27. TV CIE PvdA -antwoorden (deel 2)
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener Fractie
: :
Johan Feenstra PvdA
Datum
:
8 december 2022
Agendapunt
:
15.
Onderwerp
:
Berap diverse vragen.
Commissievergadering BF
1.
In de vorige Berap is een overzicht gegeven van de totale inhuur van extern personeel tot en met 19-09-2022 (pagina 11). Het format ten opzichte van de vorige Berap is gelijk gebleven. is De inhuur van personeel is voor de raad een belangrijk onderwerp. Wij wensen het meest actuele overzicht van inhuur van personeel te ontvangen conform de opzet in de vorige berap. Antwoord: Zie bijgaand Overzicht inhuur.
2.
Op pagina 16 wordt een financieel overzicht gegeven van de stand van het ontwikkelfonds. De PvdA heeft eerder in het kader van de Berap het financieel overzicht van het ontwikkelfonds via (ambtelijke TV) opgevraagd en ontvangen. Ten opzichte van dat overzicht constateren wij afwijkingen. Kunnen in het vervolg bij afwijkingen in het financieel overzicht van het ontwikkelfonds (t.o.v. de vorige) de mutaties cijfermatig en tekstueel in de berap separaat worden toegelicht? Dat komt o.i. de transparantie ten goede. Antwoord: Het Ontwikkelfonds is helemaal doorlopen, hier is een aantal wijzigingen in naar voren gekomen. In een volgende Berap zullen de wijzigingen in het Ontwikkelfonds onderbouwd worden.
3.
Op pagina 20 worden financiele nadelen opgevoerd die voortvloeien uit de jaarrekening 2021. Het totale bedrag is meer dan € 1,0 mln. Zijn er geen financiele voordelen uit de jaarrekening 2021 die tot een positieve aanpassing in de begroting 2022 leiden? Antwoord: Bij de specialistische jeugdhulp was er ook een structureel voordeel van € 375.000 als gevolg van lagere aantallen. Dit voordeel is niet zichtbaar in de voorgestelde begrotingswijziging, omdat bij de specialistische jeugdhelp er ook een nadeel van € 343.000 was als gevolg van duurdere vormen van jeugdhulp, als ook hogere uitgaven voor pleegzorg. Deze zijn met elkaar verrekend. Meer structurele financiële voordelen zijn niet gesignaleerd in de Jaarrekening 2021. Wel waren daar veel incidentele voordelen, maar die hebben geen invloed op de jaarschijf 2022.
4.
Op pagina 23 is sprake van een financieel voordeel van € 1,8 mln dankzij de onderuitputting op kapitaallasten. Jaarlijks is altijd sprake van onderuitputting. Omdat het zich jaarlijks voordoet zou structureel met onderuitputting in de begroting rekening mee gehouden kunnen worden. De provincie schijnt daar bezwaren tegen te hebben. A. Wat zijn die precieze bezwaren?
B. Is het terecht dat de provincie zich zo gedetailleerd met de gemeentelijke begroting bemoeid? De gemeenteraad is immers verantwoordelijk. C. Wat zijn de gevolgen als in het vervolg de stelpost onderuitputting met een bepaalde voorzichtigheid weer structureel in de begroting wordt geraamd als er sprake is van een sluitende begroting? D. Mag op grond van de BBV ook onderuitputting geraamd worden? Antwoord: A. Zie bijgaand bestand ‘verduidelijking-structurele-en-incidentele-baten-en-lastenhandreiking-2021’. Op pagina 14 staat onderstaande tekst: De discussie of onderuitputting kapitaallasten op begrotingsbasis een structureel of een incidenteel voordeel oplevert kan echter achterwege blijven, omdat onderuitputting op begrotingsbasis niet geraamd kan worden, omdat de raming reëel dient te zijn. Niet incidenteel en niet structureel. De enige manier om op begrotingsbasis met lagere kapitaallasten rekening te houden is het vaststellen van een reëler investeringsplan. Begroten van onderuitputting is dus het gevolg van een investeringsplan dat niet reëel begroot is. En niet reëel begroten vind de provincie bezwaarlijk. B.
Uit de tekst op de website van de provincie (toezicht op gemeentefinanciën) blijkt dat ook de provincie vindt dat de gemeente in eerste instantie zelf verantwoordelijk is: Het toezicht op de financiële positie van gemeenten is een provinciale taak gebaseerd op de Gemeentewet. Hiermee wordt beoogd een gezonde financiële situatie bij gemeenten te bevorderen. Een gemeente is in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor een goed financieel beleid en beheer. Wij laten de verantwoordelijkheid aan de gemeenten, maar reageren alert op risico’s. Maar de provincie heeft als onze toezichthouder wel een taak om een oordeel te vellen over onze begroting. Tussen de toezichthouders (het ministerie van BZK en de provincies) zijn afspraken gemaakt over de wijze waarop het toezicht wordt uitgeoefend. C. De provincie heeft aangegeven dat zij stelposten voor onderuitputting niet meer zal accepteren. Deze worden dan dus geschrapt, waardoor onze begroting wellicht niet meer structureel in evenwicht is. Dan is er niet meer een structureel sluitende begroting. D. Het woord ‘onderuitputting’ komt in de BBV niet voor. Veel zaken in de BBV vereisen een nadere interpretatie. De Commissie BBV brengt daarom ook zelf nadere notities uit. Soms zijn ook die notities nog niet helemaal helder, bijvoorbeeld de notitie structurele en incidentele baten en lasten.
In aanvulling hebben de gezamenlijke toezichthouders daarom handreikingen opgesteld, die aangeven hoe de toezichthouder een en ander beoordeelt. Voor ons zijn deze handreikingen uitgangspunt bij de opstelling van onze begroting. 5.
Op pagina 23 wordt de financieringsproblematiek beschreven m.b.t. ICT. Volgens boekhoudkundige regels mag niet meer op applicaties worden afgeschreven. Dit geeft een nadeel van meer dan € 1,3 mln. A. Wat zijn die boekhoudregels precies. Graag uitleg. B. In 2023 geeft de wijziging van de boekhoudregels een voordeel. Dit uit zich in onderuitputting op de kapitaallasten. Hoe hoog zal dat voordeel zo ongeveer zijn? C. En als wij een voordeel verwachten waarom mogen wij dat dan niet ramen. Het getuigt toch van een goed finacieel beleid om te verwachten voordelen zo vroeg mogelijk te ramen? Dat is toch een kermerk van de begroting? Graag een reactie. D. Het feit dat wij concrete bedragen niet mogen ramen (onderuitputting). Kunt u dat voorleggen aan de commissie BBV? Of heeft die daar al een concrete uitspraak over gedaan?
Antwoord: A. Zie paragraaf 3.4 (Software) van bijgaande notitie materiële vaste activa. Daarin staat het volgende: Software kan ook in gebruik worden genomen in de vorm van een SaaS oplossing. In dat geval is er geen sprake van het verkrijgen van een actief (een investering met economisch nut) omdat het bij SaaS gaat om dienstverlening in de vorm van een abonnement waarmee wordt ingelogd bij de dienstverlener. Deze dienstverlener heeft die de activa zowel juridisch als economisch in bezit. Dit betekent dat ook de implementatiekosten behorende bij de implementatie van een SaaS oplossing niet geactiveerd mogen worden. Er is geen sprake van een verkrijgingsprijs en daarom zijn de kosten ook niet als bijkomende kosten te kwalificeren. B. Er wordt een bedrag geboekt op exploitatie van € 1.358.000, terwijl begroot was om een bedrag van € 1.415.000 op het investeringsprogramma te boeken. Dit betreft (pagina 118 van de PB2022) de post ’Vervangingsinvesteringen informatievoorziening 2022’ (voor een bedrag van € 640.000) en de post ‘Vervangen software 2022’ (voor een bedrag van € 775.000). Beide investeringsbedragen vervallen, waardoor ook de afschrijvingslast voor 2023 vervalt. Beide investeringen worden afgeschreven in 5 jaar. Het betreft dan een bedrag van € 283.000 in 2023. C. In de Programmabegroting 2023 hebben we het Investeringsprogramma aangepast vanaf 2023.
Daarmee hebben we vanaf dan de bespaarde kapitaallasten laten vervallen ten gunste van de exploitatie (het op exploitatie extra benodigde bedrag neemt daarom ook af). Dat hebben we kunnen doen met ingang van de nieuwe begroting. Wanneer toen al bekend en besloten zou zijn om ook 2022 te corrigeren zoals nu voorgesteld in bijgaande begrotingswijziging, dan hadden we ook dat voordeel meteen mee kunnen ramen in de Programmabegroting 2023. Maar ten tijde van de opstelling van de Programmabegroting 2023 was dat nog niet zo, dus zal het nu als werkelijke onderuitputting in 2023 naar voren komen. D. De Notitie-structurele-en-incidentele-baten-en-lasten-2018 van de commissie BBV besteedt ook aandacht aan onderuitputting. Op pagina 10 staat: Van onderuitputting is sprake wanneer er minder geld uitgegeven wordt dan begroot. Het niet volledig benutten van een in de begroting opgenomen raming noemt men ook wel onderschrijding van de begroting. Veelal wordt dit veroorzaakt door onvoorziene omstandigheden. Bijvoorbeeld geraamde onderhoudswerkzaamheden (die niet ten laste van een onderhoudsvoorziening gebracht worden) kunnen door weersomstandigheden niet uitgevoerd worden. Ook salarislasten kunnen lager zijn door vacatures of doordat vacatures pas later ingevuld konden worden.
Een investering die later opgeleverd wordt kan leiden tot lagere lasten, namelijk minder kapitaallasten dan (oorspronkelijk in de begroting) geraamd. Van onderuitputting is alleen sprake bij de jaarrekening en kan een eenmalig, incidenteel voordeel opleveren. Jaarlijkse afwijkingen bij de jaarrekening kunnen echter ook een structureel karakter hebben. Het is echter aan de gemeente om bij het opstellen van de begroting reëel te ramen. Hoewel minder expliciet is dit dezelfde lijn als de nader uitgewerkte handreiking van de gezamenlijke toezichthouders. Hierdoor zien wij geen reden om dit voor te leggen aan de commissie BBV. Wij volgen verder de lijn van de provincie dat de weg om de juiste kapitaallasten te begroten begint bij de opstelling van een juiste planning van investeringen. Door dat goed te doen, hoeven we niet vroegtijdig kapitaallasten te begroten, waardoor we ook meteen het voordeel in onze begroting krijgen. Dat kan dus zonder onderuitputting te ramen.