Toelichting - Bijlage 13 Archeologisch bureauonderzoek.pdf
Tekst van het document
5) Geofysisch onderzoek inzetten om bouwhistorische resten op te sporen Geofysisch onderzoek (bijvoorbeeld grondradar of weerstandsmetingen) zijn ook zeer geschikt om muurresten op te sporen en mogelijk om een beeld te krijgen van verstoringen als gevolg van het graven en weer dempen van waterpartijen e.d.. Het huidige gebruik als boomgaard biedt mogelijk uitdagingen als er veel metalen drainage langs de bomenrijen aanwezig is. Muurresten van het voormalige landhuis worden verwacht waar het nieuwe landhuis gepland staat. Ook elders in de zuidwesthoek worden dergelijke resten verwacht van voorgangers. Ook de te reconstrueren waterpartij voor het landhuis kan mogelijk met grondradar worden opgespoord. Op basis van de kadastrale minuut is er een zone meer centraal in het plangebied waar begin 19 e eeuw ook een concentratie aan bebouwing aanwezig is geweest en geofysisch onderzoek raadzaam is (Figuur 14)
KSP Archeologie
27
Figuur 14: Advieskaart voor de eerste stap in het archeologisch vervolgonderzoek
6) Tuinhistorische resten zijn vermoedelijk niet behoudenswaardig. Het plangebied heeft een hoge verwachting op de aanwezigheid van tuinhistorische resten. Bij het voorlopig ontwerp van de herontwikkeling van de voormalige buitenplaats Ouderhoek (Stichting Arcadië, Verhoeff e.a. 2020) is de tuinhistorische quickscan (Debie & Verkuijl, 2017) als uitgangspunt gebruikt en aangevuld met meer kaartmateriaal en prenten. In een creatieve werksessie met o.a. de opdrachtgever, Vechtplassencommissie, gemeente Stichtse Vecht en provincie Utrecht is een voorkeursmodel tot stand gekomen. Dit voorkeursmodel is getoetst aan de relevante beleidsthema’s op het gebied van cultuurhistorie en natuur. KSP constateert dat de cultuurhistorische waarde (bovengronds/zichtbaar erfgoed) de tuin van het landgoed voldoende wordt geborgd en als kans wordt gebruikt om kennis uit het verleden te gebruiken om het verleden meer te tonen in de toekomstige situatie. Archeologische waarden (ondergronds/onzichtbaar erfgoed) zouden kunnen bestaan uit gedempte sloten/waterpartijen en mogelijk kunnen nog resten van de voormalige beplanting aanwezig zijn. Een volledige waardering van dergelijke resten conform specificatie VS06 van de KNA 4.1 kan pas plaatsvinden tijdens graafwerkzaamheden.
Op voorhand kan al wel een inschatting gegeven worden van het bereik van de parameters als beleving, fysieke kwaliteit en inhoudelijke kwaliteit. Daarmee kan ingeschat worden of er specifieke aandacht voor archeologisch resten van de historische tuin nodig is in toekomstig onderzoek. De beoordelingscriteria worden in de bovengenoemde volgorde behandeld. Vindplaatsen met een hoge belevingswaarde zijn altijd behoudenswaardig. Vindplaatsen met een niet-bovengemiddelde beleving met een bovengemiddelde fysieke kwaliteit zijn ook behoudenswaardig. Als deze aspecten niet als behoudenswaardig worden gewaardeerd wordt een vindplaats (in dit geval de historische tuin) beoordeeld op zijn inhoudelijke kwaliteit. • De huidige beleving van het landgoed is niet bovengemiddeld. Er zijn hoogteverschillen in het plangebied aanwezig die nog te herleiden zijn aan de topografie uit het begin van de 19 e eeuw, maar het huidige gebruik als boomgaard doet niet vermoeden dat er een historische tuinaanleg
KSP Archeologie
28
aanwezig was. Met de inrichting van een nieuw landgoed wordt de belevingswaarde van de vindplaats ‘tuin landgoed Ouderhoek’ versterkt. • De fysieke kwaliteit (gaafheid) van de sporen van de tuinaanleg is waarschijnlijk ook niet bovengemiddeld, omdat er meerdere fases zijn in de tuinaanleg en de sporen van oudere tuinaanleggen door nieuwere tuinaanleggen en aanleg van de boomgaard deels zijn opgeruimd. De kans lijkt klein dat in de voormalige sporen van de tuinaanleg veel vondstmateriaal aanwezig is. Alleen rondom het voormalige landhuis kunnen in de voormalige sloten dergelijke resten aanwezig zijn, maar die behoren eerder tot het complextype landhuis dan historische tuin. Mogelijk zijn botanische resten aanwezig die meer informatie kunnen geven over de ouderdom van de eerste aanplant van ‘exoten’ die voor de tuinaanleg zijn gebruikt. • De inhoudelijke kwaliteit wordt beoordeeld op de zeldzaamheid, informatiewaarde, ensemblewaarde. In elk van deze categorieën kunnen maximaal 3 punten gescoord worden. Archeologische resten van een tuinaanleg zijn behoudenswaardig als deze minimaal 7 punten scoren. Een vindplaats (tuinaanleg) als Ouderhoek is niet zeldzaam binnen de gemeente (1 van de 3 punten). De archeologisch resten van de tuin zijn dan enkel behoudenwaardig als de ensemblewaarde en de informatiewaarde maximaal scoren.
De ensemblewaarde zal hoog (2 à 3/3 punten) zijn, doordat in de omgeving meerdere landgoederen liggen met tuinen en een deel van de tuin op het aangrenzende terrein heef doorgelopen. Uiteraard is er ook een relatie met andere complextypen in het plangebied, zoals het voormalig landhuis. Ook bestaat de kans dat delen van de tuinaanleg (bijvoorbeeld een greppel) hergebruikt zijn als militaire resten. De tuinaanleg van Ouderhoek is al vastgelegd op diverse historische kaarten en prenten en de informatiewaarde van de archeologische resten zal niet bovengemiddeld zijn (1 à 2 van de 3 punten). Archeologisch onderzoek door middel van analyse van de grondsporen van gedempte sloten/waterpartijen kan meer inzicht geven in de fasering, vorm en diepte van de waterpartijen/gangen en aard en fasering van de beplanting. KSP Archeologie schat deze kenniswinst als minimaal in. De archeologische resten van de tuinaanleg zullen op basis van inhoudelijke gronden niet behoudenwaardig zijn. • Bij vindplaatsen met een inhoudelijk waardering van minder dan 7 punten wordt nagegaan of deze behoudenwaardig zijn op basis van hun representativiteit. Vindplaatsen waar er meer van zijn in een gebied en veel van bekend zijn, zijn representatief. Representativiteit is enkel van belang als het vermoeden bestaat dat duurzaam behoud van de vindplaats gerealiseerd kan worden.
Als aangenomen wordt dat hiermee in situ behoud wordt bedoeld, lijkt dit niet haalbaar. KSP Archeologie adviseert daarom om geen gericht archeologisch onderzoek te doen naar tuinhistorische resten. Tijdens het aanvullend archeologisch onderzoek voor de andere complextypen en mogelijk bij detectie van niet gesprongen explosieven met geofysische methoden kunnen resten van de tuinaanleg wel aangetroffen worden en als specifieke verstoringen/sporen worden geïnterpreteerd.
Samengevat Geofysisch onderzoek met grondradar is een geschikte methode om aanwezigheid van de restanten van de funderingen in kaart te brengen eventueel met enkele controle boringen (verkennend onderzoek) om meer inzicht te krijgen in de aanwezigheid en omvang van bodemverstoringen / sporen van militair erfgoed, bebouwing en waterpartijen. Deze informatie kan vervolgens gebruikt worden om te bepalen waar gravend onderzoek nodig is naar deze resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Op de advieskaart zijn zones opgenomen waar op basis van historische kaarten en de advieskaart voor militair erfgoed specifieke resten verwacht worden die samenhangen met het landgoed of militair erfgoed (Figuur 14). Waar geen geofysisch onderzoek uitgevoerd zal/kan worden of als het geofysisch onderzoek geen uitsluitsel geeft over de intactheid van de bodem dan kan een verkennend booronderzoek uitsluitsel bieden over de omvang en aard van de verstoringen als gevolg van sloop van de bebouwing op de kadastrale minuut en de andere kaarten uit het tuinhistorisch onderzoek, de aard en omvang van de ophoging en de gedempte waterpartijen.
KSP Archeologie
29
In de intacte en niet-diep verstoorde zones en de zones waar op basis van geofysisch onderzoek geen bouwhistorische of militaire resten verwacht worden kan vervolgens een karterend booronderzoek (methode C3) uitgevoerd worden om oudere resten dan het landgoed te inventariseren en te bepalen of en waar gravend onderzoek nodig is naar de relatief oudere resten. Voorafgaand aan het archeologisch onderzoek wordt door de ODRU een opsporing van conventionele explosieven geadviseerd. KSP Archeologie adviseert dat partijen voor archeologisch en OCE-onderzoek zo veel mogelijk samenwerken bij de strategie en het veldwerk. Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Na overleg met de gemeente Stichtse Vecht, geadviseerd door de OmgevingsDienst Regio Utrecht (ODRU) is het advies ten aanzien van archeologie alsvolgt: 1) Verkennend booronderzoek: Eerst zal er een verkennend booronderzoek uitgevoerd moeten worden en daarna gekeken worden waar, welke ingreep plaatsvindt om dan gerichter vervolgonderzoek uit te voeren. Dit onderzoek is om het verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek voor de verwachting op archeologische resten te toetsen. Op deze wijze kan de bodemopbouw, het landschap en daarmee de archeologische potentie in kaart worden gebracht.
Het verkennend booronderzoek is niet de ge-eigende methode om archeologische resten uit de WOII en tuinhistorische archeologische resten nader te onderzoeken. Zie punt 4 voor de interactie met het OCE risico. 2) Sloop: Bovengrondse sloop is mogelijk, maar het is wenselijk dat ondergrondse sloop begeleid wordt als deze zones na het verkennend booronderzoek nog een hoge verwachting hebben. Het verkennende booronderzoek zal meer duidelijkheid geven over de diepteligging van zones met een hoge verwachting, maar geen duidelijkheid geven over de diepte van de bestaande fundering / verstoring ter hoogte van de bebouwde zones. KSP Archeologie heeft in de discussie aangegeven dat de kans klein is dat informatie over de omvang van deze funderingen van deze bijgebouwen in een bouwdossier aanwezig is. Daar kan de ODRU/gemeente zich in vinden. 3) Karterend boren: De archeologische verwachting kan nader worden aangescherpt op basis van de resultaten van het vooronderzoek OCE en de resultaten van het verkennend booronderzoek. In combinatie met meer duidelijkheid in de voorgenomen plannen (duidelijkheid over waar vinden welke bodemingrepen plaats) zal per ingreep blijken of en zo ja welk type archeologische onderzoek noodzakelijk is.
4) OCE / resten militair erfgoed: De noodzaak voor onderzoek naar archeologische resten uit de Tweede Wereldoorlog is afhankelijk van de uitkomst van het historisch vooronderzoek naar niet gesprongen explosieven. De gemeente heeft aangegeven dat schuttersputjes en loopgraven niet nader archeologisch onderzocht hoeven te worden, maar eventuele resten zoals een Kommandobunker van de Luftwaffe of een neergestort vliegtuig wel nader onderzoek behoeven. Het is nog niet duidelijk of er vanuit veiligheidsoogpunt al geboord kan worden (advies 1), voordat dit historisch onderzoek heeft plaatsgevonden.
Aanvulling KSP Archeologie Als voorafgaand aan het verkennend booronderzoek een vlakdekkende detectie nodig is van niet gesprongen explosieven adviseert KSP Archeologie nog steeds om hierin ook detectie naar bouwhistorische resten op te nemen.
Update 16-03-2021. Op 4 maart 2021 heeft de ODRU het historisch vooronderzoek Nietgesprongen conventionele explosieven (NGCE) (Eeftink 2020) beoordeeld en akkoord gegaan met het advies. De ODRU adviseert de gemeente om “Het plangebied als ‘niet verdacht’ aan te merken op het aantreffen van niet gesprongen conventionele explosieven (NGCE) en geen verder onderzoek verplicht te stellen.” Eeftink (2020) trekt de conclusie dat er geen locaties zijn die verdacht zijn op het aantreffen van niet gesprongen conventionele explosieven. Op basis van de luchtfoto van 8 april 1945 is een rij
KSP Archeologie
30
mangaten aangetroffen net ten noorden van het plangebied (Figuur 15). “De functie van de mangaten in dit gebied was om bij eventuele vijandelijke luchtaanvallen dekking te bieden voor personen.” “Conform de richtlijnen van het WSCS-OCE worden mangaten niet afgebakend als verdacht gebied.” (Eeftink 2020). Dat de mangaten geen verdacht gebied zijn voor NGCE betekent nog niet automatisch dat er ook geen archeologische sporen uit de Tweede Wereld verwacht worden. De mangaten liggen echter buiten het plangebied, waardoor KSP Archeologie hiernaar geen verder archeologisch onderzoek nodig acht voor dit project.
Figuur 15: Inventarisatiekaart historische onderzoek niet gesprongen conventionele explosieven (Eeftink 2020)
5) Bouwhistorische resten: De gemeente en ODRU achten het kostenefficiënter om in dit stadium tijdens het verkennend booronderzoek extra boringen te zetten op de locaties waar resten van historische bebouwing verwacht worden. Op deze manier is het waarschijnlijk niet nodig om de door KSP Archeologie voorgestelde omvang voor geofysisch onderzoek aan te houden en kan in een mogelijk opvolgende onderzoekstadium gerichter (geofysisch) onderzoek worden uitgevoerd. 6) Tuinhistorische resten. KSP Archeologie en de gemeente, geadviseerd door de ODRU, hebben een discussie gehad over de noodzaak tot nader onderzoek naar de tuinhistorische archeologische resten in het plangebied. De gemeente Stichtse Vecht heeft aangegeven dat de laatste fases van de tuinaanleg vermoedelijk nog een goede fysieke kwaliteit hebben, omdat deze nog goed herkenbaar zijn op de historische kaarten en het AHN. De voorlopige inschatting dat de tuinhistorische resten niet behoudenswaardig zijn lijkt voorbarig. De gemeente, geadviseerd door de ODRU is van mening dat hier (proefsleuven)onderzoek (i.c.m. botanisch onderzoek (cultivars)) nodig is om de tuinhistorische resten te kunnen waarderen.. Ook hier geldt dat onderzoek afhankelijk is van de plannen van de initiatiefnemer waar en hoe diep ingrepen plaatsvinden.
Dit gravend onderzoek hoeft pas plaats te vinden na het verkennend booronderzoek in combinatie met onderzoek om ook andere verwachtingen toetsen.
KSP Archeologie
31
Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Aangezien het onderzoek is uitgevoerd door middel van het raadplegen van bronnen, kan op basis van de onderzoeksresultaten, de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden niet met zekerheid gegarandeerd worden. Indien bij graafwerkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, dienen deze conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10, bij de minister gemeld te worden. In de praktijk kan de vinder terecht bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (T 033 – 4217 456 of info@cultureelerfgoed.nl) zodat de vondst geregistreerd wordt in het centraal archeologisch informatiesysteem. Daarnaast wordt het advies gegeven om de vondst ook bij de gemeente te melden.
KSP Archeologie
32
Literatuur Boeken, rapporten en artikelen Bakker, H. de & Schelling, J. (1989). Systeem van de bodemclassificatie voor Nederland: de hogere niveaus. (Tweede druk bewerkt door Brus, D.J. & Wallenburg C. van) Centrum voor Landbouwpublikaties en Landbouwdocumentatie, Wageningen. Berendsen, H.J.A. (2005). Landschappelijk Nederland. Perspectief Uitgevers, Utrecht. Boer, A. de/Botman, A/Jonge, N. de/Dijkstra, J./A S. van der (2010): De archeologische verwachtings- en
beleidsadvieskaart voor de gemeenten Maarssen, Loenen, Abcoude en Breukelen. Rapportage behorende bij de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart. ADC Heritage rapport H 032, Amersfoort.
Brenk, S. van den & W.B. Waldus: Vecht Traject Nigtevecht – Utrecht: Inventariserend veldonderzoek
(IVO onderwaterfase verkennend) door middel van duikinspecties, Periplus Archeomare Rapport 08A015,
Centraal College van Deskundigen Archeologie (2018). Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. Stichting voor Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Gouda. Debie & Verkuijl (2017): Tuinhistorische quick scan Ouderhoek, Nieuwersluis, versie 20 januari 2017 Donkersloot-De Vrij, Y.M. (1985). De Vechtstreek, Oude kaarten en de geschiedenis van het landschap, Weesp Haartsen, A. (2009). Ontgonnen Verleden. Regiobeschrijving Vecht Bureau Lantschap. Hoogendijk (2011): Inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen (IVO-O) op twee locaties langs de Rijksstraatweg te Loenen a/d Vecht, Hollandia reeks nr 373 Luttervelt. R. van , De Buitenplaatsen aan de Vecht, De Tijdstroom, Lochem, 1948 (via wikipedia.nl) Moerman, S, (2016): Archeologisch bureauonderzoek Mijndensedijk 34-36, Nieuwersluis, Gemeente Stichtse Vecht, IDDS Archeologie rapport 1883 Nales, T. (2013). Inventariserend veldonderzoek, Nieuwersluis, Rijksstraatweg 6, Transect-rapport 289 Normalisatie Instituut (1990). NEN-5104:1989 NL, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft.
Nederlands
Stichting Arcadië (2020). Ouderhoek te Nieuwersluis. Herontwikkeling voormalige buitenplaats. Voorlopig ontwerp, definitief rapport ,10 september 20202 Stouthamer, E., Cohen, K.M. & Hoek, W.Z. (2015). De vorming van het land: geologie en geomorfologie. Perspectief Uitgevers, Utrecht. Tol, A.J., Verhagen J.W.H.P., Verbruggen M. (2012). Leidraad inventariserend veldonderzoek versie 2.0. Deel: karterend booronderzoek. Stichting voor Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Gouda.
KSP Archeologie
33
Warmerdam, N.W.T. (2017): Gemeente Stichtse Vecht, Erfgoedkaart militair erfgoed. Toelichting. BAACrapport V-16.0345 concept, ’s-Hertogenbosch. Will, C. (2019) Sterk Water - De Hollandsche Waterlinie via wikipedia.nl Kaartmateriaal Actueel Hoogtebestand van Nederland (2008 – heden). AHN3, grid 0,5 x 0,5m: www.ahn.nl Archeologische Monumentenkaart (2014). Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl. Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG): https://bagviewer.kadaster.nl Basisregistratie Grootschalige Topografie (2017): https://www.pdok.nl/nl/producten/pdok-downloads/ download-basisregistratie-grootschalige-topografie. Kadaster. Bestemmingsplan: www.ruimtelijkeplannen.nl Bodemkwaliteit: www.bodemloket.nl Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000 (Basis Registratie Ondergrond. 2017). Wageningen Environmental Research. Geraadpleegd via https://geodata.nationaalgeoregister.nl/bodemkaart 50000/atom/bodemkaart50000.xml. Bonnebladen en Topografische kaarten van Nederland schaal 1:25.000: www.topotijdreis.nl (Kadaster). Botman A; Jonge N. de; Dijkstra J. (2009): De archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart voor
de gemeenten Maarssen, Loenen, Abcoude en Breukelen. Rapportage behorende bij de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart. ADC rapport H 032, Amersfoort.
Brouwer, F. & M.M. van der Werff, (2012). Vergraven gronden: Inventarisatie van ‘diepe’ grondbewerkingen, ophogingen en afgravingen. Wageningen, Alterra, Alterra-rapport 2336. Cohen, K.M., Stouthamer, E., Pierik, H.J. & Geurts, A.H. (2012). Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn‐Maas Delta. Dept. Fysische Geografie. Universiteit Utrecht. Digitale Dataset. http://persistent‐ identifier.nl/?identifier=urn:nbn:nl:ui:13‐nqjn‐zl Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond: https://www.dinoloket.nl Dirks, G.H.P. & Nieuwenhuizen, W. (2013). HISTLAND: historisch-landschappelijk informatiesysteem. Wageningen, Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu, WOt-werkdocument 331. Dütting, M.K. (2017): Archeologische (verwachtings-)waardenkaart en beleidskaart, gemeente Stichtse Vecht. Actualisatie archeologiebeleid. ODRU Erfgoed rapport 42, concept versie 2.5 Eeftink, K. (2020). Historisch Vooronderzoek Conventionele Explosieven: Ouderhoek Nieuwersluis, IDDS Explosieven B.V. Kenmerk 20091213 Geologische overzichtskaart van Nederland, schaal 1:600.000. Geraadpleegd via www.dinoloket.nl → oude Dinoloket. Referentie: Mulder, E.F.J. de, Geluk, M.C., Ritsma, I.L., Westerhof, W.E. & Wong, T.E. (2003). De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten.
KSP Archeologie
34
Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000 (BasisRegistratie Ondergrond 2017). Alterra, Wageningen UR. Geraadpleegd via https://geodata.nationaalgeoregister.nl/geomorfologische kaart50000/atom/geomorfologischekaart50000.xml. Legenda: Maas, G. J., S. P. J. v. Delft & A. H. Heidema. (2017). "Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50 000 (2017)." http://legendageomorfologie.wur.nl/. Wageningen, Wageningen Environmental Research. Grondwatertrappenkaart van de bodemkaart 1:50.000 (tot 2006): http://geoplaza.vu.nl/data/dataset/bodemkaart-van-nederland/resource/2398cef7-957e-4ba5b218-08ac275d72fb. Indicatieve Kaart Militair Erfgoed: www.ikme.nl Kadastrale kaart van Nederland (2009) via WMS server: http://gis.kademo.nl/gs2/wms Kadastrale kaarten 1811-1832. http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl Luchtfoto (2017) via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/luchtfoto/wms? Kadaster. Rijksmonumenten (2016): Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl. Topografische kaart van Nederland schaal 1:25.000 (rasterbestand) via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/top25raster/wms?request%3DGetCapabilities. Kadaster. Topografische kaart van Nederland schaal 1:10.000 (rasterbestand) via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/top10nlv2/wms?request%3DGetCapabilities. Kadaster.
V.1 & V.2 inslagen in Nederland: vergeltungswaffen.nl VEO-bommenkaart. https://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/ Websites Geologische eenheden (formaties): www.dinoloket.nl/nomenclator Radio-carbon dating http://www.calpal-online.de/cgi-bin/quickcal.pl
KSP Archeologie
35
Bijlage 1
KSP Archeologie
Geomorfologische kaart
Bijlage 2
KSP Archeologie
Bodemkaart
Bijlage 3
KSP Archeologie
Archeologische gegevens
Bijlage 4
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Samengesteld door E.A. Schorn (BAAC) naar aanleiding van de publicatie: De steentijd van Nederland (2005). Onder redactie van: Jos Deeben, Erik Drenth, Marie-France van Oorsouw en Leo Verhart.
KSP Archeologie
KSP Archeologie
Archeologische periodes volgens het Archeologisch Basis Register Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
KSP Archeologie