rvs Verzoek zienswijze ontwerp Gemeenschappelijke Regeling BghU.pdf
Tekst van het document
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl
Raadsvoorstel Onderwerp
Organisatie onderdeel
Verzoek zienswijze ontwerp Gemeenschappelijke Regeling BghU
Financiën
Begrotingswijziging
gijsbert.heij@stichtsevecht.nl
Nee
Telefoonnummer opsteller +31346254561
Datum raadsvergadering
E-mail opsteller
24 februari 2026
Portefeuillehouder H.C. van den Akker
Registratie nummer 774684
Aan de gemeenteraad Voorgesteld besluit 1. De zienswijze op de ontwerp Gemeenschappelijke Regeling BghU 2027 vast te stellen, waarin de gemeenteraad aangeeft in te stemmen: a. met de omvorming van de huidige bedrijfsvoeringsorganisatie naar een openbaar lichaam; b. met de vorming van een dagelijks bestuur waarin de gemeente Utrecht en de HDSR als vaste leden worden aangewezen; c. de aanpassing in de stemverhoudingen in het algemeen bestuur.
Samenvatting Het BghU-bestuur heeft een ontwerp Gemeenschappelijke Regeling BghU 2027 voor zienswijzen toegezonden aan de deelnemers. Hierin wordt met name de huidige bedrijfsvoeringsorganisatie omgevormd naar een openbaar lichaam, wordt een dagelijks bestuur ingesteld en wijzigen de stemverhoudingen in het algemeen bestuur. De voorziene ingangsdatum is 1 januari 2027.
A Inleiding Aanleiding BghU heeft in de afgelopen jaren regelmatig behoefte gehad aan meer directe bestuurlijke sturing. Met name om het bestuur dichter bij de organisatie te brengen en de rollen, taken en verantwoordelijkheden in de governance te verhelderen. Het bestuur heeft geconcludeerd dat de vorm bedrijfsvoeringsorganisatie, waarbij er sprake is van één bestuurslaag, de gewenste nabijheid en rolscheiding onvoldoende mogelijk maakt. Een openbaar lichaam, waarin met een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur wordt gewerkt, biedt wel de gewenste mogelijkheden. Daarom wenst het BghU-bestuur de huidige gemeenschappelijke regeling per 1 januari 2027 om te vormen van een bedrijfsvoeringsorganisatie naar een openbaar lichaam. In de bevoegdheidsverdeling tussen algemeen bestuur en dagelijks bestuur wordt aangesloten bij de gebruikelijke verdeling uit de Wet gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast is dit moment benut om de regeling te actualiseren, waarbij de indeling van de gemeenschappelijke regeling logisch is herordend en de artikelen zijn aangepast aan gewijzigde wet- en regelgeving, waaronder de Archiefwet.
Bevoegdheid Artikel 1 juncto 61 Wgr en artikel 50 van de vigerende gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht 2020 beschrijven het proces dat moet worden doorlopen om een wijziging van de gemeenschappelijke regeling vorm te geven. Het BghU-bestuur heeft een voorstel gedaan door de ontwerp gemeenschappelijke regeling aan de colleges te zenden. Conform het juridisch kader zenden de colleges de ontwerp gemeenschappelijke regeling voor zienswijzen naar de vertegenwoordigende organen (gemeenteraden en het algemeen bestuur van het waterschap). Nadat de vertegenwoordigende organen hun zienswijzen kenbaar hebben gemaakt, zal het BghU-bestuur deze wegen. Na weging en eventuele aanpassing van de ontwerpregeling zendt het BghU-bestuur de gemeenschappelijke regeling wederom aan de colleges om, na verkregen toestemming van de gemeenteraden en het algemeen bestuur van het waterschap, in te stemmen met de gewijzigde gemeenschappelijke regeling. De Wet gemeenschappelijke regelingen geeft de vertegenwoordigende organen 8 weken voor het indienen van een zienswijze. Het bestuur van de BghU heeft deze termijn verlengd tot 4 maart 2026 vanwege de vergaderplanning van de deelnemers.
Afweging scenario’s Nee
Maatschappelijk doel en beoogd effect Met het omvormen van BghU van een bedrijfsvoeringsorganisatie naar een openbaar lichaam wordt meer bestuurlijke nabijheid georganiseerd. Dat is in het kader van ‘good governance’ gewenst en past beter bij de bedoeling van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Eerdere besluitvorming en informatievoorziening De gemeenteraad is via Raadsinformatiebrief 37 van 30 oktober 2025 geïnformeerd over de ontvangen vooraankondiging van een zienswijze procedure op de wijziging van de gemeenschappelijke regeling (zie bijlage 5).
B Beslispunten, Argumenten en Risico’s Argumenten 1.a.1. Omvorming versterkt de bestuurlijke sturing op de BghU. Al meerdere jaren wordt binnen het BghU-bestuur gewerkt met tijdelijke Stuurgroepen, Bestuurscommissies en andere hulpstructuren. Deze hulpstructuren hebben geholpen bij de verschillende uitdagingen die de BghU heeft gekend en zijn nog steeds gewenst om effectieve sturing op een excellente en betrouwbare dienstverlening mogelijk te maken. Tegelijkertijd is het wenselijk om deze hulpstructuren te formaliseren. De Wet gemeenschappelijke regelingen biedt hiervoor slechts één mogelijkheid: de omzetting naar een openbaar lichaam. Daarnaast leidt een openbaar lichaam tot meer structurele bestuurlijke nabijheid bij de BghU, en voorkomt daarmee complexe en stroperige besluitvorming in situaties dat het bestuur de organisatie wenst bij te sturen. Tot slot leidt een openbaar lichaam tot een betere rolscheiding tussen bestuurlijk opdrachtgever en eigenaar. Bij een bedrijfsvoeringsorganisatie zijn deze rollen in één bestuurder per deelnemer verenigd. 1.a.2. De rol van voorzitter wordt aangepast, alle deelnemers kunnen BghU-voorzitter worden. Op dit moment kent de BghU een technisch voorzitter, die geen stemrecht heeft binnen het bestuur. Binnen een openbaar lichaam is een dergelijke constructie niet mogelijk.
Dit heeft te maken met de rol van de voorzitter binnen het openbaar lichaam. De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) bepaalt dat de voorzitter van een openbaar lichaam door en uit het algemeen bestuur moet worden aangewezen (onder meer Wgr art. 12, negende lid). Dat betekent dat de voorzitter per definitie onderdeel uitmaakt van het algemeen bestuur en binnen het algemeen bestuur ook stemrecht heeft. Het is daarbij volgens de Wgr niet mogelijk om één deelnemer door twee leden in het algemeen bestuur te laten vertegenwoordigen, waarbij één lid stemrecht heeft, en één lid niet. Daarom is in de ontwerp gemeenschappelijke regeling opgenomen dat, conform de Wgr, het algemeen bestuur uit haar midden een voorzitter aanwijst. Dit is gebruikelijk bij gemeenschappelijke regelingen. 1.a.3. De BghU-organisatie ondersteunt de ontwikkeling waarbij meer bestuurlijke nabijheid bij de eigen organisatie, en een verheldering van rollen, taken en verantwoordelijkheden wordt gecreëerd. Dit draagt bij aan de doelstelling van goede en betrouwbare uitvoering van de belastingtaken. 1.a.4. Het college legt de ontwerp regeling voor aan de gemeenteraad/ algemeen bestuur waterschap. In artikel 1 Wgr is vastgelegd hoe een wijziging van een gemeenschappelijke regeling plaatsvindt.
Het voorleggen voor zienswijzen van een wijziging is een verplicht onderdeel van een regeling waaraan de gemeenteraden/ het algemeen bestuur van het waterschap niet zelf deelneemt. 1.b.1. Hiermee krijgen gemeente Utrecht en HDSR een passende positie. Hierin is vastgelegd dat de twee grootste deelnemers, de gemeente Utrecht en het waterschap HDSR, vaste leden van het dagelijks bestuur worden. Dit doet recht aan het belang dat beide deelnemers hebben en de bijdrage die zij leveren aan BghU: zo levert de gemeente Utrecht (met afstand) de grootste bijdrage aan BghU en is het waterschap HDSR voor haar inkomsten volledig afhankelijk van de opbrengsten die BghU int. Zie ook de tabel op de volgende bladzijde.
Met de voorgestelde stemverhouding is het mogelijk dat Utrecht én HDSR samen met een derde deelnemer in het dagelijks bestuur zitten. Dit betekent dat naast Utrecht en HDSR iedere overige deelnemer deel kan uitmaken van het dagelijks bestuur. 1.c.1. De stemverhouding in de huidige GR is aangepast ten behoeve van de vorming van een dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur mag geen meerderheid uitmaken in het algemeen bestuur en moet uit minimaal drie bestuursleden bestaan. Daarom is het noodzakelijk de stemverhoudingen aan te passen. Voorgesteld wordt de stemverhouding als volgt aan te passen:
De voorgestelde stemverhouding maakt mogelijk dat Utrecht, HDSR en minimaal één derde deelnemer het dagelijks bestuur kunnen vormen. De maximale omvang van het dagelijks bestuur is dan 20 stemmen, waarvan er 16 stemmen bij Utrecht en HDSR zijn belegd. Een mogelijkheid is een bijvoorbeeld jaarlijks wisselende deelname van Zeist, Stichtse Vecht en Nieuwegein (elk met 4 stemmen) aan het algemeen bestuur. Een andere mogelijkheid is om naast de twee deelnemers met de grootste bijdrage ook de twee deelnemers (Bunnik en Lopik elk met 2 stemmen) met de kleinste bijdrage te laten deelnemen in het algemeen bestuur.
Risico’s 1.a.1. Is een openbaar lichaam niet te zwaar voor een uitvoeringsorganisatie als de BghU? In de afgelopen jaren is gebleken dat meer bestuurlijke nabijheid wenselijk is. Het dagelijks bestuur vergadert minimaal 4 maal per jaar, het algemeen bestuur minimaal 2 maal per jaar. Per saldo is de bestuurlijke drukte hiermee te overzien, terwijl de governance structureel beter is ingericht.
C Overige aspecten Financieel
Het omzetten van een bedrijfsvoeringsorganisatie naar een openbaar lichaam zal niet leiden tot een stijging van de deelnemersbijdragen. De BghU-organisatie is recent versterkt met een directieadviseur. Er is momenteel al sprake van bestuurlijke hulpstructuren die vanuit de BghU worden gefaciliteerd. Het instellen van een dagelijks bestuur leidt daarmee slechts tot een zeer beperkte aanvullende behoefte aan ondersteunende capaciteit. Deze wordt vooralsnog binnen de bestaande BghU-organisatie opgevangen.
Juridisch In de gemeenschappelijke regeling dragen wij geen verordenende bevoegdheden over maar alleen uitvoerende bevoegdheden. Zuiver juridisch gezien is als het alleen om uitvoering gaat, is de voorgestelde vorm van een openbaar lichaam wel een relatief zware vorm. De redenen tot omzetting zijn niet zuiver juridisch, zie onder de argumenten. In de bijlage 3 is een gemeenschappelijke regeling opgenomen waarin de wijzigingen zichtbaar zijn gemaakt. In artikel 4 Additionele overdracht wordt in lid 1 verwezen naar artikel 30, dit moet artikel 3 zijn. In de ontwerpregeling is dit al aangepast (zie bijlage 2). In artikel 11, lid 5 wordt geen zienswijzemogelijkheid voor de vertegenwoordigde organen (gemeenteraad/ algemeen bestuur waterschap) geschapen. In de notitie Sturingsprofielen Verbonden partijen gemeente Stichtse Vecht is voor de BghU in de huidige organisatievorm voorgesteld om een reguliere sturing toe te passen. Door de voorgestelde aanpassingen wijzigt dit uitgangspunt niet. De kenmerken van reguliere sturing zijn hieronder opgenomen. Reguliere sturing De ambtelijke organisatie heeft regulier contact met de verbonden partij en legt P&C documenten en relevante ontwikkelingen voor aan het college. De P&C producten van de verbonden partij en het wel of niet indienen van een zienswijze wordt gedelegeerd aan het college.
De zienswijze op de ontwerpbegroting wordt ter besluitvorming aangeboden aan de raad. In de jaarrekening via de paragraaf Verbonden partijen wordt jaarlijks de verbonden partij geëvalueerd. In artikel 40 lid 4 (opdrachtverlening aan onafhankelijke derde om een uittredingsplan op te stellen) staat hetzelfde als in artikel 42 lid 1. Daarnaast is er een onjuiste verwijzing naar de kennisgeving van uittreding opgenomen. De kennisgeving van uittreding is opgenomen in artikel 40 lid 2 en niet zoals in artikel 42 lid 1 is opgenomen in artikel 40 lid 3 (zie de onderstreping hieronder). Artikel 40 lid 4 Na ontvangst van de in het tweede lid vermelde kennisgeving wordt een in overleg met de uittredende deelnemer aan te wijzen onafhankelijke derde opdracht verleend een uittredingsplan op te stellen als ware tot opheffing van de regeling besloten. Artikel 42 lid 1 Na ontvangst van de in artikel 40, derde lid, vermelde kennisgeving wordt een in overleg met de uittredende deelnemer aan te wijzen onafhankelijke externe deskundige opdracht verleend een uittredingsplan op te stellen als ware tot opheffing van de regeling besloten. In de gemeenschappelijke regeling dient een regeling over participatie conform artikel 10, lid 7 Wgr opgenomen te zijn. Dit komt voort uit het aangenomen amendement Bromet. In de ontwerpregeling is niet duidelijk hoe dit wordt ingevuld.
Kanttekeningen Niet van toepassing.
Communicatie Er is geen aanvullende communicatie voorzien.
Participatie Niet van toepassing.
Vervolg Het BghU-bestuur weegt de binnengekomen zienswijzen en bepaalt op basis hiervan of de gemeenschappelijke regeling aangepast dient te worden. Vervolgens wordt de (eventueel aangepaste) regeling voor toestemming en instemming aan de colleges en het dagelijks bestuur van het waterschap gezonden. De colleges en het dagelijks bestuur van het waterschap starten vervolgens de procedure voor toestemming en instemming en leggen de definitieve ontwerpregeling voor aan de gemeenteraden en het algemeen bestuur van het waterschap. De gemeenteraad en het algemeen bestuur beoordelen in de procedure voor toestemming en instemming of aan hun wensen voldoende tegemoet is gekomen en of goed is beargumenteerd waarom een verzoek niet is verwerkt. Na verkregen toestemming van alle gemeenteraden en het algemeen bestuur van het waterschap kan de regeling definitief gewijzigd worden door de instemming van de colleges.
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5.
Verzoek zienswijze ontwerp GR BghU 2027 Ontwerp GR BghU 2027 Ontwerp GR BghU 2027 (wijzigingen zichtbaar) Zienswijze aan BghU Raadsinformatiebrief 37 van 30 oktober 2025
20 januari 2026 Burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht
Gemeentesecretaris drs. R.C.L. Heijdra
Burgemeester drs. A.J.H.T.H. Reinders