2023-10-04 Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027
Tekst van het document
Pagina 82 van 143
BIJ.450367
Hoofdstuk 1 Burgerzaken, bevolking en overige De leges in hoofdstuk 1 bestaan voor het overgrote deel uit leges voor reisdocumenten, rijbewijzen, burgerlijke stand, afschriften uit de basisregistratie personen (BRP) en naturalisatie. De leges voor een deel van deze producten en diensten worden door het Rijk vastgesteld. Hoofdstuk 1
Totale kosten €
Netto kosten taakveld(en) > Kosten taakveld(en), incl. omslag rente > Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
Totale opbrengst €
Dekking %
1.579.756
63%
-1.927.484 Subtotaal
-1.927.484
Totaal
-541.162 -37.273 -2.505.919
Toe te rekenen kosten > Overhead, incl. (omslag) rente > BTW
Hoofdstuk 2 Omgevingsvergunningen Op 1 januari 2024 wordt de Omgevingswet van kracht. Onder de Omgevingswet worden er in totaal 26 losse wetten gebundeld. Dit brengt veranderingen met zich mee en elke verandering zorgt ook voor een andere werkwijze. De Omgevingswet voorziet o.a. in snellere procedures en meer participatie. Samen met de invoering van de Omgevingswet wordt ook de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen van kracht. Dit zorgt voor een nieuwe werkwijze waarop we vergunningen voor de activiteit bouwen moeten behandelen. Voor veel aanvragen is men niet meer vergunningplichtig voor de activiteit bouwen. Dit heeft gevolgen voor onze legesopbrengsten, omdat we op die onderdelen geen leges meer mogen heffen. De Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging is een transformatieproces dat enkele jaren gaat duren. Dit betekent dat we in een lerende omgeving zitten de komende jaren. Bestuurlijk zetten we vol in op een lobby richting VFG / VNG om de afspraak met het Rijk voor een kostenneutrale invoering van de Omgevingswet te benadrukken. Zolang we hier nog geen uitsluitsel over hebben, moeten we in de begroting rekening houden met een nadeel door lagere legesopbrengsten. In de begroting hebben we al eerder een structureel bedrag opgenomen van € 500.000. Dit bedrag kunnen we gebruiken om het nadeel van de lagere legesopbrengsten op te vangen.
In hoeverre we daar mee uitkomen is afhankelijk van de kosten die we mogen toerekenen en de te hanteren tarieven. Helder is dat een hogere kostendekkendheid ook leidt tot hogere tarieven. In de decemberraad komen we met een definitief voorstel voor de tarieven in de nieuwe legesverordening. Hoofdstuk 3 Overige vergunningen De leges voor de paragrafen binnen dit hoofdstuk zijn gericht op vergunningen voor dienstverrichters of dienstverleners. Bijvoorbeeld aanvragers van evenementenvergunning en aanvragers markt- en standplaatsen. Binnen deze titel is kruissubsidiëring alleen toegestaan binnen clusters van sterk samenhangende diensten, deze samenhangende diensten zijn geclusterd per hoofdstuk (zoals Horeca, Evenementen ect). Dit betekent dat binnen de paragrafen in dit hoofdstuk de baten de lasten niet mogen overschrijden. Hoofdstuk 3
Totale kosten €
Netto kosten taakveld(en) > Kosten taakveld(en), incl. omslag rente > Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
Totale opbrengst (Begroot) €
Dekking %
50.266
24%
-155.242 Subtotaal
-155.242
Totaal
-54.798 -3.832 -213.872
Toe te rekenen kosten > Overhead, incl. (omslag) rente > BTW
Leges totaal De kostendekking van de totale legesverordening is afhankelijk van de toe te rekenen kosten en de te hanteren tarieven in hoofdstuk 2. In de decemberraad komen we met een definitieve berekening van de kostendekkendheid van de legesverordening.
Pagina 83 van 143
BIJ.450367
c. Grafrechten Voor de grafrechten geldt een kostendekking van 90%. Wij zijn momenteel nog bezig met een nieuw beheerplan begraafplaatsen. Daarin worden ook de financiële gevolgen voor de kostendekking meegenomen. De resultaten verwachten wij in de loop van 2024 aan de raad voor te kunnen leggen. De kosten en de opbrengst blijven dit jaar nu eerst ongewijzigd ten opzichte van vorig jaar. Grafrechten
Totale kosten €
Netto kosten taakveld(en) > Kosten taakveld(en), incl. omslag rente > Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
Totale opbrengst (Begroot) €
Dekking %
625.000
90%
-545.663 Subtotaal
-545.663
Toe te rekenen kosten > Overhead, incl. (omslag) rente > BTW
-150.639 Totaal
-696.302
d. Liggeld Bij de bepaling van de tarieven liggeld kiezen we niet voor kostendekkende tarieven. We leggen de nadruk op de positie van Súdwest-Fryslân ten opzichte van de omliggende gemeenten en monitoren of de tarieven marktconform zijn. De kosten zijn in verband met hogere personeelskosten hoger dan vorig jaar. In verband met een structureel hogere opbrengst van liggelden verhogen we ook de begrote opbrengst met € 115.000.-. Dit heeft geen effect op de tariefstelling. Het dekkingspercentage blijft 78%. Liggeld
Totale kosten €
Netto kosten taakveld(en) > Kosten taakveld(en), incl. omslag rente > Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
Totale opbrengst €
Dekking %
1.001.265
78%
-1.074.164 Subtotaal
-1.074.164
Toe te rekenen kosten > Overhead, incl. (omslag) rente > BTW
-217.513 Totaal
-1.131.201
e. Marktgeld Het marktgeld wordt geheven voor het beschikbaar stellen van een standplaats en daarmee verband houdende diensten en middelen. De kosten zijn dit jaar ten opzichte van 2023 lager in verband met de wijziging functie van de marktmeester. De opbrengst is dit jaar ook lager in verband met een verschuiving van gelden van marktgeld naar leges. Voor het marktgeld geldt daarom nu dat de tariefstelling 61% kostendekkend is. Gelet op het lage animo van nieuwe handelaren zou het verhogen van de marktgelden naar verwachting nadelig uitpakken. Door de hoge tarieven haken meer handelaren af waardoor de gerealiseerde opbrengst juist zal dalen. Marktgeld
Totale kosten €
Netto kosten taakveld(en) > Kosten taakveld(en), incl. omslag rente > Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
Totale opbrengst (begroot) €
Dekking %
55.419
61%
-64.500 Subtotaal
Toe te rekenen kosten > Overhead, incl. (omslag) rente > BTW
-64.500 -25.800
Totaal
-90.300
f. Sluisgelden De tarieven voor de sluisgelden zijn voor 47% kostendekkend. Bij de bepaling van de hoogte van sluisgelden hebben we niet gekozen voor kostendekkende tarieven. De sluisgelden verhogen we niet jaarlijks omdat het leidt tot onhandzame tarieven. Voor de tarieven leggen we de nadruk op de positie van Súdwest-Fryslân ten opzichte van de omliggende gemeenten.
Pagina 84 van 143
BIJ.450367
Sluisgelden
Totale kosten €
Netto kosten taakveld(en) > Kosten taakveld(en), incl. omslag rente > Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen
Totale opbrengst (begroot) €
Dekking %
85.673
47%
-131.549 Subtotaal
-131.549
Toe te rekenen kosten > Overhead, incl. (omslag) rente > BTW
-52.620 Totaal
-184.169
4. Lokale lastendruk Het COELO (Centrum voor onderzoek van de economie van de lagere overheden) presenteert jaarlijks de “Atlas van de lokale lasten”. Daarin beschrijft men de ontwikkelingen van de decentrale belastingen waarbij de nadruk ligt op de woonlasten voor huishoudens. Men cumuleert de drie algemene belastingen: onroerende-zaakbelastingen, rioolheffingen en afvalstoffenheffing. Ook maakt men in de Atlas een vergelijking tussen de gemeenten onderling. In onderstaande grafiek (belastingjaar 2023) is de vergelijking aangegeven tussen de gemiddelde woonlasten van Súdwest-Fryslân en de gemiddelden van gemeenten in Fryslân en het landelijk gemiddelde.
€1.000 €900 €800 €700 €600 €500 €400 €300 €200 €100 €-
€928 €766
€822
€836
€843
€944
€960
€858
In Súdwest-Fryslân zijn de woonlasten lager dan de gemiddelde woonlasten in Fryslân. Huishoudens betalen € 36,- minder dan het gemiddelde in Fryslân.
5. Waar staat de gemeente? In de begroting moeten we een aantal verplichte beleidsindicatoren opnemen. De indicatoren zijn hieronder per programma/paragraaf vermeld. De meeste indicatoren worden ons aangereikt. Ze zijn beschikbaar via www.waarstaatjegemeente.nl. Op deze website is het ook mogelijk om de indicatoren te vergelijken met andere gemeenten. Naam indicator
Gemiddelde WOZ waarde Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishouden Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
Pagina 85 van 143
Waarde SWF
Waarden NL
Eenheid
Periode
288 767
369 860
x €1.000 €
2023 2022
811
942
€
2022
BIJ.450367
6. Overige aspecten In de onderstaande tabel ziet u een overzicht van de woonlasten t.o.v. het landelijke gemiddelde van het jaar ervoor. Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde van het jaar ervoor A B C D E F
OZB lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde Afvalstoffenheffing voor een gezin Eventuele heffingskorting Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D) woonlasten voor landelijk gemiddelde van het jaar ervoor (E/F) x 100%
2022 € 355 187 269 -
2023 € 361 191 270 -
811
822
929 87%
960 86%
Uitvoering Wet WOZ De Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) legt een groot aantal taken en verantwoordelijkheden neer bij gemeenten. Gemeenten moeten: • een WOZ-administratie bijhouden; • alle veranderingen van woningen en andere gebouwen volgen; • de markt in de gemeente volgen en analyseren; • alle objecten (woningen en andere gebouwen en objecten) taxeren; • WOZ-beschikkingen versturen; • bezwaar en beroep afhandelen; • informatie leveren aan waterschappen en Belastingdienst. De Waarderingskamer ziet als onafhankelijk orgaan toe op de uitvoering van de Wet WOZ. De Waarderingskamer kwalificeert Súdwest-Fryslân als ‘goed’. Kwijtscheldingsbeleid Het kwijtschelden van gemeentelijke belastingen is wettelijk geregeld. De gemeente is vrij in de keuze voor welke belastingsoort ze kwijtschelding geven. Ook staat het de gemeente vrij te bepalen welk percentage van de bijstandsuitkering ze voor de beoordeling gebruiken. Súdwest-Fryslân gebruikt de meest gunstige norm voor aanvragers. Inwoners kunnen kwijtschelding aanvragen voor de onroerende-zaakbelastingen (woningen), de afvalstoffenheffing en de rioolheffingen. Met ingang van 2019 is bij wet bepaald dat, in geval van kostendelers, de kostendelersnorm wordt gehanteerd. We benaderen zoveel mogelijk inwoners die mogelijk recht hebben op kwijtschelding.
Iedereen die kwijtschelding heeft gekregen laten we door het Inlichtingenbureau toetsen, zodat in het volgende jaar eventueel automatische kwijtschelding kan worden verleend. Daarbij controleren we op inkomen, saldi van bankrekeningen
Pagina 86 van 143
BIJ.450367
en bezit van auto’s. Bij het beoordelen van de aanvraag houden we rekening met de netto kosten van kinderopvang. Bij de aanvraag van pensioengerechtigden gebruiken we de netto AOW-norm. Vanaf 1 januari 2023 is de extra vermogensvrijstelling financiële middelen van kracht. Hierdoor kunnen er meer inwoners voor kwijtschelding in aanmerking komen. Met ingang van 1 januari 2013 verlenen we kwijtschelding aan ondernemers voor het privégedeelte van de aanslag gemeentelijke belastingen. Voor belastingen die geheel of gedeeltelijk verband houden met de uitoefening van bedrijf of beroep verlenen we geen kwijtschelding. Het toekennen van kwijtschelding ramen we vooralsnog op € 669.000.
Pagina 87 van 143
BIJ.450367
2.3.2
Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
1. Algemeen We gaan hier in op de beheersing van risico’s. Als onderdeel hiervan berekenen we het weerstandsvermogen. Ook nemen we enkele kengetallen op. Voor het afdekken van risico’s kijken we vooral naar de mogelijkheden die de reserves en voorzieningen bieden: • Reserves In beginsel dienen de algemene reserve en bestemmingsreserves ter dekking van niet of lastig in te schatten risico’s. Bestemmingsreserves zijn door de raad gecreëerd ter dekking van specifiek benoemde doeleinden. Soms zijn hier al verplichtingen aangegaan. In sommige gevallen kan een bestemmingsreserve, na een raadsbesluit, toch een ander karakter krijgen, zodat het afdekken van risico’s mogelijk wordt. De algemene reserve is vrij besteedbaar. • Voorzieningen Voor risico’s van te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten treffen we voorzieningen. Deze voorzieningen vormen een onderdeel van het vreemd vermogen en zijn daarom niet vrij inzetbaar. Het is onmogelijk om elk risico waaraan de gemeente wordt blootgesteld af te dekken, maar ook niet ieder risico zal zich tegelijkertijd voordoen. Hier gaan we bij de berekening van het weerstandsvermogen verder op in. De gemeente heeft zich tegen aansprakelijkheidsrisico’s verzekerd en daarnaast nog diverse andere verzekeringen afgesloten ter dekking van kwantificeerbare risico’s en/of schades.
2. Weerstandsvermogen Uitgangspunten Voor het analyseren van risico’s is de berekening van het weerstandsvermogen van belang. In de nota weerstandsvermogen en risicomanagement zijn beleidsuitgangspunten opgenomen (gemeenteraad, 20 september 2012). Berekening weerstandsvermogen Op basis van een risico-inventarisatie brengen we de risico’s in beeld. Via een risico-simulatie berekenen we de benodigde weerstandscapaciteit en vergelijken dit met de beschikbare weerstandscapaciteit. Op basis van een te berekenen ratio weerstandsvermogen beoordelen we of een aanpassing van het huidige niveau weerstandsvermogen nodig is. Het niveau weerstandsvermogen bepaalt de hoogte van de algemene reserve die vrij beschikbaar moet zijn voor het opvangen van risico’s. Risico-inventarisatie Om de risico's van Súdwest-Fryslân in kaart te brengen is een risicoprofiel opgesteld. Dit risicoprofiel is tot stand gekomen met behulp van het softwareprogramma NARIS® (Nederlands Adviesbureau Risicomanagement Informatie Systeem). Hiermee brengen we risico's systematisch in kaart en komen tot een beoordeling. De inventarisatie bevat 41 risico's. In tabel 1 presenteren we (volgens afspraak) de 10 risico's met de hoogste bijdrage aan de berekening van de weerstandscapaciteit.
Pagina 88 van 143
BIJ.450367
Tabel 1: Belangrijkste financiële risico's Nr. Risico
Gevolgen
Maatregelen
Kans
1. Openbare ruimte Prijsindexatie onderhoud kapitaalgoederen. 2. Grondexploitaties Daling van grondprijzen door marktontwikkelingen.
Grotere kans op achterstallig Goed monitoren van beschikbare budgetten, onderhoud. onderhoud faseren in tijd.
50%
Lagere verkoopopbrengsten 1. Monitoren van de markt. 50% en (aanvullend) verlies in 2. Streven naar een stabiel grondprijsbeleid. gemeentelijke grondexploitaties. 3. Algemene uitkering Gemeenten doen een groter Aan de hand van de meest recente gegevens 50% Plafond BTWberoep op het BCF. Hierdoor maken we een inschatting voor de nieuwe compensatiefonds (BCF). valt de voorschot regeling begroting. Indien nodig passen we de oude BCF lager uit. inschatting aan. 4. Culturele instellingen Dorpshuizen doen een beroep Er zijn voorwaarden gesteld over wanneer een 10% Dorpshuizen krijgen te maken op calamiteitenfonds van de beroep op dit fonds kan worden gedaan. met een calamiteit. gemeente. 5. Sociaal domein Hogere zorgvraag betekent Door in te zetten op de eigen kracht van 25% Hogere zorgvraag door hogere kosten. Nieuwe burgers wordt geprobeerd de tendens te vergrijzing en toenemende regelgeving kan leiden tot keren. Gebiedsteams werken nauw samen met complexiteit in de jeugd hogere lasten. huisartsen, jeugdartsen en zorginstellingen. casuïstiek. Monitoring en analyse vindt plaats op lokaal, regionaal en landelijk niveau. Het Rijk heeft extra middelen beschikbaar gesteld. 6. Energieproblematiek Hogere afrekening Nieuw contract afsluiten op moment dat 40% Stijging energieprijzen energiekosten. energieprijzen gunstig zijn. 7.
Openbare ruimte Vervangingsopgave icm Op basis van beheerplan achterstanden in 10- 25% Falen brug of kade. beschikbaar budget. 15 jaar (vanaf 2021) inhalen. Periodieke monitoring en evaluatie 8. Openbare ruimte Kosten voor verwijderen en Uitvoeren plan bestrijding reuzenberenklauw 70% Aantasting openbaar groen herplant bomen en het en plan voor essentaksterfte en bestrijding door ziektes of plaagdieren bestrijden van ziektes en andere ziektes en plagen. Blijvend monitoren plaagdieren. 9. Grondexploitaties Nadelig saldo in Monitoren van de markt voor grond- weg en 10% Grotere Kostenstijgingen voor grondexploitaties. waterbouw, zodat vroegtijdig geacteerd kan het bouw- en woonrijp maken worden op prijsstijgingen. dan verwacht. 10. Openbare ruimte Extra kosten en hogere kans Klimaat adaptieve inrichting van de openbare 70% Extra schade door op schade aan het wegdek, ruimte. weersomstandigheden. opruimen rioolslib e.d. Probleemlocaties voor wateroverlast zijn Heeg, Bolsward, Sneek, in Woudsend op 2 locaties.
Maximaal Invloed Financieel gevolg € 2.800.000 19,19%
€ 2.600.000 17,73%
€ 1.600.000 10,85%
€ 6.100.000 8,53%
€ 2.000.000 6,83%
€ 1.000.000 5,47% € 1.000.000 4,54%
€ 300.000 3,83%
€ 1.950.000 3,56%
€ 250.000 3,36%
Totaal (10 grootste risico's) € 19.600.000
Totaal 10 grootste risico's Totaal overige 31 risico’s Totaal
€ €
19.600.000 7.840.000
€
€ 27.440.000
Overzicht totaalbedrag risico’s 2018-2022 Overzicht bedragen Jaarverslag Totaalbedrag risico’s
Pagina 89 van 143
2018 € 25.844.400
2019 € 40.045.800
BIJ.450367
2020 € 36.232.000
2021 € 30.302.000
2022 € € 26.960.000
Risico-simulatie en benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de ingevoerde risico’s voeren we een risicosimulatie uit. De risicosimulatie passen we toe omdat het reserveren van het maximale bedrag van ruim € 27 miljoen ongewenst is. De risico’s zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Uit de grafiek (tabel 2) volgt dat 90% zeker is dat we alle risico's kunnen afdekken met een bedrag van € 6,2 miljoen. Tabel 2: Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages Percentage 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45% 50%
Bedrag x miljoen € 1,0 1,4 1,7 2,0 2,3 2,5 2,7 3,0 3,2 3,4
Percentage 55% 60% 65% 70% 75% 80% 85% 90% 95%
Bedrag x miljoen € 3,6 3,9 4,1 4,4 4,7 5,1 5,5 6,2 7,2
Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente bestaat uit het geheel aan middelen dat vrij beschikbaar is om de financiële risico’s af te dekken. Het gaat hier per 1 januari 2024 om € 13,0 miljoen. Zie hiervoor bijlage D: Overzicht reserves en voorzieningen, Dienstjaar 2024, Saldo aan het begin van het dienstjaar, nummer 8 Algemene reserve. Ratio weerstandsvermogen De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit
=
€ 13,0 miljoen € 6,2 miljoen
= 2,10
De ratio van onze gemeente valt in klasse A. Dat is de hoogste klasse. Tabel 3: Weerstandsnorm Waarderingscijfer Ratio Betekenis A >2.0 uitstekend B 1.4-2.0 ruim voldoende C 1.0-1.4 voldoende D 0.8-1.0 matig E 0.6-0.8 onvoldoende F <0.6 ruim onvoldoende De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio.
Vastgesteld en minimaal gewenst weerstandsvermogen • Het niveau weerstandsvermogen is het meest recent vastgesteld op € 8,3 miljoen in de raadsvergadering van 12 november 2020. Het vastgestelde niveau ligt daarmee hoger dan de benodigde weerstandscapaciteit (€ 6,2 miljoen). • We voldoen aan de beleidsregel dat de ratio weerstandsvermogen tenminste 1,0 moet zijn.
Pagina 90 van 143
BIJ.450367
3. Kengetallen risicobeheersing Het is verplicht om enkele kengetallen/overzichten op te nemen in deze paragraaf. Het is een wettelijke verplichting op basis van de huidige BBV. Voor de uitwerking van de kengetallen geldt een verplicht format. Hierdoor berekent iedere gemeente de kengetallen op dezelfde wijze en zijn de uitkomsten te vergelijken. De aanpak rond de kengetallen zal de komende jaren zich nog verder ontwikkelen. We lichten de kengetallen puntsgewijs toe: Verplichte kengetallen a1 a2 b c d e
Netto Schuldquote Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Rekening 2022 46,56% 38,96%
Begroting 2023 69,28% 61,47%
Begroting 2024 69,40% 62,52%
Begroting 2025 71,51% 65,24%
Begroting 2026 76,35% 70,33%
Begroting 2027 88,31% 84,47%
24,75% 2,59% 1,93% 87,41%
13,29% 0,05% 0,39% 87,30%
15,99% 0,53% 1,40% 85,63%
17,04% 1,47% 0,94% 85,63%
13,96% -2,75% 0,33% 85,63%
9,57% -3,33% 0,14% 85,63%
a. Netto schuldquote (a1) en; Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen (a2) Het kengetal netto schuldquote (a1), ook wel bekend als de netto schuld als aandeel van de inkomsten, zegt het meest over de financiële vermogenspositie van een gemeente. De netto schuldquote geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft of juist op zijn tellen moet passen. De correctie (a2) geeft een nog zuiverder beeld van de schuldquote als je die wilt vergelijken met andere gemeenten. In een grafiek ziet de netto schuldquote er, aangevuld met onze meerjarenprognose, als volgt uit: 150% 130% netto schuldquote
110% netto schuldpositie na aftrek verstrekte leningen
90%
ongezonde balanspositie
aandacht geboden
70% 50% 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027
Als de netto schuldquote de 90% passeert, springt het licht op oranje. Hoe lager het percentage, hoe lager het risico. Boven de 130% is er sprake van een ongezonde schuldpositie. Deze percentages bereiken we niet. b. Solvabiliteitsratio De ratio zegt iets over de mate waarin we aan de financiële verplichtingen kunnen voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen (algemene reserve + bestemmingsreserve) als percentage van het balanstotaal. We verwachten dat het aandeel van het eigen vermogen op het balanstotaal gaat dalen. Er is (nog) geen norm vastgesteld voor gemeenten. Wel geldt hier: hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente.
Pagina 91 van 143
BIJ.450367
c. Structurele exploitatieruimte Een begroting met hogere structurele baten dan structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. We bepalen de structurele exploitatieruimte door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten. Dit geeft een percentage. Het kengetal structurele exploitatieruimte is positief. Een structureel negatief kengetal is niet gewenst. Het betekent dat we de structurele lasten jaarlijks moeten dichten met incidentele meevallers of onttrekkingen uit reserves. d. Grondexploitatie We nemen ook een kengetal op dat het risico van grondexploitatie inschat. Het kengetal is de totale boekwaarde van alle grondcomplexen gedeeld door de totale jaarlijkse baten van de gemeente. Dit geeft een percentage. Hoe lager het percentage, hoe lager het risico van de grondexploitatie. Er is (nog) geen norm vastgesteld voor gemeenten. Dit kengetal dient vooralsnog vooral als vergelijkingscijfer met andere gemeenten. e. Belastingcapaciteit Het kengetal geeft inzicht in de mate waarin we financiële tegenvallers in het volgende begrotingsjaar kunnen opvangen. We berekenen de belastingcapaciteit door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden te vergelijken met het landelijk gemiddelde in het jaar ervoor.
Dit geeft een percentage. Een percentage onder de 100% geeft aan dat je onder het landelijk gemiddelde zit. Dit is bij ons het geval. Conclusie De kengetallen moeten in samenhang bekeken worden. Volgens de huidige, algemeen aanvaarde normen, is er sprake van een gezonde positie.
Pagina 92 van 143
BIJ.450367
2.3.3
Paragraaf 3
Onderhoud kapitaalgoederen
1. Inleiding De openbare ruimte is de ruimte die voor iedereen toegankelijk is en waar inwoners van Súdwest-Fryslân en talloze bezoekers/toeristen en bedrijven dagelijks gebruik van maken. Voor veel activiteiten, die te maken hebben met wonen, werken en recreëren, is de openbare ruimte de onmisbare schakel. Daarvoor zijn kapitaalgoederen vereist zoals wegen, bruggen, oevers en kaden, riolering, openbaar groen, verlichting, gebouwen, enzovoort. De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de gemeentelijke eigendommen (kapitaalgoederen/assets) in de openbare ruimte. Súdwest-Fryslân doet dit op basis van Assetmanagement (risicogestuurd beheer) en de systematiek die het CROW1 hanteert. Onze opgave is het realiseren en in stand houden van de fysieke basisstructuur, waarop de Mienskip dagelijks functioneert. Ons motto is dat we samen werken aan een leefomgeving waarin iedereen zich thuis voelt! In deze paragraaf lichten we dit verder toe.
2. Beleidskader Bij vaststelling van de Nota openbare ruimte 2020-2025 (januari 2021) is gekozen voor scenario 2: verbeteren kwaliteit leefomgeving. Dit scenario gaat uit van het inhalen van achterstallig onderhoud in 10-15 jaar en het toekomstbestendig inregelen van de kapitaalgoederen. De Nota openbare ruimte 2020-2025 zet in op de volgende drie beleidslijnen: A. De Basis op Orde: voor inwoners en bezoekers streven we naar een openbare ruimte die veilig is en bijdraagt aan het bevorderen van gezondheid. We werken toe naar het onderhoudsniveau ‘Gemiddeld Basis’. Met dit onderhoudsniveau is het rendement van de investering het grootst voor onze organisatiewaarden Veiligheid, Beschikbaarheid, Kwaliteit leefomgeving en Reputatie. B. Duurzame en toekomstbestendige openbare ruimte: door beheer en onderhoud dragen we bij aan de (gemeentelijke) doelstellingen op het gebied van energie, klimaatverandering, circulaire economie en biodiversiteit. C. Financieel gedegen: met het aangegeven onderhoudsniveau gaan we verantwoord om met gemeenschapsgeld en ontstaat een goede balans tussen kosten, prestaties en risico’s. Binnen 10 jaar willen we achterstallig onderhoud gefaseerd inhalen.
Het beleid en beheer van de gemeente Súdwest-Fryslân voor het onderhoud van de afzonderlijke kapitaalgoederen is opgenomen in de volgende plannen: Naam • Nota openbare ruimte 2020-2025 • Beheerplan Wegen 2021-2025 • Beleids- en beheerplan Openbare Verlichting 2014-2018 • Beheerplan Openbaar Groen • Beheerplan Waterbouwkundige kunstwerken • Beheerplan Waterbodems • Beleidsplan beheer en onderhoud Gebouwen • Beheerplan Gebouwen • Watertakenplan Súdwest-Fryslân
Vaststelling Gemeenteraad, 28 januari 2021 Gemeenteraad, 23 december 2021 Gemeenteraad, 10 oktober 2013 Gemeenteraad, 23 december 2021 Gemeenteraad, 23 december 2021 Gemeenteraad, 23 december 2021 Gemeenteraad, 2 juli 2015 College, 18 juli 2023 Gemeenteraad, 9 maart 2023
Herziening 2025 2025 2024 2025 2025 2025 2025 2027
3. Financieel beleidskader en ontwikkelingen Het beheer en onderhoud van een aantal groepen kapitaalgoederen is goed ingeregeld, terwijl de onderdelen wegen, bruggen, oevers & kaden en de waterbodems (baggeren) extra aandacht verdienen in verband met achterstanden. Dit is nader toegelicht in de in 2021 vastgestelde beheerplannen. Deze onderdelen hebben bovendien te maken gehad met flinke prijsstijgingen. In de periode 2020 tot april 2023 gaat het gemiddeld om 26% (GWW-index, conform CBS). Investeringsmiddelen Om het gekozen scenario 2 (achterstanden binnen 10 jaar inhalen) te bereiken, zijn de afgelopen jaren al goede stappen gezet. Vanaf 2022 is er structureel investeringsgeld beschikbaar gesteld voor de onderdelen Wegen en
1
CROW heeft, samen met onder andere provinciale wegbeheerders, richtlijnen ontwikkeld voor de veilige inrichting van bermen langs wegen. De richtlijnen van CROW zijn geen norm of wetgeving, maar wel gebaseerd op onderzoeken en praktijkervaringen.
Pagina 93 van 143
BIJ.450367
Water. Het gaat om € 3 miljoen per jaar; de jaarlasten zijn structureel in de begroting geregeld. Vanaf 2024 wordt voorgesteld dit investeringsgeld te verhogen tot € 4 miljoen per jaar. Het investeringsgeld wordt ingezet voor grote vervangingen en renovaties in de wegen- en waterbouw. Conform de BBV (‘besluit begroting en verantwoording’) en de financiële verordening is de gemeente verplicht om investeringen boven € 250.000,- te activeren en dus af te schrijven. Investeringen onder de € 250.000,- worden gefinancierd uit de verschillende onderhoudsbudgetten. Onderhoudsvoorziening Vanaf 2022 is er een onderhoudsvoorziening voor Wegen en Water ingesteld. Hierdoor ontstaat meer flexibiliteit, want de voorziening is jaarschijf overstijgend. Als basis hiervoor zijn in 2021 verschillende beheerplannen aan de raad ter vaststelling voorgelegd (zie het schema hierboven). In 2024 vindt evaluatie plaats en aan de hand daarvan bekijken we of bijstelling nodig is. In 2022 is overigens geen gebruik gemaakt van de voorziening. Areaaluitbreiding Punt van aandacht is het inregelen van middelen voor areaaluitbreiding en indexatie. Door nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen neemt feitelijk het areaal toe. Voor de afdelingen groen en schoon start het beheer direct vanaf dag 1; voor de andere onderdelen volgt dat later in de tijd.
Voor 2024 wordt aanvullend € 140.000,- gevraagd voor areaaluitbreiding. Dit is op basis van de toename van de OZB als gevolg van areaaluitbreiding. Dit wordt verdeeld over de onderdelen wegen, verlichting, bruggen, oevers & kaden, groen en gebouwen. Indexatie In de praktijk merken we duidelijk al enige jaren het effect van prijsstijgingen (indexatie). Zoals hierboven al is beschreven zijn de prijzen de afgelopen 4 jaar gestegen met gemiddeld 26%. Bij staal en hout was dat in 2021 en 2022 zelfs nog hoger, maar deze prijzen zijn inmiddels ook weer wat gedaald. Voor een toekomstbestendige systematiek is het noodzakelijk om jaarlijks de budgetten te indexeren. In 2024 is voor kapitaalgoederen een structureel bedrag van € 600.000,- beschikbaar gesteld, conform de prijsindex van 3% die het Rijk hanteert. De werkelijke prijsstijging was echter 17% binnen de GWW-sector (grond-, weg- en waterbouw). Dat resulteert in een gat van 14%, wat neerkomt op een bedrag van ruim € 2.800.000,-. We rekenen hierbij met € 20 miljoen aan onderhoudsbudget; dit is exclusief riolering en salarislasten van groenbeheer. Door niet mee te bewegen met de prijsstijgingen, kunnen we met het beschikbare budget minder werk uitvoeren dan gepland. Dit kan leiden tot extra achterstanden en de kwaliteit van onze kapitaalgoederen.
Gepland onderhoud gaat dan plaats maken voor correctief onderhoud, waardoor er minder controle is. De kans op het falen van een weg, brug of kade wordt dan ook groter. Op korte termijn worden de gevolgen niet direct veel groter, maar voor de middellange termijn is belangrijk om met terugwerkende kracht de indexatie op te vangen. Daarbovenop komt dan nog de nieuwe indexatie voor de komende jaren, indien daar sprake van is. Hiermee verwachten we het gemiddelde basisniveau vast te kunnen houden. Als dat uitblijft nemen risico’s toe en kan het voorkomen dat er onverwacht middelen aangevraagd moeten worden via de Algemene Reserve. Bemensing De krapte op de arbeidsmarkt werkt door naar de gemeente en onze aannemers. Door een tekort aan mensen kunnen werken niet altijd volgens planning uitgevoerd worden. Het betekent uitstel van werken en verhoging van (loon)prijzen. De afgelopen jaren is dat meermaals gebleken en heeft dat ook invloed gehad op de werkzaamheden in de openbare ruimte. De verwachting is dat we hier de komende jaren last van blijven houden, zeker ook met het oog op extra opgaven die op ons afkomen. Hierbij valt te denken aan energie, circulariteit en klimaat. Hoe komen financiële ramingen tot stand? Met behulp van het gegevensbeheersysteem maken we een ‘lange termijn assetplanner’ (LTAP), integrale meerjarenplanning en jaarplannen.
De LTAP is in medio 2023 geactualiseerd. Deze planningen geven inzicht welke financiële middelen nodig zijn. Met behulp van de organisatiewaarden (economie, veiligheid, beschikbaarheid, kwaliteit leefomgeving, milieu en reputatie) en de risicomatrix, vindt afweging plaats over prioritering en fasering. Dit staat per afzonderlijk kapitaalgoed toegelicht. In de beheerplannen is dit ook nader toegelicht.
Pagina 94 van 143
BIJ.450367
De geactualiseerde LTAP geeft aan dat er komende jaren extra financiële middelen nodig zijn om het vastgestelde basisniveau vast te kunnen houden. De extra benodigde middelen komen voort uit de prijsstijgingen en de aanvullende constructie-eisen. We zien vooral dat bij kades en bruggen de eisen ten aanzien van sterkte toenemen. Dit gaat volgens de NEN2-normering. Het komt daardoor regelmatig voor dat kades en bruggen zwaarder aangelegd moeten worden, ten opzichte van het oude object. Een tekenend voorbeeld hiervan is het kadewerk in Parrega. Waar in de oude situatie een houten damwand stond, is de nieuwe damwand uitgevoerd in staal. Dat heeft alles te maken met een naastliggende weg, gasbuis en diepe vaarweg. Een bijkomend voordeel is dat staal veel langer meegaat dan hout. Echter is de investering aan de voorkant dan ook veel hoger dan vooraf was begroot en ook waar het beheersysteem vanuit ging. Naar aanleiding van de geactualiseerde LTAP volgt er begin 2024 een uitgewerkt onderhouds- en financieringsplan. Dit combineren we met de evaluatie en actualisatie van de beheerplannen. Welke ontwikkelingen hebben invloed op benodigde financiële middelen? Met het beschikbaar stellen van (extra) middelen, sluiten we aan op het vastgestelde beleid in de ‘Nota Openbare Ruimte 2020-2025’.
Er zijn echter ook ontwikkelingen waar de gemeente geen invloed op heeft, maar die wel gevolgen hebben voor kapitaalgoederen en daarmee van invloed zijn op het budget: • de druk op de openbare ruimte neemt steeds meer toe, omdat de openbare ruimte steeds intensiever wordt gebruikt als gevolg van toename (zwaarder) verkeer over weg en water. Dit heeft effect op de staat van onderhoud. Daarnaast moeten we rekening houden met de werkzaamheden voor aanleg glasvezel, de warmtetransitie en verdere elektrificatie, waardoor het enerzijds drukker in de ondergrond wordt en er anderzijds sprake is van effect op de openbare ruimte; • wetgeving en beleidsdoelen zoals de Global Goals. Concreet voorbeeld is het VN-verdrag voor de rechten van mensen, waarbij de openbare ruimte ook voor iedereen met een beperking toegankelijk is. Dit vraagt extra aandacht bij onderhoudswerken; • het verduurzamen van ons maatschappelijk vastgoed. Hiervoor is een plan gemaakt door een gespecialiseerd bedrijf. De kosten voor het verduurzamen zijn inzichtelijk. Het beheer- en onderhoudsplan is medio 2023 voorgelegd aan het college, waarbij de gemeenteraad is geïnformeerd. De investeringen worden verspreid over een periode tot 2050; • weersomstandigheden zoals droogte, hitte, veel regen zorgen voor overlast voor onze inwoners en hebben effect op de kwaliteit van o.a. de wegen, het water, bruggen en groen.
Dit hebben we ook in 2022 en 2023 weer kunnen ervaren. Tijdens onderhoudswerkzaamheden wordt hier zoveel mogelijk rekening mee gehouden (klimaatadaptieve maatregelen); • bij de bruggen en kademuren speelt veroudering van de objecten en de installaties bij beweegbare bruggen. Daarom staat de komende jaren staan in het teken van vervanging en renovatie; • areaaluitbreiding en prijsstijgingen, zoals hierboven is beschreven; • energielasten die de afgelopen jaren flink zijn gestegen en erg flexibel zijn. Energie speelt vooral bij onze gebouwen en openbare verlichting; • leveranties van materialen leiden ook tot problemen. Als bepaalde materialen niet leverbaar zijn, is dat niet alleen van invloed op de planning, maar ook op het beschikbare budget. Bepaalde materialen worden geleid door dagprijzen en dus is het risico groot dat onderhoudswerken dan duurder worden dan eerder is geraamd.
2
Het Nederlands Normalisatie-instituut (NEN) stimuleert de ontwikkeling van normen voor producten, diensten en processen.
Pagina 95 van 143
BIJ.450367
In onderstaande tabel is het beschikbare en het benodigde onderhoudsbudget voor 2024 samengevat. De investeringsmiddelen voor grote renovaties en vervangingen worden flexibel ingezet voor wegen, bruggen, oevers & kaden. Onderdeel
Beschikbaar onderhoudsbudget 2024
Divers
€ 600.000 indexatie + € 140.000 areaaluitbr. € 8.672.000
Wegen (incl. bermen en onkruid op verharding) Bewegwijzering, verkeer en straatmeubilair Openbare verlichting en verkeersregelinstallaties Bruggen, tunnels en aquaducten Oevers en kaden Waterbodems
Benodigd onderhouds-budget 2024 Zie voetnoot4
Achterstallig onderhoud3
€ 10.456.000
Beschikbaar investeringsprogramma 2024 € 4.000.0005 per jaar flexibel te verdelen zie hierboven
€ 25.000.000
€
390.000
€
459.000
n.v.t.
n.v.t.
€
777.000
€
914.000
€ 650.000
€ 1.625.000
€ 2.155.000
€ 2.541.000
zie hierboven
€ 8.000.000
€ € € € € €
zie hierboven n.v.t.
€ 10.000.000 € 4.000.000
Openbaar groen Riolering Vastgoed en gebouwen
€ € € € € €
n.v.t. n.v.t. n.v.t.
TOTAAL
€ 33.153.000
n.v.t. n.v.t. € 1.395.000 bestemmingsreserve € 6.045.000
1.776.000 644.000 + 300.000 (OSW) 6.824.0006 8.723.000 2.152.000
2.096.000 719.000 + 300.000 (OSW) 7.200.000 8.723.000 2.312.000
€ 35.720.000
€ 48.625.000
Uit dit overzicht blijkt dat het verschil tussen het benodigde en het beschikbare onderhoudsbudget het afgelopen jaar is gegroeid. De grootste oorzaak hiervan zijn de enorme prijsstijgingen. Voor de GWW-sector gaat het om 17%, wat neerkomt op een bedrag van circa € 3,4 miljoen. Dit is gebaseerd op een totaal onderhoudsbudget van € 20 miljoen (onderhoudsbudget minus riolering en salarissen groen). De werkelijke toekenning is € 0,6 miljoen, dus dat verklaart het gat tussen benodigd en beschikbaar. Om voldoende te kunnen blijven investeren is voor 2024 een bedrag van € 1 miljoen extra per jaar aangevraagd. Door meer te werken via het investeringsprogramma, kunnen we door gerichte investeringen de staat van onze kapitaalgoederen verbeteren en de achterstanden inlopen. De komende jaren beoordelen we in hoeverre het investeringsgeld effect heeft op de verhouding van het beschikbare versus het benodigde onderhoudsbudget. Dit past in ons 10 jarenplan. Om het gat tussen benodigd en beschikbaar budget te verkleinen, proberen we de komende jaren in te zetten op ingroei van de budgetten (indexatie met terugwerkende kracht). Daarnaast blijven we inzetten op integraal werken, werk met werk maken en wordt onderzocht of er externe financiering mogelijk is voor herinrichtingen en projecten.
3
Resultaat van een integraal werk met nieuwe damwand, vergroening en bestrating bij de Klipperkade te Sneek.
Achterstallig onderhoud ten opzichte van het door de raad vastgestelde onderhoudsniveau. Een deel hiervan betreft ernstige achterstand en deze worden in de planning als eerste hersteld. 4 Het benodigde bedrag aan indexatie en areaaluitbreiding zit verwerkt in de verschillende onderhoudsbudgetten. 5 Jaarlijks kan (vanaf 2024) voor circa € 4 miljoen geïnvesteerd worden in vervanging en renovatie. In de praktijk wordt dit flexibel ingezet daar waar nodig is veelal in over wegen, bruggen en oevers & kaden. 6 Inclusief uren eigen groendienst en excl. materieel.
Pagina 96 van 143
BIJ.450367
Naast de indexatie van de afgelopen jaren komen daar de toekomstige indexatie en areaaluitbreiding nog bij. Anders zullen de achterstanden verder oplopen, in plaats van dat we deze inhalen. Als toezichthouder kijkt de provincie Fryslân ook kritisch mee in hoe we de achterstanden gaan wegwerken en of we het onderhoudsbudget op orde hebben. In 2023/2024 wordt een algehele herijking uitgevoerd over de hoeveelheid achterstallig onderhoud binnen kapitaalgoederen.
4. Aandachtspunten per onderdeel We geven hier per onderdeel de belangrijkste aandachtspunten aan voor de komende jaren.
Wegen De gemeente heeft als wegbeheerder de zorgplicht voor veilige en bruikbare wegverhardingen (op basis van de Wegenwet). Onder deze noemer vallen onder andere asfalt-, klinker- en betonwegen en halfverharde paden, inclusief het grondwerk van naastgelegen bermen. Het bovengrondse onderhoud aan brandkranen valt hier ook onder. Stand van zaken/aandachtspunten • Dagelijks controleren de wegbeheerders de wegen om grip te houden op de kwaliteit van de wegen. In 2023 is de tweejaarlijkse onafhankelijke (visuele) weginspectie uitgevoerd; • de algemene kwaliteit (netwerkniveau) is gelijk gebleven aan die van 2021: een 5,2. De asfalt- en betonverhardingen laten een heel lichte vermindering van de kwaliteit zien, terwijl de kwaliteit van de elementenverhardingen heel licht is toegenomen; • in 2024 blijven we primair inzetten om de achterstand van elementenverhardingen te reduceren, vanwege de nodige risico’s (bijvoorbeeld struikelgevaar op stoepen). Voor asfalt blijven we vooral inzetten om het kwaliteitsniveau Basis in stand te houden vanwege het risico op kapitaalsvernietiging als onderhoud wordt uitgesteld; • de achterstanden bij elementen wordt deels ook veroorzaakt door wortelopdruk. Samen met afdeling groen wordt dit nader opgepakt en gefinancierd uit reguliere onderhoudsbudgetten.
Hiermee wordt een deel van de achterstanden weggewerkt; • ten gevolge van een exponentiele toename van werkzaamheden van telecom- en nutsbedrijven ontstaat een verdere achteruitgang van de kwaliteit van de wegen en wordt het plannen van wegenonderhoud steeds complexer; • voor bebording is in 2023 begonnen met het grootschalig vervangen van NBd7-bewegwijzeringen.
Openbare verlichting (OVL) en verkeersregelinstallaties (VRI’s) Openbare verlichting is een taak van de gemeente en draagt bij aan de leefbaarheid; in het bijzonder de sociale veiligheid en de verkeersveiligheid. In de Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A. werken we samen met de provincie en het merendeel van de Friese gemeenten ten aanzien van het beheer en onderhoud van openbare verlichting en de inkoop van energie. Verkeersregelinstallaties hebben als doel om op drukke plekken met conflicterende verkeersdeelnemers het verkeer goed en veilig af te wikkelen. Tevens vallen onder deze categorie de elektrisch verzinkbare palen in de binnenstad van Sneek. Stand van zaken/aandachtspunten • Er zijn eind 2022 nieuwe middelen beschikbaar gesteld. In 2023 is een aanvang gemaakt om 3.000 armaturen te vervangen. Naar verwachting bestaat eind 2023 circa 60 % van de armaturen uit LED-technologie; • de VRI-installaties, allen in Sneek gesitueerd, zijn technisch aan het einde van hun levensduur en vooral de hard- en software van de bediening is dermate verouderd, dat vervangende materialen steeds moeilijker verkrijgbaar zijn; • we combineren de vervangingsopgave van openbare verlichting met de opgave om energie te besparen.
De inzet is om conform het Klimaatakkoord in 2030 een energiebesparing van 50% te realiseren; • het onderhoudsbudget bestaat voor een bedrag van € 365.500,- uit energielasten. Dit bedrag is onvoldoende door de stijging van energieprijzen en netwerkkosten. In 2023 zijn via een integraal voorstel voor alle
7
De Nationale Bewegwijzeringsdienst (NBd) is een Nederlandse overheidsdienst die de bewegwijzeringstaken in Nederland uitvoert.
Pagina 97 van 143
BIJ.450367
gemeentelijke energielasten middelen aangevraagd om dit te compenseren. Voor openbare verlichting gaat het hier om circa € 360.000,- aan meerkosten en bij de VRI’s om circa € 9.000 voor het jaar 2024; • eind 2023 of begin 2024 wordt een actueel beleid- en beheerplan aangeboden om vastgesteld te worden. Middels dit plan worden tevens de noodzakelijke investeringsmiddelen aangevraagd om vanaf 2024 verder te gaan met het vervangen van masten en armaturen, om het areaal meerjarig op peil te houden; • het begin 2024 nog resterende budget (ca. € 500.000 voor masten en € 150.000 voor armaturen) wordt in 2024 ingezet voor noodzakelijke vervangingen; • de wens is om 1 van de 5 kruispunten in Sneek zodanig anders in te richten, dat de VRI’s niet meer nodig zijn.
Kabels en leidingen De vakgroep kabels en leidingen houdt zich bezig met werkzaamheden van nuts- en telecombedrijven in gemeentegrond. Stand van zaken/aandachtspunten • Kabels en leidingen is dan wel geen eigen gemeentelijk asset, maar het heeft wel raakvlakken met merendeel van de gemeentelijke assets. De gemeente is een regierol op de openbare ondergrond toegewezen; • de vele werkzaamheden van de nuts- en telecombedrijven maken het voor de gemeente steeds complexer om haar eigen onderhoud in te plannen. Het komt helaas nogal eens voor, dat na gemeentelijke onderhoudswerkzaamheden er alsnog kabel- of leidingwerkzaamheden op dezelfde locatie worden uitgevoerd; • met de aanleg van meerdere glasvezelnetwerken, uitbreiding van elektriciteitsnetten en mogelijke aanleg van warmtenetten raakt de ondergrond vol, op sommige plaatsen zelfs meer dan vol. Dit vraagt een andere rol en positie wanneer de gemeente de regie op de ondergrond wil blijven voeren. Ook omdat er vanuit andere invalshoeken een “claim” op de ondergrond gedaan wordt: ruimte voor bomen, ruimte voor water (infiltratie), et cetera. Dit gaat onherroepelijk leiden tot ook andere bovengrondse keuzes; • glasvezelnetwerken worden verder uitgerold. Er zijn steeds meer partijen die over gaan tot de aanleg van een glasvezelnetwerk en vanuit de telecomwet mag een gemeente dit niet weigeren.
Bruggen, tunnels en aquaducten De bruggen, tunnels en aquaducten vormen, naast de wegen, de basis van de infrastructuur van het wegen- en vaarwegennet. Ook de vele gemeentelijke steigers vallen onder dit onderdeel. Stand van zaken/aandachtspunten • Bij bruggen hebben we te maken met achterstanden, zowel technisch als visueel. Prioritering is nodig, omdat het budget niet toereikend is om deze achterstanden in te halen. Samen met het investeringsbudget van jaarlijks € 4 miljoen (te verdelen over Water en Wegen) proberen we hier een slag in te maken. Op basis van de organisatiewaarden, is er aan de voorkant getoetst op veiligheid, bereikbaarheid/beschikbaarheid en beeldkwaliteit van de bruggen; • voor de komende jaren voorzien we een piek in onderhouds- en vervangingswerkzaamheden; • in de Nota openbare ruimte is vastgelegd dat we inzetten op beweegbare bruggen en betonnen bruggen in ontsluitingswegen en doorgaande wegen. In 2020 zijn deze type bruggen nader geïnspecteerd en hier is een meerjarig programma voor opgesteld. De uitvoering hiervan loopt al enkele jaren en verloopt naar wens; • in verband met de eisen van de Blauwe Vlag en het vele gebruik, krijgen steigers en kaden in onze havengebieden ook prioriteit.
Oevers en kaden De gemeente heeft langs diverse watergangen en waterpartijen beschoeiingen, damwanden en kademuren in beheer. Deze oeverconstructies zijn nodig om de openbare gronden, fietspaden en wegen te beschermen tegen afkalving en om de doorstroming van het water te borgen. Stand van zaken/aandachtspunten • Voor de periode 2025 - 2035 voorzien we een piek in onderhouds- en vervangingswerkzaamheden, met name bij kademuren. We gaan een onderhoudsplan op stellen voor het aanpakken van de kademuren die in slechte of matige staat zijn; • in SWF ligt ruim 13 kilometer aan gemetselde/betonnen kademuren. De technische levensduur van een kade is gemiddeld 60 jaar maar een aantal kades ligt er al veel langer. Door technologische en maatschappelijke veranderingen worden vooral de oudere kades veel intensiever gebruikt en zwaarder belast dan waarvoor ze oorspronkelijk ontworpen zijn. Het herstellen of vervangen van dergelijke kademuren is arbeidsintensief en
Pagina 98 van 143
BIJ.450367
kost dan ook veel geld. Recente voorbeelden hiervan zijn de kade langs de Achtvoet in Hindeloopen en de Waterpoortsgracht in Sneek; • bij oevers en kaden zien we de constructie-eisen bij nieuwe constructies ver toenemen. Waar in het verleden een houten beschoeiing voldoende was en ook bleek, wordt nu een zwaardere constructie vereist. Dit kan dikker en langer hout zijn of zelfs staal. In de praktijk komen we dit steeds vaker tegen en is (flink) kostenverhogend. Voordeel hiervan is dat de verwachte levensduur ook langer is.
Onderhoud waterbodems/baggeren Onze gemeente is een waterrijke gemeente. Het water verbindt dorpen, steden, meren en het IJsselmeer. Een goede bevaarbaarheid en onderhoud draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving, het stimuleren van de werkgelegenheid in de recreatieve sector en het vergroten van economische kansen. De gemeentelijke taken betreffen onder andere het bereikbaar houden van gemeentelijke havens, het op diepte houden van aanleggelegenheden en het onderhoud van water ten behoeve van de kwaliteit van de leefomgeving in de kernen. Stand van zaken/aandachtspunten • Vanaf 2020 ligt de focus op de overdracht stedelijk water met Wetterskip Fryslân. Uiterlijk eind 2025 dragen we het stedelijk water zonder achterstallig onderhoud over aan Wetterskip Fryslân. Vanwege deze verplichting (overeenkomst) ligt de prioriteit bij het nakomen van de afspraken Overdracht Stedelijk Water (OSW). Voor de periode 2022-2025 is er apart budget toegekend voor OSW, namelijk € 300.000,- per jaar; • de afgelopen jaren zien we het aantal meldingen over ondieptes en waterplanten flink toenemen. Voor een deel gaat het om gemeentelijke wateren, maar voor een groot deel ook wateren die in eigendom zijn bij Wetterskip Fryslân. Deze wateren hebben dan geen vaarwegstatus en dat betekent dat deze (van oudsher) vaarroutes tussen wal en schip vallen.
Daarom brengt de gemeente de gewenste routes in beeld om vervolgens in 2024 met een plan van aanpak te komen, uiteraard in afstemming met het waterschap; • incidenteel komt het voor dat de vaargeul(en) in het IJsselmeer moeten worden uitgediept. Hier is geen apart budget voor. Dit zijn incidentele werkzaamheden, waarvan de kosten deels werden gedekt door de opbrengsten van het vrijkomende zand. De frequentie is erg afhankelijk van de weersomstandigheden, bijvoorbeeld na een storm; • een ander financieel risico is de aanwezigheid van PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) in het baggerslib, waardoor de afvoerkosten vele malen hoger zijn.
Openbaar groen Meer dan elk ander onderdeel van de kapitaalgoederen bepaalt de aan- of afwezigheid van openbaar groen de sfeer en beleving van de openbare ruimte. De groenvoorziening is een belangrijk onderdeel van de openbare ruimte. Stand van zaken/aandachtspunten • In 2023 zijn we voornemens een beheerplan voor de begraafplaatsen vast te stellen. In het beheerplan worden keuzes voor omgang met problemen op de begraafplaatsen gemaakt. Daarnaast ook hoe we het toekomstig beheer zien en welke diensten wij als gemeente op de begraafplaatsen willen aanbieden. De keuzes in het beheerplan hebben mogelijk ook financiële gevolgen; • de klimaatveranderingen hebben invloed op de staat van de groenvoorzieningen. Zo neemt de kans op stormschade toe. Dit geldt ook voor mogelijke extra uitval van beplanting door langdurige droogte of regenval. Een andere ontwikkeling die we zien is de toename van ziekten en plagen (waaronder de reuzenberenklauw, de Japanse duizendknoop en eikenprocessierups) door een ander klimaat; • de energietransitie zorgt ervoor dat er een grotere claim op de ondergrondse ruimte wordt gelegd. Dit geldt ook voor bijvoorbeeld de grootschalige aanleg van kabels en leidingen als glasvezel.
Hier zullen we integraal slimme oplossingen voor moeten bedenken om het bestaande groen te behouden en waar mogelijk te versterken; • net als in veel sectoren is het moeilijk voldoende gekwalificeerd personeel te vinden voor de uitvoering van de werkzaamheden. Dit geldt voor vast– en inhuurpersoneel. Dit heeft invloed op het behalen van de afgesproken kwaliteitsafspraken. Wel proberen we met een leer-werktraject extra mensen op te leiden; • het wordt lastiger om gekwalificeerd personeel te krijgen. Ook wordt het groeiseizoen steeds langer en daardoor gaan de werkzaamheden langer door met toenemende kosten. Door klimaatsverandering hebben we ook steeds meer te maken met extreme weersomstandigheden die kostenverhogend werken (meer uitval beplanting, extra beregenen, stormschade, et cetera). Ook zien we de lonen voor inhuur stijgen (volgens CAO).
Pagina 99 van 143
BIJ.450367
Riolering Het beheer en onderhoud van de riolering is geregeld in het Watertakenplan Súdwest-Fryslân 2023-2027. Door de schaalgrootte en de wijziging van de bedrijfsvoering zijn de afgelopen jaren behoorlijke besparingen behaald. De financiering is geregeld via de voorziening Riolering. Stand van zaken • Op 9 maart 2023 heeft de gemeenteraad het Watertakenplan 2023-2027 vastgesteld; • bij de riolering is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Gemeentelijke gebouwen De gemeente is eigenaar van een groot aantal gebouwen, variërend van omvangrijke gebouwen tot kleinere gebouwtjes en (huur)woningen. Naast de voormalige stad- en gemeentehuizen, buitendiensthuisvesting, sportaccommodaties (sporthallen), gaat het om diverse recreatieve douche- en toiletgebouwtjes, strategische panden, parkeergarages, culturele gebouwen en (rijks)monumenten. De gemeente onderhoudt en beheert 197 panden. Daarnaast zijn er nog gedenktekens en culturele kunstwerken (174 stuks) die ook onder dit deel van de kapitaalgoederen vallen. Het onderhoudsniveau van de gebouwen varieert van hoog (redelijk aantal) tot basis naar laag. Stand van zaken • Het nieuwe beheersysteem IBIS is gevuld, inspecties om de kwaliteitsniveaus te bepalen worden de komende jaren uitgevoerd; • in september 2023 is voorgesteld een krediet van € 1.200.000,- beschikbaar te stellen voor het verduurzamen van het eigen vastgoed. Aan de gemeenteraad is ook de voorlopige planning van het verduurzamen van het eigen vastgoed gepresenteerd; • we zetten in op overdragen, verkopen en herbestemmen van gebouwen in combinatie met risico gestuurd onderhoud.
Pagina 100 van 143
BIJ.450367