CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Startnotitie landelijk gebied v0.06 -IvV.pdf

Commissie Sociaal en Fysiek Domein 3 juni 2025, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 6: Peilnota startnotitie Landelijk Gebied4.846 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Startnotitie Beoogd Bestuurlijk opdrachtgever Ambtelijk opdrachtgever

Programma Landelijk Gebied Karin van Vliet Marina Kersbergen

Initiatiefnemer Gemeente SV (Team Ontwikkeling Leefomgeving en Economie)

Versie 0.9 Datum 27-03-2025

Beoogd projectleider Matthijs Vermeulen

Inleiding Voorliggende startnotitie is bedoeld om de bestuurlijke opdracht op te halen voor het op te stellen Programma Landelijk Gebied voor Stichtse Vecht. Aan de slag met het Landelijk Gebied Omgevingswet Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024 dienen gemeenten te komen tot een Omgevingsvisie en Omgevingsprogramma’s. De Omgevingsvisie van Stichtse Vecht is in 2022 vastgesteld door de raad. De visie bevat een beschrijving van de ambitie, doelen en opgaven voor onze gemeente over de komende 10 tot 20 jaar op verschillende thema’s en de vier regio’s. De stap richting uitvoering van deze doelen dient in omgevingsprogramma’s uitgewerkt te worden. Daarmee krijgt de Omgevingsvisie handen en voeten om mee aan de slag te gaan. Het programma Landelijk gebied is een onverplicht, thematisch omgevingsprogramma volgens de Omgevingswet. In het verdere document zal de term omgevingsprogramma kortweg een programma genoemd worden. Opvolging Vitaal Platteland In 2021 is de Perspectiefnota Landbouw opgesteld als bouwsteen van de gemeentelijke Omgevingsvisie. Daarnaast zijn de cultuurhistorische en landschappelijke trendlijnen als bouwsteen opgenomen. Zo is in de Omgevingsvisie de Visie Toekomstbestendig vitaal platteland tot stand gekomen. De documenten beschrijven kansen, ontwikkelruimten, trends en opgave (zie bijlage 1) om mee aan de slag te gaan.

De gemeentelijke visie en onderliggende bouwstenen vragen om opvolging in de vorm van een programma Landelijk gebied. Een programma zet ambities om in uitvoeringsmaatregelen. Samengevat zijn de ambities uit de Omgevingsvisie, zoals beschreven in de Perspectiefnota Landbouw en de Visie Toekomstbestendig Vitaal Platteland: i. Werken aan een vitaal platteland met behoud van het landschap. De agrarische sector is daarin een belangrijke economische drager, waarbij goede en duurzame verdienmodellen essentieel zijn. ii. Ontwikkelruimte bieden binnen de agrarische bedrijfsvoering als het omgevingsbeslag (negatieve invloed op het milieu) niet toeneemt. iii. Waar mogelijk agrariërs stimuleren en faciliteren om te verbreden en/of duurzamer en natuur-inclusiever te worden. Een multifunctioneler platteland, waarin het landschap een hoge opvangcapaciteit heeft voor nevenfuncties en natuur. iv. De bodemdaling en veenoxidatie vertragen d.m.v. een integrale en gebiedsgerichte aanpak. v. De samenwerking met de agrarische sector, buurgemeenten en Provincie voortzetten. vi. Een gebiedsdekkend plan voor Veenweiden West met aandacht voor toekomstbestendigheid en integraliteit1. 1 van 13

vii. viii.

Mede invulling geven aan de ecologische verbindingszones uit de provinciale Omgevingsvisie (POVI). Richtlijnen opstellen voor hoe om te gaan met vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) en de bijbehorende stikstofruimte.

Het programma Landelijk gebied beoogt bovenstaande ambities te realiseren door doelen te stellen en maatregelen te ondernemen. Naast ambities is ook de urgentie aanwezig om aan de slag te gaan met het landelijk gebied. Zo is er vanuit de agrarische sector de toenemende vraag om meer ontwikkelingsmogelijkheden. Er ontstaat meer noodzaak om als gemeente als volwaardige gesprekspartner aan tafel te zitten. Alleen zo kan vanuit de gemeente sturing gegeven worden aan een toekomstbestendige en duurzame ontwikkeling van het landelijk gebied met behoud van vitaliteit en een goed woon- en werkklimaat. Kaders Belangrijke kaders en uitgangspunten voor de uitwerking zijn, in volgorde van schaalgrootte van klein naar groot: het coalitieakkoord SV 2022-2026, de Omgevingsvisie van Stichtse Vecht (GOVI SV), het integraal ruimtelijk perspectief (IRP) door de U10, de provinciale Omgevingsvisie Utrecht (POVI), de Kamerbrief Water en bodem sturend, de nationale Omgevingsvisie (NOVI) en bijbehorende nationale programma’s voor aandachtsgebieden (NOVEX). Daarnaast stellen wettelijke regels randvoorwaarden en richting aan de uitwerking.

Naast de provinciale- en waterschapsverordeningen zijn er onder andere de Vogel- en Habitat Richtlijnen (VHR) (voor Natura 2000 en Natuur Netwerk Nederland), Wet stikstofreductie en natuurverbetering, bossenstrategie, kaderrichtlijn water (KRW), 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn, EUR Grondwaterrichtlijn, de Klimaatwet en Stikstofreductie en Natuurverbetering. Naast deze kaderstellende beleidsstukken zijn er meer beleidsstukken of visies met impact op het landelijk gebied, zoals:  Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG)  Regionale Veenweiden Strategie (RVS) Utrecht  Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen  HDSR Geschiktheidskaarten voor nieuwe woon- en werklocaties  Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW)  Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB)  GLB-Nationaal Strategisch Plan 2023-2027  Akkoord van Utrecht - (Herijking EHS)  Programma Groen Groeit Mee (GGM)  Programma Regionale Energietransitie (RES)  Utrecht Nabij Meerjarenprogramma Infrastructuur  Ruimte en Transport (MIRT)  Provinciaal Vrijkomende Agrarische Bebouwings-aanpak 2024-2026  Provinciale Landbouwvisie (2018)  Toekomst landbouw en voedsel Provincie Utrecht 2050  Gemeentelijk Landschapsontwikkelingsplan  Weidevogelvisie PU  Klimaatakkoord voor landbouw en -gebruik  Stroomgebiedbeheerplannen 2022-2027 1

Het thematische programma landelijk gebied zal geen gebiedsdekkend plan voor Veenweiden West ontwikkelen. Wel zullen de benodigde bouwstenen in het programma ontwikkeld worden, waarna een gebiedsgericht programma de bouwstenen bij elkaar moet brengen specifiek voor Veenweiden West. 2 van 13

     

Deltaplan Biodiversiteitsherstel Aanvalsplan Landschap Aanvalsplan Grutto Natuurvisie Utrecht 2050 Programma Hollandse Waterlinies Handelingskader gebiedsgerichte aanpak stikstof Provincie Utrecht.

Het aantal beschreven beleidsstukken zal niet uitputtend zijn en zal over de tijd toenemen in aantal en uitwerking. Bovenstaande opsommingen maken op zijn minst duidelijk: het landelijk gebied vormt een complex speelveld met wisselende belangen. Het beleid en de kaders zijn continu in ontwikkeling.

Scope en afbakening van Omgevingsprogramma Van ontwikkelen tot beheren Veelal werd het woord ‘programma’ gebruikt om aan te geven hoe een nieuwe ontwikkeling gerealiseerd gaat worden. Onder de Omgevingswet moeten in een programma meer typen maatregelen opgenomen worden, namelijk maatregelen om de leefomgeving te: - Beschermen; - Beheren; - Gebruiken; en - Ontwikkelen. Alle vier type maatregelen zullen terugkomen in het programma landelijk gebied. Agrariërs wensen daarbij nadrukkelijke aandacht voor de bescherming van de bodem en voor de sociaal economische factoren. Thematische programma’s Het programma landelijk gebied is een thematisch programma. Dat houdt in dat het programma niet gericht is op één of meer specifieke gebieden in de gemeente, maar van toepassing zal zijn voor de gehele gemeente. Het thematische programma Landelijk gebied is één van de beoogde 12 thematische programma’s die gemeente Stichtse Vecht wil ontwikkelen in de komende jaren. Het risico van toespitsing op een thema zou kunnen zijn dat de integraliteit verloren gaat. Daarom is het van blijvend belang om het programma landelijk gebied in het geheel van de andere thematische programma’s te zien. De 12 thematische programma’s samen zorgen voor een overkoepelend beleidsplan met doelen en maatregelen voor de gemeente Stichtse Vecht.

Gezien vanuit het landelijk gebied zijn de relaties met andere programma’s visueel weergeven in Figuur 1.

3 van 13

Figuur 1: Relaties tussen de thematische programma’s. Een donkere tint staat voor een nauwe relatie.

Uit de figuur kan afgeleid worden dat het programma landelijk gebied veel afstemming behoeft met de programma’s vitale kernen, recreatie en openbare ruimte. Op de andere thematische programma’s zal ook integrale afstemming zijn. De lege vakken in de figuur staan voor nieuwe programma’s die in de toekomst ontwikkeld kunnen worden. Zie voor meer informatie over de verschillende typen programma’s en hoe gemeente Stichtse Vecht deze inzet de notitie Werken aan Omgevingsprogramma’s. Van ambitie naar doelstelling In het programma landelijk gebied zal uitsluitend gewerkt worden binnen de door de raad gestelde kaders van de Omgevingsvisie. De doelen zijn daarom gekoppeld aan de in de inleiding beschreven ambities (zie romeinse cijfers) en de in de Omgevingsvisie benoemde opgaven (zie bijlage 1). Het programma landelijk gebied kent drie hoofddoelstellingen en 10 subdoelstellingen.

Programma landelijk gebied 1.Toekomstperspectief

2.Samenwerking

1. VAB en verbreden 2. Ruimte voor innovaties 3. Water- en bodem sturend 4. Gezonde en veilige leefomgeving 5. Omgevingsplan regels

6. Agenderend actief 7. Bodemdaling vertragen 8. Stikstofproblematiek

4 van 13

3.Natuur, water, klimaat en landbouw 9. Landbouw, voedsel én natuur 10. Ecologische- en recreatieve verbindingszones

Hoofddoel 1: Toekomstperspectief bieden aan belanghebbenden in het landelijk gebied door duidelijk beleid en ontwikkelruimte in regels. Met extra aandacht voor integraliteit , toekomstbestendigheid en behoud van cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Doelstelling 1: Vrijkomend agrarische bebouwings- en verbredingsbeleid opstellen De gemeente stelt beleid op om te proberen de ondernemende en stoppende boer toekomstperspectief te bieden in hun ruimtelijke mogelijkheden en activiteiten. Duidelijke richtlijnen hebben een gezonde bedrijfsvoering en het voorkomen van verrommeling in het landelijk gebied tot doel. Daarbij staan de landschappelijke en cultuurhistorische waarden hoog in het vaandel en houden we rekening met gangbare bedrijven in de buurt. Beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) zal in een nota uitgewerkt worden. De nota is een inhoudelijke verdieping op het thema van een programma. De nota zal als een hoofdstuk of bijlage in het programma Landelijk gebied worden opgenomen. Het opstellen van de Nota VAB is belangrijk voor de gemeente omdat het naar verwachting steeds vaker zal gebeuren dat agrariërs hun bedrijf beëindigen. De gemeente wil inspelen op de ontwikkelingen in de samenleving en een betrouwbare en gelijkwaardige overlegpartner zijn voor de agrarisch ondernemers. Het is daarom van belang om hier specifiek beleid voor op te stellen.

Met het specifieke beleid kunnen naar verwachting passende vervolgfuncties versneld en vereenvoudigd worden toegekend. Om ongewenst gebruik, leegstand, verpaupering en zelfs ondermijning te voorkomen is het van belang om te proberen agrariërs een duidelijk perspectief te bieden op nieuwe functies voor hun voormalig agrarisch bebouwing. Een doelgerichte aanpak zorgt voor een toekomstbestendig, vitaal en leefbaar landelijk gebied van de gemeente Stichtse Vecht. De Nota VAB zal zich richten op stoppende boeren. Tijdens de participatie zal naast voor stoppende agrariërs ook aandacht zijn voor agrariërs die hun bedrijfsactiviteiten willen verbreden of doorontwikkelen. Hoewel deze onderwerpen inhoudelijk om een andere aanpak vragen, zullen de belanghebbenden gedurende de participatie overlappend zijn. De verwerking van de inzichten over verbreden zullen in een separate Nota Agrarische verbreding uitgewerkt worden. Sluit aan op ambities i, ii, iii, v, vi en viii. Doelstelling 2: Ruimte bieden aan innovaties in het landelijk gebied De gemeente wil proberen ontwikkelruimte aan agrarische bedrijven te bieden voor innovaties in de landbouw als het omgevingsbeslag (negatieve invloed op het milieu) niet onevenredig toeneemt op lokale, regionale of provinciale schaal. De gemeente wil daarmee de duurzame ontwikkeling van de agrarische sector mede ondersteunen.

Het bieden van ontwikkelruimte is van groot belang voor de agrarische sector als onderdeel van de voedselvoorziening. Zonder groei is er geen bestaansrecht. Het is aan de sector om de innovaties aan te wenden, waarna de gemeente wil proberen naar ruimte te zoeken in haar ruimtelijke ordening. De gemeente wil met initiatiefnemers meedenken over experimenteerruimte voor haalbare verdienmodellen vanuit de “ja, mits” gedachte van de Omgevingswet. Het college wil agrarische windmolens van maximaal 20 meter ashoogte op (boeren)erven in het buitengebied proberen mogelijk te maken als dit passend is in het landschap. Op het moment wijkt dit af van bestemmingsplannen die zijn opgenomen in het tijdelijke Omgevingsplan. Een analyse van landschappelijke inpassing en benodigde wijzigingen in de regelgeving zal naar verwachting meer duidelijkheid geven aan initiatiefnemers. De gemeente wil zonnevelden realiseren in het landelijk gebied als onderdeel van de Regionale Energie Strategie (RES) doelstelling. Ondanks dat de doelstelling hoofdzakelijk onderdeel is van het thematische programma Energie, heeft de doelstelling impact op de ruimtelijke inrichting van het landelijk gebied. De gemeente zal in 5 van 13

samenwerking met belanghebbenden aandacht geven aan een gepaste ruimtelijke inpassing, waarbij verrommeling van het landschap zo veel als mogelijk wordt voorkomen. De gemeente heeft zich ingezet voor de aanleg van glasvezel in de kleine dorpen en het buitengebied van Stichtse Vecht waar nog geen glasvezel beschikbaar is. Sluit aan op ambities i, ii, iii en v. Doelstelling 3: Evalueren robuustheid en toekomstbestendigheid van het bodem- en watersysteem Het kabinet heeft water en bodem sturend gemaakt bij ruimtelijke keuzes. Dit vereist van de gemeente om bij nieuwe ontwikkelingen meer rekening te houden met water en bodem. Hiermee wordt een stap gezet richting een robuust en toekomstbestendig wateren bodemsysteem. De gemeente wil aandacht geven aan het principe als fundament voor alle andere te ontwikkelen omgevingsprogramma’s. Bij laagveengebieden zijn 3 structurerende keuzes uit het UPLG (25, 26, 27) van belang:  (25) De grondwaterstand, afhankelijk van bodemcompositie, omstandigheden van het watersysteem en de behoefte van het gebied.  (26) Minimaliseren van aanvoer gebiedsvreemd water. In gebiedsprocessen proberen ruimte te maken voor het vasthouden en bergen van zoveel mogelijk gebiedseigen water.  (27) Duurzaam landbouwgrondbeheer voorkomt onomkeerbare oxidatie. De maatregelen op gebied van materieel, nutriënten, gewasbeschermingsmiddelen etc.

worden onder het UPLG uitgewerkt. Concreet vraagt de doelstelling om een evaluatie van de Nota Bodembeheer werkgebied ODRU of er sprake is van impact op thematische programma’s. De beleidsanalyse stelt de gemeente in staat om in gesprek te gaan met provincie en waterschappen over klimaatadaptatie, waterberging en overloopgebieden. Sluit aan op ambities iii, iv en v. Doelstelling 4: Het landelijk gebied beschermen en beheren als gezonde en veilige leefomgeving De gemeente wil onderzoeken of (ambtelijke) processen aangaande groen- en wegbeheer in het landelijk gebied verbeterd kunnen worden. Er zal specifieke aandacht zijn voor de groenfacetten biodiversiteit, bomen, bos(plantsoen), water, oevers en bermen. De verbetering beoogt een betere bescherming, beheer en gebruik van het landelijk gebied. De stappen naar verbeteringen dienen nader onderzocht te worden. De gemeente wil proberen de sociale positie van agrariërs en bewoners van het landelijk gebied te beschermen en verbeteren. Om dit te bereiken willen we het dialoog met de belanghebbenden voeren. Daarnaast zal synergie gezocht worden met het toekomstige programma vitale kernen. Ook in de NOVEX investeringsagenda van Het Groene Hart zal aandacht zijn voor het vitale landelijk gebied. Sluit aan op ambities i, iii en vi.

Doelstelling 5: Toewerken naar Omgevingsplan (2032) De gemeente werkt toe naar een Omgevingsplan uiterlijk per 1 januari 2032. Voor het landelijk gebied moeten minstens de bestemmingsplannen omgeschreven worden naar planregels, maar kunnen ook nieuwe planregels toegevoegd worden. De planregels zullen zo opgesteld worden dat nieuw beleid erin meegenomen wordt. Sluit aan op ambities i ,ii, iii, vi en viii. Hoofddoel 2: Samenwerking aangaan met gebiedspartners en medeoverheden met extra aandacht voor bottom-up processen. Doelstelling 6: Agenderend zijn in de samenwerking 6 van 13

De gemeente wil proberen een agenderende rol aan te nemen in de gebiedsprocessen voor de UPLG-deelgebieden Utrechtse Veenweiden en Oostelijke Vechtplassen. Zo kunnen de ambities van gemeente Stichtse Vecht vertaald worden in te nemen maatregelen in de regio. Het voornemen is om deel te nemen aan regionale stuurgroepen en zowel bestuurlijk als ambtelijk intensief samen te werken met andere belanghebbenden. Kansen om sleutelprojecten in Stichtse Vecht onder de aandacht te brengen van NOVEX-investeringsagenda’s Het Groene Hart zijn een blijvend aandachtspunt. De doelstelling draagt bij aan alle voorgaande doelstellingen en kan in het bijzonder bijdragen bij het vinden van meekoppelkansen. Bijvoorbeeld op het gebied van recreatie, mobiliteit en energie. De gemeente wil zich inzetten als betrokken gebiedspartner bij gebiedsprocessen, waarbij wordt gezocht naar toekomstperspectief voor individuele belanghebbenden. Het doel is om op een integrale wijze meerdere opgaven gelijktijdig duurzaam te realiseren in een polder. De provincie of het waterschap zal de kartrekker blijven, maar door nauwe betrokkenheid van de gemeente kunnen belangen van inwoners en ondernemers meer worden vertegenwoordigd. Sluit aan op ambities i, iii, iv en v.

Doelstelling 7: Bodemdaling vertragen De gemeente wil deelnemen aan de samenwerking tussen boeren en waterschappen om bodemdaling als gevolg van veenoxidatie tegen te gaan. Er zal gezocht worden naar mogelijkheden om geslaagde pilots breed uit te rollen over de hele gemeente. De gemeente zal proberen in samenwerking met de waterschappen te zoeken naar innovatieve technologieën. Sluit aan op ambities i, iv, v en vi. Doelstelling 8: Aandacht vragen voor stikstofproblematiek De gemeente wil proberen haar inspraak bij andere overheden in te zetten om meer duidelijkheid te zoeken voor PAS-melders en Interimmers. Deze ondernemers hebben te goeder trouw gehandeld met een melding van hun stikstofbelasting op kwetsbare natuur en kwamen buiten hun schuld in deze situatie terecht. Tegelijkertijd is duidelijk dat er stikstof neervalt in ons Natura 2000 gebied de Oostelijke Vechtplassen. Het gebied verdroogt, de bodem verzuurt, biodiversiteit verminderd en de waterkwaliteit is niet goed. Via onze gezamenlijke inzet met buurgemeenten en provincies op het gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen zal uitvoering aan projecten plaatsvinden om de waardevolle natuurgebieden te behouden en biodiversiteit in het landelijk gebied te herstellen. Het stikstofdossier komt terug in het Hoofdlijnenakkoord van het kabinet. Landelijke en Provinciale ontwikkelingen zullen nauwlettend gevolgd worden.

De doelstellingen van het programma Landelijk gebied omtrent stikstof zullen zo opgesteld worden dat ze tussentijds geëvalueerd kunnen worden naar geldend nationaal en provinciaal beleid en wetgeving. Sluit aan op ambities ii, v en viii. Hoofddoel 3: Bijdragen aan provinciale doelstellingen op het gebied van natuur, water, klimaat en landbouw. Doelstelling 9: Ruimte bieden voor landbouw, voedsel én natuur De landbouw in de gemeente Stichtse Vecht bestaat voor merendeel uit bedrijven tot 74 melkkoeien. Zowel aan de west- als oostzijde van de gemeente is de weidegang hoog met meer dan 95% van de melkkoeien. Daarmee zijn de agrarische bedrijven in onze gemeente relatief klein en extensiever dan landelijke gemiddelden. Wij zien dat als kwaliteiten die behouden moet blijven. De gemeente staat achter gebiedsprocessen en bijvoorbeeld realisatie van groen blauwe 7 van 13

dooradering (GBDA), waarbij landbouw, voedselproductie en natuur samengaan. Daarbij willen we landbouw en natuur niet ruimtelijk scheiden, maar met elkaar laten vergroeien. De gemeente wil proberen actief naar maatregelen te zoeken voor het UPLG op haar grondgebied. De gemeente staat open voor het overwegen van deelname aan initiatieven met aandacht voor natuur, biodiversiteit en weidevogels. Belangrijke randvoorwaarde van natuurrealisatie is het behoud van het landschap en behoud van voldoende economische draagkracht van de agrarische sector. De gemeente wil visie vormen op de grondstrategie die toegepast wordt door de provincie binnen de gemeente Stichtse Vecht. Het provinciaal programma Groen Groeit Mee ambieert samen met inwoners, beheerorganisaties, landbouw en andere partijen extra groen te realiseren en natuur en landschap behouden en versterken. Er zal bij het opstellen van het gemeentelijk programma Landelijk Gebied gezocht worden naar aansluiting op Groen Groeit Mee en het bijbehorende Groenfonds. De vitaliteit van dorpskernen is daarbij een aandachtspunt als meekoppelkans. Sluit aan op ambities i, iii, v en vii. Doelstelling 10: Ecologische en recreatieve verbindingszones realiseren De gemeente probeert de ruimtelijke inpassing van ecologische en recreatieve verbindingszones te onderzoeken in het kader van het Akkoord van Utrecht.

De nadruk ligt ecologisch op meer ruimte voor water en groen, waarbij zoveel als mogelijk gezocht wordt naar een aaneengesloten groen blauwe dooradering (GBDA) met natuurwaarde. De nadruk bij recreatieve verbindingszones ligt op het verbinden van de Vecht en de regiopoort Breukelen met Veenweidengebied West voor een betere spreiding van toeristen over de gehele gemeente. Samen versterken ecologie en recreatie elkaar. Separate aandacht gaat uit naar het werkgebied van de Plassenschappen. Sluit aan op ambities iii, v, vi en vii. Gedurende het ontwikkelen van het programma kunnen meer doelstellingen toegevoegd worden als deze aansluiten op de ambities vanuit de raad. Daarnaast zullen de doelstellingen met het ontwikkelen van het programma SMART geformuleerd worden om het doelbereik te kunnen monitoren. Werkwijze en beoogde projectorganisatie Werkwijze Voor het opstellen van het programma hanteren we de volgende fasering. 1. Peilen startnotitie De startnotitie wordt via een peilstuk in de raadscommissie behandeld. De opmerkingen uit de commissie worden afgewogen en indien nodig verwerkt in de definitieve startnotitie. 2. Vaststellen startnotitie De startnotitie wordt door het college van B&W vastgesteld. 3. Inventariseren en ophalen Er heeft een inventarisatie plaatsgevonden van de relevante (beleids-)documenten, zie bijlage 1.

In het programma zal dit worden uitgewerkt, waarbij ook een analyse zal plaatsvinden van de acties die nog open staan of vervolg behoeven. Ook worden wensen en knelpunten opgehaald in de interne organisatie en we raadplegen externe partijen, zie hiervoor de paragraaf participatie. 4. Opstellen concept programma Het schrijven van het programma vindt plaats binnen de eigen organisatie. Interne adviseurs en externe partijen worden gevraagd om mee te lezen en advies uit te brengen, zie hiervoor de toelichting op de projectorganisatie en de paragraaf participatie.

8 van 13

5. Vaststellen ontwerp programma Het ontwerpprogramma wordt vastgesteld voor het college van B&W. 6. Ter inzage legging Het programma wordt 6 weken ter inzage gelegd en de binnengekomen zienswijzen worden verwerkt. Het ontwerpprogramma zal in de raadscommissie gepresenteerd worden. Raadsleden worden in de gelegenheid gesteld om zowel mondeling als schriftelijk te reageren. 7. Vaststellen definitief programma Het definitieve programma wordt vastgesteld door het college van B&W.

Vervolg -

Uitvoering: Na de vaststelling begint de uitvoering van de maatregelen. Het zal gaan om acties die al lopen of in gang gezet zijn en acties die nog moeten worden opgestart. De opgenomen fasering in het programma is leidend voor de uitvoering. Monitoring en evaluatie: Na twee jaar worden het programma en de uitvoering geëvalueerd en waar nodig aangescherpt. Bij de monitoring bepalen we of we op koers liggen met het behalen van de doelstellingen

Projectorganisatie - ingebouwde projectverantwoordelijkheid in de lijnorganisatie Het project wordt uitgevoerd binnen de bestaande organisatie. De projectleiding valt onder het team Ontwikkeling Leefomgeving en Economie. Er wordt geen aparte projectgroep opgericht. De projectleider heeft de verantwoordelijkheid om de benodigde input op te halen bij de diverse vakdisciplines. Een aantal medewerkers, die nauwe betrokkenheid heeft met de werkvelden zal gevraagd worden om actief mee te denken en lezen. Om het project succesvol te laten verlopen zijn duidelijke communicatie, heldere doelen, een goede coördinatie en draagvlak bij de directie benodigd. Deze startnotitie draagt daaraan bij. Afstemming met de ambtelijk opdrachtgever en portefeuillehouder vindt plaats door de projectleider op momenten dat dit nodig is.

Participatie en belanghebbenden Belanghebbenden De gemeente onderscheidt onder andere de volgende belanghebbenden van het landelijk gebied: gemeenteraad, agrariërs (boerentafel, LTO, Gebiedscoöperatie, agrarische collectieven, etc.), ondernemers landelijk gebied (plattelandsoverleg), inwoners landelijk gebied (vertegenwoordigende dorpsraden), provincie Utrecht, waterschappen (HDSR en AGV), buurgemeenten, U10-samenwerkingsverband, Bestuurlijk Platform Groene Hart, natuur- en cultuurbeheerorganisaties, Vechtplassencommissie, Gebiedscommissie Oostelijke Vechtplassen., Recreatieschappen en onder andere buurgemeenten De Ronde Venen, Woerden, De Bilt, Utrecht en Wijdemeren. Binnen de interne organisatie zal de nadruk liggen op het Domein Ruimte met medewerking van het Domein Samen Leven. De Provincie Utrecht is met 2 gebiedscoördinatoren actief betrokken in het landelijk gebied van Stichtse Vecht. Via de coördinatoren zal de gemeente ondersteuning kunnen ontvangen van expertise en projectleiders. Met de beschikbaarheid van coördinatoren en projectleiders zal de provincie nauw betrokken zijn bij de uitvoering van maatregelen. De gemeente heeft als doel om de Provincie en de waterschappen, zo veel als mogelijk is, te betrekken in de totstandkoming van het programma.

Zo zullen provinciale- en waterschapsomgevingsverordeningen en het gemeentelijke omgevingsplan nauw op elkaar aansluiten in de toekomstige programmering. Dit sluit aan bij de samenhangende manier van werken, als één 9 van 13

overheid, zoals de Omgevingswet dat van ons vraagt. Participatievormen De participatie zal ingericht worden aan de hand van de Participatieleidraad van de gemeente Stichtse Vecht.

In de totstandkoming van het programma Landelijk Gebied zal met name aandacht zijn voor cocreëren, meedenken, raadplegen en informeren. Agrariërs worden uitgenodigd om te participeren binnen de bestaande overlegstructuren als de boerentafel en de plattelandsraad. Buiten deze overlegstructuren is ruimte om meer betrokkenheid vorm te geven in de totstandkoming van het programma. Hetzelfde aanbod staat uit naar andere belanghebbenden. LTO en de Gebiedscoöperatie zijn via de boerentafel vertegenwoordigd. De gekozen participatievormen zijn onder andere meedenkbijeenkomsten, klankbordgroepen, digitale en schriftelijke informatie verstrekking, adviesraden op thema en inloopbijeenkomsten. Naar behoefte zal gedurende het uitvoeren van de startnotitie de participatie bijgesteld en opgeschaald worden. Rol gemeente in participatie De gemeente heeft de rol om relevante belanghebbenden per onderwerp te betrekken in het vormgeven van het programma.. In het algemeen zal de gemeente de overleggen voorzitten. De agenda zal deels door de gemeente en deels door belanghebbenden vastgesteld worden. De gemeente zal het initiatief nemen om belanghebbenden te vragen naar te agenderen onderwerpen. Buiten de overleggen om heeft de gemeente de rol om alle belanghebbenden tijdig te informeren.

Hiervoor zien wij een belangrijke rol voor belangenbehartigers om hun achterban geïnformeerd en aangehaakt te houden. De gemeente staat open voor door belanghebbenden geïnitieerde overleggen. In het participatietraject zal bij uitnodigingen voor overleggen gezocht worden naar balans van belangen, zoals deze zich voordoen in het betreffende gebied. Aan de andere kant zal de informatieverstrekking gericht zijn op het betrekken van zoveel als mogelijk belanghebbenden. In het geval van uitvoeringsprojecten zal de gemeente op zoek gaan naar werkgroep leden. Daarmee wordt inzet gevraagd van belanghebbenden en wordt tegelijkertijd de slagvaardigheid en betrokkenheid vergroot. In de Omgevingswet is een motiveringsplicht geregeld in artikel 10.8 van het Omgevingsbesluit. In de motiveringsplicht moet staan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en 10 van 13

andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn en wat de resultaten hiervan zijn. Het college zal in het vaststellingsbesluit aangeven hoe ze invulling heeft gegeven aan haar participatiebeleid. Uiteindelijk moet participatie ertoe leiden dat het beleid weloverwogen is en de maatregelen goed uitvoerbaar zijn. Procedure en afstemming met gemeenteraad Procedure Het programma is een bevoegdheid van het college van B&W. Het wordt ontwikkeld binnen de door de raad gestelde kaders uit de Omgevingsvisie ‘’t Beste van twee werelden’. Zo zullen de door de raad vastgestelde bouwstenen ingezet worden om uitvoering te geven aan de ambities. Wijze van betrokkenheid raad/voortgang De startnotitie wordt met een peilstuk in de raadscommissie behandeld. De opmerkingen uit de commissie worden afgewogen en indien nodig verwerkt in de definitieve startnotitie. De startnotitie wordt door het college van B&W vastgesteld. Tussentijds zal de gemeenteraad waar nodig geïnformeerd worden over de voortgang van het proces via Raadsinformatiebrieven. En het ontwerpprogramma zal in de raadscommissie gepresenteerd worden. Raadsleden kunnen zowel mondeling als schriftelijk reageren. De reacties worden op dezelfde wijze behandeld als zienswijzen op het ontwerp. Financiële aspecten Er zijn geen middelen nodig voor het opstellen van het landelijk gebied programma.

Het opstellen van het programma vindt plaats binnen de eigen organisatie en vraagt ureninzet van de projectleider. Indien onderdelen toch uitbesteed worden vanwege een tekort aan capaciteit of benodigde expertise zullen de kosten gedekt worden uit het vitaal platteland budget. Indien maatregelen in het programma zijn opgenomen die budget vragen, die niet binnen de reguliere budgetten kunnen worden uitgevoerd, dan zal vraag naar aanvullende midden integraal gewogen worden in de P&C-cyclus. Planning Wat

Wanneer

Peilen startnotitie in raadscommissie Vaststellen startnotitie door de het college van B&W Opstellen concept programma - schrijven van het programma - participatie (intern/extern) Vaststellen ontwerp programma door college van B&W - ter inzage legging - verwerken binnengekomen zienswijzen Vaststellen definitief programma door college van B&W Start implementatie

10 juni 2025 15 juli 2025 Q3 – Q4 2025

Q1 2026

Q2 2026 Q2 2026

Risico’s Europese- en Rijksregelgeving De regelgeving op Europees- en Rijksniveau is constant in ontwikkeling met impact op het landelijk gebied. Veranderende regelgeving op bijvoorbeeld landbouw en natuur hebben direct impact op onze ondernemers en gebieden. De combinatie van impact en onzekerheid maakt dat 11 van 13

regelgeving vanuit hogere overheden een risico vormt voor het gemeentelijke programma landelijk gebied. De kans op nieuwe of wijzigende regelgeving in de komende jaren is zo goed als zeker. Het landelijk gebied is in een gaande transitie en dat zet overheden ertoe aan om hun regelgeving daarop aan te laten sluiten. Het programma dient flexibel opgebouwd te worden, zodat het in doelen en maatregelen kan meebewegen met wijzigingen in de regelgeving in de komende jaren. Steun voor uitvoering van maatregelen Maatregelen voortkomend uit het programma zullen niet uitgevoerd kunnen worden zonder medewerking van belanghebbenden uit de gebieden. De totstandkoming van maatregelen moet plaatsvinden middels een zorgvuldig participatietraject, waarin gezocht wordt naar lokale steun om later de maatregelen daadwerkelijk uit te kunnen voeren.

Borging en monitoring Borging in de lijnorganisatie De uitvoering van maatregelen zal waar nodig geborgd worden in de lijnorganisatie en in op te stellen aanverwante (beleids-)stukken. De wijze van borging in de lijnorganisatie is afhankelijk van het soort maatregel. Resultaten monitoren In het programma zullen acties en maatregelen gepland en uitgevoerd worden om de doelen te bereiken. Binnen het programma zal een periodieke monitoring ingericht worden, waarbij we bepalen of we op koers liggen met het behalen van de doelstellingen. Als blijkt dat de acties en maatregelen tekort schieten, dan zullen deze binnen het programma bijgesteld worden. Zo wordt het doelbereik van het programma verhoogd. Gekozen is voor een periodieke monitoring van elke twee jaar. Afhankelijk van de gekozen maatregelen kan de frequentie aangepast worden. Voor akkoord Opdrachtgever

Projectleider

datum

datum

12 van 13

Bijlage 1: Lijst van opgaven Landelijk Gebied Binnen de door de Raad vastgestelde Omgevingsvisie zijn meerdere opgaven benoemd voor het landelijk gebied. De opgaven gelden als leidraad voor het projectteam, waarbij extra prioriteit uitgaat naar opgaven die in het Coalitieakkoord zijn benoemd (C). De volgende opgaven zijn relevant in de uitwerking van het omgevingsprogramma in willekeurige volgorde: 1. Aan de slag met de nota Vitaal Platteland (C) 2. Stikstofbeleid (vanuit Rijks- en Provinciale regelgeving) (C) 3. Glasvezel in het buitengebied (C) 4. Voorkomen verrommeling van landschap (C) 5. Bodemdaling en veenoxidatie stoppen/vertragen veenweidegebied 6. Natte(re) vormen van landbouw 7. Ontwikkelruimte versus omgevingsbeslag 8. Verbreding van de landbouw 9. Andere vormen van landbouw 10. Beleidsregel vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing (VAB) 11. Experimenteerruimte haalbare verdienmodellen 12. Direct en eenduidig aanspreekpunt agrarische bedrijven 13. Plattelandsraad 14. Promotie agrarische sector 15. Meer ruimte voor water en groen 16. Ecologische en recreatieve verbindingszones realiseren 17. Bewustwording reageren op klimaatverandering 18. Groen in en rondom de kernen 19. Robuust en toekomstbestendig bodem- en watersysteem 20. Bodem- en watergeschiktheid voor ontwikkelingen (o.a. actualisatie bodemkwaliteitskaart en bodembeheerplan) 21.

Ruimte voor eigen initiatief en ontmoeting

13 van 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2873/documents/60120