Vragen en antwoorden Technisch vragenuur Nota Verbonden partijen 16 sep 2025 (002).pdf
Tekst van het document
Vragen en antwoorden Technisch vragenuur nota Verbonden Partijen 15 sep 2025
Wijzigingen nav Technisch vragenuur - De nota VP zal na de commissie op 2 punten ambtshalve worden aangepast, fase 0 toevoegen en zinsnede pragmatisch in paragraaf 3.1, de wijzigingen worden geel gearceerd aangegeven. - Met vaststelling van de nota VP wordt het kader vastgesteld. Het college komt terug naar de raad met een gemotiveerd voorstel voor de sturingsprofielen van bestaande VP die dan door de raad worden vastgesteld. Bijlage 5 in de nota is bedoeld als voorbeeld ter informatie en wordt niet vastgesteld bij de vaststelling van deze nota. Een woord vooraf De aanleiding voor de aanpassing van de nota is : - Het rekenkameronderzoek Regievoering - De nieuwe wet WGR 2022 - De belofte aan de raad om elke vier jaar de nota te actualiseren De nota VP is de onderlegger van de paragraaf Verbonden Partijen in de begroting. Met deze nieuwe nota Verbonden Partij (VP) wordt de rol van de raad vergroot. De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is per 1 juli 2022 gewijzigd met als doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen (GR’s) te versterken — met name de kaderstellende en controlerende rol van de volksvertegenwoordiging. De nota is hierop geactualiseerd. Met de geactualiseerde Nota verbonden partijen 2025 kunnen wij de lijn om meer grip op het functioneren van de verbonden partijen te hebben voortzetten. Vragen CU_SGP 1. Verschillen a.
Wat zijn de verschillen tussen de vorige (die van 2018) en deze nieuwe nota 'Verbonden Partijen'? Onderstaand worden de belangrijkste verschillen benoemd : - Nieuwe wet WGR. De nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen heeft als doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen te versterken. Er zijn technische en tekstuele aanpassing doorgevoerd op de per 1 juli 2022 gewijzigde Wet GR. Bijvoorbeeld inzet instrumenten §5.3 en p&c cyclus §6.5.5 en §6.7 nieuwe instrumenten Wet GR. - Op grond van de nieuwe wet WGR is het delegatiebesluit aangepast. In het oude delegatiebesluit werd de bevoegdheid om zienswijzen in te dienen gedelegeerd aan het college. Deze bevoegdheid blijft bij de raad in het nieuwe delegatiebesluit. - In de nieuwe nota wordt voorgesteld om met drie sturingsprofielen te gaan werken tov twee profielen in de oude nota. Veel buurgemeenten werken met drie profielen. Dit geeft de raad meer ruimte om te bepalen op welke verbonden partij men reguliere, uitgebreide of intensieve sturing wil. - Bovendien was in de oude nota niet helder hoe je een afweging kunt maken tussen de sturingsprofielen. Zie $5.1 De profielen zijn afgezet naar BBV de definitie van een VP nl. financieel belang en bestuurlijk belang. Maar hoe bepaal je de mate van een bestuurlijk en financieel belang. Daartoe hebben we een aantal vragen geformuleerd zie bijlage 4. Als hulpmiddel.
Uit deze analyse kun je via tabel $5.2 afleiden welke sturingsprofiel je voor zou kunnen kiezen. Bij dit sturingsprofiel horen dan weer
-
sturingsinstrumenten voor de raad. In deze nieuwe nota hebben we getracht de raad meer handvatten te geven om te kunnen bepalen welke sturing noodzakelijk is. Een belangrijke toevoeging aan deze nieuwe nota is getracht helder en duidelijk te beschrijven wat de rollen zijn van raad, college, vertegenwoordiging, eigenaar, opdrachtgever en opdrachtnemer zie H6.
2. Er zijn drie sturingsprofielen waarbij wordt bepaald dat er wel of geen zienswijzen worden opgesteld. Alleen bij intensieve sturing wordt de raad betrokken bij een zienswijze op de kadernota. a. Is de raad in haar rol niet het meest gebaat bij invloed op kadernota's? -
Niet alle VPen hebben een kadernota bv de private samenwerkingen werken veelal met jaarverslagen
-
(pag21 $6.5.5.) Op grond van artikel 35, lid 3 van de Wgr strekt de taak van de raad niet verder dan een zienswijze aan het (dagelijks) bestuur naar voren te brengen over de ontwerp-begroting. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerp-begroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Het (algemeen) bestuur van de gemeenschappelijke regeling stelt de begroting, met inachtneming van de eventuele zienswijze, vast. De Wgr regelt niets over de mogelijkheid van zienswijzen op een kadernota. Bij wenselijkheid moet dit in de GR zelf geregeld worden (art. 10, lid 5 Wgr).
-
(pag 21 $6.5.5.)Nieuw is verder dat het voortaan verplicht is te reageren op de door de raden ingediende zienswijzen. Het (dagelijks) bestuur moet schriftelijk én gemotiveerd aan de gemeenteraden laten weten wat het van de zienswijzen vindt en tot welke conclusie dat heeft geleid. Die ‘terugkoppeling’ moet aan de raden worden gegeven vóórdat het (algemeen) bestuur de begroting vaststelt
-
(pag 15 $5.1) Zowel ambtelijk, bestuurlijk als vanuit de gemeenteraad bezien, is het niet mogelijk om alle samenwerkingsverbanden even intensief te volgen. Niet elk samenwerkingsverband vraagt ook evenveel tijd en aandacht. Daarom is het verstandig in kaart te brengen welke samenwerkingsverbanden nadrukkelijk aandacht vragen van de raad, college en ambtelijke organisatie
-
De kadernota is input voor de ontwerpbegroting. Bij reguliere en uitgebreide sturing wordt de zienswijze op de ontwerpbegroting ter besluitvorming voorgelegd aan de raad. De raad kan hiermee invloed uitoefenen op de uiteindelijke begroting.
-
De raad kan besluiten voor een VP voor Intensieve sturing waarbij de zienswijze kadernota ter besluitvorming aan de raad wordt voorgelegd. Maar dan zie reactie Steven. Een zienswijzetraject kost wel tijd. Dit zou dan ingepast moeten worden vóór het ontwerpbegrotingtraject van de GR die op zijn beurt weer rekening moet houden met de gemeentelijke p&c cyclus. Dat vergt een strakke planning en capaciteit die gerechtvaardigd zou moeten worden door de zwaarte van het belang van de GR.
3. In hoofdstuk 3.1 de zinsnede: De gemeente Stichtse Vecht heeft daarbij vooral een pragmatische insteek en werkt niet vanuit modellen of een standaard mal. Er bestaat immers geen ‘one size fits all’. Dit gaat over organisatorische sturing. Hier staat wat we niet doen en niet wat we wél doen (behalve dat het pragmatisch is). a. Hoe wordt deze pragmatische insteek vormgegeven en transparant gemaakt naar de gemeenteraad? b. Is dit feitelijk dat je per verbonden partij formuleert hoe je de regie vormgeeft?
c. Worden afwegingen transparant gemaakt naar de gemeenteraad? Wat we met deze paragraaf wilden verduidelijken is dat we grofweg drie scenario’s hebben Samenwerken, Uitbesteden en Zelf doen. De nota VP gaat over het scenario Samenwerken. Veel andere gemeenten hanteren een vergelijkbaar uitgangspunt. Er wordt taakgericht gekeken wat in de context van de situatie de meest passende scenario is tussen Zelf doen, Uitbesteden of Samenwerken. 4. Hoofdstuk 3.6. Hier staat: waarin de gemeente voor de afweging staat... In hoofdstuk 4 gaat het echt over afweging of met een VP in zee wordt gegaan a. Gaat afweging niet vooraf aan de oprichtings- of intentionele fase...? Het uitgangspunt van het afwegingskader is dat er bewust en gemotiveerd wordt gekozen voor de verbonden partij. Het afwegingskader gaat over de vraag of de gemeente wel of niet gaat deelnemen aan een verbonden partij. Het kan dus zijn dat in de oprichtings- of intentionele fase wordt afgezien van deelname aan een VP. Het is waar dat al eerder wordt gekeken naar dit afwegingskader. In het technisch vragenuur is het voorstel gedaan voor een Fase 0 waarin de afweging, te weten het eerste deel van het afwegingskader plaats vindt. De nota wordt hierop aangepast. b.
Hoe wordt die afweging, ja of nee, voor welk sturingsprofiel kiezen we gedaan? De afweging om tot een VP over te gaan in welke vorm wordt aan de hand van het afwegingskader gemaakt. Wie maakt de keuze ja of nee VP : Dit heeft alles te maken met bevoegdheden (pag 16 $6.2). De oprichting van een verbonden partij is alleen ter besluitvorming aan de raad, als de raad zelf die de verbonden partij opricht of daarin deelneemt. Voor de overige gevallen besluit de raad niet omtrent het daadwerkelijke toetreden of deelnemen. - GR : Als het gaat om een gemeenschappelijke regeling die door het college of de burgemeester wordt getroffen besluit het college of de burgemeester zelf daarover. Zij zijn echter wel afhankelijk van een goedkeuringsbesluit door de raad (na zienswijzen). Dit geld voor alle vormen van een gemeenschappelijke regeling die de Wgr mogelijk maakt. - Privaat : Het college is bevoegd te besluiten tot het oprichten van en de deelneming in privaatrechtelijke samenwerkingen. Een besluit tot oprichting (deelneming) of wijziging wordt niet genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen’. Pas als dat gebeurt is mag het college het besluit nemen.
Keuze sturingsprofiel : Bij het goedkeuringsbesluit als het ontwerpbesluit doet het college een voorzet voor een sturingsprofiel. Het is uiteindelijk aan de raad of men het eens is met dit sturingsprofiel. Zie $5.1 De profielen zijn afgezet naar BBV de definitie van een VP nl. financieel belang en bestuurlijk belang. Maar hoe bepaal je de mate van een bestuurlijk en financieel belang. Daartoe hebben we een aantal vragen geformuleerd zie bijlage 4. Als hulpmiddel. Uit deze analyse kun je via tabel $5.2 afleiden welke sturingsprofiel je voor zou kunnen kiezen. Bij dit sturingsprofiel horen dan weer sturingsinstrumenten voor de raad. In deze nieuwe nota hebben we getracht de raad meer handvatten te geven om te kunnen bepalen welke sturing noodzakelijk is.
5. Evaluatie wordt sterk verbonden aan de keuze of en hoe met een verbonden partij verder te gaan.... a. Is er ook een vorm waarbij de dagelijks operatie regelmatig wordt geëvalueerd op kwaliteit(sverbetering) danwel er wordt gecontroleerd op het functioneren van de kwaliteitsmanagement bij een Verbonden Partij tijdens de operationele fase? -
Hoewel de feitelijke uitvoering van taken in handen ligt van externe partijen, is het de taak van het college en de gemeenteraad om toezicht te houden op de voortgang en de resultaten. De gemeenteraad kan via de P&C cyclus of de zienswijze op de ontwerpbegrotingen controleren of de doelstellingen worden behaald en of de belangen van de inwoners worden gediend.
-
(pag 20 $6.5.2.)De gemeenteraad controleert of de verbonden partij de afgesproken taak binnen de gestelde kaders uitvoert én of het college dit goed bewaakt en waar nodig bijstuurt. De gemeenteraad heeft deze rol bij oprichting van een samenwerkingsverband, tijdens de regionale P&C cyclus, tijdens regionale beleidsvorming en bij beëindiging van een samenwerkingsverband. De P&C producten vormen de basis voor de controlerende taak voor de gemeenteraad.
-
(pag 15) Bij Intensieve sturing kan de raad haar rekenkamer vragen onderzoek te doen naar de verbonden partij. (art184 GW) Het is aan de Rekenkamer om te bepalen welke onderzoeken worden uitgevoerd. Bij Uitgebreide sturing kan de raad het college vragen een audit te doen naar de VP en de raad te informeren.
-
Verder kunnen bepalingen omtrent dit soort evaluaties kunnen in ieder geval in een GR opgenomen worden (art. 11a Wgr). De evaluatie beschreven op p. 11 gaat over een ander soort evaluatie, namelijk alleen die binnen de gemeente zelf. b. En wegen de resultaten daarvan dan mee in de uiteindelijke evaluatie of en hoe verder met de betreffende verbonden partij?
De resultaten worden inderdaad meegenomen bij de Evaluatie. 6. Hoofdstuk 6.3.1. Hier staat: Vanuit de rolzuiverheid hanteert de gemeente Stichtse Vecht het principe dat raadsleden geen zitting hebben in het algemeen bestuur van een verbonden partij (VP). a. Graag nader toelichten hoe rolzuiverheid hier op deze manier wordt bevorderd? -
Dit is bestaand beleid en overgenomen van de oude nota. Raadsleden hebben in de huidige situatie geen zitting in het bestuur van een VP met uitzondering van het Plassenschap
-
(pag 17 $6.3.1.)Raadsleden hebben enerzijds een controlerende taak vanuit de raad. Anderzijds nemen zij beslissingen als lid van het algemeen bestuur van de verbonden partij. Vanuit de kaderstellende en controlerende taak van de gemeenteraad is het de vraag of dit wenselijk is. Vanuit de rolzuiverheid hanteert de gemeente Stichtse Vecht het principe dat raadsleden geen zitting hebben in het algemeen bestuur van een verbonden partij.
-
(pag 17 $6.3.2.)Door alleen collegeleden plaats te laten nemen in het dagelijks bestuur van een verbonden partij is sprake van een duidelijke scheiding tussen bestuur/ uitvoering enerzijds en controle/ toezicht anderzijds. In de huidige praktijk is dit ook het geval.
-
Rode draad in de WGR is dat het oprichtende bestuursorgaan uit zijn midden leden benoemd conform artikel : o
Artikel 13 lid 1 Het algemeen bestuur van een openbaar lichaam, ingesteld bij een regeling die uitsluitend is getroffen door raden, bestaat uit leden die per deelnemende gemeente door de raad uit zijn midden, met uitzondering van de voorzitter, worden aangewezen. Indien de regeling mede is getroffen door raden, bestaat het algemeen bestuur uit leden die per deelnemende gemeente door de raad uit zijn midden, de voorzitter inbegrepen, en uit de wethouders worden aangewezen.
o
Artikel 13, lid 6 Het algemeen bestuur van een openbaar lichaam, ingesteld bij een regeling die uitsluitend is getroffen door colleges van burgemeester en wethouders, bestaat uit leden die per deelnemende gemeente door het college uit zijn midden worden aangewezen. Het tweede tot en met het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing.
o
Artikel 14a Het bestuur van een bedrijfsvoeringsorganisatie bestaat uit leden die per deelnemende gemeente door het college uit zijn midden worden aangewezen. Artikel 13, tweede tot en met het vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. Indien de regeling uitsluitend strekt tot behartiging van opleiding en vorming van ambtenaren, kan in de regeling worden bepaald, dat ook de gemeentesecretaris als lid van het bestuur kan worden aangewezen.
7. Hoofdstuk 6.3.4. Hier staat: Eerder is geconstateerd dat de informatiepositie van de raad goed moet zijn om zijn toezichthoudende rol in te kunnen vullen. De informatie komt op verschillende manieren bij de raad. Een belangrijke informatiebron voor de raad zijn de leden van algemeen bestuur en het dagelijks bestuur van de verbonden partijen. a. Ik zou in deze nota een concretere uiteenzetting verwachten van hoe de verstrekking van informatie aan de gemeenteraad gaat plaatsvinden. Blijft het met deze alinea niet feitelijk onduidelijk hoe het gaat verlopen? Het gaat hier over gemeenschappelijke regelingen binnen VP. De raad krijgt jaarlijks zienswijzen van ontwerpbegrotingen ter besluitvorming waar veel informatie wordt gedeeld. En via de P&C cyclus middels de paragraaf VP vindt tevens informatieverstrekking plaats. 8. Hoofdstuk 6.4. Hier staat: Bij publiekrechtelijke samenwerkingen wordt de rol van opdrachtgever in principe belegd bij de beleidsinhoudelijk verantwoordelijk portefeuillehouder en de eigenaarsrol wordt belegd bij de coördinerend portefeuillehouder. Het college kan hier om moverende redenen van afwijken. .... en volgende alinea....
Bij de vertegenwoordiging in privaatrechtelijke samenwerkingen (vennootschappen, stichtingen, coöperaties en verenigingen) wordt voorgesteld om pragmatisch en per geval te bekijken welke vertegenwoordiging het gemeentelijk doel het beste dient. a. Geeft dit niet feitelijk in alle gevallen het college de ruimte om 'dubbele petten' in te zetten?
Niet in alle gevallen, alleen voor privaatrechtelijke samenwerkingen bestaat deze theoretische mogelijkheid. De inzet is gericht op het best dienen van het gemeentelijk doel. Het inzetten van dubbele petten is juist geen doel op zich. (pag 18 $6.4) Een van de belangrijkste risico’s van een verbonden partij ontstaat door de zo genoemde ‘’dubbele petten’’ problematiek. Als de eigenaars en opdrachtgevers belangen niet parallel lopen dan kan dat problemen opleveren, vooral als de rollen van eigenaar/opdrachtgever en bestuurder in één persoon, meestal de wethouder, verenigd zijn. Om deze problematiek te beperken is het college verantwoordelijk voor duidelijke functiescheiding van deze twee rollen. b. (Hoe) Kunnen we afspreken dat wanneer er voor 'dubbele petten' wordt gekozen deze motivatie aan de gemeenteraad wordt voorgelegd? Omdat dit een interne aangelegenheid van de gemeente betreft, lijkt opname in de statuten van de privaatrechtelijke rechtspersoon niet logisch. Opname in een publiekrechtelijke regeling/besluit zou dan voor de hand liggen. Bijvoorbeeld de Nota verbonden partijen? Vragen Streekbelangen 1. Betekent de wijziging van het delegatiebesluit dat zienswijzen niet meer aan de Raad voorgelegd worden? Het delegatiebesluit is in overeenstemming gebracht met de gewijzigde Wet GR.
Dat betekent dat de meeste punten die in het vorige delegatiebesluit nog wel gedelegeerd waren (zoals bijvoorbeeld het inbrengen van zienswijzen tegen een ontwerpbegroting) nu niet meer gelegeerd zijn. Als de Wet GR zelf de raad de bevoegdheid geeft zienswijzen in te dienen, moet zij dus zelf van die mogelijkheid gebruik maken en is delegatie niet mogelijk. Dit is inderdaad verwerkt in het overzicht van §5.3 van de Nota verbonden partijen. (pag 16 $6.1) Meerdere raden in de provincie Utrecht hebben de bevoegdheid tot het indienen van een zienswijze op P&C cyclus producten van een gemeenschappelijke regeling (deels) gedelegeerd aan het college. Zo ook in onze oude delegatiebesluit. De wettelijke grondslag voor delegatie staat in de Gemeentewet. Het delegatiebesluit van 2011 is op die grondslag gebaseerd en ook de VNG neemt deze grondslag als basis. Delegatie is dus in principe mogelijk (ogv art. 156 van de Gemeentewet) maar de aard van de bevoegdheid verzet zich in dit geval echter tegen delegatie. In de VNG Handreiking Verbeterde democratische legitimatie bij gemeenschappelijke regelingen staat op pagina 15 vermeld : “Vanwege de relatie tussen de zienswijze en het budgetrecht van de gemeenteraad, moet aangenomen worden dat de aard van de bevoegdheid om zienswijzen in te dienen zich verzet tegen delegatie of mandatering aan het college.
De raad zou dan immers geen enkel kaderstellend middel hebben ten aanzien van de begroting van een samenwerkingsverband.” Met het oog op de intentie van de nieuwe wet WGR en de handreiking van de VNG dient het delegatiebesluit te worden aangepast. In het oude delegatiebesluit werd de bevoegdheid om zienswijzen in te dienen gedelegeerd aan het college. 2. Wie bepaalt het sturingsprofiel mbt regulier, uitgebreid of intensief?
-
-
Als het gaat om een gemeenschappelijke regeling die door het college of de burgemeester wordt getroffen besluit het college of de burgemeester echter ze zijn wel afhankelijk van een goedkeuringsbesluit door de raad (na zienswijzen). Dit geld voor alle vormen van een gemeenschappelijke regeling die de Wgr mogelijk maakt. Als het gaat om private samenwerkingen is het college bevoegd te besluiten tot het oprichten van of deelneming in echter nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid is gesteld wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen’. Pas als dat gebeurt is mag het college het besluit nemen.
Keuze sturingsprofiel : Bij het goedkeuringsbesluit als het ontwerpbesluit doet het college een voorzet voor een sturingsprofiel. Het is uiteindelijk aan de raad of men het eens is met dit sturingsprofiel. 3. blz 10 evaluatie uitvoering: wie besluit over hoe en wanneer de evaluatiefase wordt
ingezet? (pag 20 $6.5.2.) De gemeenteraad controleert of de verbonden partij de afgesproken taak binnen de gestelde kaders uitvoert én of het college dit goed bewaakt en waar nodig bijstuurt. De gemeenteraad heeft deze rol bij oprichting van een samenwerkingsverband, tijdens de regionale P&C cyclus, tijdens regionale beleidsvorming en bij beëindiging van een samenwerkingsverband. De gemeenteraad kan via de P&C cyclus of de zienswijze op de ontwerpbegrotingen controleren of de doelstellingen worden behaald en of de belangen van de inwoners worden gediend. 4. Bij de evaluatiefase kan ook het delegatie besluit aan de orde komen. Waarom staat
dit niet genoemd? Onder de Wet GR is er nauwelijks ruimte meer voor delegatie van bevoegdheden die de Wet GR bij de raad neerlegt. (pag 16 $6.1) Delegatie is in principe mogelijk (ogv art. 156 van de Gemeentewet) maar de aard van de bevoegdheid verzet zich in dit geval echter tegen delegatie. De intentie van de wetwijziging WGR in 2022 was onder andere het versterken van de mate waarin de raad zijn kaderstellende en controlerende rol kan uitoefenen. Vandaar dat er geen bevoegdheden meer worden gedelegeerd van raad aan college. 5. blz 12 en 30 plaatje: Bij kan/wil de gemeente taak zelfstandig uitvoeren wordt
voorbijgegaan aan verplichte GR'n. Heeft dat een reden, want het kan voorkomen dat wij wel een taak zelf willen doen, maar dat de verplichte GR zich daartegen verzet. (Zie pag 5 $1.1.) Naast vrijwillige samenwerking verplicht het Rijk soms gemeenten om samen te werken in een gemeenschappelijke regeling. Dit gebeurt via specifieke wetgeving waarin staat dat bepaalde taken alleen (of beter) kunnen worden uitgevoerd door meerdere gemeenten samen. In dat geval is deelname niet vrijwillig, maar wettelijk voorgeschreven. De wetgever kiest voor verplichte samenwerking als er schaalvoordelen, specialisatie of regionale aanpak nodig zijn. Of vanuit veiligheid van nationaal belang (zoals bij rampenbestrijding). Voorbeelden van wettelijk verplichte regelingen zijn Veiligheidsregio’s, Omgevingsdiensten en Gemeentelijke Gezondheidsdiensten(GGD).
Dit komt zelden voor. Het afwegingskader dient als leidraad en is niet uitputtend, iedere afzonderlijke situatie vraagt om een specifieke afweging en een bestuurlijke keuze. 6. Heb ik het juist dat het citaat van VNG op blz 16 aangeeft dat de bevoegdheid
zienswijzen in te dienen zich juist verzet tegen mandatering aan het College? blz 26 noemt dat de WGR beoogt de betrokkenheid van gemeenteraden te vergroten. Hoe verhoudt zich dat met 1) het voorstel om geen raadsleden te willen in een AB en 2) het voorgestelde delegatiebesluit? Dat klopt idd voor GR-en. Vandaar dat we het delegatiebesluit aanpassen. In het oude werden zienswijzen gedelegeerd van raad aan college. T.a.v.punt 2: In lijn citaat VNG meeste gedelegeerde bevoegdheden nu niet meer gedelegeerd. Nog wel tav priv rechtelijke samenwerkingen. Die vallen namelijk niet onder Wet GR en het recente doel verhogen democratische legitimiteit. Bij priv. samenwerkingsvormen verzet de aard zich er dus niet tegen. 7. Bij punt 6.3.4 blz 17 hoeft het niet te gaan over alleen bestuurlijke of financiële
risico's. Het kan ook gaan over andere zaken. Kan dit aandachtspunt toegevoegd worden want dit betreft ook de actieve info plicht door het College. Het gaat hier in feite om alle relevantie informatie voor de raad. 8. De Raad is volgens mij per definitie eigenaar. Wie en op welke grond is de keuze
gemaakt de eigenaarsrol alleen bij een wethouder te plaatsen? Het college vervult doorgaans twee rollen binnen de verbonden partijen: de rol van eigenaar en de rol van opdrachtgever. De gemeenteraad heeft een kaderstellende rol, waarmee doelen en opdrachten aan het college worden meegegeven. Het college neemt deze kaders mee in de uitvoering van de eigenaars- en opdrachtgevende rol in het bestuur van de verbonden partij. (pag.20 $6.5.1.) De gemeenteraad heeft een controlerende rol, waarmee de uitvoering van kaders door het college via de eigenaars- en opdrachtgevende rol in het bestuur van de verbonden partij wordt gecontroleerd. De gemeenteraad controleert of de verbonden partij de afgesproken taak binnen de gestelde kaders uitvoert én of het college dit goed bewaakt en waar nodig bijstuurt. (pag 20 $6.5.2.) 9. m.b.t. Bijl 4 blz. 34: wie en op welke grond stelt vast of er sprake is van laag,
gemiddeld of hoog? bv tav de vraag of er vertrouwen is in bestuur e/o directie? (pag.13 $5.2.) In bijlage 4 is een aantal vragen geformuleerd voor het uitvoeren van een financiële en bestuurlijke analyse. De vragen voor de financiële analyse richten zich voor dit onderdeel met name op de begrippen control en governance en daarmee op sturing, beheersing en toezicht. In het tweede schema staan vragen over de uitvoering bestuurlijke analyse waarbij ook de begrippen welwillendheid, leiderschap en vertrouwen een onderdeel zijn. De vragen zijn nadrukkelijk bedoeld als hulpmiddel voor het doen van een analyse. Omdat niet alle vragen geheel kwantificeerbaar zijn, is discussie over de scores mogelijk. Bij een nieuwe VP doet het college een voorstel voor een sturingsprofiel via het goedkeurings- of ontwerpbesluit. De raad kan hier op reageren. Bij bestaande VP kan bijvoorbeeld nav een evaluatie aanleiding reden zijn om het sturingsprofiel aan te passen.
Vragen Samen Stichtse Vecht 1. Hoe moeten we Bijlage 5 zien. Dit zijn de bestaande VP en kunnen we als raad de sturingsprofielen aanpassen. Bijlage 5 in de nota is bedoeld als voorbeeld ter informatie en wordt niet vastgesteld bij de vaststelling van deze nota. Het college komt nog met een separaat voorstel welke sturingsprofielen worden toegekend aan de bestaande Verbonden partijen op basis van het vastgestelde geactualiseerde nota Verbonden Partijen. 2. Zou het mogelijk zijn om een wijzigingstabel of overzicht te maken tussen oud en nieuw voorstel en de aanleiding van de aanpassing Zie svp vraag 1 hierboven van CU-SGP waar de wijzigingen zijn opgesomd met de aanleiding. Vragen PvdA 1. Pagina 14, regulier: waarom vindt er in deze gevallen helemaal geen evaluatie plaats? De reguliere variant is de lichtste variant van sturing, derhalve is gekozen om in deze variant geen evaluatie toe te passen. 2. Pagina 16: waarom gaan we in tegen het advies van de VNG om geen delegatie toe te passen? We gaan juist mee met het advies van de VNG om geen delegatie meet toe te passen op grond van de nieuwe wet WGR.