Toegevoegd - Vragen commissie Fysiek Domein over RES 1.0. docx_EvW-YV-VB 21-9-2021 (003).pdf
Tekst van het document
Vragen commissie Fysiek Domein 7-9-2021 over de RES 1.0
21-9-2021
1. Waarom komt er een regionaal uitvoeringsplan en wat zijn daarvan de elementen? Hoe verhoudt dat plan zich tot de Omgevingsvisie/Omgevingsprogramma’s? Elke RES-regio heeft de RES 1.0 opgesteld en de meeste zijn nu bezig met een (regionaal) uitvoeringsprogramma. In sommige regio’s is er al een uitvoeringsprogramma. De RES 1.0 is een stap in een opgave voor de komende twee decennia. Om de RES 1.0 te kunnen uitvoeren en het vervolg te kunnen invullen, wordt een regionaal uitvoeringsprogramma opgesteld. De uitvoering van de RES 1.0 ligt primair bij de deelnemende overheden (denk bijvoorbeeld aan de ruimtelijke procedures voor zonnevelden). Het regionaal uitvoeringsprogramma gaat in op de activiteiten die regionaal worden opgepakt: a. Uitvoering geven aan de thema’s, zoals elektriciteit en warmte; b. Het monitoren en afstemmen van zonne- en windprojecten; c. Het voorbereiden van de RES 2.0, inclusief het uitvragen en laten uitvoeren van innovatieve kansen, het onderzoeken en concrete uitwerken van nieuwe mogelijkheden voor de energietransitie; d. De communicatie met en het behartigen van regionale belangen bij in ieder geval het Nationaal Programma RES en het Rijk; e. Een coördinerende rol bij projecten zoals zon-op-dak vanwege schaalvoordeel of grote onderlinge afhankelijkheden; f.
Het aansluiten van onze RES op het REP en het integraal afstemmen van ruimtelijke opgaven met gemeenten en provincies; g. Het zo goed mogelijk inzetten op de beschikbare netcapaciteit van Stedin en de netbeheerder inzicht geven in de noodzakelijke toekomstige investeringen in de RES U16; h. De communicatie en het samenwerken met regionale stakeholders; i. Transitievisies warmte, de Regionale Structuur Warmte en ontwikkelingen rond duurzame technieken en besparing. In de Startnotitie ontwerp-RES hebben alle deelnemende overheden afgesproken om instrumenten als omgevingsvisies en -plannen in te zetten bij het behalen van de doelen van de RES. Pas na uitwerking van de RES 1.0 in deze instrumenten is er sprake van een juridische status. De RES is als lokale opgave duurzame elektriciteit opgenomen in de Omgevingsvisie. Ook zijn de zoekgebieden zonne-energie opgenomen in de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie is een beleidsmatig stuk en staat los van het uitvoeringsprogramma RES 1.0. Op basis van de Omgevingsvisie zullen de keuzes worden gemaakt over de toekomstbestendigheid van onze gemeente ten aanzien van o.a. wonen, bedrijvigheid, economie en energie. Er zijn twee opdrachten, die onderdeel uitmaken van de op te stellen Omgevingsprogramma’s, namelijk de opdracht voor de realisatie van duurzame energie en die voor het uitvoeringsplan zonnevelden.
Deze gaan dus onderdeel uitmaken van de Omgevingsprogramma’s, die volgend jaar opgesteld worden. 2. Hoe zit het met het groene bolletje op pagina 45 van de RES 1.0? Staat dat voor een datacenter? Nee, dat is geen datacenter, Het groene bolletje in het midden van gemeenten staat voor de potentiële hoeveelheid biomassa. Het gaat niet om een toekomstig datacenter. De legenda wordt alleen aangepast indien deze in een later proces weer gebruikt zal worden. 3. Waarom wordt biomassa meegenomen in de RES, terwijl het geen goede techniek is? Biomassa wordt gezien als een transitiebron, die fossiele brandstoffen (deels) kan vervangen tot er volledig schone alternatieven op grote schaal worden toegepast. Biomassa wordt gerekend tot hernieuwbare energie, omdat geoogste planten en bomen weer terug groeien, waarmee
grondstoffen niet worden uitgeput. Echter bij het verbranden van biomassa komt CO2 vrij – net als bij fossiele brandstoffen. Daarom beschouwen we de verbranding van biogrondstoffen als de minst favoriete duurzame bron binnen de regio, maar zijn aanwezige biomassacentrales wel meegenomen in de RES 1.0 (hierbij gaat het o.a. om mest, bermmaaisel en houtresten). 4. Waarom worden andere technieken, zoals aquathermie, geothermie etc., niet meegenomen in de RES? De genoemde technieken maken onderdeel uit van de RES ten behoeve van de warmteopgave. De RES opgave bestaat enerzijds uit het opwekken van duurzame elektriciteit (het regionaal bod van 1.8 TWh) en anderzijds uit de warmteopgave (Regionale Structuur Warmte). Aardwarmte en warmte uit water (aquathermie, geothermie etc) worden in Nederland vooral gebruikt om gebouwen te verwarmen en niet voor het omzetten in elektriciteit. 5. Kan de informatie in de RES 1.0 geactualiseerd worden? Volgens raadsleden wordt er gebruik gemaakt van verouderde informatie. Op www.duurzameopwek.nl zijn meer actuele gegevens beschikbaar en bestaat er een veel gunstiger beeld ten aanzien van de gerealiseerde duurzame energie tot nu toe. De primaire bron van informatie in de RES 1.0 is de eigen opgave van de betrokken gemeenten. Daarnaast is gebruik gemaakt van de gegevens van de Klimaatmonitor (CBS) en de projectenlijst van de subsidieregeling SDE+.
Dit zijn de meest gebruikte en actuele data over duurzame energie in Nederland. De informatie betreft overigens altijd een momentopname. Energieopwek.nl maakt deel gebruik van de gegevens van het CBS en deels van andere bronnen en geeft op basis van modellen een overzicht van actuele (real time) opwek van duurzame energie in Nederland. De informatie verandert dus steeds en is daarmee onbruikbaar als bron voor de RES 1.0. Verder vindt in regionaal verband continue monitoring plaats van de gerealiseerde duurzame opwek en in het vierde kwartaal van dit jaar komt de volgende versie van de netimpactanalyse van Stedin. In het kader van de RES hebben we te maken met een permanent proces van nieuwe inzichten, nieuwe technieken en wijziging van beschikbare cijfers. In het volgende kwartaal ziet u dit terug in de volgende versie van de netimpactanalyse, die een basis zal vormen voor de RES 2.0 waar volgend jaar aan wordt gewerkt. 6. Hoeveel bedragen de kosten van de energietransitie? Het is van belang actie te ondernemen om klimaatverandering tegen te gaan. We moeten voorkomen in de toekomst als samenleving met zeer hoge kosten geconfronteerd te worden.
Zoals aangegeven in het raadsvoorstel verwachten we voor de RES U16 met name proceskosten en dat zijn dezelfde kosten als voorheen (bijdrage aan de RES-regio U 16 0,27 per inwoner) naast ambtelijke capaciteit (van RO en Omgevingskwaliteit voor de verlening van de Omgevingsvergunningen voor de zonnevelden. We zijn in afwachting van de exacte verdeling van de Klimaatgelden, die zojuist bekend zijn gemaakt op Prinsjesdag. Deze zijn bedoeld om de kosten van, onder andere, de RES te dekken. In regio Rotterdam heeft Stedin gevraagd of de gemeenten willen bijdragen aan de kosten voor uitbreiding van de netcapaciteit. De raadsleden willen voorkomen dat de inwoners en bedrijven voor extra kosten komen te staan door o.a. verzwaring van de netcapaciteit. Tot nu toe zijn er geen signalen dat Stedin een financiële bijdrage gaat vragen aan de U 16- gemeenten. Ten aanzien van de ontwikkeling van de zonnevelden is op te merken dat deze kosten voor rekening komen van de initiatiefnemers. Er zullen dus geen kosten afgewenteld worden op inwoners en bedrijven in Stichtse Vecht. Het aardgasvrij maken van woningen komt aan de orde in de Transitievisie warmte, die in december bij uw raad ter besluitvorming voorligt. Dit betreft een separaat proces ten opzichte van de energietransitie in het kader van de RES.
7. Wat kost de energietransitie aan uitvoeringscapaciteit? Het is wat lastig in te schatten hoe de procedures voor Omgevingsvergunning voor de zonnevelden gaan verlopen (bezwaarschriften wel of niet etc.). Indien u het uitvoeringsplan zonnevelden vaststelt in december 2021 verwachten wij vanaf volgend jaar 1 fte op jaarbasis voor bestemmingsplanwijzigingen/verklaring van geen bedenkingen en verlening Omgevingsvergunningen. Daar staan uiteraard legesinkomsten tegenover en we verwachten kosten te dekken uit de Klimaatgelden. Ten aanzien van de Transitievisie warmte heeft u zaken aangegeven, die verder uitgewerkt moeten worden. Aan de hand van de keuzes die u maakt tijdens de raadsvergadering in december 2021, wanneer de Transitievisie warmte opnieuw aan de orde komt, kunnen wij voor het jaar 2022 berekeningen maken over de benodigde capaciteit voor het opstellen en uitvoeren van uitvoeringsplannen en communicatie. 8. Een aantal raadsleden is het er nog steeds niet mee eens dat zon op dak van particulieren niet meegeteld mag worden bij de RES-opgave. Mag zon op dak van ZZP’ers wel meegeteld worden? Alleen als het gaat om grootschalig zon-pv op daken (> 15 kWp). Of het om ZZP’ers gaat doet niet ter zake. Van belang is dat kleinschalig zon op dak (bij particulieren) al in een ander deel van de doelstelling is verwerkt (7 Twh op landelijk niveau).
Als kleinschalig zon op dak toch meegenomen gaat worden in de regionale doelstelling van 1,8 TWh, dan moet elke gemeente in de regio U 16 ook hieraan bijdragen en wordt dit een extra opgave. 9. Waarom worden kerncentrales niet meegenomen bij de RES 1.0? Zie de aangenomen motie in SV van 1 oktober 2019. Kernenergie is mogelijk een oplossing vanaf 2030 en niet tot 2030. De rijksoverheid heeft momenteel al drie locaties aangewezen waar eventueel een kerncentrale gebouwd kan worden (bij Borsele, op de Maasvlakte en bij de Eemshaven). Maar op dit moment zijn er geen bedrijven die hierin willen investeren. Bovendien is het niet mogelijk om een kerncentrale of thoriumreactor te bouwen vóór 2030. Bij de bouw van kerncentrales in het buitenland zien we grote kostenoverschrijdingen en jarenlange vertraging. De rijksoverheid is het bevoegd gezag voor het vergunnen van een kerncentrale of thoriumreactor. De Minister van Economische Zaken en Klimaat heeft hierover op 2 maart 2021 een brief gestuurd aan de Tweede Kamer naar aanleiding van Kamervragen. De RES gaat daarom in op oplossingen die wel binnen onze invloedssfeer en binnen de mogelijkheden van de regio liggen. 10.
Wat gebeurt er als we de RES 1.0 niet vaststellen? Uw raad heeft in september 2020 de lokale opgave duurzame elektriciteit vastgesteld en is daarmee gehouden om 0,1 TWh in 2030 en 0,2 TWh in 2040 te realiseren binnen het grondgebied van de gemeente Stichtse Vecht. Ook heeft u in december 2020 het beleidskader zonnevelden vastgesteld, waardoor u de basis heeft gelegd om uitvoering te kunnen geven aan deze vastgestelde lokale opgave. Daarnaast maakt de gemeente Stichtse Vecht onderdeel uit van de regionale samenwerking in de U16. Dit betekent o.a. dat er bestuurlijke afspraken gelden in het kader van de energietransitie en dat de gemeente hieraan gehouden is. De regio rekent erop dat de gemeente Stichtse Vecht de genoemde 0,1 TWh in 2030 en 0,2 TWh in 2040 gaat leveren.
Verder is in regionaal verband afgesproken dat na de besluitvorming in de gemeenteraden, algemeen besturen van de waterschappen en Gedeputeerde Staten gezamenlijk bestuurlijk gekeken wordt hoe om te gaan met alle besluitvorming, amendementen en moties. Mocht u de RES 1.0 niet vaststellen, dan zal in dit overleg afgestemd worden hoe de deelnemers in de samenwerking hiermee om willen gaan. Daarbij is van belang wat de overwegingen zijn om niet vast te stellen. Moet de verwerping van de RES 1.0 gezien worden als een terugtrekking uit de RES samenwerking? Of is het een verwerping op onderdelen en is bijvoorbeeld hernieuwde aansluiting bij de RES 2.0 denkbaar? Er zijn verschillende overwegingen denkbaar, die afgewogen moeten worden. 11. Is er binnen de U 16 gesproken over plannen en projecten en is er een MER-verplichting van toepassing op de RES: hoe wordt hiermee omgegaan? Binnen de U 16 zijn de gerealiseerde projecten en pijplijnprojecten op het gebied van duurzame energie in kaart gebracht en die zijn opgenomen in de RES 1.0. De grotere projecten voor het duurzaam opwekken van elektriciteit die uit de RES 1.0 voortvloeien, zullen veelal MER-plichtig zijn. De RES 1.0 zelf is dat niet. Na het vaststellen van de RES 1.0 werken we regionaal uit hoe we omgaan met het instrument milieu-effectrapportage.
Welke MER-vorm is het meest geëigend: een projectgebonden MER of bijvoorbeeld een plan-MER? Gezamenlijk onderzoek naar milieu- en natuureffecten kan meerwaarde hebben voor overkoepelende thema’s. In Stichtse Vecht wordt momenteel een plan van aanpak MER-plicht opgesteld, waarbij de diverse varianten van de MERplicht worden uitgewerkt. Dit plan van aanpak ligt volgend jaar voor ter besluitvorming samen met de Omgevingsprogramma’s. 12. Waarom is de motie van de PVV van oktober 2019 niet in het overzicht van bijlage 12 meegenomen (PVV)? De motie van de PVV (Onderzoek rol kernenergie) ging om een motie op de Startnotitie Regionale Energie Strategie, die op 2 oktober 2019 is vastgesteld. Bijlage 12 is een notitie van de moties en amendementen op de ‘Ontwerp RES inclusief bod’ waar uw raad op 29 september 2020 mee ingestemd heeft. De motie is in regionaal verband besproken en de ontwikkelingen op het gebied van kernenergie worden actief gevolgd. Zie ook vraag 9. Voor overige vragen kunt u de opgestelde Q en A van de RES-regio U 16 raadplegen (zie bijlage) en de bijeenkomst terugzien, die onlangs over de RES 1.0 is georganiseerd voor de gemeenteraden in de U 16. De video van deze bijeenkomst staat op www.energieregioutrecht.nl/achtergrond. Ook is er een directe link op youtube: Bijeenkomst 1 september - YouTube.
Ter informatie zenden wij u ook de brief over de benutting van rijksgronden voor duurzame energie (OER-programma). Zie de bijlage.