11. TV RAAD GL I antwoorden
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener Fractie
: :
Linda Pool GrienLinks Súdwest-Fryslân
Datum
:
23 november 2023
Agendapunt
:
Onderwerp
:
Commissievergadering/Raad
1.
Beleidskader Bestaanszekerheid deel 1
Op pagina 23 wordt genoemd dat ouders worden betrokken bij financieel onderwijs. Volgens ons kan hier zeker grote winst behaald worden, ook met het oog op doorbreken van intergenerationele armoede. Tegelijkertijd weten we ook dat ouderparticipatie steeds verder afneemt, op allerlei manieren. We zijn benieuwd naar hoe de gemeente dit wil gaan doen. Hoe ziet de gemeente de rol van ouders op het thema financiële opvoeding? Antwoord: Ouders spelen een belangrijke rol bij de financiële opvoeding. Uit onderzoek van het Nibud blijkt dat van de mensen die niet (van hun ouders) hebben geleerd met geld om te gaan, maar liefst 48% betalingsproblemen heeft, 61% betalingsachterstanden en 64% moeite met rondkomen. Andersom: mensen die wél hebben geleerd met geld om te gaan, daarvan heeft slechts 15% betalingsproblemen, 29% betalingsachterstanden en 42% moeite met rondkomen. We zien door opvoedingsinterventies afname van problemen met resp. 33%, 32% en 22%. Tegelijkertijd is het goede gesprek tussen ouders en kinderen niet vanzelfsprekend en uitdagend om te reguleren. Via het onderwijs wil de gemeente kinderen gelijke kansen geven als het gaat om financiële educatie. We zetten bijvoorbeeld in op de Week van het Geld en Wereldarmoededag als promotiemomenten voor financiële educatie op school, maar ook thuis.
We adviseren scholen op de momenten dat zij in de klas aandacht besteden aan financiële educatie, dit te communiceren naar ouders. Daarnaast adviseren wij scholen ook om niet alleen met de ouders te communiceren dat er in de klas aan is gewerkt, maar ook wat er voor ouders beschikbaar is aan hulpmiddelen. De projectleider Financieel Gezond bezoekt veel scholen en is met regelmaat bij het LEA aanwezig (Lokaal Educatieve Agenda: hier sluiten alle bestuurders van de scholen / KDO in Súdwest-Fryslân bij aan). In gesprekken wordt continu gewezen op het belang van ouderbetrokkenheid en ook hoe daar invulling aan gegeven kan worden d.m.v. communicatie-uitingen en ouderavonden.
2.
Hoe ziet de college de rol van de gemeente op de financiële opvoeding van kinderen in onze gemeente? Antwoord: De gemeente ziet zichzelf vooral als aanjager van dit belangrijke onderwerp. Bij vraag 1 heeft u kunnen lezen hoe de gemeente zich richt op het onderwijs. In de afgelopen jaren is er, in samenwerking met de GGD, fors ingezet op de Week van het Geld. In deze week ligt de aandacht vooral op onderwijzend personeel en de leerlingen; om financiële kennis en vaardigheden over te brengen en te ontvangen.
In juli heeft de gemeente, samen met Sociaal Collectief, een bijdrage geleverd aan een event voor 18-jarigen; georganiseerd door de bibliotheek. Hier is een workshop verzorgd over wat je allemaal moet/kunt regelen als je 18 jaar wordt. Inmiddels hebben Sociaal Collectief en de gemeente besloten het life-event ’18 jaar worden’ structureel te omarmen. Insteek is om ieder jaar alle 17jarigen én hun ouders te informeren over wat je allemaal moet regelen als je 18 jaar wordt. 3.
Welke andere actoren hebben een rol in de financiële opvoeding van onze kinderen? Hoe zouden zij hun rol in moeten vullen volgens het college? Antwoord: Bij het in kaart brengen van actoren, moet er ook gekeken worden naar vindplaatsen. Waar zijn (los van op school) kinderen, jongeren en hun ouders te vinden? Niet iedere partij heeft ook een pedagogische taak t.o.v. onze kinderen, maar zou op zijn minst geldzorgen en armoede moeten kunnen herkennen en bespreekbaar maken. Daarnaast is het van belang dat actoren kennis hebben van de lokale sociale kaart en goed kunnen doorverwijzen. Werkgevers geven we hier ook een rol in, immers, zij zien de ouders veelvuldig. De bibliotheek zien wij als vaste partner. Zij besteden in de Week van het Geld ook aandacht aan financiële educatie en informatievoorziening. De wens is om huisartsen en POH’s een prominente signaleringsrol te geven. Dit wordt ambtelijk belegd in het programma ‘Iedereen doet mee’.
4.
We vinden de aandacht voor intergenerationele armoede en achterstand niet voldoende duidelijk naar voren komen in het kader. Wat is de visie van het college hierop? Welke ambitie heeft zij in het doorbreken hiervan? Op welke wijze draagt onderhavig beleidskader bij aan het doorbreken van intergenerationele armoede? Antwoord: Intergenerationele armoede is armoede die van generatie op generatie binnen een familie wordt doorgegeven. Dat betreft niet alleen de armoede zelf maar ook een stelsel aan meningen en gedragingen die er de oorzaak van zijn dat volgende generaties steeds weer in armoede belanden. Het doorbreken van die vicieuze cirkel lukt niet alleen met het huidige instrumentarium aan (minima)regelingen. Bij gezinnen achter de voordeur komen, het daar herkennen van de symptomen, vertrouwen winnen, het perspectief op een verandering laten zien, werken aan het doorbreken van o.a. overtuigingen, eigen waarheden en gedrag alsmede geduldige begeleiding kan leiden tot een doorbraak. Vanuit Stipe Tichtby, de Gebiedsteams, Sociaal Collectief, de diaconieën en andere samenwerkingspartners zijn wij alert op de symptomen en proberen wij daar waar mogelijk een ingang te creëren voor het doorbreken van intergenerationele armoede. Het doorontwikkelen van de samenwerking met onze partners, komt o.a. met uitwisseling van kennis en ervaring over dit onderwerp.
In de matrix op pagina 13 van het beleidskader worden huishoudens, die te maken hebben met intergenerationele armoede, niet specifiek genoemd. Dit komt omdat intergenerationele armoede bij het overgrote deel van de genoemde kwetsbare doelgroepen kan voorkomen. De opgave is in eerste aanleg vooral om het te herkennen en daar gevolg aan te geven zoals eerder genoemd.