Vergadervragen, inc beantwoording, SSV inzake GR Sociaal Domein Utrecht West.pdf
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Samen Stichtse Vecht, 8 februari 2026 Door Samen Stichtse Vecht zijn vragen gesteld naar aanleiding van de informatieve commissie op 20 januari 2026 en ter voorbereiding op de commissie van 10 februari 2026. Voor de commissievergadering van 10 februari is het raadsvoorstel over de vorming van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht-West geagendeerd. Onderstaand beantwoorden we in deel 1 de vragen die betrekking hebben op de GR-vorming; in deel 2 de overige vragen, die zijn gesteld. Deel 1: vragen over de vorming van de GR Vraag: In het concept staat het volgende: het afstemmen van regels over: i. te verlenen individuele maatwerkvoorzieningen en overige voorzieningen; ii. ii. de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele maatwerkvoorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, en iii. iii. toegang tot en de toekenning van individuele maatwerkvoorzieningen; Onder i staat de toevoeging en overige voorzieningen. Wat wordt precies bedoeld met “overige voorzieningen”? Het is toch niet de bedoeling dat de GR gaat over bijvoorbeeld schuldhulpverlening, inburgering, buurtwerk, mantelzorgondersteuning, algemeen toegankelijke voorzieningen en of vervoersdiensten ed.
Dus wilt u ons aangeven wat hier exact mee wordt bedoeld en of dat echt onder de reikwijdte moet vallen van deze GR. Kunt u de vraag beantwoorden met in gedachten onze rol als raad om lokaal beleid en koers te bepalen? Antwoord: Het betreft hier overige voorzieningen die ook vanuit de toegang van gemeenten kunnen worden ingezet. Denk bijvoorbeeld aan doelgroepenvervoer, leerlingenvervoer, of mogelijk collectief aanbod dat we lokaal of regionaal gaan ontwikkelen, zoals bijvoorbeeld aanbod voor kinderen van ouders met psychische problemen of verslavingsproblemen (KOPP/KOV). De verordening voor doelgroepenvervoer en leerlingenvervoer wordt lokaal door de raden vastgesteld, maar de werkwijze rond de toegang stemmen we regionaal af. De raad kan hier zelf lokale keuzes in maken. Vraag. ii de wijze waarop de toegang en de toekenning van een individuele maatwerkvoorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen? Betekent het dat de GR in een casus dan de casusregie krijgt? Wij vragen ons af hoe we deze zinsnede moeten lezen. Antwoord: Nee, de GR krijgt geen casusregie. De toegang tot de maatwerkvoorzieningen blijft lokaal, evenals de casusregie op de inzet van deze voorzieningen voor de inwoner. Per 1 januari 2027 gebeurt dat in Stichtse Vecht vanuit de nieuwe gemeentelijke toegang. Vraag. Dan over punt b, het vaststellen van een regiovisie.
De term regiovisie is niet ingeperkt tot alleen jeugdhulp, zoals wettelijk beoogd. Boven in de tekst kan dan wel staan jeugdwet en de wet maatschappelijke ondersteuning 2015, maar dat staat er niet als het gaat over een regiovisie. Vraag tot wat beperkt zich de regiovisie? Hoe verhoudt de regiovisie zich tot het nieuw vast te stellen integraal kader sociaal domein SV? Dus wat is leidend? 1
De raad heeft zich vaker uitgesproken om sociaal domein echt integraal te benaderen met het accent op preventie? Antwoord De regiovisie bepaalt het beleid voor de specialistische Jeugdhulp en de maatwerkvoorzieningen Wmo. Deze raadsbevoegdheid wordt overgedragen aan de GR. Hier volgt het te actualiseren Integraal Beleidskader Sociaal Domein de Regiovisie Jeugdhulp en Wmo 2025-2029, die 1 april 2025 is vastgesteld door uw gemeenteraad. In deze Regiovisie is ook veel aandacht voor het versterken van preventieve ondersteuning en het normaliseren van opvoedvragen, die aansluit bij de visie van Stichtse Vecht en ook de landelijke kaders, zoals bijvoorbeeld de Hervormingsagenda Jeugd. De toegang en de inrichting van de sociale en pedagogische basis blijft een lokale raadsbevoegdheid. Hier is het Integraal Beleidskader dat lokaal door de raad is vastgesteld, en op dit moment wordt geactualiseerd, leidend. Het Integraal beleidskader Sociaal Domein is ook breder dan alleen de maatwerkvoorzieningen Jeugdwet en Wmo. Het omvat bijvoorbeeld ook de schuldhulpverlening, participatie, werk en inkomen en bestaanszekerheid, naast inzet op preventie en gezondheidsbeleid. Vraag Dan de vraag over vaststellen van regels. Hou verhouden uitvoeringsregels zich ten opzichte van verordeningen? We stellen immers lokaal de verordeningen vast.
Zijn dan de verordeningen leidend voor wat betreft de regels? Of kunnen de regels onafhankelijk van wat er in de verordening staat, worden vastgesteld? Antwoord In artikel 1, sub b onder v en vi wordt aangegeven welke regels (= verordeningen) worden vastgesteld door het algemeen bestuur, omdat de raden deze bevoegdheid overdragen aan het algemeen bestuur van SDUW. Alle overige verordeningen worden lokaal door de gemeenteraad vastgesteld. Als een lokale verordening nadere invulling behoeft, dan stelt het college daarvoor de uitvoeringsregels vast binnen de kaders van die verordening. Uitvoeringsregels betreffen dus de uitvoerende ‘speelruimte’ die door de colleges wordt ingevuld binnen het kader van de door de raden vastgestelde lokale verordeningen. Vraag Dan ten aanzien van punt c contracteren of subsidiëren etc. In ii staat opgenoemd producten en diensten waaronder in ieder geval…….. Wat betekent hier in ieder geval? Betekent dat dat de lijst niet limitatief is? Waarom worden hier niet de scootmobielen, rolstoelen, en andere hulpmiddelen genoemd? Antwoord Deze lijst is inderdaad niet limitatief, het zijn voorbeelden, het is ondoenlijk om alle mogelijke maatwerkvoorzieningen te noemen. Bovendien is het ondersteuningsaanbod in ontwikkeling en blijft het zo mogelijk om nieuw aanbod (bijvoorbeeld de huidige inkoop van Hoog Specialistische Jeugdhulp) toe te voegen.
Vraag Dan onder iii overige regionale inkoop- en subsidietrajecten die zien op de JW en WMO 2015. Dit betekent dat de gezamenlijke gemeenteraden een regionaal inkoopbeleid en subsidiebeleid moeten vaststellen. Wanneer staan deze beleidskaders voor besluitvorming op de verschillende raadsagenda’s? Dat doet de GR voor die voorzieningen die in de GR zijn ondergebracht. De raad heeft immers de bevoegdheid om kaders te stellen aan inkoop en aanbesteding en voor subsidies. 2
Hoe verhoudt zich punt iii tot art 212 van de gemeentewet? En hoe verhoudt zich dat tot lid 2? Immers heeft de raad ook de bevoegdheid via verordening financiële kaders t.a.v. inkoop en aanbesteding etc vast te leggen. Deze worden in lid 2 niet genoemd? Antwoord: De raad geeft met het door haar vastgestelde beleidskader de inhoudelijke kaders mee voor inkoop- en subsidietrajecten. Het college is verantwoordelijk voor de concrete uitwerking van dit beleid in een inkoopstrategie en de daadwerkelijke inkoop en aanbesteding van zorg. De bevoegdheid tot het vaststellen van beleid wordt voor de onder iii genoemde onderwerpen overgedragen aan de GR. Artikel 212 Gemeentewet gaat over iets anders. Dit artikel regelt de interne financiële inrichting van de gemeente. De raad richt de interne gemeentelijke financiële organisatie in door middel van het vaststellen van een financiële verordening (let op: dit betreft dus interne inrichting en betreft geen algemeen verbindend voorschrift dat rechtstreeks burgers bindt zoals bijvoorbeeld een APV of een algemene subsidie verordening). Artikel 37 van de GR SDUW spreekt ook over een financiële verordening. De in artikel 37 bedoelde financiële verordening ziet op de interne financiële inrichting van de het openbaar lichaam SDUW.
Net zoals een gemeente besluit over haar eigen financiële inrichting van de organisatie, zo besluit ook het algemeen bestuur van SDUW over haar eigen financiële inrichting van de organisatie. Dit komt voort uit de Wet gemeenschappelijke regelingen, waarin is opgenomen dat artikel 212 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing is op een openbaar lichaam in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Alle bevoegdheden bij of krachtens de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, inclusief het vaststellen van verordeningen op grond van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, worden voor zover benodigd voor de uitvoering van de taken vermeld in het eerste lid door de raden en de colleges, voor zover de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 het toelaten, aan Sociaal Domein Utrecht West overgedragen. Daaronder valt ook het vaststellen van (regionaal) beleid (zie artikel 4, lid 1 sub b, onder ii en iii in samenhang met artikel 4 lid 1 sub c en onder i en ii). Oftewel, de raden dragen de bevoegdheid tot het vaststellen van regionaal beleid van specialistische jeugdhulp en Wmo maatwerkvoorzieningen over aan SDUW. De colleges dragen de bevoegdheid tot inkopen en subsidiëren over aan SDUW. SDUW is dus bevoegd tot het inkopen door contractering of subsidiëring van jeugdhulp en Wmo maatwerk voorzieningen.
‘Inkopen’ door subsidiëring vindt plaats binnen de kaders van de (plaatselijke) algemene subsidieverordeningen, die moeten daarvoor dus op elkaar afgestemd zijn en voldoende ruimte bieden aan de GR. Vraag: Dan ten aanzien van lid 2, welke verordeningen dragen we over aan de GR. Graag een expliciet overzicht waar de lokale raden de bevoegdheid van overdragen? Dus graag zien we een concreet overzicht van welke verordening en nadere regels nodig zijn; met tijdspad vermeld en door welk orgaan het besluit genomen gaat worden Antwoord: In artikel 4 worden de bevoegdheden genoemd, die betrekking hebben op de overdracht van college- en raadsbevoegdheden met betrekking tot verordeningen en beleidsregels. Alleen de regels (verordening) over de wijze waarop de hoogte van een PGB op grond van de Jeugdwet of de Wmo2015 wordt vastgesteld en de regels (verordening) over bestrijding van misbruik van ten onrechte ontvangen voorzieningen of PGB of misbruik en oneigenlijk gebruik van de Jeugdwet of de Wmo2015 worden overgedragen aan het AB. Alle overige verordeningen blijven een lokale (raads)bevoegdheid. 3
Op dit moment is er nog geen concrete planning voor het vaststellen van de regels voor de GR. Maar op het moment dat de GR in werking treedt zal het algemeen bestuur onder andere ook de aan haar overgedragen bevoegdheid tot het vaststellen van verordeningen moeten uitoefenen. Daarom worden voorafgaand aan 1 januari 2027 deze regionale verordeningen voorbereid en na inwerkingtreding van de GR door het algemeen bestuur vastgesteld. Vraag: Hoe borgt de GR dat lokale beleidswensen, zoals het levenslang beschikken bij chronische ziekten, overeind blijft? Antwoord: Dat blijft lokaal, omdat de verordening lokaal wordt vastgesteld. Vraag: Tot slot willen we nog graag weten, wanneer we een eerste conceptbegroting kunnen verwachten t.a.v. de vorming GR, de budgetten voor jeugdhulp en WMO die worden overdragen aan de GR. Antwoord: De conceptbegroting voor de GR bevat alleen de organisatiekosten voor uitvoering van de taken die daar belegd worden. De zorgkosten (budgetten jeugdhulp en Wmo) blijven bij de gemeenten, zoals nu ook het geval is. De ontwerpbegroting voor de GR komt voor een zienswijze in Q2 2026 (medio juni) naar de raad. En wordt verwerkt in de gemeentelijke begroting voor 2027.
Vraag: Er zijn geen bepalingen opgenomen over archiefbeheer, het aanwijzen van een archiefbewaarplaats, het toezicht op archiefbeheer noch over de verantwoording van de archivaris of de terbeschikkingstelling van stukken door de deelnemers. Ik neem aan dat deze nog moeten worden opgenomen in de GR conceptregeling? Ik vraag dit omdat Montfoort een eigen archief heeft en wij bijvoorbeeld een Regionaal Archief. In het kader van efficiency lijkt het mij niet logisch dat alles op verschillende plekken gearchiveerd gaat worden? Dus welk archief wordt dan gemeenschappelijke aangewezen als centrale bewaar en beheerplaats? Antwoord: In artikel 50, 51 en 52 zijn de bepalingen over archivering opgenomen. Alles wat lokaal blijft (qua taken) valt onder de archiefregeling van de eigen gemeente. Alle documentatie/besluiten etc die uit hoofde van gedelegeerde taken/bevoegdheden aan de GR SDUW zijn overgedragen vallen onder de verantwoordelijkheid qua archivering van de GR. Daarvoor is archiefbewaarplaats Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard aangewezen in de GR. Daarnaast stelt het AB nog nadere regels over de archivering. Alles is dus volgens mij al prima geregeld (of wordt nog nader uitgewerkt, maar dat is een verplichting voor het AB, en geen vrijblijvendheid). Vraag Even voor mij als raadslid hoe wij richting zouden kunnen geven aan de conceptregeling.
Bij mijn weten is de procedure als volgt - de raad krijgt het ontwerp GR voorgelegd waarop zij haar zienswijze kan geven -de raad en college dienen een zienswijze - de regeling met al dan niet aanpassingen ingediend via zienswijzen wordt vastgesteld door het AB - en de gemeenteraden krijgen het definitieve voorstel te besluitvorming voorgelegd. De procedure nu is dat we een RVS krijgen om akkoord te gaan met het treffen van een GR en volgens punt 2 hebben we allen nog recht op zienswijze op de P&C cyclus. Dat lijkt mij geen juiste gang van zaken. 4
Dus graag zou ik vernemen hoe dit RVS zich verhoudt tot de gangbare procedure. Ik ben van mening dat er een conceptregeling had moeten liggen met een opzet zienswijze. Dus graag met spoed opheldering, omdat ik denk dat de manier waarop het nu geagendeerd is niet kan. Antwoord: Dat heeft inderdaad te maken met de aard van de regeling. De geschetste procedure (met zienswijze op de ontwerpregeling) is met de wijziging van de Wgr per 1 juli 2022 in de wet verankerd om raden meer grip en democratische controle te geven op collegeregelingen. Dat zijn regeling die colleges treffen en waar het alleen bevoegdheden betreft van colleges. Voorheen konden raden alleen toestemming onthouden op het treffen van een regeling door colleges bij strijd met de wet of het algemeen belang (en daarvan is niet snel sprake). Verder was er nagenoeg geen invloed mogelijk op (de inhoud van) de GR. Dat is per 1 juli 2022 veranderd omdat raden nu een zienswijze mogen geven op de ontwerpregeling, en daarna nog toestemming moeten verlenen. Als gezegd: dat geldt voor een collegeregeling. In het geval van de GR Sociaal Domein Utrecht West gaat het om een gemengde regeling met raden en colleges. Dat is een ander type regeling. De raden brengen raadsbevoegdheden en de colleges brengen collegebevoegdheden in.
Bij een dergelijke gemengde regeling zijn de raden dus zelf deelnemer en beslissen zelf (mede) over het treffen van de regeling, en geven daarnaast ook nog toestemming aan de colleges om met de raden gezamenlijk een regeling te treffen. De invloed van de raden in bij dit type gemeenschappelijk regeling dus veel groter. Ze beslissen mee over het treffen van de regeling en de inhoud van de regeling. Daarnaast wijzen de raden de leden van het algemeen bestuur aan. Overigens is dit allemaal niet veranderd met de wijziging van de wet in 2022. Deze sterke invloed was er al voor regeling waar raden aan deelnamen en is hetzelfde gebleven voor wat betreft het treffen van een gemengde regeling waar ook raden aan deelnemen. Deel 2: deze vragen hebben geen betrekking op de GR regeling en het voorliggende besluit. Vraag: i. toegang tot en de toekenning van individuele maatwerkvoorzieningen Bij de informatieve commissie werd als antwoord op de vraag van Streekbelangen door commissielid Jacqueline Gomez wanneer de termijnen als iemand zich bij het VIA meldt voor een ondersteuningsvraag, het antwoord gegeven dat termijn pas gaan gelden als de inwoner zich daadwerkelijk bij de gemeente heeft gemeld. Dus dat de wettelijke termijnen niet gaan lopen als een inwoner de vraag voorlegt aan het VIA. Dit verhoudt zich niet met de jurisprudentie op dit vlak.
Een gemeente die een zogenaamd voorportaal voor de toegang organiseert (lees VIA), moet het voorportaal zien als onderdeel van de Toegang/Wijkteam en dat betekent zoveel als dat een vraag die daar gemeld wordt, niet ontslagen is van de gemeentelijke taak, nl het doen van onderzoek binnen de termijn van 6 weken. Antwoord Dit is geen correcte weergave van de positie van VIA. VIA is geen voorportaal van de gemeentelijke toegang, eerder een voorportaal van het voorveld, de partijen die ondersteuning bieden vanuit de sociale en pedagogische basis. VIA is het Vraag, informatie en adviespunt voor inwoners, die niet weten waar ze met een hulpvraag naar toe moeten. VIA geeft dus direct informatie en advies of verwijst naar een passende partij bij de vraag. VIA doet nadrukkelijk geen onderzoek naar de specifieke situatie van de inwoner. Er is hier dus geen sprake van een melding of aanvraag zoals bedoeld in de Wmo of Jeugdwet met bijbehorende termijnen voor het doen van onderzoek. 5
VIA zal een concrete melding of aanvraag (“ik wil een ADHD onderzoek voor mijn kind”) doorverwijzen naar de gemeentelijke toegang. Vraag a. Hoe verhoudt zich dit tot de organisatie VIA, Toegang en GR? Antwoord: Zie het voorgaande antwoord over de verhouding tussen VIA en de gemeentelijke toegang. Als de toegang een indicatie afgeeft voor jeugdhulp of een maatwerkvoorziening Wmo, dan gaat er een opdracht naar de zorgaanbieder, die gecontracteerd is vanuit de GR. Vraag b. En als vervolgvraag hoe zijn de afspraken nu gemaakt met de partners die de VIA vormen? Welke wachttijden zijn met hen vastgelegd en welke procedure is er afgesproken over overdracht VIA naar wijkteam? En over termijnen. Antwoord: VIA registreert geen specifieke gegevens over de inwoner, alleen algemene gegevens over type ondersteuningsvraag en postcode, vanwege de geografische spreiding van bezoekers. Er zijn met VIA partijen afspraken gemaakt over de invulling van het informatie en adviesgesprek, maar er wordt niet gemonitord op het traject van een specifieke inwoner. Daarom zijn er ook geen afspraken gemaakt over termijnen of wachttijden. In principe wordt een vraag van een inwoner direct beantwoord, dan wel verwezen naar een passende partij voor ondersteuning. Er is op dit moment een casuïstiek overleg van VIA partners, TIM SV en andere partijen in het voorveld (bijv. LEEF).
Daarin wordt casuïstiek besproken waarvan het niet eenduidig is wat de best passende plek is om de vraag op te pakken. Vraag. Is het in kaart brengen van de hulp/ondersteuningsvraag door het VIA gelijkwaardig aan het “gemeentelijk verplicht onderzoek”? Antwoord: Nee, dat is niet gelijkwaardig aan elkaar. VIA doet een snelle quick scan om te kijken door wie de vraag van de inwoner het beste opgepakt kan worden. Als dat de gemeentelijke toegang is, dan wordt daarnaar doorverwezen. De toegang start – indien nodig – het onderzoek conform de CRvB stappen, zoals ook opgenomen in onze verordening.
6
5-2-2026
Beste Else, Excuses voor het ongemak, maar ik heb nog een paar aanvullende vragen over de conceptregeling GR Er zijn geen bepalingen opgenomen over archiefbeheer, het aanwijzen van een archiefbewaarplaats, het toezicht op archiefbeheer noch over de verantwoording van de archivaris of de terbeschikkingstelling van stukken door de deelnemers. Ik neem aan dat deze nog moeten worden opgenomen in de GR conceptregeling? Ik vraag dit omdat Montfoort een eigen archief heeft en wij bijvoorbeeld een Regionaal Archief. In het kader van efficiency lijkt het mij niet logisch dat alles op verschillende plekken gearchiveerd gaat worden? Dus welk archief wordt dan gemeenschappelijke aangewezen als centrale bewaar en beheerplaats? Nogmaals met dank en groet en het verzoek de beantwoording te plaatsen in het RIS. Ri?tte
Beste Else, Naar aanleiding van het vergaderonderwerp oprichting openbaar lichaam heeft onze fractie nog een aantal vergadervragen. (Mede gelet op de informatieve commissie over GR en Toegang). In het concept staat het volgenden: het afstemmen van regels over: i. te verlenen individuele maatwerkvoorzieningen en overige voorzieningen; ii. ii. de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele maatwerkvoorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, en iii. iii. toegang tot en de toekenning van individuele maatwerkvoorzieningen; Onder i staat de toevoeging en overige voorzieningen. Wat wordt precies bedoeld met “overige voorzieningen”? Het is toch niet de bedoeling dat de GR gaat over bijvoorbeeld schuldhulpverlening, inburgering, buurtwerk, mantelzorgondersteuning, algemeen toegankelijke voorzieningen en of vervoersdiensten ed. Dus wilt u ons aangeven wat hier exact mee wordt bedoeld en of dat echt onder de reikwijdte moet vallen van deze GR. Kunt u de vraag beantwoorden met in gedachten onze rol als raad om lokaal beleid en koers te bepalen. ii de wijze waarop de toegang en de toekenning van een individuele maatwerkvoorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen? Betekent het dat de GR in een casus dan de casusregie krijgt? Wij vragen ons af hoe we deze zinsnede moeten lezen. iv.
toegang tot en de toekenning van individuele maatwerkvoorzieningen Bij de informatieve commissie werd als antwoord op de vraag van Streekbelangen door commissielid Jacqueline Gomez wanneer de termijnen als iemand zich bij het VIA meldt voor 7
een ondersteuningsvraag, het antwoord gegeven dat termijn pas gaan gelden als de inwoner zich daadwerkelijk bij de gemeente heeft gemeld. Dus dat de wettelijke termijnen niet gaan lopen als een inwoner de vraag voorlegt aan het VIA. Dit verhoudt zich niet met de jurisprudentie op dit vlak. Een gemeente die een zogenaamd voorportaal voor de toegang organiseert (lees VIA), moet het voorportaal zien als onderdeel van de Toegang/Wijkteam en dat betekent zoveel als dat een vraag die daar gemeld wordt, niet ontslagen is van de gemeentelijke taak, nl het doen van onderzoek binnen de termijn van 6 weken. Hoe verhoudt zich dit tot de organisatie VIA, Toegang en GR? En als vervolgvraag hoe zijn de afspraken nu gemaakt met de partners die de VIA vormen? Welke wachttijden zijn met hen vastgelegd en welke procedure is er afgesproken over overdracht VIA naar wijkteam? En over termijnen. Is het in kaart brengen van de hulp/ondersteuningsvraag door het VIA gelijkwaardig aan het “gemeentelijk verplicht onderzoek”? Dan over punt b, het vaststellen van een regiovisie. De term regiovisie is niet ingeperkt tot alleen jeugdhulp, zoals wettelijk beoogd. Boven in de tekst kan dan wel staan jeugdwet en de wet maatschappelijke ondersteuning 2015, maar dat staat er niet als het gaat over een regiovisie.
Vraag tot wat beperkt zich de regiovisie? Hoe verhoudt de regiovisie zich tot het nieuw vast te stellen integraal kader sociaal domein SV? Dus wat is leidend? De raad heeft zich vaker uitgesproken om sociaal domein echt integraal te benaderen met het accent op preventie? Dan de vraag over vaststellen van regels. Hou verhouden uitvoeringsregels zich ten opzichte van verordeningen? We stellen immers lokaal de verordeningen vast. Zijn dan de verordeningen leidend voor wat betreft de regels? Of kunnen de regels onafhankelijk van wat er in de verordening staat, worden vastgesteld? Dan ten aanzien van punt c contracteren of subsidi?ren etc In ii staat opgenoemd producten en diensten waaronder in ieder geval…….. Wat betekent hier in ieder geval? Betekent dat dat de lijst niet limitatief is? Waarom worden hier niet de scootmobielen, rolstoelen, en andere hulpmiddelen genoemd? Dan onder iii overige regionale inkoop- en subsidietrajecten die zien op de JW en WMO 2015. Dit betekent dat de gezamenlijke gemeenteraden een regionaal inkoopbeleid en subsidiebeleid moeten vaststellen. Wanneer staan deze beleidskaders voor besluitvorming op de verschillende raadsagenda’s? De raad heeft immers de bevoegdheid om kaders te stellen aan inkoop en aanbesteding en voor subsidies.
Hoe verhoudt zich punt iii tot art 212 van de gemeentewet? En hoe verhoudt zich dat tot lid 2? Immers heeft de raad ook de bevoegdheid via verordening financi?le kaders t.a.v. inkoop en aanbesteding etc vast te leggen. Deze worden in lid 2 niet genoemd? Alle bevoegdheden bij of krachtens de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, inclusief het vaststellen van verordeningen op grond van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, worden voor zover benodigd voor de uitvoering van de taken vermeld in het eerste lid door de raden en de colleges, voor zover de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 het toelaten, aan Sociaal Domein Utrecht West overgedragen. 8
Dan ten aanzien van lid 2, welke verordeningen dragen we over aan de GR. Graag een expliciet overzicht waar de lokale raden de bevoegdheid van overdragen? Dus graag zien we een concreet overzicht van welke verordening en nadere regels nodig zijn; met tijdspad vermeld en door welk orgaan het besluit genomen gaat worden Hoe borgt de GR dat lokale beleidswensen, zoals het levenslang beschikken bij chronische ziekten, overeind blijft? Tot slot willen we nog graag weten, wanneer we een eerste conceptbegroting kunnen verwachten t.a.v. de vorming GR, de budgetten voor jeugdhulp en WMO die worden overdragen aan de GR. Dankjewel Else voor je hulp en medewerking. Graag zien wij de beantwoording in het RIS geplaatst worden. Fijne dag, Ri?tte
9