rvs Rekenkameronderzoek Afvalinzameling Stichtse Vecht.pdf
Tekst van het document
Commissie
Raadsvoorstel Onderwerp Rekenkameronderzoek Afvalinzameling Stichtse Vecht Begrotingswijziging n.v.t. Datum raadsvergadering
Portefeuillehouder A.L. Wisseborn Organisatie onderdeel Griffie/Rekenkamercommissie E-mail opsteller Jacqueline.Willenborg.Gr@stichtsevecht.nl Telefoonnummer opsteller 0346254200
21 december 2021 Registratie nummer Z/21/237906-VB/21/97503
Aan de gemeenteraad Voorgesteld Besluit 1. Kennisnemen van het eindrapport van de Rekenkamercommissie ‘Afvalinzameling Stichtse Vecht’ en de in het rapport opgenomen conclusies te onderschrijven. 2. De aanbevelingen die zijn gericht aan de raad over te nemen; a. stel als raad een raadswerkgroep in die de evaluatie van de huidige afvalvisie en het huidige grondstoffenplan begeleidt, (mede) kaders stelt voor de volgende beleidsperiode en de informatiebehoefte van de raad formuleert (indicatoren, benchmark etc.). Betrek bij de kaderstelling ook de mogelijkheid om diftar in te voeren en/of het serviceniveau voor de inzameling van grofvuil te verlagen; b. vraag tot die tijd het college om de inhoud van de uitvoeringsprogramma’s en een aansluiting van de gemeentelijke monitoring op de landelijke benchmark. In die (compacte) monitor kan de prestatiedriehoek een leidraad zijn. Naast afvalscheiding worden dan ook kosten (met onderscheid naar beïnvloedbaar/niet beïnvloedbaar) en service(beleving) in beeld gebracht. 3. Het college op te dragen de aan haar gerichte aanbevelingen te implementeren: a. overweeg de prestatiedoelen bij te stellen voor de komende jaren en in kaart te brengen of er voor delen van Maarssenbroek met mindere afvalscheidingsprestaties ook omgekeerd inzamelen moet worden uitgerold of dat daar nascheiding doelmatiger is; b. evalueer mede n.a.v.
de uitkomsten van de inwonerspeiling de communicatie naar de inwoners en bekijk of een analyse van de klachten(afhandeling) aanknopingspunten biedt voor vermindering van het aantal klachten; c. ga in gesprek met de beide kringloopwinkels over hun positie in relatie tot het nieuwe afvalscheidingsstation; d. verken in AVU-verband de mogelijkheden om toekomstige prijsschommelingen in te perken. 4. Het college te vragen in de periodieke monitor te rapporteren over de voortgang en resultaten van de uitvoering van de aan haar gerichte aanbevelingen.
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
Samenvatting De Rekenkamercommissie (RKC) deed in de periode december 2020 tot en met mei 2021 onderzoek naar de afvalinzameling in de gemeente Stichtse Vecht. Daarbij stelde zij zich de volgende hoofdvragen: Wat is de doeltreffendheid en doelmatigheid van het afvalbeleid en de afvalinzameling van de gemeente Stichtse Vecht? (en hoe kan die worden verhoogd indien nodig?) Heeft de gemeenteraad voldoende mogelijkheden (gehad) om het afvalbeleid te controleren en desgewenst bij te sturen? (en hoe kan dat worden vergroot indien nodig?) Het eindrapport met de bevindingen, conclusies en aanbevelingen is gereed en wordt u thans aangeboden. De bestuurlijke reactie is in het rapport opgenomen.
Bijlage
Rapport ‘Afvalinzameling Stichtse Vecht’.
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
Doel en beoogd maatschappelijk effect
De rekenkamercommissie (RKC) Stichtse Vecht deed in 2014-2015 onderzoek naar het afvalbeleid van de gemeente in de periode 2012-2014. Doel was de raad en de aankomende nieuwe afvalvisie van input te voorzien. De rekenkamercommissie concludeerde destijds dat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde beleid niet goed waren vast te stellen en verbetering behoefde. De aanbevelingen van de RKC hadden betrekking op concretere doelstellingen en prioriteiten, een uitvoeringsprogramma en op sturingsinformatie voor de raad met gebruik van benchmarks. College en raad namen de aanbevelingen destijds grotendeels over. Inmiddels is het 2021. Er is sinds 2016 een nieuwe afvalvisie en de uitrol van een nieuw afvalsysteem (‘omgekeerd inzamelen’) is, met enige vertraging, onderweg. De RKC wil weten wat de doorwerking van haar aanbevelingen uit 2015 was.
Kan de afvalinzameling de toets van doeltreffendheid en doelmatigheid inmiddels doorstaan? Zo nee, is daar de komende tijd zicht op? Is de raad in staat op basis van de informatievoorziening kaders te stellen en het beleid te controleren? Met het oog op de volgende beleidsperiode wil de RKC de raad in het onderzoek ook een beeld bieden van de (oorzaken van) prijsontwikkeling van de afvalinzameling, de voor- en nadelen van verschillende inzamelsystemen, de waardering door inwoners van de afvalinzameling en de situatie van de afvalscheidingsstations (ASS-en). Ook wil de RKC graag een beeld hebben van het lerend vermogen van de gemeente bij dit dossier. Indien nodig doet de RKC aanbevelingen voor verbeteringen van het afvalbeleid en de afvalinzameling.
Relatie met bestaand beleid en regelgeving
Verordening Rekenkamercommissie gemeente Stichtse Vecht.
Argumenten De hoofdvragen van dit onderzoek luiden: Wat is de doeltreffendheid en doelmatigheid van het afvalbeleid en de afvalinzameling van de gemeente Stichtse Vecht? (en hoe kan die worden verhoogd indien nodig?) Heeft de gemeenteraad voldoende mogelijkheden (gehad) om het afvalbeleid te controleren en desgewenst bij te sturen? (en hoe kan dat worden vergroot indien nodig?) Hierbij horen de volgende deelvragen: Inhoud en doelen van beleid en informatievoorziening en rol gemeenteraad 1. Welke visie/beleidsdoelen/effecten heeft de gemeente in haar afvalbeleid geformuleerd? En zijn deze SMART gemaakt? 2. Voldoet het gemeentelijk afvalbeleid aan landelijke beleidskaders? 3. Wordt het bereiken van de beleidsdoelen (in de uitvoering) gemonitord? 4. Wordt de gemeenteraad geïnformeerd over beleid en uitvoering en over het bereiken van de beleidsdoelen? 5. Is er opvolging gegeven aan de aanbevelingen van het rapport ‘Visie op afval Stichtse Vecht’ uit 2015? Normen bij de beoordeling van het beleid en de betrokkenheid van de raad • het beleid bevat een visie; • het beleid bevat helder geformuleerde doelen (SMART); • het beleid is afgestemd op actuele landelijke beleidskaders; • de raad kreeg de ruimte kaders te stellen voor het beleid;
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
• • • • • • •
de raad heeft het beleid vastgesteld; het beleid is bekend bij betrokkenen; er is sprake van monitoring en evaluatie van het afvalbeleid; uitkomsten van evaluatie worden gebruikt om het beleid bij te sturen; de raad wordt actief geïnformeerd over ontwikkelingen rondom het afvalbeleid (ook bij uitvoerende externe partijen); eventuele informatie uit monitoring en evaluatie bieden voldoende handvatten om het afvalbeleid te sturen; de raad wordt in staat gesteld om het beleid bij te sturen.
Uitvoering 1. Hoe is de uitvoering georganiseerd? (inzameling en verwerking) 2. Zijn voorzieningen voor de afvalinzameling toereikend? (o.a. afvalscheidingsstations) 3. Loopt de organisatie van het afvalbeheer in de pas met landelijke ontwikkelingen en trends in de markt? 4. Zijn er alternatieven voor de huidige samenwerkingsverbanden? 5. Is er sprake van voldoend lerend vermogen van de gemeente t.a.v. het afvalbeleid en de uitvoering daarvan? 6. Welke verbetermogelijkheden in de uitvoering zijn er? Normen bij de beoordeling van de uitvoering • het beleid is verankerd in de organisatie; • het beleid wordt uitgevoerd; • taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen gemeente en externe partijen zijn vastgelegd en worden als zodanig uitgevoerd; • de beoogde resultaten van externe partijen zijn eenduidig vastgelegd, vergelijkbaar met andere gemeenten en toegespitst op de praktijk van Stichtse Vecht; • de voorzieningen voor de afvalinzameling zijn toereikend; • de gemeente is op de hoogte van ‘good practices’ in andere Nederlandse gemeenten (en de situatie in omliggende gemeenten); • de gemeente speelt in op nieuwe ontwikkelingen; • de inrichting van de organisatie volgt landelijke ontwikkelingen en trends in de markt. Middelen 1. Hoe hebben de kosten van het afvalbeheer zich in de periode 2016-2020 ontwikkeld en wat is de verwachting voor de komende jaren? 2.
Welke prijsontwikkelingen zijn er in de markt? 3. Hoe heeft de prijs/kwaliteitsverhouding van afvalinzameling en -verwerking zich in de periode 2016-2020 ontwikkeld? 4. Hoe verlopen aanbestedingen en contractbeheer? 5. Wat is de ontwikkeling van de afvalstoffenheffing? Normen bij de beoordeling van de middelen • de kosten van het afvalbeleid zijn transparant; • er is gewerkt met een investeringsplan; • eventuele inkoop is doelmatig verlopen; • de gedane investeringen zijn zichtbaar in concrete producten en/of diensten; • het tarief van de afvalstoffenheffing is kostendekkend (wanneer alle toegestane kosten worden toegerekend); • de reserves voor de afvalinzameling zijn toereikend.
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
Resultaten 1. Hoe zijn de afvalprestaties de afgelopen periode geweest: zijn die conform verwachting, vallen ze mee of tegen? Hoe verhouden ze zich tot de landelijke trends? 2. In hoeverre zijn de beleidsdoelen en de beoogde maatschappelijke effecten met betrekking tot het afvalbeheer in de periode 2016-2020 gerealiseerd? (Zo nee, is de verwachting dat dat de komende jaren wel lukt?) 3. In hoeverre zijn de resultaten toe te schrijven aan de ingezette middelen? Zijn er externe factoren van invloed geweest op de doeltreffendheid? 4. Hoe denken inwoners over de afvalinzameling, de afvalscheiding en de (aanstaande) invoering van omgekeerd inzamelen? 5. Wordt er minder restafval ingezameld bij kernen die al gestart zijn met omgekeerd inzamelen? 6.
Zijn er neveneffecten te constateren: meer dumping van afval of afvaltoerisme bijvoorbeeld? Normen bij de beoordeling van de resultaten • de gemeente heeft een helder beeld van en inzicht in de resultaten van de afvalinzameling; • er is sprake van ordentelijke inzameling en het aantal klachten daalt; • het afvalbeleid zorgt voor controleerbare en beheersbare stromen huishoudelijk afval; • het afvalbeleid zorgt voor steeds betere afvalscheiding; • het afvalbeleid zorgt voor een schonere gemeente en een verbeterde leefomgeving (minder zwerfafval en bijplaatsingen); • inwoners zijn tevreden over het afvalbeleid; • indien doelstellingen niet worden gerealiseerd, zijn de oorzaken hiervan bekend en verbetervoorstellen gedaan.
Conclusies en aanbevelingen Hoofdconclusies 2021 Doeltreffendheid Het afvalbeleid dat de gemeente Stichtse Vecht sinds 2016 voert en de afvalinzamelingsmethode die daarvoor sinds eind 2017 wordt uitgerold (‘omgekeerd inzamelen’) hebben minder restafval en meer herbruikbare grondstoffen tot doel en daarmee op termijn kostenbesparing. De gemeente heeft een duidelijk beleidsplan met een heldere koers, concrete doelen en uitvoeringsstrategie. De uitvoering is goed georganiseerd en bemenst. Het contractbeheer is op orde. Er is tevredenheid bij de uitvoeringspartners over de invulling daarvan (met uitzondering van de kringloopwinkels). De toekomstgerichtheid is op orde qua kennis en materieel (m.u.v. de huidige afvalbrengstations). De uitrol loopt en levert aan de milieu-/afvalscheidingskant ook resultaten op die de goede kant op bewegen. De inzameling verloopt ordentelijk. De uitrol loopt wel duidelijk achter op schema, waardoor het effect van omgekeerd inzamelen nog maar beperkt zichtbaar is. Inmiddels is de achterstand ongeveer 2 jaar. Op dit moment is iets meer dan 1/3 van de huishoudens aangesloten op omgekeerd inzamelen. Planmatig had dat ongeveer het dubbele moeten zijn. Redenen voor vertraging zijn politiek debat eind 2017 en het zorgvuldige participatietraject dat meer tijd kost dan verwacht.
In wijken van Stichtse Vecht waar omgekeerd inzamelen is ingevoerd zijn de afvalprestaties (afvalscheiding, hoeveelheid restafval) dus zichtbaar verbeterd. De inwoners die er inmiddels mee te maken hebben, zijn gemiddeld genomen gematigd tevreden over het nieuwe systeem (het glas lijkt ‘half vol’). Inwoners van de gebieden waar de uitrol ten tijde van dit onderzoek nog moest starten zijn
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
gemiddeld juist wat sceptisch over wat het omgekeerd inzamelen hen straks gaat brengen (het glas is meer dan ‘halfleeg’). Door het omgekeerd inzamelen en door flankerend beleid zoals voorlichting en inzet van afvalcoaches is er voor de gemeente als geheel sprake van een daling van het volume aan fijn restafval. Inde periode 2015-2019 was er een gestage daling van 221 kg per inwoner per jaar naar 193 kg per inwoner per jaar. In coronajaar 2020 steeg dit cijfer naar 197 kg mede omdat mensen meer thuis waren. Afgezet tegen de doelstellingen is de daling te gestaag. Het lijkt niet waarschijnlijk dat de doelstelling van 140 kg voor 2021 nog haalbaar is. Het is onhaalbaar om de oorspronkelijke beleidsdoelstelling van 75 kg in 2022 is te realiseren (ook het in de begroting 2020 en 2021 bijgestelde streefcijfer van 100 kg voor 2022 lijkt niet haalbaar). Tot dusverre is dit niet (expliciet) geconstateerd of in uitvoeringsprogramma’s, tussenevaluaties of P&C-stukken aan de orde gekomen. De inschatting is dat een resultaat van 130 kg fijn restafval na volledige uitrol een heel goed resultaat zou zijn. Betere prestaties dan die 130 kg leveren nu enkel gemeenten die naast omgekeerd inzamelen ook een prijkprikkel (DIFTAR) hanteren.
Inmiddels is er in Nederland voldoende ervaring met de effecten van omgekeerd inzamelen om de doelstellingen bij te stellen en de oorspronkelijke doelstelling als te ambitieus aan te merken. Uit gegevens van AVU blijkt dat de Utrechtse gemeenten in 2020 gemiddeld op 187 kilogram restafval (fijn en grof afval samen) uitkwamen. Met 221 kg restafval in 2019 (inclusief dus grof restafval) zit Stichtse Vecht hier nog duidelijk boven. Los van de onvolledige uitrol van omgekeerd inzamelen speelt het relatief hoge serviceniveau in de inzameling op het gebied van de grof vuil- en grof tuinafval-inzameling hier mogelijk een rol. Kwalitatief zijn de prestaties beter op orde. Zo komt Stichtse Vecht bij een vergelijking van de kwaliteit van de gescheiden PMD in AVU-verband juist heel behoorlijk uit de bus Al met al is de conclusie dat de doeltreffendheid van het beleid verbetering behoeft om de (aan te passen) beleidsdoelen te realiseren. N.B. Ook de realisatie van het afvalscheidingsstation loopt uit. Aandachtspunt dat uit onderhavig onderzoek tevens naar voren komt is de positie van beide kringloopwinkels op/ten opzichte van het nieuwe afvalscheidingsstation. Doelmatigheid Het nieuwe afvalsysteem vroeg een forse investering die moest leiden tot dalende afvalbeheerskosten. Dat laatste is tot nu toe niet het geval.
De totale afvalbeheerskosten liggen in 2020 nog wel onder het landelijke gemiddelde, maar vertonen een sterk stijgende trend. Dit wordt veroorzaakt door autonome stijgingen aan de afvalverwerkingskant (met o.a. een relatief ongunstig AVU-contract na een voorafgaand relatief gunstig AVU-contract) en minder opbrengsten aan de grondstoffenkant omdat omgekeerd inzamelen nog niet volledig is uitgerold. Ofschoon de feitelijke inzamelkosten in Stichtse Vecht relatief laag zijn is de resultante een forse verhoging van de afvalstoffenheffing in de afgelopen twee jaren, met momenteel ook geen buffer meer vanuit de egalisatiereserve Er zijn weinig tot geen alternatieve samenwerkingsverbanden die zicht bieden op stabiel lagere verwerkingskosten. De conclusie is dat de doelmatigheid van het beleid lager is dan vooraf werd gedacht. Stichtse Vecht heeft los van het realiseren van betere afvalprestaties of het verlagen van de afvalservice aan de
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
inwoners, in beperkte mate knoppen om de doelmatigheid te vergroten gelet op de huidige marktomstandigheden. Rol en positie van de raad In 2016 stelde de (vorige) raad unaniem de afvalvisie en het grondstoffenplan vast. Aan de voorkant was er ruimte voor kaderstelling. Moties eind 2017 en begin 2018 zorgden voor vertraging bij de uitrol en een intensiever participatietraject. De nieuw raad stelde vooral raadsvragen en een aantal partijen starten de discussie over voor- en nascheiding. De raad wordt frequent maar soms ook wat ad-hoc geïnformeerd over de uitvoering van het beleid. Ofschoon de informatiepositie van de raad is verbeterd mist een deel van de raad ‘betrouwbare’ stuurinformatie. Daarbij helpt het niet dat de uitvoeringsprogramma’s met afvalprestaties per scheidingsfractie niet op reguliere basis naar de raad worden gestuurd. De raad beschikt niet over duidelijk inzicht in de beleidscyclus. Aan de andere kant is er nauwelijks discussie over (bijstelling van de) prestatiedoelen zoals die in de P&C-cyclus worden gerapporteerd. Wat mist is een dialoog op hoofdlijnen binnen de raad, gevoed vanuit een evaluatie en met alternatieven die er zijn wanneer beleid niet het gewenste effect sorteert. Zijn er bijvoorbeeld mogelijkheden om de uitrol alsnog te versnellen (en had het sneller gekund?).
Doorwerking van aanbevelingen uit 2015 De doorwerking van de aanbevelingen van het vorige onderzoek van de rekenkamercommissie is onvolledig. Positief is dat er nu doelstellingen en uitvoeringsprogramma’s zijn. In termen van de PlanDo-Check-Act-cyclus: Plan en Do zijn goed ingevuld. Omdat (tussen)evaluaties met analyses, benchmarkinformatie en prognoses ontbreken geldt dat niet voor Check en Act.
Aanbevelingen Aanbevelingen voor de raad 1.
Stel als raad een raadswerkgroep in die de evaluatie van de huidige afvalvisie en het huidige grondstoffenplan begeleidt, (mede) kaders stelt voor de volgende beleidsperiode en de informatiebehoefte van de raad formuleert (indicatoren, benchmark etc.). Betrek bij de kaderstelling ook de mogelijkheid om diftar in te voeren en/of het serviceniveau voor de inzameling van grofvuil te verlagen.
2.
Vraag tot die tijd het college om de inhoud van de uitvoeringsprogramma’s en een aansluiting van de gemeentelijke monitoring op de landelijke benchmark. In die (compacte) monitor kan de prestatiedriehoek een leidraad zijn. Naast afvalscheiding worden dan ook kosten (met onderscheid naar beïnvloedbaar/niet beïnvloedbaar) en service(beleving) in beeld gebracht.
Aanbevelingen voor het college 3.
Overweeg de prestatiedoelen bij te stellen voor de komende jaren en in kaart te brengen of er voor delen van Maarssenbroek met mindere afvalscheidingsprestaties ook omgekeerd inzamelen moet worden uitgerold of dat daar nascheiding doelmatiger is.
4.
Evalueer mede n.a.v. de uitkomsten van de inwonerspeiling de communicatie naar de inwoners en bekijk of een analyse van de klachten(afhandeling) aanknopingspunten biedt voor vermindering van het aantal klachten.
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
5.
Ga in gesprek met de beide kringloopwinkels over hun positie in relatie tot het nieuwe afvalscheidingsstation.
6.
Verken in AVU-verband de mogelijkheden om toekomstige prijsschommelingen in te perken.
Bestuurlijke reactie college
‘In 2021, een jaar voor het einde van de looptijd van de huidige Afvalvisie en het Grondstoffenplan, heeft de rekenkamer een rapport opgesteld over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het afvalbeleid over de jaren 2016 tot en met 2020 en naar de controle daarop door de raad. Tevens is gekeken naar de doorwerking van de aanbevelingen uit het rapport van de rekenkamer uit 2015. De rekenkamer vraagt in haar brief van 1 september 2021 om een bestuurlijke reactie over met name de conclusies en aanbevelingen. Deze treft u onderstaand per onderwerp aan. Algemeen Het rapport geeft een goed beeld van de situatie tot en met 2020. Op dit moment is de invoering van omgekeerd inzamelen ook in de kernen van Maarssen Dorp, Oud Zuilen en Tienhoven afgerond. Dat houdt in dat tot op dit moment in circa twee derde deel van de gemeente omgekeerd inzamelen is ingevoerd. Volgens de actuele planning zal omgekeerd inzamelen in de (laatste) kernen Maarssenbroek en Kockengen in 2022 worden gerealiseerd met een mogelijke uitloop naar 2023. Daarmee is het project volledig afgerond. Doeltreffendheid De door uw commissie aangegeven rode draad dat een en ander doeltreffend is georganiseerd en praktisch organisatorisch ordentelijk is verlopen verloopt onderschrijven wij. Hier is hard aan gewerkt na de vaststelling van het Grondstoffenplan Stichtse Vecht 2016 – 2022 in 2016.
Door discussies in de gemeenteraad over bron- en nascheiding zijn vertragingen opgelopen. De Corona-beperkingen en de vele wisselingen van portefeuillehouders Afval in de periode 2016 - 2022 waren ook vertragende factoren. Gelukkig is er nu zicht op de afronding van de implementatie van omgekeerd inzamelen. Een groot deel van de gestelde doelen uit het Grondstoffenplan 2016 - 2022 zijn gerealiseerd. Ook de aanbevelingen uit het rapport van 2015 zijn grotendeels opgevolgd. Het ultieme doel van 75 kg restafval per inwoner per jaar in 2022 wordt tot nu toe (helaas nog) niet gehaald. Terugkijkend was deze ambitie wellicht te hoog. Zeer zeker gezien de tot nu toe behaalde resultaten van rond de 190 kg aan restafval per inwoner per jaar. Er is dus nog een lange weg te gaan om deze doelstelling te behalen. Uit de cijfers in Stichtse Vecht blijkt dat bronscheiding van grondstoffen stijgende is en dat de kwaliteit ervan goed is voor de recycling mogelijkheden. De landen van de Europese Unie om ons heen waaronder Nederland zetten in op een circulaire economie met onder andere (bron)scheiding van afvalstoffen als middel. De ambitie van het Rijk is nog steeds 75% bronscheiding met een perspectief dat er in 2050 geen huishoudelijke restafval meer verbrand wordt. Dat betekent dat gemeenten voortvarend moeten werken om per beleidsperiode het aandeel te verbranden restafval te verminderen.
Hierin achten wij omgekeerd inzamelen passend en doorgaan op deze weg zal tot betere inzamelresultaten leiden naast de andere per beleidsperiode nog te nemen flankerende maatregelen. Naast het meetbare doel van restafval van aantal kg per inwoner per jaar zal dit ook bijdragen aan andere minder concreet meetbare doelen die wij nastreven zoals minder CO2, minder fijnstof, gezondere lucht, minder verspilling en minder onnodig water- en energieverbruik. Door omgekeerd inzamelen worden ook deze doelen indirect gediend. In de nieuwe beleidsperiode na 2022 kan de nieuwe gemeenteraad de ambitie bepalen van alle (nieuwe) afvalbeleidsdoelen. Wij zien dat het huidige beleid met het oog op 2050 doeltreffend te noemen is. Dit beleid kan in de nieuwe beleidsperiode na 2022 verder verbeterd en vernieuwd worden.
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
Doelmatigheid De door de rekenkamer getrokken conclusie dat de doelmatigheid van het beleid lager is dan vooraf werd gedacht verdient naar onze mening enige nuancering. De verhoging van de afvalstoffenheffing is helaas veroorzaakt door externe marktontwikkelingen en doet in onze ogen niets af aan het doelmatig bereiken van de behaalde resultaten. Door onze inspanningen is de afvalstoffenheffing jaarlijks structureel minder gestegen dan zonder deze resultaten het geval zou zijn geweest. Ook de eerder gemelde vertragingen hebben helaas de doelmatigheid negatief beïnvloed. Doorwerking van de aanbevelingen uit het rapport van 2015 Het bijstellen van het ambitieniveau door de gemeenteraad van bijvoorbeeld het aantal kg per inwoner per jaar restafval is in onze ogen een terechte opmerking in het kader van de begrotingscyclus. Aanbevelingen De twee door u in het rapport genoemde aanbevelingen voor de raad (instellen raadswerkgroep en monitoring) nemen wij over als bespreekstuk voor de nieuwe raad na de verkiezingen van maart 2022. De kanttekening die wij hierbij willen maken is dat benchmarks en verdergaande monitoring relatief veel ambtelijke capaciteit kosten waardoor er minder capaciteit overblijft om voortgang te geven aan de kerntaken (nieuw (afval)beleid), en andere prioriteiten (service aan de inwoners) waardoor de doelmatigheid afneemt.
Nascheiding/bronscheiding Blijkens een recent rapport van de Nederlandse Vereniging voor Reinigingsdirecteuren (Handreiking afvalbeleid gemeenten, d.d. juli 2021) ligt de keuze voor de variant van nascheiding niet voor de hand bij het systeem van omgekeerd inzamelen. Volgens de NVRD kleven er teveel nadelen aan. Voor Stichtse Vecht geldt dat de invoering van omgekeerd inzamelen in de twee laatste kernen van de gemeente al in een dermate vergevorderd stadium is dat onderzoek / discussie over nascheiding ons inziens niet meer in de rede ligt. Het streven is om eind 2022 omgekeerd inzamelen in de gehele gemeente ingevoerd te hebben. Voor nascheiding van Plastic Metalen en Drinkkartons (PMD) heeft de gemeente geen contracten met verwerkers terwijl de bestaande verwerkingscapaciteit in Nederland al te gering is voor de vraag van met name de grote steden. Elke vorm van vertraging zal de gemeente per maand veel geld kosten en (negatieve) publiciteit opleveren. Inwonerspeiling/klachtenanalyse Dit heeft sinds enkele jaren onze aandacht en het valt op dat het aantal klachten na de periode van de invoering van omgekeerd inzamelen in die betreffende gebieden fors afneemt ten opzichte van structurele klachten in de jaren ervoor.
Kringloopwinkels Jaarlijks vinden gesprekken plaats in relatie tot de bestaande afvalscheidingsstations en sinds 2021 ook over het nog nieuw te realiseren afvalscheidingsstation. AVU en prijsschommelingen in de markt De mogelijkheden om toekomstige prijsschommelingen in de markt te beperken kunnen worden onderzocht. Bekend is dat gemeenten bijna unaniem tegen grote financiële reserves van gemeenschappelijke regelingen zijn en daarmee is een mogelijke oplossing bij de AVU ons inziens niet opportuun. Conclusies Ons college stemt in hoofdlijnen in met de inhoud van het rapport alsmede met de conclusies / aanbevelingen behoudens enkele in deze reactie benoemde kanttekeningen. Het is aan de nieuwe gemeenteraad en het nieuw te vormen college van burgemeester en wethouders om samen met de
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
ambtelijke organisatie en inwoners/bedrijven de nieuwe afvalbeleidsperiode (grondstoffenbeleidsperiode) gestalte te geven na 2022.’
Reactie rekenkamercommissie op bestuurlijke reactie college
‘De rekenkamercommissie heeft met belangstelling en waardering kennis genomen van de bestuurlijke reactie van het college. Het college geeft aan op hoofdlijnen in te stemmen met de inhoud van het rapport en de conclusies en aanbevelingen te onderschrijven behoudens enkele kanttekeningen. Bij de reactie van het college willen wij nog enkele opmerkingen maken. Ambitieniveau Het college constateert dat het ultieme doel van 75 kg restafval per inwoner per jaar in 2022 tot nu toe (helaas nog) niet gehaald wordt en dat terugkijkend deze ambitie wellicht te hoog was. De rekenkamercommissie merkt volledigheidshalve op dat deze ambitie nog wel als zodanig is opgenomen in de programmabegroting 2022. Mogelijk zal dit in de volgende raadsperiode, waarin wordt gesproken over dit onderwerp, nog aanleiding geven tot een begrotingswijziging. Dit is dan vooruitlopend op de beleidsperiode na 2022, waarop het college doelt. Het college plaatst de effectiviteit van het huidige beleid in het perspectief tot 2050. Naar onze mening is dat wel erg breed. Wij geven raad en college in overweging om de beoogde aanpassingen te voorzien van mijlpalen waarmee veel eerder de voortgang gevolgd kan worden.
Benchmarks en monitoring Het college stelt dat onze aanbeveling om aandacht te schenken aan benchmarks en monitoring ten koste gaat van kerntaken (nieuw beleid) en andere prioriteiten (service aan de inwoners). Wij merken op dat de vinger aan de pols houden bij de uitvoering van vastgesteld beleid, onder meer met benchmarks en monitoring, van essentieel belang is om de gestelde ambitieuze doelen te realiseren. Deze benchmarking en monitoring zijn geen doel op zich, maar een middel om de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid te kunnen beoordelen. Dat betreft zowel de informatiepositie van het college als de raad. Zodat bijsturing op basis van de verworven inzichten mogelijk is. Wij zien hierin geen tegengesteld belang ten opzichte van nieuw beleid en andere prioriteiten. Bovendien menen wij dat juist ook op het terrein van het afvalbeleid veel discussies worden gevoerd over de meest effectieve en efficiënte methoden van inzameling, gegeven de gestelde doelen. Juist dan is de beschikking over relevante en vergelijkbare informatie om van te leren en te verbeteren van groot belang. Kanttekeningen van het college bij beslispunt 3 Uit de reactie van het college blijkt dat het college bij enkele aanbevelingen kanttekeningen plaatst. Dat betreft in het bijzonder de implementatie van de aanbevelingen aan het college (beslispunt 3a t/m 3d).
Deze kanttekeningen kunt u betrekken bij de behandeling van het raadsvoorstel en de besluitvorming hierover. Op een enkel punt willen wij nog ingaan. Nascheiding / bronscheiding Het college stelt in reactie op beslispunt 3a dat dat de invoering van omgekeerd inzamelen in de twee laatste kernen van de gemeente al in een dermate vergevorderd stadium is dat onderzoek / discussie over nascheiding niet meer in de rede ligt. Wij hebben begrip voor dit standpunt, maar merken wel dat het bij nascheiding in dit verband ging om kernen met achterblijvende afvalprestaties ten opzichte van de rest van de gemeente. Wij menen dat een reflectie op de meest effectieve methode van afvalinzameling niet los gezien kan worden van de feitelijke prestaties in relatie tot de mate waarin de gestelde doelen worden bereikt. De rekenkamercommissie hoopt met het onderzoek en rapport een bijdrage te hebben geleverd aan de verdere ontwikkeling van het afvalbeleid en ziet de behandeling van het rapport door de raad met belangstelling tegemoet.’
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
Kanttekeningen
Niet van toepassing.
Communicatie
De Rekenkamercommissie heeft op 17 november 2021 een persbericht laten uitgaan. Het rapport is gepubliceerd op de website van de gemeente.
Financiën, risico’s en indicatoren Niet van toepassing. 17 november 2021 De rekenkamercommissie, de secretaris,
de voorzitter,
J.M. Willenborg
G. Molenaar