12. TV CIE PvdA - antwoorden
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener Fractie
: Johan Feenstra : PvdA
Commissievergadering
: B&F
Datum
: 4 december 2025
Agendapunt
:11
Onderwerp
: Verordening rioolheffing
1.
Bij de stukken is een mail gevoegd van een belanghebbende. Daaruit blijkt dat door een wijziging van de begripsomschrijving van garageboxen sprake is van substantiële verhogingen van de aanslag. De oppervlakte van garageboxen is in de verordening 2025 beperkt tot 25m2. Volgens de inhoud van de mail dient er, als gevolg van het feit dat de betrokkene een box heeft van 28m2, (3 m2 meer) 630% meer belasting betaald te worden. Daarover de volgende vragen: A. Klopt de inhoud van deze mail. Zo neen wat niet en waarom? B. Wat is de technische reactie op deze mail? C. Is het juridisch redelijk en billijk om een dergelijk stijgingspercentage van 630% te hanteren. (danwel een stijging van de tarieven). D. Het betreft een 100 tal garages die vanwege een andere begripsomschrijving (25m2) in 2025 te maken hebben met een “forse” belastingverhoging. Waarom is de gemeenteraad in december 2024 niet volledig geïnformeerd over de financiële gevolgen en stijgingspercentages voor betrokkenen? E. Tot hoeveel aan extra inkomsten voor de gemeente heeft het wijzigen van de begripsomschrijving op grond van die 100 garages geleid? Of te wel: als we het besluit van vorig jaar terugdraaien: hoeveel gaat het ons dan kosten? Graag berekening bijvoegen. F. Wat is de mening over het voorstel om een 2e categorie van boxen toe te voegen met als tarief 2 keer het tarief voor boxen tot 25m2? G.
Wat gaat het voorstel onder F de gemeente kosten aan gederfde inkomsten? Graag de berekening bijvoegen. H. Waarom is de grens vorig jaar gelegd bij 25m2? Wat was de reden/motivering? Antwoord A. De mail van de belanghebbende wijkt op twee punten af. 1. Naar aanleiding van een aantal bezwaren is gebleken dat opslagruimtes groter dan 25 m² die dienstbaar zijn aan woondoeleinden onder het woningtarief moet vallen in plaats van het niet-woningtarief. Bij de uitspraak op bezwaar zal de aanslag rioolheffing in deze gevallen verlaagd worden van € 309,28 naar € 211,24. Na afhandeling van alle bezwaren zullen ook de aanslagen van eigenaren/gebruikers die niet bezwaar gemaakt hebben, maar waarvan de opslagruimte dienstbaar is aan woondoeleinden ambtshalve verlaagd worden. Hiermee valt de verhoging uiteindelijk iets lager uit. 2. Daarnaast worden twee verschillende situaties over één lijn getrokken. Enerzijds de opslagruimtes groter dan 25 m² die dienstbaar zijn aan woondoeleinden en door wijziging van de definitie in een ander tarief vallen (woningtarief). Anderzijds opslagruimtes die op basis van wet- en regelgeving niet dienstbaar zijn aan woondoeleinden en daarom nooit onder het tarief voor garageboxen vielen, maar onder het niet-woning tarief.
B. Vanuit team belastingen wordt niet gereageerd op de mail van de belanghebbende. De belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag rioolheffing. Hierop zal de heffingsambtenaar gemotiveerd uitspraak doen. C. Er was geen sprake van een tariefstijging van 630%. De tarieven stegen destijds met 2,8%. Een 100 tal objecten zijn in een ander tarief gekomen waardoor er sprake was van een belastingverhoging. Doordat de definitie van een garagebox voor 2025 te vaag was, was er sprake van een enorme wildgroei binnen dit tarief. Grote opslagloodsen waren in dit tarief geplaatst. Hier zijn de tarieven voor een garagebox bij de invoering in 2015 niet bedoeld. Door de aanpassing van de definitie van wat een garagebox is, zijn we terug gegaan naar de basis en duidelijkheid. Je zou je af kunnen vragen of de loodsen groter dan 25 m² niet jaren in het te lage tarief hebben gezeten. Om die reden is het juridische redelijk en billijk. D. In het raadsvoorstel staat dat er sprake is van een belastingverhoging. Tevens staan alle tarieven voor de rioolheffing vermeld. Daarmee is geïmpliceerd hoeveel de belastingverhoging is. Dit had achteraf duidelijker uitgeschreven kunnen worden. Dit is niet een bewuste keuze geweest. E. Uit het raadsvoorstel met betrekking tot de verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2025: In de programmabegroting 2025 zijn op 14 november jl.
de kosten voor 2025 voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken vastgesteld op € 9.820.833,-. De stijging ten opzichte van 2024 komt door de kosten(ontwikkeling) in het Watertakenplan en indexering. De kostendekking van de rioolheffing is 100%. Door de stijging van de kosten stijgen de tarieven rioolheffing met 3,3%. Deze stijging is gematigd naar 2,8% door de aanpassingen in de verordening in de begripsomschrijving van garageboxen en in de afbakening voor recreatieterreinen. Het besluit heeft destijds op grond van bovenstaande niet geleid tot extra inkomsten. Het terugdraaien van het besluit levert een minderopbrengst op van € 18.235,35: Huidige tarief eigenaar + gebruiker € 216,98 tarief garage eigenaar + gebruiker € 43,31 verschil € 173,67 Aantal grote garages dienstbaar aan woondoeleinden, enkel hemelwater maximaal 25 m² 105 Minderopbrengst € 130,36 x 76 € 18.235,35 F. Een tweede categorie is een optie, maar ook een verschuiving van het probleem. De grens van 25 m² wordt opgerekt, maar er zullen nog altijd objecten niet onder de categorie vallen. Bovendien wordt daarmee afgeweken van waar het tarief voor garageboxen voor bedoeld was. De oppervlakte is niet de enige voorwaarde in de definitie van een garagebox. Het gebruik van de garageboxen moet ook volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden en er moet enkel sprake zijn van afvoer van hemelwater.
Door voor deze specifieke groep een extra tarief in te voeren wordt de heffing willekeurig. Waarom voor deze groep wel en voor een opslagloods van 40 m² op het industrieterrein (niet dienstbaar aan woondoeleinden) niet? Bij het huidige tarief zit een duidelijke motivering achter, namelijk de vergelijking met garages bij woningen. Bij een eventuele tweede categorie mist deze motivering. G. Uitgaande van de volgende definitie van “grote garageboxen”: een zelfstandige opstal met een oppervlakte van minimaal 26 m² en maximaal 50 m², bedoeld en als zodanig in gebruik om volledig dienstbaar aan woondoeleinden te dienen, terwijl vanuit de opstal enkel hemelwater wordt afgevoerd, is de berekening als volgt: Huidige tarief eigenaar + gebruiker € 216,98 Eventuele 2e tarief grote garage eigenaar + gebruiker € 86,62 verschil € 130,36 Aantal grote garages dienstbaar aan woondoeleinden, enkel hemelwater minimaal 26 m² en maximaal 50 m² 76 Minderopbrengst € 130,36 x 76 € 9.907,36 H. In het raadsvoorstel met betrekking tot de verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2025 staat omschreven dat de aanpassing nodig is om met de definitie van een garagebox aan te sluiten op wat hier bij de invoering van het tarief mee bedoeld werd: losse
garageboxen die vergelijkbaar zijn met garages bij woningen. De grens van 25 m² is ruim, omdat de meeste garages bij woningen zo’n 20 m² zijn. Waar de grens ook ligt, er zijn altijd opslagruimtes die er net buiten vallen.