CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitwerking bestuursopdracht voorveld definitief.pdf

Raad 9 juli 2024, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 5.: Kadernota 20257.538 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

17 april 2024

Inhoud 1. Inleiding ............................................................................................................................................... 1 Bestuursopdracht ............................................................................................................................. 1 Aanpak ............................................................................................................................................. 1 Leeswijzer ........................................................................................................................................ 1 2. Wat verstaan we onder voorveld? ....................................................................................................... 2 Het begrip sociale basis ontrafeld in drie sferen .............................................................................. 2 Het gebruik van het begrip ‘voorveld’ in Stichtse Vecht ................................................................... 2 De bestuursopdracht voorveld richt zich op de institutionele sociale basis ..................................... 3 3. Nut en noodzaak van een sterk voorveld ............................................................................................ 4 Wetten, akkoorden en ontwikkelingen die leidend zijn ....................................................................

4 Lokale invulling wettelijke verplichtingen ......................................................................................... 4 De opgave en de rol van het voorveld ............................................................................................. 4 4. De huidige organisatie van het voorveld ............................................................................................. 6 Welke organisaties zijn actief? ......................................................................................................... 6 Financiering ...................................................................................................................................... 6 Waar zit overlap? ............................................................................................................................. 7 Wat ontbreekt en waar is behoefte aan? ......................................................................................... 7 5. Wat is er nodig in het voorveld? ........................................................................................................ 11 Informatie en advies ........................................................................................................................... 11 Eén herkenbaar informatie- en adviespunt voor alle sociale vragen .............................................

11 Wat verandert er hierdoor? ............................................................................................................ 12 Randvoorwaarde: communicatiecampagne ................................................................................... 12 Lichte vormen van ondersteuning ...................................................................................................... 12 Wat is al extra ingezet in 2024? ..................................................................................................... 12 Wat is aanvullend nodig? ............................................................................................................... 12 Ontmoeten ......................................................................................................................................... 13 Uitbreiden opbouwwerk .................................................................................................................. 13 Stimuleren inzet budgetten voor inwonersinitiatieven .................................................................... 14 Bibliotheek ......................................................................................................................................... 14 6. Keuzemogelijkheden in de vorm van scenario’s ............................................................................... 15 7.

Financiële effecten ............................................................................................................................ 20 Scenario 1 Activeren partijen ......................................................................................................... 20 Scenario 2 Activeren inwoners ....................................................................................................... 20 Scenario 3 Actief in de kernen ....................................................................................................... 21 8. Sturen in het voorveld........................................................................................................................ 22 Samenwerking in Stichtse Vecht .................................................................................................... 22 Monitoren van effecten ................................................................................................................... 22

1. Inleiding In het coalitieakkoord 2022-2026 (Bouwen aan een stevig fundament voor Stichtse Vecht) is de ambitie opgenomen om het ‘voorveld’ beter te positioneren. Coalitieakkoord 2022-2026 (Bouwen aan een stevig fundament voor Stichtse Vecht) We zetten in op preventie en vroegsignalering We streven naar een vitale, krachtige en inclusieve samenleving. Door vroegtijdig te investeren in de gezondheid van onze inwoners voorkomen we de inzet van (specialistische) zorg en ondersteuning. Om dat te doen willen we het zogeheten voorveld beter positioneren en de samenwerking tussen de partijen in het voorveld en TIM Stichtse Vecht optimaliseren. We zoeken nadrukkelijk de samenwerking met verschillende partners uit de samenleving om te zorgen voor voldoende toegankelijke en passende voorzieningen en activiteiten. Bij het uitwerken van een toekomstgerichte begroting brengen we ook het sociaal domein goed in kaart. Inzicht in ontwikkelingen, kosten en effecten is essentieel om een verdere koers uit te kunnen zetten gericht op het bieden van (preventieve) zorg waar die nodig en effectief is.

Bestuursopdracht Juli 2024 heeft het college de bestuursopdracht voorveld vastgesteld. De uitwerking van de bestuursopdracht moet inzicht geven in hoe bovenstaande ambitie van het college er uit kan zien. De centrale vraagstelling voor de bestuursopdracht luidt: wat is er nodig voor een sterk voorveld in Stichtse Vecht? Het college heeft daarbij specifiek opdracht gegeven om: 1. • • • 2. 3.

Inzicht te geven in: De huidige organisatie van het voorveld Wat er nodig is in het voorveld Keuzemogelijkheden in de vorm van scenario’s Een afwegingskader op te stellen voor te maken keuzes De uitkomsten te verwerken in de kadernota 2025

Op 13 februari 2024 heeft het college de bestuursopdracht aangevuld. De aanvulling (reflectie overzicht) en oorspronkelijke bestuursopdracht zijn opgenomen in bijlage 1.

Aanpak Voor de uitwerking van de bestuursopdracht hebben we de volgende activiteiten uitgevoerd: • Deskresearch naar huidige situatie, onderzoeken naar rol voorveld en succesfactoren bij andere gemeenten. • Individuele gesprekken met maatschappelijke partners (uit het voorveld, maar ook TIM SV, onderwijs en eerstelijnszorg) • Groepssessies met maatschappelijke partners

Leeswijzer In hoofdstuk 2 en 3 gaan we in op het begrip en de context van het voorveld. Vervolgens beschrijven we in hoofdstuk 4 de huidige situatie van het voorveld in Stichtse Vecht. In hoofdstuk 5 geven we aan wat er nodig is in het voorveld. Daarvoor schetsen we in hoofdstuk 6 drie scenario’s, met bijbehorende voor- en nadelen die gebruikt kunnen worden als afwegingskader. Hoofdstuk 7 bevat de financiële kaders voor de drie scenario’s. Tot slot gaan we in hoofdstuk 8 in op de samenwerking tussen de partijen in het voorveld en de monitoring van effecten.

1

2. Wat verstaan we onder voorveld? In Stichtse Vecht spreken we van ‘voorveld’. In veel andere gemeenten en onderzoeken wordt gesproken over sociale basis. Daar waar in de bestuursopdracht gesproken wordt over ‘sociale basis’ (bijvoorbeeld in het kader van een onderzoek) kan je ook lezen ‘het voorveld’. Uit landelijke onderzoeken blijkt dat er geen eenduidige definitie is over wat het voorveld is. Uiteraard is het wél nodig dat we duidelijk maken wat wij ermee bedoelen. Daarvoor gebruiken we het gespreksmodel van Movisie.1

Het begrip sociale basis ontrafeld in drie sferen Movisie onderscheidt binnen de sociale basis drie sferen: •

De persoonlijke sociale basis bestaat uit de inwoner zelf en diens sociale netwerk.

•

De gemeenschappelijke sociale basis bestaat uit organisaties en activiteiten die door inwoners, vrijwilligers en verenigingen worden georganiseerd.

•

De institutionele sociale basis bestaat uit professionals die, aangestuurd door de overheid, bepaalde voorzieningen bieden zoals buurthuizen, bibliotheken, opbouwwerk, buurtsportcoaches, mantelzorgondersteuning, jeugdgezondheidszorg, preventieve schulddienstverlening.

De partijen in de institutionele sociale basis dragen met hun voorzieningen en activiteiten bij aan het versterken van de persoonlijke en gemeenschappelijke sociale basis. De verschillende sferen en de samenhang worden verduidelijkt in onderstaande figuur. De grenzen tussen de sferen overlappen elkaar en zijn poreus.

Als het gaat over jeugd, dan wordt er ook vaak gesproken over de pedagogische (sociale) basis. De pedagogische basis is kort gezegd het deel van de sociale basis dat bestaat uit alles wat bijdraagt aan het opgroeien, het opvoeden en de ontwikkeling van kinderen en jongeren. 2

Het gebruik van het begrip ‘voorveld’ in Stichtse Vecht Als we in Stichtse Vecht spreken over het voorveld, dan hebben we het vooral over de institutionele sociale basis. Vanuit dit perspectief zien we het voorveld als een middel om de verschuiving van 1 Cijfers en de sociale basis, (Movisie, februari 2023) 2 Opgroeien doe je samen (Nederlands Jeugd Instituut)

2

formele (betaalde) naar informele (vrijwillige) zorg te realiseren. Tegelijkertijd gebruiken we het begrip als een doel waarnaar we streven. De nadruk ligt daarbij meer op de samenleving zelf. Een samenleving waarin inwoners zelf- en samenredzaam zijn, elkaar ondersteunen en waarin hulp vragen en aanbieden aan elkaar normaal is.

De bestuursopdracht voorveld richt zich op de institutionele sociale basis Het voorveld is niet van de gemeente, maar van alle inwoners. Als gemeente hebben we beperkte invloed op de interacties en activiteiten die inwoners met en voor elkaar willen organiseren (de persoonlijke en gemeenschappelijke sociale basis). Op het meer institutionele deel van de sociale basis is de gemeente wél sturend, ook op de benodigde samenwerking. Daarom is de bestuursopdracht enkel gericht op de institutionele sociale basis. De partijen in de institutionele basis moeten ervoor zorgen dat de rest van de sociale basis kan floreren. De bestuursopdracht kunnen we niet los zien van de stijgende zorguitgaven voor Wmo en jeugdhulp. In de bestuursopdracht kijken we wat er in de institutionele sociale basis nodig is om de zorgkosten beheersbaar te houden. Dat doen we aan de hand van de drie basisfuncties in de institutionele sociale basis:3 1. Informatie en advies 2. Lichte vormen van ondersteuning 3. Ontmoeten

3 De sociale basis: terug van weggeweest (startnotitie, Movisie, april 2018)

3

3. Nut en noodzaak van een sterk voorveld Dit hoofdstuk geeft inzicht in de gemeentelijke verantwoordelijkheden en/of taken, die voortvloeien uit de verschillende wetten, landelijke akkoorden en lokaal beleid. Ook beschrijven we een aantal maatschappelijke en demografische ontwikkelingen die van invloed zijn op de positie en inrichting van het voorveld.

Wetten, akkoorden en ontwikkelingen die leidend zijn De gemeente draagt primair de verantwoordelijkheid voor veel sociale basisvoorzieningen, zowel wettelijk als financieel. Onderstaande figuur is een vereenvoudigde weergave van de verplichtingen die voortkomen uit wetten en akkoorden. De inhoud richt zich uitsluitend op taken die verband houden met de sociale en pedagogische basis. Bijlage 2 bevat een uitgebreidere beschrijving van de wettelijke verplichtingen en ontwikkelingen.

Lokale invulling wettelijke verplichtingen De Wmo2015, Jeugdwet en Wet gemeentelijke schuldhulpverlening schrijven niet voor op welke manier we invulling moeten geven aan onze verantwoordelijkheid voor de inzet van algemene voorzieningen, het versterken van sociale samenhang en het opvoedkundig klimaat en vroegsignalering. Gemeenten hebben hier veel vrijheid in. Via ons subsidieprogramma subsidiëren we partijen voor het uitvoeren van deze voorzieningen. Het aanbod is divers, zoals steunpunt mantelzorg, de bibliotheek, dorpshuizen en jeugd- en jongerenwerk. Ook verstrekken we een subsidie aan de GGD regio Utrecht (gemeenschappelijke regeling) voor de publieke gezondheid van onze inwoners.

De opgave en de rol van het voorveld Samen met onze maatschappelijke partners en inwoners staan we voor de opgave om in een tijd van toenemende vraag naar zorg, oplopende personeelstekorten, aangekondigde landelijke bezuinigingen en minder mantelzorgers, goede zorg en ondersteuning te blijven leveren aan iedereen die dat nodig heeft. De behoefte aan hulp en ondersteuning dicht bij het gewone leven wordt steeds groter. Er wordt een groter beroep gedaan op de zelfredzaamheid en samenredzaamheid van inwoners én op de inzet van partijen en voorzieningen in het voorveld. 4

Wat is de rol van het voorveld? Normaliseren van zorg In Stichtse Vecht spreken we over de ‘beweging naar voren’, waarbij we dreigende problemen eerder signaleren en zo normaal mogelijk oplossen. We kijken naar wat een inwoner nodig heeft: zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig. Het voorveld is belangrijk om deze ambitie te kunnen realiseren, omdat het laagdrempelige en lichte ondersteuning biedt en daarmee de instroom in jeugdhulp en Wmo kan beperken. Van zorg naar gezondheid (Positieve Gezondheid) We willen dat inwoners grip op hun eigen leven hebben, zodat zij om kunnen gaan met gebeurtenissen in hun leven die fysieke, emotionele of sociale uitdagingen met zich meebrengen. Daarbij ligt de nadruk op wat wel kan in plaats van wat niet kan. Het gaat erom te accepteren dat het leven ook uitdagingen of tegenslagen kent en om de beste kwaliteit van leven na te streven die past bij de eigen situatie of mogelijkheden. Samenbrengen van vraag en aandacht in de samenleving Het voorveld speelt nadrukkelijk een rol om mensen weer dingen zelf te leren, hen te helpen om hulp te vragen aan het netwerk en om in de samenleving vraag en aandacht bij elkaar te brengen. Dit zorgt voor een afname van vragen bij TIM SV en de gemeentelijke loketten. Sterke sociale relaties zijn ook van groot belang voor een bestaanszeker en stabiel leven.

4 Stimuleren van meedoen en ontplooiing Het voorveld is dé plek om inwoners en gemeenschappen te activeren en met elkaar te verbinden. Wanneer inwoners uitgedaagd worden om te participeren en de mogelijkheid krijgen om talenten, vaardigheden en hulpbronnen te ontwikkelen, vergroten zij hun kwaliteit van leven en worden zij minder afhankelijk van professionele hulp en ondersteuning. Kortom: met een sterk voorveld kunnen we het systeem van hulp en ondersteuning laagdrempelig houden voor de inwoner en beter betaalbaar voor de gemeente. Diverse literatuurstudies ondersteunen de meerwaarde van het voorveld. 5 Met een sterk voorveld: • • • • •

maken we inwoners zelfredzamer; beantwoorden we (hulp)vragen zoveel mogelijk in het normale leven en lossen we ze daar op; hoeven we minder professionele zorg en ondersteuning in te zetten; bevorderen we de maatschappelijke cohesie; beperken we de kostenstijging in het sociaal domein.

4 ‘Van overleven naar bloeien: bestaansonzekerheid voorkomen en verminderen’, advies Raad voor

Volksgezondheid en Samenleving (RVS), 15-02-2024. 5 Leren, sturen en verantwoorden in de sociale basis (Verweij Jonker Instituut, september 2022)

5

4. De huidige organisatie van het voorveld In dit hoofdstuk beschrijven we hoe het voorveld in Stichtse Vecht eruitziet. We laten zien welke partijen en voorzieningen actief zijn en op welke manier het voorveld gefinancierd wordt. Ook maken we inzichtelijk waar de overlap zit in het aanbod van partijen en wat er ontbreekt. Met de aanvulling op de bestuursopdracht is gevraagd ook te kijken naar ‘wat werkt en wat niet’. Daarbij hebben we aangegeven niet te kijken naar de effectiviteit van de inzet van subsidies en interventies (zie de toelichting in het reflectie-overzicht, bijlage 1). Waar we wel naar kijken is: • • •

De manier waarop we het voorveld hebben ingericht. De beschikbaarheid/aanwezigheid van bepaalde voorzieningen en/of partijen. De samenwerking en afstemming tussen partijen.

Deze onderdelen komen terug in dit hoofdstuk en in hoofdstuk 8.

Welke organisaties zijn actief? Hieronder staat een vereenvoudigde weergave van het voorveld in Stichtse Vecht. In bijlage 3 is het totaalbeeld van organisaties terug te vinden.

Financiering Aan het voorveld besteden we als gemeente totaal € 6.848.505. Dit kan worden onderverdeeld naar de gemeenschappelijke sociale basis (€ 536.648) en de verschillende functies in de institutionele sociale basis (€ 6.311.857).

6

We financieren het voorveld met algemene (structurele) middelen en incidentele middelen. De algemene middelen voor het voorveld worden ingezet vanuit het subsidieprogramma, de programmabegroting en een deel van het innovatiebudget. Vanuit het NPO-budget (incidenteel) wordt op dit moment € 18.000 ingezet voor het voorveld. Dat vervalt in 2025. Een deel van GALA/SPUK is ook incidenteel. Daardoor neemt het totale GALA/SPUK budget af van € 964.445 in 2025 tot € 764.580 in 2026 naar € 632.812 in 2027 (voor 2027 is dit nog niet definitief).

Waar zit overlap? We constateren dat er weinig overlap zit in de dienstverlening en het aanbod van partijen in het voorveld. Een verklaring hiervoor is dat partijen de afgelopen jaren niet zijn geïndexeerd en er in 2021 een taakstelling is doorgevoerd op een aantal partijen in het voorveld. Als gevolg daarvan kijken we met partijen al kritisch naar wat écht nodig is. Een voorbeeld hiervan is dat MOmenz is gestopt met het huren van ruimtes en het organiseren van activiteiten. In plaats daarvan helpen ze inwoners dit zelf te organiseren. Voor de bestuursopdracht hebben we met onze maatschappelijke partners opnieuw gekeken naar mogelijke overlap. De conclusie is dat er nauwelijks overlap zit in het aanbod van partijen. Daar waar op het oog sprake lijkt te zijn van overlap, is veelal sprake van andere doelgroepen, kernen of een andere vorm van dienstverlening. Overlap Informatie- en adviestaak OCO overlapt met reguliere taken OCO-partners en met informatie- en adviestaak MOmenz.

Zorgaanbieders ontwikkelen op verzoek van het zorgkantoor initiatieven (steunsystemen) die vergelijkbaar zijn met voorzieningen in het voorveld.

Gevolg • Een deel van wat LEEF en Kwadraad doen onder de noemer OCO is reguliere dienstverlening. Het onderscheid tussen wat ze doen vanuit basissubsidie en OCObudget vervaagt. • De informatie- en adviesfunctie van OCO overlapt met die van MOmenz.

Wat is er nodig? • Stoppen met de huidige OCO opdracht. • OCO écht onafhankelijk positioneren. En beperken tot het onderdeel cliëntondersteuning. • De informatie- en adviestaken van OCO onderbrengen bij het te ontwikkelen Informatie- en Adviespunt

Geld van het zorgkantoor wordt gebruikt om verzorgingshuizen welzijnsactiviteiten te laten ontwikkelen. Dit budget kunnen we echter beter gebruiken om ons voorveld te verstevigen en de samenwerking te bevorderen.

• Gesprekken met zorgkantoor en verzorgingshuizen over samenwerking en financiering. • Methodiek Welzijn op Recept gebruiken voor samenwerking verzorgingshuizen en sociaal domein. • Mogelijk gebruiken van verzorgingshuizen als vindplaats voor kwetsbare inwoners (bijv. locatie Overdorp in Kockengen).

(zie hoofdstuk 5).

Wat ontbreekt en waar is behoefte aan? Vanuit de beheersmaatregelen TIM SV, het proces van de kernfoto’s en de gesprekken met partners in het kader van de bestuursopdracht hebben we gekeken naar wat er nodig is in het voorveld. Daaruit komt onderstaand beeld naar voren, waarbij ‘iets ontbreekt’ niet automatisch betekent dat we moeten

7

uitbreiden. In sommige gevallen gaat het ook over beter afstemmen, coördineren en duidelijkere afspraken maken. Daar waar nodig geven we in hoofdstuk 5 – vooruitlopend op de scenario’s – een verdere inhoudelijke toelichting. Informatie en advies Wat ontbreekt? Eén herkenbaar informatie- en adviespunt in het voorveld voor zowel inwoners als professionals.

Een doordachte communicatiestrategie om inwoners bewust te maken van hun eigen verantwoordelijkheid en mogelijkheden om hulpvragen te voorkomen en/of op te lossen. In beleidsstukken6 benoemen we dit als belangrijke randvoorwaarde voor de transformatie van zorg.

Gevolg • Onnodig veel vragen komen bij TIM SV terecht • Inwoners en professionals weten niet waar ze moeten zijn met een vraag • Inwoners komen niet bij het juiste aanbod terecht • Professionals moeten zelf aanbod bij elkaar zoeken en verwijzen niet altijd naar de juiste plek • Partijen bouwen los van elkaar een sociale kaart • Normaliseren van zorg is moeilijker als inwoners professionele zorg blijven verwachten • Inwoners realiseren zich niet dat zorg mogelijk niet beschikbaar is als ze die nodig hebben

Wat is er nodig? Informatie- en adviesfunctie onderbrengen bij 1 punt (fysiek en digitaal). Stoppen met de huidige sociale kaart van de gemeente. (zie hoofdstuk 5)

Geld vrijmaken voor het ontwikkelen en uitvoeren van een communicatiestrategie. (zie hoofdstuk 5)

Lichte vormen van ondersteuning Wat ontbreekt? Gevolg Voldoende (collectief) aanbod • Onnodig veel vragen rond opvoedversterking voor rondom opvoeden en ouders. opgroeien komen bij TIM SV terecht • Er wordt jeugdhulp ingezet terwijl het om een opvoedprobleem gaat • TIM SV ontwikkelt collectief aanbod dat ook in het voorveld plaats kan vinden

Wat is er nodig? • De extra subsidie in 2024 voor het ontwikkelen van collectief aanbod rond opvoedversterking structureel maken • Beter gebruikmaken van de inzet van JGZ door het aanbod beter zichtbaar te maken bij partners en ouder.

• Partijen zijn onvoldoende bekend met elkaars aanbod • Onduidelijkheid over welke partij waarvoor verantwoordelijk is

(zie hoofdstuk 5) Samenwerking rond kinderen/jeugd verbeteren door: • het opzetten van een jeugdcoalitie • uitrollen van kernpartneraanpak in primair onderwijs

Goede samenwerking tussen verschillende partijen rondom opvoeden en opgroeien.

(zie hoofdstuk 5)

6 Uitvoeringsprogramma Woonzorgvisie, Transformatieplan Wmo, bestuurlijke afspraken met

eerstelijnszorg. 8

Een sterke pedagogische basis in en rond school.

• Onderwijsproces op zowel individueel als klassikaal niveau wordt verstoord • Te vaak wordt jeugdhulp ingezet als oplossing in plaats van een preventieve oplossing

Samen met onderwijs de precieze problematiek en oplossingsmogelijkheden onderzoeken én onderzoeken wie welke verantwoordelijkheid heeft (vanuit het wettelijk kader). (zie hoofdstuk 5)

Welzijn op Recept is beschikbaar voor de eerstelijnszorg in alle kernen van Stichtse Vecht, en niet alleen in Maarssen, Maarssenbroek en Tienhoven.

Ontmoeten Wat ontbreekt? Ondersteuning is nog te veel gericht op ‘het organiseren’ in plaats van ‘inwoners (leren) organiseren’. Dus geen georganiseerde wandelgroepen meer, maar inwoners stimuleren om dit zelf te organiseren.

• De eerstelijnszorg uit andere kernen kunnen hun patiënten niet doorzetten naar MOmenz voor Welzijn op Recept, terwijl dit een bewezen effectieve interventie – en een verplichte ketenaanpak - is

Uitbreiden Welzijn op Recept over heel Stichtse Vecht.

Gevolg Inwoners blijven verwachten dat een professionele organisatie activiteiten organiseert

Wat is er nodig? • Met MOmenz hebben we deze verandering al in gang gezet. Voor doorontwikkeling is uitbreiding van het opbouwwerk wenselijk • Vitaal Stichtse Vecht beter gebruiken om initiatieven van inwoners te stimuleren • Gebruik van het leefbaarheidsbudget en het cultuurfonds stimuleren

(zie hoofdstuk 5)

(zie hoofdstuk 5) Overig Wat ontbreekt? Inzicht in bereikte resultaten en effecten Een programmatische aanpak van ‘losse’ activiteiten als De week tegen Eenzaamheid, Week van de Jonge Mantelzorger of Week van het geld

Gevolg Te weinig zicht op de impact van dienstverlening, ook in de hele keten Zonder programmatische aanpak is het effect van losse activiteiten beperkt

Wat is er nodig? • Met partijen afspraken maken over monitoren van effecten • Proces kernfoto’s voortzetten • Werkgroepen en activiteiten laten aansluiten bij ketenaanpakken GALA • Programmatische aanpak uitwerken bij thema’s kernfoto’s en hierbij een koppeling maken met Vitaal Stichtse Vecht

Vanuit de raad is aandacht gevraagd voor inwoners die hun situatie niet meer overzien en behoefte hebben aan een zogenoemde ‘professionele vriend’. Binnen de gemeente is divers aanbod dat in deze behoefte kan voorzien. Denk aan GezinsBuddy, maatjes van Handjehelpen, ondersteuning door OCO, vrijwilligers bij MOmenz, ervaringsdeskundigen bij Villa Pinedo, lotgenotencontact bij Kwadraad. Door de positionering van een herkenbare informatie- en adviesfunctie in het voorveld denken we dat inwoners met deze ondersteuningsbehoefte beter een passend antwoord/aanbod kunnen vinden. Daarom hoeft er niet een aparte ‘professionele vriend’ te worden georganiseerd.

9

Waar is behoefte aan vanuit de kernfoto’s? De vijf thema’s van de kernfoto’s7 werken we de komende maanden verder uit met partners en inwoners. We onderzoeken eerst voor welke groepen inwoners de thema’s een vraagstuk zijn, wat mogelijke oplossingen zijn, wie er vanuit de kernen een bijdrage kan leveren en wat er eventueel nodig is vanuit het voorveld. Mocht dit aanvullend zijn op de uitkomsten van de bestuursopdracht, dan volgt zo nodig een apart besluit.

7 Financiële zelfredzaamheid, vitaal ouder worden (incl. mantelzorg), opvoeden, mentale weerbaarheid jongeren,

sociale cohesie.

10

5. Wat is er nodig in het voorveld? In dit hoofdstuk gaan we dieper in op wat er nodig is in het voorveld in Stichtse Vecht in relatie tot de hiervoor beschreven ontwikkelingen, verantwoordelijkheden en verbeterpunten. Per basisfunctie geven we aan hoe we het voorveld beter in positie kunnen brengen. Aan het eind van dit hoofdstuk gaan we apart in op de bibliotheek. Vooraf Dit hoofdstuk kan overkomen als een optelsom van wat er allemaal nodig is. Dat is zeker niet de bedoeling. In het volgende hoofdstuk geven we keuzemogelijkheden in de vorm van scenario’s.

Informatie en advies Normaliseren van zorg en zelfredzaamheid begint met weten waar je terecht kunt voor informatie en advies bij een hulpvraag. En wat je zelf kan doen om deze op te lossen. Voor inwoners en professionals is niet altijd duidelijk waar ze moeten zijn met welke vraag. Ook blijkt uit de Monitor Sociale Kracht 2023 dat veel inwoners niet bekend zijn met de voorzieningen in het voorveld. Daardoor komen eenvoudige hulpvragen – al dan niet via de huisarts – onnodig terecht bij TIM SV. Tegelijkertijd is bekend dat vroegtijdige interventie bij opkomende sociale vragen en zorgbehoeften de instroom in de (jeugd)zorg kan beperken. 8 Het is dus belangrijk dat we vragen eerder en beter opvangen in het voorveld. Uit de beheersmaatregelen TIM SV en de pilot Welzijn op Recept blijkt dat het lukt om vragen te verleggen naar het voorveld. De data van TIM SV laten zien dat TIM SV meer inwoners doorverwijst naar het voorveld (circa 35% per maand). We zien ook dat die inwoners in het voorveld een oplossing vinden voor hun hulpvraag. In de pilot Wachtkracht doet 60% na gesprekken met MOmenz geen Wmo-aanvraag voor huishoudelijke hulp. In de pilot Welzijn op Recept zien we dat 100% van de doorverwijzingen geholpen is in het voorveld. En dus niet doorgaat naar TIM SV of de Wmo.

Deze ontwikkeling kunnen we verstevigen door het positioneren van één herkenbaar informatie- en adviespunt in het voorveld voor inwoners en professionals. Deze behoefte blijkt ook uit het inwonerspanel van april 2023.

Eén herkenbaar informatie- en adviespunt voor alle sociale vragen Er is één informatie- en adviespunt waar inwoners en partners terecht kunnen met vragen op het gebied van het sociaal domein. Denk aan vragen over wonen, werk, zorg, opvoeding en geldzaken. Het informatiepunt is er voor jong en oud. Het accent ligt op een digitale vindplek: een gebruiksvriendelijke website waar aanbod makkelijk te vinden is (sociale kaart) en waar inwoners antwoorden kunnen vinden op de meest gestelde vragen. Via de website kunnen vragen ook per chat, e-mail en telefoon binnenkomen. Het informatie- en adviespunt heeft ook een fysieke plek voor inwoners die minder digitaal of taalvaardig zijn of liever een persoonlijk gesprek willen. Dit fysieke punt bevindt zich op een laagdrempelige plek, zoals de bibliotheek of het dorpshuis. Het informatie- en adviespunt draagt bij aan vraagverheldering en geeft antwoord op eenvoudige vragen en vervult een doorverwijsfunctie, waar nodig met een warme overdracht. Hiervoor worden afspraken gemaakt met andere partners over bijvoorbeeld doorverwijzing of directe consultatie bij een niet-pluis-gevoel. Bij meer complexe vragen vindt bij het informatie- en adviespunt lichte triage plaats om er achter te komen waar iemand moet zijn. Voor jeugd breiden we hiervoor de pedagogische adviesfunctie uit.

Want als we opvoedvragen in het voorveld willen beantwoorden en oplossen, dan moet pedagogische

8 De waarde van preventie in een veranderend sociaal domein, Hogeschool van Amsterdam, maart

2021. 11

kennis makkelijk en snel beschikbaar zijn. We kijken hoe we de GGD/JGZ hierin beter kunnen positioneren. Voor volwassenen breiden we hiervoor de methodiek van Welzijn op Recept uit. Welzijn op Recept is een vorm van ondersteuning en gaat verder dan alleen informatie en advies (zie hierna).

Wat verandert er hierdoor? • • •

De taak voor informatie- en advies wordt vanuit één punt geregeld We stoppen met de huidige opdracht voor OCO en gaan deze anders invullen We stoppen met de gemeentelijke sociale kaart

Randvoorwaarde: communicatiecampagne Om hulpvragen bij het informatie- en adviespunt in het voorveld te krijgen is een goed opgezette communicatiecampagne essentieel. Met deze campagne wijzen we inwoners de weg naar zowel het fysieke als digitale informatiepunt. Daarnaast gebruiken we de campagne om inwoners bewust te maken van de schaarste van zorg. En om eigen oplossingen en onderlinge solidariteit te bevorderen. We sluiten hierbij aan op landelijke initiatieven, zoals de Seniorencoalitie. De communicatie stemmen we af op de doelgroep (bijvoorbeeld ouderen, jongeren, ouders met jonge kinderen).

Lichte vormen van ondersteuning In het voorveld organiseren we lichte vormen van ondersteuning om daarmee zwaardere zorg te voorkomen. De ondersteuning is gericht op inwoners weer zelf ‘aan het stuur te zetten’. De kans op behoefte aan ondersteuning en zorg is namelijk kleiner als mensen de vaardigheden hebben om grip op hun leven te houden, om weerbaar te zijn én om zich te kunnen ontwikkelen in iedere fase van hun leven.

Wat is al extra ingezet in 2024? Op 23 januari 2024 heeft het college een besluit genomen om in 2024 incidenteel extra subsidie toe te kennen aan Jeugdpunt, Kwadraad en MOmenz. Hiermee kan Jeugdpunt de inzet van schoolcoaches en de laagdrempelige coaching van problematische en overlast gevende jongeren uitbreiden. Kwadraad kan voor ouders en jongeren collectief aanbod ontwikkelen rond opvoeden en opgroeien, zoals trainingen, webinars en lotgenotencontact. En MOmenz kan de werkwijze van Welzijn op Recept uitbreiden naar de eerste lijn in Maarssenbroek, Maarssen en Tienhoven. Ook kan MOmenz de WachtKracht voortzetten. Onder deze noemer worden inwoners gecoacht om buiten het systeem van de zorg oplossingen te vinden voor hun hulpvragen. Daarmee dragen we bij aan de verschuiving van zware naar lichte zorg, maken we inwoners meer zelfredzaam en neemt naar verwachting de vraag bij TIM SV af.

Wat is aanvullend nodig? Uitbreiden van Welzijn op Recept over heel Stichtse Vecht Welzijn op Recept is een bewezen effectieve interventie. 9 Welzijn op Recept is een alternatief voor mensen met psychosociale klachten. In plaats van een medisch recept voor te schrijven, verwijst de huisarts deze patiënten door naar een welzijnscoach. De welzijnscoach verkent samen met de inwoner wensen, behoeften en mogelijkheden. Inwoners krijgen inzicht in wat er speelt en worden gemotiveerd om actie te ondernemen. Welzijn op Recept is een van de ketenaanpakken binnen GALA/IZA waar gemeenten mee aan de slag moeten. Welzijn op Recept is nu alleen beschikbaar voor de eerstelijnszorg in Maarssenbroek, Maarssen en Tienhoven. De eerstelijnszorg uit de andere kernen verzoeken ons om het concept ook daar in te voeren. Gezien de positieve ervaringen tot nu toe én het feit dat Welzijn op Recept een verplichte ketenaanpak is, breiden we in 2024 de werkwijze uit over heel Stichtse Vecht en dat continueren we in 2025 en verder. De uitbreiding van Welzijn op Recept financieren we met IZAbudget. Hierover zijn we in gesprek met de regio. 9 Welzijn op Recept is opgenomen in het erkenningstraject van de databank Effectieve sociale interventies

(Welzijn op Recept | Movisie).

12

Versterken ondersteuning in onderwijs: eerst het goede gesprek Het onderwijs is een belangrijke vindplaats en samenwerkingspartner voor het voorveld. Op 8 maart 2024 hebben we een brief ontvangen van de samenwerkende organisaties op het gebied van voortgezet onderwijs en jeugdhulp.10 Hierin melden ze dat de problematiek van kinderen toeneemt en daardoor meer kinderen gebruikmaken van jeugdhulp bij TIM SV. De partijen geven aan, dat als zij op tijd kunnen signaleren dat er problematiek ontstaat en in samenwerking hierop kunnen acteren, ze het beroep op dure specialistische jeugdhulp kunnen beperken. Ze merken de afgelopen jaren echter dat de capaciteit om dit te kunnen doen tekortschiet. We zijn hierover in gesprek met de samenwerkingspartners in het proces ‘afbakening onderwijs en jeugdhulp’. We willen dit proces zorgvuldig doorlopen om te bepalen wat het probleem is, welke oplossingsmogelijkheden er zijn en wie hierin welke (wettelijke) taak en verantwoordelijkheid heeft. Dit proces is nog niet afgerond. Het college heeft op 23 januari 2024 extra subsidie toegekend voor de inzet van schoolcoaches en het ontwikkelen van collectief aanbod rond opvoeden en opgroeien. En aan het informatie- en adviespunt koppelen we pedagogisch advies. Deze expertise is op afroep beschikbaar voor het primair en voortgezet onderwijs. We verwachten dat hiermee de druk op het onderwijs afneemt.

Verbinden partijen rond opvoeden en opgroeien: coalitievorming We versterken de samenwerking tussen partijen door het ontwikkelen van een gezamenlijke visie op opvoeden en opgroeien in Stichtse Vecht en door ieders rol en (wettelijke) verantwoordelijkheid te verduidelijken. Dat geeft houvast voor een gelijkwaardig partnerschap vanuit een netwerkgedachte. Vanuit een lerend netwerk, bijvoorbeeld in de vorm van een leertafel om casussen te bespreken, versterken we de onderlinge samenwerking. Daarmee kan gezamenlijk het aanbod verder doorontwikkeld worden en overlap worden voorkomen. Daarnaast gaan we voor het primair onderwijs een kernpartneraanpak uitrollen, zoals we voor het voorgezet onderwijs hebben gedaan. In het brede jeugdveld heeft de gemeente verschillende rollen. We zijn opdrachtgever van jeugdhulp en we hebben een subsidierelatie met preventieve of voorliggende voorzieningen. Als facilitator van deze voorzieningen hebben wij ook een rol in de professionalisering van het jeugdveld. Daarom zien wij het als onze taak om regie te voeren op de samenwerking tussen onderwijs, (preventieve) jeugdhulp en gemeente.

Ontmoeten Uit de kernfoto’s en de Monitor Sociale Kracht 2023 blijkt dat ontmoeten en sociale cohesie een aandachtspunt is in alle kernen. De score voor sociale samenhang is gezakt van 6.7 (in 2020) naar 6.4 (in 2023). In vrijwel alle kernen is een daling te zien. Ook in het coalitieakkoord is opgenomen dat we streven naar een vitale, krachtige en inclusieve samenleving. Maar dat ontstaat niet vanzelf en het is niet vanzelfsprekend dat inwoners elkaar kennen, vinden, opzoeken en ondersteunen. Daarvoor is het nodig om de kracht van inwoners, vrijwilligers, professionals en de gemeente te bundelen. Het opbouwwerk vervult hierin een belangrijke rol. Het richt zich op het opsporen, stimuleren en faciliteren van groepen inwoners, informele netwerken en partners die zich willen inzetten voor een betere buurt en voor elkaar. Daarbij ligt de focus op het activeren van de samenleving in plaats van het activeren van partijen. Vormen van zelfbeheer over zowel sociale activiteiten als fysieke ontmoetingsplekken horen hierbij. De dorpshuizen in zelfbeheer zijn hier een voorbeeld van. Om de samenleving meer te activeren is het volgende nodig:

Uitbreiden opbouwwerk Een sociaal netwerk in de wijk versterken en de samenleving activeren kan bij uitstek opgepakt

10 Broeckland college, Broklede, Nifterlake College, Rientjes MAVO, Sterk VO, Regionaal Bureau Leerplicht,

GGD, Kwadraad, Jeugdpunt, TIM SV.

13

worden door een opbouwwerker.11 Het opbouwwerk staat in verbinding met inwoners en andere partners in een gebied. De inzet wordt op die manier gevoed door wat er al aan krachten is in een gebied: wat kunnen de inwoners met elkaar doen om de buurt te versterken? Hiermee organiseren we oplossingen die passen bij de leefwereld van de inwoners. Het huidige opbouwwerk (24 uur per week voor de gehele gemeente) is echter onvoldoende om in alle kernen aanwezig en/of zichtbaar te zijn en hiermee aan de slag te gaan.

Stimuleren inzet budgetten voor inwonersinitiatieven Als gemeente hebben we diverse budgetten die inwonersinitiatieven stimuleren12. Deze budgetten brengen we beter onder de aandacht van inwoners en partners om het gebruik te stimuleren.

Bibliotheek Op dit moment kan de bibliotheek niet alle wettelijke taken uitvoeren vanwege onvoldoende middelen. Taak 4 (ontmoetingen en debatten) en taak 5 (inwoners kennis laten maken kunst en cultuur) worden nu niet uitgevoerd. Vanaf 2025 geldt de zorgplichtwet. De zogenoemde bevorderingstaak van de gemeente wordt dan omgezet in een zorgplicht. Daarmee dient de gemeente te zorgen voor een volwaardige bibliotheek voor haar inwoners. Op die manier wil het kabinet dat de bibliotheek (voor alle vijf de wettelijke functies) zo goed mogelijk kan bijdragen aan de persoonlijke ontwikkeling van mensen. Vanaf 2025 ontvangen gemeenten extra geld voor de zorgplicht. Er is echter nog veel onduidelijk over de precieze invulling daarvan en over de financiering. Daarom nemen we de bibliotheek niet mee in de scenario’s voor het versterken van het voorveld. Zodra er meer duidelijk is over de zorgplichtwet volgt er een apart voorstel voor specifiek de bibliotheek. Hierbij is het beschikbare budget het financieel kader. Invulling van de wettelijke taak kan alleen in verhouding tot de daarvoor vrijkomende middelen van het Rijk.

11 ‘Van overleven naar bloeien: bestaansonzekerheid voorkomen en verminderen’, advies Raad voor

Volksgezondheid en Samenleving (RVS), 15-02-2024 12 Leefbaarheidsbudget (€ 160.000 p/j), het cultuurfonds (€ 200.000 p/j) 12 en Vitaal Stichtse Vecht (€ 82.000 p/j)

14

6. Keuzemogelijkheden in de vorm van scenario’s In dit hoofdstuk schetsen we drie scenario’s voor het beter positioneren van het voorveld. Deze scenario’s hebben vooral als doel een verschuiving van zwaardere naar lichtere zorg te realiseren en daarmee de zorgkosten beheersbaar te houden. Onderstaande scenario’s zijn cumulatief (te lezen van links naar rechts). Scenario 1 is dus altijd onderdeel van de scenario’s 2 en 3. In de bestuursopdracht is gevraagd wat er nodig is voor een sterk voorveld. Wat ons betreft is dat scenario 2. Dit scenario heeft de meeste impact op vermindering van instroom bij TIM SV en de Wmo (gemeente). We activeren inwoners om zelf en met elkaar oplossingen te vinden voor hun hulpvraag. Hiermee maken we beter gebruik van de potentie van onze inwoners, creëren we oplossingen die passen bij hun leefwereld en versterken we het ‘samenleven’. Dit draagt ook bij aan de ambitie van het coalitieakkoord om ons in te zetten voor een meer inclusieve samenleving. We gaan de resultaten goed monitoren om te zien of de aanpak effect heeft op de instroom en kosten bij TIM SV en de Wmo. En of de aanpak past bij de behoefte van onze inwoners. Op vooraf bepaalde momenten zullen we de voortgang meten, zodat we inhoudelijk en/of financieel kunnen bijsturen als dat nodig is (zie ook hoofdstuk 8).

15

Korte omschrijving

Activeren partijen (scenario 1)

Activeren inwoners (scenario 2)

Actief in de kernen (scenario 3)

In dit scenario zetten we de huidige situatie voort en maken we het collegebesluit van 23.01.24 (extra subsidies 2024) structureel.

Aanvullend op scenario 1: • We activeren inwoners om zelf en met elkaar oplossingen te vinden voor hun hulpvragen • We verleggen vragen richting het voorveld • We zetten in op bewustwording en gedragsverandering

Aanvullend op scenario 2: • We zetten in op meer zichtbaarheid en activiteit in de kernen. Door onder andere meer fysieke informatiepunten

Dat doen we door het versterken van de informatie- en adviesfunctie. •

Informatie en advies

Lichte vormen van ondersteuning

•

Continueren Wachtkracht en uitvoeren Welzijn op Recept in Maarssen-dorp, Maarssenbroek en Tienhoven

•

Collectief aanbod opvoedondersteuning

Ontwikkelen van één herkenbaar informatie- en adviespunt: o Digitaal platform o Fysiek punt (uitbreiding huidige Centraal Informatie Punt)

•

Versterken pedagogisch advies voor het opvangen en beantwoorden van opvoed- en opgroeivragen

•

Ontwikkelen en uitvoeren van een communicatiestrategie

•

Uitbreiden Welzijn op Recept over heel Stichtse Vecht.

•

Meerdere fysieke informatie- en adviespunten in verschillende kernen

•

Intensievere communicatiestrategie (bijv. voorlichtingsbijeenkomsten)

16

Activeren partijen (scenario 1) •

Actief in de kernen (scenario 3)

•

Uitbreiden opbouwwerk (1 fte) om in alle kernen van de gemeente inwonersinitiatieven te kunnen stimuleren

•

Verder uitbouwen opbouwwerk (extra 1 fte)

•

Hiermee versnellen we het normaliseren van zorg en de te verwachten kostenbesparing bij TIM SV en de Wmo (gemeente)

•

•

Inwoners en professionals kunnen makkelijker hun weg vinden naar passend advies, hulp, ondersteuning en zorg

We kunnen intensiever inzetten op een gedragsverandering bij inwoners. Enerzijds door met meer fysieke plekken zichtbaarder te zijn in de kernen. Anderzijds door actievere communicatie (in de vorm van bijeenkomsten)

•

Door verdere uitbreiding van het opbouwwerk kunnen we nog meer inwonersinitiatieven stimuleren en ondersteunen, creëren we oplossingen die passen bij de leefwereld van de inwoners en maken we het ‘samenleven’ sterker

School coaching in voortgezet onderwijs

Ontmoeten

Voordeel

Activeren inwoners (scenario 2)

•

Hiermee realiseren we een kostenbesparing bij TIM SV en de Wmo (gemeente)

•

Hiermee kunnen we reeds ingezette interventies voortzetten en monitoren

•

Met een laagdrempelige fysieke plek bereiken we ook de oudere en minder digitaal- en taalvaardige inwoners

•

Het digitale platform en de communicatiecampagne kunnen we starten en financieren in 2024

•

We realiseren de in het IZA afgesproken ketenaanpak Welzijn op Recept

•

Door uitbreiding van het opbouwwerk kunnen we meer inwonersinitiatieven stimuleren en ondersteunen, creëren we oplossingen die passen bij de

17

Activeren partijen (scenario 1)

Nadeel

Risico

Herschikking budgetten

•

Uit de beheersmaatregelen TIM SV weten we dat er meer nodig is om het beroep op Wmo-voorzieningen en jeugdhulp af te remmen. Zoals een informatie- en adviespunt in het voorveld

•

We voorzien niet in de behoefte van inwoners en partijen aan één herkenbare plek voor informatie en advies

•

Dit scenario komt niet tegemoet aan de behoefte van de eerstelijnszorg om Welzijn op Recept uit breiden over heel Stichtse Vecht

•

We realiseren niet de verplichte ketenaanpak Welzijn op Recept De te verwachten kostenbesparing wordt niet gerealiseerd

•

•

€ 100.000 besparing Wmo

Activeren inwoners (scenario 2)

•

leefwereld van de inwoners en maken we het ‘samenleven’ sterker Inwoners die behoefte hebben aan een fysiek informatiepunt kunnen niet in hun eigen kern terecht

•

De te verwachten kostenbesparing wordt niet gerealiseerd

•

Uitbreiding van Welzijn op Recept kan niet worden gedekt met IZA-budget € 100.000 door de informatie- en adviestaken van OCO onder te brengen bij het te ontwikkelen informatie- en adviespunt

•

Actief in de kernen (scenario 3)

•

We kunnen niet eerst ervaring opdoen met één fysieke plek voor het informatie- en adviespunt. Het risico is dat we meerdere punten realiseren, terwijl daar misschien geen behoefte aan is

•

De te verwachten kostenbesparing wordt niet gerealiseerd.

• Extra kosten Dekking

€ 300.000 € 300.000

€ 15.000 stopzetten gemeentelijke sociale kaart € 565.000 + éénmalig € 275.000 € 565.000 + éénmalig € 275.000

€ 869.600 + éénmalig € 275.000 € 565.000 + éénmalig € 275.000 18

Verschil kosten/dekking Financieel effect Wmo Financieel effect TIM SV Totaal financieel effect

Activeren partijen (scenario 1)

Activeren inwoners (scenario 2)

Actief in de kernen (scenario 3)

€0

€0

€ -304.600

€ 100.000 tot € 250.000

€ 260.000 tot € 730.000

€ 340.000 tot € 970.000

€ 250.000 tot € 800.000

€ 800.000 tot € 2.400.000

€ 880.000 tot € 2.600.000

€ 350.000 tot € 1.050.000

€ 1.060.000 tot € 3.130.000

€ 1.220.000 tot € 3.570.000

19

7. Financiële effecten In dit hoofdstuk werken we de drie scenario’s financieel uit. We geven per scenario aan wat de kosten en dekking zijn en het te verwachten effect op de kosten van TIM SV en de Wmo. Dit effect is gebaseerd op een verminderde klantinstroom. Hierbij worden incidentele budgetten incidenteel ingezet.

Scenario 1 Activeren partijen Scenario 1 Totaal extra kosten Totaal voorstel dekking

2025 en verder € 300.000 € 300.000

Verschil kosten/dekking

€0

Het te verwachten effect op de Wmo is € 100.000 tot € 250.000, waarvan € 100.000 als dekking is ingezet (herschikking). Het te verwachten effect op kosten van onderaannemers bij TIM SV is € 250.000 tot € 800.000. Deze bandbreedte is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: • Door inzet van de WachtKracht stromen er 80 klanten niet door naar de Wmo • Door inzet van Welzijn op Recept, Kwadraad en Jeugd-Punt stromen er 120 klanten niet door naar TIM SV •

Dit heeft uiteindelijk effect op de kosten van Wmo bij de gemeente en de kosten van begeleiding via onderaannemers bij TIM SV, waarbij het effect in het eerste jaar mogelijk nog niet volledig is (opstarten) en in volgende jaren zal cumuleren

Scenario 2 Activeren inwoners Scenario 2 Totaal extra kosten Totaal voorstel dekking*

2025 en verder € 565.000 € 565.000

Verschil kosten/dekking €0 *Gelden rondom IZA zijn nog niet vastgesteld, maar we verwachten deze wel te ontvangen.

Scenario 2 eenmalige kosten Totaal eenmalige kosten Totaal voorstel dekking Verschil kosten/dekking

2024 € 275.000 € 275.000 €0

Het te verwachten effect op de Wmo is € 260.000 tot € 730.000. Het te verwachten effect op kosten van onderaannemers bij TIM SV is € 800.000 tot € 2.400.000. Deze bandbreedte is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: • Door inzet van de WachtKracht en opbouwwerk stromen er 180 klanten niet door naar de Wmo • Door inzet van Welzijn op Recept, Kwadraad, Jeugd-Punt, een informatie- en adviespunt, pedagogisch advies en de communicatiecampagne stromen er 360 klanten niet door naar TIM SV • Dit heeft uiteindelijk effect op de kosten van Wmo bij de gemeente en de kosten van begeleiding via onderaannemers bij TIM SV, waarbij het effect in het eerste jaar mogelijk nog niet volledig is (opstarten) en in volgende jaren zal cumuleren.

20

Scenario 3 Actief in de kernen Scenario 3 Totaal extra kosten Totaal voorstel dekking*

2025 en verder € 869.600 € 565.000

Verschil kosten/dekking € -304.600 *Gelden rondom IZA zijn nog niet vastgesteld, maar we verwachten deze wel te ontvangen. Scenario 3 eenmalige kosten Totaal eenmalige kosten Totaal voorstel dekking Verschil kosten/dekking

2024 € 275.000 € 275.000 €0

Het te verwachten effect op de Wmo is € 340.000 tot € 970.000. Het te verwachten effect op kosten van onderaannemers bij TIM SV is € 880.000 tot € 2.600.000. Deze bandbreedte is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: • Door inzet van de WachtKracht en opbouwwerk stromen er 230 klanten niet door naar de Wmo • Door inzet van Welzijn op Recept, Kwadraad, Jeugd-Punt, informatie- en adviespunten, pedagogisch advies, een communicatiecampagne en voorlichtingsbijeenkomsten stromen er 395 klanten niet door naar TIM SV • Dit heeft uiteindelijk effect op de kosten van Wmo bij de gemeente en de kosten van begeleiding via onderaannemers bij TIM SV, waarbij het effect in het eerste jaar mogelijk nog niet volledig is (opstarten) en in volgende jaren zal cumuleren.

21

8. Sturen in het voorveld Samenwerking in Stichtse Vecht Jaarlijks dienen partijen hun subsidieaanvraag in op basis van ons subsidieprogramma. Iedere partij heeft een eigen accounthouder. De hoogte van het subsidiebedrag en de rol van de partij in de gemeente, bepalen de intensiteit van het accounthouderschap en de monitoring. Er is op dit moment geen aanleiding dit anders te organiseren. Zowel gemeente als partijen hechten veel waarde aan het behouden van de goede samenwerking en de opgebouwde kennis en expertise. Partijen zien wel mogelijkheden om de samenwerking te verbeteren, zoals: • • • • •

Werken met een gezamenlijk plan van aanpak (voor bijvoorbeeld opvoeden en opgroeien) Rollen en taken van partijen verduidelijken (‘weten waar je van bent’) Overzicht creëren in het aanbod van partijen (‘weten wat er is’) De GGD/JGZ beter betrekken bij de lokale netwerken Partijen rond opvoeden en opgroeien aan elkaar verbinden (kernpartnersaanpak).

Een aantal partijen geeft aan behoefte te hebben aan een meerjarige subsidie. Enerzijds om meer financiële zekerheid te krijgen, anderzijds om met elkaar een langeretermijnperspectief te kunnen ontwikkelen. Bij de evaluatie van het subsidieprogramma bekijken we hoe deze behoefte zich verhoudt tot de huidige manier van subsidiëren. In de evaluatie van het subsidieprogramma houden we er ook rekening mee dat in 2026 de financiering systematiek van het Gemeentefonds wijzigt.

Monitoren van effecten De afgelopen jaren neemt de behoefte aan het monitoren van effecten in het voorveld toe. Met als doel signaleren wat er nodig is, evalueren hoe het gaat en op het samen leren en ontwikkelen. Vrijwel alle gemeenten – ook Stichtse Vecht – zoeken naar een vorm van monitoring die voldoet aan de informatiebehoefte én die past bij het voorveld. Dat geldt ook voor onze partners. Op verschillende manieren monitoren we al de effecten in het sociaal domein: Monitor Sociale Kracht, dashboard Wmo, dashboard TIM SV en (halfjaar)rapportages van de grootste partijen in het voorveld. Daarnaast maken we met de losse organisaties aparte monitoringsafspraken. Vanuit het accounthouderschap houden we zo de inzet van middelen en de gerealiseerde effecten in de gaten. Op basis van feitelijke informatie en ervaringen sturen we bij of stoppen we met activiteiten als die niet tot bewezen effecten leiden. Dit sluit ook aan op het voornemen uit het coalitieakkoord om beter inzicht te hebben in de effectiviteit van de maatregelen. Doen wat werkt Het voorveld is een complex systeem. Juist omdat het ingewikkeld is om aan te tonen wat de effecten van het voorveld zijn, komt er meer focus te liggen op doen wat werkt. Vanuit bijvoorbeeld het Nederlands Jeugd Instituut (NJI) en Movisie is al veel bekend over methodieken die bewezen effectief zijn.

Daar waar dat mogelijk is vragen we partners om van dit soort methodieken gebruik te maken. Bij gebruik van methodieken waarvan bewezen is dat ze werken (evidencebased), gaan we ervan uit dat de inzet maximaal resultaat oplevert, ook als dat resultaat moeilijk meetbaar is. Met meer focus op doen wat werkt dagen we partners uit om gebruik te maken van beschikbare kennis door verrijking en verbetering van interventies.13 Indicatoren Met de raad zijn we al in gesprek over het monitoren van maatschappelijke effecten (effectindicatoren). De Monitor Sociale Kracht vormt daarvoor een goede basis. Daarnaast maken we met onze partners afspraken over monitoringsinformatie op uitvoerend niveau. Hierbij kijken we ook naar de effecten van maatregelen tussen partners (bijvoorbeeld MOmenz-TIM SV). Met een aantal van de grootste subsidiepartners maken we al afspraken over indicatoren om te zien wat er wordt bereikt. We willen indicatoren ontwikkelen die het gewenste inzicht geven en de administratielast zo

13 Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030.

22

laag mogelijk houden. Daarnaast combineren we cijfers met verhalen (‘tellen en vertellen’), zodat cijfers tot leven komen. In het nieuwe subsidieprogramma nemen we een werkwijze op voor de monitoring van het subsidieprogramma.

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2488/documents/54945