500

- Gebouw: (restant)

€ 1.630.000/40 jaar

€ 40.750

Afschrijving jaar 1:

0

€ 51.250

Na 14 jaar wordt de dakbedekking (vervroegd) vervangen voor een bedrag van € 48.000. Na 21 jaar wordt de lift vervangen voor een bedrag van € 110.000. De vloerbedekking wordt regulier na 10 jaar vervangen voor € 30.000.

Uitwerking: De afschrijving van het gebouw wijzigt niet. De (her)investering van het vervangen van de dakbedekking na 14 jaar ad € 48.000 wordt als nieuw afzonderlijk bestanddeel geactiveerd als onderdeel van het gebouw en wordt opnieuw afgeschreven over de verwachte gebruiksduur van 15 jaar. Aangezien de dakbedekking eerder wordt vervangen dan was voorzien, wordt de resterende boekwaarde ad € 3.000 van de oorspronkelijke investering (= € 45.000 minus 14 x € 3.000 afschrijving) als boekverlies verantwoord in de exploitatie. De nieuwe afschrijvingslast bedraagt € 3.200.

61

De (her)investering van de lift ad € 110.000 wordt als nieuw afzonderlijk bestanddeel geactiveerd en wordt vervolgens afgeschreven over de verwachte levensduur. Er is geen afboeking van een restantboekwaarde noodzakelijk, aangezien de boekwaarde van het liftbestanddeel aan het eind van jaar 20 nihil is. Er is 1 jaar (in jaar 21) geen afschrijvingslast. De nieuwe afschrijvingslast bedraagt € 5.500. De (her)investering van de vloerbedekking ad € 30.000 wordt als nieuw afzonderlijk bestanddeel geactiveerd en wordt vervolgens afgeschreven over de verwachte levensduur. Er is geen afboeking van een restantboekwaarde noodzakelijk, aangezien de boekwaarde van de vloerbedekking aan het eind van jaar 10 nihil is. De nieuwe afschrijvingslast bedraagt € 3.000.

In tabel 1 worden enkele voorbeelden gegeven voor welke categorieën kapitaalgoederen de componentenbenadering kan worden toegepast en welke componenten daarbij kunnen worden onderscheiden. Een gemeente die de componentenbenadering voor een bepaalde categorie kapitaalgoederen wil gaan gebruiken moet dit consequent voor deze categorie toepassen. Dit kan zij realiseren door in haar financiële verordening onder meer vast te leggen voor welke categorie van activa de componentenbenadering wordt toegepast en met ingang van welke datum.

62

Tabel 1 Componentenbenadering AfschrijvingsCategorieën

Eenheid

Componenten

termijn (Indicatief)

Woonruimten Woning

Grond

0

Gebouw

40

Verwarmingsinstallatie

15

Sanitair

20

/sportaccommodaties Grond

0

Gebouwen Schoolgebouw /bedrijfsgebouw

Gebouw

40

Verwarmingsinstallatie

15

Liftinstallatie

20

Sanitair

20

Cateringvoorzieningen

10

Riolering

Grond (ondergrond)

0

Afhankelijk van

Leidingstelsel

60

type riolering

Elektrische installatie

25

(vrij verval of druk)

Hydraulische installatie

20

Pompen

15

Grond- weg- en waterbouwkundige werken

63

Bijlage 8: Schema klein- en groot onderhoud De lasten van onderhoud van kapitaalgoederen zijn samengevat in onderstaande figuur.

Lasten van onderhoud

Klein onderhoud

Lasten in jaar van uitvoering t.l.v. de exploitatie

Groot onderhoud

Lasten in jaar van uitvoering t.l.v. de exploitatie

Lasten in jaar van uitvoering t.l.v. de onderhoudsvoorziening

Lasten van klein onderhoud mogen niet worden geactiveerd, maar dienen in het jaar van uitvoering ten laste van de exploitatie te worden gebracht. Lasten van klein onderhoud mogen niet ten laste van een vooraf gevormde voorziening (artikel 44, lid 1c, van het BBV) gebracht worden. Lasten van groot onderhoud mogen niet worden geactiveerd en kunnen op twee wijzen worden verwerkt in de begroting/jaarrekening: 1. Lasten in het jaar van uitvoering direct ten laste van de exploitatie brengen. 2. Lasten in het jaar van uitvoering ten laste van een vooraf gevormde voorziening brengen (artikel 44, lid 1c, van het BBV).

64

Bijlage 9: Voorbeelden van klein- en groot onderhoud Klein onderhoud (niet limitatief): -

reinigen van rioolstelsels;

-

vegen van straten;

-

vervangen van een kapotte ruit;

-

vervangen van een kapotte dakpan;

-

repareren of vervangen van een kapot slot;

-

repareren lekkage van hemelwaterafvoer;

-

repareren, opvullen van een gat in een asfaltweg;

-

herstellen van een plaatselijke verzakking (kuil) in een klinkerweg;

-

jaarlijkse keuring van een elektrische of hydraulische installatie;

-

jaarlijkse onderhoudsbeurt van een cv-installatie;

-

reinigen vloerbedekking;

-

verwijderen graffiti van gevels.

Groot onderhoud (niet limitatief): -

vervangen van pompen van een rioolstelsel;

-

vervangen van rioolbuizen;

-

periodiek baggeren van watergangen;

-

vervangen van dakbedekking (dakpannen, bitumen laag) van een gebouw;

-

vervangen zink van goot;

-

vervangen van deuren, ramen en/of kozijnen van een gebouw;

-

uitvoeren periodiek schilderwerk;

-

vervangen van slijtlagen van asfaltwegen;

-

vervangen van de cv-ketel;

-

vervangen van vloerbedekking;

-

vervangen zonwering;

-

vervangen vloer- en wandtegels;

-

vervangen van een voetbalveld met dezelfde materialen (gras door gras, kunstgras door kunstgras);

-

vervangen lichtinstallatie.

65

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12154941/2