CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Toevoeging Rapport minimabeleid St Vecht.def.pdf

Commissie Sociaal Domein 9 maart 2021, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 4. 19:40: Beleidsplan minima- en schuldhulpverleningsbeleid 2021-202416.937 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De categoriale bijstand voor ouderen, chronisch zieken en gehandicapten en de categoriale bijstand voor ouders met schoolgaande kinderen zijn in het nieuwe beleid inderdaad komen te vervallen. Stichtse Vecht biedt wel een collectieve zorgverzekering en de U-pas aan.

Normen (waarborgen voor) rechtmatige verstrekking 12a. De criteria om de verschillende voorzieningen toe te kennen zijn voor de consulenten helder en eenduidig geformuleerd. 12b. Er is een interne toets op de beslissingen voordat ze worden afgegeven of daarna. 12c. Er zijn heldere afspraken gemaakt over wat een consulent doet bij twijfel over een aanvraag. 12d. Er is op structurele basis intervisie tussen consulenten. 12e. De mogelijkheid tot bezwaar wordt aan burgers duidelijk gemaakt bij de beslissing. 12f. Ingediende bezwaarschriften worden geanalyseerd om de oorzaak van het indienen van het bezwaar te achterhalen. 12g. Gegrond verklaarde bezwaren worden geanalyseerd en teruggekoppeld. Er wordt iets gedaan om dit in de toekomst te voorkomen.

18 december 2015 Pagina 20 van 40

Definitief

Trudi Nederland en Jessica van den Toorn

Vecht.def/w20

Positie van de gemeenteraad in het nieuwe minimabeleid

Rapport minimabeleid St

12a.- 12g. De uitvoerders die we hebben gesproken geven aan dat er bij de uitvoering van inkomensondersteunende maatregelen in het nieuwe beleid voldoende waarborgen voor rechtmatige verstrekkingen zijn. Aan alle bovenstaande normen wordt volgens hen voldaan in de uitvoering.

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Normen rol raad opstellen beleid 13a. De raad heeft een actieve rol gehad in het opstellen van het nieuwe minimabeleid. 13b. De raad heeft voldoende keuzemogelijkheden gehad bij het opstellen van het beleid. 13a. Een algemeen gedeelde mening is dat de gemeenteraad door de gemeente en het bestuur voldoende en tijdig wordt betrokken bij de ontwikkeling van beleid. Dat geldt ook voor het onlangs vastgestelde minimabeleid. De fracties hebben input geleverd wat betreft de maatregelen van het beleid en de benadering van de doelgroep. Deze input bestaat in de praktijk, zo blijkt uit de reacties van de raadsleden, echter vaak niet uit concrete, door de fracties gedeelde kaders. Het gaat meer om signalen die zij vanuit hun rol als volksvertegenwoordigers oppikken vanuit de achterban en die zij doorgeven. De gemeenteraadsleden geven hiervoor twee verklaringen: 1) de informatie die door de gemeente wordt aangeleverd geeft onvoldoende aanknopingspunten voor het opstellen van heldere kaders (zie ook norm 14a) en 2) een fundamentele discussie binnen de gemeenteraad over de doelstellingen van het minimabeleid, de bijpassende indicatoren en de benodigde terugkoppeling naar de gemeenteraad wordt op dit moment niet gevoerd. Over het algemeen hebben de gemeenteraadsleden het gevoel dat ze voldoende zicht hebben op de omvang en problematiek van de doelgroep van het minimabeleid.

Wel constateren ze dat het soms lastig is contact te krijgen met de doelgroep. Er heerst een groot taboe op armoede, omdat de meeste inwoners van de gemeente het financieel goed hebben. Er zijn drie groepen die volgens de raad in het bijzonder lastig te bereiken zijn, te weten: ZZP-ers, analfabeten en jongeren zonder opleiding of werk die nog thuis wonen en waarvan de ouders tot de minima behoren. De uitwisseling tussen raadsleden zou beter kunnen volgens de aanwezigen. Dit gebeurt nog onvoldoende en niet structureel. Concreet wordt een interactieve bijeenkomst genoemd, georganiseerd door de gemeenteraad, met als onderwerp de transities/het sociale domein. Het minimabeleid kwam daar ook naar voren. Alhoewel de bijeenkomst niet door alle fracties is bezocht, stellen alle fracties (ook die niet aanwezig waren) het op prijs als dit wordt herhaald. Door meer structureel uit te wisselen en te discussiëren met elkaar kan de gemeenteraad tot duidelijkere kaders komen voor toekomstig minimabeleid. 13b. De fracties in de gemeenteraad verschillen van mening als het gaat om de vraag of de gemeente hen voldoende keuzemogelijkheden heeft geboden bij het opstellen van het beleid. De een zou graag meer alternatieven willen zien en een verdere uitwerking van de gevolgen van instrumenten, zodat de raad meer kan beslissen op basis van feiten in plaats van ‘onderbuikgevoelens’.

De ander vindt dat het de taak van de raad zelf is om deze alternatieven aan te dragen. De gemeenteraad geeft aan de afgelopen jaren algemene informatie te hebben ontvangen over het minimabeleid via Raadsinformatiebrieven (RIB’s) en rapportages over financiën. Maar ze missen een structurele, inhoudelijke terugkoppeling. Het is niet aannemelijk dat de gemeenteraad hier zelf om gevraagd heeft, aangezien de raadsleden nog geen consensus hebben bereikt over hoe deze inhoudelijke informatie er dan precies uit zou moeten zien. Zie ook norm 14a.

18 december 2015 Pagina 21 van 40

Definitief

Trudi Nederland en Jessica van den Toorn

Vecht.def/w21

14a. De verantwoordingsinformatie geeft de raad voldoende heldere informatie over de vragen: wat willen we bereiken, wat hebben we daarvoor gedaan, wat heeft het gekost en wat hebben we bereikt. 14b. De raad wordt regelmatig geïnformeerd over de inhoudelijke en financiële stand van zaken in de uitvoering van het nieuwe minimabeleid.

Rapport minimabeleid St

Normen instrumenten raad

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

14a. Voor hun kaderstellende en controlerende rol hebben de raadsleden, behalve de input uit het veld, naar eigen zeggen eigenlijk geen instrumenten in handen. De gemeente heeft geen SMART geformuleerde doelen en bijpassende indicatoren om te meten of deze doelen ook daadwerkelijk worden gehaald. Dit geldt zowel voor het oude als voor het onlangs vastgestelde minimabeleid. Dat er betere monitoring moet plaatsvinden, daar zijn alle raadsleden het over eens. Maar welk type indicatoren daarbij moeten worden gehanteerd en welke informatie vervolgens aan de raad moet worden gepresenteerd, daarover verschillen ze van mening. De een vindt een rapportage op hoofdlijnen met daarin informatie over bereik en effect voldoende. De ander wil een veel uitgebreider overzicht met output en outcome indicatoren per regeling.

Pagina 22 van 40

Definitief

Trudi Nederland en Jessica van den Toorn

Vecht.def/w22

18 december 2015

Rapport minimabeleid St

14b. De gemeenteraad geeft aan de afgelopen jaren algemene informatie te hebben ontvangen over het minimabeleid via Raadsinformatiebrieven (RIB’s) en rapportages over financiën. Maar ze missen een structurele, inhoudelijke terugkoppeling (Zie ook norm 14a). In het raadsvoorstel ‘Herijking Minimabeleid’ van (Z/15/44086 / VB/15/05247) is opgenomen dat de raad periodiek geïnformeerd zal worden via de reguliere cyclus. Na een jaar worden de regelingen geëvalueerd. De regeling CZM en Wmo voorziening hoge zorgkosten worden eind 2015 geëvalueerd.

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

4 Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk vatten we onze bevindingen puntsgewijs samen aan de hand van conclusies over de doeltreffendheid, de doelmatigheid, en de rechtmatigheid van het nieuwe minimabeleid en de positie van de gemeenteraad. Naast een aantal conclusies richten we ons hierbij met name op die punten waar een duidelijke verbeteringsslag gemaakt kan worden. We eindigen met vijf aanbevelingen. Onze hoofdconclusie is dat het minimabeleid van de gemeente Stichtse Vecht in potentie doeltreffend, doelmatig en rechtmatig is.

Het minimabeleid kent een brede en heldere definitie van armoede. De doelen zijn echter niet eenduidig; de algemene doelen zijn in hun uitwerking deels anders geformuleerd. Ook zijn de doelen niet SMART geformuleerd; ze zijn niet specifiek en meetbaar genoeg en kennen geen tijdpad. Ook de doelen in 2012 waren niet SMART uitgewerkt.

•

De verschillende groepen minima en de knelpunten in hun leefsituatie waar ze ondersteuning bij nodig hebben, zijn onvoldoende in beeld. Cijfers over de verschillende groepen minima ontbreken, maar ook een diagnose van hun armoedeproblematiek.

•

De minima zelf en hun ervaringsdeskundigheid over het leven van een minimuminkomen hebben nog geen plek in de beleidsvoorbereidingen. De WMO-raad Sociaal Domein SV is bezig volwassenen van de doelgroepen van het minimabeleid te betrekken bij verschillende onderwerpen. Kinderen in armoede hebben nog geen enkele vorm van beleidsparticipatie.

•

Het informeren van de minima gebeurt voor een belangrijk deel via de bestaande informatiekanalen van de website van de gemeente en stukjes in de huis-aan-huisbladen. Een verder reikende manier is in voorbereiding om gerichte informatie te verspreiden via platforms van bv. zelfstandige ondernemers, maar ook om “overige minima”, bv. de mensen die wel bekend zijn bij de gemeente en geen uitkering hebben via diverse regelingen, te benaderen met informatie over het minimabeleid. De maatschappelijke organisaties pleiten voor heldere brochures en voor het betrekken van meer centrale intermediairs bij de verspreiding, zoals de scholen.

•

De voorzieningen van het minimabeleid zijn sinds 2012 voortgezet, deels in een nieuw jasje, en verder uitgebreid. De opvallendste vernieuwing in de vergelijking tussen het oude en het nieuwe beleid is de ruimhartige collectieve zorgvoorziening. De grens is verlegd naar 130% van het minimum, waardoor er veel meer mensen gebruik van kunnen maken. Ook de inzet op participatie is ruimhartig: 125% voor de U-pas. Het maatwerk is in ontwikkeling en de eerste preventiemaatregel is in uitvoering: de wijkteams hebben een flexibel budget en beslissingsruimte om dit te besteden. Het preventiebeleid behoeft nog nadere invulling. Een belangrijk speerpunt van het beleid is de uitwerking van re-integratievoorzieningen om mensen naar betaalde arbeid te begeleiden. Volgens de maatschappelijke organisaties zijn deze voorzieningen te eenzijdig gericht op laag opgeleiden.

•

De integrale benadering van de situatie van de gebruikers van de gemeentelijke voorzieningen is op dit moment vooral aan de voorkant in de uitvoeringspraktijk uitgewerkt, met name bij de meervoudige problematiek die de wijkteams ondersteunen. Ook bij de individuele aanvragen en contacten is een meer integrale benadering in uitwerking. Bij de interne beleidsontwikkeling is nog

18 december 2015 Pagina 23 van 40

Definitief

Trudi Nederland en Jessica van den Toorn

Rapport minimabeleid St

•

Vecht.def/w23

Doeltreffendheid

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

onvoldoende sprake van een integrale werkwijze. Ook de relatie tussen beleid en uitvoering kan verder worden geoptimaliseerd door de kennis van de uitvoeringspraktijk beter te benutten bij beleidsontwikkeling. •

De gemeente heeft de intentie om met de maatschappelijke organisaties samen te werken. Die samenwerking heeft een wisselend karakter. Zo is er geen periodiek overleg en zijn er geen heldere afspraken en taakverdeling over de koers en inhoud van de concrete aanpak van armoedebestrijding. De maatschappelijke organisaties pleiten voor een verdere concretisering van het beleid en voor de uitwisseling van informatie en afstemming van de taken en werkzaamheden.

•

Het monitoren van het uitvoeringsproces en de effecten daarvan gebeurt alleen – en ten dele – op de output. Bijgehouden wordt hoeveel mensen gebruik maken van de voorzieningen, maar omdat cijfers over de populatie minima ontbreken, alsmede een diagnose over de ondersteuningsbehoeften van de verschillende groepen minima, is niet op te maken wat de effecten van het beleid zijn voor de doelgroepen, met andere woorden wat het beleid bijdraagt aan het verbeteren van de leefsituatie en de perspectieven van de minima.

Doelmatigheid •

Binnen het uitvoeringsproces van de gemeente is helder wie welke taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden heeft. Wel kan de afstemming met de wijkteams nog verbeteren.

•

De omvang van het totale uitvoeringsbudget is niet helder te destilleren, omdat niet voor alle voorzieningen van het beleid cijfers beschikbaar zijn. Daarnaast ontbreekt een overzichtelijk beeld van de beschikbare middelen per onderdeel van het minimabeleid.

Rechtmatigheid •

De rechtmatigheid van het nieuwe minimabeleid is gewaarborgd in de uitvoeringspraktijk.

De gemeenteraad wordt voldoende en tijdig betrokken bij de beleidsontwikkelingen rond het minimabeleid, maar hun input voor hun kaderstellende rol is inhoudelijk onvoldoende. Hiertoe missen de raadsleden informatie met aanknopingspunten voor een fundamentele discussie over de doelstellingen van het minimabeleid met bijbehorende indicatoren.

•

De gemeenteraad heeft onvoldoende instrumenten in handen voor hun controlerende taak. Het gaat om SMART geformuleerde doelstellingen met bijbehorende indicatoren om te meten of de doelen wel of niet gehaald worden. De raadsleden krijgen raadsinformatiebrieven en rapportages over de financiën, maar ze missen een structurele, inhoudelijke terugkoppeling. Ze willen een betere monitoring, maar verschillen wel van mening over het type indicatoren daarvoor.

18 december 2015 Pagina 24 van 40

Definitief

Trudi Nederland en Jessica van den Toorn

Vecht.def/w24

•

Rapport minimabeleid St

Positie van de gemeenteraad

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Aanbevelingen 1. De doelgroep meer in beeld Zorg dat de doelgroep beter in beeld komt. Dit kan bijvoorbeeld op de volgende manieren: a. Het maken van een quick scan. De quick scan brengt het bereik van de verschillende groepen minima door de gemeente en door de maatschappelijke organisaties in beeld. De organisaties en de gemeente stellen aan de hand van een vooraf opgestelde lijst met doelgroepen vast welke groepen (en hoeveel mensen per groep) met verschillende achtergronden/kenmerken zij bereiken. Het koppelen van bestanden wordt hierdoor vermeden (hetgeen onmogelijk is door de privacywetgeving), maar er ontstaat wel zicht op het totaalbeeld van bereikte groepen en op de overlap van bereikte groepen. b. Het maken van een armoedemonitor Stichtse Vecht. Een armoedemonitor brengt de populatie met een laag inkomen in kaart en helpt bij het signaleren van nieuwe kansen en risico’s. De cijfers kunnen gehaald worden uit het Regionaal Inkomensonderzoek (RIO) van het CBS. Dit omvat een bestand met inkomensgegevens over alle huishoudens en personen in Nederland. Hierdoor kan gekeken worden naar de populatie met zowel een inkomen tot 100% van het wettelijk sociaal minimum (WSM) als naar groepen met meer inkomen, bijvoorbeeld de 125% van de U-pas of de 130% van de Collectieve Zorgverzekering. Het is ook mogelijk om rekening te houden met het vermogen van huishoudens. 2.

De doelgroep meer bereiken

Een verder reikende informatievoorziening en eenvoudige aanvraagprocedures zijn in voorbereiding. Aanbevolen wordt om verder te zoeken naar intermediairs waar de minima direct contact mee hebben, bijvoorbeeld ondernemersplatforms, sportverenigingen en scholen. Zij kunnen ingezet worden om het informatiemateriaal te verspreiden en om te verwijzen. Een andere manier om de doelgroep te betrekken, is door gebruik te maken van ervaringsdeskundigheid. Betrek de minima zelf bij zowel de vormgeving en inhoud van de informatie, als bij het verspreiden daarvan. Gebruikmaken van de ervaringsdeskundigheid van de minima kan tevens door hen (zowel volwassenen als kinderen) te betrekken bij de vraag hoe de voorzieningen meer kunnen aansluiten bij de behoeften van de doelgroepen in hun directe leefsituatie. Daadwerkelijk gebruikmaken van ervaringsdeskundigheid kan tevens een activerende werking hebben op de participatie van de minima. In Groningen, Utrecht en Amsterdam zijn opleidingen voor de inzet van betaalde ervaringsdeskundigen vanuit de minima in het sociale domein opgezet.

3. Werk de inhoud van het minimabeleid concreter uit

Pagina 25 van 40

Definitief

Trudi Nederland en Jessica van den Toorn

Vecht.def/w25

18 december 2015

Rapport minimabeleid St

Veel valt er nog te winnen in de verdere concrete uitwerking van het beleid en de vertaling daarvan naar de uitvoeringspraktijk. Het maatwerk is bijvoorbeeld vooral uitgewerkt aan de voorkant (bij de intake) in het werk van de wijkteams en bij de individuele contacten met klanten van de sociale dienst, maar de interne beleidsmatige samenhang ontbreekt en daardoor ook de mogelijkheden voor meer integrale arrangementen voor de klanten/cliënten. De preventie is ingericht door het budget voor maatwerk bij individuele noodgevallen, maar preventiebeleid kan veel meer omvatten, zoals: • Gezondheidsbevordering bij inwoners met een lage Sociaaleconomische status (SES); • Budgetondersteuning via bijvoorbeeld maatjesprojecten om een negatieve financiële spiraal voor te zijn; • Opvoedondersteuning bij gezinnen met een lage SES; • Kinderen uit gezinnen met een lage SES extra onderwijsbegeleiding te bieden.

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

4. Werk intensiever samen (intern en extern)

Om meer coherentie in de armoedebestrijding te realiseren is een intensievere samenwerking nodig. Dit betreft als eerste de interne samenwerking tussen beleid en uitvoering op het vlak van de minimavoorzieningen, maar ook de samenwerking tussen verschillende beleidsvelden gericht op meer individuele maatarrangementen en meer integrale collectieve voorzieningen. Daarnaast is meer sturing door de gemeente nodig op het vlak van de samenwerking met lokale maatschappelijke organisaties. Het gaat daarbij om het creëren van een gemeenschappelijke visie en doelbenadering en een concrete uitwerking hiervan in afspraken rond het afstemmen van taken en werkzaamheden, en het evalueren van die taken en werkzaamheden.

5. Maak werk van het monitoren van dit nieuwe beleid

Pagina 26 van 40

Definitief

Trudi Nederland en Jessica van den Toorn

Vecht.def/w26

18 december 2015

Rapport minimabeleid St

Zicht krijgen op de effecten van het beleid en de bestedingsmiddelen kan door: • SMART geformuleerde doelen, zowel op output als outcome. • Het kiezen van indicatoren die ook daadwerkelijk te meten zijn. Denk voor de output aan het verbeteren van de koopkracht van verschillende soorten huishoudens, en voor de outcome aan het verhogen van de (financiële) zelfredzaamheid, de participatie en de kwaliteit van leven van verschillende groepen minima. Bij de output is het laten maken van een minima-effectrapportage (NIBUD) bruikbaar en voor de outcome zijn er diverse instrumenten beschikbaar, zoals de Zelfredzaamheidsmatrix, een meetinstrument voor de kwaliteit van leven, en het Balansmodel over de participatie en zelfredzaamheid van de minima in drie levensdomeinen: persoonlijk leven, maatschappelijk en sociaal leven (Verwey-Jonker instituut). • Breng de indicatoren regelmatig in kaart. De zichtbaarheid van de vorderingen maakt bijstelling mogelijk en ondersteunt het politieke en maatschappelijke draagvlak voor het gemeentelijke beleid. • Koppel de uitkomsten op reguliere basis terug aan de gemeenteraad en stimuleer discussie tussen de raadsleden om hun kaderstellende en controlerende taken meer inhoud te geven.

• Voer discussie met de direct betrokkenen (doelgroepen, maatschappelijke organisaties en betrokken beleidsterreinen over de effecten van het monitoren en stel het beleid bij aan de hand van concrete adviezen van deze direct betrokkenen. Koppel vervolgens ook terug aan de betrokkenen wat er met hun advies is gebeurd.

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

5. Bestuurlijke reactie Rekenkamercommissie T.a.v. de heer G. Molenaar Endelhovenlaan 1 3601 GR MAARSSEN

Datum 1 december 2015 Onderwerp Bestuurlijke reactie op het concept rekenkamerrapport minimabeleid Stichtse Vecht Bijlage(n) n.v.t.

Geachte heer Molenaar, Op 25 november ontvingen wij uw uitnodiging om te reageren op de conclusies en aanbevelingen naar aanleiding van uw onderzoeksrapport naar het minimabeleid in Stichtse Vecht. In deze brief willen wij u onze reactie geven. Allereerst willen wij u bedanken voor het gedegen onderzoek en de manier waarop u dit tot stand heeft gebracht. Uw hoofdconclusie is dat het minimabeleid van de gemeente Stichtse Vecht in potentie doeltreffend, doelmatig en rechtmatig is. Wij zijn blij te constateren dat het huidige minimabeleid in potentie voldoet, maar vinden dat het meer dan in potentie doeltreffend, doelmatig en rechtmatig, moet zijn. Om die reden zullen wij in algemeenheid uw aanbevelingen ter harte nemen en inzetten op het realiseren van uw aanbevelingen. Onderstaand gaan wij expliciet in op een aantal door u geconstateerde conclusies en aanbevelingen. Doeltreffendheid Zoals u constateert is het ons voornemen om de doelgroepen beter in beeld te krijgen. Daarmee wordt gepoogd niet alleen de doelgroep te kennen, maar ook een betere diagnose van de armoedeproblematiek helderder te hebben. Wij overwegen een armoedemonitor uit te voeren voor Stichtse Vecht. Daarnaast verwachten wij dat de samenwerking met wijkteams de integraliteit zal versterken.

Wij zijn van mening dat de uitwisseling van informatie en kennis met alle ketenpartners de samenwerking verder zal kunnen versterken. Doelmatigheid U constateert dat een overzichtelijk beeld van de beschikbare middelen per onderdeel ontbreekt. Wij zijn met u van mening dat de toegankelijkheid van die informatie kan verbeteren en maken dit inzichtelijker.

Pagina 27 van 40

Definitief

Trudi Nederland en Jessica van den Toorn

Vecht.def/w27

18 december 2015

Rapport minimabeleid St

Monitoring van het nieuwe beleid Om het sociaal domein beter in beeld te krijgen is een monitor ontwikkeld. Van die monitor maakt participatie ook onderdeel uit. Nagegaan kan worden of dit onderdeel uitgebreid kan worden met indicatoren met betrekking tot het minimabeleid.

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Wij hopen met deze reactie een bijdrage te leveren aan het bewerkstelligen van een daadwerkelijk doeltreffend, doelmatig en rechtmatig minimabeleid.

Hoogachtend,

burgemeester

18 december 2015

Definitief

Pagina 28 van 40

Trudi Nederland en Jessica van den Toorn

Vecht.def/w28

gemeentesecretaris

Rapport minimabeleid St

Burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht,

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

6. Nawoord rekenkamercommissie De Rekenkamercommissie heeft met belangstelling kennis genomen van de bestuurlijke reactie van B&W, waarin zij de conclusies van het onderzoek onderschrijven en de aanbevelingen in algemeenheid ter harte nemen. Daarbij geven B&W voor enkele aanbevelingen al concrete stappen aan hoe men de aanbevelingen zou willen invullen. De bestuurlijke reactie geeft ons geen aanleiding tot een nadere inhoudelijke reactie in dit nawoord.

Pagina 29 van 40

Definitief

Trudi Nederland en Jessica van den Toorn

Vecht.def/w29

18 december 2015

Rapport minimabeleid St

De Rekenkamercommissie ziet de behandeling van het rapport door de raad met belangstelling tegemoet.

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Bijlage 1 Onderzoeksvragen en normenkader Onderzoeksvragen De Rekenkamercommissie van de gemeente Stichtse Vecht wil weten of het nieuwe minimabeleid van de gemeente, zoals vastgelegd in de beleidsnota Meedoen in Stichtse Vecht en Weesp 2015-2018, in opzet doeltreffend, doelmatig en rechtmatig is. Deze hoofdvraag uiteen in de volgende deelvragen: Doeltreffendheid 1. Wat wil de gemeente bereiken met het nieuwe minimabeleid: wat is de visie en wat zijn de doelen? 2. In hoeverre komen deze doelen overeen met het minimabeleid sinds 2012? Voor de doelen die overeen komen: in hoeverre worden deze doelstellingen op dit moment gerealiseerd? 3. Zijn de beoogde doelgroepen en de omvang van hun problematiek goed in beeld? 4. Is het aannemelijk dat deze groepen voldoende worden bereikt? Houdt het nieuwe beleid rekening met lessen uit het oude beleid? 5. Zijn de in te zetten instrumenten helder omschreven en is er een logisch verband tussen de te bereiken doelen en de instrumenten? 6. Is er in de gemeente sprake van een integrale aanpak, waarbij verschillende beleidsterreinen samenwerken omtrent het ondersteunen van minima? 7. Met welke partijen wil de gemeente samenwerken in het nieuwe beleid? Zijn dit dezelfde partijen als waar nu mee wordt samengewerkt? Zo ja, hoe verloopt die samenwerking nu? 8.

Heeft de gemeente beschreven op welke wijze uitvoering van het beleid zal worden gemonitord? En op welke termijn en welke wijze het doelbereik wordt vastgesteld? Doelmatigheid 9. Zijn verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden in het uitvoeringsproces, zoals beschreven in het nieuwe beleid, duidelijk? 10. Hoe verhouden de beoogde uitvoeringskosten zich tot de beoogde mate van doelbereiking? Zijn de doelstellingen volgens de betrokkenen te realiseren met minder middelen? Rechtmatigheid 11. Voldoet het nieuwe beleid aan de wettelijke kaders? 12. Zijn er bij de uitvoering van inkomensondersteunende maatregelen in het nieuwe beleid voldoende waarborgen voor rechtmatige verstrekkingen en zijn de verstrekkingen rechtmatig? Sturing en verantwoording 13. Heeft de raad een actieve rol gehad bij het opstellen van de kaders en doelen van het nieuwe minimabeleid? 14. Heeft de raad voldoende instrumenten (verslaglegging en dergelijke) om t.a.v. armoedebestrijding kaderstellend en controlerend te opereren?

Pagina 30 van 40

Definitief

Trudi Nederland en Jessica van den Toorn

Vecht.def/w30

18 december 2015

Rapport minimabeleid St

Deze onderzoeksvragen zijn geoperationaliseerd in het onderstaande normenkader.

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

4. Is het aannemelijk dat deze groepen voldoende worden bereikt? Houdt het nieuwe beleid rekening met lessen uit het oude beleid?

5. Zijn de in te zetten instrumenten helder omschreven en is er een logisch verband tussen de te bereiken doelen en de instrumenten? 6. Is er in de gemeente sprake van een integrale aanpak, waarbij verschillende beleidsterreinen samenwerken omtrent het ondersteunen van minima? 7. Met welke partijen wil de gemeente samenwerken in het nieuwe beleid? Zijn dit dezelfde partijen als waar nu mee wordt samengewerkt? Zo ja, 18 december 2015 Pagina 31 van 40

Definitief

3a. De gemeente heeft zicht op het huidige aantal minima in de gemeente Stichtse Vecht. 3b. De gemeente heeft zicht op de aard en omvang van de problemen van de beoogde doelgroepen van het minimabeleid. 3c. De gemeente heeft haar kennis over het aantal minima en hun problemen benut bij het opstellen van het nieuwe beleid. 4a.De gemeente heeft zicht op het gebruik van de instrumenten van het minimabeleid sinds 2012. 4b. De gemeente heeft de sterke punten van het oude beleid om de doelgroep te bereiken in het nieuwe beleid behouden. 4c. De gemeente heeft de minder sterke punten van het oude beleid om de doelgroep te bereiken in het nieuwe beleid verbeterd/aangepast. 5a. De gemeente heeft in het nieuwe beleid de in te zetten instrumenten helder omschreven. 5b. Bij de inzet van instrumenten zijn de ervaringen uit het verleden meegenomen. 5c. Er is een logisch verband tussen de te bereiken doelen en de in te zetten instrumenten. 6a. De gemeente heeft in het nieuwe beleid benoemd of en hoe zij met andere beleidsterreinen wil samenwerken in de aanpak van armoede. 6b. Er zijn heldere afspraken gemaakt over de interne samenwerking bij de gemeente, zowel tussen beleidsterreinen als tussen beleid en uitvoering. 7a. De gemeente heeft in het nieuwe beleid benoemd met welke partners zij wil samenwerken in de uitvoering van het nieuwe beleid. 7b.

Er zijn heldere afspraken gemaakt met deze partners over Trudi Nederland en Jessica van den Toorn

Vecht.def/w31

2. In hoeverre komen deze doelen overeen met het minimabeleid sinds 2012? Voor de doelen die overeen komen: in hoeverre worden deze doelstellingen op dit moment gerealiseerd? 3. Zijn de beoogde doelgroepen en de omvang van hun problematiek goed in beeld?

Normen doeltreffendheid 1a. De gemeente heeft haar visie op de ondersteuning aan minima helder geformuleerd. 1b. De te bereiken doelen van de ondersteuning aan minima zijn specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden (SMART) geformuleerd. 1c. De geformuleerde doelen hebben daadwerkelijk betrekking op het bestrijden van de financiële effecten van armoede en het stimuleren van participatie van minima in de maatschappij (outcome). 2. De gemeente heeft inzicht in de mate waarin de doelstellingen uit het minimabeleid 2012, voor zover deze zijn overgenomen in het nieuwe beleid, tot op heden gerealiseerd zijn.

Rapport minimabeleid St

Vragen doeltreffendheid 1. Wat wil de gemeente bereiken met het nieuwe minimabeleid: wat is de visie en wat zijn de doelen?

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Vragen doelmatigheid 9. Zijn verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden in het uitvoeringsproces, zoals beschreven in het nieuwe beleid, duidelijk?

10. Hoe verhouden de beoogde uitvoeringskosten zich tot de beoogde mate van doelbereiking? Zijn de doelstellingen volgens de betrokkenen te realiseren met minder middelen?

Vragen rechtmatigheid 11. Voldoet het nieuwe beleid aan de 3 wettelijke kaders?

3

Normen doelmatigheid 9a. Het is helder wie welke verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden heeft in het uitvoeringsproces. 9b. De verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden zijn schriftelijk vastgelegd en inzichtelijk voor alle betrokken partijen. 9c. De gemeente heeft in het uitwerken van het uitvoeringsproces rekening gehouden met ervaringen met efficiëntie sinds 2012. 10a. De omvang van het totale uitvoeringsbudget voor het nieuwe minimabeleid is helder vastgelegd. 10b. Binnen het totale uitvoeringsbudget is een overzichtelijke verdeling gemaakt van de beschikbare middelen naar de verschillende onderdelen van het minimabeleid. 10c. De begrote uitvoeringskosten staan in redelijke verhouding tot de beoogde beleidsdoelen. 10d. Indien in de afgelopen periode sprake is geweest van overschrijding van het begrote budget voor het minimabeleid, is in het nieuwe beleid vastgelegd op welke wijze dergelijke overschrijdingen vanaf heden worden voorkomen. Normen rechtmatigheid 11a. De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering als personen niet voldoen aan de gestelde arbeidsverplichtingen. 11b. De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering als personen hun woonkosten kunnen delen met huisgenoten van 21 jaar of ouder (kostendelersnorm). 11c. De gemeente heeft de tegenprestatie geregeld in een verordening en heeft daarbij aandacht besteed aan mantelzorg

Participatiewet: http://wetten.overheid.nl/BWBR0015703/geldigheidsdatum_15-07-2015

18 december 2015 Pagina 32 van 40

Definitief

Trudi Nederland en Jessica van den Toorn

Vecht.def/w32

8. Heeft de gemeente beschreven op welke wijze uitvoering van het beleid zal worden gemonitord? En op welke termijn en welke wijze het doelbereik wordt vastgesteld?

hun rol in de ondersteuning aan minima. 7c. De gemeente heeft de ervaringen met samenwerking in het verleden benut voor het nieuwe beleid. 7d. De reeds bestaande partners beoordelen de samenwerking met de gemeente als effectief en doelmatig. 7e. De gemeente faciliteert de samenwerking tussen partners en stuurt deze waar nodig aan. 7f. De gemeente betrekt in het nieuwe beleid de meeste relevante partijen die kunnen bijdragen aan het bestrijden van de financiële effecten van armoede en het stimuleren van participatie van minima in de maatschappij. 8a. De gemeente heeft in het nieuwe beleid concreet uitgewerkt op welke wijze en met welke frequentie de uitvoering van het beleid wordt gemonitord. 8b. De gemeente heeft in het nieuwe beleid vastgelegd op welke wijze en met welke frequentie het (tussentijdse) doelbereik wordt gemeten. 8c. De gemeente heeft ervaringen met monitoring sinds 2012 meegenomen in het nieuwe beleid. 8d. De wijze waarop de gemeente het beleid monitort geeft daadwerkelijk inzicht in de doelbereiking van het beleid.

Rapport minimabeleid St

hoe verloopt die samenwerking nu?

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

18 december 2015 Pagina 33 van 40

Definitief

Normen sturing en verantwoording 13a. De raad heeft een actieve rol gehad in het opstellen van het nieuwe minimabeleid. 13b. De raad heeft voldoende keuzemogelijkheden gehad bij het opstellen van het beleid. 14a. De verantwoordingsinformatie geeft de raad voldoende heldere informatie over de vragen: wat willen we bereiken, wat hebben we daarvoor gedaan, wat heeft het gekost en wat hebben we bereikt. 14b. De raad wordt regelmatig geïnformeerd over de inhoudelijke en financiële stand van zaken in de uitvoering van het nieuwe minimabeleid.

Trudi Nederland en Jessica van den Toorn

Vecht.def/w33

Vragen sturing en verantwoording 13. Heeft de raad een actieve rol gehad bij het opstellen van de kaders en doelen van het nieuwe minimabeleid? 14. Heeft de raad voldoende instrumenten (verslaglegging en dergelijke) om t.a.v. armoedebestrijding kaderstellend en controlerend te opereren?

Rapport minimabeleid St

12. Zijn er bij de uitvoering van inkomensondersteunende maatregelen in het nieuwe beleid voldoende waarborgen voor rechtmatige verstrekkingen en zijn de verstrekkingen rechtmatig?

en vrijwilligerswerk. 11d. De gemeente bepaalt per persoon de hoogte van de individuele inkomenstoeslag voor bijstandsgerechtigden met een langdurigheidstoeslag (mensen die langdurig van een laag inkomen rond moeten komen zonder uitzicht op verbetering). Ook heeft de gemeente vastgelegd wat zij verstaat onder langdurig en laag inkomen. 11e. Bijzondere bijstand wordt alleen nog verstrekt voor kosten die daadwerkelijk gemaakt zijn of worden en er vindt een toets op individueel niveau plaats of bijzondere bijstand echt nodig is. 11f. De mogelijkheden voor categoriale bijstand zijn beperkt tot collectieve zorgverzekeringen en stadspassen. 12a. De criteria om de verschillende voorzieningen toe te kennen zijn voor de consulenten helder en eenduidig geformuleerd. 12b. Er is een interne toets op de beslissingen voordat ze worden afgegeven of daarna. 12c. Er zijn heldere afspraken gemaakt over wat een consulent doet bij twijfel over een aanvraag. 12d. Er is op structurele basis intervisie tussen consulenten. 12e. De mogelijkheid tot bezwaar wordt aan burgers duidelijk gemaakt bij de beslissing. 12f. Ingediende bezwaarschriften worden geanalyseerd om de oorzaak van het indienen van het bezwaar te achterhalen. 12g. Gegrond verklaarde bezwaren worden geanalyseerd en teruggekoppeld. Er wordt iets gedaan om dit in de toekomst te voorkomen.

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Bijlage 2 Onderzoeksmethoden Het onderzoek bestond uit vijf onderdelen, die we hieronder kort beschrijven. Voor een overzicht van de respondenten verwijzen we u naar bijlage 5. Analyse bestaande gegevens: gemeentelijke stukken en registratiegegevens Bij de start van het onderzoek hebben de onderzoekers alle bestanden bij de gemeente opgevraagd die inzicht geven in de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het minimabeleid van de gemeente Stichtse Vecht. In totaal zijn er zo’n 33 documenten geanalyseerd. De documenten varieerden van beleidsnota’s en –regels, verordeningen, raadsbrieven en voorstellen tot kostenoverzichten. Zie voor een totaaloverzicht bijlage 3. Analyse eerder onderzoek Het Verwey-Jonker Instituut heeft al veel onderzoek gedaan naar het minimabeleid in Nederland. Maar ook andere partijen, doen regelmatig onderzoek naar dit thema. De onderzoekers hebben de belangrijkste lessen uit voorgaand onderzoek op een rijtje gezet en deze naast de bevindingen uit onderhavig onderzoek gelegd. Zie voor een overzicht van alle onderzoeken die zijn meegenomen bijlage 4. Interviews met wethouder, beleidsmedewerker en uitvoerders De onderzoekers hielden face-to-face interviews met de wethouder, 1 beleidsmedewerker en 3 uitvoerders.

In de interviews zoomden zij in op de aspecten van het minimabeleid die op basis van bestaande gegevens niet (voldoende) in kaart konden worden gebracht. Groepsinterview met fractiewoordvoerders gemeenteraad In een groepsinterview met de woordvoerders van de verschillende raadsfracties hebben de onderzoekers doorgepraat over de positie van de raad als het gaat om het minimabeleid in de gemeente. Centraal stond de vraag of zij voldoende instrumenten (verslaglegging en dergelijke) hebben om t.a.v. het minimabeleid kaderstellend en controlerend te opereren. Alle in de raad vertegenwoordigde fracties waren uitgenodigd, de raadsfracties van ChristenUnie, CDA, GroenLinks, PvdA, VVD, Streekbelangen, Maarssen 2000 en D66 hebben deelgenomen.

Pagina 34 van 40

Definitief

Trudi Nederland en Jessica van den Toorn

Vecht.def/w34

18 december 2015

Rapport minimabeleid St

Bijeenkomst met lokale partners In een focusgroep hebben de onderzoekers lokale sociale partners in Stichtse Vecht de vraag voorgelegd hoe zij het (oude) en (nieuwe) beleid van de gemeente beoordelen. De deelnemers zijn op basis van de interviews (onderdeel 3) geselecteerd en uitgenodigd. In de focusgroep waren de volgende partijen vertegenwoordigd: St. Jan de Doperparochie Vecht en Venen; Platform Solidariteit; Arbeidsdynamiek; Seniorenraad; WMO-raad Sociaal Domein SV; Stichting Over Rood; Voedselbank Stichtse Vecht; Vluchtelingenwerk Breukelen; Wijkteam Breukelen Loenen; Wijkteam Maarssen; Stichting Welzijn SV; Kledingbank Breukelen; Maatschappelijke Werk; Woningstichting Portaal.

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Bijlage 3: Geraadpleegd voor documentstudie Advies WMO-raad Sociaal Domein Stichtse Vecht betreffende de nota Minimabeleid, 11 mei 2015. Brief college aan de WMO-raad Sociaal Domein Stichtse Vecht: Reactie op Advies nota minimabeleid en in het bijzonder over de beslispunten in de nota. 29 mei 2015. Beleidsnota Uitgangspunten Minimabeleid 2012. Beleidsnota minimabeleid 2015 – 2018: Meedoen in Stichtse Vecht en Weesp. Versie 14 april, versie 2. Beleidsnota Participatiebeleid Stichtse Vecht, Wijdemeren en Weesp. Vastgesteld door de gemeenteraad van Stichtse Vecht op 25 november 2014. Beleidsregels Bijzondere bijstand Stichtse Vecht. http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/historie/Stichtse%20Vecht/183093/183093_5.htm Beleidsregels woonkosten, commerciële huurprijs en kostgangersprijs Participatiewet Beleidsregel bijzondere bijstand voor reiskosten van schoolgaande kinderen Beleidsregel Computerregeling schoolgaande kinderen 2015. Beleidsregel Declaratieregeling Huisraad 2015. Beleidsregel Declaratieregeling Ouders met schoolgaande kinderen 2015. Beleidsregel Draagkrachtpercentages (B063). Beleidsregel Eenmalige koopkrachttegemoetkoming lage inkomens 2014. Beleidsregel onderwijsmogelijkheden van jongeren in de Wet werk en bijstand. Beleidsregel Langdurigheidstoeslag Stichtse Vecht 2013. Beleidsregel Toeslag voormalig alleenstaande ouders 2012.

Beleidsregel Categoriale bijstand ouderen, chronisch zieken en gehandicapten 2013. Beleidsregel Categoriale bijstand ouders schoolgaande kinderen. Beleidsregel beschut werk. Beleidsregels Re-integratievoorzieningen en eigen bijdrage voorzieningen 2015.

18 december 2015 Pagina 35 van 40

Definitief

Trudi Nederland en Jessica van den Toorn

Vecht.def/w35

Overzicht kosten Bijzondere Bijstand 2013.

Rapport minimabeleid St

Overzicht kosten Bijzondere Bijstand 2012.

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Overzicht kosten Bijzondere Bijstand 2014. Raadsbesluit. Onderwerp: Herijking minimabeleid. 30 juni 2015. Raadsinformatiebrief (RIB) #32, 25 juni 2015 Raadsprogramma Stichtse Vecht 2014 – 2018 Samen Verder. Versie 15 juli 2014. Raadsvoorstel. Onderwerp: Herijking Minimabeleid: Scheelbeek, L. (2015). Evaluatie U-pas 2014; Klanttevredenheidsonderzoek en beleidsevaluatie. Utrecht: afdeling Onderzoek, gemeente Utrecht. Verordening Re-integratie Stichtse Vecht 2015. http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/historie/Stichtse%20Vecht/371254/371254_1.htm Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Stichtse Vecht 2015. http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/historie/Stichtse%20Vecht/347875/347875_1.htm Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ Stichtse Vecht 2015. http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/historie/Stichtse%20Vecht/347844/347844_1.htm

Pagina 36 van 40

Definitief

Trudi Nederland en Jessica van den Toorn

Vecht.def/w36

18 december 2015

Rapport minimabeleid St

Verordening Individuele inkomenstoeslag Stichtse Vecht 2015. http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/historie/Stichtse%20Vecht/347827/347827_1.htm

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Bijlage 4 Geraadpleegd voor lessen uit eerder onderzoek Onderzoek Verwey-Jonker Instituut • Kinderen in armoede in Nederland (Steketee et al, 2013) De Kinderombudsman heeft met het Verwey-Jonker Instituut twee onderzoeken in gang gezet naar kinderen en armoede. Ten eerste is het Meldpunt Kinderen in Armoede geopend voor kinderen in de leeftijd van 6 tot 18 jaar. Zij konden hun ervaringen vertellen met armoede in de thuissituatie en mogelijke oplossingen aandragen. Daarnaast konden ouders, professionals, ambtenaren of mensen die op een andere wijze betrokken zijn bij armoede, hun ervaringen en problemen bij armoedebeleid doorgeven, of goede voorbeelden geven van projecten rondom kinderen in armoede. Ten tweede is er een onderzoek uitgezet onder alle Nederlandse gemeenten met vragen over hun armoedebeleid voor kinderen. In totaal hebben 198 van de 408 gemeenten gereageerd, waarmee dit deelonderzoek representatief is voor het gemeentelijk armoedebeleid in Nederland. • Armoede in Leeuwarden (Mak, Nederland en van den Toorn, 2014) De gemeente Leeuwarden heeft de RadarGroep en het Verwey-Jonker Instituut gevraagd te onderzoeken wat de gebruikers, volwassenen, jongeren en kinderen, vinden van de voorzieningen van het minimabeleid. Bij 113 volwassenen is face to face een vragenlijst ingevuld.

In dit rapport geven zij hun mening over de voorzieningen, wat zij zelf aan activiteiten doen en waar zij actief aan mee zouden willen werken. De jongerenafdeling van het Fries Samenwerkingsverband Uitkeringsgerechtigden (FSU) vertelt over de schaamte onder jongeren, over het taboe om er over te praten, en over de onbekendheid met de gemeentelijke voorzieningen. De mening van kinderen is opgetekend door het spelen van het Leergeldspel met enkele groepen kinderen op twee basisscholen. • Armoede in Elburg, Oldebroek, Hattem en Heerde (Mak et al, 2014) In het voorjaar van 2014 deed het Verwey-Jonker Instituut onderzoek onder opvoeders en jongeren in de betreffende gemeenten. Om inzicht te krijgen in hoe opvoeders en jongeren armoede beleven, is een online vragenlijst uitgezet onder de doelgroep. In het rapport wordt per gemeente ingegaan op wat armoede voor opvoeders en jongeren betekent. Hoe gaan ze ermee om en welke tips en adviezen hebben zij voor de gemeente? Het rapport wordt afgesloten met aanbevelingen om de consequenties van armoede voor opvoeders en jongeren in deze vier gemeenten te beperken. • Lokaal en integraal (Stavenuiter & Nederland, 2014) In opdracht van het ministerie SZW heeft het Verwey-Jonker Instituut onderzoek gedaan naar de integrale schuldhulpverlening bij zestig gemeenten.

Onder integrale schuldhulpverlening wordt in het onderzoek zowel de integrale aanpak in de keten (van preventie tot en met nazorg) als een integrale benadering binnen het sociale domein verstaan. • Sterk en samen tegen armoede (Van der Klein et al, 2011) In 2010, het Europese Jaar ter bestrijding van armoede en sociale uitsluiting, kreeg het Verwey-Jonker Instituut met de Stedenestafette de kans om het lokale armoedebeleid in 23 gemeenten te onderzoeken. Het instituut nam vooral de broodnodige samenwerking tussen gemeente en maatschappelijk middenveld onder de loep en gaf advies om die samenwerking te verbeteren.

Handreiking effectief kindgericht armoedebeleid voor gemeenten (Mak en van Bommel, 2014).

18 december 2015 Pagina 37 van 40

Definitief

Trudi Nederland en Jessica van den Toorn

Vecht.def/w37

•

Rapport minimabeleid St

• Van inkomensondersteuning tot Wmo (Nederland et al, 2011) Dit essay blikt terug op twintig jaar armoedebestrijding in Nederland.

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

In opdracht van de Kinderombudsman vervaardigde het Verwey-Jonker Instituut de handreiking kindgericht armoedebeleid. Het bevat tips en adviezen van kinderen en jongeren hoe een gemeente een kindgericht armoedebeleid tot een succes kan maken. Ook bevat het een aantal goede voorbeelden van hoe kinderen en jongeren betrokken worden bij het inrichten van gemeentelijk armoedebeleid.

Overige onderzoeken • Bureau Bartels: Gemeentelijk armoede- en schuldbeleid (2014) Dit rapport geeft inzicht in de wijze waarop gemeenten invulling (gaan) geven aan (versterking van) het armoede- en schuldenbeleid. De bevindingen die in het rapport gepresenteerd zijn, zijn gebaseerd op de raadpleging van 311 vertegenwoordigers van gemeenten, namelijk 269 individuele gemeenten en 42 samenwerkingsverbanden van gemeenten. Deze respondenten ‘dekken’ alle 403 gemeenten in ons land (exclusief de gemeenten in het Caribisch Nederland) af. • Panteia (2015): Jongvolwassenen en schulden ‘Voor mijn gevoel had ik veel geld’ Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van SZW. Panteia heeft de omvang, de kenmerken en de aard van de schuldenproblematiek bij jongvolwassenen tussen de 18 en 27 jaar in beeld gebracht. Het onderzoek is gebaseerd op 1.518 enquêtes en 29 diepte-interviews. Tijdens de diepteinterviews is ook inzicht verkregen in de houding en het gedrag van jongvolwassenen ten opzichte van schulden. • Langdurige armoede door het SCP (publicatie eind 2015) In dit onderzoek gaat het SCP in op de achtergronden van langdurige armoede.

Een van de vragen die ze willen beantwoorden is welke bevolkingsgroepen erdoor worden getroffen: zijn dat vooral gepensioneerden of (ook) uitkeringsgerechtigden, en hebben zelfstandig ondernemers meer of juist minder met langdurige armoede te kampen? Een andere vraag is hoe groot de kans op uitstroom uit de armoede is nadat men een bepaald aantal jaren in armoede heeft geleefd? En is die kans nu groter of kleiner dan bijvoorbeeld tien jaar geleden? Ten slotte willen we weten hoe mensen langdurige armoede ervaren: is het iets waar men aan went en kan men zich in de loop der tijd beter redden met het beschikbare inkomen, of kan men juist steeds minder goed rondkomen? • Armoedesignalement SCP/CBS 2014 In deze vijfde editie van het Armoedesignalement presenteren het Sociaal en Cultureel Planbureau (scp) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (cbs) de meest actuele cijfers over armoede in Nederland. De uitkomsten in deze publicatie zijn gebaseerd op bronnen van het cbs. Armoede is hoofdzakelijk gemeten op basis van de gegevens van het Inkomenspanelonderzoek (ipo), dat grotendeels op belastinggegevens berust. De meest recente (voorlopige) cijfers hebben betrekking op het jaar 2013. Naast inkomensgegevens is ook integrale, fiscale informatie over het vermogen van huishoudens per 1 januari 2012 gebruikt. Het scp heeft de armoedecijfers aangevuld met ramingen voor 2014 en 2015.

Regionale verbijzonderingen van armoede zijn afkomstig uit het Regionaal Inkomensonderzoek (rio), dat eveneens berust op integrale waarneming. Ook het rio stoelt grotendeels op belastinggegevens, maar de meest recente gegevens betreffen 2012. • Onderzoek rekenkamer: Armoede in Amsterdam (2014) Opvolgingsonderzoek waarin de Rekenkamer is nagegaan op welke wijze het college van burgemeester en wethouders invulling heeft gegeven aan de aanbevelingen uit het onderzoek Armoedebeleid in Amsterdam. De inzet van inkomensondersteunende maatregelen (mei 2010). Dit rapport bevatte destijds tien aanbevelingen om de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gemeentelijke armoedebeleid en in het bijzonder van de inzet van de zogenoemde inkomensondersteunende maatregelen te vergroten.

18 december 2015 Pagina 38 van 40

Definitief

Trudi Nederland en Jessica van den Toorn

Vecht.def/w38

Hemelse modder, onderzoek in Zaanstad (2013) Rapport minimabeleid St

•

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

In tien uiteenlopende huishoudens is op de bank en aan de keukentafel casusonderzoek gedaan. Bij al deze huishoudens is bekend dat zij meerdere sociale, financiële en/ of gezondheidsproblemen tegelijkertijd hebben. ´Hemelse Modder´ is erop uit om door het daadwerkelijk oplossen van problemen kennis te ontwikkelen. Een belangrijk resultaat is dat mensen de behoefte hebben om zelf de regie te voeren bij het oplossen van hun problemen. Dit onderzoek dient als belangrijke input voor de transformatie van het sociaal domein in de gemeente.

Pagina 39 van 40

Definitief

Trudi Nederland en Jessica van den Toorn

Vecht.def/w39

18 december 2015

Rapport minimabeleid St

• Armoede in Nederland (Crutzen, 2013) Het Armoedeonderzoek 2013 is het zesde oecumenische onderzoek waarin inzicht wordt geboden hoe plaatselijke kerken actief betrokken zijn bij de bestrijding van armoede. In het onderhavige onderzoek hebben meerdere kerken, in samenwerking met de Raad van Kerken in Nederland en de werkgroep Arme Kant van Nederland/EVA, geparticipeerd.

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 0346 25 40 00 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl

Bijlage 5 Overzicht interviews en respondenten Respondenten interviews

Vital van der Horst, Wethouder en wijkwethouder Maarssenbroek Bert van Kolfschoten, beleidsmedewerker Sociaal Domein Barbara Sieval, uitvoerend beleidsmedewerker SoZa Aziema Ilahi, teamleider SoZa en eindverantwoordelijke voor de afdeling werk en inkomen Writzer van der Molen, applicatiebeheerder van het GWS en financieel medewerker

Respondenten groepsgesprek maatschappelijke organisaties

Jos van Os, RK Parochie St. Jan de Doper Vecht en Venen: Jos van Os. Pastor en lid van het Solidariteitsplatform Stichtse Vecht Marie-Madeleine Claassen, Arbeidsdynamiek. Ook lid van het Solidariteitsplatform Stichtse Vecht Bob van Dobbenburgh, Seniorenraad Louis Smeets, secretaris van de WMO-raad Sociaal Domein SV. Ook voorzitter van de cliëntenraad Careyn en voorzitter Voorzittersoverleg Stichtse Vecht Frans te Braake, Coöperatie Over Rood:. Ook lid van het Solidariteitsplatform Stichtse Vecht en ervaringsdeskundige Jacqueline Stoop, Voedselbank Stichtse Vecht. Ook lid van het Solidariteitsplatform Stichtse Vecht Aalsen Everts, Vluchtelingenwerk Breukelen Monique Wolswijk, Wijkteam Breukelen Loenen Marcella Bolier, Wijkteam Maarssen Carolien van der Heijde, Stichting Welzijn SV Anke van der Wijk, Sociaal wijkteam Breukelen Loenen Bertine Oosthoek-Bogaard, Kledingbank Breukelen. Ook lid van het Solidariteitsplatform Stichtse Vecht Ans Hegeman, vicevoorzitter van de WMO-raad Sociaal Domein SV Gerard Miltenburg, Maatschappelijke Werk Careyn: Niels Peters. Maatschappelijke Werk Careyn, coördinator Zicht op Geldzaken. Fred Berkhout, Vluchtelingenwerk Breukelen

Respondenten groepsgesprek gemeenteraad

Pagina 40 van 40

Definitief

Trudi Nederland en Jessica van den Toorn

Vecht.def/w40

18 december 2015

Rapport minimabeleid St

AnneMarie Hiemstra, raads- en communicatieadviseur Vertegenwoordigde fracties: ChristenUnie (2x), CDA (2x), Groenlinks (2x), PvdA (1x), VVD (1x), Streekbelangen (1x), Maarssen 2000 (1x), D66 (1x)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1498/documents/32459