zienswijze 3.11.pdf
Tekst van het document
OMMEN en voo ee 5e
hd
=
Document:D/19/141610 Zaak: Z/17/109478 Div:
Gemeente Stichtse Vecht T.a.v. de Gemeenteraad Postbus 1212 3600 BE MAARSSEN (Tevens per aangetekende post en perfax verzonden)
Maarssen, 28 mei 2019 Uw kenmerk:
Onderwerp:
Ontwerpbestemmingsplan
Verzonden:
28 mei 2019
Contactpersoon:
Zienswijze ontwerpbestemmingsplan Kindcentrum en Zuidblok (Harmonieplein)
Geachte Raadsleden,
Vanaf 19 april 2019 heeft u de ontwerpbestemmingsplannen voor het “Harmonieplein Kindcentrum o12 jaar” en het “Harmonieplein Zuidblok” ter inzage gelegd. De bewoners van woningen en appartementenaan de Bolensteinsestraat en de Bolensteinseweg te Maarssen, kunnenzich niet verenigen met de bepalingen van de ontwerpbestemmingsplannen en wensen daarom de navolgende zienswijze in te brengen. Zij hebben zich daartoe van advies laten voorzien.
De woningen en appartementen aan de Bolensteinsestraat en Bolensteinseweg grenzen direct aan of zijn in de onmiddellijke nabijheid gelegen van de initiatieven waarvan thans het ontwerpbestemmingsplan
ter inzageligt. De bewonersvan deze woningenen appartementen kunnen daarmeeals belanghebbenden
worden aangemerkt.
Ikzelf, _— ven eveneens woonachtig aan de Bolensteinsestra: m zal als contacpersoon fungeren van de bewoners die voorliggende zienswijze mede hebben ondertekend of mij
daartoe voorafgaand hebben gemachtigd (zie bijlage 1). 1 ALGEMEEN
a Inzicht impact totale Harmonieplein ontbreekt Zowel het ontwerpbestemmingsplan “Harmonieplein Kindcentrum o-12 jaar” als het “Harmonieplein Zuidblok” maken deel uit van de stedenbouwkundig plan “Harmonieplein” gelegen
in het hart van Maarssen-dorp. Later zal ook het ontwerpbestemmingsplan “Harmonieplein Noordblok”ter inzage liggen.
In de toelichting op de ontwerpbestemmingsplannen die thans ter inzage liggen wordt op pagina 7 gesteld dat defasering van de drie deelgebieden [bedoeld wordt Kindcentrum, Zuidblok, Noordblok] niet gelijk oplopen waardoorervooris gekozen voorelk deelgebied een apart bestemmingsplanopte stellen. Hiermee zou onnodige vertraging worden voorkomen. Ten eerste merken wij op dat thans zowel het ontwerpbestemmingsplan Kindcentrum als Zuidblok ter inzage liggen. Daarmee wordt destelling dat het combineren van deelgebieden tot vertraging zou leiden door de gemeentereeds zelf gedeeltelijk ontkracht.
Pagina:
2/19
Daarnaast moeten we constateren dat de gebouwen die zijn geprojecteerd in het Noordblok, waar nog geen ontwerpbestemmingsplan voor is uitgewerkt omdat dit tot stagnatie zou leiden, wel worden. gebruikt in het akoestisch onderzoek van het Kindeentrum (Geluid op de omgeving vanwege
Kindeentrum Anteagroep dd 12 februari 2019). Ter toelichting van dit punt het volgende.
In dit onderzoek van 12 februari is uitsluitend beoordeeld wat de geluidbelasting op de omgeving
wordt vanwege het Kindeentrum. De geluidbelasting vanwege de overige ontwikkelingen aan het
Harmonieplein is buiten beschouwing gelaten in deze berekening. In de modellering van dit akoestisch
model is evenwel aangenomen dat de overige ontwikkelingen weldegelijk doorgang vinden. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de overzichtstekeningen die in de bijlagen van het akoestisch zijn opgenomen. Alle nieuwe bebouwing dat aan het Harmonieplein zal worden opgericht maakt onderdeel uit van de
akoestisch modellering, zie hieronder. Daarnaast zijn op het Noordblok ontvangerpunten gelegd voor
de woningen (geluidgevoelige objecten) die daarin de toekomst zullen worden gerealiseerd.
Bebouwing Noordblok
deelplan met
ontvangerpunten
geprojecteerde woningebouw
Bebouwing
Zuidblok
deelplan
ontvangerpunten
met
geprojecteerde woningebouw
Uitsnede bijlage akoestisch onderzoek Antea Kindcentrum dd 12 feb 2019 (Overzichtstekening invoergegevens Kindcentrum)
In het akoestisch onderzoek van 12 februari 2019 wordt op pagina 10 van 29 boven en onderafbeelding 3.2 het volgende aangegeven: “In onderstaande afbeelding 3.2 ìs een impressie weergegeven van een mogelijke invulling van de herontwikkeling rond het Harmonieplein (concept stedenbouwkundig plan oktober 2017), uitgaande van één centraal schoolplein aan het Harmonieplein. Zoals gezegd zijn de resultaten van de akoestische doorrekening en uitwerking van benodigde maatregelen zoals gepresenteerd in onderliggend rapport, gebaseerd op dit ontwerp. Het onderzoek is, zoals gezegd, bedoeld om aan te tonen ofhet plan voor het Kindcentrum haalbaar/uitvoerbaariSense Dus men maakt bij het akoestisch onderzoek gebruik van de bebouwing die op grond van een nog uit te werken deelplan mag worden opgericht. Daarmeezijn dus hoogte, afmetingen en (geluidgevoelige)
functies al vastgelegd voor het Noordblok doch wil men met het onderzoek Kindcentrum enkel aantonen of de geluidbelasting die vanwege het Kindcentrum optreedt een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd.
op
Pagina:
3/19
Eenzelfde constatering kan worden gedaan voor het memo Beschouwing geluideffecten Harmonieplein te Maarssen Anteagroep dd 17 juli 2018 dat thanster inzageligt. In dat memo worden de effecten van de functies die zijn voorzien in het Noordplan,zoals horeca in de plint, bovenwoningen en dergelijke, akoestisch beschouwd.
Dit duidt er naar onze mening toch op dat ook het Noordplan gereed lijkt te zijn voor publicatie
middels een ontwerpbestemmingsplan dan wel voltooiing van het deelplan niet lang meer op zich laat wachten. Het argument van de gemeente dat vertraging zou optreden wanneer de drie deelplannen gelijktijdig moeten worden gepubliceerd lijkt naar onze mening dan ook niet steekhoudend.
Daarbij merken wij op dat de bebouwingvan hetnoguit te werken deelplan Noordblok nuis vastgelegd en onderdeel uitmaakt van het deelplan Kindcentrum. Wanneer de uitgangspunten van het deelplan
Noordblok wijzigen zullen ook de uitgangspunten voor de onderzoeken die bij het Kindcentrum en
Zuidblok zijn gebruikt niet langer juist zijn. Hoe gaat de gemeente daar dan mee om? Dit lijkt niet alleen onhandig maar ook procedureel onjuist.
Wat de redenen ook mogen zijn voor de gefaseerde aanpak die door de gemeente wordt gehanteerd, feit is dat de gemeente er belang bij kan hebben het totale stedenbouwkundige plan op te knippen. Met het opknippen wordt er immers voor omwonenden geen helderinzicht verschaft van de impact die de totale ontwikkeling van het hart van Maarssen-dorp met zich mee zal brengen. Door steeds
deelplannen uit te werken wordt telkenmale slechts een gedeelte van de hinderbeleving beoordeeld en wordt de mogelijke hinder vanwege de totale herontwikkeling achterwege of onderbelicht gelaten.
Als mogelijk toekomstig gehinderden van het stedenbouwkundig plan Harmonieplein hebben wij er
belang bij dat wij ons vooraf een beeld kunnen vormen van de gevolgen van de totale ontwikkeling van het Harmonieplein en wij in kennis worden gesteld van de impact(hinderbeleving) daarvan. Nu de gemeente heeft besloten het stedenbouwkundige plan in drie deelgebieden op te knippen wordt de hinderbeoordeling vanhet totale plan eveneens opgeknipt in drie stukken. Als voorbeeld nemen we nogmaals het hinderaspect geluid. Voor dit aspect moet worden getoetst in hoeverre met de ontwikkeling van het stedenbouwkundig plan nog altijd een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd voor omwonenden. Dit maakt dat middels een akoestisch onderzoek inzichtelijk moet worden gemaakt welke geluidsbelasting optreedt ter plaatse van onze woningen vanwege de functies die volgens het bestemmingsplan kunnen worden opgericht. Daarbij moet naar onze mening worden gekeken naar de maximale mogelijkheden die het bestemmingsplan
deze functies biedt. In geen van de stukken die thanster inzage ligt wordt berekend wat de totale gezamenlijke geluidbelasting zal bedragen op onze woningen vanwegede functies die kunnen worden opgericht volgens de separate deelplannen.
Zoals eerder uiteengezet kunnen de deelplannen naar onze mening ook niet los van elkaar worden
gezien en maken ze deel uit van één stedenbouwkundig plan.
Kortom het stedenbouwkundig plan vormt een geheel waarvan de impactin zijn geheel moet worden onderzocht en beoordeeld. Dit is echter niet gedaan enis weldegelijk relevant omwille van hetfeit dat in zowel Kindcentrum als Zuidblok als Noordblok als het Harmonieplein zelf hindergevende functies kunnen worden geëxploiteerd als scholen, evenementen, horeca met diverse terrassen, winkel, een markt en diverse maatschappelijke functies alsmede een groot aantal woningen (inclusief verkeersbewegingen). Tevens moet ons van het hart dat wij niet nader toegelichte verschillen constateren tussen het
stedenbouwkundig plan, waarover in de klankbordgroep diverse jaren is gesproken en het ontwerp-
bestemmingsplan.
Pagina:
4/19
Wij als bewoners hebben dan ook bezwaren tegen hetfeit dat de gemeente het stedenbouwkundigplan
Harmonieplein Maarssen-Dorp opknipt in drie deelplanen die separaat van elkaar worden beoordeeld
enter inzage liggen en de gemeente daarmee niet de totale impact vanwege het stedenbouwkundige
plan inzichtelijk maakt. Daarmee wordt onseen situatie voorgehouden die een (te) rooskleurig beeld van de toekomstige werkelijkheid schetst.
Gebaseerd op bovenstaande is onze primaire zienswijze dat de procedures voor beide ontwerpbestemmingsplannen (Kindeentrum en Zuidblok) dienen te worden beëindigd om vervolgens
een totaal bestemmingsplan dat het gehele Harmonieplein Maarssen-Dorp omvat in procedure te brengen. De zienswijzen die hierna volgen kunnen dan ook opgevat worden als subsidiair. VISUELE HINDER EN PRIVACY Bescherming vanwege bebouwing Kindcentrum In de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan Kindcentrum wordt op pagina 31 in de opsomming (2e bullit) gesteld dat ter plaatse van de woningen aan de Bolensteinsestraat een maximum goothoogte
geldt van 4 meter om te voorkomen dat een hele hoge wand direct achter de bestaande woningen ontstaat.
Men zou hieruit kunnen afleiden dat de gemeente visuele hinder vanwege het Kindcentrum wenst te
voorkomen voor omwonenden. Wanneer wij echter de planregels en mogelijke afwijkingen hiervan
lezen betwijfelen wij in hoeverre de planregels daadwerkelijk invulling geven aan dit doel. Ter toelichting het volgende. In de planregels is in artikel 3.2.1. onder c. het navolgende opgenomen:
c. de goothoogte en bouwhoogte van gebouwen niet meer bedraagt dan is aangegeven ter plaatse
van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)', met dien verstande dat:
1. de goothoogte van de naar de 'gevellijn' gekeerde zijde van het gebouw maximaal 4 m mag bedragen; De gevellijn die wordt bedoeld in c1 is op de plankaart middels een blokjeslijn aangegeven. Deze gevellijn ligt nagenoeg tegen de bestaande woningen/appartementen aan de Bolensteinsestraat en
Bolensteinsweg. Ter verduidelijking hiervan is dit weergegeven in onderstaand plaatje.
Uitsnede plankaart Harmonieplein Kindcentrum
Pagina:
5/19
De planregel onder c1 zou moeten aanhaken bij de doelstelling om visuele hinder te voorkomen. Echter het beperken van een goothoogte tot 4 metersluit niet uit dat middels een steile dakhelling alsnog op korte afstand van de bestaande woningen een ‘wand’ (deels wand, deels dak) ontstaat met een totale hoogte van 11 meter. Hoewel een besluit hiertoe appellabel is mag op grond van artikel 9 van de planregels hiervan worden afgeweken met 15% en komt de totale hoogte op 12.65 meter. Dat van een u meterrespectievelijke 12,65 meter hoge wand op een dergelijke korte afstand visuele hinder wordt ondervonden behoeft naar onze mening geen naderbetoog. Wanneer op grond van de mogelijkheden die het bestemmingsplan dan wel de vrijstellingsbepalingen
in het Besluit omgevingsrecht (Bor) bieden voorts ook dakramen of dakkapellen worden aangebracht
in dat betreffende dakvlak is er vanuit het Kindcentrum vrij uitzicht op de tuinen aan de Bolensteinseweg en in de appartementen aan de Bolensteinsestraat. Dit zien wij als een inbreuk op onze privacy. Wanneer deze ramen op grond van bijlage IL, Hoofdstuk II, artikel 2 het Bor kunnen worden aangebracht hebben wij in de toekomst geen enkele mogelijkheid daartegen bezwaar aan te tekenen. Tenslotte zien wij op basis van de artikelen 3.3 Nadere eisen en 3.4 Afwijken van de bouwregels in dezelfde planregels mogelijkheden voor de gemeente om implicietaf te wijken van de bepaling onder artikel 3.2.1. onder c1. Immers mag op grond vanartikel 3.3. de gemeente afwijken van de afmetingen
van de bebouwing, derhalve ook van de goothoogte van 4 meter op de gevellijn die in artikel 3.2.1
onder c1 is voorgeschreven. Er wordt weliswaar daaraan de voorwaarde gesteld dat dit wordt gedaan ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende grond en bouwwerken. Echter welke handvat biedt de toevoeging ‘onevenredig’ ons wanneerreeds een wand van 11 meter hoogte kan worden gerealiseerd op enkele meters van een bestaande woning/appartement?
Daarnaast zou de term ‘aangrenzende grond’ in artikel 3.3. kunnen worden uitgelegd als het parkeerterrein datdirect ten noorden grenst aan de gevellijn zodat met deze bepalingen mogelijk onze
woningen in het geheel niet worden beschermd.
Ook het waarborgen van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving
wordt als voorwaarde gesteld in artikel 3.3. Nadere eisen. Naar onze mening kunnen de doelstellingen
van de verschillende voorwaarden tegenstrijdig zijn aan elkaar waardoor het waarborgen van de ene voorwaarde (stedenbouwkundige kwaliteit) het woon- en leefklimaat alsnog (wellicht niet onevenredig) kan aantasten. Onderartikel 3.4 bestaat zelfs de mogelijkheid om de bouwvlakgrens door gebouwen met maximaal 5 meter te overschrijden. Dit maakt dat de gevel die thans op enkele meters van onze woningen en appartementen is geprojecteerd op basis hiervan zelfs nog dichter bij de bestaande woningen/appartementen kan worden opgericht. De voorwaardein artikel 3.4 dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de woonsituatie biedt naar onze mening weinig handvatten om de visuele hinder hiervan te voorkomen wanneer niet duidelijk is wat wordt bedoeld met ‘aantasting van de woonsituatie’, Wanneer deze term wordt opgezocht in een woordenboek wordt daaraan de volgende betekenis gegeven: het wonen van personen vanuit sociaal-economische invalshoek beschouwd (Bron Encyclo). Dat de woonsituatie bij een afwijking van de bouwregels op grond van artikel 3.4 niet
wordt aangetast lijkt ons daarmee eenvoudig te motiveren en biedt ons derhalve geen enkele bescherming.
Pagina:
6/19
Wij zijn dan ook van mening dat alle mogelijke afwijkingen en nadere eisen uitdrukkelijk niet van toepassing worden verklaard op die delen van het Kindcentrum die zijn gelegen op korte afstand van onze woningen dan welte allen tijde een afstand van tenminste 15 meter wordt gewaarborgd tussen het op te richten Kindeentrum en de bestaande woningen en appartementen. Deze
komt
afstand
ongeveer
overeen
met
de
afstand
woningen/appartementen en de bestaandelagere (!) bebouwing.
die
thans
ligt
onze
tussen
Schaduwwerking Kindcentrum op appartementen
Wanneer we een vergelijking maken tussen het Kindcentrum dat wordt weergegeven in het stedenbouwkundig plan (zie pagina 22) en dat op basis van de verbeelding (in het ontwerp bestemmingsplan) kan worden gerealiseerd, ligt daarin een groot verschil voor wat betreft de afstand die wordt aangehouden tot de gevel van onze woningen/appartementen.
Op pagina 22 van het stedenbouwkundig plan zit er circa 10 meter tussen Kindcentrum en
appartementen. Op de verbeelding bedraagt dit nog slechts 4 meter, waarbij wordt opgemerkt dat deze afstand op grond van de afwijkingsregels nog verder kan worden teruggebracht. Zoals tevens
besproken op de informatieavond op 8 mei 2019 is het voor de bewoners van de woningen en
appartementen van groot belangdatin het bestemmingsplan de exacte maatgeving wordt opgenomen van het Kindcentrum en deze in overeenstemming wordt gebracht met de weergave uit het stedenbouwkundigplan. Hieronderis het verschil weergegeven. bars ~~ >
‘ we
ts, Sia.
3
A
Naf
Se
i
Weergaveafstand Kindcentrum tot appart ementen in stedenbouwkundigplan (links) en verbeelding (rechts)
De verschillende onderdelen van het bestemmingsplan zijn daarmee niet op elkaar afgestemd.Dit is relevant wanneer mende zonstudiebekijkt die in het stedenbouwkundig plan is opgenomen op pagina
27. De plaatjes (hieronder ingevoegd) laten zien dat op twee gekozen tijdstippen de schaduw van het Kindcentrum de appartementennetniet bereiken.
Pagina:
7/19
Voor de beschouwdedagen 21 augustus en 21 september (zie pagina 28 stedenbouwkundig plan) geldt
dit zelfs in een nog sterkere mate!
Schaduw raakt appartementen en parkeerterrein net niet
|
Nu op basis van de verbeelding de realisatie van het Kindcentrum tot op enkele meters van de
appartementenkan plaatsvinden en veel hoger kan worden gerealiseerd dan thans is weergevenin het
stedenbouwkundig plan kan de conclusie worden getrokken dat de zonstudie een onjuist beeld geeft
van de impact van het plan en de schaduw weldegelijk over de appartementen en het parkeerterrein/binnenhof is gelegen. Ter onderbouwing van bovenstaande worden hieronder een aantal uitkomsten van de door ons uitgevoerde zonstudie weergegeven op basis van de verbeelding in het ontwerp bestemmingsplan
waaruit blijkt dat op alle tijdstippen die ook zijn opgenomen in de zonstudies op basis van het stedenbouwkundig plan de appartementen/woning en het parkeerterrein wel degelijk in de schaduw komen te liggen gedurende een groot deel van de dag. Het effect voor ons als omwonenden is het grootst in het voor- en najaar.
Onderstaande zonstudies geven het verschil weer tussen de huidige situatie en de toekomstige situatie zoals aangegeven op de verbeelding die onderdeel uitmaakt van het ontwerp bestemmingsplan. Dit is voor de bewoners van de appartementen en woningen onacceptabel.
Pagina:
Huidige
situatie
op
1
maart
parkeerterrein/binnenhofin de zon)
om
14.55
uur
(alle
woningen/appartementen
8/19
en
het
Lemen
Mogelijk toekomstige situatie op 1 maart 14.55 uur op basis van ontwerp bestemmingsplan (deel
appartementencomplex en parkeerterrein/binnenhof in de schaduw)
Pagina:
Huidige
situatie op
30
oktober om
parkeerterrein/binnenhof in de zon)
14.00
uur
(alle
woningen/appartementen
9/19
en
het
ee
i
we
teense
Mogelijk toekomstige situatie op 30 oktober om 14.00 uur op basis van ontwerp bestemmingsplan (deel appartementencomplex en parkeerterrein/binnenhof in de schaduw, hetgeen gedurende dag
alleennog maar meer wordt) es Tes ae eS
Ten aanzien van bovenstaande plaatjes wordt nog een nuance aangebracht. De plaatjes laten het effect zien van de situatie waarin het Kindcentrum wordt opgericht overeenkomstig de verbeelding. Dit kan worden aangemerkt als best case scenario. Immers bieden de regels die behoren bij het ontwerpbestemmingsplan diverse afwijkingsmogelijkheden waarmee het Kindeentrum op nog kortere afstand en met hogere afmetingen kan worden gerealiseerd dan waarmee thans rekening is gehouden bij het opstellen van de plaatjes. Daarnaast merken wij op dat wij ook belang hechten aan het voorkomen van schaduwvorming op het gezamenlijke parkeerterrein van de VvE Bolensteinsepoort. De reden hiervoor is dat dit parkeerterrein
Pagina:
10 / 19
ook wordt gebruikt en een belangrijke functie vervult als speel- en ontmoetingsplaats voor onze kinderen en de bewoners. Een hoog gebouw als het Kindcentrum dat direct grenst aan dit parkeerterrein heeft ernstige schaduwvorming tot gevolg en creéert daarmee een gevoel van
onveiligheid en onbehagen.
ce Lichtmasten Ondervoorschrift 3.2.2. van de planregels is het volgende opgenomen: d. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt niet meer dan 10 m; Onduidelijk is hoe wordt voorkomendatwij hinder ondervinden van de lichtmasten die op grond van de planregels kunnen worden gerealiseerd. De mogelijke situering van de lichtmasten noch deeffecten ervan zijn weergegeven in de stukken die ter inzage liggen.
d Afwatering/hoogteverschil
Bolensteinse Poort
tussen
Kindcentrum
en
parkeerterrein/binnenhof
Uit het ontwerp-bestemmingsplanblijkt niet of en zo ja hoe er rekening is gehouden met een mogelijk
hoogteverschil tussen het perceel waarop het Kindcentrum wordt gerealiseerd en omliggende percelen
zoals het aangrenzende parkeerterrein van de VvE Bolensteinsepoort en haar bewoners en de mogelijke (nadelige) effecten daarvan voorwat betreft afwatering/overlast. Op dit punt ontvangenwij graag nadere informatie. 3. AKOESTISCHE IMPACT a Afstemming met stedenbouwkundig plan In het akoestisch onderzoek Geluid op de omgeving vanwege Kindcentrum van Antea dd 12 februari 2019 is onder paragraaf1.1 het navolgende opgenomen:
“Hiertoe zijn meerdere varianten voor de invulling van het Kindcentrum akoestisch doorgerekend
en uitgewerkt. In onderliggend rapport gaan we in op één van de doorgerekende en uitwerkte varianten, welke ontwerp is opgenomen in het stedenbouwkundig plan van 7 maart 2017. Deze variant heeft één gezamenlijk schoolplein aan de zijde van het Harmonieplein”.
Om te kunnen controleren in hoeverre het stedenbouwkundig plan van 7 maart 2017 adequaat is vertaald naar de uitgangspunten voor het akoestisch onderzoek ligt het voor de hand dat dit stedenbouwkundig plan met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage ligt.
Echter het stedenbouwkundige plan dat als bijlage 1 bij het bestemmingsplan ter inzage ligt dateert
van 2016. Immers lezen wij op pagina 2 van dit stedenbouwkundige plan dat dit op 2 november 2016 is aangeboden en op 24 november 2016 is gewijzigd (opmaaktechnische wijzigingen).
Dit maakt dat ofwel het juiste stedenbouwkundige plan niet ter inzage heeft gelegen ofwel het akoestisch onderzoek is gebaseerd op een onjuiste versie van het plan. Het eerste maakt dat wij als belanghebbenden niet in staat zijn gesteld een zienswijze in te dienen tegen het stedenbouwkundige plan van 7 maart 2017. De tweede mogelijkheid maakt dat het akoestisch onderzoek onjuist is en geen inzicht geeft in de akoestische situatie die op grond van het plan van 2017 mogelijk wordt gemaakt.
Hierbij wordt nog opgemerkt dat minieme verschillen die er kunnen zijn in het stedenbouwkundig plan van 2016 en die van 2017 in bijvoorbeeld bouwhoogtes, situering van gebouwen, harde/zachte
bodemgebieden, toegekende functies et cetera reeds omwille van gehanteerde bronvermogens of
reflectie/afscherming een grote afwijking van de berekende geluidsbelasting op onze woningen tot gevolg kunnen hebben.
Pagina:
11/19
b Bestaande situatie uitgangspunt toetsing geluidbelasting In het akoestisch onderzoek Geluid op de omgeving vanwege Kindcentrum van Antea dd 12 februari 2019 is onder paragraaf 1.1 het navolgende opgenomen: “In overleg met Omgevingsdienst Regio Utrecht en gemeente Stichtse Vecht zijn voor de situatie passende toetsingscriteria geformuleerd, waarmee een voldoende beschermingsniveau voor de woonomgeving kan worden gegarandeerd. De toetsingscriteria zijn opgesteld op basis van de gangbare VNG-publicatie Bedrijven en
milieuzonering. Tevens is rekening gehouden met de situatie dat er in de huidige situatie al sprake is van scholen.”
Met de VNG publicatie die wordt aangehaald wordt naar onze mening bedoeld de publicatie Bedrijven
en milieuzonering editie 2009. In Bijlage 5 van deze VNG Publicatie is opgenomen hoe moet worden omgegaan met ontheffingen en planherzieningen. In B5.3 van de publicatieis in een voorbeeld gesteld dat het toetsingskader voor geluid uit vier stappen bestaat. Daar men deze wijze van beoordeling onverkort heeft opgenomen in bijlage 6 van het akoestisch onderzoek en daarmee onderdeel laat zijn van het ontwerp bestemmingsplan wordt de beoordelingsmethodiek die in B5.3 van de VNG publicatie is opgenomen onderschreven. Deze methodiek wordt echter door de gemeente niet gevolgd. Op grond van het akoestisch onderzoek van Antea (Kindeentrum 12 februari 2019) blijkt (pagina 19 van 29) dat de berekende geluidbelasting op bestaande woningen (waaronder appartementen aan de
Bolensteinsestraat) tot 61 dB(A) bedraagt. Buiten het feit dat er diverse vraagtekens zijn te plaatsen
bij de gehanteerde uitgangspunten en detaillering van het onderzoek maakt dat niet kan worden voldaan aan de reeds verhoogde normstelling van 55 dB(A) die is opgenomen in stap 3 van dit toetsingskader. Onderstap 4 van dit toetsingskaderis het volgende opgenomen “Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 zal buitenplanse inpassing doorgaans niet mogelijk zijn. Indien het bevoegd
gezag niettemin tot inpassing wil overgaan, dient het dit grondig te onderzoeken, onderbouwen en motiveren waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken.”
De geluidbelasting wordt uitgedrukt in dB(A) waarbij een logaritmische schaalverdeling wordt gehanteerd. Dit maakt dat een berekende geluidbelasting van 61 dB(A)een factor 4 (!) meer is dan 55 dB(A) dat als maximum geluidbelasting wordt gehanteerd onder stap 3 van in B5.3 van de VNG Publicatie. Voor een nadere duiding van de geluidbelasting van 61 dB(A) die reeds enkel vanwege het stemgeluid van het Kindcentrum (!) op onze woningen zal optreden het volgende. RIVM heeft in het verleden een categorie indeling gemaakt waarin een verband wordt gelegd tussen een geluidbelasting en de geluidkwaliteit. Deze categorie-indelingis in onderstaande weergegeven. : aes Geluidbelasting in dB(A)
Indicatie geluidkwaliteit in de leefoinwevi
<45 46 - 50 51-55 56 - 60 61-65
zeer goed goed redelijk matig slecht
> 65
zeer slecht
Tabel Beoordeling akoestische kwaliteit in woon- en leefklimaat (http://www.rivm.nl)
Pagina:
12/19
Op grond van bovenstaande tabel maken wij derhalve op dat er alleen al vanwege het stemgeluid vanwege het Kindcentrum een slecht woon- en leefklimaat zal ontstaan. De gecumuleerde
geluidbelasting vanwege alle bronnen van het Kindcentrum en het totale stedenbouwkundige plan overschrijdt logischerwijs de berekende 61 dB(A) ruimschoots.
De motivatie die de gemeente hanteert om deze enorm hoge geluidbelasting van 61 dB(A) er toch
doorheente krijgen is te kijken naar de huidige situatie. Men stelt dat omdat er nu al een schoolis
gevestigd een geluidbelasting hoger dan 55 dB(A) zondermeer mogelijk wordt geacht.
Uit paragraaf 4.2.1. maken we immers op dat wanneer er 2 dB(A) meer wordt berekend (vanwege enkel het stemgeluid vanwege het Kindcentrum) ten opzichte van alle scholen die er nu zijn (ook die
thansin het deelplan Noordblok zijn gesitueerd) dan wordt dat zondermeeracceptabel geachten is de
geluidbelasting (ook die van 61 dB(A) op het appartementencomplex) groen weergegeven. Een verdere beschouwing of een grondige motivering zoals is gesteld in B5.3 van de VNG publicatie ontbreekt en wordt blijkbaar niet noodzakelijk geacht. Van een beoordeling van mogelijke cumulerende effecten, zoals in stap 4 van de VNG Publicatie is opgenomenis geen sprake. Een samenvatting van het door de gemeente gehanteerde toetsingskader is opgenomenin detabel 2.2 op pagina 8 van 29. Opmerkelijk is dat in tabel 2.2. op pagina 8 van 29 in het akoestisch onderzoek ook geen bovengrensis genoemd. Daaruit lezen wij af dat de gemeente kennelijk van meningis dat elke berekende geluidbelasting mogelijk wordt geacht zolang er in combinatie met saldering een
duidelijke verbeteringen op andere woningen rond het Kindcentrum wordengerealiseerd. Mogen wij
daaruit aflezen dat wanneerer op enkele woningen een verbetering wordt berekend (met deze onjuiste berekening), een verhoging van de geluidbelasting op andere woningenis gerechtvaardigd? Hoezit het overigens voor de maximale geluidsniveausdie zullen optreden? Zoals blijkt uit paragraaf 4.2.2. van het akoestisch onderzoek van Antea (Kindcentrum 12 februari) worden maximale geluidniveau’s berekend van 79 dB(A) terwijl 70 dB(A) als maximum wordt gehanteerd in de VNG
publicatie. Omdat deze niveaus nu ook al zouden optreden vanwege de scholen die er thanszijn,
behoeft dit volgens de opsteller van het onderzoek geen nadere toelichting,dit wordt acceptabel geacht wanthet past immers binnen het gehanteerde beoordelingscriterium. Het gehanteerde beoordelingscriterium is ons inziens volstrekt onacceptabel. Het houdt geen rekening met de vraag ofreeds op basis van de bestaandesituatie overlast kan worden ondervondenen getuigt
niet van een goede ruimtelijke ordening ofzorgvuldige afweging van de haalbaarheid van hetinitiatief.
De gemeente doet geen onderzoek naar de mogelijkheid de overlast zoveel als mogelijk te reduceren. Uit het ontbreken van een bovengrens voor een toelaatbare geluidbelasting in tabel 2.2. van het akoestisch onderzoek maken wij op dat de gemeenteerblijkbaar geen rekening mee houdt dat op grond van een beoordeling van de geluidbelasting ook de conclusie kan worden getrokken dat het
initiatief onhaalbaaris.
Daarnaaststellen wij ons de vraag waarom de gemeentebij het aspect geluid (ten onrechte) toetst aan
de bestaandesituatie terwijl dit bijvoorbeeld voor het onderdeel visuele hinder niet wordt gedaan? De
hoogte van de huidige bebouwing meet immers slechts circa 3 tot 3,5 meter terwijl met het ontwerpbestemmingsplan een hoogte van 11 meter wordt toegestaan. In tegenstelling tot bij het
onderwerp geluid betrekt de gemeente bij het aspect visuele hinder de bestaande situatie niet bij haar
motivatie. Blijkbaar meent de gemeente dat voor sommige hinderaspecten de bestaande situatie van belang is en voor andere hinderaspecten dit geen rol speelt. Deze werkwijze getuigt naar onze mening
niet van een goede ruimtelijk inpassing of van een weloverwogen besluitvorming.
Pagina:
13/19
ce Technische aspecten en uitgangspunten akoestische onderzoeken
Akoestisch onderzoek Geluid op de omgeving vanwege Kindcentrum (Anteagroup 12 februari 2019) Enkele uitgangspunten van het akoestisch onderzoek Kindcentrum komen niet overeen met de uitgangspunten zoals opgenomen in de toelichting op het bestemmingsplan en de mogelijkheden die
de planregels bieden.
Gebruik Kindcentrum en speelplein in de avondperiode
Zo is bijvoorbeeld onder paragraaf 4.2.1. (pagina 30) van de toelichting aangegeven dat de school in
de middag maar ook in de avonduren voor onderwijs gerelateerde en maatschappelijke activiteiten
kan worden gebruikt. In dezelfde paragraaf 4.2.1. is eveneens aangegeven dat men voornemensis om
het schoolplein voor de basisscholen buiten schooltijden (deels) openbaartoegankelijk te maken zodat de kinderen die in het dorpscentrum wonen voldoende speelruimte tot hun beschikking hebben.
In het akoestisch onderzoek is helemaal geen rekening gehouden methet feit dat er ook ’s avonds een geluidbelasting vanwege het Kindcentrum optreedt op de woningen en appartementen. Dit blijkt al uit paragraaf 3.3 (pagina 12 van 29) van het akoestisch onderzoek (Kindcentrum Antea 12 februari 2019) waarin is gesteld: Het Kindcentrum is enkel in de dagperiode geopend. Daarom wordt enkel de dagperiode getoetst. Het toetspunt is op 1,5 meter hoogte boven de verdiepingsvloer gelegd waar geluidgevoelige ruimten zijn gesitueerd, waar bewoners in de regel overdag verblijven....”. Wanneer het Kindcentrum zou wordengerealiseerd volgens dit ontwerpbestemmingsplan en toch ook in de avondperiode geopend zou zijn kunnen wij dat als bewoners op geen enkele wijze tegenhouden. Immers geldt op dat moment bij handhaving een heel ander toetsingscriterium namelijk dat van het Activiteitenbesluit waarbij stemgeluid is uitgesloten. Dit laatste wordt ook onderschreven in het akoestisch onderzoek op pagina 13 van 29 (2° alinea). Dit maakt handhaving in de toekomst zorgelijk
nu op basis van het huidige onderzoek blijkt dat enkel stemgeluid al zorgt voor een geluidbelasting van > 60 dB(A). Twee schoolpleinen en een daktuin In paragraaf 4.2.1. (pagina 30) van detoelichting lezen we dat bij de school twee (school)pleinen
worden gerealiseerd. Een speelplein aan de Bolensteinseweg voor het KDV en de peuterspeelzaal (kinderen van 0-4 jaar) en een schoolplein voor de twee basisscholen.
Het plaatje op pagina 31 van de toelichting (hierna gedeeltelijk weergegeven)laat zien dat er mogelijk een daktuin wordt gerealiseerd op het Kindcentrum.
Pagina:
Sonataif
—
Padi: (Cee. eee
|
NN
CEES
14 /19
Tweede schoolplein
EN
5
} Bestaande woningen
i daktuin
En
Daktuin op Kindcentrum
I
akwomew
:
5
Bestaande appartementen
eee
Uitsnede afdbeelding 4.2 uit de toelichting op het bestemmingsplan In het akoestisch onderzoek (Kindcentrum Antea 12 februari 2019) is helemaal niet onderzocht wat de effecten zijn van een tweede schoolplein aan de Bolensteinseweg terwijl dat zou zijn gelegen op minder dan 10 meter van de woningen aan de Bolensteinseweg. Ook de mogelijke daktuin waar
logischerwijs sprake is van stemgeluid dan wel tuinonderhoudis niet meegenomen. Ook op deze punten schiet het onderzoekte kort.
Evenementen en overige functies In de planregels voor het Kindeentrum is in artikel 3 opgenomen dat de voor de bestemming ‘maatschappelijk’ aangewezen gronden mede zijn bestemd voor:
a. maatschappelijke en sociale voorzieningen met ondergeschikte horeca, ondergeschikte detailhandel en zaalverhuur; d. evenementen;
j. ondergrondse afvalinzamelsystemen;
n. voorzieningen voor het opwekken en leveren van duurzame energie vooreigen gebruik; o. overige functioneel met de bestemming 'Maatschappelijk' verbonden voorzieningen Het akoestisch onderzoek Kindcentrum (Antea 12 februari 2019) zou moeten toezien op de
mogelijkheden die het ontwerpbestemmingsplan de initiatiefnemer biedt. Dat betekent dat ook moet
worden beoordeeld wat de impact is wanneer een deel van het Kindcentrum zou toezien op zaalverhuur of horeca. De effecten hiervan zijn niet inzichtelijk gemaakt.
Pagina:
15/19
De mogelijke locatie noch de effecten van een ondergronds afvalinzamelsysteem (transport en lediging) zijn inzichtelijk gemaakt. Er is eveneens niet toegelicht dat bij de realisatie ervan geluidreducerende eisen zullen worden geëist. Naar wij aannemen wordt met de voorzieningen voorhet opwekken en leveren van duurzame energie
vooreigen gebruik (onder n) vast geen windmolen of luidruchtige warmtepomp bedoeld maar dit kan
niet worden opgemaakt uit de regels en daarmee eveneens niet of deze onderdeel hadden moeten
uitmaken van de onderzoeken die zijn uitgevoerd.
In de begrippenlijst die is opgenomenin artikel 1 van de planregels wordt onder evenementen(artikel
1.22) verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak waarbij een aantal uitzonderingen zijn opgenomen. Uitdrukkelijk niet uitgezonderd zijn braderieën, een feest,
muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg.
Wij, bewoners van de Bolensteinsestraat en Bolensteinseweg (zie bijlage 1) wonen tot op een afstand van slechts 5 meter van de voor ‘maatschappelijk’ aangewezen gronden. Wij zouden daarom graag inzicht hebben in de mogelijkheden en beperkingen die er gelden voor dergelijke evenementen alsmede de (akoestische) impact die dergelijke evenementen met zich meebrengen ter plaatse van onze woningen/appartementen. Dit is thans echterniet verduidelijkt noch onderzocht.
Dit lijkt ons van belang omdat het Uitvoeringsbeleid evenementen Stichtse Vecht 2016 (21 november 2017) waarnaarin artikel 3.5.2 van de planregels wordt gewezen, in paragraaf 3.3 stelt dat hetrelevant is in hoeverre er sprakeis van strijdigheid met het bestemmingsplan wanneer het zou gaan om nietincidentele evenementen. Wij verzoeken u dan ook om niet-incidentele evenementen zoals bedoeld in het Uitvoeringsbeleid uit te sluiten. Overige geluidbronnen Voor het akoestisch onderzoek van het Kindcentrum, dat een reeds verre van compleet beeld schetst, is aangenomen dat er enkel stemgeluid zal optreden en enkele manoeuvreerbewegingen met personenauto's. Naar onze mening zal echter ook sprake zijn van installaties als luchtbehandeling, ventilatoren en airconditioningsinstallaties die doorgaans op grotere hoogtezijn aangebracht. Eris in het onderzoek eveneens geen rekening gehouden met de aanvoer van goederen met vrachtwagens.Is
er sprake van geluid vanwege een schoolbel of -zoemer, een omroepinstallatie, zijn er speeltoestellen
die geluid maken? Bij de berekeningen lijkt evenmin rekening te zijn gehouden met geluid vanwege de kinderdagopvang/BSO wanneer deze gebruik maken van geluidsversterkende apparatuur
(muziekinstallatie, megafoon). Op al deze vragen en onderwerpen geeft het akoestisch onderzoek ons
geen antwoord.
Technische details
In het akoestisch onderzoek is aangenomen datelk kind geluid voortbrengt op een hoogte van 1 meter, zie daarvoorBijlage 1 van het onderzoek Invoergegevens oppervlaktebron Lar,LT ontwerpvariant. Naar onze meningzijn de kinderen uit groep 8 langer dan 1 meter en zou de oppervlaktebron daarmee ook rekening moeten houden. Voorts is gesteld in de toelichting op pagina 30 van de toelichting “Dit schoolplein sluit grotendeels aan bij het nieuwe dorpsplein zodat de oudere basisschoolkinderen
tijdens de pauze ook van de speelvoorzieningen op het plein gebruik kunnen maken.
Deze speelvoorzieningen worden op grond van artikel 3.1 van de planregels eveneens mogelijk gemaakt (artikel 3.1 onder k).
Het wordt echter niet duidelijk wat deze speelvoorzieningen zijn maar bij de realisatie van een
glijbaan, klimrek of iets dergelijks is het niet ondenkbaar dat ook kinderen op grotere hoogte aanwezig zullen zijn dan enkel op de grond. Ook daarmeeis in het onderzoek geen rekening gehouden.
Pagina:
16/19
In een akoestisch onderzoek worden zogenaamde bodemgebieden ingevoerd die ervoor zorgen dat
geluidbronnenvia de bodem worden weerkaatst (harde bodem) of juist worden geabsorbeerd (zachte bodem). Het spreekt voor zich dat het voor de initiatiefnemer gunstig is om zoveel mogelijk zachte (absorberende) bodemgebieden in te voeren tussen de geluidbron (spelende kinderen) en de
ontvangerpunten (onze woningen/appartementen).
Op pagina 12 van 29 van het akoestisch onderzoek valt het volgendete lezen “Het gehele onderzoeksgebied is gezien de gesteldheid van de bodem als akoestisch hard
(bodemfactor 0,0) te kenmerken. Onverharde gebieden zijn als apart bodemgebied gemodelleerd (bodemfactor 1,0). Tevens zijn op het schoolplein een aantal onverharde gebieden ingevoerd aangezien dit een combinatie wordt van harde vlakken en zachte gedeelten zoals gras, zand en zachte
speeltegels.”
De eerste bewering, dat het gehele onderzoeksgebied als akoestisch hard is ingevoerd (bodemfactor
0,0) is niet juist. In het model is namelijk een standaard bodemfactor van 0,2 ingevoerd, ofwel
enigszins absorberend,zie hiervoorbijlage 1 van het onderzoek. Medel eigenschas
Model sangemaaks
LSOLOS — LAs LT Kindcenctsum — Huidige sivuarse
mes
caresnlvaten pezensitaten asten standaard, 3,°
Verviidesen binnanvancen
|
Ingevoerde standaard bodemfactor
va
Bijlage 1 akoestisch onderzoek, invoergegevens
Dit maakt dat de verhardeterreindelenniet het geluid volledig weerkaatsen maar een gedeelte van het geluid absorberen waarmeeeenlagere geluidbelasting wordt berekend dan meteenvolledig harde
bodem die men suggereert te hanteren.
Voorts wordt aangegeven op pagina 12 dat op het schoolplein een aantal onverharde gebieden ingevoerd zijn aangezien dit een combinatie wordt van harde vlakken en zachte gedeelten zoals gras,
zand en zachte speeltegels. Dit rechtvaardigt echter niet dat hiervoor een bodemfactor van 0,0 wordt gehanteerd. De Handleiding Meten en Rekening industrielawaai (1999)stelt hierover in paragraaf
5.3.7 dat absorberende bodems (B = 1) bodemszijn waarop vegetatie voor kan komen met weinig of
geen geluidsverstrooiende objecten. De voorbeelden die hierbij worden genoemdzijn akkerland met
en zonder gewas, bossen, heide en tuinen. De toepassing van een bodemfactor 1,0 voor een bodemgebied waarin harde vlakken aanwezig zijn in combinatie met gras, zand en zachte speeltegels is daarmeein strijd met de Handleiding.
De volledig (!) absorberende bodemgebieden die in het akoestisch onderzoek zijn ingevoerd zijn weergegeven in een bijlage van het onderzoek (Overzichtstekening toetspunten) waarvan een uitsnede hieronder is weergegeven. De groene vlakken met de schuine arcering betreft zachte/absorberende bodemgebieden.
Pagina:
17/19
Zachte/absorberende bodemgebieden |
Uitsnede akoestisch onderzoek, weergave absorberende bodemgebieden Buiten het feit dat de genoemde combinatie van materialen nimmerkan leiden tot een bodemfactor van 1,0 (volledig absorberend) maar een bodemfactor van om en nabij 0,5 komt desituatie niet overeen met het plaatje dat van het schoolplein is opgenomen in de toelichting op het bestemmingsplan op pagina31.
Overwegend harde bodemgebieden
Dit maakt dat de bodemgebieden op enkele punten veel gunstiger zijn gemodelleerd dan wordt
gesuggereerd in het tekstdeel van het akoestisch onderzoek maar ook gunstiger dan in detoelichting van het ontwerpbestemmingsplan wordt getoond. De geluidbelastingen die zijn berekend in het akoestisch onderzoek zijn daarmee onjuist en te positief weergegeven. Een oplossing zou zijn geweest wanneer middels de verbeelding op het schoolplein alle bodemgebieden die thans absorberend zijn gemodelleerd in het akoestisch onderzoek, ook uitsluitend als groen (tuin) te bestemmen, zonder daarbij de mogelijkheid van artikel 4 op tenemen om terplaatse ook andere voorzieningen (zoals (harde) parkeerplaatsen en bijbehorende bouwwerken)te realiseren. Dit is evenwel niet het geval. De inrichting van het schoolplein door toepassing van grotendeels
volledig absorberende bodemgebieden is daarmee door ons omwonenden niet af te dwingen/niet handhaafbaar.
Pagina:
18/19
Akoestisch memo Beschouwing geluideffecten Harmonieplein te Maarssen (Anteagroup 17 juli 2018)
In paragraaf 1 Aanleiding wordt gesteld dat naast het Kindcentrum ook gevarieerde functies zijn
voorzien zoals woningen, winkels en maatschappelijke diensten. Ook op pagina 3 lezen we dat ten noorden van het Harmonieplein twee openbare parkeerplaatsen zijn voorzien welke zouden zijn
bedoeld voor bezoekers aan de winkels en bedrijven aan het Harmonieplein. Op pagina4 is duidelijk gesteld dat er horeca wordt voorzien in de plinten van het noordelijk bouwblok.
In deze memo wordt echtertotaal niet beoordeeld in hoeverre de mogelijk te vestigen winkels, horeca en bedrijven leiden tot (geluidjoverlast ter plaatse van onze woningen. Is er sprake van
winkelwagentjes ofbevoorrading met vrachtwagens en zo ja wat bedraagt hiervan de geluidbelasting?
Mag muziekgeluid ter plaatse van de appartementen worden verwacht? Ook hierop wordt geen
antwoord gegeven.
Op pagina2 van 6, eerste alinea wordt verwezen naar een akoestisch onderzoek Kindcentrum van 13 juni 2018. De versie die echter ter inzage ligt van voornoemd onderzoek betreft de versie van 12
februari 2019. In hoeverrezijn in de versie van februari 2019 wijzigingen aangebracht die van belang zijn voor het memo van 17 juli 2018?
Op pagina 3 is juist boven hoofdstuk 3 aangegeven dat de gemeente niet voornemens is het Harmonieplein in het bestemmingsplan te bestemmen als een evenementenlocatie. Daarover wordt opgemerkt dat deze mogelijkheid weldegelijk ligt besloten in de planregels voor het Kindcentrum
(artikel 3.1 onder d). Daarnaast is op pagina 5 van het memo in de laatste alinea gesteld dat een
festiviteit in de categorie A of B (waaronder een kermis!) een geringe impact kan hebben op de omgeving. Voorts stelt het memo dat het geluidniveau vanwegeeen dergelijke festiviteit acceptabelis te noemen voorde omgeving en het woon- en leefklimaat is gewaarborgd. Een onderbouwing van deze
bewering wordt niet gegeven.
Naar onze mening is daarmee ook het memo van Anteagroup van 17 juli 2018 onvolledig en zijn de
conclusies die daarin zijn opgenomen ongefundeerd. Onze conclusie is dat het gehele akoestisch
onderzoek opnieuw uitgevoerd dient te worden rekening houdend met de hiervoor onder punt 3 van onze zienswijze naar voren gebrachte bezwaren.
4 BETREDEN PRIVÉ EIGENDOM
Het parkeerterrein dat juist ten noorden van het Kindcentrum is gelegen is eigendom van de Vereniging van Eigenaren Bolensteinsepoort. Dit betreft derhalve privéterrein. Onduidelijk is hoe
wordt voorkomen dat kinderen of ouders vanaf het Harmonieplein via het privé terrein naar de Bolensteinseweg lopen.
Wij zouden graag zien dat daarvoorin een fysieke barrière wordt voorzien in de vorm van een hekwerk
of stevige groenvoorziening, in ieder geval zodanig dat tussen het appartementencomplex en het
kindcentrum geen doorgang kan worden gecreëerd. Dit is als zodanig ook besproken op de informatieavond bij de gemeente op 8 mei 2019.
5 PARKEERHINDER Hoewel men zou mogen verwachten dat juist wordt voorkomen dat in oude dorpskernen meer
verkeersbewegingen gaan plaatsvindenzal het Noordblok, zoals ook het Zuidblok en het Kindcentrum
heel veel meer verkeersbewegingen opleveren.Niet alleen de extra woningen(31 in totaal) die zullen worden gerealiseerd zullen extra verkeersbewegingen tot gevolg hebben, maarde realisatie van horeca met diverse terrassen en de mogelijkheid tot het houden van evenementen leidt onzes inziens eveneenstot heel veel meer verkeer. Daarbij is het niet ondenkbaar dat de bewoners van de nieuwe
woningen ook gebruik zullen maken van de bestaande parkeerplaatsen aan de Bolensteinsestraat en Bolensteinseweg, waarhet parkeerprobleem thansal nijpend is en de parkeervakkente smalzijn.
Handtekeningenlijst tbv indiening zienswijze ontwerpbestemmingsplannen Kindcentrum en Zuidblok (Harmonieplein) Maarssen-Dorp
Adres
TTT
Handtekening,
Pagina:
19 /19
Hoezit het bovendien met vrachtverkeer dat de winkels, horeca en maatschappelijke functies zal moeten bevoorraden? Dit alles wordt in het plan niet belicht.
Voor de bewoners is het van groot belang dat de Bolensteinsestraat eenrichtingsverkeerblijft en dat ten behoeve van de ontsluiting van het Kindcentrum de Gaslaan voor doorgaand verkeer wordt
geopend, zodat er twee ontsluitingsmogelijkheden ontstaan (zowel bij de Gaslaan als bij de rotonde
bij restaurant Auguste).
Conclusie
Als bewoners van de woningen en appartementen aan de Bolensteinsestraat en Bolensteinseweg willen wij u dan ook verzoeken om met onze zienswijzen rekening te houden. Wij verzoeken u primair om de
procedures van de ontwerpbestemmingsplannen Kindeentrum en Zuidblok te beëindigen om vervolgens
een totaal bestemmingsplan dat het gehele Harmonieplein Maarssen-Dorp omvat in procedure te
brengen.
Subsidiair verzoeken wij u de ontwerp bestemmingsplannen aan te passen conform de punten in onze zienswijze waarmee wordt opgekomen voor de belangen van omwonenden bij de herontwikkeling van het hart van Maarssen-Dorp.
Hoogachtend
Bijlage(n):
bijlage 1 lijst ondertekenaars zienswijze
Handtekeningenlijst tbv indiening zienswijze ontwerpbestemmingsplannen Kindcentrum en Zuidblok (Harmonieplein) Maarssen-Dorp fat
ed
oS
NN £
=
r
mamie
nn
nel
E
|
Post op rekening
| BANNING |
R A aangetekend GA EED
Spinhuiswal 225211 JG ‘s-Hertogenbosch James Wattstraat 100» 1097 DM Amsterdam
Port Betaald
Port Payé postnl Pays-Bas