13. TV CIE NS l antwoorden
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener Fractie
: Jacoline Engelmoer-Leeuwen : Nieuw Sociaal
Commissievergadering/Raad
: commissie BF
Datum
: 4 december
Agendapunt
: 14
Onderwerp
: Verordening op de heffing en invordering van OZB 2026 en de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2026
1.
Wat is de reden dat dit jaar slechts 56% van de waardes bekent zijn? Wordt dit gezien als een incident en wat wordt gedaan om dit te voorkomen in de toekomst Antwoord: De WOZ-taxateurs zijn later dan normaal begonnen met de herwaardering. Dit komt omdat in samenwerking met de BAG en BGT een mutatiesignalering is uitgevoerd. Dit was een groot project dat uiteindelijk veel handmatige mutaties tot gevolg had. Dit project moest eerst volledig uitgevoerd zijn voordat met de herwaardering kon worden begonnen zodat alle nieuwe objectonderdelen (aanbouwen en bijgebouwen) meegenomen worden in de herwaardering. Binnen de WOZ zijn wij bezig met een vijf jaren verbeterplan. De mutatiesignalering was onderdeel van het eerste jaar. De komende jaren staan elk jaar verbeterprojecten op de agenda. Wij sluiten niet uit dat wij de komende jaren vaker later kunnen beginnen met de herwaardering en deze dan ook bij de berekening van de tarieven nog niet afgerond hebben. Het doel blijft wel altijd tijdig beschikken richting de inwoners (dit is eind februari). Het doel van het vijf jaren plan is dat de herwaardering als ook de bezwaarafhandeling efficiënter en nog nauwkeuriger verloopt.
2.
Hoe worden de eigenaren hierover geïnformeerd? En hoe worden ze van de voortgang op de hoogte gehouden? Antwoord: Op het moment van het berekenen van de tarieven (eind oktober) was slechts 56% van de objecten (woningen en niet-woningen) van een waarde voorzien. Begin december zal dit 90% of zelfs hoger zijn. Daarna volgen de eindcontroles. De WOZ-beschikkingen worden elke jaar eind februari verzonden naar de eigenaren. Dit wordt volgens planning uitgevoerd. De eigenaren merken hier daarom niets van.
3.
In het raadsvoorstel wordt aangegeven dat het college wellicht met een aanpassing terugkomt naar de Raad. Kan het college een inschatting geven van de hoogte van de afwijking/bijstelling? Welk risico lopen we hiermee? Antwoord: Het uitgangspunt is dat de begrote opbrengst gerealiseerd wordt. Eind oktober is een berekening gemaakt van de tarieven. Het tarief voor de woningen is bijvoorbeeld als volgt berekend:
A Begrote opbrengst woningen
B gedeeld door
€ 14.801.350
:
C Totale waarde woningen € 14.837.919.004
D is
E Tarief OZB woningen
=
0,0998%
Het bedrag in kolom A staat vast. Dit heeft u vastgesteld in de begroting. De waarde in kolom C is deels geschat en kan nog wijzigen doordat de WOZ-taxateurs nog aan het taxeren zijn. Stel, de totale waarde van alle woningen blijkt uiteindelijk uit te komen op 15 miljard. Als we niets doen wordt de OZB opbrengst voor woningen € 15 miljard x 0,0998% = € 14.970.000. Dit is € 168.650 meer dan begroot. Stel, de totale waarde van alle woningen blijkt echter uiteindelijk uit te komen op € 14,5 miljard. Als we niets doen wordt de OZB opbrengst voor woningen uiteindelijk € 14.471.000. Dit is € 330.350 minder dan begroot. Het risico van niets doen vinden wij te groot. Daarom is ons voorstel om begin december een nieuwe berekening te maken van het tarief met in kolom C de totale waarde woningen op dat moment. Deze waarde zal veel nauwkeuriger zijn waardoor het risico op meer- of minderopbrengst juist kleiner is.