Toelichting - bijl. 9 - Ontwikkelingen in de landbouw.pdf
Tekst van het document
1 Ontwikkelingen in de landbouw De kernkwaliteiten van Stichtse Vecht worden voor een belangrijk deel gevormd door de ligging en historie van de gemeente en de diversiteit: landelijk en dorps tot stedelijk groot en druk. Om het landschap en de cultuurhistorische waarden in stand te kunnen houden, is creativiteit nodig. Dat kan bijvoorbeeld door op duurzame wijze meer toerisme en recreatie langs de Vecht, in het plassengebied en open weidegebied mogelijk te maken. Maar ook door de agrarische sector mee mogelijkheden te geven wat betreft beheer van ons bijzondere landschap. Binnen de gemeente zien we de afgelopen jaren dat veel agrarische bedrijven stoppen omdat ze geen opvolgers hebben of de bedrijfsvoering niet langer rendabel is. Bepaalde agrarische bedrijfstakken vragen om schaalvergroting en daar is binnen het gevoelige landelijke gebied geen ruimte voor. Bedrijven kiezen dan voor stoppen of uitplaatsing. De voormalige agrarische bedrijven veranderen naar burgerwoningen. Door onder andere gebruik te maken van de provinciale ruimte-voor-ruimteregeling. Er is dus zichtbaar sprake van een afname van het aantal agrarische bedrijven binnen de gemeente.
1.1
Afname van het aantal agrarische bedrijven
Uit grafiek 1 blijkt dat volgens het CBS binnen de gemeente in 2016 171 landbouwbedrijven actief waren. In 2014 waren dat er nog 218. Uit de cijfers blijkt ook dat er meer melkkoeien en jongvee in het gebied zijn bijgekomen. Hieruit kan worden geconstateerd dat het aantal bedrijven afneemt terwijl het aantal koeien per bedrijf groeit. Dit sluit aan op de landelijke ontwikkeling, namelijk een schaalvergroting waarbij kleinere bedrijven stoppen en (deels) worden opgekocht door grotere bedrijven. Vanwege de afschaffing van het melkquotum in 2015 is het aantal koeien in de gemeente gestegen. Ook dit is een landelijke trend.
Grafiek 1
Type agrariërs Verreweg de meeste boeren (151) in de gemeente Stichtse Vecht hebben graasdieren, en dan voornamelijk melkvee en bijbehorend jongvee (125). De gemeente kent slechts 5 intensieve veehouderijbedrijven waar pluimvee, varkens of kalveren (zogenaamde hokdieren) worden gehouden. Verder telt Stichtse Vecht 15 tuinbouwbedrijven, waarbij de fruitteelt (7) de grootste sector is.
1.2
Agrarische bedrijven plangebied
In het plangebied zijn 14 agrarische bouwvlakken opgenomen conform het geldende bestemmingsplan. Dit zijn:
Adres
type
Wnb verg
Aantal dieren 123
emissie
Laan van Gunterstein 2, Breukelen Maarssenbroeksedijk Oost 38, Maarssen
Melkvee (biologisch)
Niet bekend Niet bekend
112
903,5
-
-
-
Niet bekend 2012 Niet bekend
58
225,5
340 125
3216,0 439,0
5
23,2
103
1046.6
2016 Niet bekend
225 168
1289,5 1642,2
2013
110
683,0
Niet bekend Zandpad 84, Breukelen Melkvee 2017 Zandpad 32, Maarssen Geen agrarisch bedrijf (*) Niet bekend Volgens gegevens bekend bij de Omgevingsdienst regio Utrecht. (*) nog wel vergunde rechten voor het houden van dieren.
70
738,0
160 299
1435,9 1726,2
Oostkanaaldijk 9, Maarssen Straatweg 1a, Breukelen Straatweg 15, Breukelen Straatweg 41, Maarssen Straatweg 164, Maarssen Woerdenseweg 9, Breukelen Zandpad 12, Breukelen Zandpad 30, Breukelen
Zandpad 34, Breukelen Zandpad 65, Breukelen
Slachthuis Fokken en houden van runderen (geen melkvee) geen agrarisch bedrijf Paardenhouderij Melkvee Fokken en houden van runderen (melkvee) Antiek zaak Geen agrarisch bedrijf, wel hobbymatig vee (*) Veehouderij Melkvee en schapen Nu geen agrarisch bedrijf meer. Wens is om een biologisch bedrijf te vestigen Paardenhouderij en schapen Hobbymatig (*) Hobbymatig (*)
Niet bekend 2016
1212,0
Voor een vijftal bedrijven heeft de provincie Utrecht de afgelopen 5 jaar een Wnb-vergunning afgegeven. De laatste is op basis van de PAS in 2017 afgegeven. Van de 14 oorspronkelijke agrarische bedrijven zijn er 4 bedrijven in de loop van tijd gestopt. Hierbij kan het zijn dat ze de milieuvergunning nog niet hebben laten intrekken. Dit is een van de oorzaken dat de betreffende percelen nog als agrarisch perceel zijn opgenomen in het voorliggende bestemmingsplan.
1.3
Voorwaarden bij bedrijfsuitbreiding
1.4
De toekomst
Bedrijfsuitbreiding is niet vanzelfsprekend. Een agrarisch bedrijf mag pas uitbreiden als voldaan wordt aan een aantal voorwaarden. Deze voorwaarden zijn opgenomen om de omgeving te beschermen maar ook dat aangetoond wordt dat uitbreiding daadwerkelijk noodzakelijk is. Het beleid van de gemeente is erop gericht dat bij uitbreiding van de agrarische bedrijfsbebouwing de noodzaak getoetst wordt door een agrarische deskundige (ABC commissie). Daarnaast dient een agrarisch bedrijf altijd een vergunning aan te vragen in het kader van de Natuurbeschermingswet indien er verandering plaatsvindt in de veestapel of het bouwvlak vergroot dient te worden. Dit is standaardvoorwaarde die de gemeente in zijn huidige beleid heeft gesteld. Door deze wijze is de bescherming van de milieu/ natuur via een andere manier in het bestemmingsplan verankerd. Het voordeel hierbij is dat de agrarische bedrijven niet direct in hun bedrijfsvoering worden geschaad.
De toekomst
De agrarische sector staat steeds meer onder druk door verschillende invloeden. Door de moeizame concurrentiepositie op de open wereldmarkt verdwijnen er steeds meer kleinere bedrijven. De afname van het aantal agrarische bedrijven wijzigt het gebruik van gebouwen en de gronden. Grond gaat vaak naar andere agrarische bedrijven, die daardoor opschalen. Soms wordt landbouwgrond omgezet naar natuur. Voor agrarische bedrijfsgebouwen moet een herbestemming worden gevonden. Nevenactiviteiten kunnen misschien nieuwe kansen voor boeren bieden. Maar het is ook goed om de vraag te stellen of de gangbare landbouw kan blijven bestaan, zonder zich aan te passen. Het bleek in de voorafgaande alinea’s al dat agrariërs grote uitdagingen te wachten staat in de toekomst. De trend in het plangebied maar ook in de gemeente laat zien dat we de komende jaren in een overgangsfase zitten. Zoals hierboven reeds is aangegeven neemt het aantal agrarische bedrijven binnen de gemeente af. Deze trend zet zich de komende jaren voort. Het is voor het landschap van belang dat de agrariërs die een rendabele bedrijfsvoering hebben en voldoende knowhow hebben om te innoveren te behouden en ruimtelijk te ondersteunen. Hiervoor is gekozen om de bestaande bouwvlakken niet aan te passen.
Wanneer een bedrijf wil uitbreiden dan is het gemeentelijk beleid erop gericht dat getoetst wordt door een agrarische commissie of een uitbreiding daadwerkelijk noodzakelijk is en of voldaan wordt aan de milieuwetgeving. Daarnaast is gekozen voor behoud van het aantal agrarische bedrijven in de gemeente door deze ruimte te bieden in de bedrijfsvoering. Het plangebied is gelegen in een cultuurhistorisch waardevol gebied dat in trek is bij recreanten. Daarnaast is de stad dichtbij. Dit biedt kansen voor verbreding van de agrarische bedrijfsvoering zoals productie en afzet van eigen boerenzuivel en andere producten, herbestemming van leegstaande bedrijfsgebouwen voor vergaderlocaties of Bed & Breakfast. Verschillende andere functies zijn alleen mogelijk als de stad in de buurt is en dat is in Stichtse Vecht natuurlijk het geval. Hiervoor wordt planologisch ruimte geboden om nevenactiviteiten te ontplooien binnen het agrarisch bedrijf. De nevenactiviteiten kunnen daarbij onderverdeeld worden in 3 soorten: 1. Agrarisch natuurbeheer Agrarisch natuurbeheer (groene en blauwe diensten) is een van de belangrijkste neventakken voor boeren in de gemeente. Landbouw en natuur worden in Nederland vaak als onverenigbaar gezien. Extensief gebruik en beheer van natuurgebieden enerzijds en intensief gebruik van landbouwpercelen anderzijds is vaak heel verschillend.
Dit levert vaak conflicten tussen landbouw en natuur op, omdat bescherming van natuurgebieden beperkingen met zich mee kan brengen voor het gebruik van nabijgelegen cultuurgrond. Boeren voelen zich dan ook vaak bedreigd door natuur- milieuwetgeving en de aanwijzing van natuurgebieden. Tegelijkertijd ontstaat steeds meer het besef dat onze ‘natuur’ in Nederland bestaat uit cultuurlandschappen die zijn gevormd door boerengebruik en boerenbeheer. Er komen steeds meer (extensieve) boeren die kiezen voor natuurinclusief boeren: een manier van boeren waarbij rekening wordt gehouden met klimaat, landschap en biodiversiteit. Het ministerie van Economische Zaken hanteert de definitie: ‘Een manier van voedselproductie die op economische wijze en tot wederzijds voordeel is verweven met natuur’. De aanwezige agrarische bedrijven zijn, samen met de natuurorganisaties, nodig om deze bijzondere gebieden voor de toekomst te behouden. 2. Kleinschalige recreatie op de boerderij ‘Kamperen bij de boer’ is niet nieuw. Het begon decennia geleden met een stukje grasland , grenzend aan een (voormalig) boerenbedrijf, waarop een beperkt aantal plaatsen voor toercaravans en of tenten was gereserveerd. In de loop van de tijd is het begrip kamperen bij de boer verruimd naar kleinschalig kamperen. Kleinschalig kamperen is een aparte tak van sport binnen het kampeergebeuren.
Daarnaast komt steeds vaker Bed & Breakfasts voor in het gebied. Uitgangspunt hierbij is dat het gaat om neveninkomsten voor de exploitant.
Een aantal boeren starten met het verwerken van zuivel. Ze verkopen die dan in een eigen boerderijwinkel. Ook boeren met een tuinbouw- of akkerbouwbedrijf verkopen eigen producten rechtstreeks vanaf de boerderij. Gemeente Stichtse Vecht kent momenteel een aantal boerderijwinkels of boerenbedrijven die aan huisverkoop doen. 3. Energie en andere duurzame innovaties Overgaan op duurzame energie kan voor agrariërs een neventak zijn. De vraag naar duurzame energie zal blijven groeien en boeren zijn een ideale groep om deze vraag in te vullen. Uit een onderzoek naar mogelijkheden voor energieproductie op het agrarische bedrijf van de Universiteit Wageningen blijkt waarom. De sector heeft ruimte beschikbaar, produceert biomassa en speelt daarmee een rol in de CO2-kringloop. Maar ook het verbeteren van imago is een argument voor boeren om in te zetten op het produceren van duurzame energie. Daarnaast kan het produceren van schone energie wekgelegenheid opleveren en mogelijk kosten besparen. Het gebruik van zonne-energie is volgens de gemeente eveneens een aandachtspunt voor de toekomst vooral door de daken zoveel mogelijk te benutten. Overige neventakken Boeren ontwikkelen steeds meer neventakken.
Elders in het land ontstaan bijvoorbeeld educatieboerderijen, bedrijven die zich bezig houden met poldersporten, kinderdagverblijven op boerderijen, welnessboerderijen, agrotoerisme, paardensport, tuinders die volkstuintjes in kassen aanbieden en boerenbedrijven die kinderfeestjes op de boerderij organiseren. En er liggen ongetwijfeld nog andere mogelijkheden voor ondernemers in het buitengebied. Voor ondernemers die willen verbreden is het de kunst om in te spelen op wat de (regionale) markt vraagt en wat past bij de fysieke kwaliteiten van het gebied.
1.5
Conclusie
Het is niet realistisch dat alle bestaande veehouderijen gedurende de planperiode zullen blijven bestaan. Dit is geen redelijke veronderstelling omdat er al lang sprake is van een trend dat elk jaar ongeveer 5 % van de boeren er mee stopt. Gedurende een planperiode van 10 jaar zou dat betekenen dat bijna de helft van de bedrijven niet langer operationeel is. Echter, het is redelijk om rekening te houden met het fenomeen dat niet levensvatbare bedrijven vaak een overgangsfase meemaken waarin de bedrijfsactiviteiten wel worden voortgezet, maar er van groei geen sprake meer is. Een populatie kenmerkt zich dus door een deel stoppers, een deel blijvers en een deel groeiers. De gemeente heeft een redelijk goed beeld van de te verwachten dynamiek binnen de sector. Er zijn voldoende redenen om aan te nemen dat binnen de planperiode, elk jaar ongeveer 5% van de agrarische bedrijven zal stoppen. De verwachting is dat door de autonome ontwikkeling de uitstoot van ammoniak vanuit de veehouderij leidt tot een beperkte daling. Daarnaast worden de agrariërs worden binnen de visie van de gemeente gezien als de beheerder en dragers van het landschap. Door ruimte te bieden aan verbreding van functies kunnen agrariërs behouden blijven voor onze gemeente.
Niet zozeer als intensieve productiebedrijven maar als landschapbeheerders en bewakers van ons landschappelijk erfgoed en aanwezige natuurwaarden. Bij verbreding denken we aan kleinschalige nevenactiviteiten zoals bed & breakfast, agritoerisme, kamperen bij de boer, educatieve activiteiten en verkoop van agrarische producten.