Voorontwerp Bp Ruimtekwartier - Watertoets Ruimtekwartier.pdf
Tekst van het document
Notitie / Memo Aan: Van: Datum: Kopie: Ons kenmerk: Classificatie: Goedgekeurd door:
gemeente Stichtse Vecht Lisa Verschuren 2 februari 2022
Onderwerp:
Watertoets Planetenbaan & het Kwadrant
1
HaskoningDHV Nederland B.V. Water & Maritime
BH5097-WM-NT-220202-1132 Projectgerelateerd Michiel Dorrestein
Inleiding
In opdracht van de gemeente Stichtse Vecht heeft Royal HaskoningDHV (RHDHV) een watertoets uitgevoerd voor het plangebied Planetenbaan en Het Kwadrant te Maarssenbroek. De watertoets is uitgevoerd als onderdeel van de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan. In deze notitie zijn de bevindingen van de uitgevoerde watertoets beschreven.
1.1
Aanleiding
Vanuit de regio is er een forse woningbouwopgave tot 2040. De locatie Planetenbaan en Het Kwadrant Maarssenbroek kan hier een aanzienlijke bijdrage aan leveren. De gemeente Stichtse Vecht heeft besloten om het gebied te herontwikkelen naar woningbouw met een opgave van minimaal 1.500 en maximaal 2.300 nieuwe woningen in combinatie met commerciele en/of maatschappelijke bedrijfsruimten. Ten behoeve van de herontwikkeling is een bestemmingsplan nodig met de bijbehorende onderzoeken. In dit watertoetsdocument wordt inzichtelijk gemaakt welke effecten het plan heeft op het watersysteem en op welke wijze hiermee wordt omgegaan.
1.2
Watertoets
De Watertoets betreft het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. De Watertoets vereist een vroegtijdige actieve participatie van de waterbeheerder(s) in het ruimtelijk planvormingsproces. Per situatie wordt inhoudelijk maatwerk gevergd om tot ruimtelijke keuzes en ontwerpen te komen die zijn afgestemd op de regionale en lokale waterhuishouding. De initiatiefnemer is verplicht een waterparagraaf op te nemen in het bestemmingsplan met daarin een motivatie van de gemaakte keuzes ten aanzien van de wateraspecten.Het waterschap als plantoetser, zal bij de nadere uitwerking van het plangebied het waterschap nauw betrokken blijven.
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt het beleidskader beschreven. In hoofdstuk 3 is het huidige watersysteem in beeld gebracht. Het effect van de geplande herontwikkelingen op het watersysteem en de benodigde maatregelen zijn beschreven in hoofdstuk 4.
2 februari 2022
BH5097-WM-NT-220202-1132
1/16
2
Beleid
2.1
Landelijk en Europees beleid
In de volgende paragrafen wordt een beknopt overzicht gegeven van het relevante beleid ten aanzien van water. Voor meer achtergronden van dit beleid wordt verwezen naar de verschillende beleidsdocumenten. Landelijk en Europees beleid De basisprincipes van het nationale beleid, Waterbeheer 21e eeuw (WB21) en het Europese beleid, de Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn uitgewerkt in een drietrapsstrategie voor waterkwaliteit en -kwantiteit: Waterkwantiteit: vasthouden, bergen, afvoeren (Figuur 1) Waterkwaliteit: schoonhouden, scheiden, zuiveren Daarbij geldt als uitgangspunt dat meer ruimte voor water nodig is, niet afgewenteld mag worden in plaats en tijd en geen achteruitgang mag plaatsvinden van de huidige chemische en ecologische waterkwaliteit.
Figuur 1: Vasthouden (1), Bergen (2), Afvoeren (3) Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) Het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is een verdere uitwerking van het WB21 beleid. In het NBW hebben het rijk, provincies, gemeenten en waterschappen zich als taak gesteld om de wateropgave in beeld te brengen en oplossingsrichtingen uit te werken. Het NBW-actueel is een actualisatie van het NBW uit 2003. Het NBW-actueel benadrukt de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het op orde krijgen en houden van het totale watersysteem. Het geeft aan welke instrumenten ingezet worden om de opgave te realiseren, welke taken en verantwoordelijkheden iedere partij daarbij heeft en hoe partijen elkaar in staat willen stellen hun taken uit te voeren. De afspraak is ook dat kan worden vastgehouden aan de wateropgave zoals die volgens het WB21middenscenario in beeld is gebracht. De NBW uit 2003 met alle maatregelen is zo goed als afgerond waardoor alle polders aan de basisnormen voldoen.
2 februari 2022
BH5097-WM-NT-220202-1132
2/16
Kaderrichtlijn Water Een goede waterkwaliteit is belangrijk, daarom is sinds 2000 de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht. Daarin zijn afspraken gemaakt die ervoor moeten zorgen dat uiterlijk in 2027 het water in alle Europese landen voldoende schoon (chemisch op orde) en gezond (ecologisch in evenwicht) is. Om deze doelen te bereiken moeten de landen van de Europese Unie een groot aantal maatregelen nemen. Zowel om de kwaliteit van de ‘eigen’ wateren op peil te brengen, als om ervoor te zorgen dat andere landen geen last meer hebben van de verontreinigingen die hun buurlanden veroorzaken. Binnen het plangebied bevinden zich geen wateren die zijn aangemerkt als KRW-waterdelen, of die vallen binnen de stroomgebiedsbeheerplannen. Wel bevindt het gebied zich bovenstrooms van een van een waterlichaam, waardoor waterkwaliteit vanzelfsprekend een aandachtspunt is.
2.2
Provincie beleid
Bodem- Water- en Milieuplan 2016-2021 De provincie Utrecht stelt kaders en ontwikkelt beleid voor schoon, mooi, veilig en voldoende water in Utrecht. Dit is vastgelegd in het Bodem- Water- en Milieuplan 2016-2021. De meeste maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren zijn gebaseerd op de KRW. De provincie Utrecht richt zich op het behouden en verbeteren van een aantrekkelijk woon-, werk-, en leefklimaat. Daarbij horen een aantal uitgangspunten. Ten eerste bestaat het streven naar een robuust bodem- en watersysteem. Het tweede uitgangspunt is het werken aan bodem-, water- en milieukwaliteiten die passend zijn voor de functie van een gebied. Daarnaast bestaat de ambitie om te werken aan een duurzaam gebruik van de fysieke leefomgeving. Tot slot, is een verbetering van een gezonde leefomgeving, die een positieve bijdrage levert aan de economische en maatschappelijke ontwikkelingen in de regio, wenselijk.
2.3
Beleid Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden
Waterkoers 2016-2021 Het Hoogheemraadschap heeft haar ambities en lange termijnvisie vastgelegd in het waterbeheerplan Waterkoers 2016-2021 (http://www.waterschaponline.nl/hdsr/). De Waterkoers is een koersdocument om te sturen op hoofdlijnen met als overkoepelend doel samenwerken aan een veilige, gezonde en prettige leefomgeving. In de Waterkoers wordt op een niet-planmatige manier over het waterschapswerk gesproken. Waterschapswerk is hierbij breder dan enkel beheer van water. Water is een belangrijke pijler van een veilige, gezonde en prettige leefomgeving. Vanuit die achtergrond werkt het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden samen met de ruimtelijke ordening aan beschreming tegen overstromingen, een gezond grond- en oppervlaktewatersysteem en het zuiveren van afvalwater. Voor ruimtelijke ontwikkelingen geldt het principe van klimaatbestendige leefomgeving (Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie, www.ruimtelijkeadaptatie.nl). Het klimaat verandert: hogere temperaturen, een sneller stijgende zeespiegel, nattere winters, heftigere buien en kans op drogere zomers. Daar moeten we, ook volgens het KNMI, in de toekomst in Nederland rekening mee houden. De verwachting van het KNMI is dat het klimaat in Nederland in 2050 ongeveer overeen zal komen met het huidige klimaat in Zuid-Frankrijk. Maar ook nu al is de klimaatverandering merkbaar.
Extreme neerslag, droogte en hitte kunnen leiden tot maatschappelijke ontwrichting. Dit geeft aanleiding om aanpassing van de inrichting van de bebouwde omgeving aan het veranderende klimaat te agenderen en aan te werken. dit belei is vorig jaar vastgelegd in de Deltabeslissing voor Nederland. In
2 februari 2022
BH5097-WM-NT-220202-1132
3/16
de deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie heeft het Deltaprogramma de voorstellen opgenomen om de ruimtelijke inrichting van Nederland klimaatbestendig en waterrobuust te maken. Alle overheden en marktpartijen zijn daar samen verantwoordelijk voor. De Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie heeft als doel; - de bebouwde omgeving is in 2050 nog steeds aantrekkelijk om te leven; - uiterlijk in 2020 zijn ruimtelijke ingrepen klimaatbestending opgebouwd en getoetst. Klimaatverandering heeft effecten op grote schaal maar ook op de kleine schaal van een stad. Door de toenemende hoeveelheid verharding in steden wordt het steeds moeilijker om water makkelijk weg te krijgen. Door het grootschalig verharden van tuinen van particulieren neemt de kans op wateroverlast toe. Ambities: - Veilig tegen overstromingen: door het voorkomen van overstromingen, beperken van de gevolgen van een eventuele overstroming en het verstandig handelen bij een calamiteit - Voldoende water: niet te nat niet te droog - Gezond water: schoon en gezond warer voor mens, dier en plant - Gezuiverd afvalwater; afvalwater zuiveren voor een schone en gezonde leefomgeving - Genieten van water; waterwerken beleven en waarderen Waterverordening Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden Het hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het beheer van de wateren en waterstaatswerken in zijnn beheersgebied.
In de waterverordening worden de regels omtrent de beheerplannen beschreven. De waterverordening is opgesteld in 2009 en in 2016 heeft een algehele herziening plaatsgevonden. Keur Rechtstreekse afvoer van hemelwater naar oppervlaktewater is vergunning- of meldingsplichtig in het kader van de Waterwet. Om vervuiling van afstromend hemelwater en verslechtering van de waterkwaliteit te voorkomen, is het niet toegestaan om uitlogende bouwmaterialen (zoals zink, lood en koper) zonder KOMO-keurmerk toe te passen voor dak, dakgoot en regenpijp indien het hemelwater vanaf deze oppervlakten direct afvoert naar het oppervlaktewater.
2.4
Beleid gemeente Stichtse Vecht
Gemeenten hebben de wettelijke taak om het afvalwater en hemelwater in te zamelen en te transporteren op basis van de Wet Milieubeheer. Deze zorgplichten en de nadere invulling daarvan voor de lokale situatie zijn opgenomen in het GRP 2017-2021 van de gemeente Stichtse Vecht. Gemeentelijk Rioleringsplan Stichtse Vecht 2017-2021 In het GRP van Stichtse Vecht wordt rekening gehouden met extreme neerslag als gevolg van klimaatverandering, hier wordt in beheer en inrichting rekening mee gehouden om de kans op wateroverlast te beperken. Meer groen (en dus minder verharding) is een belangrijke maatregel hiervoor. Als meer water kan infiltreren in de bodem is dat bovendien gunstig tegen droogte-effecten. Gemeente Stichtse Vecht hanteert de voorkeurstrits vasthouden-bergen-afvoeren. vasthouden betekent dat water buien het watersysteem wordt vastgehouden, bijvoorbeeld op daken, regentonnen, etc. Bergen is water vasthouden in het watersysteem, dus bijvoorbeeld in sloten, infiltreren in het grondwater etc. Bij afvoeren word het watere via watergangen of rioolstelsels afgevoerd naar benedenstroomse gebieden (of de RWZI). Om wateroverlast (inzamleing van overtollig hemelwater) tegen te gaan zijn in het GRP naast de ambitie tot meer groen de volgende eisen gesteld:
2 februari 2022
BH5097-WM-NT-220202-1132
4/16
-
Bij nieuwbouw wordt de vloerpeilhoogte verhoogd naar 30 cm boven straatniveau, om wateroverlast in gebouwen te voorkomen. Bij nieuwbouw moet een waterberging op eigen terrein gerealiseerd worden die 10mm water kan bergen per m2 op de riolering aangesloten verhard oppervlak.
De gemeente acccepteert enige hinder bij een bui die eens in de 100 jaar voorkomt. Pas bij ‘wateroverlast’ neemt de gemeente maatregelen om dit tegen te gaan. Wanneer er sprake is van hinder en wanneer van overlast wordt bepaald aan de hand van de beslisboom ‘Knelpunten water-op-straat situaties’ van Winnet. Klimaatadaptatie In het GRP van 2017-2021 staat het thema klimaatadaptatie bovenaan de prioriteitenlijst van de gemeente. Daarmee wil de gemeente in 2021 stappen hebben gemaakt in het klimaatrobuust inrichten van de openbare ruimte. daarnaast heeft de gemeente in 202 de motie Klimaatadaptatie op Stedenbouwkundig kader aangenomen: Motie Klimaatadaptatie op Stedenbouwkundig kader Op 2 juni 2020 is een motie aangenomen in de gemeenteraad die ingaan op duurzaamheid binnen het Stedenbouwkundig kader: Motie 14.A reg 8, met onderwerp klimaatadaptief bouwen. Deze is onderstaand integraal weergegeven: Als sub beslispunt in het raadsbesluit onder 1. op te nemen en onder het kopje “Energie en Klimaat” (deel B, p34, GO p15) toe te voegen onder Eisen: • Nieuwe en bestaande gebouwen worden Klimaatadaptief ontwikkeld en ingericht. • Het gehele plangebied wordt Klimaatadaptief ontwikkeld en ingericht.
2 februari 2022
BH5097-WM-NT-220202-1132
5/16
3
Huidige situatie
In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie van het plangebied en het watersysteem beschreven. Hierbij wordt ingegaan op de ligging, de maaiveldhoogte in het gebied en de aspecten bodemopbouw, geohydrologie, oppervlaktewater en riolering.
3.1
Plangebied
Het plangebied Planetenbaan en Het Kwadrant bevindt zich in Maarssenbroek in de gemeente Stichtse Vecht ten noordwesten van de Zuilense Ring (Ring Utrecht, N230). Ten noordoosten van het plangebied ligt een gemengd bedrijventerrein met detailhandel en logistieke centra. Ten zuidoosten van de Zuilense Ring ligt het industrieterrein Lage Weide. Ten noordwesten van het plangebied ligt de woonwijk Bloemstede en ten zuidwesten de woonwijk Boomstede. Met de huidige functionele invulling kent het gebied weinig open gronden, het gebied is bijna volledig verhard. Infiltratie is enkel mogelijk in de bermzone langs de Ruimteweg en de Zuilense Ring. Ten zuiden van het plangebied ligt het gebied Haagstede. Haagstede is in de huidige situatie een lege kavel. In figuur 2 wordt de ligging van het plangebied weergegeven. Het totale plangebied beslaat ongeveer 113 hectare.
Figuur 2 - Ligging Plangebied
3.2
Figuur 3 - Hoogteligging Maaiveld plangebied
Hoogteligging maaiveld
De maaiveldhoogte van het plangebied varieert tussen de -1,5 m +NAP en 2.5 m +NAP.
2 februari 2022
BH5097-WM-NT-220202-1132
6/16
3.3
Bodemopbouw en geohydrologie
De gegevens met betrekking tot de bodemopbouw en geohydrologie zijn ontleend aan het landelijk hydrogeologisch model Regis II (www.dinoloket.nl). De regionale bodemopbouw is geschematiseerd weergegeven in tabel 1. In figuur 4 is de bodemopbouw in en rondom het plangebied weergegeven tot circa 75 meter beneden maaiveld. Het profiel geeft de door TNO onderscheiden lagen aan.
Figuur 4 - Doorsnede DINO loket
Uit de gegevens blijkt dat ter plaatse van het plangebied een holocene deklaag aanwezig is van circa 7 meter dik. Deze laag is opgebouw uit afwisselend zand, klei en veen. Onder de deklaag wordt het eerste watervoerende pakket aangetroffen. Op basis van de hydrologische karakteristieken kan de ondergrond tot circa NAP -43 meter gekarakteriseerd worden als een watervoerend pakket dat voornamelijk is opgebouwd uit midden tot grof zand. Onder het watervoerende pakket van -43 tot -56 m NAP bevindt zich de 1e scheidende laag. Deze laag is opgebouwd uit klei.
2 februari 2022
BH5097-WM-NT-220202-1132
7/16
Tabel 1 - Bodemopbouw en hydraulische karakteistieken (bron: REGIS II v2.2 database)
Doorlatendheid horizontaal (Kh) [m/d]
Diepte (m-NAP)
Geohydrologische schematisatie
Formatie
Sediment
0 tot -7
Deklaag
Holocene afzettingen
Afwisselend zand, klei en veen
Formatie van boxtel
Midden en fijn zand
2.5 < kh < 5.0
Formatie van Kreftenheye
Midden en grof zand
25 < kh < 50
Formatie van Urk
Midden en grof zand
50 < kh < 100
Formatie van Sterksel
Grof en midden zand
25 < kh < 50
Formatie van Waalre
Klei
-7 tot -9 -9 tot -23 -23 tot 32
1e watervoerend pakket
-32 tot 43 -43 tot 56
1e scheidende laag
Weerstand (C) [d]
1000 < c < 5000
Aanvullend is gekeken naar een boormonsterprofiel gelegen in de berm ten westen van het perceel Planetenbaan Zuid. Het profiel laat, in overeenstemming met de gegevens uit REGSI, een toplaag zien met afwisselend zand, klei en veen. In het boormonsterprofiel is te zien dat de bovenste laag bestaat uit klei, met daaronder veen en fijn zand. Omdat in de eerste 2,5 meter in de ondergrond klei en veen wordt gevonden is het gebied minder geschikt voor infiltratie.
Figuur 5 - Boormonsterprofiel
2 februari 2022
BH5097-WM-NT-220202-1132
8/16
Grondwater De regionale stromingsrichting van het grondwater in het 1e watervoerende pakket is Noordwest gericht (polder Mijdrecht). De stromingsrichting van het freatisch grondwater is niet bepaald, maar wordt veelal beinvloedt door de aanwezigheid van onder andere nabij gelegen oppervlaktewateren (AmsterdamRijnkanaal en Haarrijnse plas), cunet van wegen en kabels en leidingen in de grond. Het plangebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. Het dichtstbijzijnde grondwaterbeschermingsgebied (grens 100-jaarsaandachtgebied) is gelegen ten noordoosten van het Amsterdam-Rijnkanaal en betreft het drinkwaterwingebied Bethunepolder De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) in het gebied ligt voor het grootste gedeelte tussen de 60-70 cm. In het noordelijkste gedeelte van het plangebied ligt de GHG tussen de 90 – 100 cm.
Figuur 6 - Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand Plangebied
3.4
Oppervlaktewater
In en direct rondom het huidige plangebied zijn enkele watergangen gelegen. Het Kwadrant wordt omgeven door een tertiare watergang. Deze tertiare watergang staat via duikers en stuwen in verbinding met de primaire watergang aan de Maarssenbroeksedijk. Verder bevindt zich in het perceel Planetenbaan Zuid open water.
2 februari 2022
BH5097-WM-NT-220202-1132
9/16
De afwatering van het gebied vindt plaats via de primaire watergang aan de Maarssenbroeksedijk die via de Kometenweg in directe verbinding staat met het afwateringsstelsel van de aangrenzende woonwijk Bloemstede. Het gebied valt binnen het peilgebied van Maarssenbroek, zowel MBL_003 en MBL_001. In MBL_003 wordt een vast peil van NAP -1,65 gehanteerd. MBL_001 (hierin is de primaire watergang gelegen) heeft een zomerpeil van -1,00m NAP en winterpeil van -1,1m NAP
Figuur 7 - Huidige watersysteem plangebied
3.5
Riolering (afval- en hemelwater)
In het plangebied ligt een gescheiden rioolstelsel. Het vuilwater wordt afgevoerd naar de RWZI van de gemeente Utrecht. De hemelwaterriolering loost deels op de in het plangebied aanwezige tertiaire watergangen en deels rechtstreeks op de primaire watergang. De afwatering van het verhard oppervlak vindt plaats via inzameling op de hemelwaterriolering en deels via rechtstreekse afwatering op het oppervlaktewater.
2 februari 2022
BH5097-WM-NT-220202-1132
10/16
4
Plansituatie (Uitwerking voorkeursalternatief)
In dit hoofdstuk wordt de voorgenomen ontwikkeling beschreven en worden de gevolgen van de pkanontwikkeling op de waterhuishouding behandeld.
4.1
Beschrijving plangebied
De locatie Planetenbaan en Het Kwadrant is een van oorsprong typische kantoor- en bedrijvenlocatie in Maarssenbroek. Sinds een aantal jaren is er sprake van aanzienlijke leegstand en heeft het gebied een verouderde uitstraling. In lijn met het nationale en provinciale beleid voor leegstand op kantoorlocaties is in 2016 een afwegingskader met bijbehorende kansen voor het gebied vastgesteld wat inzet op een (gedeeltelijke) herontwikkeling naar woningbouw. Inmiddels zijn vijf kantoorgebouwen omgebouwd naar woningen. Hiervan staan drie gebouwen op deelgebied Planetenbaan zuid en twee gebouwen op deelgebied Planetenbaan midden (zie voor deelgebieden en benaming Figuur 7). De drie gebouwen op deelgebied Planetenbaan zuid zijn permanent omgebouwd naar woningen. De twee kantoorgebouwen op deelgebied Planetenbaan midden zijn tijdelijk omgebouwd naar woningen en zullen te zijner tijd worden gesloopt ten behoeve van nieuwbouw. Voor de overige locaties zijn uiteenlopende plannen voor sloopnieuwbouw en transformatie naar woningbouw of andere functies. Op dit moment is het plan niet gedetailleerd uitgewerkt en hebben de ontwikkelende partijen en de gemeente zich gezamenlijk ingespannen om te zoeken naar mogelijkheden om het plan te optimaliseren vanuit het perspectief van de leefomgeving en duurzaamheid. Daarvoor zijn enkele maatregelen verkend.
Voor de beschrijving van de toekomstige situatie wordt het verkende voorkeursalternatief als uitgangspunt gebruikt.
Figuur 8 - Locatie plangebied en benaming deelgebieden
2 februari 2022
BH5097-WM-NT-220202-1132
11/16
4.2
Benodigde en beschikbare berging
In de huidige situatie zijn de deelgebieden bijna volledig verhard. De deelgebieden zijn omsloten door groenstroken die in de toekomstige situatie gehandhaafd blijven. In de planontwikkeling is binnen de deelgebieden meer ruimte beschikbaar voor groen. Het percentage verhard oppervlak neemt hierdoor af ten opzichte van de huidige situatie. Waterbergingscompensatie bij planontwikkeling is alleen nodig indien er sprake is van een toename aan verhard oppervlak. Dit is hier niet het geval. Watercompensatie is daarom niet strikt noodzakelijk. Wel is binnen het plangebied gekeken of kansen kunnen worden benut om het gebied meer klimaatrobuust in te richten. Figuur 9 laat een eerste uitwerking zien van onverharde/groene oppervlakten in de deelgebieden van het plan.
Figuur 9 – Voorbeeldinvulling plangebied
Naast een groter onverhard oppervlak in de toekomstige situatie, waarmee de waterhuishouding verbetert zal bij de nadere uitwerking van de planontwikkeling worden bekeken of de waterhuishouding nog verder kan worden verbeterd door: -
Realiseren eerste 10 mm waterberging op eigen terrein; Aanleg groene daken of gevels; Aanleg extra waterberging met vertraagde afvoer naar watersysteem, bijvoorbeeld in wadi’s; Extra waterberging in het oppervlaktewatersysteem kan mogelijk worden gerealiseerd aan de zudoostzijde van het plangebied zoals weergegeven in figuur 10.
2 februari 2022
BH5097-WM-NT-220202-1132
12/16
Figuur 10 – Locaties mogelijk aanvullende waterberging
4.3
Vuil- en hemelwaterafvoer
In het plangebied is een gescheiden rioolstelsel aanwezig. Ook bij nieuwbouw wordt dit gescheiden stelsel gehandhaafd. Omdat de verharding afneemt in de toekomstige situatie, de eerste 10 mm op eigen terrein zal worden verwerkt, mogelijk groendaken worden aangelegd en extra waterberging in het oppervlaktewatersysteem worrdt aangelegd zal de druk op het hemelwaterafvoerstelsel afnemen. Aanpassingen aan de dimensionering van de leidingen van het bestaande hemelwaterstelsel worden daarom niet verwacht. Door de afname van het het aangesloten verhard oppervlak op het leidingstelsel zal deze naar verwachting ook voldoen bij de huidige normbuien. Bij de nadere uitwerking van het plangebied moet ter controle wel worden getoetst of bij de normbuien er geen water op straat ontstaat. In het vGRP van 2017-2021 van gemeente Stichtse Vecht is het volgende te vinden over de ontwerpnormen van de riolering bij nieuwe aanleg of herinrichting van de openbare ruimte: -
-
Rioolstelsels voor de afvoer van hemelwater moeten over voldoende afvoercapaciteit beschikken om te voorkomen dat bij het optreden van Bui 08 (19,8 mm in 1 uur) + 10% intensiteit vermeerderd, water op straat ontstaat. De openbare ruimte moet zodanig zijn ingericht dat bij het optreden van een neerslaggebeurtenis die niet vaker dan 1 keer per 100 jaar voorkomt en is vermeerderd met 10% meer intensiteit, geen wateroverlast ontstaat. Wat wordt gerekend tot overlast is beschreven in de beslisboom ‘Knelpunten water op straat situaties’ van Winnet in het Regionale Afvalwaterketenbeleid.
2 februari 2022
BH5097-WM-NT-220202-1132
13/16
Aanvullend op de normen uit het vGRP moet worden getoetst of bij een klimaatbui 2050 (70 mm in 1 uur) er geen wateroverlast bij de woningen ontstaat. Om wateroverlast ter plaatste van de woningen te voorkomen ligt de drempelhoogte van de woningen minimaal 0,3 m boven maaiveld. Daarnaast is het niet duidelijk of de DWA over voldoende capaciteit beschikt. In de nieuwe functie van het plangebied zullen immers meer mensen komen wonen dan voorheen. Het advies luidt daarom om dit bij nadere uitwerking va het plangebied te toetsen.
4.4
Grondwater
De geplande ontwikkeling zal naar verwachting geen negatieve invloed hebben op de grondwaterstanden omdat het project geen permanente grondwateronttrekkingen dan wel -lozingen kent. Het plangebied is in de huidige situatie grotendeels bebouwd. Ten behoeve van deze bouw is het plangebied geschikt gemaakt voor bebouwing. Er kan vanuit worden gegaan dat het gebied ook in de huidige situatie voldoet aan de ontwateringsnormen. Ophoging van het maaiveld of actief verlagen van de grondwaterstand (drainage) is daarmee niet aan de orde. De grondwaterstand wordt dus niet actief verlaagd waardoor er ook geen extra zettingsgevaar bestaat. De watergangen zorgen aan de ene kant voor voldoende ontwatering maar ook voor het behoud van de huidige grondwaterstand.
4.5
Oppervlaktewater
Om minimaal aan het stand-still principe te voldoen moet het ontwerp rekening houden met afstromend water van verhard oppervlak. Het areaal bestaand oppervlaktewater mag conform de Keur van het waterschap HDSR niet afnemen omdat dit leidt tot een afname van de waterberging. Dempingen moeten 1:1 worden gecompenseerd met nieuw oppervlaktewater. Als het verhard oppervlak toeneemt moet dit worden gecompenseerd met waterberging.Het verhard oppervlak neemt niet toe in de toekomstige plansituatie, maar neemt juist af. Er worden geen watergangen gedempt. Verder eist de gemeente dat bij nieuwe ontwikkelingen de eerste 10 mm op eigen terrein wordt verwerkt en niet wordt afgevoerd op het omliggende watersysteem. De druk op dit watersysteem neemt daarmee verder af.
4.6
Waterkwaliteit
Om verontreiniging van het grond- en oppervlaktewater te voorkomen, is het van belang om zo min mogelijk uitlogende of anderszins uitspoelende bouwstoffen toe te passen waardoor het afstromende hemelwater wordt vervuild. Oppervlaktewaterkwaliteit Om minimaal aan het stand-still principe te voldoen en om de waterkwaliteit te verbeteren, moet rekening worden gehouden met het afstromend water van verhard oppervlak. Bermpassages of andere zuiverende voorzieningen kunnen hemelwater opvangen zodat het afstromend water niet direct in het oppervlaktewater terecht komt. De waterkwaliteit kan anderzijds verslechteren. Door de planontwikkeling zal minder hemelwater tot afstroming komen omdat bij nieuwbouw de eerste 10 mm wordt afgekoppeld. Daarnaast biedt de ontwikkeling kansen om het hemelwater lokaal te infiltreren
2 februari 2022
BH5097-WM-NT-220202-1132
14/16
of middels een bermpassage of andere zuiverende voorziening te zuiveren voordat het afstroomt naar het watersysteem. Grondwaterkwaliteit De grondwaterkwaliteit kan negatief worden beïnvloed als hemelwater in contact komt met vervuilende stoffen en vervolgens infiltreert in de bodem of door een calamiteit als gevolg van bedrijfswerkzaamheden. Bij nieuwbouw is het gebruik van niet uitlogende materialen verplicht. Eventuele opslagtanks worden verwijderd en de bedrijven die mogelijk een risico vormen voor het vervuilen van het grondwater worden op een andere locatie gehuisvestigd. Hiermee neemt het risico op grondwaterverontreiniging af.
4.7
Klimaatadaptatie
De Planetenbaan en het Kwadrant zullen binnenkort bebouwd worden met 1500 tot 2300 woningen. Deze appartementen zullen allemaal gesitueerd zijn in hoogbouw. Dit kan leiden tot een 'versteende' omgeving. Een dergelijke omgeving absorbeert veel hitte en straalt deze ook weer uit. Door klimaatverandering en stijgende temperaturen neemt de kans op warme zomers en bijgevolg hittestress toe. De gemeente Stichtse Vecht heeft op 2 juni 2020 de motie Klimaatadaptatie op Stedenbouwkundig kader aangenomen. De motie eist dat nieuwe en bestaande gebouwen Klimaatadaptief en met het oog op de toekomst worden ontwikkeld en ingericht, dus dat geldt ook voor het plangebied Planetenbaan. Dit betekent zowel hittestressbestendig, als berekend op grote hoeveelheden water. Ook moet voor de ontwikkeling van het plangebied een vergunning aangevraagd worden bij het Waterschap (Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden). Het waterschap houdt in haar eisen al rekening met de verwachte klimaatverandering en geeft alleen een vergunning af als het voldoende klimaatbestendig is ingericht. In de motie van de gemeente zijn geen meetbare eisen of voorstellen vermeld. Bij klimaatadaptieve ontwikkeling kan gedacht worden aan de volgende maatregelen: • • • • •
• • • •
Klimaatadaptieve gevels, waardoor de temperatuur zowel binnen als buiten de gebouwen getemperd wordt. Gebouwen die zódanig worden ontworpen dat de temperaturen inpandig beheersbaar blijven, ook in warme zomers. Waterpartijen – op of langs het perceel –, in de vorm van (binnen)vijvers, fonteinen, sloten of grachten, die zorgen voor verkoeling en absorptie van water. Waar mogelijk toepassen van dak-, balkon- en gevelgroen. Het aanbrengen van wadi’s of waterberging voor de verwerking van piekbuien. Dit kan tevens een positieve bijdrage leveren aan de beleving van het plangebied. Daarnaast is het zichtbaar maken van water goed voor de bewustwording van de bewoners van het plangebied. Zorgen voor minder verharding in de vorm van bijvoorbeeld halfverharding op parkeerplaatsen neerleggen, zodat er deels infiltratie kan plaatsvinden. Bomen planten. Dit levert een positieve bijdrage aan zowel hittestress als beleving van het plangebied. Mogelijkheden hergebruik hemelwater. Indien hemelwater centraal wordt geborgen, eventueel in ondergrondse buffertanks kan dit worden hergebruikt voor beregening. Indien er in de directe omgeving van het plangebied problemen zijn met de afvoer van hemelwater (wateroverlast) biedt deze ontwikkeling mogelijkheden om een oplossing voor deze problemen te integreren in het ontwerp.
2 februari 2022
BH5097-WM-NT-220202-1132
15/16
5
Conclusie
Vanuit de regio is er een forse woningbouwopgave tot 2040. De locatie Planetenbaan en Het Kwadrant Maarssenbroek kan hier een aanzienlijke bijdrage aan leveren. De gemeente Stichtse Vecht heeft besloten om het gebied te herontwikkelen naar woningbouw met een opgave van minimaal 1.500 en maximaal 2.300 nieuwe woningen in combinatie met commerciele en/of maatschappelijke bedrijfsruimten. Op dit moment zijn de details voor het plangebied nog niet geheel uitgewerkt. Wel is duidelijk dat het plan waarschijnlijk niet zal zorgen voor een toename in verharding. Compensatie van waterberging is dus niet nodig. Omdat de details van uitwerking nog niet vaststaan zijn er veel kansen om het plan klimaatadaptief in te richten. Daarnaast is dat ook de wens van het waterschap en de gemeente. Bij de gemeente vanuit de motie “Klimaatadaptatie op Stedenbouwkundig kader”. Tenslotte zal het plan zorgen voor een toename van inwoners, waardoor het niet duidelijk is of het vuilwatersysteem nog voldoet. Het advies is daarom om het systeem te toetsen op deze toename. Tegelijkertijd kan dan getoetst worden of de riolering voldoet aan de eisen uit het vGRP van 2017-2021.
2 februari 2022
BH5097-WM-NT-220202-1132
16/16