CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorontwerp Bp Ruimtekwartier - Quickscan natuur.pdf

Commissie Fysiek Domein 13 september 2022, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: a.: Voorontwerp bestemmingsplan Ruimtekwartier.4.184 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

HaskoningDHV Nederland B.V. Water

Notitie / Memo Aan: Van: Datum: Gecontroleerd door: Ons kenmerk: Classificatie:

Gemeente Stichtse Vecht J. Olthuis 5 maart 2021

Onderwerp:

Quickscan MER Planetenbaan

1

BH5097WATNT2102241411 Projectgerelateerd

Inleiding Aanleiding

De locatie Planetenbaan en Het Kwadrant is een van oorsprong typische kantoor- en bedrijvenlocatie in Maarssenbroek. Sinds een aantal jaren is er sprake van aanzienlijke leegstand, en heeft het gebied een verouderde uitstraling. De gemeente Stichtse Vecht heeft besloten om het gebied te herontwikkelen naar woningbouw met een opgave van minimaal 1.500 en maximaal 2.300 nieuwe woningen in combinatie met commerciële en/ of maatschappelijke bedrijfsruimten. Een aantal gebouwen zijn inmiddels al getransformeerd tot woningen, en voor de overige locaties zijn er uiteenlopende plannen voor sloop/nieuwbouw en/of transformatie van de bestaande kantoren tot woningbouw. Voor de herontwikkeling van de locatie Planetenbaan en Het Kwadrant wordt een MER opgesteld. Een onderdeel van dit MER is natuur, waarbij de effecten van de beide alternatieven (1500 woningen en 2300 woningen) op voorkomende beschermde natuurwaarden tegen elkaar afgewogen worden. Een onderdeel hiervan zijn ook de beschermde soorten. Gemeente Stichtse Vecht heeft Royal HaskoningDHV verzocht een aanvullend veldbezoek uit te voeren om de mogelijke voorkomende beschermde dier- en plantensoorten binnen het plangebied in kaart te brengen.

Doel Het doel van deze rapportage is het vaststellen van het eventuele voorkomen van beschermde soorten in het plangebied en welke functie het plangebied voor deze soorten heeft.

5 maart 2021

BH5097WATNT2102241411

1/12

2

Plangebied voorgenomen ingreep Plangebied en directe omgeving

Het plangebied Planetenbaan en Het Kwadrant ligt binnen in Utrecht binnen de gemeente Stichtse Vecht. Het plangebied bestaat uit vier kwadranten welke elk bestaan uit bebouwing met lage tot hoge gebouwen. Dit betreffen voornamelijk kantoor- en bedrijvenpanden, maar ook enkele appartementen. Ten noorden is het plangebied begrenst door de Kometenweg. Ten oosten van het plangebied wordt het plangebied begrenst de Maarsenbroekseweg. Parallel langs de Maarsenbroekseweg ligt een watergang met daarlangs een bomenrij. Deze watergang heeft steile, gemaaide oevers en is grotendeels beschoeid. De bomenrij bestaat voornamelijk uit eik. Ten zuiden wordt het plangebied begrenst door een sloot met daarachter een brede groenstrook. De sloot was ten tijde van het veldbezoek ondiep en had gemaaide, redelijk steile oevers. De brede groenstrook ten zuiden van het plangebied bestaat voornamelijk uit dunne zomereiken en essen met een ondergroei van voornamelijk braam en opschot van jonge bomen. Ten zuiden van Het Kwadrant ligt eveneens een sloot, waarachter de brede groenstrook doorloopt. De vegetatie bestaat hier voornamelijk uit plataan en els. De groenstrook ten zuiden van het kwadrant was ten tijde van het veldbezoek erg drassig. Daarnaast ligt er in deze groenstrook een poel omgeven door een ruige rietstrook. De groenstrook loopt door tot het westen van Het Kwadrant.

Het westen van de rest van het plangebied wordt begrensd door de Ruimteweg. De omgeving van het plangebied bestaat uit stedelijk gebied.

Geplande werkzaamheden en planning De gemeente Stichtse Vecht heeft besloten om het gebied te herontwikkelen naar woningbouw met een opgave van minimaal 1.500 en maximaal 2.300 nieuwe woningen in combinatie met commerciële en/ of maatschappelijke bedrijfsruimten. Ten behoeve van de herontwikkeling worden enkele gebouwen gesloopt en zullen enkele bomen worden gekapt. Daarnaast zal groot materieel ingezet worden zoals graafmachines en kranen.

3

Methodiek

Om na te gaan wat het belang is van het plangebied voor de wettelijk beschermde soorten en gebieden is het volgende stappenplan gevolgd, zie Tabel 3-1. Tabel 3-1. Het stappenplan met de gevolgde werkwijze.

Stap

Toelichting

1)

Inventarisatie van beschermde soorten en gebieden

Er zijn verspreidingsgegevens van beschermde soorten opgevraagd uit de NDFF voor het plangebied en de nabije omgeving van de afgelopen 10 jaar1. Vervolgens is een veldbezoek uitgevoerd door mevr. Anoek van den Bosch, ecoloog bij Royal HaskoningDHV op 22 februari 2021. Het betrof een half bewolkte dag bij een temperatuur van 11 graden en een windkracht van 3Bft.

2)

Beoordeling voorkomen soorten

Beknopte analyse van het project in relatie tot de habitat/biotoopeisen van de beschermde soorten uit het gebied.

3)

Conclusie

Beschrijven van de conclusies.

1

https://ndff-ecogrid.nl/, geraadpleegd januari 2021

5 maart 2021

BH5097WATNT2102241411

2/12

Voorkomen van beschermde soorten Vaatplanten Uit de verspreidingsgegevens van de NDFF is gebleken dat in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend zijn van beschermde vaatplanten, namelijk wilde ridderspoor en rood peperboompje. Wilde ridderspoor Wilde ridderspoor is te vinden op matig voedselrijke kalkhoudende zandige klei in wintergraanakkers en op ruderale omgewerkte terreinen op kalkgrond. Het is adventief op plekken waar graan wordt overgeslagen en komt voor op stroomruggen.2 In de omgeving van het plangebied zijn enkel waarnemingen bekend van de wilde ridderspoor langs de Haarrijnse plas, ongeveer 2 kilometer ten westen van het plangebied. Binnen het plangebied ontbreekt het aan geschikte standplaatsen voor de wilde ridderspoor. Het voorkomen van de soort binnen het plangebied is uitgesloten. Rood peperboompje Rood peperboompje is een vroegbloeiende, houtige soort van oude beukenbossen op kalkrijke bodem en struwelen op kalkhellingen. Van nature komt het rood peperboompje binnen Nederland enkel nog voor in Zuid-Limburg en Twente.3 In de omgeving van het plangebied is enkel een waarneming bekend van het rood peperboompje, namelijk ongeveer 1,5 kilometer ten noordoosten van het plangebied in een woonwijk.

Deze waarneming ligt buiten het natuurlijke verspreidingsgebied van de soort en daarnaast komen binnen het plangebied geen bossen en struwelen op kalkrijke bodems voor. Het voorkomen van het rood peperboompje binnen het plangebied is uitgesloten. Conclusie: Het voorkomen van beschermde vaatplanten binnen het plangebied is uitgesloten.

Grondgebonden zoogdieren Uit de geraadpleegde verspreidingsgegevens van de NDFF blijkt dat in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend zijn van de bever, boommarter, eekhoorn, hermelijn, wezel en bunzing. Daarnaast ligt het plangebied binnen het verspreidingsgebied van de steenmarter. Verder kunnen meer algemene grondgebonden zoogdieren voorkomen zoals egel, huisspitsmuis, vos en haas. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen bij ruimtelijke ingrepen en geldt alleen de algemene zorgplicht. Bever De bever leeft in het overgangsgebied van allerlei zoete wateren en land: moerassen, langs beken, rivieren, meren en kanalen. De aanwezigheid van goed bereikbare bomen en struiken op de oever is een vereiste. Oevers die sterk begraasd worden zijn onaantrekkelijk voor de bever door het verdwijnen van de houtige gewassen. 4 Uit de geraadpleegde verspreidingsgegevens van de NDFF zijn op twee kilometer afstand ten westen van het plangebied meerdere waarnemingen bekend van de Bever, namelijk rondom de Haarrijnse Plas.

2

www.verspreidingsatlas.nl, Ecologie Consolida regalis - Wilde ridderspoor. Geraadpleegd op 24-2-2021 www.verspreidingsatlas.nl, Ecologie Daphne mezereum L. - Rood peperboompje. Geraadpleegd op 252-2021 4 Bij12, 2017. Kennisdocument Bever - Castor fiber, Versie 1.0 3

5 maart 2021

BH5097WATNT2102241411

3/12

Binnen het plangebied ontbreekt het aan geschikte watergangen voor de bever. Het voorkomen van de bever binnen het plangebied is op voorhand uitgesloten. Boommarter De boommarter leeft bij voorkeur in bossen. Als behendige klimmer en springer kan hij zijn leefgebied vanaf de grond tot in de boomtoppen benutten. Bij de boommarter wordt al gauw gedacht aan oud (loof)bos. In Nederland klopt dat beeld in ieder geval niet; de boommarter komt hier in allerlei typen en leeftijden bos voor. 5 Uit de geraadpleegde verspreidingsgegevens van de NDFF zijn waarnemingen bekend van de boommarter op ongeveer 1,5 kilometer ten noorden van het plangebied, binnen het landgoed Goudestein. In het plangebied ontbreekt het aan bos of bosschages, het voorkomen van leefgebied van de boommarter binnen het plangebied is uitgesloten. Gezien de geisoleerde ligging van de groenstrook ten zuiden van het plangebied wordt deze ook niet als geschikt leefgebied voor de boommarter geacht. Het voorkomen van de boommarter binnen het plangebied is uitgesloten. Steenmarter De steenmarter komt vooral voor in parklandschap, maar ook in volkomen bosloze gebieden, steengroeven en rotsige hellingen. Hij is vooral te vinden in de nabijheid van dorpen en boerderijen en tegenwoordig zelfs in grote steden (de steenmarter is een ‘cultuurvolger’).

Hij heeft een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw, met oude schuren, heggen en geriefhoutbosjes. Daarbij is de aanwezigheid van elementen zoals groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen van belang, omdat de steenmarter daar zijn voedsel zoekt.6 In het plangebied ontbreekt het aan geschikte elementen die geschikt zijn als vaste rust- en voortplantingsplaats voor de steenmarter. Binnen het plangebied komen daarnaast ook geen groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen voor welke geschikt zijn als foerageergebied voor de steenmarter. Geschikt leefgebied voor de steenmarter binnen het plangebied is uitgesloten. De steenmarter kan daarnaast wel sporadisch migrerend voorkomen binnen het plangebied. De groenstrook ten zuiden van het plangebied is echter wel geschikt als foerageergebied voor de steenmarter. Mogelijk komen hier ook vaste rust- en voortplantingsplaatsen van de steenmarter voor. Kleine marterachtigen De bunzing komt in allerlei landschapstypen voor. Het dier lijkt echter een voorkeur te hebben voor kleinschalig landschap met voldoende schuilmogelijkheden en water in de nabijheid. Ook in een bebouwde omgeving met veel groen kan de bunzing voorkomen, evenals in open bossen7. In de winter wordt de bunzing ook wel in schuurtjes, kelders of hooizolders aangetroffen 8 aangezien deze locaties goede beschutting bieden tegen de kou.

5

Zoogdiervereniging, 2021. Ecologie boommarter. Opgehaald van: https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/boommarter, geraadpleegd 1-3-2021 6 Zoogdiervereniging, 2021. Ecologie steenmarter. Opgehaald van: https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/steenmarter, geraadpleegd 1-3-2021 7 Pertoldi, C., Breyne, P., Cabria, M. T., Halfmaerten, D., Jansman, H. A. H., Van Den Berge, K., ... & Loeschcke, V. (2006). Genetic structure of the European polecat (Mustela putorius) and its implication for conservation strategies. Journal of Zoology, 270(1), 102-115. 8 Birks, J. D. S. (1998). Secondary rodenticide poisoning risk arising from winter farmyard use by the European polecat Mustela putorius. Biological conservation, 85(3), 233-240.

5 maart 2021

BH5097WATNT2102241411

4/12

De wezel heeft een voorkeur voor open en droog natuur- en cultuurlandschap, maar komt tevens voor in allerlei andere soorten habitat zoals bossen, duinen, wei- en akkerland.9 De hermelijn komt ook in allerlei soorten habitat voor zoals akkers, bossen, duinen, houtwallen en vochtig terrein. Voor alle drie de soorten kleine marters geldt dat goede schuilmogelijkheden met voldoende rust en de aanwezigheid van geschikt voedsel (met name woelmuizen) een vereiste is voor het voorkomen. In het plangebied is onvoldoende dekking aanwezig om rust- en voortplantingsplaatsen van de bunzing te kunnen herbergen. Het plangebied is eveneens ongeschikt als foerageergebied voor kleine marterachtigen gezien het ontbreken van dichte begroeiing, rommelhoekjes, holtes, natuurgrasland, extensief beweide percelen, braakliggende terreinen en akkerranden. Het voorkomen van kleine marterachtigen binnen het plangebied is uitgesloten. De groenstrook ten zuiden van het plangebied biedt mogelijk wel voldoende rust en dekking voor kleine marterachtigen. Het voorkomen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen van kleine marterachtigen binnen deze groenstrook is niet uitgesloten. Mogelijk komen sporadisch migrerende individuen binnen het plangebied voor. Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos.

Mits er voldoende voedsel beschikbaar is, komen ze ook in bebouwd gebied. Hun voorkeur gaat uit naar ouder bos (naaldbomen ouder dan 20 jaar en loofbomen ouder dan 40-80 jaar) omdat daar meer voedsel en nestgelegenheid is. 10 In het plangebied ontbreekt het aan (voldoende) voedselbomen (o.a. hazelaar, beuk, tamme kastanje, fijnspar, grove den en zomer- en wintereik) voor eekhoorn. Verder ontbreekt het in het plangebied aan bosschages en houtwallen. Het voorkomen van de eekhoorn binnen het plangebied is op voorhand uitgesloten. De groenstrook ten zuiden van het plangebied ontbreekt eveneens aan (voldoende) voedselbomen voor de eekhoorn, waardoor eekhoornnesten hier verwacht worden. In de groenstrook en in het aangrenzende plangebied kunnen echter wel migrerende individuen voorkomen. Conclusie Binnen het plangebied is geen leefgebied van beschermde grondgebonden zoogdieren aanwezig. Het voorkomen van leefgebied van kleine marterachtigen en de steenmarter binnen de zuidelijk gelegen groenstrook is niet op voorhand uitgesloten. Daarnaast kunnen de steenmarter, kleine marterachtigen en eekhoorn sporadisch migrerend voorkomen binnen het plangebied.

Vleermuizen In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van verschillende soorten vleermuizen, zoals baardvleermuis, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis en watervleermuis (NDFF). Alle vleermuizen vallen in de categorie Habitatrichtlijnsoorten. Vleermuizen worden in vrijwel het gehele land waargenomen. Vleermuizen maken gedurende het jaar gebruik van meerdere type verblijfplaatsen (zomer-, kraam-, paar- en winterverblijfplaatsen). Ze kunnen globaal opgedeeld worden in boombewonende soorten zoals de rosse vleermuis en gebouwbewonende soorten zoals de laatvlieger en gewone dwergvleermuis. Er zijn ook soorten die zowel gebouwen als bomen bewonen, zoals ruige dwergvleermuis. Vleermuizen foerageren over het algemeen boven windluwe plaatsen zoals tuinen en langs bosranden. Om van de verblijfplaats naar foerageergebied te 9

Zoogdiervereniging, 2021. https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/wezel , geraadpleegd op 1-3-2021 10 Zoogdiervereniging, 2021. https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/eekhoorn , geraadpleegd op 1-3-2021

5 maart 2021

BH5097WATNT2102241411

5/12

komen (en andersom) wordt gebruikt gemaakt van zogenaamde vliegroutes die bestaan uit lijnvormige elementen zoals bomenrijen en watergangen. Verblijfplaatsen Tijdens het veldbezoek zijn de aanwezige bomen binnen het plangebied gecontroleerd op geschikte ruimten die kunnen dienen als verblijfplaats voor vleermuizen, zoals holtes en spleten achter de bast, deze zijn niet waargenomen. Het voorkomen van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen binnen het plangebied is uitgesloten. De gebouwen binnen het plangebied zijn daarnaast eveneens gecontroleerd op ruimtes die mogelijk leiden naar geschikte verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen. Eén gebouw binnen het plangebied bevat meerdere open stootvoegen die mogelijk leiden tot een spouw, welke geschikt is als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Het gaat om de panden aan de Planetenbaan 15 en 16. In Figuur 4-1 is de locatie van dit gebouw weergegeven, in Figuur 4-2 zijn enkele van de open stootvoegen weergegeven. De overige gebouwen zijn daarnaast ook geïnspecteerd op ruimtes welke geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen.

Figuur 4-1: De gebouwen aan de Planetenbaan 15 en 16 met open stootvoegen, welke mogelijk toegang bieden tot geschikte vleermuisverblijfplaatsen (aangegeven in oranje). Het plangebied is weergegeven in rood. (Luchtfoto: Cyclomedia, 2021)

5 maart 2021

BH5097WATNT2102241411

6/12

Figuur 4-2. Locaties van de open stootvoegen in het gebouw aan de Planetenbaan 16, welke mogelijk toegang geven tot geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen. In gebouw aan de Planetenbaan 15 bevinden de open stootvoegen zich op dezelfde plekken (foto: RHDHV, 2021).

De overige gebouwen binnen het plangebied bevatten geen ruimten welke geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Deze gebouwen bevatten geen open stootvoegen, hebben dilatatievoegen welke zijn gevuld met rubber of hebben een goed afgesloten wand van golfplaat. Het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen binnen deze gebouwen is daarom uitgesloten. Vliegroutes De bomenrij en watergang ten noordoosten van het plangebied, parallel gelegen langs de Maarsenbroeksedijk, vormt een lijnvormig element. De bomen en de watergang hebben een potentie als vliegroute voor vleermuizen. De bomenrij en watergang zijn weergegeven in Figuur 4-3. In de omgeving van het plangebied zijn voldoende alternatieve lijnvormige elementen beschikbaar die kunnen dienen als vliegroute waardoor de bomenrij en watergang naar alle waarschijnlijkheid niet dient als essentiële vliegroute.

5 maart 2021

BH5097WATNT2102241411

7/12

Figuur 4-3: Watergang en bomenrij langs de Maarsenbroeksedijk welke een geschikt lijnvormig element vormt om te dienen als vliegroute voor vleermuizen (foto: RHDHV).

Foerageergebied Binnen het plangebied zijn verschillende windluwe plekken aanwezig die kunnen dienen als foerageergebied voor vleermuizen, voornamelijk langs de groenstrook ten zuiden van het plangebied, naast de verschillende hoog opgaande gebouwen en langs de bomenrij gelegen langs de Maarsenbroeksedijk. In de omgeving van het plangebied zijn voldoende alternatieve geschikte foerageergebieden aanwezig. Het voorkomen van essentieel foerageergebied voor vleermuizen binnen het plangebied is uitgesloten. Conclusie: Binnen het plangebied zijn mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig in de gebouwen aan de Planetenbaan 15 en 16. Daarnaast is een lijnvormig element aanwezig binnen het plangebied met een potentiële functie als vliegroute voor vleermuizen. Daarnaast zijn binnen het plangebied verschillende windluwe plekken aanwezig die kunnen dienen als foerageergebied voor vleermuizen, het voorkomen van essentieel foerageergebied is echter uitgesloten.

Broedvogels Uit de verspreidingsgegevens van de NDFF is gebleken dat binnen en in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend zijn van verschillende soorten broedvogels. In de bomen binnen het plangebied kunnen bijvoorbeeld houtduif en kauw broeden. Voornamelijk de zuidelijke groenstrook is geschikt als broedgebied voor broedvogels. Daarnaast zijn de oevers van de watergang geschikts als broedplaats voor onder andere wilde eend en meerkoet. Tijdens het veldbezoek zijn de bomen nauwkeurig geïnspecteerd op aanwezigheid van horsten (nesten van roofvogels) en ander jaarrond beschermde nesten. Er zijn echter geen nesten van jaarrond beschermde vogels waargenomen. Het voorkomen van jaarrond beschermde nesten is uitgesloten. Conclusie: In het plangebied en de directe omgeving daarvan zijn jaarrond beschermde nesten afwezig. Nesten van algemeen voorkomende soorten zijn niet uitgesloten binnen het plangebied.

5 maart 2021

BH5097WATNT2102241411

8/12

Amfibieën Uit de NDFF blijkt dat in de nabijheid van het plangebied verschillende amfibieën voorkomen. Het gaat hierbij om: gewone pad, kleine watersalamander, bruine kikker, kleine watersalamander, meerkikker en bastaardkikker. Voor deze soorten geldt een vrijstelling voor ruimtelijke ingrepen op basis van de ‘Verordening Natuur en Landschap provincie Utrecht 201711. De algemene zorgplicht is wel van toepassing voor deze soorten. Daarnaast zijn waarnemingen bekend van de rugstreeppad in de omgeving van het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde amfibieën waargenomen. Rugstreeppad De rugstreeppad is een soort van open zandige locaties en/of gebieden met veel ondiep water, zoals poelen, greppels en poldersloten. Vaak is er een goed vergraafbare bodem aanwezig en is er bouwmateriaal om onder te schuilen. Maar de rugstreeppad is ook te vinden in meer stabiele gebieden als vennen in heideterreinen en sloten in akker- en graslandgebieden. De habitat laat zich omschrijven als onbeschaduwde, laagbegroeide terreinen. De rugstreeppad heeft een voorkeur voor in de nabijheid van losgrondige zanderige bodems gelegen snel opwarmende bodemplaatsen en ondiep (tijdelijk) water, die bij voorkeur vegetatieloos en zonder concurrentie van andere amfibieën of van waterinsecten zijn.

Regenplassen en sporen van zware voertuigen waar regenwater in is blijven staan, vormen ideaal voortplantingswater. 12 In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van de rugstreeppad, namelijk ongeveer 1 kilometer ten westen van het plangebied langs de Haarrijnse Plas. Het plangebied ontbreekt aan open zandige locaties en gebieden met veel ondiep water. Daarnaast is binnen het plangebied geen goed vergraafbare bodem aanwezig gezien de bebouwde omgeving. Het voorkomen van leefgebied van de rugstreeppad binnen het plangebied is uitgesloten. Kolonisatie van de rugstreeppad tijdens de uitvoer van de werkzaamheden is ook niet te verwachten, gezien het geschiktere leefgebied langs de Haarrijnse Plas en de tussenliggende A2 die een barrière vormt. Het voorkomen van de rugstreeppad binnen het plangebied is uitgesloten. Conclusie: Het voorkomen van de rugstreeppad binnen het plangebied is uitgesloten.

Reptielen De NDFF bevat waarnemingen van reptielen binnen en nabij het plangebied, namelijk de ringslang (categorie Andere soorten). Ringslang De ringslang is een watergebonden slang en wordt vaak zonnend aangetroffen op dijkjes in de buurt van water. De soort komt veelal voor in waterrijke habitat op zandgronden en op de overgangen van zandgrond naar veen- en kleigronden. 13 Uit de verspreidingsgegevens van de NDFF zijn enkele waarnemingen bekend van de ringslang in de omgeving van het plangebied. De dichtstbijzijnde waarneming is gedaan langs het spoor circa 200 meter ten oosten van het plangebied. De groenstrook langs het spoor, de zuidelijke groenstrook en de watergang langs de Maarsenbroeksedijk staan in verbinding met elkaar. In het plangebied zelf is vanwege bebouwde omgeving geen geschikt leefgebied voor ringslang aanwezig, daarnaast ontbreken geschikte voortplantingsplaatsen (broeihopen) voor ringslangen. Het voorkomen van de ringslang binnen het plangebied is uitgesloten. Het zeer sporadisch voorkomen van migrerende 11

Provincie Utrecht 2016. Verordening Natuur en Landschap provincie Utrecht 2017 Bij12: Kennisdocument Rugstreeppad: https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-017-KennisdocumentRugstreeppad-1.0.pdf, geraadpleegd 4-3-2021 13 RAVON, 2021. https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/ringslang, geraadpleegd op 5-3-2021 12

5 maart 2021

BH5097WATNT2102241411

9/12

individuen in de zuidelijke groenstrook en de oever van de watergang langs de Maarsenbroeksedijk is niet uitgesloten. Conclusie: Binnen het plangebied komen geen reptielen voor. Binnen de zuidelijke groenstrook en de oever van de watergang langs de Maarsenbroeksedijk kan een sporadisch migrerend individu van de ringslang voorkomen.

Vissen In de omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde vissen. De meeste beschermde vissoorten zijn soorten uit beken (elrits, beekdonderpad, beekprik), snelstromende rivieren (gestippelde alver), verlande watergangen met een sliblaag en rijke onderwatervegetatie (grote modderkruiper), watergangen met koel en zuurstofrijk water (kwabaal) of vissoorten (houting, steur) die in rivieren of zijarmen hun paaiplaatsen hebben. Dergelijk biotoop ontbreekt in het plangebied. Hierdoor is het voorkomen van (beschermde) vissoorten uitgesloten. Bovendien worden in het plangebied geen werkzaamheden aan wateren verricht die geschikt zijn voor beschermde vissoorten. Conclusie: Binnen het plangebied komen geen (beschermde) vissen voor.

Ongewervelden Uit de NDFF blijkt dat er in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend zijn van de grote vos, gevlekte witsnuitlibel (categorie Habitatrichtlijn) en platte schijfhoren. Grote vos In de omgeving van het plangebied zijn twee waarnemingen bekend van de grote vos, beide uit een woonwijk in Maarssenbroek. De grote vos komt vooral voor in vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. Ook zwervende individuen worden vooral in een bosrijke omgeving gevonden. De vlinders zijn vooral te vinden op warme, zonnige, open maar beschutte plaatsen. Ook moeten er geschikte plaatsen zijn om te overwinteren, zoals holle bomen of stapels hout.14 Bovengenoemd biotoop is binnen het plangebied en in de directe omgeving hiervan niet aanwezig. Het voorkomen van leefgebied binnen het plangebied van de grote vos is uitgesloten. Gevlekte witsnuitlibel In de omgeving van het plangebied zijn enkele waarnemingen gedaan van de gevlekte witsnuitlibel, voornamelijk rondom de Haarrijnse Plas. De meeste gevlekte witsnuitlibellen zijn te vinden bij verlandingszones van laagveenmoerassen. Daarnaast kunnen ze voorkomen in bosplassen en verlandingszones van hoogveen- en heidevennen op de hoge zandgronden en randzones van hoogveen. In de duinen is de soort gevonden bij verlandingsvegetaties met een laagveenkarakter.

Deze biotooptypen hebben met elkaar gemeen dat het water helder, ondiep (één meter of minder), matig voedselrijk en beschut gelegen is.15 In het plangebied is geen van de hierboven genoemde geschikte habitattypen aanwezig voor de gevlekte witsnuitlibel en het voorkomen van deze soort is uitgesloten.

14

Vlinderstichting, 2021. https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/grotevos, geraadpleegd op 5-3-2021. 15 Vlinderstichting, 2021. www.vlinderstichting.nl/libellen/overzicht-libellen/details-libel/gevlektewitsnuitlibel, geraadpleegd op 5-3-2021.

5 maart 2021

BH5097WATNT2102241411

10/12

Platte schijfhoren Uit de geraadpleegde verspreidingsgegevens van de NDFF zijn waarnemingen bekend van de platte schijfhoren in de omgeving van het plangebied. De waarnemingen zijn gedaan twee kilometer ten noorden van het plangebied in watergangen in de polder Nijenrode. De platte schijfhoren komt voor in zoete, heldere en schone wateren met een rijke begroeiing. Vaak in draadalg-vegetaties. Ook komt de platte schijfhoren voor in andere vegetaties, zoals in wateren met krabbescheer. Daarnaast soms op de wortels van o.a. lisdodde en vergelijkbare oevergebonden planten. De soort leeft niet in verontreinigd of brak water. Bovengenoemde watergangen zijn niet aanwezig binnen het plangebied. Het voorkomen van leefgebied van de platte schijfhoren binnen het plangebied is uitgesloten. Conclusie: Binnen het plangebied komen de grote vos, gevlekte witsnuitlibel en platte schijfhoren niet voor.

Samenvatting In onderstaande tabel (Tabel 4-1. Mogelijk aanwezige soorten in het plangebied.) is weergegeven welke beschermde soorten mogelijk voorkomen in het plangebied. Daarnaast is weergegeven welke functie het plangebied mogelijk heeft voor deze soorten en tot welke beschermingscategorie ze behoren. Tabel 4-1. Mogelijk aanwezige soorten in het plangebied. Soortgroep

Mogelijke functie van plangebied

Bescherming onder Wnb

Steenmarter, kleine marterachtigen en eekhoorn

Steenmarter en kleine marterachtigen: allesomvattend leefgebied binnen de groenstrook ten zuiden van het plangebied. Sporadisch migrerende individuen.

Artikel 3.3

Vleermuizen

Baardvleermuis, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis en watervleermuis

Mogelijke verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten binnen gebouw aan de Planetenbaan 15 en 16. Daarnaast foerageergebied en vliegroute langs Maarsenbroeksedijk (niet essentieel)

Artikel 3.5

Broedvogels

o.a. houtduif, koolmees, groene specht, zwarte kraai, gaai en roodborst

Nesten (niet-jaarrond beschermd)

Artikel 3.1

Ringslang

Zeer sporadisch migrerend individu (binnen zuidelijke groenstrook en oever van watergang langs Maarsenbroeksedijk)

Artikel 3.5

Grondgebonden zoogdieren

Reptielen

5 maart 2021

Mogelijk voorkomende soorten

BH5097WATNT2102241411

11/12

Conclusie Binnen het plangebied kunnen verschillende beschermde soorten voorkomen. Hieronder worden de in het plangebied mogelijk voorkomende beschermde soorten genoemd. Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied is geen leefgebied van beschermde grondgebonden zoogdieren aanwezig. Het voorkomen van leefgebied van kleine marterachtigen en de steenmarter binnen de zuidelijk gelegen groenstrook is niet op voorhand uitgesloten. Daarnaast kunnen de steenmarter, kleine marterachtigen en eekhoorn sporadisch migrerend voorkomen binnen het plangebied. Vleermuizen Binnen het plangebied zijn mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig in de gebouwen aan de Planetenbaan 15 en 16. Daarnaast is een lijnvormig element aanwezig binnen het plangebied met een potentiële functie als vliegroute voor vleermuizen. Daarnaast zijn binnen het plangebied verschillende windluwe plekken aanwezig die kunnen dienen als foerageergebied voor vleermuizen, het voorkomen van essentieel foerageergebied is echter uitgesloten. Broedvogels In het plangebied en de directe omgeving daarvan zijn jaarrond beschermde nesten afwezig. Nesten van algemeen voorkomende soorten zijn niet uitgesloten binnen het plangebied. Ringslang Binnen de zuidelijke groenstrook en de oever van de watergang langs de Maarsenbroeksedijk kan een sporadisch migrerend individu van de ringslang voorkomen.

5 maart 2021

BH5097WATNT2102241411

12/12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2036/documents/42658