CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

TOELICHTING Bijlage 16 - Archeologisch bureauonderzoek.pdf

Raad 18 april 2023, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 8. : Vaststellen Bestemmingsplan Schepersweg Breukelen8.342 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAPPORT Archeologisch bureauonderzoek Schepersweg (ong.) (gemeente Stichtse Vecht)

AM21560

RAPPORT Archeologisch bureauonderzoek Schepersweg (ong.) (gemeente Stichtse Vecht) Aeres Milieu Projectnummer Status rapport ISSN Nummer Datum

: AM21560 : Definitief : 2214-5656 : 20 juli 2022

Opdrachtgever

: Accent Adviseurs Luchthavenweg 13E 5657 EA Eindhoven

Opsteller rapport Paraaf

: F. van den Blink MA. | drs. ing. N.J.W. van der Feest :

Redactie Paraaf

: drs. ing. N.J.W. van der Feest :

Vrijgave Paraaf

: drs. ing. N.J.W. van der Feest :

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

4002

Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform de geldende richtlijnen en protocollen). Aeres Milieu accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde onderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het bureau onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.

Pagina | 2

AM21560

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ..................................................................................................................................................................................................................... 4 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ......................................................................................................................................................................................... 7 1.

INLEIDING................................................................................................................................................................................................................. 8

2.

WERKWIJZE ............................................................................................................................................................................................................ 11 2.1

3.

Inleiding ............................................................................................................................................................................................................. 11 BUREAU-ONDERZOEK ....................................................................................................................................................................................... 12

3.1

Landschappelijke situatie - geomorfologie .......................................................................................................................................... 12

3.2

Landschappelijke situatie - bodem.......................................................................................................................................................... 13

3.3

Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht .................................................................................................................................. 14

3.4

Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden ........................................................................................................................ 16

3.5

Bewoningsgeschiedenis – historisch kaartmateriaal ....................................................................................................................... 18

4.

VERWACHTINGSMODEL .................................................................................................................................................................................... 21

5.

AANBEVELINGEN ................................................................................................................................................................................................. 25

LITERATUURLIJST ............................................................................................................................................................................................................... 26

Bijlagen: 1 2 3 4 4b 4c 5 6

Topografische ligging onderzoeksgebied Archeologische gegevens cf. Archis 3 Archeologische Maatregelenkaart gemeente Stichtse Vecht Overzicht geomorfologische kaart Stroomgordelkaart Fysische eenheden Provincie Utrecht Overzicht bodemkaart Reliëfkaart

Pagina | 3

AM21560

SAMENVATTING In februari 2022 is door Aeres Milieu een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Schepersweg (ong.) (gemeente Stichtse Vecht). De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek betreft een Omgevingswetvergunning ten behoeve van de sloop van de huidige bebouwing en realisatie van een nieuw appartementencomplex in elk van de drie deelgebieden. De nieuwbouw zal nagenoeg op dezelfde locatie als de huidige bebouwing worden gerealiseerd. De diepte van de toekomstige bodemverstoring rijkt tot circa 1,0 meter beneden maaiveld. De nieuwbouw zal op heipalen worden gefundeerd. De bestaande bebouwing is ook op heipalen gefundeerd. De funderingsbalken liggen circa 75 centimeter beneden maaiveld. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Stichtse Vecht in een zone WaardeArcheologie 3 (middelhoge archeologische verwachting). Voor deze verwachtingszone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 1.000 m2 en dieper dan 30 cm beneden maaiveld. Middels deze kaart heeft de gemeente aangegeven dat de locatie onderzoeksplichtig is Het plangebied ligt op de grens van twee geomorfologische eenheden. Deelgebied 1 ligt mogelijk op een stroomrug of stroomgordel. Deelgebieden 2 en 3 liggen in een rivierkomvlakte.

De grens tussen de stroomrug en rivierkomvlakte is op het AHN niet zichtbaar omdat het maaiveld is opgehoogd ten behoeve van de bouw van de huidige woonwijk. Op basis van een NAP-hoogte op de topografische kaart uit 19501 in vergelijking met de huidige maaiveldhoogte2 bedraagt de moderne ophoging circa 50 cm. Volgens de stroomgordelkaart liggen alle deelgebieden binnen een crevasse van de Vecht stroomgordel. Deze stroomgordel was actief van circa 350 v. Chr. tot 1122 n. Chr. Een crevasse ontstaat doordat een stroomrug of stroomgordel wordt doorbroken waardoor achter de hoofdstroom een nieuwe stroom kon ontstaan. Het pleistocene dekzand ligt op een diepte van circa 6,5 meter beneden maaiveld. De natte omstandigheden voor de late ijzertijd maakten het plangebied geen ideale locatie voor bewoning. Er geldt daarom een lage archeologische verwachting op resten van jager-verzamelaars uit het laatpaleolithicum tot en met het mesolithicum en landbouwende gemeenschappen uit het neolithicum tot de midden ijzertijd. Eventueel aanwezige resten uit de periode laat-paleolithicum en mesolithicum bestaan uit tijdelijke bewoningssporen, haardkuilen, vuursteenstrooiingen. Eventuele aanwezige resten uit het neolithicum tot de midden ijzertijd zullen voornamelijk bestaan uit sporen van landbouw activiteiten.

De omgeving van het plangebied werd bewoonbaar gedurende de overgang van de midden op de late ijzertijd. De bewoning concentreerde zich op de stroomruggen van de Oude Aa en de Vecht. Het plangebied lag in een crevasse van de Vecht. Een crevasse ontstaat na het doorbreken van de oever, waardoor achter de stroomgordel een nieuwe stroom van de rivier kon worden gevormd. De bewoning zal zich op de hogere, drogere, oeverwallen hebben geconcentreerd. Het is op basis van het bureauonderzoek niet vast te stellen of delen van het plangebied bewoonbaar waren tijdens de actieve fase van de Vecht stroomgordel. De bekende vindplaatsen uit deze periode worden voornamelijk op de stroomrug van de Oude Aa aangetroffen. Er heeft op de crevasse waar het plangebied op ligt nog geen eerder archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Er kunnen voor het plangebied nog geen uitspraken worden gedaan over de diepteligging van mogelijke oeverwallen.

1 Circa 0,7 m -NAP 2 Circa 0,2 m -NAP Pagina | 4

AM21560

Daarom geldt voor de periode van de late ijzertijd tot de vroege middeleeuwen een middelhoge tot hoge archeologische verwachting. Eventuele aanwezige resten zullen voornamelijk bestaan uit sporen van landbouwactiviteiten, nederzettingen en gebruiksvoorwerpen. Het plangebied ligt aan de Schepersweg te Breukelen, ten noordwesten van de historische kern en ten oosten van het Amsterdam-Rijnkanaal. Het plangebied is onderdeel van een woonwijk die eind jaren ’60 en begin jaren ’70 van de 20 e eeuw is gerealiseerd. Begin 19e eeuw was het plangebied onderdeel van de Breukelerwaard en in gebruik als wei- en hooiland. In 1892 is ten westen van het plangebied het Merwede kanaal gegraven. In de eerste helft van de 20 e eeuw is dit kanaal onderdeel geworden van het Amsterdam-Rijnkanaal. Van het eind van de jaren ’60 tot het begin van de jaren ’80 van de 20 e eeuw is het Amsterdam-Rijnkanaal verbreed, waardoor het plangebied nu dicht langs het kanaal gelegen is. Tot de bouw van de woonwijk was het plangebied onbebouwd. Het maaiveld is circa 50 centimeter opgehoogd ten behoeve van de aanleg van de woonwijk. Vindplaatsen uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd bevinden zich op de hogere stroomruggen, langs de historische wegen. Omdat het plangebied niet aan deze voorwaarden voldoet geldt er voor de middeleeuwen tot nieuwe tijd ook een lage archeologische verwachting.

Archeologische resten worden verwacht onder de moderne ophooglaag en zal grotendeel bestaan uit sporen van agrarische activiteiten. Wat betreft de conservering en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten kan het volgende gesteld worden: de moderne ophogingslaag van circa 50 centimeter dik zal de natuurlijke bodem hebben beschermd tegen moderne bodemverstoringen. De verwachte kalkloze poldervaaggronden hebben een lagere grondwaterstand (GWT III), waardoor organische resten waarschijnlijk goed bewaard zijn gebleven. Op basis van het uitgevoerd bureauonderzoek kan een lage archeologische verwachting voor het laat paleolithicum tot de midden ijzertijd en de late middeleeuwen tot de nieuwe tijd worden vastgesteld. In de periode van het laat paleolithicum tot de midden ijzertijd waren de omstandigheden binnen het plangebied te nat voor bewoning. Op basis van historisch kaartmateriaal worden er geen archeologische resten vanaf de late middeleeuwen binnen de deelgebieden verwacht. Er kan op basis van het bureauonderzoek niet worden vastgesteld of het plangebied tijdens de late ijzertijd tot de vroege middeleeuwen geschikt was voor bewoning. Binnen een crevasse kunnen hogere oeverwallen voorkomen waarop bewoning mogelijk was.

Omdat er nog geen bodemonderzoek op deze crevasse heeft plaatsgevonden kan de diepteligging van een eventueel archeologisch niveau niet bepaald worden. Om de bodemopbouw binnen het plangebied te kunnen bepalen wordt een verkennend archeologisch booronderzoek noodzakelijk geacht. Op basis van de resultaten van dit booronderzoek kan worden vastgesteld of er een archeologisch niveau binnen het plangebied aanwezig is en op welke diepte deze kan worden aangetroffen. De resultaten van dit onderzoek dienen te worden getoetst door de bevoegde overheid (Gemeente Stichtse Vecht), dat op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen.

Pagina | 5

AM21560

Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter kan door de aard van het onderzoek, steekproefsgewijs, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn. Als gevolg hiervan is bij het aantreffen van archeologische resten het, conform de Erfgoedwet van 2016, artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en 5.11 (Waarneming), een meldingsplicht van toepassing. Onderhavig bureauonderzoek is op 4 april 2022 getoetst door de bevoegde overheid waarna zij het volgende heeft besloten: “Het uitgevoerde vooronderzoek heeft de hoge archeologische verwachting voor uw plangebied bevestigd. In het plangebied kunnen archeologische resten uit de late ijzertijd tot de vroege (en mogelijk late) middeleeuwen aanwezig zijn. Een archeologisch vervolgonderzoek is daarom noodzakelijk. Dit vervolgonderzoek moet worden uitgevoerd in de vorm van een verkennend archeologisch booronderzoek.

Het onderzoek behoort plaats te vinden conform de richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en op basis van een Plan van Aanpak (PvA), dat voorafgaand aan het onderzoek ter goedkeuring aan de gemeente is voorgelegd. De rapportage van het onderzoek moet bij de gemeente worden ingediend. Op basis van de resultaten van het onderzoek neemt de gemeente een besluit over de vervolgstappen. Deze vervolgstappen kunnen bestaan uit vrijgave, vervolgonderzoek, behoud van archeologische resten in de bodem, of een combinatie hiervan. Het archeologische onderzoek is pas afgerond als alle archeologische rapportages door de gemeente zijn ontvangen en goedgekeurd.”

Pagina | 6

AM21560

ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Projectnummer

: AM21560

OM-nummer

: 5157216100

Soort onderzoek

: Bureauonderzoek

Adres onderzoekslocatie

: Schepersweg (ong.)

Toponiem

: Schepersweg (ong.)

Gemeente

: Stichtse Vecht

Provincie

: Utrecht

Kadastrale registratie

: Breukelen-Nijenrode, sectie B, nummer 3211 (gedeeltelijk), 3212 (gedeeltelijk), 3843 (gedeeltelijk), 4771 (gedeeltelijk).

Coördinaten

Deelgebied 1

Deelgebied 2

Deelgebied 3

Oppervlakte

: Centrum

128.208/ 465.633

NW:

128.196/ 465.652

NO:

128.222/ 465.649

ZW:

128.194/ 465.618

ZO:

128.220/ 465.614

: Centrum

128.223/ 465.772

NW:

128.214/ 465.792

NO:

128.237/ 465.788

ZW:

128.209/ 465.758

ZO:

128.234/ 465.755

: Centrum

128.246/ 465.906

NW:

128.236/ 465.926

NO:

128.262/ 465.920

ZW:

128.231/ 465.892

ZO:

128.256/ 465.888

Deelgebied 1

: Circa 870 m²

Deelgebied 2

: Circa 815 m²

Deelgebied 3

: Circa 860 m²

Huidig locatie gebruik

: Woningbouw

Aanleiding onderzoek

: Omgevingswetvergunning

Opdrachtgever

: Accent Adviseurs

Bevoegde overheid

: Gemeente Stichtse Vecht

Opslag documentatie en materiaal

: Noordhoven 4 te Roermond tot deponering bij provinciaal depot te Utrecht/ E-depot

Datum uitvoering bureauonderzoek

: Februari 2022

Pagina | 7

AM21560

1. INLEIDING In opdracht van Accent Adviseurs heeft Aeres Milieu een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de locatie: Adres onderzoekslocatie

: Schepersweg (ong.)

Gemeente

: Stichtse Vecht

Oppervlakte

Deelgebied 1

: Circa 870 m²

Deelgebied 2

: Circa 815 m²

Deelgebied 3

: Circa 860 m²

Huidig gebruik van de locatie

: Woningbouw

Toekomstig gebruik

: Nieuwbouw

Dit archeologisch onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de BRL SIKB 4000 (protocol 4002 en 4003), KNA 4.1. Het archeologische onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie.

Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek betreft een Omgevingswetvergunning ten behoeve van de sloop van de huidige bebouwing en realisatie van een nieuw appartementencomplex in elk van de drie deelgebieden (Figuur 1). De nieuwbouw zal nagenoeg op dezelfde locatie als de huidige bebouwing worden gerealiseerd (Figuur 2). De diepte van de toekomstige bodemverstoring reikt tot circa 1,0 meter beneden maaiveld. De nieuwbouw zal op heipalen worden gefundeerd. De bestaande bebouwing is ook op heipalen gefundeerd. De funderingsbalken liggen circa 75 centimeter beneden maaiveld (Figuur 3). De bevoegde overheid, de Gemeente Stichtse Vecht, heeft op gemeentelijk niveau een archeologisch beleid vastgesteld en beschikt over een Archeologische Verwachtings- of Beleidsadvieskaart. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Maatregelenkaart van de Stichtse Vecht in een zone Waarde-Archeologie 3 (middelhoge archeologische verwachting). Voor deze verwachtingszone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 1.000 m2 en dieper dan 30 cm beneden maaiveld. Middels deze kaart heeft de gemeente aangegeven dat de locatie onderzoeksplichtig is (zie Bijlage 3).3

Doel Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor de locatie. Dit verwachtingsmodel wordt op basis van historische kaarten en bekende landschappelijke en archeologische gegevens gevormd. Dit verwachtingsmodel zal vervolgens leiden tot een aanbeveling over het behoud in-situ of eventueel vervolgonderzoek.

Plangebied De drie deelgebieden liggen aan de Schepersweg te Breukelen en zijn in gebruik als wooncomplex (Figuur 4). In het westen wordt het plangebied begrenst door een groenstrook langs het Amsterdam – Rijnkanaal, ten noorden, oosten en westen worden de deelgebieden begrenst door de overige woonpercelen behorende tot de Schepersweg.

3 De Boer et al., 2010 Pagina | 8

AM21560

Figuur 1. Toekomstige situatie binnen het plangebied. (Bron: aangeleverd door de opdrachtgever, d.d. 20-01-2022

Figuur 2. Toekomstige situatie binnen deelgebied 1 met de huidige bebouwingscontouren hierop geprojecteerd. (Bron: aangeleverd door de opdrachtgever, d.d. 20-01-2022; www.pdok.nl) Pagina | 9

AM21560

Figuur 3. Doorsnede bestaande fundering. (Bron: aangeleverd door de opdrachtgever, d.d. 4-2-2022)

Figuur 4. Topografische ligging van het plangebied. (Bron: www.pdok.nl)

Pagina | 10

AM21560

2. WERKWIJZE 2.1

Inleiding

Bij het uitvoeren van het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van verschillende bronnen. Deze bronnen geven inzicht in bekende, of te verwachten archeologische resten binnen het onderzoeksgebied. Daarnaast zijn deze bronnen van belang voor het opstellen van de landschapsgenese.

Archeologische bronnen •

Archeologische Monumentenkaart (AMK)

•

Archeologisch Informatiesysteem (Archis3)

•

Archeologische Maatregelenkaart van de gemeente Stichtse Vecht

•

Specifieke lokale informatie (heemkundekring, amateurarcheologen)

Bodem- en geomorfologische kaarten •

Bodemkaart (Alterra)

•

Geomorfologische kaart (Alterra, uit Archis3)

•

Stroomgordelkaart (Cohen 2012)

•

Fysische eenhedenkaart Provincie Utrecht

•

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3)

Historische kaarten •

Historisch kadastraal minuutplan (1800-1832)

•

Historische topografische en militaire kaarten (1830 tot 1978)

•

Moderne topografische kaart (tot 2020)

De bovenstaande bronnen worden aangevuld door mogelijke informatie afkomstig van lokale archeologische verenigingen en werkgroepen. De overige aanvullende informatie is terug te vinden in de literatuurlijst. De Historische Kring Breukelen, is 2 februari 2022 per e-mail gecontacteerd met de vraag met de vraag om aanvullende informatie betreffende het plangebied. Tot op heden is hierop nog geen reactie ontvangen.

Pagina | 11

AM21560

3. BUREAUONDERZOEK 3.1

Landschappelijke situatie - geomorfologie

Breukelen ligt in een landschappelijk gebied dat tijdens het Holoceen (vanaf circa 11.755 jaar geleden) tot stand is gekomen. Tijdens de laatste ijstijd gedurende het Weichselien (circa 115.000 – 11.755 jaar geleden) ontstond het oude pleistocene oppervlak. Het dekzand is afgezet tijdens het Laat-Pleniglaciaal (circa 26.000 – 15.700 jaar geleden) en tijdens het Laat-Glaciaal (circa 15.700 – 11.755 jaar geleden). Het bestaat uit (lemig) zand is kalkloos, fijnkorrelig (150 – 210 μm), goed afgerond en goed gesorteerd, arm aan grind en wordt gerekend tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel. 4 De top van het pleistoceen ligt in de omgeving op een diepte van tenminste 6,5 meter beneden maaiveld.5 Het klimaat werd tijdens het Holoceen warmer en ook vochtiger. Door het warmere klimaat smolten de ijskappen die tijdens het Weichselien (circa 115.000-11.755 jaar geleden) werden gevormd, wat tot gevolg had dat de zeespiegel begon te stijgen. Hierdoor ontstonden grote moerasgebieden en zoetwatermeren en vond veenvorming plaats op het dekzand. Ook in het gebied rond Breukelen vond vanaf circa 5.000 v. Chr. veenvorming plaats. Dit veen wordt het Basisveen genoemd en behoort tot de Formatie van Nieuwkoop.6 Binnen het plangebied wordt de top van het veen op circa 3,6 meter beneden maaiveld verwacht. 7 Het klimaat werd tijdens het Holoceen warmer en ook vochtiger.

Hierdoor zijn rivieren gaan meanderen en hebben daarbij zand en klei afgezet. Verschillende Rijntakken hebben zich tijdens deze periode diverse keren in loop verlegd. Hierdoor bevinden zich meerdere oude stroomgordels in (de ondergrond van) het rivierengebied. De afzettingen behoren tot de Formatie van Echteld. De rivierafzettingen van meanderende rivieren kunnen worden onderverdeeld in stroomgordelafzettingen, bestaande uit beddingafzettingen en oeverafzettingen (zand en zandige klei) en komafzettingen (zwak siltige klei).8 De beddingafzettingen werden in de binnenbochten afgezet. Langs de geulen werden oeverwalafzettingen (sedimentatie) afgezet, bestaande uit zand, zavel en zandige klei, als de rivier buiten haar bedding trad. In de lagere delen achter de oeverwallen vonden komafzettingen plaats.9 Het kwam in het verleden vaak voor dat de riviersystemen niet al het water konden afvoeren als gevolg van een hoge zeespiegel. Hierdoor braken de gevormde oeverwallen door, waarbij crevasses ontstonden, kleinere waterstromen die tot in het komgebied doorliepen. Deze oeverwaldoorbraakafzettingen worden crevasse-afzettingen genoemd en bestaan uit zand, zavel en lichte klei.10 Deze kunnen binnen het plangebied op circa 0,70 meter beneden maaiveld worden aangetroffen. 11 De rivieren in de regio van Breukelen zijn onderdeel van het Vecht-Angstel riviersysteem. Deze zijn omstreeks 900 v.

Chr. ontstaan als gevolg van avulsies. Er ontstond een noordelijke afvoer van de Rijn nadat het oude dal te zeer was opgevuld. Bij Utrecht vond een avulsie van de Oude Rijn plaats. De stroomgordel van de Vecht-Angstel, de Kromme Rijn en Oude Rijn worden gerekend tot het Utrechtse stroomstelsel. Aangenomen wordt dat het ontstaan van de Vecht samenhangt met avulsies bij Breukelen en Loenen. De avulsie bij Breukelen vond plaats omstreeks 2350 BP (400 v. Chr.). Deze waterloop volgde bij Nieuwersluis deels de oude bedding van de Angstel. 4 Berendsen 2004, 190. 5 www.dinoloket.nl. (B31E0810; RD 128.188/465.656) 6 Berendsen 1996 (herdruk 2008), 253. 7 www.dinoloket.nl. (B31E0810; RD 128.188/465.656) 8 Berendsen 1996 (herdruk 2008), 266-267. 9 Zonneveld 1981, 142-143; Berendsen 2008. 10 Zonneveld 1981, 143. 11 www.dinoloket.nl. (B31E0810; RD 128.188/465.656) Pagina | 12

AM21560

Volgens de Stroomgordelkaart (Cohen 2012) ligt het plangebied binnen een crevasse van de Vecht stroomgordel (bijlage 4b, nummer 168). De stroomgordel van de Vecht was actief van 2300 tot 828 jaren BP (350 v. Chr. tot 1122 n. Chr.). Crevassen ontstaan als bij hoogwater de rivier door de oeverwal breekt. Bij de vorming van crevassen of crevasse-complexen ontstaat vaak gelijktijdig meerdere erosiegeulen die als een soort miniatuur-rivieren de komgebieden in stromen. Deze geulen kunnen in de loop van de jaren steeds groter worden, soms zo groot dat ze deels of soms geheel de functie van de hoofdrivier over gaan nemen. Er is dan, zoals eerder opgemerkt, sprake van een avulsie. Gedurende de late middeleeuwen vond een verzanding plaats van grote delen van de Vecht als gevolg van de afdamming van de Oude Rijn bij Wijk bij Duurstede in 1122.12 Aangezien de sedimentatie vanaf 1122 stopt, zullen de oeverafzettingen binnen of nabij het plangebied uit de middeleeuwen dateren. Hieronder liggen waarschijnlijk de bedding- en/of oeverafzettingen uit de Romeinse periode. Op de Geomorfologische kaart (Bijlage 4) is het plangebied niet gekarteerd vanwege de ligging binnen de bebouwde kom. In de omgeving van het plangebied, op circa 190 meter ten westen van deelgebied 2 en 3, is een rivierkomvlakte (code 1M46) gekarteerd.

Op circa 160 meter ten westen van deelgebied 1 is een stroomrug of stroomgordel gekarteerd (code 4B44). Afgaande op de ligging van deze twee geomorfologische eenheden kan worden gesteld dat deelgebied 1 waarschijnlijk op een stroomrug of stroomgordel ligt, terwijl deelgebied 2 en 3 in een rivierkomvlakte zijn gelegen. Op het kaartbeeld van het AHN (Bijlage 6) is de ligging van de stroomgordel en rivierkomvlakte binnen de bebouwde kom lastig vast te stellen. De woonwijk waar de deelgebieden onderdeel van zijn is bij de aanleg opgehoogd. Ten oosten en westen van de bebouwde kom zijn de stroomgordels van de Vecht en de Oude Aa wel goed zichtbaar. Dit is zichtbaar aan de strakke hoogtelijn aan de noordzijde van de woonwijk. In deelgebied 1 en 2 is de maaiveldhoogte circa 0,1 meter -NAP, in deelgebied 3 ligt het maaiveld op een hoogte van circa 0,3 meter -NAP.

3.2

Landschappelijke situatie - bodem

Op de bodemkaart (Bijlage 5) is het plangebied vanwege de ligging in de bebouwde kom niet gekarteerd. Gezien de ligging van omliggende bodemkundig eenheden zullen binnen het plangebied waarschijnlijk kalkloze poldervaaggronden aanwezig zijn (code Rn47C/ Rn67C). Bij vaaggronden heeft er nog weinig of geen bodemvorming plaatsgevonden. Het sediment is namelijk nog relatief jong. De intactheid van deze bodems zegt om die reden niets over de intactheid van eventueel aanwezige vindplaatsen die zich op grotere diepte bevinden. Kalkhoudende of kalkloze poldervaaggronden hebben een iets donkere bovengrond (Ap-horizont). Deze verschilt weinig in kleur ten opzichte van de onderliggende C-horizont.13 De hoge enkeerdgronden betreffen de oudste opgehoogde gronden, die over het algemeen op de hogere dekzanden liggen. De lage enkeerdgronden werden pas later in gebruik genomen vanwege de lagere ligging in het beekdal. Door de hogere grondwaterstand was de sterke ophoging met plaggen niet alleen noodzakelijk voor de bemesting maar ook om de nattere gronden toegankelijk te maken.

12 Berendsen 2008. 13 De Bakker en Schelling 1989. Pagina | 13

AM21560

De kans bestaat dat er onder het plaggendek nog een restant van het oorspronkelijke wordt bodemprofiel wordt aangetroffen. Dit hoeft echter niet zo te zijn zoals vaker blijkt bij archeologisch onderzoek in bijvoorbeeld het oosten van Brabant. Indien sprake is geweest van een snelle ophoging, dan zou men onder het plaggendek nog een intacte A-horizont kunnen vinden. Deze laag onderscheidt zich door een hoger humusgehalte en een meer donkere kleur. Echter, door verploeging zijn vaak de oorspronkelijke A- en E-horizont meestal reeds opgenomen in het plaggendek. Indien de oorspronkelijke bodem bestaat uit een podzolbodem kunnen op een dieper niveau nog (restanten van) een B- en/of BC- horizont voorkomen. Grondwatertrap De mogelijk aanwezige gronden worden gekenmerkt door een gemiddeld hoge grondwaterstand, te weten grondwatertrap III. Dit zijn de gemiddelde grondwaterstanden die op de bodemkaart staan aangegeven. Dit betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand tussen de 0 en 40 cm beneden maaiveld ligt. De gemiddeld laagste grondwaterstand ligt dieper dan 80 en 120 cm beneden maaiveld. Deze lage grondwaterstand zorgt voor slechte bewaringsomstandigheden voor eventuele organische resten.

3.3

Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht

De bestudeerde en beschikbare bronnen hebben het volgende beeld kunnen schetsen over de geschiedenis van Breukelen.

In de vroege middeleeuwen waren grote delen van de Vechtstreek nog onbewoonbaar. Enige bewoning vond plaats vanaf de 6 e eeuw op de hogere rivieroeverwallen langs de rivieren.14 In de 7e eeuw komt het gebied als de gouw Niftarlake (de Vechtstreek) in de bronnen voor. Een daling van de waterstanden eind 10e eeuw als gevolg van de ontwatering van de vele veenstroompjes maakte het mogelijk de veengebieden tussen de oeverwallen van de Vecht aan de oostkant en van de Aa aan de zuidelijke zijde in cultuur te brengen. Hierdoor ontstond de ambachts- en gerechtsheerlijkheid Breukelerwaard.

De eerste twee ontginningsfasen vonden vooral in de 11e eeuw plaats in het veengebied ten westen van de Vecht, ter hoogte van Breukelen (de derde en vierde fase vonden plaats in de 12e eeuw). De bisschop van Utrecht ging in die eeuw het veengebied in ontginning brengen ter bevordering van de inkomsten van de kapittels. Dit gebeurde ook uit politieke motieven. De graven van Holland deden hetzelfde vanuit Holland. Door deze ontginningen werd gedurende de 12e eeuw de grens tussen Holland en Utrecht gevormd. Het gebied werd ontwaterd en verdeeld in ontginningsblokken. De ontginning vond plaats vanuit ontginningsassen op de hoger gelegen oeverwallen langs de rivieren.15 De percelering was smal en langgerekt en lag haaks op de ontginningsassen. Hierdoor ontstond ook het slotenpatroon zoals die nu nog in het landschap herkenbaar is. De meeste nederzettingen in de regio kwamen tot stand vanaf deze periode. Door de ontwatering vond inklinking van de bodem plaats waardoor het maaiveld daalde. 16 Door een toename van de vraag naar turf vanaf de 16e en 17e eeuw en werd het veen systematisch uitgebaggerd. Hierdoor verbreedden de middeleeuwse sloten.

14 Hendrikx 1998, 76. 15 Hendrikx 1998, 76-77. 16 Blijdenstijn 2005, 238. Pagina | 14

AM21560

Breukelen behoorde tot een van de oudere nederzettingen, mede gezien de ligging direct langs de Vecht. De eerste vermelding van de nederzetting stamt uit de 8e eeuw als Attingahem. De naam verwijst naar de zetel ter plaatse van de Attinga’s. De uitgang -heem (woonplaats) verwijst naar een vroegmiddeleeuwse (Frankische) oorsprong. 17 De Sint-Pieterskerk in Breukelen kende mogelijk een vroegmiddeleeuwse voorganger in de vorm van een houten of tufstenen kapel. Deze zou in 720 zijn gesticht door Bonifatius. De naam Breukelen vinden we in de schriftelijke bronnen in 1139. De plaatsnaam Broclede is een samenstelling van broc of broek (‘moeras’) en lede (‘waterloop’): een vergraven of gegraven waterloop door of bij een moerassig gebied. 18 Het was vermoedelijk het punt waar een uit het achterliggend moeras komend riviertje uitmondde in de Vecht. Op dat punt werd een woerd aangelegd. De verkaveling van de woerd werd bepaald door de afwateringsmogelijkheden.19

Gedurende de middeleeuwen stond de nederzetting ook bekend als het ‘Ronde Dorp’. Dit verwijst waarschijnlijk ook naar het ontstaan van de plaats op een woerd. Vanuit het dorp liepen enkele uitvalswegen. Er was een noordwestelijke en zuidwestelijk georiënteerde weg (vanuit de Kerkvaart) en een zuid-noord gerichte weg, parallel aan de Vecht. De Kerkvaart maakte in de middeleeuwen deel uit van een vaarroute via de Vecht en de Aa. Hierover voer het scheepvaartverkeer van en naar Utrecht. In de 13e eeuw ontstond een achteruitgang van de handelsvaart over de Aa toen de jonge Vechtarm tussen Breukelen en het noordelijk gelegen Nieuwersluis steeds meer werd gebruikt. Aan het eind van de 14 e eeuw werd de waterloop de Heycop gegraven. Deze kruiste de rivier de Aa ten westen van de historische kern van Breukelen.

Aan de rivier de Aa had de grootgrondbezitter zijn villa of vroonhoeve. Dit onderkomen was vernoemd naar de erachter gelegen kreken en moerassen, De Poel. Uit deze grondbezitters ontstond het geslacht Van der Poel. In de late middeleeuwen gingen de bezittingen over naar het geslacht Van Rijn. Zij lieten het kasteel Gunterstein bouwen direct ten oosten van het huidige dorp aan de oostzijde van de Vecht. Het huidige kasteel werd in 1680 gebouwd als ridderhofstad Gunterstein. Omstreeks 1275 werd kasteel Nijenrode gebouwd ten zuiden van Breukelen, aan de westelijke oever van de Vecht. Vanaf de tweede helft van de 14 e eeuw werd dit het nieuwe machtscentrum.20 Iets verder in zuidelijke richting werd aan de Vecht omstreeks 1300 de ridderhofstad Oudaen gebouwd.

In 1672 werd Breukelen geplunderd en gebrandschat door Franse troepen. Nagenoeg het hele dorp werd verwoest, met uitzondering van de Sint-Pieterskerk en het door katholieken bewoonde kasteel Oudaen. In deze periode deed Breukelen dienst als militaire vesting van de Fransen. Er werden twee schansen opgetrokken aan weerszijden van de Vecht. Na 1672 zijn het dorp en de verwoeste kastelen en buitenplaatsen weer herbouwd.21

Er is een lijst met claims van beschadigde huizen in Breukelen tijdens de Tweede Wereldoorlog.22 Gedurende de oorlogsjaren zijn enkele vliegtuigen neergestort op het grondgebied van Breukelen. In 1940 en tweemaal in 1944. Het is niet bekend waar deze crashes hebben plaatsgevonden. 23 Het kan niet worden uitgesloten dat in of direct rondom het plangebied oorlog gerelateerde verwoestingen of crashes hebben plaatsgevonden.

17 Van der A e.a. 2009, 50-51 (ADC Heritage H 032). 18 Van Berkel en Samplonius 2006, 76. 19 Van der A e.a. 2009, 50-51 (ADC Heritage H 032). 20 Van der A e.a. 2009, 51-52 (ADC Heritage H 032). 21 Van der A e.a. 2009, 53 (ADC Heritage H 032). 22 Van Blankenstein 2006, 77. 23 Auwerda en Grimm 2008 (Verliesregisters 1939 tot en met 1945). Pagina | 15

AM21560

3.4

Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden

Op de Archeologische Verwachtingskaart van de gemeente Stichtse Vecht uit 2010 geldt voor het plangebied een middelhoge archeologische verwachting (Bijlage 3).24 In de omgeving van het plangebied (binnen een straal van 500 meter) zijn volgens de gegevens uit Archis3 meerdere onderzoeksmeldingen bekend. In de omgeving ligt daarnaast ook een archeologisch monumententerrein (Bijlage 2 en Tabel 1). Monumentnummer 11.923 (terrein van hoge archeologische waarde) Op circa 565 meter ten zuidwesten van deelgebied 1 ligt een terrein van hoge archeologische waarde. Het terrein de historische dorpskern van Breukelen. Er worden hier resten uit de (vroege) middeleeuwen tot nieuwe tijd verwacht. Onderzoeken in de omgeving van het plangebied: Zaakidentificatie 2026614100

2029871100 2028745100

2148228100

3973945100 3297513100 3297505100

4587909100

Afstand Circa 490 meter ten westen van deelgebied 1 Circa 515 meter ten westen van deelgebied 2 Circa 540 meter ten westen van deelgebied 3 Circa 175 meter ten westen van deelgebied 1 Circa 165 meter ten westen van deelgebied 2 Circa 155 meter ten westen van deelgebied 3 Circa 325 meter ten zuiden van deelgebied 1 Circa 465 meter ten zuiden van deelgebied 2 Circa 600 meter ten zuiden van deelgebied 3 Circa 385 meter ten westen van deelgebied 1 Circa 430 meter ten zuidwesten van deelgebied 2 Circa 510 meter ten zuidwesten van deelgebied 3 Circa 320 meter ten zuidwesten van deelgebied 1

Soort onderzoek Booronderzoek door RAAP in 1997.25

Omschrijving Er is niet meer informatie bekend in Archis/ DANS Easy.

Booronderzoek door RAAP in 1999/ 2002.26

Er is niet meer informatie bekend in Archis/ DANS Easy.

Bureauonderzoek door Synthegra BV in 2007.27

Er is niet meer informatie bekend in Archis/ DANS Easy.

Bureau- en booronderzoek door Hamaland in 2015.28

Binnen het plangebied zijn 5 boringen gezet tot circa 2 meter beneden maaiveld. Vanaf circa 105 meter beneden maaiveld zijn beddingafzettingen. Hierboven en onder liggen komafzettingen. De bodemingrepen zouden een archeologisch niveau niet aantasten. Er is daarom geen vervolgonderzoek geadviseerd.

Bureauonderzoek door Bureau voor Archeologie in 2018.29

Op basis van het bureauonderzoek is een hoge verwachting op resten uit de ijzertijd tot Romeinse tijd opgesteld. Deze liggen op de top van de oeverafzettingen van de Oude Aa.

24 De Boer et al., 2010 25 Geen rapportage beschikbaar. 26 Geen rapportage beschikbaar. 27 Geen rapportage beschikbaar. 28 Hamaland projectnummer 151031. 29 Bureau voor Archeologie Rapport 604. Pagina | 16

AM21560

Zaakidentificatie

4678750100

4695711100

4737491100

4754477100

4966032100

Afstand Circa 450 meter ten zuidwesten van deelgebied 2 Circa 585 meter ten zuidwesten van deelgebied 3 Circa 410 meter ten noordwesten van deelgebied 1 Circa 360 meter ten westen van deelgebied 2 Circa 360 meter ten westen van deelgebied 3 Circa 445 meter ten zuidwesten van deelgebied 1 Circa 525 meter ten zuidwesten van deelgebied 2 Circa 630 meter ten zuidwesten van deelgebied 3

Soort onderzoek

Omschrijving

Bureauonderzoek door Antea Group in 2019.30

Er is niet meer informatie bekend in Archis/ DANS Easy.

Bureau- en booronderzoek door VUhbs in 2019.31

Circa 250 meter ten noordwesten van deelgebied 1 Circa 235 meter ten westen van deelgebied 2 Circa 255 meter ten zuidwesten van deelgebied 3 Circa 395 meter ten westen van deelgebied 1 Circa 453 meter ten zuidwesten van deelgebied 2 Circa 540 meter ten zuidwesten van deelgebied 3 Circa 425 meter ten westen van deelgebied 1 Circa 500 meter ten zuidwesten van deelgebied 2 Circa 600 meter ten zuidwesten van deelgebied 3

Bureau- en booronderzoek door VUhbs in 2019.32

Voor de oeverafzettingen van de stroomgordel van de Oude-Aa geldt een hoge verwachting op resten uit de ijzertijd tot de vroege middeleeuwen. De top van het dekzand ligt op circa 270 cm beneden maaiveld. Hierboven liggen in het oosten van het plangebied meerafzettingen. Er zijn oeverafzettingen op 55-120 centimeter beneden maaiveld aangetroffen. Dit pakket is kalkrijk. En gaat geleidelijk naar boven over in komafzettingen. Deze lijken niet bewoonbaar te zijn geweest. Het onderzoeksgebied is opgehoogd met 30-75 cm zwak zandige klei. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd. Op basis van het veldonderzoek is binnen het plangebied een bodem van een ophoogpakket op komklei op meerafzettingen op veen op dekzand aangetroffen. Hierin is geen archeologisch niveau herkend. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd.

Bureau- en booronderzoek door RAAP in 2019.33

Tabel 1. Overzicht van Archismeldingen binnen een straal van 500 meter rond het plangebied.

30 Geen rapportage beschikbaar. 31 ZAN 701. 32 ZAN 805. 33 RAAP Rapport 4280 Pagina | 17

AM21560

3.5

Bewoningsgeschiedenis – historisch kaartmateriaal

In het kader van het bureauonderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Op historisch kaartmateriaal uit begin 18e eeuw is het plangebied onderdeel van de ‘Breukeler Weert’ en is in de 18e eeuw onbebouwd (Figuur 5 en Figuur 6). Op het minuutplan uit het begin van de 19e eeuw (Figuur 7)34 is de situatie op kadastraal niveau te zien. Het plangebied en directe omgeving is onbebouwd en ligt binnen enkele grotere percelen. Volgens de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT)35 behorende bij het minuutplan, zijn de percelen in gebruik als wei- en hooiland binnen de Breukelerwaard. De situatie in het plangebied blijft onveranderd op de topografische kaarten van 1900 en 1950. Ten westen van het plangebied wordt in 1892, door de Breukelerwaard heen, het Merwedekanaal gegraven. Op de topografische kaart uit 1970 zijn de eerste contouren van de huidige woonwijk zichtbaar (Figuur 8). De bebouwing in de deelgebieden dateert uit circa 1969. 36 Het Merwedekanaal is onderdeel geworden van het Amsterdam-Rijnkanaal. Tussen 1965 en 1981 is het Amsterdam-Rijnkanaal verbreed tot 100 à 120 meter. Op de topografische kaart uit 1990 is weergeven dat het plangebied dichter op het kanaal is gelegen. Tot op heden is deze situatie ongewijzigd.

Figuur 5. Militaire kaart www.gooienvechthistorie.nl).

van

Ketelaar

uit

1769

(Bron:

34 www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Gemeente Ruwiel, sectie B, blad 1 en Gemeente Breukelen-Nijenrode, sectie B, blad 1. Minuutplans zijn de oorspronkelijke kadastrale kaarten die zijn vervaardigd vanaf 1811 en 1812 in navolging van de Fransen o.l.v. Napoleon Bonaparte. Het zijn grondbeschrijvingen (kadasters) van de gemeenten met hierop aangegeven de percelen, perceelnummers en gebouwen. 35 OAT = Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel. Dit is een register uit 1832 waarin diverse gegevens in vermeld staan die betrekking hebben op de betreffende percelen, zoals de eigenaar, beroep en woonplaats, alsmede het grondgebruik en de oppervlakte. 36 www.bagviewer.kadaster.nl Pagina | 18

AM21560

Figuur 6. Uitsnede 'Nieuwe kaart van Mynden, en de 2 Loosdrechten, Midtsgaders van 's-Gravenland' (circa 1720; Bron: www.oldmapsonline.org).

Pagina | 19

AM21560

Figuur 7. Uitsnede van het kadastraal minuutplan 1811-1832 en de topografische kaart uit 1900 en 1950. Het plangebied is rood omlijnd. (Bron: www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl; www.topotijdreis.nl)

Pagina | 20

AM21560

Figuur 8. Uitsnede de topografische kaart uit 1970, 1990 en 2019 en de recente luchtfoto. Het plangebied is rood omlijnd. (Bron: www.topotijdreis.nl; www.pdok.nl)

Pagina | 21

AM21560

4. VERWACHTINGSMODEL Jager-verzamelaars uit het paleolithicum en mesolithicum hebben als woon- en verblijfplaats vaak voor de flanken van hoger liggende terreingedeelten in het landschap gekozen. Bij voorkeur in de buurt van (open) water. Nabijgelegen watervoorzieningen waren belangrijk voor drinkwater en de aanwezige biodiversiteit. Dit vergemakkelijkt de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel. Het plangebied ligt op de grens van twee geomorfologische eenheden. Deelgebied 1 ligt mogelijk op een stroomrug of stroomgordel. Deelgebieden 2 en 3 liggen in een rivierkomvlakte. De grens tussen de stroomrug en rivierkomvlakte is op het AHN niet zichtbaar omdat het maaiveld is opgehoogd ten behoeve van de bouw van de huidige woonwijk. Op basis van een NAP-hoogte op de topografische kaart uit 1950 37 in vergelijking met de huidige maaiveldhoogte 38 bedraagt de moderne ophoging circa 50 cm. Volgens de stroomgordelkaart liggen alle deelgebieden binnen een crevasse van de Vecht stroomgordel. Deze stroomgordel was actief van circa 350 v. Chr. tot 1122 n. Chr. Een crevasse ontstaat doordat een stroomrug of stroomgordel wordt doorbroken waardoor achter de hoofdstroom een nieuwe stroom kon ontstaan. Het pleistocene dekzand ligt op een diepte van circa 6,5 meter beneden maaiveld. De natte omstandigheden voor de late ijzertijd maakten het plangebied geen ideale locatie voor bewoning.

Er geldt daarom een lage archeologische verwachting op resten van jager-verzamelaars uit het laatpaleolithicum tot en met het mesolithicum en landbouwende gemeenschappen uit het neolithicum tot de midden ijzertijd. Eventueel aanwezige resten uit de periode laat-paleolithicum en mesolithicum bestaan uit tijdelijke bewoningssporen, haardkuilen, vuursteenstrooiingen. Eventuele aanwezige resten uit het neolithicum tot de midden ijzertijd zullen voornamelijk bestaan uit sporen van landbouwactiviteiten. De omgeving van het plangebied werd bewoonbaar gedurende de overgang van de midden op de late ijzertijd. De bewoning concentreerde zich op de stroomruggen van de Oude Aa en de Vecht. Het plangebied lag in een crevasse van de Vecht. Een crevasse ontstaat na het doorbreken van de oever, waardoor achter de stroomgordel een nieuwe stroom van de rivier kon worden gevormd. De bewoning zal zich op de hogere, drogere, oeverwallen hebben geconcentreerd. Het is op basis van het bureauonderzoek niet vast te stellen of delen van het plangebied bewoonbaar waren tijdens de actieve fase van de Vecht stroomgordel. De bekende vindplaatsen uit deze periode worden voornamelijk op de stroomrug van de Oude Aa aangetroffen. Er heeft op de crevasse waar het plangebied op ligt nog geen eerder archeologisch onderzoek plaatsgevonden.

Er kunnen voor het plangebied nog geen uitspraken worden gedaan over de diepteligging van mogelijke oeverwallen. Daarom geldt voor de periode van de late ijzertijd tot de vroege middeleeuwen een middelhoge tot hoge archeologische verwachting. Eventuele aanwezige resten zullen voornamelijk bestaan uit sporen van landbouwactiviteiten, nederzettingen en gebruiksvoorwerpen. Het plangebied ligt aan de Schepersweg te Breukelen, ten noordwesten van de historische kern en ten oosten van het Amsterdam-Rijnkanaal. Het plangebied is onderdeel van een woonwijk die eind jaren ’60 en begin jaren ’70 van de 20e eeuw is gerealiseerd. Begin 19e eeuw was het plangebied onderdeel van de Breukelerwaard en in gebruik als wei- en hooiland. In 1892 is ten westen van het plangebied het Merwede kanaal gegraven. In de eerste helft van de 20 e eeuw is dit kanaal onderdeel geworden van het Amsterdam-Rijnkanaal. Van het eind van de jaren ’60 tot het begin van de jaren ’80 van de 20 e eeuw is het Amsterdam-Rijnkanaal verbreed, waardoor het plangebied nu dicht langs het kanaal gelegen is. Tot de bouw van de woonwijk was het plangebied onbebouwd. Het maaiveld is circa 50 centimeter opgehoogd ten behoeve van de aanleg van de woonwijk. Vindplaatsen uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd bevinden zich op de hogere stroomruggen, langs de historische wegen.

37 Circa 0,7 m -NAP 38 Circa 0,2 m -NAP Pagina | 22

AM21560

Omdat het plangebied niet aan deze voorwaarden voldoet geldt er voor de middeleeuwen tot nieuwe tijd ook een lage archeologische verwachting. Archeologische resten worden verwacht onder de moderne ophooglaag en zal grotendeel bestaan uit sporen van agrarische activiteiten. Wat betreft de conservering en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten kan het volgende gesteld worden: de moderne ophogingslaag van circa 50-70 centimeter dik zal de natuurlijke bodem hebben beschermd tegen moderne bodemverstoringen. De verwachte kalkloze poldervaaggronden hebben een lagere grondwaterstand (GWT III), waardoor organische resten waarschijnlijk goed bewaard zijn gebleven. Periode Laat-paleolithicum -

Verwachting Laag

mesolithicum

(laat)-neolithicum –

Verwachte kenmerken vindplaats Resten van kampementen, fragmenten vuursteen, natuursteen, gebruiksvoorwerpen

Laag

Sporen van landbouwactiviteiten

midden ijzertijd

Top van veen- en geulafzettingen, circa 1,8 3,6 m -Mv.

Late ijzertijd –

Middelhoog tot

Sporen

vroege

hoog

nederzettingsresten, fragmenten aardewerk,

middeleeuwen Volle middeleeuwen

Diepteligging sporen39 Dekzandafzettingen, circa 6,5 m -Mv.

van

landbouwactiviteiten,

Top van geulafzettingen, circa 0,7 m -Mv.

natuursteen, gebruiksvoorwerpen. Laag

Sporen van landbouwactiviteiten

– nieuwe tijd

Onder

de

moderne

ophooglaag,

top

komafzettingen, circa 0,7 m -Mv.

Tabel 2. Archeologische verwachting per periode.

Bodemverstoring Er zijn geen gegevens van bodemverstoringen binnen het plangebied bekend. Bij de bouw van de huidige bebouwing zullen bodemverstorende werkzaamheden hebben plaatsgevonden. Vanwege het eerder opgebrachte moderne ophoogpakket is het mogelijk dat de gevolgen van deze bodemverstorende werkzaamheden op de natuurlijke ondergrond minimaal zijn. Op basis van de KLIC-melding (uitgevoerd op 2 februari 2022) zijn binnen het plangebied een aantal kabels/leidingen gegraven die voor een verstoring van de bodem kunnen hebben gezorgd (Figuur 9).

39 www.dinoloket.nl. (B31E0810; RD 128.188/465.656) Pagina | 23

AM21560

Figuur 9. KLIC-melding van deelgebied 1. In deelgebied 2 en 3 geldt een vergelijkbare situatie (Bron: www.kadaster.nl).

Pagina | 24

AM21560

5. AANBEVELINGEN Op basis van het uitgevoerd bureauonderzoek kan een lage archeologische verwachting voor het laat paleolithicum tot de midden ijzertijd en de late middeleeuwen tot de nieuwe tijd worden vastgesteld. In de periode van het laat paleolithicum tot de midden ijzertijd waren de omstandigheden binnen het plangebied te nat voor bewoning. Op basis van historisch kaartmateriaal worden er geen archeologische resten vanaf de late middeleeuwen binnen de deelgebieden verwacht. Er kan op basis van het bureauonderzoek niet worden vastgesteld of het plangebied tijdens de late ijzertijd tot de vroege middeleeuwen geschikt was voor bewoning. Binnen een crevasse kunnen hogere oeverwallen voorkomen waarop bewoning mogelijk was. Omdat er nog geen bodemonderzoek op deze crevasse heeft plaatsgevonden kan de diepteligging van een eventueel archeologisch niveau niet bepaald worden. Om de bodemopbouw binnen het plangebied te kunnen bepalen wordt een verkennend archeologisch booronderzoek noodzakelijk geacht. Op basis van de resultaten van dit booronderzoek kan worden vastgesteld of er een archeologisch niveau binnen het plangebied aanwezig is en op welke diepte deze kan worden aangetroffen. De resultaten van dit onderzoek dienen te worden getoetst door de bevoegde overheid (Gemeente Stichtse Vecht), dat op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen.

Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter kan door de aard van het onderzoek, steekproefsgewijs, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn. Als gevolg hiervan is bij het aantreffen van archeologische resten het, conform de Erfgoedwet van 2016, artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en 5.11 (Waarneming), een meldingsplicht van toepassing. Onderhavig bureauonderzoek is op 4 april 2022 getoetst door de bevoegde overheid waarna zij het volgende heeft besloten: “Het uitgevoerde vooronderzoek heeft de hoge archeologische verwachting voor uw plangebied bevestigd. In het plangebied kunnen archeologische resten uit de late ijzertijd tot de vroege (en mogelijk late) middeleeuwen aanwezig zijn. Een archeologisch vervolgonderzoek is daarom noodzakelijk.

Dit vervolgonderzoek moet worden uitgevoerd in de vorm van een verkennend archeologisch booronderzoek. Het onderzoek behoort plaats te vinden conform de richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en op basis van een Plan van Aanpak (PvA), dat voorafgaand aan het onderzoek ter goedkeuring aan de gemeente is voorgelegd. De rapportage van het onderzoek moet bij de gemeente worden ingediend. Op basis van de resultaten van het onderzoek neemt de gemeente een besluit over de vervolgstappen. Deze vervolgstappen kunnen bestaan uit vrijgave, vervolgonderzoek, behoud van archeologische resten in de bodem, of een combinatie hiervan. Het archeologische onderzoek is pas afgerond als alle archeologische rapportages door de gemeente zijn ontvangen en goedgekeurd.”

Pagina | 25

AM21560

LITERATUURLIJST A, van der, S., A. de Boer, A. Botman, N. de Jonge en J. Dijkstra, 2009: Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart gemeenten Maarssen, Loenen, Abcoude en Breukelen, Rapportage behorende bij de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart, Amersfoort (ADC Heritage H 032). Auwerda, F./ P. Grimm, 2008: Verliesregister 1939-1945, Alle militaire vliegtuigverliezen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog, Den Haag. Bakker, de, H., 1966: ‘De subgroepen van het systeem van bodemclassificatie voor Nederland’, in Boor en spade: verspreide bijdragen tot de kennis van de bodem van Nederland, Wageningen. Bakker, de, H./ J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2004: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en Geomorfologie, Assen. Berendsen, H.J.A., 2005: Landschappelijk Nederland, Assen. Berendsen, H.J.A., 2010: Fysisch-geografisch onderzoek, Assen. Berendsen, H.J.A., 2011: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en Geomorfologie, Assen. Berendsen, H.J.A./E. Stouthamer/K.M. Cohen/W.Z. Hoek, 2019: Landschap in delen. De fysisch-geografische regio’s, Utrecht. Berkel, G. van/ K. Samplonius, 2006: Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en Historie, Utrecht (Prisma).

Blankenstein, van, E., 2006: Defensie- en oorlogsschade in kaart gebracht (1939 – 1945), Zeist. Blijdenstijn, R., 2005: Tastbare tijd. Cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht, Utrecht. Boer, de, A./ A. Botman/ N. de Jonge/ J. Dijkstra/ S. van der A, 2010. Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart gemeenten Maarssen, Loenen, Abcoude en Breukelen. Amersfoort: ADC Heritage rapportnummer H032. Cate, ten, J. A. M./ A. F. van Holst/ H. Kleijer/ J. Stolp, 1995: Handleiding bodemgeografisch onderzoek, richtlijnen en voorschriften. Deel A: Bodem, Wageningen, DLO-Staring Centrum. Technisch Document 19A. Cohen, K., E. Stouthamer, H.J. Pierik en A.H. Geurts, 2012: ‘Description of Channelbelts 2012’, in: Rhine‐Meuse Delta Studies’ Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography, Utrecht (Dept. Physical Geography). Graaf, de, R./ E.E.A. van der Kuijl/ J. Rohling/ L. Nijdam, 2015. Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied De Corridor ongenummerd, naast nr. 15 te Breukelen. Zelhem: Hamaland Advies. Groenhuijzen, M., 2019. Archeologisch bureau- en booronderzoek voor het plangebied Breukelen-De Corridor, gemeente Stichtse Vecht. Amsterdam: Zuidnederlandse Archeologische Notities 701. Groenhuijzen, M., 2020. Archeologisch bureau- en booronderzoek voor bedrijfsverzamelgebouw aan De Corridor te Breukelen, gemeente Stichtse Vecht.

Amsterdam: Zuidnederlandse Archeologische Notities 805.

Pagina | 26

AM21560

Hanemaaijer, M., 2018. Bureau voor Archeologie Rapport 604. Merwedeweg 7, Breukelen, gemeente Stichtse Vecht: een bureauonderzoek. Utrecht: Bureau voor Archeologie Rapport 604. Hendrikx, J.A., 1998: De ontginning van Nederland. Het ontstaan van de agrarische cultuurlandschappen in Nederland, Zwolle. Mulder, de, E.J.F./ M.C. Geluk/ I. Ritsema/ W.E. Westerhoff/ T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Utrecht. Peeters, D./ A. Hakvoort, 2019. Plangebied Leaseplan locatie Breukelen, De Corridor, nabij 3 te Breukelaan, gemeente Stichtse Vecht; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (Verkennend booronderzoek). Weesp: RAAP Rapport 4280. Rensink, E./ H.J.T. Smeets/ M. Kosian/ H. Feiken/ B.I. Smit, 2019: Archeologische Landschappenkaart van Nederland, versie 3.0, Amersfoort. SIKB, 2006: Leidraad inventariserend veldonderzoek, Deel: karterend booronderzoek, Gouda. Stiboka (Stichting voor Bodemkartering), 1985: Toelichting bij de kaartbladen 31 Oost Utrecht, Wageningen. Stouthamer, E./ K.M. Cohen/ W.Z. Hoek, 2020: De vorming van het land. Geologie en Geomorfologie, Utrecht. TNO, 2010: Geologische overzichtskaart van Nederland, Den Haag (www.dinoloket.nl). Zonneveld, J.I.S., 1981: Vormen in het landschap, hoofdlijnen van de geomorfologie, Utrecht.

Digitale bronnen: www.archis.cultureelerfgoed.nl

RCE, Archis3, zoeken & vinden)

www.bagviewer.kadaster.nl

Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG)

www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl

Kadastraal minuutplan

www.cultureelerfgoed.nl

Bronnen en kaarten

www.pdok.nl

Basisregistratie Grootschalige Topografie (2017), kadaster

www.ruimtelijkeplannen.nl

Bestemmingsplan

www.topotijdreis.nl

Bonnebladen en Topografische kaarten van Nederland

www.dinoloket.nl

Dinoloket

Pagina | 27

AM21560

Archeologische kaarten en databestanden: Actueel Hoogtebestand van Nederland (2008-2019). AHN2 en AHN3 (Geraadpleegd via www.arcgis.com, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data). Alterra 2009:

Bodemkaart

van Nederland,

schaal 1:50.000,

blad 31

Oost,

Wageningen UR

(Geraadpleegd via

https://zoeken.cultureelerfgoed.nl, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data Alterra). Alterra

2019:

Geomorfologische

kaart

van

Nederland,

schaal

1:50.000,

Wageningen

UR

(Geraadpleegd

via

https://zoeken.cultureelerfgoed.nl, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data Alterra). Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007 (Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). Archeologisch Informatie Systeem II (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015 (Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). Maas, G. J./ W.M. van der Meij/ S. P. J. v. Delft/ A. H. Heidema, 2019. Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland, schaal

1:

1:50

000

(2019).

Wageningen,

Wageningen

Environmental

Research

(geraadpleegd

via

https://legendageomorfologie.wur.nl/). ADC Heritage, 2009: Detail Archeologische verwachtingskaart, kaartbijlage 8, Amersfoort (ADC Heritage rapport H 032). ADC Heritage, 2009: Gemeente Breukelen, Zuidelijk deel Archeologische Beleidsadvieskaart, kaartbijlage 21b, Amersfoort (ADC Heritage rapport H 032).

Pagina | 28

aeres milieu

Bijlage 1 Topografische ligging onderzoeksgebied

AM21560

Bijlage 1: Topografische ligging onderzoeksgebied

N

AM21560 Breukelen Schepersweg (ong.)

Legenda Plangebied Achtergrond: TOP10 NL (nov 2016), AHN2 hillshade

v1.0_2- 2 - 2022_FvdB

Schaal

aeres milieu

Bijlage 2 Archeologische gegevens cf. Archis 3

AM21560

Visserij

Slagveld

Infrastructuur

Complex onbepaald

Bijlage 2: Archeologische gegevens cf. Archis 3 AM21560 Breukelen Schepersweg (ong.)

Onderzoeksmeldingen

Schaal

Legenda Plangebied

Vondstlocaties Complextype

Infrastructuur

Depot

Scheepvaart (infrastructuur of scheepswrak)

Graf (-veld)

Brug

Nederzetting

Vliegtuigwrak

Cultus / Heiligdom

Industrie / Nijverheid

Versterking of versterkte nederzetting

(Water-) Molen

N

Archeologische Monumentenkaart Terrein van hoge archeologische waarde Terrein van zeer hoge archeologische waarde

Agrarische productie en voedselvoorziening Landbouw

Grondstofwinning

Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd

v1.0_2- 2 - 2022_FvdB

Terrein van archeologische waarde

aeres milieu

Bijlage 3 Archeologische Maatregelenkaart gemeente Stichtse Vecht

AM21560

Legenda Plangebied

Bijlage 3: Gemeentelijke Archeologische (beleids)kaart AM21560 Breukelen Schepersweg (ong.)

N

v1.0_10- 2 - 2022

Schaal

aeres milieu

Bijlage 4 Overzicht geomorfologische kaart

AM21560

Bijlage 4: Geomorfologische kaart

N

AM21560 Breukelen Schepersweg (ong.)

Legenda Plangebied

geomorfologie_gebieden Ontgonnen veenvlakte Rivierkomvlakte

Stroomrug of stroomgordel water

v1.0_2- 2 - 2022_FvdB

Schaal

aeres milieu

Bijlage 4b Stroomgordelkaart

AM21560

Bijlage 4b: Stroomgordelkaart Legenda Plangebied

Dataset: Cohen et al., 2012

N

AM21560 Breukelen Schepersweg (ong.) Schaal

ouddom - Crevasses 5 = Crevasse channel / sand splay. Darkish Gray

ouddom - EINDDATERINGEN RIVIERACTIVITEIT 800 - 1150 14C BP = 900 AD 1501 - 1950 14C BP = 100 AD

v1.0_2- 2 - 2022_FvdB

Deltareconstructie

aeres milieu

Bijlage 4c Fysische eenheden Provincie Utrecht

AM21560

Bijlage 4c: Fysische Eenheden Legenda Plangebied

Fysische eenheden

N

AM21560 Breukelen Schepersweg (ong.) Schaal

Oeverwal/ crevasserug

Water Venige kom Bebouwing Veen

v1.0_2- 2 - 2022_FvdB

Kleiige kom

aeres milieu

Bijlage 5 Overzicht bodemkaart

AM21560

Bijlage 5: Bodemkaart

N

AM21560 Breukelen Schepersweg (ong.)

Legenda Plangebied

Bodemkaart Veengronden

Waardveengronden

Nesvaaggronden

Rivierkleigronden

Kalkhoudende poldervaaggronden

Algemene onderscheidingen Bebouwing

Drechtvaaggronden

Water Kalkloze poldervaaggronden

v1.0_2- 2 - 2022_FvdB

Schaal

aeres milieu

Bijlage 6 Reliëfkaart

AM21560

Bijlage 6: Reliëfkaart Legenda

N

AM21560 Breukelen Schepersweg (ong.)

Plangebied

Schaal

AHN (m NAP)

v1.0_2- 2 - 2022_FvdB

Band 1 (Gray)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2238/documents/46354