11. TV RAAD PvdA I antwoorden2
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener Fractie
: :
Johan Feenstra PvdA
Datum
:
13 april 2023
Agendapunt
:
11
Onderwerp
:
Krediet voor onderzoek haalbaarheid vrije doorvaart onder spoorlijn Sneek-058
Raad
Naar aanleiding van de antwoorden op toezeggingen in de commissie B&F van 30 maart jl. zijn er nog de volgende technische vragen: 1.
De onderzoekskosten voor de 4 opties variëren. Voor optie 4 is een bedrag genoemd van € 442.000,=. De kosten voor optie 3 bedragen € 415.000. Een verschil van € 27.000. De complexiteit van optie 4 zit echter in de beweegbaarheid van de constructie om een vrije doorvaart mogelijk te maken voor kruisers e.d. Hoe kan het verschil tussen optie 3 en optie 4 slechts € 27.000 zijn. Er hoeven immers toch minder kosten voor mechanisch, civieltechnisch en ook engineering gemaakt te worden omdat alleen een tunnel van een geheel andere orde is. Graag een gedetailleerde onderbouwing waarom het verschil zo gering is? Antwoord: Het onderdeel voorbereidingskosten bevat de volgende onderdelen: - Het opstellen van het programma van eisen. - De onderzoeken om te komen tot een basis voor het ontwerp (zoals grondmechanisch en civieltechnisch onderzoek). - Het opstellen van een Schetsontwerp. - Het moduleren en dimensioneren van de onderdelen (cyclische interactie). - Het opstellen van het voorlopige ontwerp. - Het maken van principe details. - Het opstellen van het definitief ontwerp. De uitwerking van het draai- of hefmechaniek kan het beste tijdens de uitvraag een onderdeel zijn van het bestek.
Bij het bepalen van de (voorbereiding)kosten van het beweegbaar maken van het dek voor de doorvaart, kan gebruik gemaakt worden van de kennis en ervaring van de uitvoerende partij die gebruik zal maken van bestaande oplossingen (van hun ontwerpbibliotheek). In de bestekfase zal een afwegingsmoment kunnen komen over een hefbrug, draaibrug of een basculebrug. De grootste voorbereidingskosten zitten in de aanzet tot de uitwerking van de opties. Het beweegbaar maken van de brug is in beperkte mate van invloed op de voorbereidingskosten. Het verschil tussen optie 3 en 4 zit vooral in de engineering door ProRail, welke bij een beweegbare brug wat meer kost. Op de volgende pagina is een overzicht van de raming van de kosten voor de verschillende opties opgenomen.
Overzicht raming opties 1 t/m 4
2.
Optie 4 met een beweegbare brug is minimaal 1 miljoen euro duurder. In een beweegbare brug zitten allerlei mechnanismen e.d. Het is een complexe technische aangelegenheid. De stichtingskosten van optie 4 zijn t.o.v. optie 3 dus sowieso aanzienlijk duurder. De onderhoudskosten e.d. komen daar nog bij. A. Hoe zit het met de onderhoudskosten? Hoe worden die ingeschat? B. En hoe zit het met de kosten van de brugbediening? C. Hoe ziet u überhaupt de brugbediening als daar 3 dan wel meerder keren een trein voorbij gaat? Antwoord: A. De onderhoudskosten zijn afgeleid van (ervaring-cijfers van) bestaande kunstwerken binnen de gemeente. Deze worden voor het kunstwerk (optie 4) geschat op € 5000,- / jaar. Bij de andere opties zullen de onderhoudskosten lager uitvallen. B. Voor de brugbediening wordt gedacht aan bediening op afstand met camera bewaking (vanuit een centraal punt). Op dit moment zijn deze kosten niet inzichtelijk. C. De bediening dient zodanig te zijn dat er redelijkerwijs voldoende tijd is om een aantal vaartuigen tegelijk doorvaart te kunnen bieden. Uiteraard is de spoorwegfrequentie bepalend. Een hefbrug met een korte reactietijd zou waarschijnlijk de meest wenselijke oplossing zijn. Dit is dan ook een onderdeel bij het opstellen van het programma van eisen om te komen tot een adequate oplossing. E.e.a. zal dus onderwerp van nader onderzoek zijn.