15. TV CIE PvdA - antwoorden deel 3
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener Fractie
: Johan Feenstra : PvdA
Commissievergadering
: BF
Datum
: 4 december 2025
Agendapunt
: 10
Onderwerp
: Verordening forensenbelasting (3)
1.
Wij hebben woensdag 3 december jl. antwoorden ontvangen op onze vragen over de forensenbelasting deel 2. Dank daarvoor. Deze antwoorden geven nog aanleiding om door te vragen. De toeristenbelasting is 7 jaren niet verhoogd met inflatie en in 2025 met 60% (van 1,25 naar 2,0 euro). De forensenbelasting is in die 7 jaren met totaal 18,6% (2018 tot en met 2024) verhoogd en in 2025 met 20%. Het totaal maakt dus 38,6%. Omdat de intentie is te investeren in de gastvrijheidseconomie waar zowel toeristen als forensen belang bij hebben, wordt vanuit de gemeente de argumentatie aangevoerd dat het logisch is om beide belastingen (toeristen en forensen) beleidsmatig te koppelen. Nu hebben we vorig jaar de toeristenbelasting met 60% is verhoogd en de forensenbelasting met “slechts” 38,6%. Nu de verhoging van de forensenbelasting (38,6%) zo achterblijft bij die van toeristen (60%) waarom kunnen we dan gezien de koppeling, nu niet de forensenbelasting met 10% verhogen. Wat is daar zo op tegen? Wij zien de juridische bezwaren van deze onderbouwing mede gezien de koppeling niet? Graag een gemotiveerd antwoord. Antwoord: De verhogingen van 2025 (toeristenbelasting met 60% en forensenbelasting met 20%) waren in verband met de kansrijke sporen. Bij de vaststelling van de verordeningen in december is de verhoging van de forensenbelasting als volgt gerechtvaardigd: 1.
Uit de vergelijking met andere gemeenten in Fryslân blijkt dat de forensenbelasting in Súdwest-Fryslân laag is voor woningen met een lage tot gemiddelde waarde. 2. De tarieven voor andere toeristische heffingen binnen de gemeente (de toeristen- en de watertoeristenbelasting) stijgen met 60%. Een investering in de gastvrijheidseconomie is hierbij niet genoemd. Ook de verhoging van de toeristenbelasting was grotendeels vanwege de financiële uitdaging. Voor de voorgestelde verhogingen van de toeristenbelasting en forensenbelastingen in de begroting 2026 is bij de motivering van deze verhogingen een koppeling gemaakt met de investering in de gastvrijheidseconomie. Nu de verhoging van de toeristenbelasting niet doorgaat is een verhoging van de forensenbelasting met als argument een investering in de gastvrijheidseconomie niet verdedigbaar. Zoals in de beantwoording van de vragen over de forensenbelasting deel 2 is genoemd zijn de forensenbelasting en toeristenbelasting verschillende belastingen. Er is geen koppeling tussen de belastingen, er was bij een koppeling in de motivering van de voorgestelde verhoging van beide
belastingen. Vragen die de gemeenteraad moet beantwoorden bij een verhoging van de forensenbelasting zijn: in hoeverre is rekening gehouden met de belangen van de belastingbetaler? Waarom is een verhoging van de forensenbelasting met 10% gerechtvaardigd? Als de reden zou zijn groeien naar de verhoging van de toeristenbelasting van 2025, is de vraag: waarom moet de procentuele groei van de forensenbelasting gelijk zijn aan die van de toeristenbelasting nu de tarieven van beide heffingen niet dezelfde grondslag hebben? De gemeenteraad heeft op 13 november 2025 besloten om het tarief van de forensenbelasting niet te verhogen. Het voorstel dat nu voorligt is een uitvoering van dit besluit. Een gelijkblijvend tarief (0,1819% van de WOZ-waarde) leidt door de ontwikkeling van de WOZ-waardes tot een verhoging van de gemiddelde aanslag forensenbelasting van 4,4% en een verwachte meeropbrengst van € 68.199,ten opzichte van 2025.