CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

17. TV CIE PvdA - antwoorden deel II

Raadsvergadering 8 februari 2024, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Kaderbrief Veiligheidsregio Fryslân 2025-2028730 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener Fractie

: :

Johan Feenstra PvdA

Datum

:

25 januari 2024

Agendapunt

:

6

Onderwerp

:

Kaderbrief Veiligheidsregio. Vervolg 2 17-1-2024

Commissievergadering BF

Inleiding: We hebben op 17 januari jl. antwoorden ontvangen op onze ambtelijke technische vragen over de kaderbrief van de Veiligheidsregio. Dank daarvoor. Naar aanleiding daarvan hebben wij nog de volgende vragen. 1. 1 Naar aanleiding van antwoord 2.A: Er wordt geschreven dat de CPI (consumenten prijsindex) “in de sector” niet ongebruikelijk is. Dit blijkt ook uit een inventarisatie van de gehanteerde indexatiemethoden bij diverse gemeenten en gemeenschappelijke regelingen in het noorden van het land, zo wordt geschreven. A. Kunnen wij die inventarisatie ontvangen? B. Gebruikt onze gemeente voor de inflatie-compensatie ook de CPI als index? C. Zo neen waarom niet, zo ja waarom wel. D. Als onze gemeente de CPI niet de juiste index acht om materiele kosten mee te compenseren, welke index hanteren wij dan? E. Hoe werkt deze systematiek van compensatie van inflatie op de materiele kosten in onze gemeente? F. Calculeren wij ook na als blijkt dat de index bij nader inzien anders is (zoals de Veiligheidregio wel doet en achteraf aansluit bij het gemeentefonds via IMOI en IBOI?) Antwoord: A. Uit onderstaande sheet blijkt dat de inventarisatie is besproken met de auditcommissie (3 oktober 2010):

B. Nee, onze gemeente gebruikt niet de CPI als index. C. Wij gebruiken de CPI niet, omdat we in principe uit gaan van de index Prijs Bruto Binnenlands Product (PBBP). Dat is een keuze die we al jaren geleden hebben gemaakt en die wat ons betreft voldoet. Op specifieke onderdelen gebruiken we andere indexen (bijvoorbeeld OVA bij contracten voor het Sociaal Domein, CAO voor Loonsom, en een combinatie PBBP/CAO bij subsidiebedragen). D. Zie C. E. Op pagina 122 van de Programmabegroting 2024 is aangegeven op welke onderdelen in de begroting van 2024 een inflatiecorrectie heeft plaatsgevonden. Betreffende de materiële kosten gaat het met name om de energieprijzen, (onderhoud) kapitaalgoederen en (een groot deel van de) overige inkoopbudgetten. • • •

De begrote kostenstijging voor energieprijzen is gebaseerd op het huidige inkoopcontract, het huidige inkoopvolume en een inschatting van de markt. De onderhoudsbudgetten voor kapitaalgoederen zijn geïndexeerd met 3% (conform PBBP). Dit is lager dan de werkelijke prijsstijgingen die we ervaren. We hopen dat we ontbrekende indexatie in de komende jaren weer in kunnen halen. De overige inkoopbudgetten zijn geïndexeerd met 3% (conform PBBP). Inhuur derden is geïndexeerd met 10% (gerelateerd aan CAO-loonstijgingen).

F. In principe calculeren wij niet na. Soms zullen we te veel indexeren, soms te weinig. In onze ervaring vlakt dat elkaar over de jaren wel uit. Alleen in geval van extreme prijsstijging, doen we een correctie. Dat geldt bijvoorbeeld voor de bovenstaande benadering van de energieprijzen. Ook bijvoorbeeld de budgetten voor loonkosten hebben we bijgesteld toen bleek dat de werkelijke CAO stijging behoorlijk afweek van de inschatting. 2.

In de beantwoording is aangegeven dat op grond van de financiele verordening van de Veiligeheidsregio wordt verrekend op basis van het gemeentefonds. Daarbij, zo is geschreven zal de verrekening van de materiele kosten plaatsvinden op grond van de IBOI en IMOI. De systematiek van het gemeentefonds zal in 2027 echter veranderen zoals in de meicirculaire 2023 is verwoord. Het kabinet heeft besloten dat de indexatie zal plaatsvinden op grond van het Pbbp (Prijs binnenlands product) A. Nu in de financiele verordening uitdrukkelijk is opgenomen dat er op grond van het gemeentefonds wordt verrekend betekent dat met ingang van 2027 e.v. de verreking plaats gaat vinden op grond van het Pbbp? B. Zo neen, waarom niet?

Antwoord: A. Zodra er een wijziging plaatsvindt voor de indexatiesystematiek van het gemeentefonds zullen wij dit opnieuw voorleggen. Zolang de imoic en de iboi van toepassing zijn zullen wij deze systemtiek hanteren. B. Zie A. 3.

In antwoord op onze vraag 5 is uitgelegd hoe de systematiek in 2025 gaat werken. Is dat ook voor 2024 op identieke wijze van toepassing en met welk CPI percentage is voor 2024 rekening gehouden? Antwoord: Bij de kaderbrief 2024-2027 hebben we afgesproken om het effect van de inflatie van de materiële kosten volgens het afgestemde ‘scenario 3’ te verrekenen. In dit scenario wordt de indexatie van de materiële kosten voor 2024 voorlopig afgetopt tot 8%. Deze indexatie evalueren en verrekenen we achteraf over de jaren 2022, 2023 en 2024, op basis van de werkelijke ontwikkeling van het gemeentefonds.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13737945/2