StVecht_schulden_klikbaar vs6.pdf
Tekst van het document
Samen in actie tegen armoede en schulden Minima- en schuldhulpverlenings beleid 2021-2024
M volgende
Inhoud
Publieksversie
Bijlagen
Inleiding
Ontwikkelingen
Feiten en cijfers
Waar staan we voor?
4
7
12
18
Regelingen
Meten en effecten
Financiën
27
31
34
vorige
Minima- en schuldhulpverleningsbeleid 2021-2024
volgende
Voorwoord
Stichtse Vecht wil een gemeente zijn waarin iedereen kan meedoen. De financiële situatie van inwoners kan er voor zorgen dat niet iedereen in onze gemeente daartoe in staat is. Ook kan financiële nood zorgen voor problemen op andere gebieden, zoals gezondheid of het vinden of behouden van een baan. We willen financiële belemmeringen van onze inwoners zoveel mogelijk voorkomen en wegnemen waar mogelijk. Daarom ben ik blij dat dit beleidsplan is opgesteld. Het geeft handen en voeten aan ons uitgangspunt om iedereen in onze gemeente mee te laten doen. We beschrijven hoe wij inwoners die het niet breed hebben, schulden hebben of in armoede leven ondersteunen.
In deze aanpak staan we niet alleen, maar we doen het samen met een groot aantal waardevolle maatschappelijke organisaties en betrokken inwoners. Het is mooi om te merken dat er zoveel saamhorigheid is om te werken aan een Stichtse Vecht waarin mensen centraal staan en iedereen de kans krijgt om een eerlijk en fatsoenlijk bestaan op te bouwen. Ik heb er vertrouwen in dat we met de doelstellingen en activiteiten uit dit beleidsplan veel inwoners kunnen helpen naar een (financieel) gezonde toekomst. Maarten van Dijk wethouder Werk & Inkomen, Economie en Leefomgeving
We kiezen voor een aanpak waarbij we zo snel mogelijk stabiliteit en rust creëren. We gaan investeren in voorlichting, preventie en het vroegtijdig signaleren van schulden, zodat financiële problemen niet onnodig verder escaleren. We vinden het belangrijk dat alle kinderen dezelfde kansen hebben om hun talenten te ontplooien, ongeacht het inkomen van hun ouders. Met het kindpakket zorgen we ervoor dat ieder kind mee kan doen met sporten, schoolreisjes of zwemles, ook als hun ouders een niet zo goed gevulde portemonnee hebben.
vorige
Minima- en schuldhulpverleningsbeleid 2021-2024
volgende
Inleiding
vorige
Minima- en schuldhulpverleningsbeleid 2021-2024 Inleiding
I
volgende
5
Inleiding Aanleiding - Schuldhulpverlening is een wettelijke taak voor gemeenten en in het kader van deze wettelijke taak moet iedere gemeente een beleidsplan opstellen. Ons huidige beleidsplan schuldhulpverlening gaat over de periode 2016 tot 2020. Een nieuw beleidsplan is dus nodig. Daarnaast is het minimabeleid de laatste jaren op losse onderdelen gewijzigd als gevolg van autonome ontwikkelingen of bestuurlijke ambities. Deze aanpassingen zijn in een tijdspad van jaren gedaan. Een herijking is nodig om het minima- en het schuldhulpverleningsbeleid aan te passen aan de huidige samenleving en (wettelijke) kaders, waaronder het Integraal Beleidskader Sociaal Domein (IBK) en het Collegewerkprogramma 2018-2022 (CWP).
Het minimabeleid en het schuldhulpverleningsbeleid hebben veel raakvlakken. Er is een overlap in de doelgroep en de inzet of inspanningen vanuit deze terreinen kunnen in elkaars verlengde liggen en elkaar versterken. Soms voorkomen we door de inzet van minima-voorzieningen dat er schulden ontstaan, soms biedt een voorziening uit het minimabeleid verlichting in problematische (financiële) situaties. Vanwege deze raakvlakken leggen we het nieuwe minima- en schuldhulpverleningsbeleid in één nota vast.
De invloed van corona Op het moment van schrijven van deze nota waart over heel de wereld het coronavirus rond, zo ook in Stichtse Vecht. Een ingrijpende gebeurtenis voor onze inwoners, onze partnerorganisaties, ondernemers en de gemeente zelf. Echter zien wij ook dat partijen hun samenwerking intensiveren en dat er mooie initiatieven ontstaan om de inwoners van Stichtse Vecht zo goed mogelijk bij te staan in deze moeilijke tijd. Ook zorgt de coronacrisis er voor dat maatschappelijke organisaties signaleren waar de (schuld-) hulpverlening beter kan of moet. Het kabinet heeft een omvangrijk steunpakket ingesteld om zelfstandig ondernemers, werkgevers en werknemers te ondersteunen en het aantal ontslagen en faillissementen zoveel mogelijk te beperken. Ondanks deze maatregelen wordt de komende jaren een toename van het aantal mensen met een uitkering, een lager inkomen en/of schulden verwacht. Het steunpakket is als tijdelijke ondersteuning gepresenteerd, maar door de aanhoudende crisis is dit
vorige
Minima- en schuldhulpverleningsbeleid 2021-2024 Inleiding
pakket de afgelopen maanden meerdere keren verlengd. Eind 2020 is een aanvullende regeling aangekondigd voor inwoners die tussen wal en schip vallen. Hoe de steunmaatregelen van het kabinet zich de komende tijd ontwikkelen blijft onzeker. Het zorgt voor een constant wisselende situatie, waarop we ons moeten blijven aanpassen. Sommige acties uit dit plan hebben extra en/of nieuwe werkzaamheden tot gevolg, andere activiteiten zijn er juist op gericht de druk op de (gemeentelijke) uitvoering te verlichten. De gevolgen van de corona-crisis brengen ook op dit vlak onzekerheden met zich mee. We weten niet hoe groot de toestroom van cliënten in de toekomst is. Dit kan gevolgen hebben voor het tempo waarin we de acties kunnen realiseren. In de uitvoering van het plan hebben we voortdurend en nadrukkelijk aandacht voor de beschikbare capaciteit en organisatorische ontwikkelingen.
De aanpak Er zijn twee aparte startnotities vastgesteld door het college en gedeeld met de gemeenteraad. Uitgangspunt bij deze notities was een nauwe en zorgvuldige afstemming van beide processen en om daar waar mogelijk gezamenlijk op te trekken vanwege de inhoudelijke raakvlakken. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat één nota is opgesteld voor beide onderwerpen. In een vroeg stadium is gesproken met een aantal ketenpartners waaronder Leef Maatschappelijke Dienstverlening, de Voedselbank en Stichting Leergeld. Ook de Adviesraad
volgende
6
Sociaal Domein heeft bij de start input geleverd. Uiteraard hebben we ook input opgehaald bij collega’s in de organisatie, waaronder de junior adviseurs. Hen is gevraagd input te leveren voor en over de doelgroepen kinderen en jongeren.
Een eerste concept versie is voorgelegd aan een maatschappelijke partner en de Adviesraad Sociaal Domein. Het definitieve concept van de nota is vervolgens formeel voor advies voorgelegd aan de Adviesraad Sociaal Domein, voordat het plan ter besluitvorming is aangeboden aan het college en de gemeenteraad.
Diverse informatiebronnen zijn gebruikt om een goed beeld te vormen van zowel de landelijke als lokale situatie. Voorbeelden hiervan zijn de Minima-effectrapportage uit 2017, het Rekenkameronderzoek (d.d. 2015), het cliëntervaringsonderzoek van Werk & Inkomen (2019) en de terugblikken op het beleid van de afgelopen jaren. Deze input en die afkomstig uit de gevoerde gesprekken vormt, samen met het Integraal Beleidskader Sociaal Domein en het Collegewerkprogramma 2018-2022, de basis voor dit plan. De commissie Sociaal Domein is in oktober 2020 gevraagd input te leveren via een peilnotitie, waarin de voorlopige speerpunten zijn geformuleerd. De input van de commissie is gebruikt om dit plan verder te ontwikkelen. Er zijn gesprekken gevoerd met inwoners die zelf ervaringen hebben opgedaan met het gemeentelijk minima- en schuldhulpverleningsbeleid, dan wel nauw betrokken zijn bij inwoners die hiermee te maken hebben (gehad). In dit kader is ook gesproken met een ervaringsdeskundige die werkzaam is bij een landelijke organisatie.
vorige
Minima- en schuldhulpverleningsbeleid 2021-2024 Inleiding
volgende
Ontwikkelingen
vorige
O
Minima- en schuldhulpverleningsbeleid 2021-2024 Ontwikkelingen
volgende
8
Ontwikkelingen Er is de afgelopen jaren veel gebeurd op het terrein van armoedebestrijding en het voorkomen en terugdringen van schulden, zowel landelijk als lokaal. We schetsen in dit hoofdstuk enkele belangrijke ontwikkelingen en blikken terug op het gemeentelijke beleid van de voorgaande jaren. Dit alles is betrokken bij de totstandkoming van dit beleidsplan voor de komende jaren.
Landelijke ontwikkelingen De maatschappelijke bewustwording rondom risicovolle en problematische schulden is de afgelopen jaren enorm toegenomen. Naar schatting hebben bijna 1,4 miljoen Nederlandse huishoudens problematische schulden of een risico hierop. De overkoepelende opgave waar we voor staan is het aanpakken en voorkomen van armoede en schuldenproblematiek, het terugdringen van het aantal mensen met problematische schulden en het effectiever helpen van mensen met schulden. Schulden voorkomen en oplossen is waar het om draait. Dit is één van de opgaven uit het Interbestuurlijk Programma (IBP). Gemeenten, de VNG en het Rijk trekken gezamenlijk op in de aanpak van schulden. Zowel lokaal, regionaal als landelijk ontstaan initiatieven, instrumenten en regelingen die bijdragen aan deze opgave. Het is zaak deze zo goed mogelijk in te zetten in onze lokale situatie. Om die reden is de Brede Schuldenaanpak in 2018 geïntroduceerd waar alle betrokken partijen, vanuit een gedeeld beeld en dezelfde uitgangspunten, het schuldenbeleid invullen en uitvoeren.
In die brede aanpak zijn de belangrijkste doelen: - Preventie en vroegsignalering: het voorkomen van problematische schulden en het treffen van maatregelen om problematische schulden terug te dringen; - Effectieve schuldhulpverlening: afspraken om inwoners met schulden effectiever te helpen; - Sociale incasso: bevorderen van een zorgvuldige en maatschappelijk verantwoorde incasso. - Om deze doelstellingen te bereiken, wordt landelijk
vorige
Minima- en schuldhulpverleningsbeleid 2021-2024 Ontwikkelingen
ingezet op voorlichting, stimulering en het opschalen van slimme combinaties van effectieve methodieken. Om de ambities te realiseren, is echter ook handelingsperspectief en grondslag bij de betrokken instanties nodig. Er zijn om die reden vier (wijzigingen van) wetten geïntroduceerd:
Wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) – ingegaan per 1 januari 2021 De Wgs noemde tot 1 januari 2021 vroegsignalering niet expliciet als een taak van de gemeente en ging ervanuit dat inwoners zelf informatie aanleveren die nodig is voor het starten van het schuldhulpverleningsproces. Hierdoor hadden gemeenten geen grondslag om gegevens te verzamelen in het kader van vroegsignalering. En de schuldhulpverleners konden onder de oude wetgeving geen gegevens voor de burger opvragen uit de beschikbare gegevensbronnen. Dit belemmerde een snelle en efficiënte schuldhulpverlening. De wijziging van de Wgs faciliteert enerzijds de gegevensuitwisseling tussen schuldhulpverleners en schuldeisers met als doel vroegsignalering van schulden en creëert anderzijds een grondslag voor de gegevensuitwisseling voor het besluit over de toegang tot en het plan van aanpak voor de schuldhulpverlening.
volgende
9
Lokale ontwikkelingen Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind – ingegaan per 1 januari 2021
Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag – wetsvoorstel in ontwikkeling
Gemeenten zijn nu niet op de hoogte wanneer de rechter wordt verzocht om bewind uit te spreken voor inwoners met problematische schulden. Maar de gemeente draait wel vaak via de bijzondere bijstand op voor de kosten die gemaakt worden. Gemeenten kunnen rechters straks adviseren over de vraag of iemand met problematische schulden hulp moet krijgen van een beschermingsbewindvoerder. Verder krijgt de rechter de mogelijkheid om alternatieve vormen van ondersteuning af te wegen bij de beoordeling van het verzoek tot instelling van schuldenbewind.
De Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag biedt een grondslag voor gegevensuitwisseling tussen beslagleggende partijen in geval van samenloop van derdenbeslagen en verrekeningen via het beslagregister.
Wet vereenvoudiging beslagvrije voet – ingegaan per 1 januari 2021 De Wet wijzigt drie grote onderdelen van het beslagen executierecht: eenduidige manier van berekenen van de beslagvrije voet, de vaste beslagvolgorde, de coördinerend deurwaarder.
vorige
Vanuit de Rijksoverheid is al jaren aandacht voor het bestrijden van armoede onder kinderen. In 2017 heeft de Kinderombudsman hier een uitgebreid advies over uitgebracht. Ook in de komende periode is het bestrijden van armoede onder kinderen een belangrijk aandachtspunt, als onderdeel van de brede schuldenaanpak. In 2020 is op initiatief van de Rijksoverheid het platform Sam& gestart, waar landelijke organisaties zoals het Jeugdfonds Sport en Cultuur en Stichting Leergeld op zijn aangesloten. Het doel is om alle kinderen in Nederland te bereiken die in armoede leven. Kinderen moeten kunnen meedoen, op schoolreisje kunnen en muziekles volgen. Sam& zorgt er voor dat de hulpvragen van ouders of intermediairs op de juiste plek terecht komen, bijvoorbeeld bij het Jeugdfonds Sport en Cultuur.
Minima- en schuldhulpverleningsbeleid 2021-2024 Ontwikkelingen
Voorliggend veld Het Sociaal Domein is volop in ontwikkeling in Stichtse Vecht. Een belangrijke ontwikkeling is de heroriëntatie van het voorliggende veld en de gesprekken die in dat kader worden gevoerd met de Vitale Coalitie. De organisaties die zijn aangesloten bij het netwerk van de Vitale Coalitie hebben op verschillende manieren te maken met de doelgroep, doelstellingen en activiteiten uit deze nota. De partijen zijn onder meer actief voor inwoners die te maken hebben of mogelijk te maken krijgen met uitdagingen op het gebied van financiën. De inzet van Leef MD spreekt voor zich, maar ook de bibliotheek (laaggeletterdheid, digitale vaardigheden), Welzijn Stichtse Vecht (informatie en advies) ondernemen activiteiten voor de ondersteuning van deze doelgroep. Het voorliggende veld is momenteel volop in ontwikkeling. Het is aannemelijk dat activiteiten en/of opgaves uit deze beleidsnota invloed hebben op het voorliggende veld of zelfs (deels) bij deze partijen worden belegd. De lokale binding, de laagdrempeligheid en de vindbaarheid van deze partijen zijn van grote waarde in de opgave die voor ons ligt op het gebied van armoedebestrijding en schuldhulpverlening. Samenhang en samenwerking Op andere terreinen zijn ook interessante en relevante ontwikkelingen gaande, die een duidelijke connectie hebben met dit beleidsplan.
In 2021 koopt onze gemeente Jeugdhulp en WMO-begeleiding opnieuw in. Er wordt gestreefd naar een aanspreek-
volgende
10
punt waar inwoners straks terecht kunnen voor de aan melding en voor de zorg of ondersteuning. Er kunnen meerdere zorgaanbieders samenwerken binnen het aanspreekpunt. Zo is alle kennis bij elkaar om sneller de juiste hulp te krijgen, dichtbij huis. Dit heeft ook gevolgen voor de vormgeving en organisatie van de Toegang en het sociaal wijkteam. Hierbij is de verbinding tussen het nieuwe aanspreekpunt en de thema’s schulden en armoede van belang. Eind 2019 is de nota Positief Gezondheidsbeleid vast gesteld. Op dit moment wordt uitvoering gegeven aan diverse uitvoeringsprogramma’s, voortvloeiend uit die nota. De link tussen armoede, schulden en gezondheid wordt hierbij gelegd. Gezondheid heeft ook een connectie met sport en bewegen. Momenteel wordt gewerkt aan nieuw beleid. Via de U-Pas en onze samenwerking met Jeugdfonds Sport en Cultuur is een link tussen armoede en sport reeds geborgd. In 2019 is eveneens het Actieplan Stichtse Vecht Werkt! vastgesteld. Het hebben van betaald werk biedt zekerheid over inkomen en is een belangrijke stap naar financiële zelfredzaamheid. Vanuit het Actieplan wordt hier een extra impuls aan gegeven. Tenslotte wordt momenteel gewerkt aan de voorbereidingen op nieuwe gemeentelijke taken op het gebied van Maatschappelijke Opvang/Beschermd Wonen (per 1 januari 2022) en de Wet Inburgering (uit gesteld tot 1 januari 2022).
Bij beide ontwikkelingen is specifieke aandacht voor de financiële situatie én financiële zelfredzaamheid.
vorige
Bij het uitwerken van de acties uit dit beleidsplan zoeken we de samenwerking met de genoemde thema’s. In een aantal acties is de link met deze thema’s al nadrukkelijk gelegd in dit beleidsplan. Vroegsignalering De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is per 1 januari 2021 gewijzigd. Als gevolg van deze wijziging hebben gemeenten een verplichting om bij signalen van betaal achterstanden op het gebied van huur, zorgverzekering, energie of water (vaste lasten) actie te ondernemen richting de inwoner. We sluiten ons aan bij het landelijke convenant Vroegsignalering, welke op 10 november 2020 is getekend door o.a. de VNG en de NVVK 1 . Met deze ondertekening sluiten wij automatisch overeenkomsten met koepelorganisaties van diverse vastelastenpartners. De signalen die binnenkomen bij de gemeente worden gematcht. Dit betekent dat signalen per huishouden worden geregistreerd. Op basis van complexiteit en hoogte van de achterstand wordt contact met de huishoudens gezocht binnen de door de wetgever gestelde kaders. Dit kan ofwel door het team Schuldhulpverlening van de gemeente, of door ketenpartners worden gedaan. We zetten verschillende vormen van communicatie in om contact te leggen met inwoners. Zodra er contact is, wordt breed bekeken welke hulp en ondersteuning nodig zijn om een (financieel) stabiele situatie te creëren.
1 NVVK = branchevereniging voor schuldhulpverlening, sociaal bankieren en bewindvoering.
Minima- en schuldhulpverleningsbeleid 2021-2024 Ontwikkelingen
Integraal beleidskader sociaal domein In het Integraal beleidskader sociaal domein (IBK) zijn de volgende vier strategische uitgangspunten vastgelegd: - Voorkomen is beter - Samenspel van eigen keuze en onderlinge afhankelijkheid - Iedereen doet mee - De leefwereld van onze inwoner is leidend Met de doelstellingen en daaruit voortkomende acties, zoals beschreven in deze nota, dragen we bij aan alle vier de strategische uitgangspunten. Van de vier uitgangs punten levert dit beleidsplan de grootste bijdrage aan het eerste, derde en vierde uitgangspunt. Dit plan geeft invulling aan een groot deel van de tactische opgaven die in het IBK zijn omschreven in het hoofdstuk over Werk en Inkomen.
Terugblik huidig beleid Beleidsplan Schuldhulpverlening 2016 – 2020 In het huidige beleidsplan schuldhulpverlening is een negental doelstellingen geformuleerd. Terugblikkend hierop, is het overgrote deel van de doelstellingen gerealiseerd. Onze gemeente heeft de afgelopen jaren reeds flink ingezet op het voorkomen en vroegsignaleren van financiële problemen. Een belangrijk partner hierin is Leef Maatschappelijke Dienstverlening, die hier in opdracht van Stichtse Vecht als uitvoeringsregisseur vorm aan gaf. Belangrijke onderdelen van de aanpak zijn het inzetten van
volgende
11
budgetmaatjes, sociaal raadslieden, een deskundige op het gebied van GGZ-problematiek en het op diverse manieren bieden van informatie en voorlichting. Op het gebied van vroegsignalering springt het afsluiten van het convenant ter voorkomen van problematische huurschulden eruit. Op basis daarvan worden huurders met een huurachterstand zo vroeg mogelijk bezocht. Dit is mede voortgekomen uit de deelname van Stichtse Vecht aan het landelijke programma Schouders Eronder. Verder zijn goede resultaten behaald qua handelingssnelheid in geval van een crisissituatie en het organiseren van nazorg en ondersteuning. Op dit moment biedt Stichtse Vecht nog geen saneringskredieten; dit is een van de prioritaire acties voor de komende periode. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen met daarin de realisatie van de doelstellingen en aandachtspunten voor dit beleidsplan. Beleidsnota minimabeleid 2015-2018 ‘Meedoen in Stichtse Vecht en Weesp’ Het huidige beleidsplan voor het minimabeleid kende een looptijd tot en met 2018. De afgelopen twee jaar zijn de uitgangspunten van deze nota voortgezet, waarbij aangetekend moet worden dat de afzonderlijke regelingen voornamelijk in beleidsregels zijn vastgelegd. Daarin zijn de afgelopen jaren meermaals wijzigingen aangebracht. De doelstellingen uit het beleidsplan stonden altijd centraal bij de keuzes die zijn gemaakt.
Inzet is gepleegd op alle genoemde doelstellingen uit het beleidsplan. De doelstellingen zijn nog niet allemaal gerealiseerd, sommige zijn
vorige
ook nog steeds van kracht voor dit nieuwe beleidsplan. Een voorbeeld is de doelstelling dat alle kinderen moeten kunnen meedoen. Er zijn goede stappen gezet, maar we kunnen nog niet zeggen dat dit gerealiseerd is. Belangrijke stappen die zijn gezet zijn de introductie van het Kind pakket en de oprichting van Stichting Leergeld. Daar bouwen we op voort, omdat we nog meer kunnen en willen bereiken op dit vlak. Stimuleren van het gebruik van regelingen door informatie en advies, was ook een belangrijke doelstelling. De collectieve zorgverzekering is een voorbeeld van een regeling waarbij we hierin zijn geslaagd. Het gebruik van deze regeling is in de jaren 2015-2020 flink toegenomen. Tegelijkertijd heeft deze toename ook invloed gehad op het financiële kader en is in 2019 noodgedwongen een nieuwe zorgverzekeraar gecontracteerd, waarmee het aantal verzekerden is teruggelopen. Ook bij de U-Pas neemt het gebruik toe. Het bieden van passende oplossingen en het aansluiten bij de leefwereld van inwoners een terrein waarop we nog stappen hebben te zetten. Dit is mede daarom een belangrijke doelstelling in deze nieuwe nota. In bijlage 1 is een uitgebreider overzicht opgenomen met daarin de realisatie van doelstellingen en aandachtspunten voor dit beleidsplan.
Minima- en schuldhulpverleningsbeleid 2021-2024 Ontwikkelingen
volgende
Feiten en cijfers
vorige
F
Minima- en schuldhulpverleningsbeleid 2021-2024 Feiten en cijfers
volgende
13
Feiten en cijfers Op basis van feiten en cijfers kan een beeld worden geschetst van de omvang van de opgave in de gemeente Stichtse Vecht. We presenteren hiervoor landelijke en gemeente lijke gegevens.
Landelijk Schuldenproblematiek Dat Nederland een groot schuldenprobleem heeft, was op basis van schattingen al te verwachten, maar het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) toont dat nu voor het eerst met harde cijfers aan 1 . Daaruit blijkt dat ruim 8 procent van de Nederlandse huishoudens problematische schulden heeft en slechts een tiende daarvan in beeld is bij schuldhulpverlening. De data bevestigen bovendien de verwachting dat de coronacrisis de schuldenproblematiek flink zal verergeren. Ruim 650 duizend huishoudens in Nederland (8,3 procent van het totaal) had op 1 januari 2018 met problematische schulden te maken. Verder valt op dat het percentage tussen 2015 en 2018 vrij stabiel is gebleven (er was een lichte daling van 0,3 procentpunt). Ook blijkt slechts een op de zes huishoudens met schulden in beeld te zijn bij een vorm van hulpverlening (zoals jeugdhulp). Voor een deel hiervan (1 op de 10 huishoudens met problematische schulden) is bekend dat het specifiek om schuldhulpverlening gaat.
1S chuldenproblematiek in beeld. Huishoudens met geregistreerde problematische schulden 2015 – 2018. Centraal Bureau voor de Statistiek, augustus 2020.
vorige
Het CBS identificeerde ook een aantal kenmerken van huishoudens die vaak samengaan met het hebben van problematische schulden. De bron van inkomsten blijkt een belangrijke voorspeller te zijn: in ruim een kwart van de huishoudens met schulden heeft minstens een persoon een bijstandsuitkering, ongeveer vier keer zo vaak als bij huishoudens zonder schulden. Het gebruik van geestelijke gezondheidszorg (GGZ) of jeugdzorg komt bij huishoudens
Minima- en schuldhulpverleningsbeleid 2021-2024 Feiten en cijfers
met schulden ongeveer twee keer zo vaak voor. Daarnaast spelen het vermogen en het inkomen een belangrijke rol. Ruim de helft van de huishoudens met schulden heeft jaarlijks minder dan 20.000 euro te besteden en heeft minder dan 1.000 euro aan vermogen (een flink deel heeft zelfs een negatief vermogen). Toch zijn er ook huishoudens met relatief hoge inkomens en vermogens die desalniettemin problematische schulden hebben. Ook bepaalde life events hangen samen met schulden. Wie bijvoorbeeld vanuit betaald werk instroomt in de bijstand, heeft een kans van 6,5 procent om binnen een jaar problematische schulden te ontwikkelen. Bij een gemiddeld persoon is die kans 0,9%. Verdacht worden van een misdrijf, van school gaan zonder startkwalificatie of een echtscheiding verhogen de kans op schulden ook aanzienlijk.
Lokaal Aantal huishoudens Onderstaande tabellen zijn afkomstig uit de minimascan van Stimulansz (juli 2020). Zij tonen een overzicht van het totaal aantal huishoudens en het aantal huishoudens met kinderen in Stichtse Vecht tot verschillende inkomens grenzen. De derde tabel laat zien hoeveel kinderen in de getoonde huishoudens leven. Vervolgens wordt een grafiek getoond van het aantal huishoudens met een inkomen tot 130% in de periode 2018-2020. In deze grafiek is te zien dat in 2019 dit aantal daalde ten opzichte van een jaar eerder. In 2020 neemt het aantal huishoudens weer toe, de coronacrisis is de belangrijkste oorzaak hiervoor.
volgende
14
Aantal huishoudens met een inkomen tot 150% van het sociaal minimum, 2020
1.776
1.232
240
141 177
99 159
544
411 563
101%
196 588
913
1.375
110%
120%
Inkomen als werknemer
2.666
2.399
283
208
601
325
3.968
3.458
2.933 221
438 3.458
642
3.968 563 659
246
615 264
1.573
Inkomen als zelfstandige
2.131
1.772
125%
130%
Uitkering inkomensverzekering
2.482
140%
150%
Uitkering sociale voorzieningen
Aantal huishoudens met kinderen tot 18 jaar met een inkomen tot 150% van het sociaal minimum
237
375
345
316
500
434
168
101%
120%
110%
442
598
125%
741
140%
130%
799
858
Aantal kinderen in huishoudens tot 150% van het sociaal minimum
vorige
Minima- en schuldhulpverleningsbeleid 2021-2024 Feiten en cijfers
150%
975
1.079
volgende
15
Bijstandsgerechtigden In de monitor Sociaal Domein is de ontwikkeling van het aantal bijstandsuitkeringen in Stichtse Vecht opgenomen. De meest recente monitor Sociaal Domein (eerste helft 2020) laat een positieve trend zien tussen 2018 en 2020. Het aantal bijstandsuitkeringen loopt sinds 2020 op, wat wordt verklaard door de corona-crisis en het lage aantal uitstromers sinds het uitbreken van die crisis.
Aantal huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum
2.954
stijging
daling
2.917
+0,5%
2.933
-1,3% Totale in, her- en uitstroom met een bijstandsuitkering
850 820 790
aantal huishoudens 760 730 700 40
instromers
32 24 16
uitstromers
8 0
2016
vorige
2017
2018
Minima- en schuldhulpverleningsbeleid 2021-2024 Feiten en cijfers
2019
2020
volgende
16
Schuldhulpverlening en geregistreerde problematische schulden Onderstaande figuur is afkomstig uit de Monitor sociaal domein eerste helft 2020. Het toont een overzicht met belangrijke processen binnen schuldhulpverlening in de periode 2016 t/m 1e helft 2020. We zien in 2019 een lichte stijging in het aantal werkprocessen ten opzichte van 2018. Het aantal gestarte trajecten is toegenomen in de eerste helft van 2020. Dit betreffen ook intakes die in 2019 zijn uitgevoerd. Ook zien we dat het aantal beëindigingen is teruggelopen in de afgelopen periode. Er is een toename in actieve dossiers (intakes, start traject en verzoek WSNP) te zien. Dit wordt mogelijk verklaard door de extra aandacht voor schuldenproblematiek, zowel landelijk als lokaal, en de activiteiten rondom vroegsignalering. Inwoners zijn hierdoor beter op de hoogte van de mogelijkheden tot ondersteuning en worden eerder bereikt.
De volgende gegevens zijn afkomstig uit de rapportage Schuldenproblematiek in beeld. Huishoudens met geregistreerde problematische schulden 2015 – 2018; een publicatie van het Centraal Bureau voor de Statistiek uit augustus 2020.
Ontwikkeling huishoudens met geregistreerde problematische schulden
8,6%
6,6%
2015
8,6%
7,8%
2016
6,3%
5,7%
2017 verschil
2,1%
8,3%
2018
6,2%
Aantal processen gestart binnen schuldhulpverlening
Intake
Verzoek WSNP
Start traject
Beëindiging dossier
63 63 31 5 38
5 34
44
2016 H1
vorige
34
2016 H2
14
49
33
11
40
2017 H1
23 20
2017 H2
32 4 9 15
20
2018 P1
2018 P2
12
31
47
45
4 15
4 16
31
17
31
26
32
2018 P3
2019 H1
2019 H2
2020 H1
19 6
4
Minima- en schuldhulpverleningsbeleid 2021-2024 Feiten en cijfers
2
volgende
17
Demografische kenmerken van inwoners met en zonder geregistreerde problematische schulden, 2018
Opleidingsniveau
Leeftijd
Aantal huishoudens 1.720
met
16 - 25 jaar
1,5%
1,9%
40,5%
26.230
50,2%
45 - 65 jaar
14,7%
> 65 jaar
Laag
42%
Middelbaar
38,9%
Hoog
37,5%
23,5%
25,9%
25 - 45 jaar
33,6%
44,4%
zonder
Met
Type huishouden
Met
Zonder
Zonder
Werkzoekende(n) in huishouden
6,5% 7%
Paar met kinderen
17,4%
34,3%
30,4%
Paar zonder kinderen
18,9%
13,5%
Aantal kinderen in huishouden
Eenouder huishouden
16,7%
31,7%
30,9%
3 of meer kinderen
5,2%
2 kinderen
16,4% 73,3%
Geen werkzoekenden
91,2%
26,7%
Werkzoekenden
8,8%
15,3% 26,6%
1 kind
49%
0 kinderen
63,2%
Eenpersoonshuishouden 29,5%
32%
Met
vorige
Zonder
Met
Zonder
Minima- en schuldhulpverleningsbeleid 2021-2024 Feiten en cijfers
Met
Zonder
volgende
Waar staan we voor?
vorige
W
Minima- en schuldhulpverleningsbeleid 2021-2024 Waar staan we voor?
volgende
19
Waar staan we voor? Het hoofddoel van ons beleid is dat inwoners kunnen meedoen in de samenleving. Een laag inkomen of het hebben van schulden kan er voor zorgen dat dit niet lukt. In ons minimaen schuldhulpverleningsbeleid richten we ons op het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden, waarmee we belangrijke belemmeringen om mee te doen wegnemen. Onze aanpak is opgesteld langs de volgende uitgangspunten.
Armoede en schulden gaat over meer dan geld of finan ciën. Het kent samenhang met o.a. wonen, werk, gezondheid en een gezonde leefstijl. We benaderen het daarom als een breed vraagstuk en zoeken de verbinding met andere domeinen en leefgebieden.
Welke uitdagingen zien we? We zetten in op een duurzame aanpak en streven naar duurzame oplossingen. Hierdoor kunnen mensen op korte en langere termijn mee (blijven) doen in de samenleving. We creëren zo snel mogelijk stabiliteit en rust, en investeren in voorlichting, preventie en vroegsignalering. Hoe eerder en vaker we inwoners bereiken, hoe groter de kans dat ze kunnen (blijven) meedoen. Hulp en ondersteuning stemmen we af op de (leef)situatie van de inwoner: de leefwereld van de inwoner is het uitgangspunt. Dit betekent dat voorzieningen zo regelarm als mogelijk zijn en dat er ruimte en vertrouwen is om te doen wat nodig is. Het betekent ook dat ondersteuning makkelijk vindbaar, duidelijk leesbaar en eenvoudig aan te vragen is. Hulp en ondersteuning vragen bij de gemeente is voor veel inwoners een grote stap. Het vraagt om een behulpzame en begripvolle overheid. Vertrouwen is het uitgangspunt richting onze inwoners. Controle is goed, vertrouwen is beter. In de aanpak van armoede en schulden staan we gelukkig niet alleen. We kúnnen het als gemeente ook niet alleen. De afgelopen jaren is samen met verschillende partijen hard gewerkt en zijn mooie resultaten bereikt. Dit zetten
vorige
we voort en breiden we uit waar mogelijk, zodat de inzet, bereidheid en deskundigheid van verschillende partijen wordt gebundeld tot één krachtige, samenhangende aanpak.
Minima- en schuldhulpverleningsbeleid 2021-2024 Waar staan we voor?
Een eerste belangrijke uitdaging ligt in het op tijd bereiken van inwoners met (dreigende) financiële problemen. Verschillende factoren spelen een rol bij deze uitdaging. Ten eerste is het bestaande aanbod van hulp en ondersteuning soms onvoldoende bekend bij of te ingewikkeld voor inwoners en maatschappelijke organisaties, waardoor onnodig problemen ontstaan of verergeren. Ten tweede rust er een taboe op het onderwerp. Mensen spreken niet graag over armoede en schulden en proberen er eerst zelf uit te komen. Tenslotte komen signalen over dreigende financiële problemen te laat op de juiste plek terecht. Het vraagt om nog meer inzet op preventie en vroegsignalering. We moeten beter aansluiten op de leefwereld van inwoners. Wet- en regelgeving biedt een kader, maar binnen dat kader is ook ruimte om te kunnen doen wat nodig is voor inwoners. De ruimte die er is, wordt onvoldoende benut. Dit vraagt om een vereenvoudiging van de lokale regel geving. Ook een andere manier van denken en doen, in beleid én uitvoering, is nodig om die ruimte te benutten. Armoede en schulden zijn een uitdaging op zich, maar ze zorgen ook voor problemen op andere leefgebieden. En andersom kunnen problemen op andere leefgebieden ook
volgende
20
leiden tot financiële problemen. Het is bekend dat een slechte gezondheid en armoede nauw met elkaar verweven zijn. Het hebben van schulden heeft invloed op de gezondheid van mensen. Mensen met financiële problemen kiezen vaker voor de goedkoopste levensmiddelen en maken meestal een ongezondere keuze. De nota Positief Gezondheidsbeleid heeft extra aandacht voor mensen met een lage Sociaal Economische Status (SES), een doelgroep die vaker schulden heeft en in armoede leeft. Naarmate de SES lager wordt, neemt het risico op angst, depressie en een ongezonde leefstijl toe. Het zorgt voor stress en onzekerheid, waardoor mensen minder goed in staat zijn de juiste keuzes te maken. Het voorkomen en terugdringen van deze stress is nodig om rust en een stabiele situatie te creëren. Vervolgens kan vanuit die situatie worden gewerkt aan een betere toekomst. Soms is het nodig dat iemand anders de zorgen over financiën overneemt, maar we willen ook andersom bewegen waar dat kan: van zwaar naar licht. Inwoners die zelf de regie over hun financiën kunnen terugnemen, moeten we ondersteunen in de weg er naar toe. Door diverse regelingen (waaronder de U-Pas en het Jeugdfonds Sport) maken we het mogelijk voor de doelgroep om te (blijven) bewegen en te werken aan hun fysieke gezondheid.
We realiseren verbinding tussen de acties uit dit plan en de uitvoeringsplannen van de nota Positief Gezondheidsbeleid.
vorige
Er is wetenschappelijk bewijs dat kinderen die opgroeien in armoede, later zelf ook vaak financiële problemen ervaren. Het is belangrijk dat kinderen kunnen meedoen met hun leeftijdsgenootjes, ongeacht het inkomen van hun ouders, zodat zij hun talenten kunnen ontwikkelen. De voorzieningen uit het Kindpakket helpen hierbij. Het is belangrijk om het bereik en gebruik van deze regelingen te vergroten. Een samenwerking met bijvoorbeeld scholen en sport verenigingen is hierbij een speerpunt. De groep inwoners met financiële problemen is divers. De huidige corona-crisis zorgt er voor dat deze doelgroep alleen maar gevarieerder wordt. Denk aan ZZP’ers en jongeren die hard worden getroffen door de crisis. Zo ook de groep ‘werkende armen’. Deze mensen hebben werk en komen daardoor niet vanzelf in beeld bij de gemeente of maatschappelijke partijen. Dit terwijl zij in de praktijk moeite hebben rond te komen of bij een ‘life-event’ of economische crisis door het ijs zakken. Een belangrijke uitdaging ligt in het bereiken van een diverse groep en hen ondersteunen om te voorkomen dat zij dieper in de problemen raakt.
moeten deze principes worden toegepast, waarbij we vanzelfsprekend (waar mogelijk) aansluiten bij wat al gebeurt op deze gebieden.
Doelstellingen – wat willen we bereiken? In het Integraal Beleidskader Sociaal Domein staat onze missie voor het sociaal domein geformuleerd. We willen dat iedereen in Stichtse Vecht zich naar vermogen kan ontwikkelen, binnen zijn of haar mogelijkheden kan meedoen en aan de samenleving bijdraagt. Financien mogen dit niet in de weg staan! Voor dit minima- en schuldhulpverleningsbeleid zijn de volgende doelstellingen opgesteld die daar aan bijdragen:
Sommige uitdagingen spelen niet alleen rond het thema armoede en schulden, zij zijn aan de orde in het hele Sociaal Domein of in de volle breedte van de gemeentelijke dienstverlening. Duidelijke Taal is zo’n voorbeeld. Het geldt ook voor het centraal stellen van de leefwereld van de inwoner en een integrale benadering van hulpvragen. Vanuit ons minima- en schuldhulpverleningsbeleid
Minima- en schuldhulpverleningsbeleid 2021-2024 Waar staan we voor?
volgende
21
Doelstellingen
Doelstelling 1
Doelstelling 2
Doelstelling 3
Mensen met (dreigende) financiële problemen zijn zo vroeg mogelijk in beeld
Het is eenvoudig om hulp aan te vragen. Inwoners krijgen de hulp die bij hun situatie past
Inwoners krijgen hulp om hun financiele situatie te verbeteren
Doelstelling 4
Doelstelling 5
Doelstelling 6
Kinderen krijgen de kans om hun talenten te ontwikkelen
Er is extra aandacht voor kwetsbare inwoners
Samenwerken om armoede te voorkomen en te bestrijden
vorige
Minima- en schuldhulpverleningsbeleid 2021-2024 Waar staan we voor?
volgende
22
Doelstelling 1
We hebben inwoners met (dreigende) financiële problemen en schulden zo vroeg mogelijk in beeld, zodat we, samen met belangrijke partners, kunnen voorkomen dat financiële problemen ontstaan of bestaande problemen verergeren. Deze doelstelling spreekt voor zich. Hoe eerder inwoners met (dreigende) financiële problemen in beeld zijn, hoe beter. In de afgelopen jaren is reeds ingezet op preventie en vroegsignalering via het project Voorkomen en tijdig signaleren van financiële problemen. De ervaringen in de praktijk en de wettelijke ontwikkelingen laten zien dat inzet hierop nodig blijft. Ook communicatie en voorlichting is een belangrijk element om ons doel te bereiken. Als inwoners en maatschappelijke organisaties weten welke ondersteuning er is en hoe en wanneer zij daar gebruik van kunnen maken, melden inwoners zich eerder. Het zorgt er tevens voor dat we meer inwoners bereiken en het gebruik van onze regelingen toeneemt. Dit is vanzelfsprekend ook een belangrijk doel van ons beleid. Tenslotte willen we het taboe dat rust op het praten over financiële problemen
vorige
doorbreken. We maken werk van voorlichting op scholen om bewustwording te creëren bij kinderen en jongeren, zodat zij het gesprek erover voeren en voorbereid worden op het omgaan met geld. Concreet betekent dit het volgende: - We starten verschillende voorlichtings- en communicatietrajecten om de bekendheid van het lokale en landelijke hulpaanbod te vergroten. - We brengen een nieuwe uitgave van de minimagids ‘Rondkomen in Stichtse Vecht’ uit. - We bieden informatie op een duidelijke en laagdrempelige manier aan, bijvoorbeeld door het gebruik van filmpjes en flyers. - We intensiveren de samenwerking met scholen en zorgen dat het thema Armoede en Schulden structureel onderdeel uitmaakt van het lespakket in basis en voortgezet onderwijs. Het gaat om voorlichting en ervaringsleren. We gebruiken bewezen succesvolle methoden en instrumenten, zoals het aanbod van het Nibud en de serious game ‘No Credit, Game Over’ en de Week van het geld. - Het project Voorkomen en tijdig signaleren zetten we voort. We maken hierbij de verbinding met lopende ontwikkelingen in ons voorliggende veld. Op het moment van schrijven worden gesprekken gevoerd met deze partijen over het opnieuw inrichten van het voorliggende veld per 2022, om de dienstverlening effectiever en met meer samenhang te organiseren. Leef Maatschappelijke Dienstverlening is, o.a.
als uitvoerder van dit project, een van de partijen waarmee we dit gesprek voeren. - We hebben, vooruitlopend op de wetswijziging per 1 januari 2021, een convenant afgesloten voor vroegsignalering van huurachterstanden. We breiden onze dienst-
Minima- en schuldhulpverleningsbeleid 2021-2024 Waar staan we voor?
verlening voor Vroegsignalering uit, waarmee we voldoen aan de nieuwe Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. We maken allereerst afspraken met de in de wet genoemde signaalpartners op het gebied van huur, water, zorgverzekering, elektra, gas en warmte. De uitwerking hiervan is beschreven in het Uitvoeringsplan Preventie & Vroegsignalering. Zodra dit staat, onderzoeken we hoe we onze aanpak kunnen verbreden met andere belangrijke mogelijke signaalpartners zoals de Jeugdgezondheidszorg en de huisartsen. - We stimuleren dat meer partners (zoals sportverenigingen, scholen, werkgevers) schulden en armoede kunnen signaleren en dat ze dit (indien nodig) leren en in staat zijn om hierover met inwoners het gesprek aan te gaan. Op deze manier willen we inwoners aanmoedigen hun geldzorgen te bespreken en op tijd hulp te zoeken. - We willen beter gebruik maken van ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid. Beide zijn belangrijk in onze beleidsontwikkeling én uitvoering. Om hier succesvol gebruik van te kunnen maken vraagt het om een zorgvuldige afweging. We starten met focusgroepen om ervaringskennis op te halen en in te zetten. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheid om ervaringsdeskundigheid een plek te geven in het hulpverlenings- en ondersteuningsproces aan onze inwoners.
- We breiden de monitor Sociaal Domein uit met informatie over armoede en schulden, passend bij het doel van deze monitor.
volgende
23
Doelstelling 2
De leefwereld van onze inwoners is leidend in onze ondersteuning aan inwoners met financiële problemen. Ondersteuning is eenvoudig aan te vragen en zo regelarm mogelijk. Mensen vinden het vaak niet makkelijk om de stap te nemen om hulp- en ondersteuning aan te vragen bij de gemeente of een andere instantie. Als die stap eenmaal is gezet, mogen ingewikkelde procedures en regelingen geen belemmering vormen. Inwoners die daardoor afhaken, komen alleen maar verder in de problemen. Een van de uitgangspunten uit het IBK is dat we de leefwereld van inwoners centraal stellen. Dat betekent dat we communiceren in duidelijke taal en dat de (hulp)vraag van de inwoner en zijn of haar situatie bepalend is voor de onder steuning en/of oplossing die we bieden. Professionals (waaronder ook onze eigen consulenten) krijgen nadruk kelijk de ruimte om passende oplossingen te bieden en inwoners hoeven aan minder voorwaarden te voldoen. Dit betekent niet dat er geen controle plaatsvindt. Slim Vertrouwen blijft het uitgangspunt waarlangs we (gaan) werken.
vorige
Concreet betekent dit het volgende: - We passen onze beleidsregels, waarin de diverse regelingen zijn vastgelegd, aan, zodat er meer ruimte ontstaat te handelen naar de leefwereld van onze inwoners. Daarbij voegen we samenhangende beleidsregels waar mogelijk samen in één beleidsregel, zodat deze informatie overzichtelijker en makkelijker vindbaar is. Een voorbeeld hiervan is het Kindpakket. - We richten een ‘maatwerkbudget’ in. Dit budget kan worden ingezet in complexe casuïstiek waar iets nodig is, maar waar bestaande, reguliere opties geen oplossing bieden. Het doel is dat met interventies uit dit budget zwaardere en duurdere ondersteuning kan worden voorkomen. - We zetten de inspanningen rondom Slim Vertrouwen voort, waarmee we werken vanuit vertrouwen en aansluiten bij de leefwereld van inwoners. We hebben hierbij aandacht voor stress-sensitief werken en werken volgens het gedachtegoed van de omgekeerde toets. - In de uitvoering maken we het voor inwoners eenvoudiger om regelingen aan te vragen door (aanvraag)formulieren actief toe te sturen waar mogelijk. Een voorbeeld is de individuele inkomenstoeslag die inwoners met een langdurig laag inkomen kunnen aanvragen. De inwoners waarvan wij weten dat ze (mogelijk) aan de voorwaarden voldoen, sturen we een aanvraagformulier toe.
Minima- en schuldhulpverleningsbeleid 2021-2024 Waar staan we voor?
Doelstelling 3
We zetten instrumenten en ondersteuning in om een duurzame stabiele financiële situatie te creëren. Om financiële problemen of verergering daarvan te voorkomen, is het soms nodig om tijdelijk maatregelen te nemen of tijdelijk een vorm van ondersteuning in te zetten. Met als uiteindelijk doel een duurzaam stabiele financiële situatie bereiken. We bieden in een vroeg stadium al diverse mogelijkheden voor hulp en ondersteuning, denk bijvoorbeeld aan de inzet van sociaal raadslieden, een budgetmaatje, hulp bij het op orde brengen van de administratie. De afgelopen jaren is de inzet van deze vormen van hulp toegenomen, mede door vroegsignalering. We bieden ook de mogelijkheid voor budgetbeheer aan onze cliënten in een schuldhulpverleningstraject. We ondernemen de komende jaren een aantal acties die bijdragen aan het creëren van een stabiele financiële situatie voor onze inwoners. We sluiten aan bij een aantal landelijke instrumenten en maatregelen die in ontwikkeling zijn. Sommige middelen zijn op dit moment reeds beschik-
volgende
24
baar, andere nog niet. Daarvan volgen we de ontwikkelingen op de voet; met de intentie om deze ook toe te passen in Stichtse Vecht. Een duurzame en stabiele financiële situatie creëren we ook door nazorg te bieden aan inwoners na afloop van een schuldentraject. Nazorg kan bestaan uit een kort contact of praktische ondersteuning die nog wat langer doorloopt na afloop van een traject. Het hebben van zekerheid over een vast inkomen draagt ook bij aan een duurzame financiële situatie. Een inkomen uit betaald werk heeft de voorkeur, indien dit tot de mogelijkheden behoort. Het oplossen van schulden en een re-integratietraject naar werk stemmen we op elkaar af. Concreet betekent dit het volgende: - We bieden inwoners met schulden een saneringskrediet. Niet alleen inwoners met problematische schulden; ook mensen met relatief kleine schulden, verspreid over een aantal schuldeisers, zijn goed geholpen met een saneringskrediet. De eerste stappen om dit te concretiseren zijn gezet. - We volgen de opzet en vormgeving van het Landelijk Waarborgfonds Saneringskrediet nauwgezet. De uitwerking hiervan gebeurt door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid samen met partijen als de NVVK, kredietbanken en Schuldhulpmaatje.
Een van de voordelen is dat de schuldhulpverlener veel minder tijd kwijt is aan administratie en hierdoor meer tijd heeft voor coaching en begeleiding van de cliënt. - We sluiten ons als Stichtse Vecht aan bij het collectief schuldregelen; dit is landelijk in ontwikkeling. We onderzoeken welke stappen we hiervoor moeten zetten en maken gebruik van de beschikbaar gestelde ondersteu-
vorige
ningsmogelijkheden van de NVVK. Collectief schuldregelen houdt in dat de individuele afhandeling van schulddossiers in de schuldhulpverlening vervangen wordt door een collectieve afhandeling. Dit maakt het mogelijk om meer mensen sneller te helpen. Daarnaast nemen de uitvoeringskosten en administratieve lasten voor gemeenten en schuldeisers af. - We werken toe naar aansluiting bij het Schuldenknooppunt (landelijke ontwikkeling), omdat we hier de voordelen van in zien. Echter, dit vraagt de komende tijd het nodige onderzoek. Het Schuldenknooppunt laat schuldhulpverleners en schuldeisers sneller met elkaar communiceren om zo een schuldregeling tot stand te brengen. Door in het Knooppunt uniforme samenwerkingsafspraken met schuldeisers onder te brengen, komen schuldregelingen vele malen sneller tot stand dan nu het geval is. - We maken gebruik van het adviesrecht voor gemeenten bij onder bewindstellingen als gevolg van problematische schulden. Dit is mogelijk door de Wet Adviesrecht Gemeenten die per 1 januari 2021 van kracht is. Het adviesrecht biedt ons de kans om binnen drie maanden nadat het schuldenbewind is ingesteld de rechter te adviseren over voortzetting van het bewind en over mogelijke gemeentelijke, lichtere, oplossingen voor de financiële problemen.
- We onderzoeken de mogelijkheden om budgetbeheer gerichter en efficiënter in te zetten, dit kan betekenen dat we budgetbeheer in eigen beheer gaan uitvoeren - We zetten het Huishoudboekje (ontwikkeld door de gemeente Utrecht) in voor inwoners van Stichtse Vecht, zodra dit mogelijk is. Dit is een digitaal product, waarmee de gemeente de belangrijkste vaste lasten van inwoners kan overnemen, tegen lage uitvoeringskosten. Het kan
Minima- en schuldhulpverleningsbeleid 2021-2024 Waar staan we voor?
voor een brede doelgroep worden ingezet en neemt stress en zorgen weg bij inwoners én voorkomt dat er schulden ontstaan. - We zetten het aanbod van (minima)regelingen met verschillende inkomensgrenzen (zoals collectieve zorgverzekering & U-Pas) voort. Het bestaande aanbod biedt ondersteuning op verschillende onderdelen en voor verschillende doelgroepen. De verschillende inkomensgrenzen dragen bij aan het voorkomen van de armoedeval. Binnen dit aanbod gaan we een aantal onderdelen verbeteren, op basis van de uitgangspunten van dit beleidsplan, zoals het verminderen van de regels en administratieve last en het vergroten van de mogelijkheden om aan de sluiten bij de leefsituatie van inwoners. Zie hoofdstuk ‘Regelingen voor inwoners met een laag inkomen’ voor een overzicht van de bestaande regelingen. - We zetten diverse vormen van coaching en begeleiding in om inwoners te begeleiden richting (meer) financiële zelfredzaamheid. Budgetmaatjes zijn hier een voorbeeld van, maar ook cursussen financiële zelfredzaamheid. - We blijven investeren in nazorg voor onze schuldhulpverlening cliënten. De bestaande nazorg (via Leef MD) zetten we voort. Het eerder genoemde Huishoudboekje kan ook als nazorginstrument worden ingezet. - Inwoners met schulden, maar zonder betaald werk bieden we een re-integratietraject aan.
Een traject naar werk heeft een grotere kans van slagen als er geen zorgen over financiën zijn. We stemmen beide trajecten op elkaar af. NB Het Schuldenknooppunt, het collectief schuldregelen en de inzet van saneringskredieten vormen nadrukkelijk een geheel van samenhangende instrumenten. Alle drie helpen ze om meer mensen uit de schulden te krijgen. Het effect is het grootst als je ze samen inzet.
volgende
25
Doelstelling 4
Kinderen krijgen alle kansen om hun talenten te ontplooien, ongeacht het inkomen van hun ouders, zodat zij in de toekomst financieel zelfredzaam zijn. ‘Jong geleerd is oud gedaan’; niet voor niets een gezegde. In het geval van armoede en schulden is het overdragen van armoede van generatie op generatie een bekend fenomeen. Hierdoor krijgen en/of pakken kinderen en jongeren niet de kansen om zich te ontwikkelen en lopen hierdoor het risico dat zij in de toekomst ook niet financieel zelfredzaam zijn. Dit willen we doorbreken. We willen dat kinderen en jongeren al jong bekend raken met het verantwoord omgaan met geld en het kunnen weerstaan van verleidingen en dat ze de allereerste beginselen meekrijgen van wat het betekent om financieel zelfredzaam te zijn. Deze doelstelling hangt nauw samen met de eerste, waar we aan geven de samenwerking met scholen te intensiveren rondom het thema armoede en schulden.
doen. Dat betekent deelnemen aan school-, sport-, spel-, leer- en ontwikkelingsactiviteiten die bijdragen aan het ontplooien van hun talenten. Het inkomen van hun ouders mag hierin geen belemmering zijn. Het gaat om activiteiten, maar ook om producten die nodig zijn om mee te kunnen doen, zoals een computer, spullen voor sport, cultuur of school. Concreet betekent dit: - We bieden onze regelingen voor kinderen aan via het Kindpakket. Dit is een gebundeld pakket aan regelingen, gericht op het meedoen van kinderen. We onderzoeken hoe we met ons Kindpakket verder kunnen aansluiten op de U-Pas. Hiertoe onderzoeken we ook de mogelijkheid om een (bijdrage voor een) fiets toe te voegen aan het Kindpakket. - We werken samen met Stichting Leergeld Stichtse Vecht en het Jeugdfonds Sport & Cultuur, zodat zij hun dienstverlening kunnen voortzetten in Stichtse Vecht. Beide organisaties zijn aangesloten bij het landelijke platform Sam&, wat het aanvragen van ondersteuning makkelijker maakt. - We intensiveren de samenwerking met scholen, sport verenigingen en andere plekken en organisaties waar kinderen en hun ouders te vinden zijn. Deze partijen hebben veel contact met jongeren, kinderen en hun ouders. We faciliteren hen in het vervullen van een signaleringsen informatiefunctie en maken hierbij gebruik van het advies van de junior adviseurs.
We bieden via het Kindpakket regelingen aan, die het mogelijk maken dat kinderen en jongeren kunnen mee-
vorige
Minima- en schuldhulpverleningsbeleid 2021-2024 Waar staan we voor?
Doelstelling 5
We voorkomen dat kwetsbare inwoners met een hoger risico op schulden daadwerkelijk in de financiële problemen terecht komen. Er zijn (groepen) mensen in onze samenleving die een hoger risico lopen op schulden en daardoor in de financiële problemen komen. Uit onderzoek blijkt ook dat het aandeel laaggeletterden en inwoners met een lichtverstandelijke beperking groot is in de schuldhulpverlening. Ook life-events kunnen een belangrijke oorzaak zijn van financiële problemen. Voorbeelden hiervan zijn: baanverlies, het uit elkaar gaan met een partner of het stoppen met onderwijs zonder startkwalificatie te behalen. Preventie en vroegsignalering zijn speerpunten voor het totale beleid (zie doelstelling 1), maar voor sommige kwetsbare inwoners extra belangrijk. Dit vraagt ook om extra inspanningen voor deze doelgroepen, waarmee wij hen informeren over diverse hulp- en ondersteunings mogelijkheden bij (dreigende) financiële problemen en hen helpen in geval van schulden.
volgende
26
De groep kwetsbare inwoners is groter geworden als gevolg van het coronavirus. Aangezien we naar verwachting nog lange tijd met de gevolgen van corona geconfronteerd worden, zijn de ‘werkende armen’ en zzp’ers ook een doelgroep waar we expliciet aandacht voor hebben. Voor zzp’ers is tot op heden vanuit de Rijksoverheid vooral veel (financiële) ondersteuning geboden. Dat vullen we aan met ondersteuning gericht op de toekomst. Concreet betekent dit: - Binnen de communicatie en voorlichting (zie acties bij doelstelling 1), geven we specifieke aandacht aan kwetsbare inwoners met een hoger risico op schulden. We ontwikkelen hiervoor specifieke middelen en acties. Ook op het gebied van vroegsignalering zijn we hier alert op. Een voorbeeld zijn de werkende armen en de TOZO 1-doelgroep. Zo gaan we in gesprek met werkgevers om de regelingen voor inwoners met een laag inkomen onder de aandacht te brengen. En we informeren de ontvangers van de TOZO over ondersteuningsmogelijkheden (onder andere via het ZZP-platform). - We bieden zzp’ers hulp en ondersteuning voor financiële problemen via bestaande hulp en ondersteuning, zoals Bureau Zelfstandigen Utrecht en OverRood. In regionaal verband werken we aan een gezamenlijk aanvullend aanbod. Dit aanbod richt zich ook op het verstevigen van de eigen onderneming, omscholing en/of begeleiding naar ander werk.
- Vanuit Volwasseneneducatie bieden we, in samenwerking met de bibliotheek, ondersteuning aan inwoners die laaggeletterd zijn of onvoldoende digitaal vaardig zijn. - We zoeken samenwerking met U Centraal voor de bijeenkomsten ‘Financiën bij veranderingen in uw leven’.
vorige
Indien dit mogelijk blijkt, onderzoeken we de mogelijkheid een lokaal aanbod te ontwikkelen. Inwoners ontvangen relevante informatie en tips die op hun situatie van toepassing is; ook ontmoeten ze mensen die hetzelfde meegemaakt hebben. 1 De tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is één van de maatregelen van het kabinet om zelfstandig ondernemers te ondersteunen tijdens de coronacrisis. De regeling is voor zelfstandig ondernemers, waaronder zzp'ers.
Doelstelling 6
We versterken en verbreden de samenwerking met onze partners om armoede te voorkomen en bestrijden. Verschillende partijen in Stichtse Vecht zijn actief en/of betrokken bij het bestrijden van armoede. Zo is er, mede door het programma Schouders Eronder, een samenwerking gestart rondom vroegsignalering bij huurachterstanden. Ook is er een ketenpartneroverleg, waar casuïstiek en ontwikkelingen worden gedeeld. Stichting Leergeld Stichtse Vecht is mede van de grond gekomen door de
Minima- en schuldhulpverleningsbeleid 2021-2024 Waar staan we voor?
warme contacten met Leef MD en de Voedselbank. Er zijn ook organisaties die wel iets kunnen en willen betekenen in onze opgave, maar die nog niet structureel onderdeel uitmaken van onze aanpak. Voorbeelden zijn het diaconaal netwerk en de eerder genoemde scholen. De inzet van en samenwerking met al deze partijen is van groot belang in het ondersteunen van onze inwoners. We verbinden en verbreden bestaande netwerken, omdat we daarmee de beschikbare kennis en expertise nog beter kunnen benutten. Hiermee creëren we meer samenhang in de aanpak van armoede en schulden in Stichtse Vecht. Het hogere doel van deze samenwerking is de financiële zelfredzaamheid van de inwoners vergroten. Concreet betekent dit: - We zetten een Samenwerkingsnetwerk op met de organisaties en partijen die binnen Stichtse Vecht actief zijn op het gebied van het voorkomen en bestrijden van armoede. We willen de aanwezige kennis en expertise beter benutten en met elkaar verbinden. We betrekken hierbij ook partijen die indirect met dit vraagstuk te maken hebben. Als onderdeel van het samenwerkingsnetwerk organiseren we jaarlijks een bijeenkomst voor alle partners. - We zetten steviger in op de samenwerking met scholen. We doen dit om kinderen en jongeren beter te bereiken en ook om via deze weg hun ouders erbij te betrekken.
- Met woningcorporaties werken we samen om huisuitzettingen wegens huurachterstanden zoveel als mogelijk te voorkomen. Dit willen we ook oppakken met de particuliere verhuurders in Stichtse Vecht. Verder gaan we met o.a. woningcorporaties en particuliere verhuurders in gesprek over de aanpak van energiearmoede.
volgende
Regelingen
vorige
Minima- en schuldhulpverleningsbeleid 2021-2024 Regelingen
R
volgende
28
Regelingen laag inkomen In Stichtse Vecht zijn verschillende regelingen beschikbaar voor de ondersteuning van mensen met een laag inkomen. Ook zijn er organisaties die zich inspannen voor deze doelgroep en waar we actief mee samenwerken. Dit bestaande aanbod zetten we voort, waarbij de regelingen en bijbehorende (aanvraag-) processen worden aangepast naar de kaders en uitgangspunten van deze nota. Dat betekent dat we het aantal regels waar mogelijk verminderen, meer ruimte maken voor het bieden van een passende oplossing en aanvraagprocessen vereenvoudigen.
De regelingen uit het minimabeleid van de gemeente Stichtse Vecht hebben tot doel inwoners te laten meedoen, hen financieel te ondersteunen in hun inkomen als dit (tijdelijk) lager is en zo schulden te voorkomen. De regelingen richten zich op verschillende uitgaven en hebben verschillende inkomensgrenzen. De verschillende inkomensgrenzen dragen bij aan het voorkomen van de armoedeval. Op het moment dat het inkomen stijgt, blijft recht bestaan op sommige regelingen. In 2019 en 2020 hebben verschillende ontwikkelingen ertoe geleid dat we, vooruitlopend op dit nieuwe beleid, keuzes hebben gemaakt in het minimabeleid. Het voortzetten van de collectieve zorgverzekering via DSW en de compensatieregeling voor het wettelijk verplicht eigen risico, zijn belangrijke voorbeelden. Ook is het Kindpakket geïntroduceerd, Stichting Leergeld Stichtse Vecht gestart en de Individuele Studietoeslag verhoogd. We bouwen voort op deze keuzes en ontwikkelingen.
Overzicht regelingen Onderstaande regelingen zijn bestaande regelingen die worden voortgezet.
vorige
Minima- en schuldhulpverleningsbeleid 2021-2024 Regelingen
Inkomensgrens 130%
Collectieve zorgverzekering via DSW Inwoners met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm bieden we een collectieve zorgverzekering aan. Deze verzekering biedt inwoners een verzekering met uitgebreide vergoedingen voor veelgebruikte zorg tegen een lagere premie. De zorgverzekering draagt bij aan het tegengaan van schulden en zorgmijding. De reguliere basis- en aanvullende verzekering van DSW is voor inwoners van S tichtse Vecht verruimd met een Gemeentepakket. De gemeente betaalt dit pakket volledig en zorgt er voor dat inwoners extra ruime vergoedingen in hun aanvullende verzekering hebben. Op de aanvullende verzekering bieden we een maandelijkse korting.
volgende
29
Inkomensgrens 125%
Inkomensgrens 110%
Kindpakket In Stichtse Vecht moeten alle kinderen mee kunnen doen. Zodat zij kunnen sporten, muziekles volgen en mee kunnen op schoolreisjes. Het inkomen van hun ouders mag daarbij geen belemmering zijn. In Stichtse Vecht hebben we daarom een Kindpakket: verschillende regelingen en vergoedingen om kinderen en hun ouders te ondersteunen. Het hebben van de U-Pas is de voorwaarde om gebruik te maken van het Kindpakket. Het Kindpakket bestaat uit: - Een computerregeling inclusief vergoeding voor internetkosten - Een tegemoetkoming in de kosten voor school spullen - De zwemregeling voor het behalen van een A en B diploma - Een persoonlijk tegoed op de U-Pas voor sportieve en culturele activiteiten, of activiteiten op school - Het Jeugdfonds Sport & Cultuur – biedt financiële ondersteuning bij kosten die gemaakt worden bij sportverenigingen of culturele organisaties zoals muziekscholen. - Stichting Leergeld Stichtse Vecht – biedt hulp bij het aanvragen van regelingen, of biedt ondersteuning in natura