CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

13. TV CIE PvdA II - antwoorden

Raadsvergadering 24 oktober 2024, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Bestjoersrapportaazje april, maaie, juny 2024960 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener Fractie

: :

Commissievergadering

Aagje Bouwhuis PvdA BF

Datum

:

10 oktober 2024

Agendapunt

:

8

Onderwerp

:

Bestuursrapportage april, mei, juni 2024

1. Punt 5 (blz 5) over schooluitval. We lezen hier dat er een toename van het aantal verzuimmeldingen is van 30%, in primair en voortgezet onderwijs bedraagt de toename meer dan 70%. a. Is er een verklaring aan te wijzen voor de toename van het aantal verzuimmeldingen? b. Is bekend wat scholen doen om het aantal verzuimmeldingen naar beneden te krijgen en kunnen wij als gemeente hierin een rol spelen? Antwoord a. We kunnen ons voorstellen dat het lijkt alsof er meer verzuimd wordt. Dit is niet het geval. Een stijging van het aantal verzuimmeldingen betekent dat scholen steeds vaker tijdig bij de leerplichtambtenaar aan de bel trekken als een leerling verzuimt. b. Scholen zijn wettelijk verplicht om iedere leerling, die zonder geldige reden meer dan 16 uur lesof praktijktijd gedurende vier opeenvolgende weken verzuimt, te melden bij de leerplichtambtenaar. Het gaat hierbij om zogenoemde ‘witte thuiszitters’ oftewel de ongeoorloofde thuiszitters. Het feit dat het aantal meldingen stijgt betekent dat scholen beter melden en ook eerder melden. Dit was niet altijd het geval. Daarnaast is ook nog sprake van ‘grijze thuiszitters’, oftewel de geoorloofde thuiszitters. Dit zijn leerlingen die (langdurig) ziekgemeld zijn. In onze gemeente melden de scholen in het VO de langdurig zieke leerlingen/grijze thuiszitters bij het Samenwerkingsverband Fultura.

De samenwerkingsverbanden (ook in het primair onderwijs) zijn verantwoordelijk voor de grijze thuiszitters. Maar er wordt natuurlijk zoveel mogelijk en vroegtijdig samengewerkt met alle partners (GGD, leerplicht, onderwijs). Geoorloofd thuiszitten kan namelijk ook leiden tot verder schoolverzuim, intensieve zorgtrajecten en/of helemaal niet meer naar school gaan. Als gemeente zijn we veel in gesprek met de samenwerkingsverbanden, de GGD en de scholen om verzuim vroegtijdig in beeld te krijgen. We onderzoeken op dit moment de mogelijkheden van het inzetten van verschillende interventies om schoolverzuimers vroegtijdig in beeld te krijgen. In het jaarverslag Leerplicht schooljaar 2023-2024 zal hier dieper op ingegaan worden. De verwachting is dat dit in november naar de raad zal gaan. 2. Punt 22 (blz. 12) over laagdrempelige activiteiten. Er wordt gesproken over het subsidiëren van laagdrempelige activiteiten. a. Wat wordt verstaan onder laagdrempelige activiteiten? b. In hoeverre maken besturen gebruik van deze subsidie?

Antwoord a. Laagdrempelige activiteiten zijn activiteiten die open en toegankelijk zijn voor diverse doelgroepen. We subsidiëren deze activiteiten, zodat er voor besturen geen financiële drempel is om dergelijke activiteiten te organiseren / aan te bieden in ontmoetingsplaatsen. Voorbeelden van laagdrempelige activiteiten zijn: - Schoencadeautjes voor sinterklaas; - Snert voor de buurt tijdens een winteravond; - Wijkmaaltijd voor senioren; - Filmavond voor de jongeren; - Aanschaf koffie / thee voor een buurtochtend. b. Het aanvraagformulier voor de activiteitensubsidie is eind september 2024 toegezonden aan besturen van ontmoetingsplaatsen. Binnen een week zijn er al zes besturen die de subsidie hebben aangevraagd. De verwachting is dat dit aantal zal stijgen; half oktober zal er nog een herinnering worden uitgestuurd. Vanuit besturen wordt erg positief gereageerd op deze subsidiemogelijkheid; het neemt net die extra drempel weg om iets te organiseren voor het dorp of de wijk. 3. 9.2 g – jeugd – tekort (blz 66/67) We lezen in nog geen 6 regels het voorstel voor een verhoging van 4,2 miljoen. Graag een uitgebreide onderbouwing voor dit voorstel voor verhoging van uitgaven met 4,2 miljoen. Antwoord De begroting voor jeugd 2024 is destijds ten opzichte van de begroting jeugd 2023 alleen opgehoogd met de indexering.

Het tekort over 2023 kon nog niet meegenomen worden ten tijde van het opstellen van de begroting. Dit betekent dat bij gelijkblijvende omstandigheden er wederom een tekort ontstaat in 2024. Het verwachte tekort is bovendien groter, doordat er over het tekort van 2023 geen indexering is doorgerekend naar 2024. De verwachting is dat de oorzaken van het tekort over 2023 ook voor 2024 gelden. Denk hierbij aan gestegen jeugdzorggebruik en de duurdere zorg die benodigd is door complexiteit van hulpvragen. Daarom stellen we via deze berap voor om het tekort over 2023 alsnog mee te nemen in onze begroting voor 2024. Cijfermatig: De begroting jeugdzorg bedroeg in 2023 € 29,4 miljoen, de realisatie 2023 was € 34,1 miljoen. De begroting jeugdzorg bedraagt in 2024 € 31,5 miljoen. Als de gerealiseerde uitgaven 2023 worden doorgerekend naar 2024 m.b.v. alleen de indexering dan zou 2024 uitkomen op een realisatie van € 36,5 miljoen. Ten opzichte van de begroting jeugdzorg 2024 is dat een tekort van € 5 miljoen. Een deel van dit tekort wordt al reeds opgevangen door de verhoging van het budget voor de gecertificeerde instellingen (zie antwoord vraag 4). 4. 9.2 h – jeugd – landelijke tarieven (blz 67) Door de invoering van landelijke tarieven wordt een tekort van 1 miljoen verwacht. Wat wordt bedoeld met landelijke tarieven? Op welke manier leidt de invoering hiervan tot een tekort?

Antwoord Jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen worden uitgevoerd door de zgn. gecertificeerde instellingen (GI’s). Om de werkdruk en caseload bij deze gecertificeerde instellingen omlaag te brengen en daarmee de kwaliteit van dienstverlening te verbeteren, is landelijk afgesproken hiervoor reële tarieven te hanteren. Deze landelijke (hogere) tarieven gelden per 1 januari 2024. Deze landelijke tarieven bekrachtigen en uniformeren de al reeds eerder ingezette ontwikkelingen van caseloadverlaging en tariefverhoging. Doordat het akkoord voor deze landelijke tarieven pas in oktober 2023 is bereikt, konden deze kosten niet worden voorzien in de begroting 2024. Op basis van het aantal ingezette jeugdbeschermings- en reclasseringsmaatregelen in 2023 verwachten wij in 2024 een tekort van € 1.000.000 ten opzichte van de begroting. Vanuit het rijk krijgen wij een gedeeltelijke compensatie van € 170.000 (meicirculaire 2024) voor de hogere landelijke tarieven. Het werkelijke resultaat is afhankelijk van het aantal ingezette jeugdbeschermings- en reclasseringsmaatregelen in 2024. Deze afrekening wordt in mei 2025 opgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14621953/2