TOELICHTING Bijlage 15 - Aanvullend ecologisch onderzoek.pdf
Tekst van het document
ECOLOGISCH ONDERZOEK SCHEPERSWEG BREUKELEN
ECOLOGISCH ONDERZOEK SCHEPERSWEG BREUKELEN Kenmerk: Versie: Datum:
20211968/rap01 1 24 november 2022
Auteur: Projectleider: Veldwerk:
D.D. (Daphne) Heuzen P. (Peter) Schep W. (Wouter) Bosgra, I. (Ilse) Cameron, L. (Lucas) Doef, S. (Sjoerd) van Donselaar, G. (Gabi) Keurntjes, T. (Timo) den Ouden, P. (Peter) Schep, B. (Bram) de Vries, B. (Bastiaan) van de Wetering, T. (Tobie) van Zwieten P. (Peter) Schep Woningstichting Vecht en Omstreken Postbus 41 3620 AA Breukelen dhr. A. (Arnoud) van der Wal
Kwaliteitscontrole: Opdrachtgever:
Contactpersoon:
Dit rapport is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud van de rapportage is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven.
© ATKB voor natuur en leefomgeving. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Foto's: ATKB, naam medewerker
INHOUD Inleiding Aanleiding Doel Leeswijzer
1 1 1 2
huidige en toekomstige situatie Beschrijving huidige situatie Werkzaamheden en toekomstige situatie
3 3 5
Methode nader onderzoek Verwachte soorten en functies Gierzwaluw Huismus Vleermuizen Waterspitsmuis
7 7 7 7 8 10
Resultaten nader onderzoek Gierzwaluw Huismus Vleermuizen Resultaten waterspitsmuis Overige waarnemingen Samenvatting
11 11 11 12 14 14 15
Effectenanalyse en maatregelen Inleiding Gierzwaluwen Huismus Vleermuizen
17 17 17 17 18
Conclusies Functies en effecten Maatregelen Literatuur
20 20 20 22
INLEIDING AANLEIDING Woningstichting Vecht en Omstreken heeft het voornemen om drie gebouwen aan de Schepersweg te slopen en op deze locatie nieuwbouw te realiseren. Het betreft de huisnummers 70 t/m 78, 148 t/m 156 en 226 t/m 234. Voor de renovatie is een ecologische quickscan uitgevoerd om de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in beeld te brengen (zie ATKB rapport met kenmerk 20211730/rap01, versie 1, d.d. 6 oktober 2021). Uit de resultaten van de quickscan blijkt dat het plangebied geschikt is voor algemene broedvogels, huismus, gierzwaluw en gebouwbewonende vleermuizen (gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis), waarvan alle soorten zwaar beschermd zijn. De watergang direct buiten het projectgebied kan fungeren als essentieel foerageergebied van vleermuizen en als leefgebied van waterspitsmuis. In de quickscan is daarom geadviseerd een nader onderzoek naar deze soorten uit te (laten) voeren. Als gevolg van de werkzaamheden kunnen verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden worden. Essentiele functies en nestlocaties/verblijfplaatsen van gierzwaluw, huismus, vleermuizen en waterspitsmuis zijn jaarrond beschermd. Voor algemene broedvogels zijn de nesten enkel in het broedseizoen beschermd.
Het nader onderzoek is essentieel om uitspraken te doen over de effecten op populaties van de beschermde soorten en de eventueel te nemen maatregelen. Ook geeft het duidelijkheid op de vraag of het indienen van een ontheffingsaanvraag Wet natuurbescherming bij de provincie noodzakelijk is.
DOEL In deze rapportage wordt het nader onderzoek naar gierzwaluw, huismus en gebouwbewonende vleermuizen (gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis) besproken. De doelstellingen voor deze onderzoeken is geformuleerd in onderstaande onderzoeksvragen: • • • • • • • •
Maken huismussen en gierzwaluwen gebruik van het plangebied? Komen er waterspitsmuizen voor bij de ten westen van het plangebied gelegen watergang? Maken vleermuizen gebruik van het plangebied, en zo ja, welke soorten? Welke functie heeft het plangebied voor deze soorten (nestplaats, foerageergebied, vliegroute, zomer-, winter-, kraam- en/of paarverblijfplaats)? Wat zijn de effecten van de voorgenomen werkzaamheden op beschermde soorten, die (mogelijk) gebruik maken van het plangebied? Welke maatregelen dienen te worden uitgevoerd om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen of te beperken? Welke maatregelen moeten worden uitgevoerd om aan de zorgplicht te voldoen en om zorgvuldig handelen ten aanzien van de aangetroffen beschermde soorten te garanderen? Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen werkzaamheden een ontheffing Wnb aan te vragen?
Ecologisch onderzoek Schepersweg Breukelen | 1 | 20211968/rap01
1 van 22
LEESWIJZER In hoofdstuk twee is een beschrijving van het plangebied weergegeven en de uit te voeren werkzaamheden zijn hier benoemd. Hoofdstuk 3 gaat in op de methode van het nader onderzoek en in hoofdstuk 4 worden de resultaten besproken. In hoofdstuk 5 worden de effecten bepaald van het plan op de beschermde soorten die gebruik maken van het plangebied. Hier worden ook maatregelen voorgesteld om zorgvuldig te handelen ten aanzien van beschermde soorten. Ook wordt beargumenteerd of een ontheffing noodzakelijk is voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Het laatste hoofdstuk geeft een samenvatting van de bevindingen uit voorliggende rapportage.
Ecologisch onderzoek Schepersweg Breukelen | 1 | 20211968/rap01
2 van 22
HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE Het plangebied betreft drie uit baksteen opgetrokken gebouwen (nr. 70 t/m 78, 148 t/m 156 en 226 t/m 234) van twee verdiepingen aan de Schepersweg te Breukelen (zie Figuur 1). In de muren van de bebouwing zijn open stootvoegen aanwezig, welke toegang verlenen tot de spouwmuur. Tevens zijn er ruimtes onder de dakranden aanwezig. De gebouwen hebben een plat dak. Ten oosten van de bebouwing is een grasveld met strak gemaaid gazon aanwezig. Aan de randen van het gazon en aangrenzend aan de bebouwing zijn enkele bomen en struwelen aangeplant. Ten westen van de bebouwing is een watergang met natuurlijke oevers gelegen, waarlangs enkele bomen (waaronder schietwilg) zijn aangeplant. De oevers zijn onder andere begroeid met lisdodde en riet. In Figuur 2 zijn enkele foto’s weergegeven om een globale impressie van het plangebied te geven.
Figuur 1 Globale ligging van het plangebied.
Ecologisch onderzoek Schepersweg Breukelen | 1 | 20211968/rap01
3 van 22
Figuur 2 Situatie plangebied ten tijde van de ecologische quickscan.
Ecologisch onderzoek Schepersweg Breukelen | 1 | 20211968/rap01
4 van 22
WERKZAAMHEDEN EN TOEKOMSTIGE SITUATIE De geplande werkzaamheden bestaan uit het slopen van de bebouwing, waarna het plangebied bouwrijp zal worden gemaakt en er nieuwe appartementengebouwen zullen worden gerealiseerd. Voor de bouw wordt gebruik gemaakt van trillingsarme methoden (aanbrengen schroefpalen). In Figuur 3 zijn de voorlopige ontwerptekeningen weergegeven. De naastgelegen watergang zal tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie ongemoeid blijven. Als gevolg van de geplande werkzaamheden zullen er bomen en struweel in het plangebied worden verwijderd. De start van de sloop staat gepland voor mei 2023 en de oplevering van de nieuwe appartementen voor Q4 2024.
Ecologisch onderzoek Schepersweg Breukelen | 1 | 20211968/rap01
5 van 22
Figuur 3 Voorlopige ontwerptekeningen van de nieuw te bouwen appartementencomplexen.
Ecologisch onderzoek Schepersweg Breukelen | 1 | 20211968/rap01
6 van 22
METHODE NADER ONDERZOEK VERWACHTE SOORTEN EN FUNCTIES In 2021 heeft ATKB een ecologische quickscan uitgevoerd voor het plangebied (zie ATKB rapport kenmerk 20211730/rap01, versie 1, d.d. 6 oktober 2021). Uit de quickscan is gebleken dat het plangebied geschikt is als nestlocatie voor gierzwaluw en huismus en als zomer-, kraam-, paar- en winterverblijfplaats (bij milde winters) voor gebouwbewonende vleermuizen (gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis). De watergang direct buiten het projectgebied kan fungeren als essentieel foerageergebied van vleermuizen en als leefgebied van waterspitsmuis. Het plangebied is tevens geschikt als niet-essentieel foerageergebied voor diverse diersoorten en als broedlocatie voor algemene broedvogels.
GIERZWALUW Het gierzwaluwonderzoek is uitgevoerd aan de hand van het Kennisdocument gierzwaluw van BIJ12 en het soortinventarisatieprotocol van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). ATKB is als lid aangesloten bij het NGB. Het kennisdocument geeft aan dat er drie inventarisatieronden nodig zijn om de aanwezigheid van nestplaatsen van gierzwaluwen in kaart te brengen. De bezoekronden moeten worden uitgevoerd in het broedseizoen tussen 15 mei en 15 juli, waarvan minimaal één bezoek in de periode dat er jongen aanwezig zijn (tussen 20 juni en 7 juli). De onderzoeken dienen rond zonsondergang plaats te vinden aangezien dit de meest geschikte tijd is om het invliegen van gierzwaluwen waar te nemen. Voor het project zijn drie onderzoeksronden uitgevoerd in de periode 15 mei tot en 15 juli 2022. Alle veldbezoeken zijn uitgevoerd onder voor gierzwaluwen geschikte weersomstandigheden (droog). Ronde 1 en 2 van het gierzwaluw onderzoek zijn gecombineerd uitgevoerd met ronde 1 en 2b van het vleermuisonderzoek. De veldbezoeken zijn uitgevoerd met 2 personen. Tabel 1 geeft een overzicht van de data en weersomstandigheden waarop de verschillende onderzoeken zijn uitgevoerd. Tabel 1 Ronde 1* 2* 3
Algemene gegevens van de uitgevoerde gierzwaluw onderzoeksronden. Datum 16-05-2022 07-06-2022 22-06-2022
Starttijd
Eindtijd
19:29 19:57 20:05
21:29 21:57 22:05
Zon onder 21:29 21:57 22:05
Aantal veldwerkers 2 2 2
Weersomstandigheden
Onderzoek gericht op
18 ⁰C, licht bewolkt, droog, 3 Bft uit ZW 16 ⁰C, half bewolkt, droog, 2 Bft uit NW 17 ⁰C, half bewolkt, droog, 2 Bft uit N
Nestplaatsen van gierzwaluw
* gecombineerd met vleermuisonderzoek zie paragraaf 3.4
HUISMUS Het huismus onderzoek is uitgevoerd aan de hand van het Kennisdocument Huismus van BIJ12 en het soortinventarisatieprotocol van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). ATKB is als lid aangesloten bij het NGB. Het soortinventarisatieprotocol geeft aan dat er minstens twee inventarisatieronden nodig zijn om de verschillende functies van het gebied voor huismussen in kaart te brengen. Indien de bezoekronden worden uitgevoerd in de optimale broedperiode (1 april t/m 15 mei) zijn twee bezoeken voldoende. Indien dit niet mogelijk is, zijn er in totaal vier bezoeken nodig in de geschikte periode 10 maart t/m 20 juni. Voor het project zijn twee onderzoeksrondes in de optimale broedperiode van 1 april t/m 15 mei 2022 uitgevoerd. De veldbezoeken zijn uitgevoerd onder voor huismussen geschikte weersomstandigheden (zie Tabel 2). Dit betekent een niet te koude temperatuur, droog en weinig wind.
Ecologisch onderzoek Schepersweg Breukelen | 1 | 20211968/rap01
7 van 22
Tijdens de veldbezoeken is het plangebied en de directe omgeving geobserveerd en is in het bijzonder gelet op aanwezigheid van broedende huismussen, zingende mannetjes, de aanwezigheid van paartjes en nestbouw. Tevens is gelet op ander gedrag van huismussen, zoals foerageren en zandbaden. De onderzoeken zijn door één persoon uitgevoerd. Tabel 2 geeft een overzicht van de data en weersomstandigheden waarop de verschillende onderzoeken zijn uitgevoerd. Tabel 2 Ronde
Algemene gegevens van de uitgevoerde huismus onderzoeksronden Datum
Starttijd
Eindtijd
Zon o9
Aantal veldwerkers
Weersomstandigheden
1
05-04-2022
08:00
09:30
07:06
1
8 ⁰C, bewolkt, droog, 4 Bft uit ZW
2
09-05-2022
07:00
08:30
05:55
1
16 ⁰C, onbewolkt, droog, 2 Bft uit NO
Onderzoek gericht op Nestplaats, foerageergebied en overige functies huismus
VLEERMUIZEN Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd aan de hand van het landelijk vastgestelde protocol voor vleermuisonderzoek (versie maart 2021). Dit is een door de Zoogdiervereniging, het bevoegd gezag en het Netwerk Groene Bureaus (NGB) goedgekeurde methodiek. ATKB is als lid aangesloten bij het NGB. Het vleermuisprotocol geeft aan dat meerdere onderzoeksronden nodig zijn om de verschillende functies van het gebied voor vleermuizen in kaart te brengen. De bezoekronden moeten worden uitgevoerd in de vleermuis actieve periode tussen april en oktober. Met behulp van een batdetector van het type Pettersson D240x of gelijkwaardig en zichtwaarnemingen kunnen verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen worden vastgesteld. Een batdetector zet de voor mensen onhoorbare geluiden van vleermuizen om in hoorbare geluiden. Aan de hand van frequentie en ritme van de geluiden is het mogelijk om de vleermuissoorten te onderscheiden. Bepaalde vleermuisgeluiden (bijvoorbeeld van de groep Myotis) zijn in het veld lastiger te herkennen. Van deze geluiden zijn daarom met behulp van een opnameapparaat (Edirol R-09HR) gekoppeld aan de batdetector opnames gemaakt en deze zijn achteraf op kantoor met behulp van het programma Batsound geanalyseerd. Voor het project zijn vijf onderzoeksronden uitgevoerd in de periode mei t/m september 2022.
Alle veldbezoeken zijn uitgevoerd onder voor vleermuizen geschikte weersomstandigheden (zie Tabel 3). Dit betekent een temperatuur boven de 10 graden, droog en weinig wind. Tijdens de eerste drie onderzoeksronden is op verschillende tijdstippen met behulp van de batdetector gepost op verschillende strategische locaties zodat in- en uitvliegende vleermuizen goed konden worden waargenomen. Met de laatste twee onderzoeken zijn er meerdere ronden om het plangebied gelopen om de roepactiviteit en vliegbewegingen te onderzoeken. Hierbij werd steeds op andere plekken gepost. Tijdens alle bezoeken is ook de functie van het omliggende terrein nader bekeken. Door de grote van het plangebied, is voor een deel van de veldbezoeken het plangebied opgedeeld in deelgebieden (zie Figuur 4). De veldbezoeken naar kraam- en zomerverblijfplaatsen zijn met twee tot vijf onderzoekers uitgevoerd, afhankelijk van hoeveel deelgebieden tegelijkertijd zijn onderzocht. De onderzoeken naar de paar- en winterverblijfplaatsen zijn door één en drie personen uitgevoerd. Ronde 1 en 2 van het vleermuisonderzoek zijn gecombineerd uitgevoerd met ronde 1 en 2 van het gierzwaluwonderzoek. Tabel 3 geeft een overzicht van de data en omstandigheden waarop de verschillende onderzoeken zijn uitgevoerd.
Ecologisch onderzoek Schepersweg Breukelen | 1 | 20211968/rap01
8 van 22
Figuur 4 Indeling van het plangebied in de deelgebieden Noord, Midden en Zuid. Tabel 3
Algemene gegevens van de uitgevoerde vleermuis onderzoeksronden Starttijd
Eindtijd
Zon op/ onder
Aantal veldwerkers
16-05-2022
21:29
23:29
21:29
5
Zuid
06-06-2022
21:56
23:56
21:56
2
2b*
Noord Midden
07-06-2022
21:57
23:57
21:57
5
3
Alle
30-06-2022
03:23
05:23
05:23
3
4
Alle
16-08-2022
00:00
02:00
21:02
3
5
Alle
07-09-2022
21:14
23:14
20:14
1
Ronde
Deelgebied
1*
Alle
2a
Datum
Weersomstandigheden 18 ⁰C, licht bewolkt, droog, 3 Bft uit ZW 12 ⁰C, bewolkt, droog, 3 Bft uit ZW 16 ⁰C, half bewolkt, droog, 2 Bft uit NW 14 ⁰C, half bewolkt, droog, 3 Bft uit NO 15 ⁰C, licht bewolkt, droog, 2 Bft uit N 17 ⁰C, half bewolkt, droog, 1 Bft uit NO
Onderzoek gericht op
Kraamverblijven, zomerverblijven
Paarverblijven, winterverblijven
* gecombineerd met gierzwaluwonderzoek
Ecologisch onderzoek Schepersweg Breukelen | 1 | 20211968/rap01
9 van 22
WATERSPITSMUIS Het onderzoek naar waterspitsmuis is uitgevoerd met behulp van eDNA. eDNA is een vrij nieuwe methode waarmee DNA sporen in water en grond opgespoord kunnen worden. Voor dit project is één grondmonster van de aan de westkant gelegen watergang genomen. Voor dit monster werden subsamples verspreid over de oever verzameld in een container. Voor het verzamelen van de monsters en het maken van de uiteindelijke sampels, is gebruik gemaakt van de eDNA bodemsamplingsprotocol van Datura. De samples zijn vervolgens naar Datura verzonden en in het lab middels de qPCR-methode geanalyseerd op aan- of afwezigheid van waterspitsmuis. De monstername is op 4 oktober 2022 uitgevoerd.
Ecologisch onderzoek Schepersweg Breukelen | 1 | 20211968/rap01
10 van 22
RESULTATEN NADER ONDERZOEK GIERZWALUW In het nader onderzoek zijn geen nestplaatsen van gierzwaluwen in het plangebied waargenomen. Wel zijn er zeven nestplaatsen van gierzwaluwen aangetroffen in de omliggende bebouwing (zie Figuur 5).
Figuur 5 Aangetroffen gierzwaluw nestplaatsen in de omgeving van het plangebied. Binnen het plangebied zijn geen gierzwaluwnestplaatsen aangetroffen.
HUISMUS Tijdens het veldbezoek zijn er geen jaarrond beschermde nestlocaties van huismus in het plangebied waargenomen. Wel zijn er in de woningblokken rondom het plangebied nestplaatsen van huismus aanwezig. De rondom het plangebied liggende groenstructuren vormen wel een onderdeel van het leefgebied van huismus. Omdat er in de omgeving diverse vergelijkbare alternatieve groenstructuren aanwezig zijn, vervullen de aanwezige groenstructuren binnen het gebied een niet-essentiële functie voor de in de omgeving aanwezige populatie huismus. Essentiële functies voor huismus binnen het plangebied zijn uitgesloten.
Ecologisch onderzoek Schepersweg Breukelen | 1 | 20211968/rap01
11 van 22
VLEERMUIZEN 4.3.1 RESULTATEN ZOMER- EN KRAAMVERBLIJFPLAATSEN ONDERZOEK
Gedurende alle vier de veldbezoeken zijn enkele foeragerende gewone dwergvleermuizen (1 tot 3 individuen) waargenomen boven de ten oosten gelegen groenstructuren en de ten westen gelegen watergang. In bezoek 2a is een overvliegende rosse vleermuis langs de ten westen gelegen watergang waargenomen ter hoogte van deelgebied zuid. Deze rosse vleermuis vertoonde geen binding met het plangebied. Er zijn geen vliegroutes waargenomen. Door het lage aantal foeragerende vleermuizen in het plangebied en gezien de grote hoeveelheid aan alternatief foerageergebied in de directe omgeving, vervullen de groenstructuren in en rondom het plangebied een niet-essentiële functie als foerageergebied. Er zijn geen (indicaties van) verblijfplaatsen binnen het plangebied aangetroffen, maar er is in bezoek 2 en 3 wel een zomerverblijfplaats van gewone dwergvleermuis aangetroffen in de kopgevel van het woningblok ten noorden van deelgebied midden (zie Figuur 6).
Figuur 6 Locatie van de aangetroffen zomerverblijfplaats van gewone dwergvleermuis nabij het plangebied.
4.3.2 RESULTATEN PAAR- EN WINTERVERBLIJFPLAATSEN ONDERZOEK
Gedurende de twee veldbezoeken zijn enkele foeragerende gewone dwergvleermuizen (1 tot 3 individuen) waargenomen boven de ten oosten gelegen groenstructuren en de ten westen gelegen watergang (zie Figuur 6). In bezoek 5 is een overvliegende laatvlieger langs de oostgevel van deelgebied noord waargenomen. Deze laatvlieger vertoonde geen binding met het plangebied. Er zijn geen vliegroutes
Ecologisch onderzoek Schepersweg Breukelen | 1 | 20211968/rap01
12 van 22
waargenomen. Door het lage aantal foeragerende vleermuizen in het plangebied samen met de grote mate aan alternatief foerageergebied in de directe omgeving, vervullen de groenstructuren in en rondom het plangebied een niet-essentiële functie als foerageergebied. In bezoek 4 en 5 zijn drie baltsterritoria van gewone dwergvleermuis waargenomen (zie Figuur 7). De baltsterritoria nabij deelgebied Midden en Zuid bevonden zich ten noorden van het deelgebied. De gewone dwergvleermuizen vertoonden hierbij geen interactie met het plangebied zelf. Het zwaartepunt van het baltsgedrag bevond zich rond de bebouwing ten noorden van het plangebied. Derhalve kan worden geconcludeerd dat de bij de baltsterritoria horende paarverblijfplaatsen zich in de bebouwing ten noorden van de deelgebieden bevinden en niet in de bebouwing van het plangebied. In deelgebied Midden lag het zwaartepunt van het baltsterritorium ter hoogte van de aangetroffen zomerverblijfplaats (zie Figuur 6) van gewone dwergvleermuis, waardoor kan worden geconcludeerd dat de zomerverblijfplaats tevens als paarverblijfplaats gebruikt wordt. In deelgebied Noord is een baltsterritorium van gewone dwergvleermuis aangetroffen, waarbij de gewone dwergvleermuis zich met name rond de zuidelijke kopgevel van het plangebied bevond.
De exacte locatie van de verblijfplaatsen is niet waargenomen, maar gezien de binding met de bebouwing kan worden geconcludeerd dat de bijbehorende paarverblijfplaats zich in de zuidelijke helft van het pand bevindt.
Ecologisch onderzoek Schepersweg Breukelen | 1 | 20211968/rap01
13 van 22
Naast de baltsterritoria van gewone dwergvleermuizen zijn in bezoek 4 twee paarverblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis aangetroffen in deelgebied Noord (zie Figuur 7). De exacte locatie van de verblijfplaatsen is niet waargenomen, maar de ruige dwergvleermuizen waren duidelijk roepend in de gevel van het pand aanwezig.
Figuur 7 Locatie van de aangetroffen baltsterritoria van gewone dwergvleermuis en de aangetroffen paarverblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis in en nabij het plangebied.
RESULTATEN WATERSPITSMUIS De analyse van het eDNA monster is uitgevoerd door Datura. In het monster zijn geen DNA sporen van waterspitsmuis aangetroffen. Waterspitsmuis leeft met name in de (oeverzone van) watergangen. Doordat de subsamples verspreid over de oever verzameld zijn, is het potentiële leefgebied van waterspitsmuis in de nabijheid van het plangebied in zijn geheel onderzocht. Derhalve kan er gesteld worden dat er geen leefgebied van waterspitsmuis binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden aanwezig is.
OVERIGE WAARNEMINGEN 4.5.1 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN
Binnen het plangebied is de provinciaal vrijgestelde soort egel aangetroffen. Omdat het hier een provinciaal vrijgestelde soort betreft, valt de bescherming van de egel onder de algemene zorgplicht. Voor maatregelen met betrekking tot de zorgplicht wordt verwezen naar de rapportage van de in 2021 uitgevoerde ecologische quickscan (zie ATKB rapport 20211730/rap01, versie 1 van 6 oktober 2021).
Ecologisch onderzoek Schepersweg Breukelen | 1 | 20211968/rap01
14 van 22
SAMENVATTING Binnen het plangebied zijn in het nader onderzoek geen essentiële functies voor gierzwaluw, huismus en waterspitsmuis vastgesteld. Wel zijn er de volgende beschermde functies aangetroffen (zie ook Figuur 8): • •
Eén baltsterritorium van gewone dwergvleermuis in het meest noordelijke complex. Twee paarverblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis in het meest noordelijke complex.
In de directe omgeving van het plangebied de volgende beschermde functies aanwezig: • • • • •
Eén zomer-/paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis ten noorden van het middelste complex. Eén baltsterritorium van gewone dwergvleermuis ten noorden van het meest zuidelijke complex. De groenstructuren rondom het plangebied vormen niet-essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Zeven nestplaatsen van gierzwaluw in de woningen rondom het plangebied. Huismusnestplaatsen in de woningen rondom het plangebied. De groenstructuren binnen het plangebied vormen een niet-essentieel onderdeel van het leefgebied van huismus.
Daarnaast zijn er meerdere algemene broedvogelsoorten en een provinciaal vrijgestelde soort (egel) waargenomen in de groenstructuren in/rondom het plangebied. Algemene broedvogels en provinciaal vrijgestelde soorten zijn nader behandeld in de in 2021 uitgevoerde ecologische quickscan (zie ATKB rapport 20211730/rap01, versie 1 van 6 oktober 2021) en worden daarom niet verder behandeld in voorliggende rapportage.
Ecologisch onderzoek Schepersweg Breukelen | 1 | 20211968/rap01
15 van 22
Figuur 8 Locaties van de aangetroffen beschermde functies in en nabij het plangebied.
Ecologisch onderzoek Schepersweg Breukelen | 1 | 20211968/rap01
16 van 22
EFFECTENANALYSE EN MAATREGELEN INLEIDING In dit hoofdstuk wordt een effecteninschatting gedaan van het plan op de aanwezige beschermde soorten in en nabij het plangebied. In de volgende paragraven wordt per soort en gebruikersfunctie duidelijk welke effecten kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. De geplande werkzaamheden bestaan uit het slopen van de bebouwing, waarna het plangebied bouwrijp zal worden gemaakt en er nieuwe appartementengebouwen zullen worden gerealiseerd. De naastgelegen watergang zal tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie ongemoeid blijven. Als gevolg van de geplande werkzaamheden zullen er bomen en struweel in het plangebied worden verwijderd. De start van de sloop staat gepland voor mei 2023 en de oplevering van de nieuwe appartementen voor Q4 2024. In hoofdstuk 4 is beschreven welke beschermde soorten in en rond het plangebied zijn waargenomen. Voor deze soorten (gierzwaluw, huismus en gewone dwergvleermuis) wordt hieronder een effectenanalyse uitgevoerd en worden de benodigde maatregelen beschreven.
GIERZWALUWEN 5.2.1 EFFECTEN
De aangetroffen nestplaatsen van gierzwaluw bevinden zich allemaal buiten het plangebied, waardoor deze bij de werkzaamheden behouden blijven. Ter hoogte van het meest noordelijke complex zijn drie nestlocaties van gierzwaluw aanwezig onder de kantpannen van de kopgevel die direct ten oosten van het complex is gelegen. Indien de invliegopeningen van nestlocaties van gierzwaluw door materieel geblokkeerd worden in de broedperiode, kunnen nestplaatsen van gierzwaluw wel tijdelijk ongeschikt raken en kunnen individuen van gierzwaluw worden verstoord en gedood. Dit is een overtreding op de Wnb. Indien een vrije aanvliegroute voor gierzwaluw wordt gewaarborgd, hebben de geplande werkzaamheden geen negatieve effecten op nestlocaties van gierzwaluw. 5.2.2 MAATREGELEN
Om te voorkomen dat nestlocaties van gierzwaluw buiten het plangebied (tijdelijk) ongeschikt raken en om verstoring en het doden van gierzwaluw te voorkomen, is het noodzakelijk dat er binnen de periode van 15 april – 31 augustus geen materieel en materiaal wordt gestald binnen een afstand van 3 meter tot de kopgevel van Schepersweg 224. Op deze wijze blijven aanvliegroutes van nestlocaties voor gierzwaluw toegankelijk.
HUISMUS 5.3.1 EFFECTEN
De aangetroffen nestplaatsen van huismus bevinden zich allemaal buiten het plangebied, waardoor deze bij de werkzaamheden behouden blijven. In de omliggende bebouwing zijn wel huismusnestplaatsen aanwezig. Indien de invliegopeningen van nestlocaties van huismus door materieel geblokkeerd worden in de broedperiode, kunnen nestplaatsen van huismus wel tijdelijk ongeschikt raken en kunnen individuen van huismus worden verstoord en gedood. Dit is een overtreding op de Wnb.
Ecologisch onderzoek Schepersweg Breukelen | 1 | 20211968/rap01
17 van 22
Door het verwijderen van groenstructuren binnen het plangebied, gaat er niet-essentieel leefgebied verloren. Doordat het hier een niet-essentiële functie betreft, vormt het verwijderen van de groenstructuren geen overtreding op de Wnb. 5.3.2 MAATREGELEN
Om te voorkomen dat nestlocaties van huismus buiten het plangebied (tijdelijk) ongeschikt raken en om verstoring en het doden van huismus te voorkomen, is het noodzakelijk dat er binnen de periode van 1 maart tot 1 oktober geen materieel en materiaal wordt gestald binnen een afstand van 3 meter tot de gevels van de omliggende bebouwing. Op deze wijze blijven aanvliegroutes van nestlocaties voor huismus toegankelijk. Behoud daarnaast zoveel mogelijk van de in het plangebied gelegen groenstructuren, om effecten op het niet-essentiële leefgebied van huismus te minimaliseren.
VLEERMUIZEN 5.4.1 EFFECTEN
Verblijfplaatsen De aangetroffen verblijfplaatsen binnen het plangebied (twee paarverblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis en één paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis) gaan bij de werkzaamheden permanent verloren. Dit is een overtreding op de Wnb. De andere aangetroffen verblijfplaatsen in de directe omgeving van het plangebied (één zomer/paarverblijfplaats en één paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis) blijven bij de werkzaamheden behouden. Als gevolg van heiwerkzaamheden en het eventuele gebruik van extra kunstmatige (bouw)verlichting gedurende de nacht in de vleermuis actieve periode (1 april tot 1 november), kunnen vleermuizen in de directe omgeving van het plangebied worden verstoord en kunnen verblijfplaatsen tijdelijk ongeschikt raken. Dit is een overtreding op de Wnb. Foerageergebied De groenstructuren in/nabij het plangebied worden door gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis als niet-essentieel foerageergebied gebruikt. Bij het verwijderen van de groenstructuren in het plangebied, gaat foerageergebied verloren. Ook kan door het eventuele gebruik van extra kunstmatige (bouw)verlichting gedurende de nacht in de vleermuis actieve periode (1 april tot 1 november) foerageergebied (tijdelijk) verloren gaan.
Omdat het hier om niet-essentieel foerageergebied gaat, is het (tijdelijk) verloren gaan van het aanwezige foerageergebied geen overtreding op de Wnb. 5.4.2 MAATREGELEN
Voor het vernietigen van de vleermuisverblijfplaatsen binnen het plangebied, zijn mitigerende en compenserende maatregelen en een ontheffing op de Wnb noodzakelijk. Verstoring van vleermuizen door zware trillingen wordt voorkomen door gebruik te maken van schroefpalen in plaats van reguliere heipalen. Dit is een trillingsarme methode, waardoor verstoring van vleermuizen in de buiten het plangebied aangetroffen verblijfplaatsen als gevolg van zware trillingen voorkomen wordt. Als door een planwijziging wel gebruik gemaakt wordt van materieel dat langdurige en/of zware trillingen
Ecologisch onderzoek Schepersweg Breukelen | 1 | 20211968/rap01
18 van 22
veroorzaakt, is verstoring van vleermuizen in omliggende verblijfplaatsen niet uit te sluiten en is een ontheffing op de Wnb noodzakelijk. Verstoring van vleermuizen en het ongeschikt raken van de buiten het plangebied aangetroffen verblijfplaatsen als gevolg van het gebruik van nachtelijk licht, wordt voorkomen door geen gebruik te maken van extra kunstmatige (bouw)verlichting gedurende de nacht in de vleermuis actieve periode (1 april tot 1 november). Indien het gebruik van (bouw)verlichting gedurende de nacht tussen 1 april en 1 november noodzakelijk is, dient er gebruik gemaakt te worden van gerichte armaturen. Op de omliggende bebouwing, groenstructuren en watergang mag geen toename van lichtuitstraling optreden. Dit houdt in dat er geen extra (bouw)verlichting mag worden gericht naar deze structuren. Behoud daarnaast zoveel mogelijk van de in het plangebied gelegen groenstructuren, om effecten op het niet-essentiële foerageergebied van vleermuizen te minimaliseren.
Ecologisch onderzoek Schepersweg Breukelen | 1 | 20211968/rap01
19 van 22
CONCLUSIES FUNCTIES EN EFFECTEN Woningstichting Vecht en Omstreken heeft het voornemen om drie gebouwen aan de Schepersweg te slopen en op deze locaties nieuwbouw te realiseren. Het betreft de huisnummers 70 t/m 78, 148 t/m 156 en 226 t/m 234. De start van de sloop staat gepland voor mei 2023 en de oplevering van de nieuwe appartementen voor Q4 2024. Uit het nader onderzoek blijkt dat binnen het plangebied geen essentiële functies voor gierzwaluw, huismus en waterspitsmuis aanwezig zijn. Wel zijn er de volgende beschermde functies aangetroffen: • •
Eén baltsterritorium van gewone dwergvleermuis in het meest noordelijke complex. Twee paarverblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis in het meest noordelijke complex.
Buiten het plangebied zijn de volgende beschermde functies aanwezig: • • • • •
Eén zomer-/paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis ten noorden van het middelste complex. Eén baltsterritorium van gewone dwergvleermuis ten noorden van het meest zuidelijke complex. De groenstructuren rondom het plangebied vormen niet-essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Zeven nestplaatsen van gierzwaluw in de woningen rondom het plangebied. Huismusnestplaatsen in de woningen rondom het plangebied. De groenstructuren binnen het plangebied vormen een niet-essentieel onderdeel van het leefgebied van huismus.
Daarnaast zijn er meerdere algemene broedvogelsoorten en een provinciaal vrijgestelde soort (egel) waargenomen in de groenstructuren in/rondom het plangebied. Algemene broedvogels en provinciaal vrijgestelde soorten zijn nader behandeld in de in 2021 uitgevoerde ecologische quickscan (zie ATKB rapport 20211730/rap01, versie 1 van 6 oktober 2021) en zijn daarom niet verder behandeld in voorliggende rapportage. Bij onvoldoende voorzorg kan de nabij gelegen paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis en het nietessentiële foerageergebied van gewone dwergvleermuis en laatvlieger (tijdelijk) ongeschikt raken door het gebruik van (bouw)verlichting.
MAATREGELEN Om de effecten op aanwezige beschermde soorten en een overtreding van de wet natuurbescherming te voorkomen zijn de volgende maatregelen nodig: • •
Voor het permanent verloren gaan van de vleermuisverblijfplaatsen binnen het plangebied, zijn mitigerende en compenserende maatregelen en een ontheffing op de Wnb noodzakelijk. Om te voorkomen dat nestlocaties van gierzwaluw en huismus buiten het plangebied (tijdelijk) ongeschikt raken en om verstoring en het doden van gierzwaluw en huismus te voorkomen, is het noodzakelijk dat er binnen de periode van 1 maart – 1 oktober geen materieel en materiaal wordt gestald binnen een afstand van 3 meter tot de gevels van de omliggende bebouwing. Op deze wijze blijven aanvliegroutes van nestlocaties voor gierzwaluw toegankelijk.
Ecologisch onderzoek Schepersweg Breukelen | 1 | 20211968/rap01
20 van 22
•
•
•
Verstoring van vleermuizen door zware trillingen voorkomen door gebruik te maken van schroefpalen in plaats van reguliere heipalen. Als door een planwijziging wel gebruik gemaakt wordt van materieel dat langdurige en/of zware trillingen veroorzaakt, is verstoring van vleermuizen in omliggende verblijfplaatsen niet uit te sluiten en is een ontheffing op de Wnb noodzakelijk. Verstoring van vleermuizen en het ongeschikt raken van de buiten het plangebied aangetroffen verblijfplaatsen als gevolg van het gebruik van nachtelijk licht voorkomen door geen gebruik te maken van extra kunstmatige (bouw)verlichting gedurende de nacht in de vleermuis actieve periode (1 april tot 1 november). Indien het gebruik van (bouw)verlichting gedurende de nacht tussen 1 april en 1 november noodzakelijk is, dient er gebruik gemaakt te worden van gerichte armaturen. Op de omliggende bebouwing, groenstructuren en watergang mag geen toename van lichtuitstraling optreden. Dit houdt in dat er geen extra (bouw)verlichting mag worden gericht naar deze structuren. Behoud zoveel mogelijk van de in het plangebied gelegen groenstructuren, om effecten op het nietessentiële leefgebied van huismus en het niet-essentiële foerageergebied van vleermuizen te minimaliseren.
Ecologisch onderzoek Schepersweg Breukelen | 1 | 20211968/rap01
21 van 22
LITERATUUR Voor bovenliggend rapport is gebruik gemaakt van de volgende websites en literatuur: 1. eDNA bodembemonsteringsprotocol van Datura, te vinden op https://datura.nl/15562/protocollen-en-sampleformulieren/ 2. Soorteninventarisatieprotocollen, versie juli 2017, Netwerk Groene Bureaus 3. Kennisdocumenten van BIJ12 voor gierzwaluw, huismus, gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis. 4. Vergeer, J.W., van Dijk, A.J., Boele, A., van Bruggen, J. & Hustings, F. (2016). Handleiding Sovon broedvogelonderzoek: Broedvogel Monitoring Project en Kolonievogels. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. 5. Vleermuisprotocol van Netwerk Groene Bureaus, versie 2021
Ecologisch onderzoek Schepersweg Breukelen | 1 | 20211968/rap01
22 van 22