CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische vraag + antwoord GL inzake Programmabegroting.pdf

Commissie Bestuur en Financiën 23 oktober 2024, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 3: Programmabegroting 2025864 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beste Stephan, Van de griffie ontving ik jouw vragen over de begroting. Zie onderstaand onze antwoorden. Mijn vraag is: Klopt het dat de subsidies in 2025 worden geïndexeerd met ongeveer 3%? Antwoord: De 3,1% is een gemiddeld inflatiepercentage (opgebouwd uit stijging loon- en prijzen) die we in onze begroting 2025 voor het jaar 2025 (van prijspeil 2024 naar 2025) hanteren. Over het ‘geheel van de subsidies’ is 3,1% gehanteerd om het beschikbare budget voor subsidie als geheel te verhogen. Uitgangspunt is daarmee dat de subsidies gemiddeld met 3,1% stijgen in 2025. En is deze indexatie van toepassing op alle subsidies, inclusief op de subsidies die worden verstrekt aan de partijen in de sociale basis? Antwoord: 3,1% indexering betekent niet dat alle subsidies automatisch met 3,1% worden geïndexeerd. Op grond van de individuele subsidieaanvragen 2025 van partijen gaan we zien wat verschillende partijen nodig hebben. Zie verder het antwoord op onderstaande vervolgvraag. Mijn vervolgvraag is: In hoeverre is rekening gehouden met de kostenstijgingen van o.a. de partijen in de sociale basis tussen 2023 en 2025? Voor welzijn- en maatschappelijk werk geldt bijvoorbeeld obv het CAO dat er in 2023 een loonkostenstijging van 9% was. In 2024 was er een stijging van 8% en in januari 2025 komen er twee periodieken bij.

Ook volgt er een nieuw CAO vanaf augustus, waar men rekening houdt met een loonkostenstijging van 6%. Al met al zijn volgens deze berekening de loonkosten tussen 2023 en 2026 gestegen met 21% en ik ben benieuwd naar de indexatie die daar tegen over staat tussen 1 januari 2023 en 31 december 2025, om vast te stellen of er effectief sprake is van een bezuiniging of niet. Sommige gemeenten hebben ervoor gekozen om de subsidies aan partijen in de sociale basis hoger te indexeren om deze kostenstijgingen te kunnen dekken (waar een index geldt dat bestaat uit huisvestingskosten en personele lasten), vanuit het idee dat men een beweging richting het voorveld wilt maken en ik probeer in te schatten of we daar vanuit de raad ook een voorstel voor moeten doen in dit kader. Je zou kunnen zeggen dat mijn vraag is: Denken jullie dat een hogere indexering nodig is voor de partijen in de sociale basis om de huidige inzet te kunnen continueren, of is dat onnodig, bijvoorbeeld, omdat partijen voldoende gecompenseerd zijn? Antwoord: Op grond van de individuele subsidieaanvragen 2025 van partijen gaan we zien wat verschillende partijen nodig hebben. Het kan zijn dat een partij minder stijging nodig heeft en een andere partij meer stijging.

Dat is vooral afhankelijk van de samenstelling van de kosten bij die partijen (verhouding tussen kosten waar CAO verhoging op van toepassing is, waar stijging afhankelijk is van prijsstijgingen van producten en diensten en kosten die niet verhogen, zoals de afschrijving op investeringen uit het verleden). Naast het subsidiebudget is er ook budget vanuit de compensatieregeling huur en energie dat – indien nodig – ingezet kan worden. Met vriendelijke groet, Ilse Avontuur Strategisch adviseur Sociaal Domein

22-10-2024 Beste griffie, Gister had ik, tijdens het technisch vragenuur, een aantal vragen over de indexatie zoals benoemd in de programmabegroting. Mij is gevraagd deze vragen voor te leggen per mail aan de griffie, aangezien het te specifiek was. Mijn vraag is: Klopt het dat de subsidies in 2025 worden geïndexeerd met ongeveer 3%? En is deze indexatie van toepassing op alle subsidies, inclusief op de subsidies die worden verstrekt aan de partijen in de sociale basis? Mijn vervolgvraag is: In hoeverre is rekening gehouden met de kostenstijgingen van o.a. de partijen in de sociale basis tussen 2023 en 2025? Voor welzijn- en maatschappelijk werk geldt bijvoorbeeld obv het CAO dat er in 2023 een loonkostenstijging van 9% was. In 2024 was er een stijging van 8% en in januari 2025 komen er twee periodieken bij. Ook volgt er een nieuw CAO vanaf augustus, waar men rekening houdt met een loonkostenstijging van 6%. Al met al zijn volgens deze berekening de loonkosten tussen 2023 en 2026 gestegen met 21% en ik ben benieuwd naar de indexatie die daar tegen over staat tussen 1 januari 2023 en 31 december 2025, om vast te stellen of er effectief sprake is van een bezuiniging of niet.

Sommige gemeenten hebben ervoor gekozen om de subsidies aan partijen in de sociale basis hoger te indexeren om deze kostenstijgingen te kunnen dekken (waar een index geldt dat bestaat uit huisvestingskosten en personele lasten), vanuit het idee dat men een beweging richting het voorveld wilt maken en ik probeer in te schatten of we daar vanuit de raad ook een voorstel voor moeten doen in dit kader. Je zou kunnen zeggen dat mijn vraag is: Denken jullie dat een hogere indexering nodig is voor de partijen in de sociale basis om de huidige inzet te kunnen continueren, of is dat onnodig, bijvoorbeeld, omdat partijen voldoende gecompenseerd zijn? En voor een eventuele dekking: kan het weerstandsbudget hiervoor worden aangewend? Dit is de eerste keer dat ik technische vragen stel dus misschien doe ik iets niet goed (niet specifiek genoeg of juist te specifiek) dus corrigeer mij vooral indien nodig :) Alvast bedankt, Met vriendelijke groet, Stephan van den Berg Commissielid namens Groenlinks

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2603/documents/56722