statutenwijziging Stichting Openbare Basisschool de Regenboog (Concept).pdf
Tekst van het document
Stoktstraat 2 5961 TN Horst
info@novitas.nl www.novitas.nl
Tel. 077 - 3971515
KvK nummer 75429063 IBAN NL60 RABO 0147 2076 30
Ontwerp van 24 maart 2023
26111.01 / AB
STATUTENWIJZIGING STICHTING OPENBARE BASISSCHOOL DE REGENBOOG Op [passeerdatum] komt bij mij, mr. Annemarie Jacqueline Pauline Beijers-Willems, notaris in Horst aan de Maas: +, handelend als schriftelijk gevolmachtigde van +de voorzitter en de secretaris, van de stichting: Stichting Openbare Basisschool de Regenboog. Deze heeft als zetel gemeente Breukelen. Het adres is Heycoplaan 13, 3621 WS Breukelen. Het inschrijfnummer bij de Kamer van Koophandel is 30248793. Zij hebben deze volmacht verleend om hen te vertegenwoordigen bij deze statutenwijziging. Onder 'ongehuwd' valt in deze akte ook 'niet als partner geregistreerd'. Van de volmacht blijkt uit een aan deze akte gehechte volmacht. De voormelde stichting wordt hierna ook genoemd: de stichting. De aanwezige persoon verklaart vooraf het volgende.
INLEIDING 1. 2. 3.
4.
De stichting werd opgericht bij akte getekend op elf november tweeduizend acht voor mr. R. Gerrits, notaris te Stichtse Vecht. De statuten werden voor het laatst gewijzigd bij akte verleden op zeven mei tweeduizend twaalf voor mr. R. Gerrits voornoemd. In de vergadering van het bestuur van de stichting, heeft het bestuur op + besloten tot wijziging van de statuten. Volgens de nog geldende statuten was voor het besluit tot statutenwijziging goedkeuring vereist van de gemeenteraad van de gemeente Stichtse Vecht. De goedkeuring is verleend op +, waarvan blijkt uit een aan deze akte te hechten bijlage. Het besluit tot statutenwijziging werd overeenkomstig de statutaire voorschriften genomen. De notulen van dit besluit zijn aan deze akte gehecht.
STATUTENWIJZIGING Ter uitvoering van het besluit worden de statuten geheel gewijzigd en luiden zij voortaan als volgt:
ARTIKEL 1 NAAM EN ZETEL 1. 2.
De Stichting draagt de naam: Stichting Openbare Basisschool de Regenboog De Stichting heeft haar zetel in de gemeente Stichtse Vecht.
ARTIKEL 2 BEGRIPSBEPALINGEN In deze statuten wordt verstaan onder: a. de gemeente: de gemeente Stichtse Vecht; b. de raad: de gemeenteraad van de gemeente Stichtse Vecht; c. de school: de openbare basisschool de Regenboog;
2
d. e. f. g.
bestuur: het bevoegd gezag van de rechtspersoon bestaande uit het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur; algemeen bestuur: het toezichthoudend deel van het bestuur; dagelijks bestuur: het deel van het bestuur dat verantwoordelijk is voor de tenuitvoerlegging van bestuurstaken; Wet: De Wet op het primair onderwijs.
ARTIKEL 3 DOEL EN MIDDELEN De Stichting heeft ten doel het geven van openbaar primair onderwijs in Breukelen, met inachtneming van artikel 46 van de Wet, inhoudend dat het openbaar onderwijs bijdraagt aan de ontwikkeling van leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden.
ARTIKEL 4 VERMOGEN Het tot verwezenlijking van het doel van de stichting bestemde vermogen wordt gevormd door : a. Rijksbekostiging; b. Subsidies, giften en donaties; c. Vergoeding voor de door de stichting verleende diensten; d. Hetgeen verkregen wordt door erfstellingen of legaten, met dien verstande dat erfstellingen slechts kunnen worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving; e. Hetgeen op andere wijze verkregen wordt.
ARTIKEL 5 DUUR EN BOEKJAAR 1. 2.
De Stichting is opgericht voor onbepaalde tijd. Het boekjaar valt samen met het kalenderjaar.
ARTIKEL 6 ORGANISATIE VAN DE STICHTING De Stichting kent een bestuur bestaande uit een algemeen bestuur dat toezicht houdt en een dagelijks bestuur dat verantwoordelijk is voor de tenuitvoerlegging van bestuurstaken.
ARTIKEL 7 BESTUUR 1.
2.
Het bestuur bestaat minimaal drie en ten hoogste zeven bestuursleden die bij voorkeur woonachtig zijn in het voedingsgebied van de school. Het algemeen bestuur kent minimaal twee en maximaal drie bestuursleden. Het dagelijks bestuur kent minimaal één en maximaal vier bestuursleden. De raad benoemt: a. ten minste een derde gedeelte, maar geen meerderheid, van het bestuur op
3
bindende voordracht van de oudergeleding van de medezeggenschapsraad van de school. Dit houdt het volgende in. Als het bestuur uit drie leden bestaat, kan de oudergeleding van de medezeggenschapsraad een bindende voordracht doen voor een bestuurslid. Als het bestuur uit vier, vijf of zes leden bestaat, kan de oudergeleding van de medezeggenschapsraad een bindende voordracht doen voor twee bestuursleden. Als het bestuur uit zeven leden bestaat, kan de oudergeleding van de medezeggenschapsraad een bindende voordracht doen voor drie bestuursleden. b. één lid van het bestuur op bindende voordracht van de medezeggenschapsraad van de school; c. de overige leden van het bestuur op voordracht van het algemeen bestuur. 3. Het bestuur stelt bij reglement een procedure vast voor de voordracht als bedoeld in het voorgaande lid en zendt dit reglement ter kennisgeving aan de raad. 4. De leden van het bestuur respecteren de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. 5. Personen in dienst van de Stichting kunnen geen lid van het bestuur zijn. 6. Het lidmaatschap van het bestuur is onverenigbaar met het lidmaatschap van de medezeggenschapsraad van de Stichting. 7. Een lid van het bestuur mag niet: a. lid zijn van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente of van de raad; b.
als advocaat, procureur, gemachtigde of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van Stichting dan wel ten behoeve van de wederpartij van Stichting; c. als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het aangaan van collectieve arbeidsovereenkomsten met de Stichting of in die hoedanigheid deelnemen aan het decentraal georganiseerd overleg; d. als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het aangaan van overeenkomsten met de Stichting als bedoeld in onderdeel e; e. rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende: i. het aannemen van werk ten behoeve van de Stichting; ii. het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de Stichting; iii. het doen van leveranties aan de Stichting; iv. het verhuren van roerende zaken aan de Stichting; v. het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de Stichting; vi. het van de Stichting onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; vii. het onderhands huren van de Stichting. 8. Het bestuur kan zich in zijn vergaderingen door deskundigen met een adviserende stem laten bijstaan. 9. Elk lid van het bestuur is bevoegd een vergadering van het bestuur bijeen te roepen. 10.
Van het verhandelde in de vergaderingen van het bestuur worden notulen gehouden door de daartoe door de voorzitter aangewezen persoon. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering en door de voorzitter van de vergadering ondertekend.
4
11. Indien in het bestuur, om welke reden dan ook, een of meer bestuursleden ontbreken, dan vormen de overblijvende bestuursleden niettemin een wettig bestuur.
ARTIKEL 8 DAGELIJKS BESTUUR 1. 2. 3.
4.
5.
6.
7.
8.
Het bestuur kiest uit zijn midden minimaal één en maximaal vier leden voor het dagelijks bestuur. Het bestuur bepaalt uit hoeveel leden het dagelijks bestuur bestaat. De leden van het dagelijks bestuur worden benoemd voor een periode van vier jaar en kunnen terstond éénmalig worden herbenoemd voor een periode van vier jaar. Het dagelijks bestuur wijst één van de leden aan als voorzitter van het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur regelt de onderlinge taakverdeling, met name wie de functie van secretaris en wie de functie van penningmeester krijgt. Indien het dagelijks bestuur uit één persoon bestaat, is deze persoon automatisch voorzitter. Bij de samenstelling van het dagelijks bestuur wordt, onverminderd het in de volgende leden bepaalde, gelet op diverse facetten die de aandacht van het dagelijks bestuur vragen waarbij het dagelijks bestuur in ieder geval wordt samengesteld op basis van algemene bestuurlijke kwaliteiten, affiniteit met de doelstelling van de stichting en met betrekking tot de van het dagelijks bestuur gevraagde deskundigheid en achtergrond. Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde worden geschorst door het algemeen bestuur. De schorsing van een lid van het dagelijks bestuur vervalt, indien het algemeen bestuur niet binnen drie maanden na de datum van de ingang van de schorsing besluit tot opheffing of handhaving van de schorsing.
Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd, ingaande op de datum waarop het besluit tot de verlenging van de schorsing werd genomen. Het betrokken lid wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van het algemeen bestuur waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. Het lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde worden ontslagen door het algemeen bestuur. Het betrokken lid van het dagelijks bestuur wordt in de gelegenheid gesteld zich ten overstaan van het algemeen bestuur te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. Een lid van het dagelijks bestuur defungeert: a. door zijn overlijden; b. door zijn vrijwillig aftreden (bedanken); c. door zijn ontslag verleend door het algemeen bestuur. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallig dagelijks bestuur behoudt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van het dagelijks bestuur wordt het dagelijks bestuur waargenomen door een persoon die daartoe door het algemeen bestuur is of wordt aangewezen.
Gaat het algemeen bestuur niet binnen twee weken tot een zodanige aanwijzing over dan wordt het dagelijks bestuur waargenomen door de persoon die daartoe door de voorzieningenrechter van de rechtbank van het arrondissement waar de stichting statutair is gevestigd, op verzoek van één of meer belanghebbende(n) wordt aangewezen. De medezeggenschapsraad en de gemeente worden uitdrukkelijk als belanghebbenden
5
aangemerkt. Deze persoon zorgt ervoor dat de raad zo spoedig mogelijk nieuwe bestuurders benoemt. Degene die bij ontstentenis of belet van elk van de dagelijkse bestuurders ingevolge een statutaire regeling is aangewezen tot het verrichten van bestuursdaden, wordt voor wat deze bestuursdaden betreft met een bestuurder gelijkgesteld.
ARTIKEL 9 DAGELIJKS BESTUUR; TAAK EN BEVOEGDHEDEN 1.
2. 3.
4.
5.
Het dagelijks bestuur is belast met het besturen van de Stichting. Bij de vervulling van zijn taak richt het dagelijks bestuur zich naar het belang van de Stichting, het belang van de school die door de Stichting in stand wordt gehouden en het belang van de samenleving. Het dagelijks bestuur handelt overeenkomstig de code goed bestuur in het primair onderwijs. Het dagelijks bestuur heeft al die taken en bevoegdheden die niet bij of krachtens deze statuten aan anderen zijn toegekend. Het dagelijks bestuur stelt in overleg met het algemeen bestuur een schoolplan op, daarbij rekening houdend met de belangen van hen die bij de school zijn betrokken en rekening houdend met de eisen die samenleving aan het onderwijs stelt. Het dagelijks bestuur legt in het jaarverslag verantwoording af over de mate waarin de vastgestelde missie en doelstellingen beschreven in het schoolplan worden gehaald. Besluiten met betrekking tot het verrichten van alle rechtshandelingen, daaronder met name ook begrepen het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en verzwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar zich verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt, moet worden vastgesteld door het algemeen bestuur.
De in dit lid bedoelde besluiten worden ten uitvoer gebracht door het dagelijks bestuur. Voorts heeft het dagelijks bestuur de voorafgaande goedkeuring van het algemeen bestuur nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot: a. Het aangaan van financiële verplichtingen en samenwerkingsovereenkomsten welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan vastgesteld in het huishoudelijk reglement. b. De beëindiging van de dienstbetrekking, vast en tijdelijk, van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek; c. Benoeming, schorsing en ontslag van de schooldirecteur; d. Ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de Stichting; e. Een aanvraag tot faillissement of surséance van betaling; f. (het doen van een voorstel tot) opheffing of afsplitsing van (een deel van) door de stichting in stand gehouden school; g. Het aangaan of verbreken van een duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking over verbreking van ingrijpende betekenis is voor de stichting of de in stand te houden school; h Het vaststellen of wijzigen van het schoolplan;
6
i. j.
Het vaststellen van het managementstatuut; Het vaststellen van de jaarrekening en jaarverslag.
ARTIKEL 10 DAGELIJKS BESTUUR; WERKWIJZE BIJ MEER DAN ÉÉN LID 1. 2.
3. 4.
5.
Het dagelijks bestuur vergadert overeenkomstig een vastgesteld vergaderschema of wanneer de voorzitter van het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt dan wel indien ten minste twee leden dit verzoeken. De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn openbaar. De vergaderingen worden besloten gehouden, wanneer ten minste twee leden van het aantal aanwezige leden hierom vraagt of wanneer de voorzitter van het dagelijks bestuur dit nodig acht. Het dagelijks bestuur beslist vervolgens op grond van de aard van de aan de orde zijnde aangelegenheid of met gesloten deuren zal worden vergaderd. In de vergaderingen van het dagelijks bestuur heeft ieder lid van het dagelijks bestuur één stem. Alle besluiten van het dagelijks bestuur worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. In het geval de stemmen staken brengt het dagelijks bestuur het algemeen bestuur hiervan onverwijld schriftelijk op de hoogte. Binnen twee weken na ontvangst van deze schriftelijke mededeling overlegt het algemeen bestuur met het dagelijks bestuur. Na dit overleg neemt het dagelijks bestuur alsnog een besluit. Indien opnieuw de stemmen staken dan neemt het dagelijks bestuur samen met het algemeen bestuur het besluit (dus het voltallige bestuur). Staken de stemmen dan weer, dan heeft de voorzitter van het algemeen bestuur de doorslaggevende stem.
Het dagelijks bestuur kan ook op een andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden van het dagelijks bestuur in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen indien de volstrekte meerderheid van het dagelijks bestuur zich vóór het voorstel heeft verklaard. Van elk buiten de vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld.
ARTIKEL 11 ALGEMEEN BESTUUR 1.
2. 3.
Onverminderd het bepaalde in deze statuten en de Wet is het toezicht op het beleid van dagelijks bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting opgedragen aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur staat het dagelijks bestuur met raad terzijde en fungeert als klankbord. Het algemeen bestuur kan het dagelijks bestuur gevraagd en ongevraagd adviseren. Bij de vervulling van zijn taak richt het algemeen bestuur zich naar het belang van de stichting, de leerlingen en hun ouders, de belangen van de overige stakeholders, het belang van de school en naar het belang van de samenleving en weegt deze verschillende belangen af. Het algemeen bestuur bestaat uit ten minste twee en ten hoogste drie natuurlijke personen. Het bestuur bepaalt uit hoeveel leden het algemeen bestuur bestaat. Eventuele bezoldiging van leden van het bestuur en onkostenvergoedingen geschieden op basis van een door het algemeen bestuur vastgesteld- en op
7
4.
5. 6.
7.
hoofdlijnen in het jaarverslag openbaar gemaakt- huishoudelijk reglement. Jaarlijks wordt door het dagelijks bestuur uitdrukkelijk in de jaarrekening verantwoord welke bedragen op grond van deze regelingen zijn uitgegeven. Het dagelijks bestuur verschaft het algemeen bestuur tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van het algemeen bestuur alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de stichting die deze mocht verlangen. Het algemeen bestuur kan zich voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen. Een lid van het algemeen bestuur defungeert; a. Door zijn overlijden; b. Door zijn vrijwillig aftreden; c. Door het verstrijken van de termijn vermeld in het rooster van aftreden; d. Door zijn ontslag verleend door de raad; e. Door zijn ontslag verleend door het algemeen bestuur en bekrachtigd door de raad. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallig algemeen bestuur behoudt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van het algemeen bestuur of van het enige (overgebleven) lid worden de taken waargenomen door de perso(o)n(en)die daartoe door de raad is of wordt aangewezen.
ARTIKEL 12 ZITTINGSPERIODE 1. 2. 3.
De leden van het algemeen bestuur worden voor vier jaar benoemd. De leden kunnen na afloop van hun zittingsperiode terstond, maar maximaal een maal worden herbenoemd. In een vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een lid van het algemeen bestuur dat tussentijds is benoemd treedt in een nieuwe benoemingstermijn van vier jaar en kan maximaal een maal worden herbenoemd.
ARTIKEL 13 SCHORSING EN ONTSLAG 1.
2. 3.
Het algemeen bestuur kan een algemeen bestuurslid dat naar zijn oordeel in ernstige mate door handelen of nalaten afbreuk doet aan het functioneren van het algemeen bestuur, voor maximaal vier (4) maanden schorsen of ontslaan. In het geval van schorsing vermeldt het algemeen bestuur de gevolgen daarvan. Het algemeen bestuur onderwerpt het besluit onmiddellijk aan het oordeel van de raad, die zo spoedig mogelijk daarop beslist of hij de schorsing of ontslag al dan niet bevestigt. De schorsing of ontslag geldt dan als door de raad besloten. Wanneer de raad de schorsing als bedoeld in het voorgaande lid bevestigt, wordt de schorsingstermijn geacht ingegaan te zijn op het moment van het bestuursbesluit daartoe.
ARTIKEL 14 VERTEGENWOORDIGING 1.
Het dagelijks bestuur vertegenwoordigt de Stichting in en buiten rechte. Deze
8
2. 3.
vertegenwoordigingsbevoegdheid komt bovendien toe aan de voorzitter tezamen met de secretaris dan wel met de penningmeester, of bij ontstentenis van een hunner aan hun plaatsvervangers. Het dagelijks bestuur kan anderen die werkzaam zijn bij de Stichting de bevoegdheid geven om de Stichting in en buiten rechte te vertegenwoordigen. Het dagelijks bestuur kan een derde een volmacht geven, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.
ARTIKEL 15 VERGADERFREQUENTIE 1.
2. 3. 4. 5.
Het bestuur vergadert overeenkomstig een vooraf vastgesteld vergaderschema ten minste drie maal per jaar en voorts zo dikwijls als door de voorzitter van het algemeen bestuur dan wel de voorzitter van het dagelijks bestuur, dan wel ten minste twee leden van het bestuur, nodig wordt geoordeeld. Het algemeen bestuur kan bepalen om een vergadering te houden in afwezigheid van het dagelijks bestuur. De voorzitter van het algemeen bestuur fungeert als voorzitter van het (voltallig) bestuur. Het dagelijks bestuur vergadert eveneens overeenkomstig een vooraf vastgesteld vergaderschema en ten minste zes keer per jaar. De voorzitters van het algemeen bestuur dan wel het dagelijks bestuur dragen er zorg voor dat de oproepingen, spoedeisende gevallen uitgezonderd, ten minste een week voor de dag der vergadering aan de leden worden toegezonden. Tegelijkertijd met de oproeping dragen de voorzitters zorg voor openbare kennisgeving van de vergadering. Daarbij geeft hij aan op welke plaats de agenda en de bijbehorende stukken ter inzage liggen. Ieder lid van het bestuur kan ter vergadering voorstellen een onderwerp aan de agenda toe te voegen. Het bestuur beslist of, en zo ja in hoeverre, aan dit voorstel gevolg wordt gegeven.
ARTIKEL 16 QUORUM 1. 2. 3.
De vergadering vindt geen doorgang indien niet ten minste de helft van het aantal zittende leden aanwezig is. In geval een vergadering op grond van het eerste lid geen doorgang kan vinden, belegt de voorzitter binnen veertien dagen een nieuwe vergadering. Indien wegens onvoltalligheid op grond van het bepaalde in het tweede lid een nieuwe vergadering is belegd, beraadslagen en besluiten de aanwezige leden over de onderwerpen die voor de eerste vergadering aan de orde waren gesteld, ongeacht het aantal leden dat aanwezig is.
ARTIKEL 17 STEMMEN 1. 2. 3.
De leden stemmen zonder last of ruggespraak. Tenzij de statuten anders bepalen, worden alle besluiten genomen bij meerderheid van stemmen. Een blanco uitgebrachte stem geldt als een niet uitgebrachte stem. Over personen wordt schriftelijk gestemd, over zaken mondeling.
9
4.
5.
Indien de stemmen staken bij een stemming, niet een benoeming betreffende, wordt het nemen van een besluit tot een volgende vergadering uitgesteld, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. Indien bij herstemming de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Wordt bij stemming over personen, een benoeming betreffende, de vereiste meerderheid niet verkregen, dan vindt op een door de voorzitter te bepalen tijdstip herstemming plaats tussen de personen die de meeste stemmen op zich verenigd hebben. Indien bij deze stemming de stemmen opnieuw staken, dan beslist terstond het lot.
ARTIKEL 18 OPENBAARHEID VAN VERGADERINGEN 1. 2.
De vergaderingen van het bestuur zijn openbaar voor zover het bestuur niet beslist dat openbaarheid tegen het belang van de Stichting is of een ontoelaatbare inbreuk op de privacy van personen oplevert. Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij het bestuur anders beslist.
ARTIKEL 19 GEHEIMHOUDING VAN STUKKEN 1. 2.
3.
Het bestuur kan omtrent het in de vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan hem zijn of worden voorgelegd, geheimhouding opleggen. De ingevolge het voorgaande lid opgelegde geheimhouding wordt zowel door degenen die bij de behandeling tegenwoordig waren, alsmede door degenen die op andere wijze van het behandelde en van de stukken kennis nemen, in acht genomen, totdat het bestuur de geheimhouding opheft. De voorzitter kan omtrent de inhoud van stukken in het voorgaande lid voorlopige geheimhouding opleggen. De verplichting tot voorlopige geheimhouding vervalt, indien zij niet in de eerstvolgende vergadering, waarin meer dan de helft van de leden tegenwoordig is, door het bestuur wordt bekrachtigd.
ARTIKEL 20 HUISHOUDELIJK REGLEMENT Alle zaken betreffende de interne aangelegenheden van de Stichting worden geregeld bij huishoudelijk reglement dan wel bestuursreglement. Het huishoudelijk reglement dan wel bestuursreglement mag geen bepalingen bevatten in strijd met deze statuten.
ARTIKEL 21 ARCHIEF Het dagelijks bestuur draagt met inachtneming van de Archiefwet zorg voor de archiefbescheiden.
ARTIKEL 22 VERANTWOORDING DAGELIJKS BESTUUR De leden van het dagelijks bestuur zijn afzonderlijk en tezamen voor het door hen gevoerde bestuur verantwoording verschuldigd aan het algemeen bestuur en geven het
10
algemeen bestuur in dat verband alle inlichtingen.
ARTIKEL 23 COMMISSIES 1.
2.
Het dagelijks bestuur en/of het algemeen bestuur kan al dan niet uit zijn midden commissies instellen, die onder verantwoordelijkheid van het bestuur belast kunnen worden met aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het bestuur behoren. Een commissie is verantwoording verschuldigd aan die bestuurders die de commissie als zodanig hebben ingesteld Het huishoudelijk reglement dan wel bestuursreglement bevat regels voor de werkwijze en samenstelling van de commissies.
ARTIKEL 24 FINANCIËN EN VERSLAGLEGGING 1.
2. 3. 4.
Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks vóór een november een ontwerp van de begroting met toelichting voor het komende jaar van de baten en de lasten van de activiteiten en voor een mei een ontwerp van de rekening over het afgelopen jaar van de Stichting ter goedkeuring dan wel instemming aan de raad aan. Voorafgaand aan de goedkeuring en instemming door de raad legt het dagelijks bestuur deze stukken ter goedkeuring voor aan het algemeen bestuur. De rekening gaat vergezeld van een verslag van een door het algemeen bestuur aangewezen registeraccountant dat, behalve de verklaring bij de rekening, bevindingen bevat over de vraag of de administratie en het beheer voldoen aan eisen van rechtmatigheid en doelmatigheid. De instemming strekt het bestuur tot decharge. Nadat goedkeuring op de begroting of instemming op de jaarrekening door de raad is verkregen, stelt het bestuur de begroting en jaarrekening vast. Indien vóór een februari van het jaar waarvoor de begroting geldt de begroting niet is goedgekeurd, neemt de raad de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen. Indien het dagelijks bestuur voornemens is de begroting te wijzigen, wordt deze wijziging ter goedkeuring voorgelegd aan het algemeen bestuur en vervolgens ter goedkeuring aan de raad voorgelegd.
ARTIKEL 25 STATUTENWIJZIGING EN ONTBINDING 1.
2.
3.
Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Het bestuur behoeft voor iedere wijziging van de statuten de goedkeuring van de raad. Een besluit wordt door het dagelijks en algemeen bestuur samen genomen met volstrekte meerderheid van stemmen. De raad kan te allen tijde de Stichting ontbinden, maar niet gedurende de eerste vijf jaar na de datum van oprichting, tenzij sprake is van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet. De raad kan niet tot ontbinding overgaan dan na overleg met het bestuur. Het bestuur is ook bevoegd de Stichting te ontbinden, maar niet gedurende de eerste vijf jaar na de oprichting. Het bestuur behoeft voor de ontbinding de goedkeuring van de raad. Een besluit wordt door het dagelijks en algemeen bestuur samen genomen
11
met volstrekte meerderheid van stemmen.
ARTIKEL 26 VEREFFENING 1. 2. 3. 4. 5.
Bij ontbinding van de Stichting is het dagelijks bestuur met de vereffening belast, tenzij de raad anders besluit. Gedurende de vereffening blijven deze statuten van kracht voor zover dat met de vereffening verenigbaar is. De vereffenaars leggen rekening en verantwoording af aan de raad. De vereffenaars doen aan de registers waar de Stichting is ingeschreven opgaaf van hun optreden als zodanig en van de gegevens over zichzelf die van een bestuurder worden verlangd. De vereffenaars besteden hetgeen na voldoening der schuldeisers van het vermogen van de ontbonden Stichting is overgebleven zo veel mogelijk overeenkomstig het doel van de Stichting. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en overige gegevensdragers van de ontbonden Stichting gedurende de door de wet bepaalde termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
ARTIKEL 27 (TEGENSTRIJDIGE) BELANGEN 1. 2.
3.
Een bestuurder die een tegenstrijdig belang heeft met de stichting of de daarmee verbonden organisatie is verplicht dit te melden aan het bestuur. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en haar organisatie. Hij heeft wel het recht de desbetreffende vergadering van het bestuur bij te wonen. Deze bestuurder wordt niet meegerekend bij de bepaling van het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders voor het betreffende bestuursbesluit. Kan wegens het bepaalde in dit artikel geen enkele bestuurder aan de besluitvorming deelnemen? Dan neemt dan wel nemen degene(n) met het tegenstrijdig belang alsnog deel aan de beraadslaging en de stemming. In dat geval legt het bestuur de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen schriftelijk vast.
ARTIKEL 28 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN In alle gevallen de Stichting betreffende waarin deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur. EINDE VAN DEZE AKTE Als notaris verklaar ik nog het volgende. Wij ondertekenen deze akte in de gemeente Horst aan de Maas. Dit doen wij op de datum die in het begin van deze akte staat.
12
Ik heb de identiteit van de aanwezige persoon vastgesteld. Zij heeft op tijd voor het ondertekenen een ontwerp van de akte ontvangen. Ik heb de inhoud van deze akte aan haar verteld. Ook gaf ik een toelichting. De partij bij deze akte kent de gevolgen die voor haar uit deze akte voortvloeien. De aanwezige persoon vindt het goed dat ik de akte niet volledig voorlees. Daarom heb ik de akte gedeeltelijk voorgelezen. Meteen na de gedeeltelijke voorlezing hebben de aanwezige persoon en ik de akte ondertekend.