Toelichting Bijl. 8.1 - Bijlagenboek Klompweg 74-74a-76, Nigtevecht.pdf
Tekst van het document
Van Bommel FAUNAWERK – Ecologisch advies, veldwerk, projectuitvoering
2
Quickscan Flora en Fauna – Klompweg 74 Nigtevecht
INHOUDSOPGAVE
1. 1.1. 1.2. 2. 2.1. 2.2. 2.3. 3. 3.1. 3.2. 3.3. 4. 4.1. 4.2. 5. 6. 7.
INLEIDING ..............................................................................................................................4 Aanleiding voor het onderzoek ...........................................................................................4 Juridisch kader soortbescherming ......................................................................................4 GEBIEDSBESCHRIJVING ...........................................................................................................7 Ligging plangebied .............................................................................................................7 Beschrijving onderzoeksgebied ..........................................................................................7 Beoogde ingrepen ..............................................................................................................9 ONDERZOEKSMETHODE ....................................................................................................... 11 Beschikbare gegevens flora en fauna................................................................................ 11 Veldbezoek ...................................................................................................................... 11 Relatie met Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland ....................................
11 EFFECTENANALYSE GEBIEDENBESCHERMING ....................................................................... 12 Natura 2000 ..................................................................................................................... 12 Natuurnetwerk Nederland ............................................................................................... 12 EFFECTENANALYSE SOORTENBESCHERMING ........................................................................ 15 CONCLUSIES ......................................................................................................................... 19 BRONNEN............................................................................................................................. 20
BIJLAGEN BIJLAGE 1.
TOETSINGSSCHEMA WET NATUURBESCHERMING: SOORTENBESCHERMING
BIJLAGE 2.
VERBODSBEPALINGEN WET NATUURBESCHERMING: SOORTENBESCHERMING
BIJLAGE 3.
VRIJSTELLING SOORTEN PROVINCIE UTRECHT VOOR RUIMTELIJKE INRICHTING OF ONTWIKKELING EN BESTENDIG BEHEER OF ONDERHOUD
BIJLAGE 4.
SCHETS ERFINRICHTING
BIJLAGE 5.
SCHETSPLAN
Van Bommel FAUNAWERK – Ecologisch advies, veldwerk, projectuitvoering
3
Quickscan Flora en Fauna – Klompweg 74 Nigtevecht
1. INLEIDING 1.1. Aanleiding voor het onderzoek De voormalige agrarische bedrijfsbestemming aan de Klompweg 74 in Nigtevecht wordt omgevormd naar een woonbestemming. Beoogd wordt de oude boerderij te vervangen door een nieuwe woning, de agrarische bestemming van de boerderij en de twee bedrijfswoningen te wijzigen naar woonbestemming, de agrarisch bedrijfsbebouwing te slopen en de ontwikkelingen landschappelijk in te passen. Voorafgaand aan een ruimtelijke ingreep dient onderzoek uitgevoerd te worden naar de aanwezige natuurwaarden. De heer en mevrouw Den Hartog hebben Van Bommel Faunawerk opdracht gegeven een quickscan flora en fauna uit te voeren naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en natuurgebieden, alsmede de eventuele effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op deze soorten en gebieden. De bevindingen zijn in het voorliggende rapport weergegeven. 1.2. Juridisch kader soortbescherming Voor ingrepen heeft men te maken met de natuurwetgeving. Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming ingegaan. De Wet natuurbescherming vervangt op het gebied van bescherming van soorten de Flora- en faunawet. Gebiedenbescherming Wet natuurbescherming Natura 2000 is het netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie, die worden beschermd op grond van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn.
De lidstaten wijzen natuurgebieden aan als ‘speciale beschermingszones’ en moeten instandhoudingsmaatregelen nemen. Het gebiedsgerichte deel van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn is in Nederland geïmplementeerd in hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming. Deze wet kent voor de Natura 2000-gebieden een vergunningenstelsel en beheerplannen. Hiermee is een zorgvuldige afweging gewaarborgd van activiteiten in en rond de natuurgebieden die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden en hun natuurwaarden. Activiteiten en projecten mogen in principe alleen uitgevoerd worden wanneer geen wezenlijke schade aan de beschermde natuurwaarden wordt gedaan. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen Ecologische Hoofdstructuur, is de basis van het natuurbeleid. Het NNN is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Nederland. De provincie beschermt het NNN via het ruimtelijk beleid om ervoor te zorgen dat de omvang en kwaliteit van deze gebieden niet afneemt. Dit is geregeld in Interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht. Soortenbescherming De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in: Van Bommel FAUNAWERK – Ecologisch advies, veldwerk, projectuitvoering
4
Quickscan Flora en Fauna – Klompweg 74 Nigtevecht
1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (beschermingsregime paragraaf 3.1). Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (beschermingsregime paragraaf 3.2). Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Beschermingsregime andere soorten (beschermingsregime paragraaf 3.3). Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. De Wet natuurbescherming maakt invulling van de wet door provincies mogelijk, hiertoe kunnen provincies een eigen invulling geven aan de bescherming van soorten. Elk van de drie beschermingsregimes hebben hun eigen verbodsbepalingen, die staan weergegeven in bijlage 2. Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten.
De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Deze formulering van de zorgplicht brengt met zich mee dat wanneer u een bepaalde handeling wilt verrichten die gevolgen voor natuurwaarden zou kunnen hebben, u zich daaraan voorafgaand op de hoogte stelt van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvoor van uw handelen. Zo nodig raadpleegt u een ecoloog. Bij de uitvoering van die handeling moet u negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen dan wel beperken of ongedaan maken. Uitzonderingen op de verbodsbepalingen Verstoring van vogels is niet verboden indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (artikel 3.1 lid 4 en lid 5 Wet natuurbescherming). Het is aan de initiatiefnemer om zich ervan te vergewissen – en waar nodig aan te kunnen tonen - dat de op zich verstorende activiteit geen bedreiging vormt voor de vogelsoort en aldus niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding.
Vrijstelling soorten provincie Utrecht De lijst van vrijstelling voor zoogdieren en amfibieën in de provincie Utrecht is weergegeven in bijlage 3. Voor deze soorten geldt bij ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en bestendig
Van Bommel FAUNAWERK – Ecologisch advies, veldwerk, projectuitvoering
5
Quickscan Flora en Fauna – Klompweg 74 Nigtevecht
beheer en onderhoud, een vrijstelling van de verbodsbepalingen van Wet natuurbescherming. Voor deze activiteiten hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden. Jaarrond-beschermde nesten vogels Bij bescherming van vogelnesten wordt onderscheid gemaakt tussen soorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn en soorten waarvan de nesten alleen beschermd zijn wanneer ze in gebruik zijn. Toetsing ontheffingsaanvragen Om te beoordelen of een plan in strijd is met de Wet natuurbescherming dient onderzocht te worden of beschermde soorten in het plangebied voorkomen en of de voorgenomen ingreep mogelijk schadelijke effecten heeft op de beschermde soorten (bijlage 1 toetsingsschema Wet natuurbescherming: soortenbescherming). In een aantal bij de Wet natuurbescherming behorende regelingen en besluiten is vastgelegd, wanneer een vrijstelling geldt, een gedragscode van kracht is en of een ontheffingsaanvraag benodigd is. Een ontheffing (of een vrijstelling) wordt uitsluitend verleend, als voldaan is aan elk van de volgende drie cumulatieve voorwaarden: a. Geen andere bevredigende oplossing; b. Sprake van een in de wet genoemd belang (elk beschermingsregime kent eigen wettelijke belangen); c. Geen verslechtering/afbreuk aan de staat van instandhouding van de soort.
Om te beoordelen of aan deze voorwaarden wordt voldaan zal een toetsing van de belangen en de alternatieven plaatsvinden en een ecologische toetsing.
Van Bommel FAUNAWERK – Ecologisch advies, veldwerk, projectuitvoering
6
Quickscan Flora en Fauna – Klompweg 74 Nigtevecht
2. GEBIEDSBESCHRIJVING 2.1. Ligging plangebied De planlocatie is gelegen in het buitengebied, ten oosten van Nigtevecht langs de Vecht. De planlocatie is gelegen in het kilometerhok 131-477 en 132-477 (figuur 1).
Figuur 1. Topografische kaart met rood omcirkeld de onderzochte locatie. 2.2. Beschrijving onderzoeksgebied Het plangebied bevindt zich ten oosten van de kern van Nigtevecht. Het agrarisch bedrijf grenst aan de zuidwestzijde aan landgoed Zwaanwijck, aan de zuidoostzijde aan de Vecht en wordt verder omringd door weidelanden. Het erf is grotendeels verhard en bestaat uit de oude boerderij, twee bedrijfswoningen en diverse agrarische opstallen. In totaal is ruim 2.350 m2 aan agrarische bedrijfsgebouwen aanwezig op de locatie. Verder is nog circa 500 m2 aan sleufsilo’s, 1.450 m3 ondergrondse mestkelders en ruim een 5.000 m2 erfverharding aanwezig.
Van Bommel FAUNAWERK – Ecologisch advies, veldwerk, projectuitvoering
7
Quickscan Flora en Fauna – Klompweg 74 Nigtevecht
Figuur 2. Luchtbeeld van de planlocatie (rood omlijnd) De foto’s geven een impressie van het plangebied. Foto 1. Bungalow Foto 2. Oude boerderij Foto 3. Twee loodsen Foto 4. Sleufsilo met loods op achtergrond Foto 5. Ligboxenstal Foto 6. Roestplaats kerkuil in ligboxenstal
Foto 1
Foto 2
Van Bommel FAUNAWERK – Ecologisch advies, veldwerk, projectuitvoering
8
Quickscan Flora en Fauna – Klompweg 74 Nigtevecht
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6 2.3. Beoogde ingrepen
De initiatiefnemer is voornemens de agrarische bestemming naar een woonbestemming te wijzigen. Hierbij worden de volgende zaken beoogd (zie ook inrichtingsschets in bijlage 4): o De bouw van één nieuwe woning van 600 m3 op basis van het principe van een agrarische uitstraling passend bij de buitenplaats. o De herbestemming van de oorspronkelijke boerderij naar een woonfunctie. o De herbestemming van de agrarische bedrijfswoning (bungalow Klompweg 74) naar een woonfunctie met de mogelijkheid om deze verouderde woning te kunnen vervangen door een woning van 600 m3, passend bij de bestaande woningen langs de Vecht. o De herbestemming van de bestaande agrarische bedrijfswoning Klompweg 76a naar een woonfunctie. De (sloop)maatregelen betreffen: o Sloop van alle agrarische opstallen o Saneren van ondergrondse mestkelders o Verwijderen erfverharding o Verwijderen sleufsilo’s o Verwijderen betonnen zaagselsilo
Van Bommel FAUNAWERK – Ecologisch advies, veldwerk, projectuitvoering
9
Quickscan Flora en Fauna – Klompweg 74 Nigtevecht
Landschappelijke inpassing: De bestaande boomgaard wordt uitgebreid en krijgt zo een functie als een verbindend element op het erf. Vanuit het hoofdvolume (de boerderij) is zicht door de boomgaard naar het landschap mogelijk. Hiermee wordt gezorgd voor een verankering van het erf met het omliggende landschap. In het verlengde van de voormalige boerderij wordt de voormalige, verdwenen boomgaard aan de kant van buitenplaats Zwaanwijck weer hersteld. Ook hier geldt dat door bomen heen zicht naar het achterliggende landschap mogelijk is. Opgaande lijnvormige beplanting langs de erfgrens aan de oostkant zorgt voor een verdere verbinding met het landschap. Door de bomen is vanaf het erf zicht naar het landschap, zowel naar de zijkant als naar achteren. De drie kavels die zo ontstaan worden omzoomd met lage hagen waardoor het gehele erf een open structuur krijgt. Voldoende privacy voor de toekomstige bewoners wordt gecreëerd door de positionering van de (bij)gebouwen ten opzichte van elkaar.
Van Bommel FAUNAWERK – Ecologisch advies, veldwerk, projectuitvoering
10
Quickscan Flora en Fauna – Klompweg 74 Nigtevecht
3. ONDERZOEKSMETHODE Bij het opstellen van deze quickscan flora en fauna is gebruik gemaakt van bestaande gegevens en literatuur. In aanvulling hierop heeft een oriënterend veldbezoek plaatsgevonden, waarbij geverifieerd is of er mogelijk beschermde soorten aanwezig zijn. Vervolgens is een inschatting gemaakt van de eventuele effecten op beschermde planten en dieren en hun leefgebieden. 3.1. Beschikbare gegevens flora en fauna Voor het literatuuronderzoek zijn verschillende bronnen geraadpleegd, zoals verspreidingsatlassen en gegevens uit regionale of nationale databanken. Hierbij is onder meer gebruik gemaakt van de volgende gegevens: de Atlas van de Nederlandse zoogdieren (Broekhuizen e.a. 2016), de Vogelatlas (SOVON 2018), de Amfibieën en Reptielen van Nederland (RAVON 2009), Vogelatlas.nl, Waarneming.nl en Verspreidingsatlas.nl. 3.2. Veldbezoek Om een betrouwbare inschatting te kunnen maken of er mogelijk beschermde soorten in het gebied aanwezig zijn is op 9 februari 2022 een oriënterend veldbezoek uitgevoerd. Daarnaast is de ecologische samenhang met de omgeving onderzocht en is een indruk verkregen van de gebiedskenmerken zoals grondgebruik en ecotopen. Het veldbezoek had tevens tot doel na te gaan of aanvullend veldonderzoek noodzakelijk is in de daarvoor geldende inventarisatieperioden. Tijdens het veldbezoek is gelet op de aanwezigheid van dier- en plantensoorten.
3.3. Relatie met Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland Om te bepalen of er mogelijk sprake is van negatieve effecten op beschermde natuurgebieden, is nagegaan of het plangebied onderdeel uitmaakt van een natuurgebied of een relatie heeft met omliggende natuurgebieden. Het primaire onderzoeksgebied is het plangebied waar de bestemming gewijzigd wordt. Hierbij is gekeken naar de begrenzingen en doelstellingen van Natura 2000gebieden en het Natuurnetwerk Nederland.
Van Bommel FAUNAWERK – Ecologisch advies, veldwerk, projectuitvoering
11
Quickscan Flora en Fauna – Klompweg 74 Nigtevecht
4. EFFECTENANALYSE GEBIEDENBESCHERMING Voorafgaand aan een ruimtelijke ontwikkeling dient getoetst te worden of er sprake is van mogelijk negatieve effecten op beschermde natuurgebieden. Zo kan het plangebied onderdeel uitmaken van een natuurgebied. Ook kan het plangebied mogelijk een relatie hebben met omliggende natuurgebieden. Hierbij is gekeken naar de begrenzingen van natuurgebieden beschermd onder de Wet natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). 4.1. Natura 2000 Het plangebied ligt circa 800 meter van het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. In het tussenliggende gebied is de Vecht, een brede strook graslanden en de provinciale weg N523 aanwezig. Gezien de aard en omvang van voorgenomen werkzaamheden en de ligging ten opzichte van Natura 2000 gebieden is er geen sprake van externe werking op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden. Nader onderzoek naar effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van omliggende Natura 2000 gebieden is niet aan de orde. 4.2. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland, maar grenst wel aan de Vecht en het landgoed Zwaanwijck, die onderdeel uitmaken van het NNN-gebied Vechtvallei (figuur 3). Het NNN kent geen externe werking. Een ‘nee, tenzij’-onderzoek kan derhalve achterwege blijven.
Figuur 3. Ligging planlocatie ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland
Van Bommel FAUNAWERK – Ecologisch advies, veldwerk, projectuitvoering
12
Quickscan Flora en Fauna – Klompweg 74 Nigtevecht
Hieronder worden de karakteristieken en het ambitieniveau voor natuur en landschap in het NNNgebied Vechtvallei beschreven. Gebiedskarakteristiek – Systeembenadering De Vecht en de Angstel hebben in de Vechtvallei, waar nog in 1500 voor Chr. een groot hoogveengebied lag, oeverwallen en komklei afgezet. De zo ontstane kleizone langs de Vecht kende met name een bloeitijd in de 17e en 18e eeuw, toen hier tussen de verspreid gelegen middeleeuwse kastelen veel buitenplaatsen aangelegd werden. Vaak zijn ze voorzien van parkbossen en hakhoutpercelen achter hun met sierhekken omgeven landhuizen, waarmee ze de Vecht een eigen gezicht geven. De riviertjes Angstel en Aa behoorden tot het Vechtsysteem en hebben eveneens, zij het tamelijk lage, oeverwallen gevormd. In het noorden zijn het de veenriviertjes Gein en Winkel, die met hun kronkelend verloop en hun moerassige oevers en oeverlanden het landschapsbeeld bepalen. De relatief hoge ligging van de Vechtvallei tussen twee grote natte gebieden, De Venen en het Vechtplassengebied, heeft ook geleid tot de nodige infrastructuur in dit gebied, te weten de A12, het Amsterdam-Rijnkanaal en de spoorlijn Amsterdam-Utrecht. Het ecologische verbinden van De Venen en het Vechtplassengebied is een belangrijke, maar lastige opgave, die in dit deelgebied gerealiseerd moet worden.
Ambitie natuur De park- en stinzenbossen, vochtige hakhoutbossen en andere vochtige bossen op de buitenplaatsen van de Vechtzone, inclusief de daarin gelegen lanen, vormen de ecologische ruggengraat van dit deelgebied. De Vecht en de kleinere veenriviertjes vormen ecologische verbindingszones in het agrarische landschap. Kwaliteitsverbetering is mogelijk door herstel van oeverzones (moeras) en oeverlandjes (nat schraalland en vochtig hooiland) en verbetering van de waterkwaliteit. Ambitie landschap De oude stroomrug van de Vecht is een dynamisch gebied met ruimte voor ontwikkeling mits waardevolle elementen behouden blijven. Hier liggen veel landgoederen en buitenplaatsen, die het gebied een bijzondere uitstraling geven. Hier treffen we op grotere schaal dan in de rivierlinten bomenrijen/lanen, bossen, bijzondere solitaire bomen, houtwallen en –singels en knotbomen aan. Langs de Vecht willen we het zicht op de open polders en opstrekkende verkaveling behouden. De open polders vormen nog echt lege ruimten, die het behouden waard zijn. Grote nieuwe structuren stellen zich bescheiden op en mogen niet leiden tot verdichting door toevoeging van beplanting of andere elementen.
Desalniettemin vraagt Provincie Utrecht aan gemeenten, als onderdeel van een goede ruimtelijke ordening, bij ontwikkelingen in de nabijheid van het NNN, te voorkomen dat deze een negatieve invloed hebben op het functioneren van het NNN. Denk daarbij aan verstoring door licht, geluid of betreding of verlaging van grondwaterniveau buiten het NNN. De voorgenomen plannen zullen niet tot negatieve effecten leiden op het aangrenzende natuurgebied Vechtvallei. De landschappelijke inpassing en met name de verwijdering van agrarische bedrijfsbebouwing en erfverharding draagt bij aan een kwaliteitsverbetering van de omgeving van
Van Bommel FAUNAWERK – Ecologisch advies, veldwerk, projectuitvoering
13
Quickscan Flora en Fauna – Klompweg 74 Nigtevecht
het NNN gebied. Nader onderzoek naar effecten op de kernkwaliteiten en de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland is niet aan de orde.
Van Bommel FAUNAWERK – Ecologisch advies, veldwerk, projectuitvoering
14
Quickscan Flora en Fauna – Klompweg 74 Nigtevecht
5. EFFECTENANALYSE SOORTENBESCHERMING Hieronder worden de resultaten beschreven van het literatuuronderzoek en het oriënterend veldbezoek dat op 9 februari 2022 heeft plaatsgevonden. Op basis hiervan worden de verwachte effecten van de ingreep op de aanwezige natuurwaarden ingeschat. Op basis van de beschikbare literatuur is gekeken of er beschermde soorten in de omgeving van het plangebied aanwezig zijn en of de habitateisen overeenkomen met de biotoop van het plangebied. Vervolgens is, mede op basis van de waarnemingen tijdens het veldbezoek, de kans ingeschat of deze of andere soorten daadwerkelijk in het plangebied aanwezig zijn. De resultaten en de eventuele effecten worden hieronder per onderzochte soortgroep behandeld. Per soort is aangegeven of het een beschermde soort betreft volgens de Wet natuurbescherming. Broedvogels In het plangebied zijn tijdens het veldbezoek enkele vogelsoorten aangetroffen: houtduif, kauw, wilde eend, meerkoet en koolmees. De omgeving biedt echter ook broedgelegenheid voor andere vogels van tuinen en agrarisch gebied. Algemene vogelsoorten Alle inheemse broedvogels zijn als zodanig beschermd volgens de bepalingen van het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. In de Wet natuurbescherming wordt geen datum genoemd voor het broedseizoen.
Op het moment dat inheemse vogels broeden, mogen geen werkzaamheden of activiteiten plaatsvinden die het broedproces verstoren, dus ongeacht de periode van het jaar. Ontheffing van de verbodsbepalingen is, vanwege de stringente eisen gesteld onder de Europese Vogelrichtlijn, niet mogelijk gedurende het broedseizoen. De beplanting kan als broedgelegenheid dienen voor algemene vogelsoorten. Om verstoring van broedende vogels uit te sluiten, dient de eventuele verwijdering van houtige beplanting en de sloop van bebouwing buiten de periode van 15 maart tot 15 juli te worden uitgevoerd. Mocht echter tijdens de uitvoering van werkzaamheden onverhoopt op broedende vogels gestuit worden, dan dienen de werkzaamheden te worden stilgelegd en naar een later tijdstip te worden opgeschort. Vogels met jaarrond beschermde nesten In de voormalige ligboxenstal zijn sporen (braakballen) van een kerkuil aangetroffen. De soort gebruikt deze locatie als roestplaats (braakballen liggen onder een frame van buizen, waar geen plaats is voor een nest). Kerkuilen hebben verschillende roestplaatsen waar ze zich overdag op kunnen houden, deze bevinden zich in veel gevallen op een andere locaties dan waar het nest zich bevindt. Er zijn geen aanwijzingen, in de zin van sporen (krijtstrepen) dat de soort de planlocatie als nestplaats gebruikt. Huismus is een typische soort voor boerenerven.
De betreffende locatie is echter al jaren niet langer als zodanig in gebruik. Hierdoor zijn er geen voerresten voorhanden en ook het erf als zodanig is erg schoon, wat waarschijnlijk de reden is voor de afwezigheid van de soort.
Van Bommel FAUNAWERK – Ecologisch advies, veldwerk, projectuitvoering
15
Quickscan Flora en Fauna – Klompweg 74 Nigtevecht
De aanwezigheid van andere vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn wordt uitgesloten. Nader onderzoek naar broedvogels met jaarrond beschermde nesten is niet aan de orde. Zoogdieren Op basis van literatuurgegevens, bronnenonderzoek en de terreinkenmerken, is ingeschat welke zoogdieren mogelijk in het plangebied en de nabije omgeving voorkomen. Grondgebonden zoogdieren Volgens de beschikbare bronnen en aanwezige biotopen kunnen wat betreft zoogdieren vooral algemene soorten als egel, mol, huisspitsmuis, veldmuis en bosmuis gebruik maken van het plangebied als leefgebied. Voor deze grondgebonden zoogdiersoorten geldt in Utrecht voor ‘ruimtelijke ontwikkeling of inrichting, bestendig beheer en onderhoud’ een vrijstelling van het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming (zie ook bijlage 3). Een ontheffing van de verbodsbepalingen voor de uitvoering van de werkzaamheden is vanwege beschermde grondgebonden zoogdieren dan ook niet aan de orde. Vleermuizen Op basis van het aanwezige habitat en de beschikbare bronnen kunnen gewone dwergvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis, watervleermuis, baardvleermuis en gewone grootoorvleermuis in de directe omgeving van het plangebied voorkomen (Wansink 2012). Het landgoed Zwaanwijck en de bijbehorende bossen direct ten westen van het plangebied bieden mogelijk vaste verblijfplaatsen voor de bovengenoemde soorten.
Het plangebied zelf kan alleen een betekenis hebben voor gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis. Door de afwezigheid van oude bomen en overige geschikte structuren worden de overige soorten niet in het plangebied verwacht. De gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn gebouwbewonend, de ruige dwergvleermuis is boombewonend. Verblijfplaatsen De meest strikte bescherming gaat uit naar vaste verblijfplaatsen van vleermuizen. Tijdens het veldbezoek is gekeken naar plekken die dienst kunnen doen als vaste verblijfplaats van vleermuizen en die bij de sloop aangetast zullen worden. Dergelijke plekken zijn aangetroffen. De voormalige boerderij en de mogelijk te slopen bungalow bieden hiervoor mogelijkheden onder het dak of in de spouw van de bungalow. Daarnaast zijn verblijfplaatsen denkbaar in andere gebouwen op het erf, zoals in een van de loodsen. De enkele aanwezige bomen die eventueel geveld zullen worden zijn jong en beschikken niet over holten of scheuren die plaats zouden kunnen bieden aan vleermuizen. Vliegroutes In de omgeving van het plangebied zijn structuren aanwezig die dienst kunnen doen als vliegroute van vleermuizen. De voorgenomen ingreep heeft echter geen negatieve invloed op de aanwezige structuren, daarmee is een negatief effect op een potentieel aanwezige vliegroute niet aan de orde.
Van Bommel FAUNAWERK – Ecologisch advies, veldwerk, projectuitvoering
16
Quickscan Flora en Fauna – Klompweg 74 Nigtevecht
Foerageergebied Het plangebied wordt gebruikt als foerageergebied. Foerageergebied van vleermuizen is enkel beschermd wanneer het essentieel foerageergebied betreft, dat is hier niet het geval. De landschappelijke inpassing van de bouwkavels zal tot betere foerageermogelijkheden leiden. Conclusie Nader onderzoek conform het vleermuisprotocol is noodzakelijk om uit te wijzen of vleermuizen de te slopen gebouwen gebruiken als verblijfplaats. Amfibieën Op basis van verspreidingsgegevens en de aanwezige habitats kan het plangebied enkel betekenis hebben als leefgebied voor meerkikker, gewone pad en kleine watersalamander (Creemers & van Delft 2009, waarneming.nl). Binnen het plangebied kunnen de aanwezige sloten als voortplantingshabitat dienen voor deze soorten. Daarnaast kan het plangebied een beperkte betekenis hebben als overwinterhabitat voor meerkikker, gewone pad en kleine watersalamander. Het voorkomen van strikt beschermde soorten amfibieën wordt gezien de bekende verspreidingsgegevens en het beschikbaar habitat uitgesloten. Een soort als de rugstreeppad wordt niet op de locatie verwacht. De soort is een typische pioniersoort en verschijnt veelal op plaatsen waar tijdelijke ondiepe wateren aanwezig zijn die snel opwarmen. Dergelijke wateren bevat heel weinig predatoren, zoals vis en libellenlarven.
De sloten zijn tamelijk diep, warmen daarom minder snel op en bevatten ook predatoren. In de omgeving zijn slecht enkele waarnemingen van de soort bekend, waar van een deel binnen de bebouwde kom zijn gelegen (waarneming.nl). Voor de amfibieën, meerkikker, gewone pad en kleine watersalamander, geldt een vrijstelling voor de Wet natuurbescherming binnen de provincie Utrecht indien het gaat om ‘ruimtelijke ontwikkeling of inrichting, bestendig beheer en onderhoud’ (zie ook bijlage 3). Een ontheffing van de verbodsbepalingen voor de uitvoering van de werkzaamheden is vanwege beschermde amfibieën dan ook niet aan de orde. Vissen Binnen het plangebied kunnen de aanwezige sloten dienen als leefgebied voor een soort als de kleine modderkruiper. Met ingang van de Wet natuurbescherming in 2017 is deze soort echter niet langer als landelijk beschermde vissoort aangewezen. Een ontheffing van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming voor de uitvoering van de werkzaamheden is vanwege beschermde vissen dan ook niet aan de orde. Flora Volgens de beschikbare bronnen zijn geen beschermde planten bekend uit het onderzoeksgebied. Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde of rode lijst planten aangetroffen. De planlocatie bestaat voornamelijk uit verharding. Langs de aanwezige sloten zijn ook geen beschermde soorten aangetroffen.
Van Bommel FAUNAWERK – Ecologisch advies, veldwerk, projectuitvoering
17
Quickscan Flora en Fauna – Klompweg 74 Nigtevecht
Een ontheffing van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming voor de uitvoering van de werkzaamheden is vanwege beschermde planten dan ook niet aan de orde. Overige beschermde soorten Op basis van verspreidingsgegevens en de aanwezige habitats is het voorkomen van beschermde soorten uit de soortgroepen reptielen en insecten uitgesloten. Een ontheffing van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming voor de uitvoering van de werkzaamheden is vanwege reptielen en insecten dan ook niet aan de orde.
Van Bommel FAUNAWERK – Ecologisch advies, veldwerk, projectuitvoering
18
Quickscan Flora en Fauna – Klompweg 74 Nigtevecht
6. CONCLUSIES •
Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000 gebied. De Oostelijke Vechtplassen, het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied, ligt op circa 800 meter afstand. Gezien de aard, de omvang van voorgenomen werkzaamheden en de ligging ten opzichte van Natura 2000 gebieden is er geen sprake van externe werking op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden. Nader onderzoek naar effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van omliggende Natura 2000 gebieden is niet aan de orde.
•
Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland, maar grenst wel aan het Vechtvallei, dat hier onderdeel van uit maakt. De beoogde ontwikkelingen zullen niet tot negatieve effecten leiden op het aangrenzende natuurgebied Vechtvallei. De landschappelijke inpassing en met name de verwijdering van agrarische bedrijfsbebouwing en erfverharding draagt bij aan een kwaliteitsverbetering van de omgeving van het NNNgebied. Nader onderzoek naar effecten op de kernkwaliteiten en de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland is niet aan de orde.
•
Om verstoring van broedende vogels uit te sluiten, dient de eventuele verwijdering van houtige beplanting en de sloop van de bebouwing buiten de periode van 15 maart tot 15 juli te worden uitgevoerd. Mocht echter tijdens de uitvoering van werkzaamheden onverhoopt op broedende vogels gestuit worden, dan dienen de werkzaamheden te worden stilgelegd en naar een later tijdstip te worden opgeschort.
•
Nader onderzoek naar vogels waarvan de nesten jaarrond beschermd is niet aan de orde.
•
Bij de uitvoering van de werkzaamheden hoeft geen rekening gehouden te worden met beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Voor de geplande ingreep bestaat een vrijstelling voor de mogelijk aanwezige soorten.
•
Nader onderzoek binnen het geschikte seizoen en conform het vleermuisprotocol dient uit te wijzen of vleermuizen de te slopen gebouwen gebruiken als verblijfplaats.
•
Er worden geen beschermde soorten reptielen, vissen, insecten of planten verwacht, waarvoor een ontheffing van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming vereist is.
•
Ondanks dat voor een aantal soorten bij de ingreep een vrijstelling geldt, dient men rekening te houden met de zorgplicht, deze geldt altijd en voor alle planten en dieren, onafhankelijk van beschermingsstatus en/of ontheffing of vrijstelling is verleend.
Van Bommel FAUNAWERK – Ecologisch advies, veldwerk, projectuitvoering
19
Quickscan Flora en Fauna – Klompweg 74 Nigtevecht
7. BRONNEN Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters en J.C. Buys (2016) Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Bouwens, S. (2017) Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Creemers, R.C.M. en J.J.C.W. van Delft (2009) De Amfibieën en Reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Duistermaat, H. (2020) Heukels’ Flora van Nederland. Vierentwintigste druk. Noordhoff, Groningen. Lange R., P. Twisk, A. van Winden en A. van Diepenbeek (1994) Zoogdieren van West-Europa. KNNVuitgeverij Utrecht. Ministerie van Economische Zaken (2016) Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Ministerie van LNV (2004) Besluit Rode Lijsten Flora en fauna. Ministerie van EZ (2016) Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Versie 1.3 december 2016. Ministerie van EZ, Den Haag. SOVON Vogelonderzoek Nederland (2018) Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. Kosmos, Utrecht. Wansink, D. 2012. Verspreidingsatlas van de zoogdieren in de provincie Utrecht. Werkatlas januari 2012. Zoogdiervereniging, Nijmegen.
Website: https://waarneming.nl Website: http://www.verspreidingsatlas.nl Website: http://vogelatlas.nl
Van Bommel FAUNAWERK – Ecologisch advies, veldwerk, projectuitvoering
20
Quickscan Flora en Fauna – Klompweg 74 Nigtevecht
BIJLAGE 1. TOETSINGSSCHEMA WET NATUURBESCHERMING: SOORTENBESCHERMING
Van Bommel FAUNAWERK – Ecologisch advies, veldwerk, projectuitvoering
21
Quickscan Flora en Fauna – Klompweg 74 Nigtevecht
BIJLAGE 2. VERBODBEPALINGEN WET NATUURBESCHERMING: SOORTENBESCHERMING
Van Bommel FAUNAWERK – Ecologisch advies, veldwerk, projectuitvoering
22
Quickscan Flora en Fauna – Klompweg 74 Nigtevecht
BIJLAGE 3. VRIJSTELLING SOORTEN PROVINCIE UTRECHT VOOR RUIMTELIJKE INGREPEN
Zoogdieren Aardmuis Bosmuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Woelrat Amfibieën Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker Middelste groene kikker of Bastaardkikker
Van Bommel FAUNAWERK – Ecologisch advies, veldwerk, projectuitvoering
23
Quickscan Flora en Fauna – Klompweg 74 Nigtevecht
BIJLAGE 4. SCHETS ERFINRICHTING Schets erfinrichting en beplantingsplan overgenomen van Agroplan B.V.
Van Bommel FAUNAWERK – Ecologisch advies, veldwerk, projectuitvoering
24
Quickscan Flora en Fauna – Klompweg 74 Nigtevecht
BIJLAGE 5. SCHETSPLAN Schetsplan overgenomen van Agroplan B.V.
Van Bommel FAUNAWERK – Ecologisch advies, veldwerk, projectuitvoering
25
Bijlage 5. Aerius berekening Klompweg 74a, 1393 PM Nigtevecht
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 en Situatie 2 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Rtt2jSWe1xPz (11 januari 2022) pagina 1/23
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
H.A. Den Hartog
Klompweg 74a, 1393PM Nightevecht
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Den Hartog
Rtt2jSWe1xPz
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
11 januari 2022, 12:31
2022
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Situatie 1
Situatie 2
Verschil
NOx
-
124,15 kg/j
124,15 kg/j
NH3
1.372,00 kg/j
< 1 kg/j
-1.371,87 kg/j
Resultaten
Natuurgebied
Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j)
Uw berekening heeft geen verschillen opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Toelichting
Herontwikkeling erf
Resultaten
Situatie 1 Situatie 2
Rtt2jSWe1xPz (11 januari 2022) pagina 2/23
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Resultaten
Bron Sector
Situatie 1 Situatie 2
Emissie NH3
Emissie NOx
Stal 7 Landbouw | Stalemissies
162,00 kg/j
-
Stal G Landbouw | Stalemissies
751,00 kg/j
-
Stal B Landbouw | Stalemissies
459,00 kg/j
-
Rtt2jSWe1xPz (11 januari 2022) pagina 3/23
Resultaten
Locatie Situatie 2
Emissie Situatie 2
Resultaten
Bron Sector
Situatie 1 Situatie 2
Emissie NH3
Emissie NOx
Werkverkeer Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Bron 2 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
123,81 kg/j
Rtt2jSWe1xPz (11 januari 2022) pagina 4/23
Resultaten
Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden
Natuurgebied
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
Kennemerland-Zuid
0,01
0,00
0,00
Sallandse Heuvelrug
0,01
0,00
0,00
Drents-Friese Wold & Leggelderveld
0,01
0,00
0,00
Dwingelderveld
0,01
0,00
0,00
Vecht- en Beneden-Reggegebied
0,01
0,00
0,00
Weerribben
0,01
0,00
0,00
Veluwe
0,01
0,00
0,00
De Wieden
0,01
0,00
0,00
Zwarte Meer
0,01
0,00
0,00
Holtingerveld
0,01
0,00
0,00
Rijntakken
0,01
0,00
0,00
Landgoederen Brummen
0,01
0,00
0,00
Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht
0,01
0,00
0,00
Coepelduynen
0,01
0,00
0,00
Rottige Meenthe & Brandemeer
0,01
0,00
0,00
Noordhollands Duinreservaat
0,01
0,00
0,00
Meijendel & Berkheide
0,01
0,00
0,00
Westduinpark & Wapendal
0,01
0,00
0,00
Boetelerveld
0,01
0,00
0,00
Olde Maten & Veerslootslanden
0,01
0,00
0,00
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
(mol/ha/j)
Resultaten
Situatie 1 Situatie 2
-
Rtt2jSWe1xPz (11 januari 2022) pagina 5/23
Resultaten
Natuurgebied
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
Solleveld & Kapittelduinen
0,01
0,00
0,00
Voornes Duin
0,01
0,00
0,00
Schoorlse Duinen
0,01
0,00
0,00
Lingegebied & Diefdijk-Zuid
0,01
0,00
0,00
Biesbosch
0,01
0,00
0,00
Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving
0,01
0,00
0,00
Duinen Den Helder-Callantsoog
0,01
0,00
0,00
Binnenveld
0,01
0,00
0,00
Zwanenwater & Pettemerduinen
0,01
0,00
0,00
Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem
0,01
0,00
- 0,01
Alde Feanen
0,01
0,00
- 0,01
Uiterwaarden Lek
0,01
0,00
- 0,01
Kolland & Overlangbroek
0,01
0,00
- 0,01
Zouweboezem
0,01
0,00
- 0,01
Polder Westzaan
0,01
0,00
- 0,01
Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder
0,01
0,00
- 0,01
Eilandspolder
0,01
0,00
- 0,01
Nieuwkoopse Plassen & De Haeck
0,01
0,00
- 0,01
Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske
0,01
0,00
- 0,01
Oostelijke Vechtplassen
0,02
0,00
- 0,02
Situatie 1 Situatie 2
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
-
-
Rtt2jSWe1xPz (11 januari 2022) pagina 6/23
Resultaten
Natuurgebied
Botshol
0,05
0,00
- 0,05
Naardermeer
0,19
0,00
- 0,18
*
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
-0,20
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
Situatie 1 Situatie 2
Rtt2jSWe1xPz (11 januari 2022) pagina 7/23
Resultaten
Resultaten per habitattype
Kennemerland-Zuid Habitattype
(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
H2130B Grijze duinen (kalkarm)
0,01
0,00
0,00
H2110 Embryonale duinen
0,01
0,00
0,00
H2120 Witte duinen
0,01
0,00
0,00
H2130A Grijze duinen (kalkrijk)
0,01
0,00
0,00
H2160 Duindoornstruwelen
0,01
0,00
0,00
H2190A Vochtige duinvalleien (open water)
0,01
0,00
0,00
Lg12 Zoom, mantel en droog struweel van de duinen 0,01
0,00
0,00
-0,01
H2170 Kruipwilgstruwelen
0,01
0,00
0,00
-0,01
H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)
0,01
0,00
0,00
H2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos
0,01
0,00
0,00
H2180B Duinbossen (vochtig)
0,01
0,00
0,00
-0,01
H2180Abe Duinbossen (droog), berken-eikenbos
0,01
0,00
0,00
-0,01
H2180C Duinbossen (binnenduinrand)
0,01
0,00
0,00
-0,01
H2190C Vochtige duinvalleien (ontkalkt)
0,01
0,00
0,00
ZGH2130A Grijze duinen (kalkrijk)
0,01
0,00
- 0,01
H2190Aom Vochtige duinvalleien (open water), oligo- tot mesotrofe vormen
0,01
0,00
- 0,01
H9999:88 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische relevante type (H2130B;H2130C).
0,01
0,00
- 0,01
ZGH2170 Kruipwilgstruwelen
0,01
0,00
- 0,01
Situatie 1 Situatie 2
-
Rtt2jSWe1xPz (11 januari 2022) pagina 8/23
Resultaten
Kennemerland-Zuid Habitattype
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H2150 Duinheiden met struikhei
0,01
0,00
- 0,01
ZGH2120 Witte duinen
0,01
0,00
- 0,01
H2130C Grijze duinen (heischraal)
0,01
0,00
- 0,01
ZGH2190A Vochtige duinvalleien (open water)
0,01
0,00
- 0,01
ZGH2180C Duinbossen (binnenduinrand)
0,01
0,00
- 0,01
ZGH2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos
0,01
0,00
- 0,01
ZGH2160 Duindoornstruwelen
0,01
0,00
- 0,01
ZGH2130B Grijze duinen (kalkarm)
0,01
0,00
- 0,01
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Sallandse Heuvelrug Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,01
0,00
0,00
H9999:42 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische relevante type (H3160;H6230).
0,01
0,00
0,00
H4030 Droge heiden
0,01
0,00
0,00
H6230 Heischrale graslanden
0,01
0,00
0,00
Situatie 1 Situatie 2
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Rtt2jSWe1xPz (11 januari 2022) pagina 9/23
Resultaten
Drents-Friese Wold & Leggelderveld Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
Lg13 Bos van arme zandgronden
0,01
0,00
0,00
Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden
0,01
0,00
0,00
H2320 Binnenlandse kraaiheibegroeiingen
0,01
0,00
0,00
H3160 Zure vennen
0,01
0,00
0,00
H2310 Stuifzandheiden met struikhei
0,01
0,00
0,00
H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,01
0,00
0,00
H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)
0,01
0,00
0,00
H9190 Oude eikenbossen
0,01
0,00
0,00
H4030 Droge heiden
0,01
0,00
- 0,01
Situatie 1 Situatie 2
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Rtt2jSWe1xPz (11 januari 2022) pagina 10/23