CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Wijzigingstabel leerlingenvervoer 10 feb.pdf

Commissie Sociaal Domein 11 maart 2025, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 4: Verordening Leerlingenvervoer4.801 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wijzigingstabel Verordening leerlingenvervoer Stichtse Vecht 2025 In deze wijzigingstabel zijn alleen de inhoudelijke wijzigingen opgenomen van de Verordening leerlingenvervoer Stichtse Vecht 2025 ten opzichte van de Verordening leerlingenvervoer Stichtse Vecht 2015.

Nieuw

Oud

Artikel 1.1 Begrippen

1. Begripsomschrijving

Toelichting

d. buitenschoolse opvang: de buitenschoolse opvang van de leerling, bedoeld in artikel 1.1, van de Wet kinderopvang, waar de leerling voor het begin van de lestijd of na het einde van de lestijd op school is. Ook wordt hieronder verstaan andere vormen van naschoolse opvang, zoals opvang bij familieleden of andere personen uit het sociale netwerk van de ouder;

Definitie buitenschoolse opvang is niet opgenomen in de verordening.

In afwijking van de modelverordening van de VNG wordt ook uitgegaan van informele buitenschoolse opvang, dus niet alleen van de vormen die genoemd worden in de Wet kinderopvang.

e.deskundige: onafhankelijk medisch, psychiatrisch, psychologisch, pedagogisch of verkeerskundig deskundige. De deskundige is geen huisarts;

Definitie deskundige is niet opgenomen in de verordening. Er wordt wel naar verwezen (artikel 9, vierde lid)

Opgenomen is dat de deskundige onafhankelijk moet zijn. Toevoeging ten opzichte van modelverordening: de deskundige is geen huisarts.

v. structurele beperking: een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking die langer dan 6 maanden duurt; Artikel 2.1 De Aanvraag

In de huidige verordening is een termijn van 3 maanden opgenomen.

Met de termijn van 6 maanden wordt aangesloten bij de termijn van de Wmo (langdurige hulp)

Tweede lid: De ouder moet duidelijk uitleggen waarom leerlingenvervoer nodig is. De aanvraag moet worden onderbouwd met een advies van een deskundige. Heeft de ouder geen advies van een deskundige gevoegd bij de aanvraag, dan kan de gemeente een deskundig advies opvragen. Bij elke nieuwe aanvraag moet de ouder een nieuw advies aan de gemeente geven, behalve als de gemeente besluit dat dit niet

In dit artikel wordt niet vermeld dat de inwoner de aanvraag moet onderbouwen met een advies van de deskundige.

5. Aanvraagprocedure De verantwoordelijkheid voor de onderbouwing van de aanvraag ligt bij ouders, dit wordt in dit artikel benadrukt. Verder wordt geregeld dat de gemeente kan vaststellen dat het niet nodig is om jaarlijks een nieuwe aanvraag in te dienen. Hierdoor kan een meerjarige indicatie worden afgegeven.

1

nodig is. Een nieuw advies is bijvoorbeeld niet nodig als uit een eerder advies blijkt dat het niet aannemelijk is dat de situatie van de leerling verandert. Vijfde lid: De gemeente kan besluiten dat het niet nodig is om elk jaar een aanvraag in te dienen. 2.2 Onderzoek 1. Bij de beoordeling van de aanvraag voor een vervoersvoorziening voor de leerling en eventueel een begeleider, onderzoekt de gemeente in elk geval: a. is de school waar de leerling naar toe gaat of naar toe wil gaan de dichtstbijzijnde toegankelijke school; b. wat is de afstand tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school; c. wat kan de leerling zelf zonder hulp van de gemeente; s d. wat kan (kunnen) de ouder(s) en het sociale netwerk zelf zonder hulp van de gemeente; e. op welke vervoersvoorziening heeft de leerling recht; f. Welk bedrag moet(en) de ouder(s) zelf betalen. 2. Het onderzoek als bedoeld in het eerste lid kan als de ouder of gemeente dat wil later opnieuw plaatsvinden. 3. De ouder en de leerling werken mee aan het onderzoek van de deskundige. Artikel 2.3 Inzet deskundige

In de verordening zijn hierover geen bepalingen opgenomen, wel in de Beleidsregels Leerlingenvervoer Stichtse Vecht 2020, onder artikel 1: gesprek.

De bepalingen zijn volgens de huidige werkwijze. Met betrekking tot sub e wordt verwezen naar de volgorde van artikel 3.3

Vindt de gemeente het noodzakelijk of twijfelt de gemeente aan het advies van

In de verordening zijn hierover geen bepalingen opgenomen.

De gemeente kan altijd een second opinion opvragen over het uitgebrachte advies dat

2

de deskundige dat bij de aanvraag door de ouder is opgestuurd (artikel 2.1, tweede lid van deze Verordening)? Dan vraagt de gemeente een andere deskundige om advies uit te brengen. Dit advies (deskundig oordeel) gebruikt de gemeente bij de beoordeling van de aanvraag. Artikel 3.2 Verantwoordelijkheid ouders Ouders zijn verantwoordelijk voor het naar school gaan van hun kinderen. De regels in deze verordening ondersteunen dit uitgangspunt. Dit geldt ook voor werkende (alleenstaande) ouders. Er wordt geen leerlingenvervoer gegeven als het werk van de (alleenstaande) ouder de enige reden is voor de aanvraag. Artikel 3.3 Algemene bepalingen Tweede lid De ouder is verantwoordelijk om, als dat nodig is, te zorgen voor een begeleider.

door de ouder is overgelegd.

In de verordening is niet opgenomen dat deze verantwoordelijkheid van ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen ook geldt voor werkende ouders.

Als werk als enige reden wordt opgegeven bij de aanvraag voor leerlingenvervoer, wordt de voorziening niet toegekend. De verantwoordelijkheid ligt ook in deze situatie bij de ouders. Dit is volgens vaste jurisprudentie en ook volgens de strekking van de modelverordening.

De bepalingen uit het tweede tot en met het vierde lid zijn in de huidige verordening niet expliciet benoemd.

De bepalingen zoals genoemd in het nieuwe artikel sluiten aan bij de huidige werkwijze en wet- en regelgeving.

Derde lid Voordat er gevolgen aan onacceptabel gedrag worden verbonden wordt nagegaan of het gedrag verwijtbaar is. Bepaalde aandoeningen kunnen met zich meebrengen dat dit niet het geval is. In dit geval wordt door de gemeente beoordeeld of een andere vervoersvoorziening meer passend is, bijvoorbeeld eigen vervoer. Vierde lid Bij het kiezen van het vervoer wordt in deze volgorde gekeken of vervoer, met of zonder begeleiding, mogelijk is: a. met de (elektrische) fiets; b. met het Openbaar

3

Vervoer; c. met eigen vervoer; d. met aangepast vervoer. 3.4 Afwijzingsgronden 1. Er wordt geen vervoersvoorziening gegeven als de afstand van het huis naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school kleiner is dan: a. zes kilometer voor kinderen in het basisonderwijs en speciaal (basis)onderwijs; b. tien kilometer voor voortgezet speciaal onderwijs of speciaal voortgezet onderwijs. Deze regels gelden niet voor leerlingen met een beperking. 2. Er wordt geen vervoersvoorziening gegeven voor basisonderwijs, tenzij de leerling door een lichamelijke, psychische, verstandelijke of zintuiglijke beperking niet zelfstandig gebruik kan maken van het Openbaar Vervoer (zoals staat in artikel 8.28 van de Wet voortgezet onderwijs 2020). 3. Er wordt geen vervoersvoorziening gegeven voor voortgezet onderwijs, tenzij de leerling door een lichamelijke, psychische, verstandelijke of zintuiglijke beperking niet zelfstandig gebruik kan maken van het openbaar vervoer (zoals staat in artikel 8.28 van de Wet voortgezet onderwijs 2020). 4. Er wordt geen vervoersvoorziening gegeven in de volgende gevallen: a. de leerling is in het

De regels uit het eerste, tweede en derde lid gelden nu ook.

In afwijking van de modelverordening wordt wel een vervoersvoorziening toegekend voor leerlingen die naar het Voortgezet Speciaal Onderwijs gaan, ook als ze wel zelfstandig met het Openbaar Vervoer kunnen reizen. De motivatie hiervoor is dat deze leerlingen hierdoor gestimuleerd worden om zelfstandig te reizen. Dit is volgens de huidige werkwijze.

Lid 4: deze afwijzingsgronden zijn nu niet opgenomen in de verordening.

De bepalingen die in het vierde lid zijn opgenomen geven aan dat geen vervoersvoorziening wordt toegekend als niet

4

verleden voor meer dan drie maanden geschorst in het vervoer; b. de ouder weigert de eigen bijdrage te betalen; c. de ouder of leerling weigert mee te werken aan een traject om zelfstandig reizen te leren; d. de ouder weigert mee te werken aan een onderzoek naar het recht op een vervoersvoorziening. Artikel 3.7 Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school Derde lid: Als de leerling vanwege een specifieke onderwijsbehoefte, zoals bij hoogbegaafdheid, van de leerling een vervoersvoorziening aanvraagt naar een school op een grotere afstand, dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, wordt deze alleen toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de afstand tussen de woning en de school voldoet aan het afstandscriterium als bedoeld in het eerste lid van deze Verordening; b. het betreft een school die voorziet in een specifieke onderwijsbehoefte en niet in een onderwijsmethode zoals Montessori of Jenaplan; c. de ouder heeft voldoende aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijsbehoefte van de leerling is; en d. samen met de dichtstbijzijnde school en

voldaan is aan de algemene voorwaarden van vervoer.

Deze bepalingen zijn niet opgenomen in de huidige verordening.

Met deze bepalingen kan een vervoersvoorziening worden toegekend aan ouders als er sprake is van een specifieke onderwijsbehoefte van de leerling. Een voorbeeld hiervan is hoogdbegaafdheid. Voor de duidelijkheid is vermeld dat het niet gaat om een onderwijsmethode, zoals Montessori onderwijs. In principe moeten scholen volgens de uitgangspunten van passend onderwijs aan iedere leerling onderwijs kunnen bieden. Het samenwerkingsverband krijgt daarom een rol met de bepalingen in het vierde lid: het samenwerkingsverband moet aangeven dat zij in het specifieke geval niet het noodzakelijke onderwijs aan kunnen bieden. (deze toevoeging komt niet voor in de modelverordening van de VNG).

5

het betrokken samenwerkingsverband heeft de ouder aangetoond dat de dichtstbijzijnde school niet geschikt is, omdat deze het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod niet kan bieden. Artikel 3.8 Schooltijden en wachttijden Tweede lid: Als er binnen een school sprake is van verschillende lesroosters binnen de vaste schooltijden, kan de gemeente besluiten een wachttijd van één of meerdere klokuren in te stellen, om het aangepast vervoer zo efficiënt mogelijk in te zetten. Als de ouder dat wil kan hij in deze situatie een kilometervergoeding krijgen voor de kosten van het eigen vervoer volgens de voorwaarden die staan in artikel 5.3 van deze Verordening. Derde lid: Het aangepast vervoer op schooldagen en schooltijden die afwijken van de in de schoolgids genoemde dagen en tijden wordt niet georganiseerd, tenzij de ouder naar het oordeel van de gemeente toereikend bewijs overlegt waaruit blijkt dat de structurele beperking van een leerling de aansluiting op de standaard schooltijden onmogelijk maakt en de ouders het vervoer niet zelf kunnen organiseren. Er moet in dit geval sprake zijn van ernstige benadeling van het gezin door de inzet van eigen vervoer. De ouder krijgt bij gebruik van eigen vervoer een kilometervergoeding voor de kosten van het eigen vervoer

De bepalingen uit het tweede en derde lid zijn niet in de huidige verordening opgenomen, wel in de Beleidsregels Leerlingenvervoer Stichtse Vecht 2020, Artikel 4: Individueel vervoer. Aangepaste schooltijden in verband met beperking leerling In het geval van een latere aanvangstijd of een vroegtijdige beëindiging van de schooldag in verband met de lichamelijke, emotionele en/of geestelijke gesteldheid van het betreffende kind zijn de ouders verantwoordelijk voor het later brengen dan wel eerder ophalen van hun kind. Slechts wanneer er sprake is van een structurele beperking waardoor de leerling slechts een deel van het onderwijsprogramma kan volgen vergoedt de gemeente het vervoer buiten de schooltijd. De noodzaak hiervan dient onderbouwd te zijn met een actueel behandelplan van de school en wordt periodiek geëvalueerd. De vergoeding van het vervoer vindt plaats op basis van kilometervergoeding conform de reisregeling Binnenland. Slechts in het geval ouders aantoonbaar het vervoer niet zelf kunnen regelen wordt

Uitgangspunt is dat er geen aangepast vervoer wordt ingezet als er sprake is van afwijkende schooltijden. In deze gevallen kan de leerling wachten of moet de ouder zelf het vervoer regelen. De modelverordening kent de mogelijkheid niet om in dit geval een kilometervergoeding te verstrekken aan ouders. Deze optie is wel in de verordening opgenomen. Als er aantoonbaar sprake is van een structurele beperking waardoor afgeweken moet worden van de schooltijden, kan aangepast vervoer worden ingezet, maar alleen als de ouders zelf het vervoer niet kunnen organiseren en er sprake is van ernstige benadeling van het gezin door de inzet van het eigen vervoer. Wat verstaan wordt onder ernstige benadeling van het gezin wordt uitgewerkt in de nieuwe beleidsregels. Als ouders zelf rijden komen zij in aanmerking voor een kilometervergoeding,

6

volgens de voorwaarden die staan in artikel 5.3 van deze Verordening.

aangepast vervoer toegekend voor die ritten die niet door de ouders zelf kunnen worden uitgevoerd. Voor de bepaling daarvan gelden de richtlijnen uit artikel 1.

Individueel vervoer in verband met beperking kind Het kan voorkomen dat een kind door de aard van zijn of haar beperking niet met anderen samen kan worden vervoerd, ook niet met een begeleider. Dit moet worden onderbouwd met een medische rapportage. Als er twijfel bestaat over de medische noodzaak kan door de gemeente een onafhankelijk onderzoek worden aangevraagd. De ouders zullen het vervoer zelf uit dienen te voeren. Hiervoor wordt een kilometervergoeding beschikbaar gesteld conform de reisregeling Binnenland. Slechts in het geval ouders aantoonbaar het vervoer niet zelf kunnen regelen wordt aangepast vervoer toegekend voor die ritten die niet door de ouders zelf kunnen worden uitgevoerd. Voor de bepaling daarvan gelden de richtlijnen uit artikel 1 Individueel vervoer in verband met afwijkende schooltijden Het komt voor dat het vervoer van een kind niet kan worden gecombineerd omdat de schooltijden niet aansluiten op andere scholen in de route. De ouders zullen het vervoer zelf uit dienen te voeren. Hiervoor wordt een kilometervergoeding beschikbaar gesteld. De kilometervergoeding is als volgt: 9 cent per kilometer per fiets en 37 cent per kilometer met de auto. Alleen de

7

kilometers die het kind aflegt worden vergoed. Slechts in het geval ouders aantoonbaar het vervoer niet zelf kunnen regelen wordt aangepast vervoer toegekend voor die ritten die niet door de ouders zelf kunnen worden uitgevoerd. Voor de bepaling daarvan gelden de richtlijnen uit artikel 1. Artikel 4.1 Tijdelijk verblijf buiten de gemeente 1. De gemeente kan een tijdelijke vervoersvoorziening van maximaal zes weken na inzet van het vervoer, wanneer een leerling door een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft. De voorwaarden hiervoor zijn: a. de leerling blijft zijn eigen school bezoeken; b. de school ligt binnen 100 kilometer van de tijdelijke woonplaats van de leerling; c. voorafgaande aan het tijdelijke verblijf buiten de gemeente, was er al een vervoersvoorziening op basis van deze verordening; d. het is de bedoeling dat de leerling terugkeert naar de oorspronkelijke gemeente. 2. Het besluit waarin de vervoersvoorziening is toegekend voorafgaand aan een tijdelijke vervoersvoorziening wordt opgeschort met ingang van de datum van het tijdelijk verblijf buiten de gemeente en herleeft weer zodra de leerling terugkeert in de gemeente, tenzij de geldigheidsduur van dit

In de huidige verordening wordt deze situatie niet verder uitgewerkt.

De nieuwe bepalingen werken de situatie waarin een leerling tijdelijk buiten de gemeente verblijft verder uit. De bepalingen zijn overgenomen van de modelverordening van de VNG, met uitzondering van het eerste lid onder b: er is een afstandscriterium toegevoegd. In de praktijk is dit ook voor de leerling wenselijk, een school op een grotere afstand dan 100 km, zal voor de leerling belastend zijn.

8

besluit is verstreken. 3. Als de vervoersvoorziening bestaat uit aangepast vervoer kan de gemeente in overleg met de gemeente waar de leerling tijdelijk verblijft, besluiten dat de gemeente van het tijdelijke verblijf het vervoer verzorgt. Artikel 4.2 Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie bij verblijf in pleeggezin, internaat of gezinshuis 1. De gemeente kan, op aanvraag, een vervoersvergoeding geven voor het vervoer in het weekend en tijdens de schoolvakanties aan ouders van een leerling die in de gemeente woont. Dit geldt voor leerlingen die vanwege Passend Speciaal Onderwijs of Voortgezet Speciaal Onderwijs in een internaat, pleeggezin of gezinshuis verblijven. De gemeente houdt hierbij rekening met de regels van de artikelen 3.3 en 3.5 van deze Verordening. 2. De gemeente vergoedt de kosten voor het vervoer van de leerling in het weekend. Dit betreft de reis van het internaat of pleeggezin/gezinshuis naar het huis van de ouders en weer terug, voor zover de weekenden niet vallen binnen de schoolvakanties zoals genoemd in het eerste lid. De vergoeding wordt eenmaal per weekeinde verstrekt. 3. De gemeente vergoedt de kosten voor het vervoer van de leerling tijdens de schoolvakanties. Dit betreft de reis van het internaat of pleeggezin/gezinshuis naar de ouders aan het begin

Artikel 20 Toekenning vervoersvoorziening voor het weekeinde en de vakantie aan in de gemeente wonende ouders Met inachtneming van artikel 3 kent het college desgewenst een vervoersvoorziening voor het weekeinde- en vakantievervoer toe aan de in de gemeente wonende ouders van de leerling die, met het oog op het volgen van voor hem passend (voortgezet) speciaal onderwijs in een internaat of pleeggezin verblijft, volgens het bepaalde in deze paragraaf.

De nieuwe bepalingen werken de situatie waarin een leerling bij een pleeggezin, gezinshuis of in een internaat verblijft verder uit. De bepalingen zijn overgenomen van de modelverordening van de VNG

9

van de vakantie en terug aan het einde van de vakantie. 4. De vergoeding is gebaseerd op de kosten van Openbaar Vervoer, volgens de regels van artikel 5.1 van deze Verordening. 5. Als de leerling door een structurele beperking of leeftijd niet zelfstandig kan reizen, vergoedt de gemeente ook de kosten voor het Openbaar Vervoer voor een begeleider. De vergoeding wordt vastgesteld volgens de regels van artikel 5.2 van deze Verordening. 6. De gemeente kan toestaan dat de ouders de leerling zelf vervoeren of laten vervoeren. De vergoeding wordt dan bepaald op basis van de vervoersvoorziening waar de ouders recht op zouden hebben. De regels uit artikel 5.3 van deze Verordening zijn hierbij van toepassing. 7. De gemeente kent alleen aangepast vervoer toe voor weekeinde en vakantievervoer als: a. Openbaar Vervoer helemaal niet beschikbaar is; of b. het gaat om een leerling in het Voortgezet Speciaal Onderwijs, die in een internaat, pleeggezin of gezinshuis verblijft en door een structurele beperking niet zelfstandig, zelfs niet met een begeleider, gebruik kan maken van het Openbaar Vervoer. Artikel 4.3 Vervoer naar stageadres 1. Als er recht is op een

In de verordening zijn geen bepalingen opgenomen over vervoer naar het stageadres. Wel komen bepalingen terug in

De uitgangspunten uit de beleidsregels zijn nog steeds van toepassing en conform de bepalingen in de

10

vervoersvoorziening naar school, kan op verzoek ook een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer naar een stageadres. De ouder moet hiervoor vooraf een stageovereenkomst overleggen. 2. De vervoersvoorziening naar een stageadres wordt, naast de voorwaarden voor vervoer naar school, alleen gegeven als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de stage maakt deel uit van het onderwijsprogramma, zoals opgenomen in de schoolgids en het stagecontract; b. de stagetijden komen overeen met de tijden in de schoolgids; c. het stageadres ligt op de route van de woning, of de opstapplaats, naar de school. 3. De voorwaarde in het tweede lid, onder b, geldt niet als kan worden aangetoond dat dit niet mogelijk is. In dat geval kan de ouder een vergoeding krijgen voor de kosten van Openbaar Vervoer volgens de regels van artikel 5.1 van deze Verordening. Dit kan ook een vergoeding voor begeleiding volgens artikel 5.2 van deze Verordening zijn, of een kilometervergoeding voor eigen vervoer volgens de regels van artikel 5.3 van deze Verordening. 4. De voorwaarde in het tweede lid, onder c, geldt niet als de ouder kan aantonen dat een stageadres op de route van de woning, of opstapplaats, naar de school niet mogelijk is. In dat geval kan de ouder een vergoeding krijgen voor de kosten van Openbaar Vervoer volgens de regels van artikel 5.1 van deze Verordening. Dit

de Beleidsregels Leerlingenvervoer Stichtse Vecht 2020: Artikel 5 Stages Stage vormt voor veel leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs een verplicht onderdeel van het onderwijsprogramma. Om leerlingen die gebruik maken van het leerlingenvervoer de mogelijkheid te bieden om ook de bij hun opleiding horende stage te kunnen doorlopen, kunnen de ouders/verzorgers van deze leerlingen in aanmerking komen voor een vergoeding van de vervoerskosten naar de stageplek. Het is mogelijk om in aanmerking te komen voor een vergoeding voor het vervoer naar een stageadres mits: o De leerling al voor een vergoeding voor leerlingenvervoer in aanmerking komt o De stage onderdeel is van het onderwijsprogramma o De tijden van de stage overeenkomen met de schooltijden zoals die in de schoolgids zijn vastgelegd o De afstand van woonadres naar het stageadres niet groter is dan die van woonadres naar schooladres. Het adres van de stage ligt bij voorkeur op de route van de school of anders zo dicht mogelijk bij het woonadres van de leerling/ouders. Vervoer naar stageadressen vindt alleen op schooldagen plaats dus niet tijdens het weekend en gedurende schoolvakanties. Omdat de stage kan plaatsvinden op tijden en/of

modelverordening van de VNG. De modelverordening laat ruimte om als gemeente zelf invulling te geven aan dit artikel. Hieraan is invulling gegeven door het opnemen van dit artikel.

11

kan ook een vergoeding voor begeleiding volgens de regels van artikel 5.2 van deze Verordening zijn, of een kilometervergoeding voor eigen vervoer volgens de regels van artikel 5.3 van deze Verordening.

Artikel 4.4 Vervoer tussen de buitenschoolse opvang en de school 1. Als er al recht is op een vervoersvoorziening van de woning of opstapplaats naar school en terug, kan op verzoek ook een vervoersvoorziening worden gegeven voor het vervoer van de buitenschoolse opvang naar de school of andersom. 2. De vervoersvoorziening van de buitenschoolse opvang naar de school of terug wordt alleen gegeven als de buitenschoolse opvang op de route ligt van de school naar de woning of opstapplaats. Als dit niet het geval is, wordt er geen vervoersvoorziening voor de buitenschoolse opvang verstrekt, behalve een

locaties, die niet aansluiten bij het vervoer naar de school doet de gemeente een dringend beroep op de scholen om de stageplaatsen zo dicht mogelijk bij de school of het huisadres van de leerling te zoeken en de stagetijden aan te laten aansluiten op de schooltijden. Indien dit niet mogelijk blijkt zullen ouders het vervoer zelf moeten (laten) uitvoeren. Hiervoor wordt een kilometervergoeding beschikbaar gesteld conform de reisregeling Binnenland. Slechts in het geval ouders aantoonbaar het vervoer niet zelf kunnen regelen wordt aangepast vervoer toegekend voor die ritten die niet door de ouders zelf kunnen worden uitgevoerd. Voor de bepaling daarvan gelden de richtlijnen uit artikel 1. In de Verordening zijn hierover geen bepalingen opgenomen. Wel in artikel 11 van de Beleidsregels leerlingenvervoer Stichtse Vecht 2020: Artikel 11 Vervoer naar naschools opvangadres In afwijking van het gestelde in artikel 3.1. van de Verordening Leerlingenvervoer Stichtse Vecht 2015 kan het college van burgemeester en wethouders onder de volgende voorwaarden toestemming geven een leerling naschooltijd te vervoeren naar een naschools opvang adres d.w.z. een ander dan het feitelijk woonadres: a. het vervoer leidt niet tot een langere reistijd voor de overige kinderen in de bus en leidt niet tot meerkosten voor de gemeente; b. de leerling maakt gebruik van aangepast vervoer;

Er kan een vervoersvergoeding voor de buitenschoolse opvang worden verstrekt aan de leerling die al recht heeft op een vervoersvoorziening. Als de buitenschoolse opvang op de route ligt van de school naar de woning of de opstapplaats kan voor deze opvang ook een vervoersvoorziening worden toegekend. Als dit niet zo is heeft de ouder alleen recht op een vergoeding voor de vervoerskosten van school terug naar de woning.

12

kilometervergoeding voor het eigen vervoer van de school naar de woning of opstapplaats. In dat geval gelden de regels van artikel 5.3 van deze Verordening.

Artikel 5.3 Vervoersvergoeding op basis van de kosten van door de ouders georganiseerd vervoer

c. het opvangadres ligt binnen de gemeente Stichtse Vecht; d. het betreft één vast adres naast het feitelijk woonadres op een vast aantal dagen gedurende het gehele schooljaar; e. het vervoer vindt plaats in aansluiting op de normale schooltijd. De bepalingen in het eerste en zevende lid van dit artikel zijn niet zo nadrukkelijk beschreven in de huidige verordening.

Eerste lid: 1. Als de ouder(s) recht hebben op een vervoersvoorziening, wordt van hen verwacht dat ze hun kind(eren) zelf vervoeren of laten vervoeren, als dit leidt tot een goedkopere vervoersoptie. De verantwoordelijkheid voor het vervoer ligt hierbij bij de ouder(s). Zevende lid: Als ouders samen met andere ouders een vervoersregeling organiseren, kan de gemeente, in afwijking van het derde lid, een speciaal tarief vaststellen als dit zorgt voor een goedkoper vervoersalternatief. De gemeente bepaalt het tarief in dit geval.. Artikel 5.4 Aangepast vervoer 1. Aangepast vervoer is altijd collectief vervoer, tenzij de ouder kan aantonen dat collectief vervoer niet mogelijk is door beperkingen van de leerling. 2. De gemeente kan aangepast vervoer verstrekken als: a. de leerling recht heeft op een vergoeding zoals

In de huidige verordening staan de bepalingen ook genoemd, met uitzondering van het eerste lid.

De bepalingen komen overeen met de wet, de modelverordening en de huidige uitvoeringspraktijk. De verantwoordelijkheid van ouders, en de mogelijkheid tot het vergoeden van andere initiatieven worden nadrukkelijke benoemd.

Het eerste lid benadrukt dat collectief vervoer bij aangepast vervoer altijd de voorrang heeft op individueel vervoer. Individueel vervoer is alleen mogelijk als dit noodzakelijk is vanwege de beperkingen van de leerling. Aangepast vervoer wordt alleen ingezet als andere vormen van vervoer niet mogelijk zijn. De bepaling is conform jurisprudentie en de landelijke uitvoeringspraktijk.

13

bedoeld in artikel 5.1 van deze Verordening, en de reistijd met Openbaar Vervoer naar school of terug, inclusief wachttijden en overstaptijden, langer is dan anderhalf uur. Als deze reistijd met aangepast vervoer 50% of minder van de reistijd per Openbaar Vervoer kan zijn, komt de leerling in aanmerking voor aangepast vervoer. b. de leerling recht heeft op een vergoeding zoals bedoeld in artikel 5.1 van deze Verordening en de gemeente oordeelt dat de leerling, zelfs met begeleiding, niet in staat is om de fiets of Openbaar Vervoer te gebruiken; c. de leerling recht heeft op een vergoeding zoals bedoeld in artikel 5.1 van deze Verordening en er geen Openbaar Vervoer beschikbaar is; d. de gemeente vindt dat het niet mogelijk is om het vervoer door de ouders of anderen uit hun netwerk te regelen, of dat het vervoeren van de leerling ernstige benadeling voor het gezin zal veroorzaken; e. de leerling recht heeft op een vergoeding volgens artikel 5.2 van deze Verordening, en de gemeente oordeelt dat het niet mogelijk is om de leerling door de ouders of anderen uit hun netwerk te laten begeleiden, of dat dit ernstige benadeling voor het gezin zal

Wat wordt verstaan onder ernstige benadeling wordt uitgewerkt in de beleidsregels.

14

veroorzaken. Artikel 5.5 Vergoeding andere passende vervoersvoorziening Als er recht is op een vervoersvoorziening, kan de gemeente, na overleg met de ouders, een (gedeeltelijke) vergoeding geven voor een andere geschikte en goedkopere vervoersoptie dan het Openbaar Vervoer naar school. Dit kan bijvoorbeeld een handbike, elektrische fiets of bakfiets zijn. Artikel 6.1 Drempelbedrag Vijfde lid: Dit artikel geldt niet voor de fietsvergoeding.

Deze bepaling is niet opgenomen in het huidige beleid.

Deze bepaling geeft mogelijkheden om andere manieren van mogelijk vervoer te vergoeden.

De bepaling is niet opgenomen in de huidige verordening, wel in artikel 10 van de Beleidsregels leerlingenvervoer Stichtse Vecht 2020:

Deze bepaling komt niet voor in de modelverordening.

Om het vervoer per fiets te stimuleren wordt bij de toekenning van de fietsvergoeding het drempelbedrag aan deze groep leerlingen niet in rekening gebracht.

Artikel 7.2 Beëindiging, opschorting, herziening, intrekking en terugvordering van de vervoersvoorziening.

Verder staat in artikel 13 van de genoemde beleidsregels: In afwijking van het gestelde in artikel 14.1 van de Verordening Leerlingenvervoer Stichtse Vecht 2015 zal aan de ouders van leerlingen die zelfstandig met openbaar vervoer reizen geen drempelbedrag in rekening worden gebracht. In de huidige verordening is alleen het doorgeven van wijzigingen opgenomen (artikel 6)

De oude bepaling van artikel 13 van de beleidsregels komt te vervallen, omdat hij in deze gevallen niet om een leerling met beperkingen gaat. In deze gevallen blijft het drempelbedrag en de overige bepalingen van de Verordening van toepassing. In individuele situaties kan hier altijd van worden afgeweken.

De beschreven bepalingen conform modelverordening van de VNG en de huidige uitvoeringspraktijk.

1. De gemeente kan een besluit tot toekenning van een vervoersvoorziening beëindigen, opschorten, herzien, of intrekken, als het vaststelt dat: a. niet of niet meer wordt voldaan aan de

15

voorwaarden en verplichtingen die in deze verordening staan; b. het besluit is genomen op basis van onjuiste informatie, en als de juiste informatie bekend was, er een ander besluit genomen zou zijn; c. de verstrekte vervoersvoorziening volgens de gemeente niet meer de beste vervoersvoorziening is; d. ouders weigeren het drempelbedrag, zoals genoemd in artikel 6.1 van deze Verordening, te betalen of dit niet betalen; e. ouders weigeren de draagkrachtafhankelijke eigen bijdrage bedoeld in artikel 6.2 van deze Verordening te betalen of dit niet betalen; f. er sprake is van onaanvaardbaar gedrag van de leerling en/of ouder(s) tijdens het gebruik van het aangepast vervoer; g. het vervoer van de leerling leidt tot een onveilige situatie voor de leerling zelf, andere reisgenoten of de chauffeur in het aangepast vervoer. 2. Als ouders ten onrechte een vervoersvoorziening hebben ontvangen, kan de gemeente de kosten hiervan terugvorderen, of verrekenen met een nog niet uitbetaalde vervoersvergoeding.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2850/documents/58545