CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bijl. 3 - Rijksstraatweg 171, Loenen aan de Vecht_V5.pdf

Commissie Fysiek Domein 6 december 2022, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: a.: Ontwerpbestemmingsplan Verzamelplan 2022.14.710 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Golfbaan te Loenen aan de Vecht Rijksstraatweg 171 Gemeente Stichtse Vecht

Planstatus:

concept ontwerp

Identificatiecode:

NL.IMRO

Datum:

20 september 2022

Contactpersoon Plannen-makers:

Dhr. C. Vaartjes en Dhr. W. Lakerveld

Kenmerk Plannen-makers:

PM20039

Opdrachtgever:

Golfclub Old Course Loenen en Stichting Golfbaan Loenen

Plannen-makers Europalaan 500 3526 KS Utrecht www.plannen-makers.nl BTW id: NL002150639B90 KvK nummer: 59112751

Foto voorzijde: Utrechtse sportkrant – Foto: Ruud Taal Omschrijving: Rechts op de foto het gebied, waarvan 13,7 hectare is aangekocht voor de toekomstige uitbreiding van de golfbaan. Op de voorgrond het Oostkanaadijk langs het Amsterdam-Rijnkanaal; op de achtergrond het dorp Loenen aan de Vecht.

Pagina 2 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht

Inhoudsopgave 1

Inleiding ............................................................................................................................................ 4 Aanleiding en doelstelling ........................................................................................................ 4 Leeswijzer ................................................................................................................................ 4

2

Het plan ............................................................................................................................................ 5 Ligging van het plangebied ...................................................................................................... 5 Planbeschrijving....................................................................................................................... 6 Beeldkwaliteit ........................................................................................................................... 6

3

Beleidsmatige onderbouwing ........................................................................................................... 9 Inleiding ................................................................................................................................... 9 Rijksbeleid ............................................................................................................................... 9 Provinciaal beleid................................................................................................................... 11 Gemeentelijk beleid ............................................................................................................... 15

4

Milieutechnische uitvoerbaarheid ................................................................................................... 18 Milieueffectrapportage ........................................................................................................... 18 Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................. 19 Geluidhinder .......................................................................................................................... 19 Natuurbeheer ......................................................................................................................... 20 Erfgoedbeheer ....................................................................................................................... 22 Bodemkwaliteit....................................................................................................................... 24 Luchtkwaliteit ......................................................................................................................... 27 Externe Veiligheid .................................................................................................................. 31 Waterbeheer ..........................................................................................................................

35 Verkeer en parkeren .............................................................................................................. 37

5

Juridische planbeschrijving ............................................................................................................ 39 Plansystematiek..................................................................................................................... 39 Opzet van de regels .............................................................................................................. 39 De bestemmingen.................................................................................................................. 40

6

Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid ...................................................................... 41 Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 41 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ......................................................................................... 41

7

Bijlagen ........................................................................................................................................... 42

Pagina 3 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht

1 Inleiding Aanleiding en doelstelling Aan de Rijksstraatweg 171 te Loenen aan de Vecht ligt een golfbaan, Old Course Loenen tussen de dorpskern van Loenen en het Amsterdam-Rijnkanaal. Golfclub Old Course Loenen en Stichting Golfbaan Loenen hebben bij de gemeente een verzoek ingediend om de golfbaan uit te kunnen breiden. Hiertoe zijn een aantal agrarische percelen beoogd ten zuiden van de golfbaan en ten westen van het dorp. De golfbaan zal met de uitbreiding van 14 ha een uiteindelijke oppervlakte van 38 ha beslaan. Vanwege het beoogde ruimtebeslag is een goed ontwerp met goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing van belang. Het geldende bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied Noord’ voorziet niet in de uitbreiding van de golfbaan. Daarvoor is een nieuw bestemmingsplan nodig om de bestemming van ‘Agrarisch met waarden’ te wijzigen naar de bestemming ‘Sport’. De gemeente Stichtse Vecht is in principe bereid om mee te werken aan het wijzigen van de bestemming en heeft een Nota van Uitgangspunten opgesteld op de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen.

Leeswijzer Onderhavig bestemmingsplan bestaat naast deze inleiding uit een beschrijving van het beoogde plan in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt verantwoord waarom het plan past binnen het beleid van de gemeente. In hoofdstuk 4 wordt de milieutechnische uitvoerbaarheid van het plan toegelicht. Hoofdstuk 5 bevat de juridische planbeschrijving. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid toegelicht. Na de toelichting volgen de regels inclusief de bijlagen en de verbeelding van het bestemmingsplan.

Pagina 4 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht

2 Het plan Ligging van het plangebied Old Course Loenen is een bestaande golfbaan aan de westzijde van Loenen aan de Vecht, gemeente Stichtse Vecht. De golfbaan wil aan de zuidkant uitbreiden op de agrarische percelen LNN00 B1227, B1229 en B225-226-227-228. Het plangebied wordt aan de oostkant begrensd door het AmsterdamRijnkanaal en aan de westkant door de Randweg. Aan de zuidkant grenst het aan agrarische percelen.

Figuur 1. Golfbaan in omgeving, aangeduid met rode cirkel. (Bron: Google Earth)

Figuur 2. Zoom in op golfbaan Old Course Loenen, globaal aangeduid met in blauw de bestaande golfbaan en in rood de gebieden ter uitbreiding. (Bron: Google Earth)

Pagina 5 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht

Planbeschrijving Het planconcept houdt in dat de bestaande golfbaan uitgebreid wordt met het toevoegen van zes agrarische percelen van in totaal ca. 14 hectare. De bestaande agrarische bestemming van de uitbreidingspercelen maakt plaats voor ‘sport’ met als specifieke functie ‘golfbaan’. Tevens zal er een openbaar wandelpad aangelegd worden over de golfbaan die de dorpskern Loenen aan de Vecht verbindt met de Oostkanaaldijk.

Beeldkwaliteit Het uitbreidingsgebied heeft op dit moment de bestemming ‘Agrarisch met waarden’. Met de uitbreiding van het plangebied dienen de aanwezige landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden gewaarborgd te blijven. Er is daarom een principeschets opgesteld om de kaders aan te geven waarbinnen het landschap ontwikkeld kan worden. Voor het kaderinrichtingsplan dient vastgesteld te worden wat belangrijke landschappelijke kenmerken zijn van het plangebied, welke elementen behouden en/of versterkt dienen te worden en waar de zichtlijnen lopen. In onderstaande afbeelding is een schets weergegeven waarin de belangrijkste elementen en zichtlijnen zijn aangegeven. Vervolgens wordt een beschrijving van de schets gegeven.

Figuur 3. Schetsplan voor uitbreiding golfbaan met belangrijke landschappelijke elementen.

Pagina 6 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht

N.b. Voor de definitieve inrichting van het plangebied ten bate van de omgevingsvergunning zal, evenals bij de ontwikkeling van de bestaande golfbaan, een landschapsarchitect in de arm worden genomen en een inrichtingsplan aangeleverd worden, zoals ook vereist is in de dubbelbestemming Waarde cultuurhistorie. Het inrichtingsplan zal worden voorgelegd aan de gemeente voordat de omgevingsvergunning zal worden aangevraagd. Polderlandschap Het voornaamste kenmerk van het plangebied is dat het onderdeel uitmaakt van het landschap van het Groene Hart met zijn kenmerkende open polders en verkavelingsstructuur. Om vast te stellen welke sloten binnen het plangebied van belang zijn is gekeken naar de perceelsgrenzen. Perceel LNN00 B1227 is het bovenste gedeelte van de uitbreiding. Gekozen is om de oost-west lopende sloten aan de noord- en zuidzijde van het perceel te behouden. Het zuidelijke gedeelte van de uitbreiding bestaat uit vijf percelen die eveneens als een eenheid worden vormgegeven. De golfbaan is voornemens om de golfbaan in twee gedeelten te ontwikkelen. In eerste instantie zal het terrein aansluitend aan het huidige golfterrein (het noordelijke gedeelte van de uitbreiding) worden ontwikkeld. Het zuidelijke gedeelte wordt later gerealiseerd wanneer er behoefte is aan meer holes. Tot die tijd zullen de vijf percelen van het zuidelijke gedeelte verhuurd worden.

Dit bestemmingsplan betreft wel het complete uit te breiden gedeelte. Ter voorkoming van onduidelijkheden is in de principeschets een zeer globale suggestie gedaan voor de positionering van de holes. In de noordelijke sloot is een verbreding aanwezig. De bestaande waterpartij zal verder worden verbreed in de zuidelijke richting, zodat er een substantieel waterlichaam ontstaat. Zichtlijn noord-zuid Verder loopt er een sloot-zichtlijn midden over het perceel van noord naar zuid. In verband met de vormgeving van de holes is het niet praktisch deze sloot in zijn geheel te behouden. Om de zichtlijn echter te behouden zal de sloot behouden worden óf zal de suggestie worden gedaan van de aanwezigheid van de sloot door middel van een rietkraag of een wilgenrij op de plaatsen waar de sloot onderbroken zal worden. Deze noord-zuidzichtlijn wordt deels onderbroken door de aanwezigheid van een bosschage. Deze bosschage wordt behouden. Eventueel kan de suggestie van een eendenkooi met vangpijpen worden gecreëerd door de sloot die naar deze bosschage leidt in de oostelijke richting te flankeren met een rietkraag. Zichtlijn oost-west Langs de mogelijke suggestie van een eenden-vangpijp wordt een open zichtlijn gecreëerd die doorzicht geeft vanuit het dorp naar het Amsterdam-Rijnkanaal.

In het zuidelijke gedeelte van de dorpsrand is het minder van belang een oost-west zichtlijn te creëren, aangezien daar het zicht vanuit het dorp al deels wordt geblokkeerd door een bomenrij. Glooiing van het landschap Kenmerkend voor een golfbaan is de glooiing die in het landschap wordt gecreëerd. In de schets is door middel van plussen aangegeven waar mogelijk verhogingen van het landschap gerealiseerd kunnen worden. Belangrijk is dat de zichtlijnen zo min mogelijk onderbroken wordt door opgehoogde zones. Het gedeelte van het plangebied dat archeologische waarde wordt kunstmatig opgehoogd. Op deze manier blijven de mogelijk aanwezige archeologische waarden in situ beschermd. Deze verhoging kan in het golflandschap opgenomen worden.

Pagina 7 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht

Figuur 4. Vogelvluchtperspectief op het uitbreidingsgebied vanuit oostelijke richting. (Bron: Google Earth)

Wandel- en/of fietspad In het plan is de ambitie opgenomen om vanuit de dorpsrand een Wandel- en/of fietspad te realiseren die van de kern Loenen naar de kanaaldijk loopt. Dit Wandel- en/of fietspad volgt grotendeels de lijn van de sloot die in oost-westelijke richting loopt. Aan de zuidzijde van het pad (die grenst aan het zuidelijke gedeelte van de golfbaan) wordt een losse haag gerealiseerd van inheemse lage bomen en struiken. Het wandelpad kan op verschillende plaatsen aangesloten worden op de dorpsrand. Allereerst is het mogelijk om de ingang van het wandelpad te plaatsen bij de kruising Bastertlaan-Randweg. Er dient dan echter een nieuwe brug gerealiseerd te worden over de primaire watergang. Een andere optie is om gebruik te maken van de ca. 25 meter noordelijker liggende bestaande brug en vervolgens over de dam het zuidelijke perceel te betreden, gebruik makend van de bestaande tractorroute. Eventueel zou vanuit deze wandelpadingang een pad gerealiseerd kunnen worden naar het einde van het archeologische zone waar een hoger gelegen uitzichtpunt naar de molenbiotoop is. De derde optie (die gecombineerd kan worden met optie 1 of 2) is het pad aan te sluiten op het Burijnpad door middel van de bestaande brug die ertegenover ligt. Er dient dan wel eveneens een brug gerealiseerd te worden om de wijk te verbinden met de randweg.

Inrichting golfbaan Voor de concrete inrichting van de golfbaan wordt, evenals bij het ontwerp van de bestaande baan, een landschapsarchitect betrokken. Met inachtneming van de belangrijke landschappelijke elementen zal de uitbreiding van de golfbaan worden vormgegeven als de bestaande golfbaan. De baan biedt diverse weidse vergezichten en de natuur en rust lokken een gevarieerde hoeveelheid klein wild, weide- en watervogels. Voor de beplanting van de golfbaan wordt gebruik gemaakt van inheemse beplanting die kenmerkend is voor het polderlandschap, zoals rijen wilgen, populieren, windsingels en riet- en ruigtevegetatie. Het golflandschap krijgt een open karakter, met niet te veel bomen en struiken, een ruige rough en relatief diepe bunkers (tegen het wegwaaien van het zand).

Pagina 8 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht

3 Beleidsmatige onderbouwing Inleiding Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Deze gaat uit van een scheiding tussen beleid en normstelling (juridische verankering). Het beleid wordt opgenomen in structuurvisies. Normstelling vindt plaats in het bestemmingsplan en/of in algemene regels die overgenomen moeten worden in bestemmingsplannen. Streekplannen en planologische kernbeslissingen zijn vanaf 1 juli 2008 gelijkgesteld aan structuurvisies. Het overgangsrecht van de Wro regelt dat concrete beleidsbeslissingen van Rijk en provincie overgenomen moeten worden in bestemmingsplannen. Naar verwachting treedt in 2022 de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke omgeving. De Omgevingswet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De nieuwe wet zorgt voor minder en overzichtelijkere regels, een samenhangende benadering van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. In anticipatie op de nieuwe wet worden bestaande ruimtelijke plannen omgezet naar omgevingsplannen. Wanneer mogelijk zal in dit beleidshoofdstuk alvast gebruik gemaakt worden van (ontwerp) omgevingsplannen. In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van het geldende beleidskader dat relevant is voor het plangebied.

Paragraaf 3.2 belicht het rijksbeleid. Het provinciaal/regionaal beleid wordt weergegeven in paragraaf 3.3 en het gemeentelijk beleid in paragraaf 3.4.

Rijksbeleid 3.2.1 Omgevingsvisie / Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De structuurvisie is de opvolger van de Nota Ruimte en de Nota mobiliteit. Het Rijk kiest daarin een aantal doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; • verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; • waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voorts benoemt het Rijk 13 nationale belangen. Deze belangen zijn gelijkwaardig aan elkaar en beïnvloeden elkaar onderling. In de SVIR is een eerste integrale afweging gemaakt van deze belangen. Dit heeft als gevolg dat het Rijk in gebieden of projecten een gebieds- of project specifieke afweging zal maken. Indien nodig maakt het Rijk duidelijk welke nationale belangen voorgaan. Nationale Omgevingsvisie De omgevingsvisie is een instrument van de Omgevingswet. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland.

De ontwerp-NOVI heeft als toekomstperspectief een duurzame leefomgeving waarbij de kwaliteiten van de omgeving worden behouden en versterkt. Daarnaast bestaan de Nederlandse uitdagingen van de ruimtelijke inrichting in een klimaatbestendige delta en zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte in Nederland. Dit kan worden bereikt door goede samenwerking tussen de verschillende betrokken instanties. Pagina 9 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht

De opgaven die voort komen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten: - Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie - Duurzaam economisch groeipotentieel - Sterke en gezonde steden en regio’s - Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Binnen deze prioriteiten zal aandacht zijn voor de onderlinge verwevenheden en spanningen daartussen en voor thema’s en opgaven die daar dwars doorheen lopen, zoals leefomgevingskwaliteit, gezondheid, cultureel erfgoed, water, bodem en (nationale) veiligheid. Binnen de prioriteiten hanteert het Rijk drie afwegingsprincipes die helpen om beleidskeuzes te maken: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal 3. Afwentelen wordt voorkomen Planspecifiek De ontwikkeling van de golfbaan behoort niet tot een opgave van nationaal belang en is zodoende mogelijk binnen dit beleid. 3.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd en is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ hieraan toegevoegd. Overheden dienen op grond van het gewijzigde Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren om tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling te komen.

Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.1.6 van het Bro. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. In de nieuwe systematiek worden de huidige definities niet gewijzigd. Ten aanzien van de “treden” van de Ladder zijn er wel wijzigingen: in de nieuwe Ladder zijn de treden 1 en 2 samengevoegd en trede 3 is geschrapt, waardoor er geen sprake meer is van verschillende treden. Planspecifiek Voorliggend plan betreft de uitbreiding met 14 ha van een golfbaan in landelijk gebied. De ladder dient toegepast te worden wanneer er sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Voorliggend plan betreft een stedelijke voorziening die voorziet in het faciliteren van sport- en recreatievoorzieningen; echter betreft het geen realisatie van een accommodatie in de vorm van bebouwing en is in beginsel geen stedelijke ontwikkeling. Desondanks kan vanwege het substantiële karakter van het nieuwe ruimtebeslag van 14 ha agrarische grond de planontwikkeling worden beschouwd als een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Volgens Golfbaan Old Course Loenen is er behoefte aan uitbreiding van de golfbaan. Met het huidige ledenbestand loopt de golfbaan bij een aantal activiteiten al tegen de maximale capaciteit van de baan met de bestaande 9 holes aan. Daarnaast is bij de oprichting van de club in 2007 al aangegeven dat de golfbaan op termijn graag wil uitbreiden naar een volwaardige 18 holes golfclub. In 2005 is er reeds een intentieverklaring afgegeven door de gemeente waarin is uitgesproken dat de gemeente mee zal werken aan het onderzoeken van eventuele uitbreiding richting het zuiden. In verband daarmee zijn de faciliteiten op het terrein zodanig aangelegd dat zij passen in een uitbreiding in zuidelijke richting. Bij de uitbreiding van de golfbaan zullen dus geen opstallen gebouwd worden en zal hooguit een zeer beperkt oppervlakte aan verharding aangebracht worden. Pagina 10 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht

De uitbreiding op agrarisch landschap wordt als legitiem beschouwd aangezien een golfbaan niet binnen stedelijk gebied past vanwege het beslag op de ruimte. Aangezien het agrarisch cultuurlandschap betreft dient de ontwikkeling ruimtelijk goed ingepast te worden. Bij de bestaande golfbaan is er beroep gedaan op een landschapsarchitect (in plaats van golfbaanarchitect) waardoor de bestaande golfbaan in het polderlandschap is ingepast. Bij de uitbreiding van de golfbaan wordt eveneens een landschapsarchitect betrokken om een goede landschappelijke inrichting te waarborgen. Tevens is er in paragraaf 2.3 Beeldkwaliteit de kaders voor het definitieve inrichtingsplan aangegeven, waarbij rekening wordt gehouden bij de waarden van het culturele landschap, zichtlijnen en erfgoed. De planontwikkeling sluit daarmee aan op de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Om uitvoering te geven aan de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, is op 30 december 2011 het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Hierin staat een aantal projecten beschreven die van Rijksbelang zijn en waarmee gemeenten rekening dienen te houden bij het vaststellen van bestemmingsplannen en wijzigings- of uitwerkingsplannen. De projecten zijn exact ingekaderd en voorzien van regels, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen.

Het betreft de onderstaande projecten: • • • • • • • • • • • • • •

Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde Natuurnetwerk Nederland Grote rivieren IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) Waddenzee en waddengebied Kustfundament Primaire waterkeringen buiten het kustfundament Rijksvaarwegen Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen Elektriciteitsvoorziening Defensie Project Mainportontwikkeling Rotterdam Ruimtereservering parallelle Kaagbaan

Planspecifiek Voorliggend plan betreft de uitbreiding van een golfbaan in landelijk gebied van de gemeente Stichtse Vecht. Het plangebied maakt deel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie dat op de lijst van UNESCO werelderfgoed staat. Voorgenomen planontwikkeling heeft geen negatieve impact op de kwaliteiten van de NHW, zoals ook wordt betoogd in de volgende paragraaf van het provinciale beleid en in milieuparagraaf 4.5 Erfgoedbeheer.

Provinciaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie provincie Utrecht Op 10 maart 2021 is de Omgevingsvisie van de provincie Utrecht vastgesteld door de Provinciale Staten (PS). In de Omgevingsvisie worden de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie vastgelegd. De Omgevingsvisie is een instrument uit de Omgevingswet die op 1 juli 2022 inwerking treedt. De visie is een samenvoeging van onder andere de ruimtelijke

Pagina 11 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht

structuurvisie, mobiliteitsvisie, natuurvisie en het bodem-, water- en milieuplan. Het vormt een samenhangend pakket met de instrumenten Programma’s en Omgevingsverordening. In de Omgevingsvisie wordt met behulp van zeven beleidsthema’s richting gegeven aan d e ontwikkeling en bescherming van een gezonde en veilige leefomgeving. De provincie Utrecht heeft als ambitie om in 2050 een inclusieve en circulaire provincie te zijn: • Waarin stad en land gezond zijn; • Die klimaatbestendig en waterrobuust is; • Waarin duurzame energie een plek heeft; • Met vitale steden en dorpen; • Die duurzaam, gezond en veilig bereikbaar is; • Met een levend landschap, erfgoed en cultuur; • Die een toekomstbestendige natuur en landbouw heeft. De gewenste richting om de fysieke leefomgeving te ontwikkelen en te beschermen verschilt per regio of gebied en is afhankelijk van specifieke kenmerken en identiteit van een plek. De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie Utrecht. Planspecifiek Hiernavolgend is al het relevante beleid voor het plangebied nader toegelicht. Duurzaam en robuust bodem- en watersysteem Eén van de belangrijkste risico’s van klimaatveranderingen in de delta Nederland is een overstroming. In de Richtlijn Overstromingsrisico (ROR) hebben alle Europese lidstaten afspraken gemaakt om de overstromingsrisico’s te beperken.

Het plangebied is gelegen binnen de aanduiding overstroombaar gebied en valt binnen het grondwaterlichaam Deklaag Rijn-West. Hierbinnen wordt met gemeenten, waterbeheerders en de Veiligheidsregio Utrecht samengewerkt aan de gevolgenbeperking bij overstromingen. Daarnaast is in de Omgevingsverordening een regel opgenomen om in overstroombaar gebied rekening te houden met overstromingsrisico’s. De aspecten bodem en water worden in het volgende hoofdstuk over milieutechnische haalbaarheid specifiek behandeld. Er ontstaat als gevolg van het plan geen strijdigheid met de provinciale omgevingsvisie op deze punten. Aantrekkelijke landschappen Het plangebied is gelegen in de Kernrandzone rondom Loenen aan de Vecht. Voor kernrandzones is het de ambitie om de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten te behouden en te versterken. Als het nodig is voor de realisatie van ruimtelijke kwaliteitsversterking kan met dit beleid ook nieuwe verstedelijking mogelijk worden gemaakt. De aard en omvang van deze verstedelijking dient in redelijke verhouding te staan tot deze gewenste kwaliteitsversterking. En de aard en omvang van de gehele ontwikkeling dient in redelijke verhouding te staan tot de kern waaromheen de betreffende kernrandzone gelegen is. Voorliggend plan betreft het uitbreiden van een bestaande Golfbaan. De golfbaan is aan de westzijde van Loenen gelegen.

De Golfbaan is als landschappelijke entiteit dus reeds in het landschap aanwezig. Er is sprake van een uitbreiding op korte termijn met 3 holes en in de toekomst mogelijk een verdere uitbreiding. De omvang van de nadere uitbreiding in holes is nog niet bekend, wel zijn de gronden alvast bestemt als sport. De wijziging van het landschap is vanwege de reeds aanwezige golfbaan beperkt. In voorliggend plan is met een principeschets aangegeven hoe de landschappelijke inpassing op hoofdlijnen eruit zal zien. Bij de omgevingsvergunning voor de aanleg van de holes zal een gedetailleerde inrichtingsschets meegeleverd worden. Gezien de reeds aanwezige golfbaan is een visie op de gehele kernrandzone van beperkte meerwaarde.

Pagina 12 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht

Tot slot draagt het plan bij aan de visie van de provincie om in het landschap de biodiversiteit te vergroten. Door de inrichting van de baan met bomen en met (behoud van) landschappelijke elementen draagt het plan bij, zoals onder andere bedoeld met het beleid op houtopstanden, bij aan de biodiversiteit en verfraaiing van het landschap. Vrijetijdsbesteding Het beleid: “De mogelijkheid tot vrijetijdsbesteding is een belangrijk onderdeel van de leefbaarheid in steden, dorpen en buitengebied. Het provinciaal recreatie- en toerismebeleid is gericht op het realiseren van een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving waar recreanten en toeristen hun tijd door kunnen brengen. Ons beleid richt zich op de recreatiezones en -terreinen, het recreatief hoofd(route)netwerk, verblijfsrecreatie en toerisme en sport. We streven naar functiecombinaties met (het benutten van) natuur, cultuur, landbouw, erfgoed en klimaatadaptatie.” Voorliggend plan betreft de uitbreiding van de golfbaan. Het terrein wordt deels geopend voor recreatief medegebruik door middel van een openbaar wandelpad over het terrein die aansluit op de recreatieve routes in de omgeving. Levend landschap, erfgoed en cultuur Het plangebied maakt deel uit van het landschap Groene Hart.

Dit landschap wordt gekenmerkt door openheid, een (veen)weidekarakter met zijn strokenverkaveling en lintbebouwing, landschappelijke diversiteit en rust en stilte. Diverse gebieden in het Groene Hart zijn aanwezen als bijzonder agrarisch cultuurlandschap. De cultuurhistorische waarden liggen vooral in de aanwezige ontginningsstructuur, de boerderijlinten en het waterbeheersingssysteem. Het uitbreiden van de golfbaan gaat gepaard met de instandhouding van de verkaveling en het watersysteem. Daarnaast heeft de golfbaan een groene uitstraling en draagt het bij aan de openheid van het landschap. Hierdoor worden de kwaliteiten van het Groene Hart en het agrarische cultuurlandschap niet aangetast. Verder maakt het plangebied geen deel uit van lintbebouwing of een beschermd dorpsgezicht. Door middel van een landschapsinrichtingsplan wordt de landschappelijke kwaliteit gewaarborgd. Verder valt het plangebied in het gebied van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De cultuurhistorische waarde van de NHW ligt in het samenhangende systeem van het strategische landschap, het watermanagement en de militaire werken, de openheid en het groene en overwegend rustige karakter van het landschap. In het plangebied bevinden zich geen monumentale elementen van de linie. Daarnaast behoudt het landschap zijn open en groene karakter en wordt het watersysteem zo veel mogelijk intact gehouden.

3.3.1 Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht De Interim Omgevingsverordening vervangt bestaande verordeningen, zoals de ruimtelijke verordening, de milieuverordening, de natuur en landschapsverordening. De Interim Omgevingsverordening bevat instructieregels over taken en bevoegdheden van gemeenten en waterschappen. Daarnaast bevat de Interim Omgevingsverordening direct werkende regels. Dit zijn regels die rechtstreeks gelden voor bedrijven, burgers en andere initiatiefnemers bij het uitvoeren van een activiteit. De Interim Omgevingsverordening is op 1 april 2021 inwerking getreden en zal een looptijd hebben totdat de Omgevingswet van kracht is en de omgevingsverordening inwerking treedt. Planspecifiek Onderstaand zijn enkel relevante regels voor voorgenomen ontwikkeling opgenomen. Overstroombaar gebied Navolgende figuur laat zien dat het gehele plangebied is gelegen in een overstroombaar gebied. Met betrekking tot deze gronden stelt artikel 2.10 van de Interim omgevingsverordening dat een Pagina 13 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht

bestemmingsplan bestemmingen en regels bevat die rekening houden met overstromingsrisico's. Binnendijks is dit van toepassing op kwetsbare en vitale objecten en woonwijken en bedrijventerreinen. Buitendijks is dit ook van toepassing op individuele woningen en bedrijven. Door een goed bedachte locatiekeuze en inrichting kunnen gevolgen van een overstroming aanzienlijk beperkt worden. In dit kader is de ‘Handreiking Overstromingsrobuust Inrichten’ opgesteld. Voorliggend plan betreft geen kwetsbaar en vitaal object.

Figuur 5. Uitsnede kaart Overstroombaar gebied, plangebied aangeduid met gele marker(bron: provincie Utrecht).

Aandachtsgebied stiltegebied Het plangebied is gelegen in aandachtsgebied stiltegebied. Deze paragraaf is van toepassing op activiteiten die ervoor kunnen zorgen dat de ervaring van natuurlijke geluiden in een stiltegebied worden verstoord. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Aandachtsgebied stiltegebied bevat regels die rekening houden met de doelstellingen voor het geluidsniveau bedoeld in Artikel 9.24 Doelstelling voor het geluidsniveau in stiltegebied. Deze doelstelling betreft het bereiken en behouden van een 24-uursgemiddeld geluidsniveau LAeq,24h van ten hoogste 40 dB(A) in de Stille kern van stiltegebied en een 24-uursgemiddeld geluidsniveau LAeq,24h van bij voorkeur 40 dB(A) maar ten hoogste 45 dB(A) in de Bufferzone. Gezien de ligging van het plangebied ten opzichte van het stiltegebied en de bufferzone kan geconcludeerd worden dat voorgenomen ontwikkeling geen negatieve invloed heeft op bovengenoemde doelstelling. Bereikbaarheid en mobiliteit Al in een vroeg stadium (vóór het overleg, maar bij voorkeur al in de planvormingsfase) moet er voor de ontwikkelingen in de leefomgeving door middel van een mobiliteitsscan gekeken worden welke mobiliteitseffecten optreden, en of de mobiliteitstoets bij de voorgenomen ontwikkeling in de leefomgeving noodzakelijk is.

Om de noodzaak na te gaan, moet bij elk bestemmingsplan in een vroeg stadium het aantal verplaatsingen voor de verschillende vervoerwijzen duidelijk zijn. Het gaat om de vervoerwijzen die betrekking hebben op de omliggende verkeers- en vervoersnetwerken, zoals: het wegennet, openbaar-vervoernetwerk, fiets- en looproutes. Als er sprake is van een (relatief) groot aantal verplaatsingen of het vermoeden bestaat dat er zich een knelpunt gaat voordoen op omliggende verkeers- en vervoersnetwerken, is een mobiliteitstoets noodzakelijk. Voorgenomen ontwikkeling ziet toe op de uitbreiding van een golfbaan. Er worden geen knelpunten op het omliggende verkeers- en vervoersnetwerk verwacht, In paragraaf 4.10 wordt nader ingegaan op het aspect Verkeer en parkeren.

Pagina 14 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht

Tot slot is het plangebied gelegen in gebied dat aangewezen is voor een verbod op het dempen van oppervlaktewaterlichamen. In voorliggend plan dienen verschillende sloten tussen de agrarische percelen gedempt te worden om een bruikbare ruimte voor een golfparcours aan te kunnen leggen. De regels ten aanzien van oppervlaktewaterlichamen zijn gesteld met het oog op het behoud van landschappelijke, natuurwetenschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden. In paragraaf 2.3 is aangemerkt welke watergangen behouden zullen blijven in het kader van het behoud van de kenmerkende structuren van het polderlandschap. Bij de omgevingsvergunning voor de aanleg van de Holes zal dit definitief uitgewerkt worden met de principeschets in paragraaf 2.3 als uitgangspunt. Daarnaast dient tevens het waterschap het plan te beoordelen in t kader van de noodzakelijke watervergunning.

Gemeentelijk beleid 3.4.1 Vigerend bestemmingsplan Voor het plangebied is het vigerende bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Noord’ van de gemeente Stichtse Vecht van kracht. Het plangebied heeft de enkelbestemming ‘agrarisch met waarden’, wat bestemd is voor agrarische activiteiten waarbij het behoud en versterking en herstel van de aldaar voorkomende, dan wel daaraan eigen zijnde landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden worden meegenomen in de planontwikkelingen. Daarnaast heeft het plangebied de dubbelbestemming ‘cultuurhistorie 1’, die verbonden is aan het behoud en de versterking van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Verder heeft een klein gedeelte aan de oostzijde van het perceel de dubbelbestemming ‘archeologie 4’, waarbij niet dieper gebouwd kan worden dan 0,3 m. Daarnaast loopt er een gebiedsaanduiding over de noordwestelijke hoek van het plangebied, namelijk ‘vrijwaringszone – straalpad’. Binnen deze gebiedsaanduiding is het niet toegestaan om gebouwen hoger dan 44 m te plaatsen. Binnen de agrarische bestemming is de ontwikkeling van een sportvoorziening zoals een golfbaan niet toegestaan. De ontwikkeling kan planologisch mogelijk gemaakt worden door middel van het wijzigen van de bestemming. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hier in.

Figuur 6. Overzicht bestemmingsplan met in rood kader globaal het plangebied.

Pagina 15 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht

3.4.2 Omgevingsvisie Gemeente Stichtse Vecht – ’t beste van twee werelden Op 12 januari 2022 is de Omgevingsvisie van de gemeente Stichtse Vecht vastgesteld door de gemeenteraad. Het doel van de omgevingsvisie is: • • •

Aantrekkelijke, bereikbare en gezonde leefomgeving voor wonen, werken en recreëren. Versterken kwaliteit van cultuurhistorie, landschap en natuur. Inspelen op klimaatverandering en ruimte maken voor de energietransitie

In de visie wordt door middel van 7 thema’s ingegaan op actuele vraagstukken die spelen in de gemeente. Het gaat om: • • • • • • •

Gezondheid voor iedereen Ruimte voor de verstedelijkingsopgaven Goede bereikbaarheid in een steeds vollere regio Prettig leven in de kernen Ruimte voor recreatie Toekomstbestendig vitaal platteland Werken aan klimaatverandering

In de visie wordt geografisch onderscheid gemaakt tussen verschillende deelgebieden: de Langzame Vecht en de Snelle Vecht, de oostelijke en de westelijke veenweidegebieden en tot slot de grote kernen Breukelen, Maarssenbroek en Maarssen Dorp. Planspecifiek Het plangebied is onderdeel van het deelgebied Langzame Vecht. Het gebied van de Langzame Vecht heeft een hoge kwaliteit en aangenaam vestigingsklimaat. De Vecht dient als decor van het recreatielandschap en in dit deelgebied zijn dan ook veel voorzieningen te vinden voor recreatie en toerisme. Hierbij moet echter gelet worden dat de toenemende recreatiedruk niet zorgt voor overlast of negatieve leefbaarheidsaspecten in de dorpen. In voorliggend plan wordt het plangebied landschappelijk ingepast om de verstoring van het landschap zo klein mogelijk te laten zijn. Verder wordt een deel van het plangebied opengesteld voor recreatief medegebruik door middel van de aanleg van een openbaar wandel- en/of fietspad dat de dorpskern van Loenen en de dijk langs het Amsterdam-Rijnkanaal aan elkaar verbindt. Verder wordt aangegeven in het Rapport Trendlijnen dat het watersysteem van rivieren en afwateringssystemen de basis is van het cultuurlandschap. In voorliggend plan wordt beoogd om de bestaande waterlopen die kenmerkend zijn voor het polderlandschap, zo veel mogelijk in stand te houden.

Het plan sluit dan ook goed aan op de omgevingsvisie voor Stichtse Vecht. 3.4.3 Nota van uitgangspunten Op 3 maart 2020 heeft de gemeenteraad van Stichtse Vecht een nota van uitgangspunten vastgesteld voor de uitbreiding van de golfbaan. De nota heeft als doel transparantie te verlenen voor zowel initiatiefnemer(s) als inwoners van de gemeente. De nota heeft al belangrijkste voorwaarden: - Een goede landschappelijke inpassing - Het waarborgen van ruimtelijke veiligheid - Recreatief medegebruik en openbare toegankelijkheid In bijlage 1 is de nota opgenomen voor een uitgebreide omschrijving van de voorwaarden. Pagina 16 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht

Planspecifiek Bij de aanleg van de huidige golfbaan zijn de landschappelijke belangen gewaarborgd door het ontwerpproces te laten leiden door een landschapsarchitect in plaats van een golfbaanarchitect. In het ontwerpproces van de uitbreiding zal eveneens een landschapsarchitect betrokken worden. In paragraaf 2.3 Beeldkwaliteit zijn door middel van een principeschets de kaders beschreven waar het inrichtingsplan aan moet voldoen, zodat de landschappelijke waarden behouden blijven. Het ontwerp is in deze fase van de planontwikkeling nog enkel in de hoofdlijnen te beschrijven. Bij de uiteindelijke omgevingsvergunning voor de aanleg zal een landschapsplan geleverd worden. Dit landschapsplan is mede vereist doordat de gronden een dubbelbestemming Waarde – Cultuurhistorie 1 hebben. De nota vraagt eveneens om bij het ontwerp rekening te houden met de veiligheid van de golfers, recreanten, andere (mede)gebruikers, omwonenden en gebruikers van aangrenzende functies. De ruimtelijke veiligheid wordt gewaarborgd door in deze fase van de planontwikkeling kaders te stellen waarbinnen het plan ontwikkeld kan worden en vervolgens binnen deze kaders het plan uit te laten werken door een landschapsarchitect, wat beoordeeld zal worden bij de omgevingsvergunning.

Verder wordt een wandel- en/of fietspad aangelegd over de uitbreiding van de golfbaan van het dorp Loenen aan de Vecht naar de Oostkanaaldijk. Wandelaars en/of fietsers hebben met dit pad toegang tot gedeeltes van de golfbaan die niet direct voor de golfsport gebruikt wordt. In de verbeelding is dit pad vastgelegd met een aanduiding.

Pagina 17 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht

4 Milieutechnische uitvoerbaarheid Een bestemmingsplan moet voorzien in een goede ruimtelijke ordening, zoals de Wro ex art 3.1 stelt. De invulling van dit vereiste is in de jurisprudentie verder gepreciseerd. Onderstaand is per woon- en omgevingsaspect beoordeeld of en wat voor een wijziging er optreedt en of een goed woon- en leefklimaat voor zowel de omgeving als het plangebied zelf gegarandeerd is.

Milieueffectrapportage Toetsingskader Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r. gewijzigd en in lijn gebracht met de Europese richtlijn hieromtrent (nr. 85/337/EEG). Voor deze wetswijziging kon bij de vraag of er een MER moest worden gemaakt, dan wel een mer-beoordeling moest worden uitgevoerd, worden volstaan met een toets aan de activiteiten en de bijbehorende getalsmatige grenzen uit het Besluit m.e.r. (bijlage C en D). Omdat de Europese richtlijn geen getalsmatige grenzen kent voor mer-plichtige activiteiten, zijn deze getalsmatige grenzen niet meer 'hard', maar hebben ze meer een indicatieve waarde. Concreet betekent dit dat bij de vraag of er een m.e.r. of een mer-beoordeling dan wel een planmer moet worden uitgevoerd, niet zonder meer kan worden uitgegaan van de getalsmatige grenzen in kolom 2 van bijlage C en D, maar dat meer in algemene zin beoordeeld moet worden of er sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen, waardoor het opstellen van een MER noodzakelijk zou zijn. Een planmer is wettelijk verplicht wanneer: • Het plan kaders stelt voor activiteiten in het plangebied waarvoor een (project-)mer noodzakelijk is, dan wel waarvoor beoordeeld moet worden of een (project-)mer noodzakelijk is; • Een bestemmingsplan activiteiten mogelijk maakt die kunnen leiden tot significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden (dan is een passende beoordeling noodzakelijk).

Bij een planmer gaat het om besluiten uit kolom 3 van bijlage C en D van het Besluit m.e.r. Een project-mer of besluit-mer betreft een besluit op grond waarvan geen nader besluit mer- of (beoordelings-)plichtig besluit meer nodig is. Het plan schept dus geen kader meer voor een mer(beoordelings)plichtig besluit. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een bestemmingsplan wat in directe zin woningbouw mogelijk maakt waarvoor een mer-plicht geldt, of om een omgevingsvergunning voor het in werking hebben van een veehouderij (met aanzienlijke milieugevolgen). Het betreft hier besluiten uit kolom 4 van bijlage C en D van het Besluit m.e.r. De wetswijziging van 1 april 2011 heeft tot gevolg dat ook onder de drempelwaarden beoordeeld moet worden of een mer-procedure doorlopen moet worden. Dit geldt zowel voor besluiten uit kolom 4 als voor besluiten (plannen) uit kolom 3 (planmer). Ingeval het project onder de drempelwaarde valt is deze beoordeling vormvrij. Dit betekent dat deze beoordeling via de officiële mer-beoordelingsprocedure kan geschieden, maar in veel gevallen zal een beoordeling in de toelichting bij het plan voldoende zijn. Planspecifiek Uitgaand van het wijzigingsbesluit uit 1 april 2011 ten opzichte van het Besluit m.e.r. is van een m.e.r, een planmer of een vormvrije m.e.r beoordeling geen sprake voor voorliggend plan.

De planbeschrijving (hoofdstuk 2) en de milieutechnische uitvoerbaarheid (hoofdstuk 4) geven voldoende inzicht over de invloed van de voorgenomen ontwikkeling op de omgeving.

Pagina 18 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht

Bedrijven en milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen), worden hinder en gevaar beperkt of voorkomen en wordt het voor bedrijven of woonfuncties mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Om dit gestandaardiseerd te kunnen beoordelen zijn in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering richtafstanden opgesteld. Deze afstanden geven voor gemiddelde bedrijfssituaties aan op welke afstand geen hinder is te verwachten. De meer verfijnde afstemming voor de beperking of voorkoming van milieuhinder vindt vervolgens plaats in het kader van de Wet milieubeheer. In de brochure wordt onderscheid gemaakt in verschillende omgevingstypen. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor andere gebieden, zoals drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. De betreffende VNG-publicatie vormt geen wettelijk kader. De in de publicatie opgenomen afstanden betreffen richtafstanden. Planspecifiek Voorliggend plan betreft de uitbreiding van een golfbaan. Een golfbaan valt in de VNG-brochure onder categorie 931.H (2008).

Golfbanen vallen in milieucategorie 1 en hebben een richtafstand van 10 meter tot gevoelige bestemmingen. Aan alle zijden van het plangebied zijn geen gevoelige bestemmingen te vinden binnen een zone van 10 meter. Tevens vormt het inpassen van de bestemming voor omliggende bedrijven geen probleem omdat deze op ruime afstand van het plangebied liggen. Daarnaast vormt het aspect spuitzones geen belemmering omdat in de bestaande situatie op de aangrenzende gronden geen fruitteelt is toegestaan. Het aspect Bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor voorliggend plan.

Geluidhinder In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt ernaar gestreefd om de geluidhinder als gevolg van spoor-, wegverkeer of industrie te beperken. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er normen gesteld tot welke maximale geluidsniveaus geluidgevoelige functies belast mogen worden. De Wgh geeft tevens aan in welke situaties middels onderzoek aangetoond moet worden of aan deze normen voldaan kan worden. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening en bijbehorende jurisprudenties zijn aanvullende onderzoeksverplichtingen gesteld. Planspecifiek Voorliggend plan betreft geen realisatie van een geluidgevoelige bestemming. Het aspect geluidshinder vormt geen belemmering voor voorliggend plan.

Pagina 19 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht

Natuurbeheer Per 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De nieuwe Wet natuurbescherming (Natuurwet) voorziet in vereenvoudigde regels ter bescherming van de natuur, in decentralisatie van bevoegdheden naar provincies en in een goede aansluiting op het omgevingsrecht. Er wordt beter aangesloten op de Europese regelgeving en er wordt een duidelijker onderscheid gemaakt tussen soorten die Europees beschermd zijn en Nationaal beschermde soorten. Met de Wet natuurbescherming komt de bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij ruimtelijke ingrepen in principe bij de provincies te liggen. Dit is conform het bestuursakkoord natuur waarin is aangegeven dat de decentralisatie van de taken en bevoegdheden op het vlak van de natuurwetgeving haar beslag zal krijgen in de Wet natuurbescherming. Provincies nemen hiermee de taak over die tot nu toe werd uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Daarmee is de provincie bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en activiteiten (hierna genoemd ‘handelingen’) bij Natura 2000-gebieden (de gebiedsbeschermingsbepalingen) en dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag.

4.4.1 Flora en Fauna In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet bepaald worden of een plan geen nadelige effecten heeft voor beschermde plant- en diersoorten in en nabij het plangebied. Indien de ontwikkeling verstoring of uitroeiing van beschermde soorten kan inhouden dient onderzocht te worden of eventuele soorten aanwezig zijn. Wanneer dit het geval is moet tevens aangetoond worden middels welke ingrepen deze verstoring voorkomen wordt dan wel gecompenseerd. Planspecifiek Voorliggend plan betreft de uitbreiding en aanleg van een golfbaan. Hiervoor worden de agrarische gronden getransformeerd en zullen watergangen vergraven worden. Het vergraven van de watergangen kan voor beschermde soorten nadelige effecten opleveren. Om dit goed te beoordelen is er in 2022 een Ecologische QuickScan uitgevoerd, zie bijlage 2. De conclusie van het onderzoek luidt: De beoogde realisatie van nieuwe holes ten behoeve van de uitbreiding van het huidige golfterrein aan de Rijksstraatweg ong. te Loenen aan de Vecht is uitvoerbaar zoals bepaald in de Wro (art. 3.1.6 Bro). De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot aantasting van beschermde natuurwaarden (soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden). Derhalve is het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet noodzakelijk.

• Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (algemene zorgplicht); • Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. • Eventueel aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) voorafgaand aan de werkzaamheden gefaseerd verwijderen. Dit om grondgebonden dieren de kans te bieden zelfstandig de planlocatie te verlaten; • Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden; • De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel); Pagina 20 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht

• De beoogde dempwerkzaamheden leiden niet tot aantasting van functioneel leefgebied van beschermde vissoorten. Tijdens de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met de Algemene zorgplicht. De dempwerkzaamheden dienen in één werkrichting worden uitgevoerd om aanwezige vissen voldoende uitwijk mogelijkheden te bieden. Indien een watergang volledig wordt gedempt en er geen sprake is van uitwijkmogelijkheden dient, om het doden van individuen te voorkomen, de te dempen watergang afgevist te worden door een ecologisch deskundige. • De (kap)werkzaamheden opstarten of uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (indicatief medio maart t/m medio juli). Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties van algemene broedvogels ruim voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt of ontoegankelijk gemaakt te worden. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Als werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd die mogelijk resulteren in het wegnemen of verstoren van broedgevallen dient voor aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn. Het aspect soortenbescherming vormt geen belemmering voor voorliggend plan. De voorwaarden vanuit de zorgplicht als opgenomen in de notitie zullen opgevolgd worden.

Ten aanzien van de conclusie gebiedsbescherming wordt verwezen naar onderstaande paragraaf, waarin de mogelijke effecten nader zijn beoordeeld. 4.4.2 Natuurgebieden Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kunnen (extern) effect hebben op nabijgelegen natuurgebieden. De gebiedsbescherming in de Natuurbeschermingswet vindt plaats via de Natura 2000-gebieden met Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Daarnaast zijn de provincies verantwoordelijk voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit is de vroegere Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarische gebied. In het Natuurnetwerk Nederland liggen bestaande natuurgebieden (waaronder de 20 Nationale Parken) en nieuwe natuurgebieden, landbouwgebieden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer, alle Natura 2000-gebieden en alle grote wateren van Nederland (meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee). Stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden Op 15 juni 2015 is het Programma Aanpak Stikstof (PAS) vastgesteld. Het PAS bevat maatregelen die leiden tot een afname van stikstofdepositie en maatregelen die leiden tot een versterking van de natuurwaarden in de Natura 2000-gebieden. Een gedeelte van de toekomstige afname van stikstofdepositie kan vervolgens worden opgevuld door economische activiteiten die leiden tot een toename van stikstofdepositie.

In de praktijk blijkt echter dat de afname van stikstofdepositie als gevolg van de maatregelen niet gegarandeerd kan worden. Daarom heeft op 29 mei 2019 de Raad van State een uitspraak gedaan waarin de Raad oordeelt dat het PAS niet als basis voor toestemming voor activiteiten mag worden gebruikt. Het uitgangspunt is sindsdien nog steeds dat voor nieuwe initiatieven aangetoond moet worden dat er geen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofemissies en deposities ontstaan als gevolg van het initiatief. Het instrument waarmee de stikstof berekend kan worden is de AERIUS Calculator. Planspecifiek Bij voorgenomen planontwikkeling wordt een golfpark uitgebreid met ca. 14 ha. Het plangebied ligt niet in of naast een natuurgebied. Op ongeveer 1 km afstand ligt het Natura 2000-gebied de Oostelijke Vechtplassen en verder liggen de natuurgebieden Botshol en Naardermeer op respectievelijk 6 en 10 km afstand.

Pagina 21 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht

Figuur 7. Situering natuurgebieden, plangebied in rood kader (Bron: ODRU)

Het plangebied ligt in de nabijheid van Natura 2000-gebied de Oostelijke Vechtplassen. Er dient daarom een stikstofberekening te worden uitgevoerd voor de toename van het autoverkeer in de gebruiksfase van de golfbaan. Het aantal vervoersbewegingen in de gebruiksfase is gebaseerd op de verkeersgeneratiecijfers van het CROW. Voor een 18 holes golfbaan van 60 ha in het buitengebied is een verkeersgeneratie van 211,5 ritten bepaald. Voorliggende golfbaan beslaat incl. de uitbreiding 38 ha. Voor de gebruiksfase van de golfbaan komt het aantal voertuigbewegingen van en naar de planlocatie op: 38ha/60ha = 0,63, 0,63*211,5 = 133,95 vervoersbewegingen per etmaal. In de calculator worden de vervoersbewegingen van de woningen als licht verkeer per dag ingevoerd. De conclusie van de Aeriusberekening is dat er geen overschrijding is van de norm van 0,00 molha/j op nabijgelegen Naturagebieden, zie tevens bijlage 3. Het aspect Natuurgebieden vormt op basis van bovenstaande conclusies geen belemmering voor voorliggend plan.

Erfgoedbeheer Het archeologisch en cultuurhistorisch erfgoed wordt binnen Nederland als waardevol beschouwd. De Erfgoedwet, vastgesteld in 2016, regelt op welke wijze omgegaan dient te worden met archeologisch erfgoed in Nederland. In 1992 ondertekende Nederland mede het zogenaamde Verdrag van Valetta (Malta). Dit verdrag heeft als doel de bescherming van het archeologisch erfgoed van Europa te bevorderen. In Nederland heeft dit geleid tot een herziening van de toenmalige Monumentenwet 1988 alsmede een aanvulling op of wijziging van bepaalde artikelen in enkele andere wetten. Deze Wijzigingswet is beter bekend als de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ), die op 1 september 2007 van kracht werd. Vanaf de inwerkingtreding van deze (wijzigings-)wet zijn gemeenten verplicht rekening te houden met archeologische waarden in de bestemmingsplannen. Deze wetten zijn vervangen door de Erfgoedwet, echter overgangsrecht in de Erfgoedwet regelt dat bepaalde bepalingen uit de Monumentenwet (die dus niet in de Erfgoedwet staan) nog van kracht zijn tot de Omgevingswet van kracht is.

Pagina 22 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht

Planspecifiek Archeologie Archeologisch onderzoek is noodzakelijk wanneer in de ondergrond archeologische waarden worden verwacht en de planontwikkeling aantasting van deze waarden in zal houden. Het plangebied heeft op een klein gedeelte de aanduiding Archeologie 4 waar dus in de gronden archeologische waarden kunnen worden verwacht. Verder zullen voor het plan watergangen vergraven worden.

Figuur 8. Overzichtskaart Archeologie van de ODRU. Plangebied globaal aangeduid met rood kader. Het informatiekader geeft toelichting op het deelgebied met archeologische waarde.

Op de archeologische waardenkaart van de gemeente staat dat het overgrote merendeel van de gronden archeologisch lage waarden heeft. Het gedeelte met de lage archeologische waarden is in het vigerende bestemmingsplan ook geen dubbelbestemming Waarde – Archeologie opgenomen. Op het gedeelte van de gronden waar de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4 aangegeven is mag er niet meer dan 500 m2 of dieper dan 0,3 m worden gegraven. Zoals beschreven in paragraaf 2.3 is het gedetailleerde inrichtingsplan nog niet gereed als onderdeel van het bestemmingsplan maar zal bij de omgevingsvergunning voor de aanleg van de baan aangeleverd worden. Zoals aangegeven wordt nagestreefd om ter plaatse van de aanduiding Waarde – Archeologie 4 niet in de grond graafwerkzaamheden uit te voeren. Ter plaatse van deze aanduiding is, afhankelijk van het definitieve inrichtingsplan, eventuele kustmatige ophoging wel mogelijk. Ophoging zal de archeologische waarden niet aantasten. Met dit uitgangspunt wordt archeologisch onderzoek niet noodzakelijk geacht. In voorliggend bestemmingsplan is de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 4 opgenomen om bij toekomstige planontwikkelingen deze waarden altijd afdoende te blijven beschermen. Cultuurhistorisch landschap Verder hebben de gronden een cultuurhistorische dubbelbestemming in verband met de bescherming van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Volgens de kaart 15 van de provinciale omgevingsvisie valt het plangebied niet in een zone met specifieke elementen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie met een beschermde status.

Pagina 23 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht

Figuur 9: Kaart 15 uit de provinciale omgevingsvisie met plangebied nabij pijl.

Agrarisch cultuurlandschap Verder zijn de gronden van het plangebied aangeduid als ‘agrarisch met waarden’, waarbij het behoud en versterking van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden belangrijk zijn. In voorliggend plan wordt bij de herinrichting van het gebied aangesloten op de bestaande verkavelingsstructuur van het cultuurhistorische polderlandschap. Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor voorliggend plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2061/documents/44774