CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorontwerp Bp Ruimtekwartier - Regels-20220815 (1).pdf

Commissie Fysiek Domein 13 september 2022, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: a.: Voorontwerp bestemmingsplan Ruimtekwartier.8.155 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BESTEMMINGSPLAN RUIMTEKWARTIER voorontwerp

ruimte voor ideeën

Ruimtekwartier

Inhoudsopgave Regels

3

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten

5 5 13

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Groen Artikel 4 Verkeer - Verblijfsgebied Artikel 5 Water Artikel 6 Wonen

15 15 16 17 18

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Artikel 8 Algemene bouwregels Artikel 9 Algemene gebruiksregels Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Artikel 11 Overige regels

23 23 24 25 26 27

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht Artikel 13 Slotregel

29 29 30

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

2 - 30

Regels

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

3 - 30

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

4 - 30

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder:

1.1

plan

het bestemmingsplan 'Ruimtekwartier' met identificatienummer NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01 van de gemeente Stichtse Vecht

1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.5

achtergevelrooilijn

de aan de binnenzijde van een bouwblok gelegen bouwgrens,

1.6

ander bouwwerk

een bouwwerk, geen gebouw zijnde.

1.7

archeologische waarde

de aan een gebied toegerekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden.

1.8

automatenhal

een bedrijf, dat in hoofdzaak bestaat uit het bieden van gelegenheid voor het spelen met gokkasten en spelletjesautomaten.

1.9

balkon

buiten de gevel stekende constructieve open buitenruimte van een gebouw die niet verbonden is met de begane grond of een aan- of uitbouw.

1.10

balkonafscheiding

de fysieke afscherming van een balkon.

1.11

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

1.12

bebouwingspercentage

de oppervlakte van de bebouwing binnen een bouwvlak, uitgedrukt in een percentage van de oppervlakte van dat vlak.

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

5 - 30

1.13

bedrijfsmatige activiteiten in of bij een woning

het bedrijfsmatig verlenen van diensten - geen detailhandelsbedrijf zijnde - en ambachtelijke bedrijvigheid geheel of overwegend door middel van handwerk, waarbij de aard (qua milieuplanologische hinder) en omvang van de bedrijfsactiviteiten zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving.

1.14

beroepsmatige activiteiten in of bij een woning

het beroeps- of bedrijfsmatig verlenen van diensten op administratief, medisch, juridisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee naar de aard gelijk te stellen beroep dat door zijn aard en omvang zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woonen leefmilieu in de directe omgeving.

1.15

bestaand (in relatie tot bebouwing)

bebouwing aanwezig ten tijde van de terinzagelegging van het (ontwerp) bestemmingsplan.

1.16

bestaand (in relatie tot gebruik)

gebruik dat bestaat ten tijde van het in werking treden van het bestemmingsplan.

1.17

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak.

1.18

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.19

bijbehorend bouwwerk

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.

1.20

bouwblok

een geheel van geschakelde gebouwen dat op enige manier een ruimtelijke eenheid vormt, soms met een gesloten en/of besloten binnengebied.

1.21

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

1.22

bouwgrens

de grens van een bouwvlak.

1.23

bouwlaag, laag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke hoogte of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, met inbegrip van de begane grond; hieronder wordt niet begrepen: a. een onderbouw: een gedeelte van een gebouw dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,2 m boven peil is gelegen; b. een vide, waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50% van de onderliggende laag; c. een zolder, waarvan de oppervlakte, voor zover de bouwhoogte groter is dan 1,5 m, niet meer bedraagt dan 50% van de oppervlakte van de onderliggende laag.

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

6 - 30

1.24

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.25

bouwperceelsgrens

de grens van een bouwperceel.

1.26

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

1.27

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.

1.28

bruto vloeroppervlak (bvo)

definities en systematiek conform de NEN-norm 2580

1.29

cultuurhistorische waarden

de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarden, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied.

1.30

dakkapel

een uitspringend dakvenster, aangebracht op het hellende dakvlak en aan alle zijden omgeven door het betreffende dakvlak.

1.31

dakopbouw

een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok en/of de goot van het dak waardoor de bouwhoogte van het gebouw toeneemt.

1.32

dakvlak

een hellend vlak in een dak.

1.33

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden van goederen, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren aan personen, die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

1.34

dienstverlening

het bedrijfsmatig verlenen van diensten aan het publiek, zoals een kapsalon, reisbureau, uitzendbureau, bankfiliaal, wasserette of apotheek, eventueel met bijbehorend kantoor, magazijn of ambacht, zulks met uitzondering van horecabedrijven en seksinrichtingen.

1.35

duurzame energievoorzieningen

energie afkomstig van natuurlijke bronnen die constant worden aangevuld, waartoe onder meer behoren energie uit wind, waterkracht, zon, bodem, buitenluchtwarmte en biomassa.

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

7 - 30

1.36

erf- en terreinafscheiding

de fysieke afscheiding van een buiten de gevel stekende open buitenruimte van een gebouw die verbonden is met de begane grond.

1.37

escortbedrijf

de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig, of in een omvang alsof die bedrijfsmatig is, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend.

1.38

fietskast

constructie ten behoeve van het bergen van fietsen.

1.39

floor space index (fsi)

de verhouding tussen het totale bruto vloeroppervlak gedeeld door het totale bestaande kaveloppervlak. BVO's die niet meetellen in de FSI berekening zijn functies in een kelderverdieping (-1) onder een gebouw.

1.40

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.41

geluidsgevoelig object

een woning, alsmede een gebouw als zodanig bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder.

1.42

geluidsluwe buitenruimte

een buitenruimte bij een woning waar de geluidsbelasting de voorkeursgrenswaarde niet overschrijd.

1.43

geluidsluwe gevel

een gevel die in beperkte mate door geluid wordt belast en waaraan ten minste één verblijfsruimte - met te openen delen - grenst. De gevelbelasting dient voor alle geluidsoorten aan de voorkeursgrenswaarden, respectievelijk 48 dB voor wegverkeerslawaai en 55 dB voor spoorweglawaai, te voldoen.

1.44

gemakswinkel

Een winkel voor kleine en snelle aankopen met een beperkt assortiment van dagelijkse of direct te gebruiken artikelen, niet zijnde een supermarkt.

1.45

gestapelde woning

Een woning, onderdeel uitmaken van een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en uit twee of meer bouwlagen bestaat, of waarbij (een deel van) de eerste bouwlaag van het gebouw voor andere met de betreffende bestemming in overeenstemming zijnde doeleinden wordt gebruikt.

1.46

grondgebonden woning

Een met de grond verbonden woning bedoeld voor de huisvesting van één huishouden, daaronder begrepen beroep aan huis, met een zelfstandige ontsluiting op de begane grond of het parkeerdek.

1.47

hoofdgebouw

een gebouw, dat op een perceel door zijn constructie of afmetingen als het belangrijkste gebouw valt aan te merken.

1.48 a.

horeca (onderneming)

Een onderneming die in zijn algemeenheid is gericht op het verstrekken van nachtverblijf, het verstrekken en/of ter

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

8 - 30

b.

plaatse nuttigen van voedsel en/of dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie. De volgende specifieke vormen worden onderscheiden, waarbij in het kader van dit bestemmingsplan plan geen discotheken zijn toegestaan. Bij de begrippen is een categorie-indeling aangegeven welke in de regels wordt gebruikt: 1. winkelondersteunende horeca (categorie h1):een onderneming, die qua openingstijden vergelijkbaar is met detailhandelsvestigingen, althans geen latere sluitingstijd dan 21.00 uur heeft, zoals een dagcafé, lunchroom, koffiecorner en ijssalon; 2. bed & breakfast, pensionbedrijf (categorie h2): een overnachtingaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt en waarbij het verstrekken van consumpties eventueel op een klein terras van ondergeschikte betekenis is 3. hotel (categorie h2): een onderneming, die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van nachtverblijf en eventueel het ondergeschikt exploiteren van zaalaccommodatie en het ondergeschikt verstrekken van voedsel en dranken; 4. restaurant/eetcafé (categorie h2): een onderneming, die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van maaltijden voor gebruik ter plaatse en waarbij het verstrekken van dranken (daaraan) ondergeschikt is; alsmede tot het exploiteren van een ondergeschikte zaalaccommodatie 5.

cafeteria/snackbar (categorie h3): een onderneming gericht op het verstrekken aan de verbruiker van al dan niet ter plaatse bereide, kleine etenswaren, welke al dan niet ter plaatse kunnen worden gebruikt 6. zaalaccommodatie (categorie h4): een onderneming, die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van gelegenheid tot het houden van bruiloften en partijen, alsmede tot het houden van congressen, conferenties en andere vergaderingen en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken (daaraan) ondergeschikt is; 7. café/bar (categorie h4):een zelfstandige, niet geheel of gedeeltelijk deel uitmakend van een hotel, restaurant of zaalaccommodatie voorkomende bedrijvigheid, die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse en waar het verstrekken van maaltijden daaraan ondergeschikt is; hieronder wordt niet begrepen een discotheek.

1.49

huishouden

een persoon of groep personen die een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voert. Indien het huishouden uit twee of meer personen bestaat, betreft het een leefvorm of samenlevingsvorm met een continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid.

1.50

kantoor

een ruimte welke door haar indeling en inrichting is bestemd om uitsluitend te worden gebruikt voor administratieve en daarmee gelijk te stellen werkzaamheden.

1.51

klimaatadaptatie

bouwwerken, maatregelen, voorzieningen die de kwetsbaarheid voor klimaatverandering verminderen.

1.52

klimaatadaptieve voorzieningen

voorzieningen die bijdragen aan de doelen ten aanzien van klimaatadaptatie.

1.53

langzaam verkeer

Voetgangers- en (snor/brom)fietsverkeer en calamiteitenroute.

1.54

maatschappelijke voorzieningen

overheids-, medische, educatieve, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, recreatieve en vergelijkbare maatschappelijke voorzieningen, alsmede voorzieningen ten behoeve van sportbeoefening, kinderdagverblijven, kinderopvang en zorg.

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

9 - 30

1.55

middenhuur

huurwoning met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en ten hoogste een in een gemeentelijke verordening bepaalde, jaarlijks te indexeren aanvangshuurprijs, waarbij de instandhouding in die verordening voor ten minste tien jaar na ingebruikname is verzekerd.

1.56

natuurinclusief

het zodanig inrichten van de gebouwde omgeving én de leefruimte daar omheen dat er een bijdrage geleverd wordt aan biodiversiteit.

1.57

nok

een snijpunt van twee of meer dakvlakken, zijnde de hoogste lijn van het dak.

1.58

onderkomen

voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- of vaartuigen, kampeermiddelen, loodsen, keten en soortgelijke verblijfsmiddelen, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken.

1.59

ontspanning en vermaak

het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten gericht op spel, vermaak en ontspanning. Hieronder worden in ieder geval begrepen podiumkunsten, bioscopen, musea, toeristische attracties, muziek- en dansscholen, oefenruimten, creativiteitscentra, casino's en feestzalenverhuur.

1.60

openbaar gebied

weg alsmede parken, plantsoenen, pleinen en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is;

1.61

openbaar groen

groenvoorzieningen zoals bepaald in de notitie 'Groen, groener, Gouda', met dien verstande dat indien deze notitie wijzigt, de rekening wordt gehouden met de wijziging.

1.62 a. b. c. d.

peil

voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; indien in, op of boven het water wordt gebouwd: het waterpeil; indien de onder a tot en met c genoemde peilen in het veld aanleiding geven tot onduidelijkheden een door of namens het bevoegd gezag aan te wijzen peil.

1.63

perifere detailhandel

onder perifere detailhandel wordt verstaan: 1. detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen; 2. detailhandel in zeer volumineuze goederen: auto's, motoren, boten, caravans, keukens, badkamers, vloerbedekking, parket, zonwering, tenten, grove bouwmaterialen en landbouwwerktuigen; 3. tuincentra; 4. bouwmarkten; 5. grootschalige meubelbedrijven (inclusief in ondergeschikte mate woninginrichting en stoffering) met een bruto vloeroppervlak van minimaal 1.000 m2.

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

10 - 30

1.64

plangebied

het gebied waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft.

1.65

productiegebonden detailhandel

detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie.

1.66

prostitutie

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.

1.67

publieke voorzieningen

ruimten ten behoeve van: a. kleinschalige detailhandel en dienstverlening; niet zijnde supermarkten; b. horeca voor zover voorkomend uit categorie I zoals bedoeld in 1.48; c. maatschappelijke voorzieningen.

1.68

seksautomatenhal

een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door middel van automaten filmvoorstellingen en/of liveshows van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven.

1.69

seksbioscoop/-theater

een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin vertoningen van erotische en/of pornografische aard worden gegeven.

1.70

seksinrichting

een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: a. een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon; b. een seksbioscoop of sekstheater; c. een seksautomatenhal; d. een seksclub of parenclub; al dan niet in combinatie met elkaar. Onder een seksinrichting wordt niet verstaan een escortbedrijf of een sekswinkel.

1.71

sekswinkel

een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarbinnen hoofdzakelijk (minimaal 70% van de vloeroppervlakte) goederen van erotisch-pornografische aard worden verkocht of verhuurd.

1.72

sociale huurwoning

huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, zoals omschreven staat in artikel 1.1.1 lid 1 onder d van het Besluit ruimtelijke ordening.

1.73

stedenbouwkundig supervisor

een door het bevoegd gezag aangestelde en in het Architectenregister ingeschreven stedenbouwkundige die de ruimtelijke kwaliteit in de brede zin bewaakt en het bevoegd gezag daaromtrent adviseert.

1.74

straatmeubilair

bouwwerken ten behoeve van al dan niet openbare (nuts-)voorzieningen, zoals:

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

11 - 30

a. b. c. d.

verkeersgeleiders, verkeersborden, lichtmasten, zitbanken en bloembakken; telefooncellen, abri's, kunstwerken, speeltoestellen, laadpalen en draagconstructies voor reclame; kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie, energievoorziening en brandkranen; afvalinzamelsystemen.

1.75

voorgevel

de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel waarin de voordeur is gesitueerd.

1.76

voorgevelrooilijn

de aan de buitenzijde van een bouwblok gelegen bouwgrens, met dien verstande dat op hoeksituaties sprake kan zijn van twee of drie voorgevelrooilijnen.

1.77

voorzieningen ten behoeve van geluidhinder

fysieke maatregelen ter voorkoming of reductie van geluidhinder

1.78

woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

12 - 30

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1

de afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens

vanaf het dichtst bij de perceelsgrens gelegen punt van het gebouw tot die perceelsgrens op 1 m boven peil en haaks op de perceelsgrens.

2.2

de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een ander bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, vlaggenmasten, bewassings-, luchtbehandelings- en liftinstallaties en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.3

de brutovloeroppervlakte

de oppervlakte gemeten op vloerniveau, langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen.

2.4

de dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.5

de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.6

de grondoppervlakte van een gebouw of ander bouwwerk

buitenwerks en boven peil.

2.7

de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.8

de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.9

de verkoopvloeroppervlakte

binnenwerks, met dien verstande, dat de totale vloeroppervlakte van ruimten welke rechtstreeks ten dienste staan van de detailhandelsactiviteiten en voor publiek toegankelijk zijn worden opgeteld; kantoren, magazijnen en overige dienstruimten worden hieronder niet begrepen.

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

13 - 30

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

14 - 30

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen en water; b. voet- en fietspaden, deze laatste uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'langzaam verkeer', inclusief op- en afritten ten behoeve van fietsviaducten en fietstunnels. c. entrees ten behoeve van gebouwen d. entreegebied ten behoeve van ontsluiting parkeerterreinen en gebouwen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'verkeer' e. parkeerplaatsen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' f. nutsvoorzieningen; g. voorzieningen, bouwwerken en straatmeubilair ten dienste van de bestemming; h. voorzieningen ten behoeve van geluidswering; i. balkons; j. voorzieningen ten behoeve van openbaar vervoer, zoals een halteplaats; k. voorzieningen ten behoeve van verblijf, spelen en sporten.

3.2 a.

b. c. d.

Bouwregels Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 4 m, met uitzondering van lichtmasten, waarvan de maximale bouwhoogte 15 m mag bedragen; Ten behoeve van water is het mogelijk bijbehorende bouwwerken zoals bruggen, duikers, damwanden en soortgelijke bouwwerken te bouwen; In afwijking van het bepaalde in 3.2 onder a. mag de bouwhoogte van een voorziening ten behoeve van geluidswering maximaal 9 m bedragen; In afwijking van het bepaalde in 3.2 onder a. mag bij een positief advies door de stedenbouwkundig supervisor, ter plaatse van de functieaanduiding 'parkeerterrein', de bouwhoogte van een landschappelijke afdekking van parkeerplaatsen maximaal 5 m bedragen, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan de bepalingen in het Beeldkwaliteitsplan, dat als Bijlage ** bij deze regels is toegevoegd.

3.2.1 Balkons Balkons behorende bij de aan de bestemming Groen grenzende bestemming Wonen zijn toegestaan: a. vanaf een hoogte van tenminste 6 meter, gemeten vanuit het aan de eerste woonlaag grenzende maaiveld; b. balkons een maximale diepte hebben van 2,5 meter; c. voor het overige wordt voldaan aan de regels in Artikel 6 Wonen.

3.3

Specifieke gebruiksregels

3.3.1 Verplichting tot aanleg a. de buitenruimte in Planetenbaan wordt natuurinclusief en klimaat adaptief ingericht; b. binnen de bestemming Groen bestaat de verplichting om op ten minste 50% van het onbebouwde terrein inclusief het eventueel verhoogde maaiveld, een groene inrichting met verblijfskwaliteit aan te leggen, en natuurinclusieve maatregelen te implementeren. Bij de realisatie van deze maatregelen wordt voldaan aan het toetsingsinstrument, dat als Bijlage ** bij deze regels is toegevoegd.

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

15 - 30

Artikel 4 4.1

Verkeer - Verblijfsgebied

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen met een verblijfsfunctie; b. voet- en fietspaden; c. parkeervoorzieningen; d. groenvoorzieningen en water; e. nutsvoorzieningen; f. voorzieningen, bouwwerken en straatmeubilair ten dienste van de bestemming; g. voorzieningen en bouwwerken ten dienste van de waterhuishouding; h. voorzieningen ten behoeve van geluidswering; i. voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling; j. voorzieningen ten behoeve van verblijf, spelen en sporten.

4.2

Bouwregels

4.2.1 bouwwerken ten dienste van de bestemming Op de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte van lichtmasten niet meer mag bedragen dan 15 m; b. de bouwhoogte van andere bouwwerken niet meer dan 5 m; c. ten aanzien van de in lid 4.1 bedoelde gronden geldt voor andere bouwwerken dat de bouwhoogte van voorzieningen voor verblijf, spelen en sporten niet meer mag bedragen dan 3 m; 4.2.2 bouwwerken ten dienste van water In aanvulling op de in 4.2.1 genoemde bouwwerken, mogen op de in lid 4.1 bedoelde gronden tevens bouwwerken ten dienste van de water worden gerealiseerd, waaronder bruggen, duikers, damwanden en soortgelijke bouwwerken.

4.3

Specifieke gebruiksregels

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan een gebruik van gronden ten behoeve van opslag van materialen en goederen.

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

16 - 30

Artikel 5 5.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water en waterlopen; b. waterhuishouding; c. groenvoorzieningen; d. kaden en oevers; e. ter plaatse van de aanduiding 'brug'; tevens een brug of duiker voor verkeer; f. voorzieningen en bouwwerken ten dienste van de waterhuishouding; g. voorzieningen voor recreatie, zoals vlonders, steigers en gelijksoortige voorzieningen.

5.2

Bouwregels

5.2.1 Gebouwen Gebouwen mogen niet worden gebouwd. 5.2.2 Bouwwerken Op de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte van bouwwerken niet meer mag bedragen dan 3 meter; b. de oppervlakte van voorzieningen voor recreatie niet meer mag bedragen dan 50 m2.

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

17 - 30

Artikel 6 6.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

6.1.1 Algemeen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen; b. tuinen, terrassen en erven; c. publieke voorzieningen; d. maatschappelijke voorzieningen e. (gebouwde) parkeervoorzieningen, inclusief in- en uitritten, ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage'; f. (gebouwde) stallingvoorzieningen voertuigen voor langzaam verkeer; g. bijbehorende (ontsluitings)wegen, straten en paden; h. groenvoorzieningen en water; i. groene binnentuinen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - groene binnentuin'; j. dakterrassen op platte daken als verblijfsruimte bij aangrenzende woningen; k. medegebruik van woningen ten behoeve van aan huis verbonden beroepen en bedrijfsmatige activiteiten, tot maximaal categorie 1 van de in de Bijlage 1 opgenomen Staat van bedrijfsactviteiten; l. nutsvoorzieningen; m. voorzieningen, bouwwerken en straatmeubilair ten dienste van de bestemming; n. voorzieningen ten behoeve van verblijf, spelen en sporten; o. het realiseren van de bij de functie behorende duurzame energievoorzieningen; p. het realiseren van natuurinclusieve en klimaatadaptieve voorzieningen. met dien verstande dat: q. publieke en maatschappelijke voorzieningen uitsluitend zijn toegestaan met inachtneming van de regels zoals bepaald in 6.5.2 Publieke voorzieningen.

6.2

Bouwregels

6.2.1 Algemeen Op de in lid 6.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a. wonen in de vorm van gestapelde en grondgebonden woningen zijn toegestaan; b. het maximum aantal woningen binnen de bestemming Wonen bedraagt 1831 met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' het maximum aantal woningen niet meer mag bedragen dan is aangegeven; 2. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' de floor-space index (FSI) niet meer mag bedragen dan 3,0. 6.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen een bouwvlak; b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; c. gebouwen mogen worden gebouwd tot een maximale bouwhoogte zoals op de verbeelding is aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'; d. de vloerpeilhoogte bevindt zich ten minste 30 cm boven straatniveau om wateroverlast in gebouwen te voorkomen. 6.2.3 Parkeervoorzieningen Ten behoeve van de in artikel 6.1 sub e genoemde functies mogen gebouwen worden gebouwd tot een maximale bouwhoogte van 5 m. 6.2.4 Bijbehorende bouwwerken a. Er mogen geen bijbehorende bouwwerken worden opgericht;

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

18 - 30

b.

De gronden binnen de bestemming dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan, met dien verstande dat geen bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan.

6.2.5 Erf- en terreinafscheidingen Deze gronden dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan, met dien verstande dat uitsluitend erf- en terreinafscheidingen ten dienste van de bestemming zijn toegestaan. Erf- en terreinafscheidingen mogen worden gebouwd mits: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer bedraagt dan: 1. 1,4 m op de gronden voor de voorgevelrooilijn, tot een maximum afstand van 1,5 meter gemeten vanuit de gevel; 2. 1,4 m op de gronden voor de achtergevelrooilijn, tot een maximum afstand van 1,5 meter gemeten vanuit de gevel; 3. 1 m voor het overige; b. de bouwhoogte van balkonafscheidingen niet meer bedraagt dan 1,8 m. 6.2.6 Andere bouwwerken Ten aanzien van de in lid 6.1 bedoelde gronden geldt voor overige bouwwerken dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan: a. 9 m voor kunstobjecten en lichtmasten; b. 3 m voor voorzieningen ten behoeve van voorzieningen voor spelen en sporten; c. 3 m voor voorzieningen ten behoeve van voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie voor eigen of collectief gebruik.

6.2.7 Onderkeldering Voor ondergrondse bouw zijn de bestemmingsplanregels ten aanzien van de toelaatbaarheid, aard, omvang en situering van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat ondergrondse bouw uitsluitend is toegestaan: a. onder de oppervlakte binnen de bestemming; b. mits gebouwd wordt tussen peil en 6 m onder peil. 6.2.8 Voorwaardelijke verplichting groene binnentuin De omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen wordt uitsluitend verleend nadat de kwaliteit van de ruimtelijke inrichting van de groene binnentuin ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - groene binnentuin' voldoet aan de richtlijnen zoals die zijn opgenomen in het Beeldkwaliteitsplan. Deze is als bijlage ** bij de regels gevoegd. 6.2.9 Voorwaardelijke verplichting Klimaatadaptief bouwen De omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen wordt uitsluitend verleend als naar het oordeel van het bevoegd gezag wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. voor het verbeteren van de kwaliteit tenminste één van de als 'groen' aangeduide maatregelen in het private domein benoemd in Bijlage ** bij de regels uitgevoerd wordt in combinatie met minimaal één van de onderstaande voorwaarden: 1.

ten behoeve van het voorkomen van wateroverlast: minimaal 50% van het hemelwater dat op het perceel valt wordt vastgehouden of in de bodem geïnfiltreerd, waarbij uitgegaan wordt van gemiddelde klimaatbestendigheid (bui van 120 mm in een uur), en of; 2. ten behoeve van het verminderen van hittestress: minimaal 20% extra schaduwoppervlak op het perceel gerealiseerd wordt en of; minimaal 40% van het totale onbebouwd terrein, dak- en of geveloppervlakte groen begroeid uitgevoerd wordt, en of; 3. een combinatie van de wateroverlast en of hittestressvoorwaarden, waarbij aangetoond wordt dat deze combinatie evenredig bijdragen aan de gestelde doelen in Bijlage ** bij de regels. b. voor de voorwaarden zoals genoemd in lid a kunnen de maatregelen zoals beschreven in Bijlage ** als inspiratie dienen.

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

19 - 30

6.2.10 Voorwaardelijke verplichting windhinder Bouwen met een bouwhoogte van 30 meter of meer is alleen toegestaan, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning een onderzoek naar windhinder en windgevaar overlegd. Dit onderzoek moet naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoende mate inzicht bieden in de mogelijke gevolgen voor het lokale windklimaat in de gebouwde omgeving, alsmede de eventueel daar uit voortvloeiende te treffen maatregelen en voorzieningen. Hierbij wordt voldaan aan de richtlijnen zoals die zijn vastgelegd in de NEN 8100. 6.2.11 Voorwaardelijke verplichting - nader akoestisch onderzoek De omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen wordt uitsluitend verleend nadat: a. een rapport wordt overlegd waarin is aangetoond dat wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder, dan wel aan de verleende hogere grenswaarden; b. een gevelweringonderzoek wordt overlegd waarin is aangetoond dat wordt voldaan aan de binnenwaarde van 33 dB; c. elke woning waarvoor een hogere grenswaarde Wet geluidhinder is verleend van hoger dan 53 dB wegverkeerslawaai en/of 60 dB railverkeerslawaai over een geluidsluwe gevel en geluidsluwe buitenruimte (mits aanwezig) beschikt. 6.2.12 Voorwaardelijke verplichting geluidwerende maatregelen De omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen wordt uitsluitend verleend nadat: a.

maatregelen en voorzieningen zijn gerealiseerd in dan wel buiten het plangebied die het (verkeers)geluid afschermen of dempen - in de vorm van bijvoorbeeld geluidsarm asfalt, aangepaste rijsnelheid, een geluidswal of scherm; b. indien de maatregelen genoemd onder a. onvoldoende reductie tot gevolg hebben, overige maatregelen en voorzieningen zijn voorzien in het plangebied, die het (verkeers)geluid afschermen of dempen. c. maatregelen en voorzieningen worden getroffen ten behoeve van een goede woon- en leefsituatie ter plaatse van het maaiveldniveau binnen de 'specifieke bouwaanduiding-groene binnentuin'.

6.3

Nadere eisen

6.3.1 Plaats, afmetingen, functies en gevelindeling van bebouwing en inrichting buitenruimte Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, alsmede aan toegelaten functies, de vormgeving en de gevelindeling van de bebouwing en de inrichting van de buitenruimte, ten behoeve van: a. de milieusituatie, waaronder in ieder geval wordt verstaan, eisen om te kunnen voorzien in een in akoestisch opzicht goed woon- en leefklimaat; b. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; c. een goede woon- en leefsituatie; d. de verkeersveiligheid; e. de situering van parkeerplaatsen op eigen terrein; f. de situering van het laden en lossen op het perceel voorzover het niet-woonbestemmingen betreft. g. de sociale veiligheid; h. een goed windklimaat; en i. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en/of bouwwerken. De randvoorwaarden inzake de nadere eisen zijn opgenomen in het Beeldkwaliteitsplan. Deze is als bijlage ** bij de regels gevoegd.

6.4

Afwijken van de bouwregels

6.4.1 Afwijken van de fsi Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2.1 onder b punt 2 voor een floor space index van maximaal 3,5 , indien er een integrale gebiedsontwikkeling wordt gerealiseerd. Alvorens deze afwijking toe te staan, wint het bevoegd gezag advies in van de stedenbouwkundig supervisor.

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

20 - 30

6.4.2 Bouwen buiten bouwvlak Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2.2 onder a ten behoeve van een overschrijding van de in de verbeelding aangegeven bouwvlakken tot een maximum van 2 meter buiten het aangegeven bouwvlak. Alvorens het bevoegd gezag van deze afwijking gebruik maakt, wordt advies gevraagd aan de stedenbouwkundig supervisor. 6.4.3 Bijbehorende bouwwerken Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2.4 ten behoeve van de realisatie van bijbehorende bouwwerken, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de hoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m; b. de afwijking van de toegestane maximum bouwhoogte mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van het woon-, werk- en leefklimaat in de directe omgeving; c. de groene binnentuin ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - groene binnentuin' door de bouwactiviteiten naar het oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig wordt geschaad. 6.4.4 Hoogte balkonafscheidingen Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2.5 onder b, ten behoeve van een hogere balkonafscheiding, indien dit vanuit oogpunt van een goed akoestisch klimaat noodzakelijk is.

6.5

Specifieke gebruiksregels

6.5.1 Woningtypen Voor het gebruik van woningen gelden de volgende regels: a. minimaal 30 % van het totaal aantal woningen dient te worden gerealiseerd als sociale huurwoning; b. minimaal 30 % van het aantal woningen dient te worden gerealiseerd als midden huurwoning; c. minimaal 10% van de woningen dient te worden gerealiseerd met een oppervlakte groter dan 75m2 bvo. 6.5.2 Publieke voorzieningen In aanvulling op het bepaalde in 6.1 geldt ter plaatse van de bestemming Wonen de volgende regels: a. publieke voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan op de eerste bouwlaag (begane grond) en de tweede bouwlaag, indien deze grenst aan het groen-blauw casco in de bestemming Groen of de groene binnentuin binnen de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - groene binnentuin'; b. het brutovloeroppervlak van publieke voorzieningen binnen dit bestemmingsplan bedraagt maximaal 2.650 m2, met dien verstande dat: 1. per vestiging het brutovloeroppervlak maximaal 400 m2 bedraagt; 2. horecabedrijf in categorie I is toegestaan, met dien verstande dat het brutovloeroppervlak maximaal 1.000 m2 bedraagt; c. terrassen behorende bij een horecabedrijf zijn toegestaan tot een maximum oppervlakte van 50m2 per onderneming, mits deze het gebruik van de gronden als verkeer- en verblijfsfunctie niet onaanvaardbaar belemmeren; d. detailhandel is uitsluitend in de vorm van een gemakswinkel toegestaan. e.

In afwijking van het bepaalde in sub b onder sublid 1 kan het bevoegd gezag bij omgevingsvergunning een grotere vestiging toestaan tot een maximaal brutovloeroppervlakte van 500 m2 per vestiging, mits is aangetoond dat dit niet leidt tot duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau in Bisonspoor en/of het centrum van Maarssen. 6.5.3 Toegestaan gebruik Een aan-huis-verbonden beroep mag uitsluitend worden uitgeoefend met inachtneming van de volgende regels: a. de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd, waarbij geldt dat de brutovloeroppervlakte gebruikt voor beroepsmatige en bedrijfsmatige activiteiten niet meer mag bedragen dan 20% van het vloeroppervlak van de woning met een maximum van 25 m²; b. geen afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving; c. geen onevenredige toename van de verkeersbelasting optreedt in de omgeving; d. er wordt voorzien in voldoende parkeerruimte op eigen terrein; e. de beroepsmatige activiteiten geschieden door degene die in de woning woonachtig is; f. geen detailhandel plaatsvindt, behoudens beperkte kleinschalige verkoop in direct verband met de beroepsmatige

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

21 - 30

activiteiten. 6.5.4 Verplichting tot aanleg a. de buitenruimte in Planetenbaan wordt natuurinclusief en klimaat adaptief ingericht; b. binnen de bestemming Wonen bestaat de verplichting om op ten minste 50% van het onbebouwde terrein inclusief het eventueel verhoogde maaiveld, een groene inrichting met verblijfskwaliteit aan te leggen, en natuurinclusieve maatregelen te implementeren. Bij de realisatie van deze maatregelen wordt voldaan aan het toetsingsinstrument, dat als Bijlage ** bij deze regels is toegevoegd. 6.5.5 Voorwaardelijke verplichting watercompensatie a. Het gebruik van de woningen als bedoeld in artikel 6.1 ten behoeve van het wonen is slechts toegestaan, nadat: 1. een waterberging op eigen terrein is gerealiseerd die 10 mm water kan bergen per m² op de riolering aangesloten verhard oppervlak; b. Indien in het plangebied een watergang wordt gedempt: 1. wordt het oppervlak van de gedempte watergang volledig gecompenseerd in het plangebied, of; 2. wordt aangetoond dat aantoonbaar extra water wordt aangelegd, even groot als het oppervlak van de demping; 3. de compensatie dient voorafgaand aan of tegelijkertijd met de demping uitgevoerd te worden; 4. het nieuw te graven water dient in open verbinding te staan met de rest van het watersysteem.

6.6

Afwijken van de gebruiksregels

6.6.1 Bedrijfsmatige activiteiten Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.5.3 ten behoeve van het medegebruik van woningen voor bedrijfsmatige activiteiten mits: 1. de bedrijfsmatige activiteiten zijn aangeduid als maximaal categorie 2 in de Staat van Bedrijfsactiviteiten in Bijlage 1; 2. de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd, waarbij geldt dat de brutovloeroppervlakte gebruikt voor bedrijfsmatige activiteiten niet meer mag bedragen dan 25% van het vloeroppervlak van de woning met een maximum van 30 m²; 3. geen afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving; 4. geen onevenredige toename van de verkeersbelasting optreedt in de omgeving; 5. er wordt voorzien in de voldoende parkeerruimte op eigen terrein; 6. de bedrijfsmatige activiteiten geschieden door degene die op het perceel woonachtig is; 7. geen detailhandel plaatsvindt, behoudens beperkte kleinschalige verkoop in direct verband met de bedrijfsmatige activiteiten.

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

22 - 30

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

23 - 30

Artikel 8 8.1

Algemene bouwregels

Overschrijding van bestemmingsgrenzen

De op de planverbeelding aangegeven bestemmingsgrenzen mogen uitsluitend worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden en funderingen; b. bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen en schoorstenen, indien en voorzover de overschrijding niet meer dan 0,80 meter bedraagt; c. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, indien en voorzover de overschrijding niet meer dan 0,80 meter bedraagt; d. rookkanalen, indien de overschrijding niet meer dan 0,50 meter bedraagt; e. putten, leidingen, goten en inrichtingen voor de watervoorziening of de afvoer of verzameling van water rioolstoffen; hijsinrichtingen, indien en voorzover de overschrijding niet meer dan 0,50 meter bedraagt; f. bestaande dakopbouwen, bestaande luifels en bestaande uitbouwen aan de voorzijde.

8.2

Dakopbouwen ten behoeve van bewassings-, luchtbehandelings- en liftinstallaties

Dakopbouwen ten behoeve van bewassings-, luchtbehandelings- en liftinstallaties en naar de aard daarmee gelijk te stellen installaties zijn toegestaan, mits deze niet hoger zijn dan 3,5 m gemeten vanaf de bovenste bouwlaag van het gebouw en geen grotere oppervlakte hebben dan 40% van de vloeroppervlakte van de bovenste laag van het gebouw, waarop zij worden geplaatst.

8.3

Antenne installaties, alarminstallaties, vlaggenmasten e.d.

Antenne installaties, alarminstallaties, vlaggenmasten en dergelijke, die deel uitmaken van een gebouw, mogen de voor dat gebouw toegestane maximale bouwhoogte met niet meer dan 8 m overschrijden.

8.4

Geen hoogte aanduiding

Indien op de planverbeelding geen hoogteaanduiding is opgenomen, geldt voor de maximaal toelaatbare goot- danwel bouwhoogte het bepaalde in Hoofdstuk 2 van deze planregels.

8.5

Overschrijding van bouwhoogte

8.5.1 Ondergeschikte bouwdelen De in artikel 8.4 bedoelde hoogten mogen worden overschreden door ondergeschikte bouwdelen, indien en voorzover de overschrijding niet meer dan 2 meter bedraagt, tenzij in Hoofdstuk 2 anders is bepaald.

8.6 a. b.

Regels betreffende woningsplitsing Het is verboden een bestaande woning te veranderen in en/of te vergroten tot twee of meer woningen. Het is eveneens verboden meerdere woningen samen te voegen tot een kleiner aantal woningen. Bij herbouw van één of meerdere woning(en) binnen de bestemming 'Wonen' of binnen een bestemming waar volgens de bestemmingsomschrijving het wonen naast andere bestemmingen is toegestaan, is in de nieuwe situatie een gelijk aantal woningen toegestaan.

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

24 - 30

Artikel 9 9.1

Algemene gebruiksregels

Verboden gebruik

Een verboden gebruik is in ieder geval het gebruik: a. van onbebouwde gronden voor: 1. het storten of het lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen; 2. het opslaan van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, voer- en vaartuigen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan; 3. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens, tenzij dit gebruik verband houdt met: het (tijdelijk) gebruik ten behoeve van de realisering en/of handhaving van de bestemmingen of het normale onderhoud van de gronden; de opslag van goederen in het kader van de in het plan toegestane bedrijfsvoering; het opslaan of storten van afval- of meststoffen, voor zover noodzakelijk voor het normale onderhoud van de gronden en de watergangen; b. van bouwwerken ten behoeve van kamerverhuur, een seksinrichting of detailhandel, voor zover zulks niet expliciet is toegestaan ingevolge de bestemmingsregels.

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

25 - 30

Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in deze regels ten behoeve van: a. een afwijking ten aanzien van de voorgeschreven bouwhoogte van gebouwen, bouwhoogte van andere bouwwerken, grondoppervlakte van bebouwing, afstand tot perceelsgrenzen en overige aanduidingen, mits deze afwijkingen niet meer bedragen dan 10% van de in het plan voorgeschreven maten, afstanden, oppervlakten en percentages, dit met uitzondering van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'.

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

26 - 30

Artikel 11 Overige regels 11.1

Parkeren

Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en/of het wijzigen van de functie van gebouwen en/of gronden wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw en/of gronden in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Hierbij gelden de parkeernormen, zoals vastgelegd in het in Bijlage ** opgenomen (document Goudappel Coffeng).

11.2 a.

b.

c.

d.

Indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, moet ten behoeve van het parkeren of stallen van auto’s in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Aan het bepaalde in lid 11.2 sub a wordt geacht te zijn voldaan indien het aantal parkeerplaatsen ten minste overeenkomt met het aantal parkeerplaatsen dat voor het betreffende gebied en de betreffende functie is genoemd in de onderstaande tabel.

De in lid 11.2 sub a bedoelde ruimte voor het parkeren van auto’s, inclusief de rijwegen om deze ruimten te bereiken, moeten redelijkerwijs bereikbaar zijn per auto en onafhankelijk van andere parkeerruimten kunnen functioneren. Voorts moet deze ruimte afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto’s. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan: 1. indien de desbetreffende afmetingen in overeenstemming zijn met het bepaalde in NEN 2443, uitgave 2000, de Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom (ASVV 2012 van het CROW) en de CROW publicatie 293 Ontwerpwijzer parkeergarages. wat betreft de in de bijlage opgenomen afmetingen van parkeerwegen; 2. indien de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte voor een gehandicapte in overeenstemming is met de Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom (ASVV 2012 van het CROW) en de CROW-publicatie 337 Richtlijn toegankelijkheid. Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen dan wel ruimte voor pakketdiensten, moet in de behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort.

11.3 a.

b.

Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen

Parkeergelegenheid voor voertuigen voor langzaam verkeer

Indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, moet ten behoeve van het parkeren of stallen van voertuigen voor langzaam verkeer in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Aan het bepaalde in lid 11.3 sub a wordt geacht te zijn voldaan indien het aantal stallingsplaatsen ten minste overeenkomt met het aantal plaatsen dat voor het betreffende gebied en de betreffende functie is genoemd in de onderstaande normering.

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

27 - 30

c. d.

toepassing van de normen uit het GVVP (versie 04, oktober 2015 dan wel een opvolger) Eisen - Fietsparkeren ten behoeve van bewoners per woning realiseren van ten minste het volgende aantal fietsparkeerplekken: < 50 m2 GBO: 2 50 – 75 m2 GBO: 3 75 – 100 m2 GBO: 4 100 – 125 m2 GBO: 5 > 125 m2 GBO: 6 ten behoeve van bezoekers de toepassing van minimaal 0,5 tot 1 fietsparkeerplaats per woning gerealiseerd welke openbaar toegankelijk is (Bron: ASVV 2012, CROW) Bij de fietsparkeerplaatsen worden ook aansluitpunten voor elektrische fietsen gerealiseerd. de oppervlakte aan (gebouwde) stallingvoorzieningen ten behoeve van voertuigen voor langzaam verkeer voor bewoners wordt gerealiseerd binnen het bouwvlak behorende bij de bestemming Wonen; de oppervlakte aan stallingvoorzieningen ten behoeve van voertuigen voor langzaam verkeer voor bezoekers wordt gerealiseerd in de buitenruimte binnen de bestemming Wonen dan wel binnen het entreegebied, zoals bedoeld in artikel 3.1 lid d: entreegebied ten behoeve van ontsluiting parkeerterreinen en gebouwen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'verkeer'.

11.4 a.

Afwijken parkeernormen

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 11.2 sub a en het bepaalde in lid 11.2 sub d: 1. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien. In het geval in het openbaar gebied wordt voorzien in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte, is het uitsluitend toegestaan op grond van dit onderdeel ontheffing te verlenen indien het naar het oordeel van het bevoegd gezag redelijkerwijs fysiek onmogelijk of uit stedenbouwkundig oogpunt ongewenst is om op eigen terrein in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte te voorzien, of; 2. in situaties waar het algemeen belang is gediend kan van de parkeernorm worden afgeweken. De gemeente kan in voorkomende gevallen maatwerk bieden.

11.5

Wijziging parkeernormering

Het bevoegd gezag kan, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, het bepaalde in lid 11.2 wijzigen indien nieuw gemeentelijk beleid inzake het aspect ‘parkeren’ is vastgesteld. De wijziging van het bepaalde in lid 11.2 is dan conform het nieuw gemeentelijk beleid inzake het aspect ‘parkeren’.

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

28 - 30

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

Artikel 12 Overgangsrecht 12.1

Overgangsrecht bouwwerken

12.1.1 Bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 12.1.2 Afwijking vergroting bouwwerken Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning eenmalig afwijken van het bepaalde in sublid 12.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sublid 12.1.1 met maximaal 10%. 12.1.3 Uitgesloten bouwwerken Sublid 12.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd zijn met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

12.2

Overgangsrecht gebruik

12.2.1 Gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 12.2.2 Verbod verandering gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 12.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 12.2.3 Verbod hervatting strijdig gebruik Indien het gebruik, bedoeld in lid 12.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 12.2.4 Uitgesloten gebruik Lid 12.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

29 - 30

Artikel 13 Slotregel Deze regels worden aangehaald als Regels van het bestemmingsplan 'Ruimtekwartier'.

(voorontwerp) Ruimtekwartier NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VO01

30 - 30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2036/documents/42659