rvs GR Sociaal Domein Utrecht West.pdf
Tekst van het document
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl
Raadsvoorstel Onderwerp
Organisatie onderdeel
Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West
Samen Leven
Begrotingswijziging
else.boss@stichtsevecht.nl
nee
Telefoonnummer opsteller
Datum raadsvergadering
06-58076260
24 februari 2026
Registratie nummer
E-mail opsteller
Portefeuillehouder Dick Polman
Aan de gemeenteraad Voorgesteld besluit 1. Akkoord gaan met het treffen van een gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Utrecht West, voor de taken van specialistische jeugdhulp en maatwerkvoorzieningen Wmo, met de gemeenten De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Stichtse Vecht en Woerden, in de vorm van een openbaar lichaam met ingang van 1 januari 2027 en daarmee: - Het college toestemming verlenen om de gemeenschappelijke regeling te treffen. 2. Vaststellen dat gedurende een periode van vijf jaar na de oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West, de raden in de gelegenheid worden gesteld om zienswijze te geven op zowel de voorlopige jaarrekening als de kadernota van Sociaal Domein Utrecht West, in aanvulling op de wettelijke plicht tot toezending ter informatie aan de raden van de kadernota en de voorlopige jaarrekening (conform artikel 34b Wet gemeenschappelijke regelingen).
Samenvatting De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg verplicht gemeenten vanaf 2026 tot regionale samenwerking op het niveau van de jeugdhulpregio in een gemeenschappelijke regeling. Gemeenten moeten specialistische jeugdzorg gezamenlijk inkopen via één van de drie publiekrechtelijke vormen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het doel is de beschikbaarheid en kwaliteit van deze zorg te verbeteren voor kwetsbare kinderen en gezinnen.
De wettelijke verplichting om een gemeenschappelijke regeling aan te gaan is de kapstok om een aantal van de taken die nu nog in de netwerksamenwerking Utrecht West worden opgepakt eveneens, of als toekomstige optie, mee te nemen in de gemeenschappelijke regeling. Dit omdat regionale samenwerking schaalvoordelen biedt en de basis versterkt voor toekomstbestendige samenwerking in het brede sociaal domein. Om de regionale samenwerking te versterken richten de gemeenten De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Stichtse Vecht en Woerden per 1 januari 2027 de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West op in de vorm van een Openbaar Lichaam. Aan deze organisatie worden taken overgedragen op het gebied van de specialistische jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering en maatwerkvoorzieningen Wmo. Welke taken en bevoegdheden specifiek worden overgedragen is vastgelegd in bijgevoegde ‘Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West’ (bijlage 1). Deze vorm van regionale samenwerking biedt schaalvoordelen en versterkt de basis voor toekomstbestendige samenwerking in het brede sociaal domein.
A Inleiding Aanleiding Wettelijke verplichting Een belangrijke aanleiding voor het opstellen van een gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Utrecht West is de wettelijke verplichting hiertoe. Door de komst van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (per 1-1-2026), zijn gemeenten verplicht tot regionale samenwerking op het niveau van de jeugdhulpregio. Gemeenten moeten specialistische jeugdzorg gezamenlijk inkopen via één van de drie publiekrechtelijke vormen, die de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg voorschrijft. Met als doel de beschikbaarheid en kwaliteit van deze zorg te verbeteren voor kwetsbare kinderen en gezinnen. In de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg is opgenomen dat de regeling tenminste de volgende vormen van jeugdhulp moet bevatten; •
Jeugdbescherming en jeugdreclassering (JB/JR): Hulp in situaties van ernstige bedreigingen voor de ontwikkeling van een kind.
• • • •
Specialistische jeugd-ggz: Hulp bij psychische problematiek van jeugdigen. Pleegzorg: Hulp door pleegouders of in een pleeggezin. Residentiële jeugdhulp: Verblijf in een jeugdinstelling. Crisisdienst en crisisopvang: Hulp in spoedeisende situaties.
• Veilig Thuis: Advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Met de volgende taken; •
Regionaal contracteren of subsidiëren van de bepaalde (nog te bepalen) jeugdhulpvormen en de gecertificeerde instellingen.
• •
Uitvoeren van administratieve processen die behoren bij de contractering en subsidiëring van specialistische jeugdhulp. Bovenregionale afstemming over de bepaalde jeugdhulpvormen en gecertificeerde instellingen.
•
Organisatie van een regionaal expertteam.
De regio Utrecht West wil de bestaande samenwerking intensiveren en professionaliseren De wettelijke verplichting om een gemeenschappelijke regeling aan te gaan is de kapstok om een aantal van de taken die nu nog in de netwerksamenwerking Utrecht West worden opgepakt eveneens of als toekomstige optie mee te nemen in de gemeenschappelijke regeling. Dit omdat regionale samenwerking schaalvoordelen biedt en de basis versterkt voor toekomstbestendige samenwerking in het brede sociaal domein. De gemeenten De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Stichtse Vecht en Woerden werken al een aantal jaren op verschillende taken, beleidsterreinen en projecten samen in het sociaal domein. Dat doen ze in de regio Utrecht West. In 2024 is er een verkenning uitgevoerd om de koers voor de regionale samenwerking te bepalen. Deze verkenning heeft geleid tot een aantal verbetervoorstellen en activiteiten zoals vastgelegd in het advies “Samenwerken in het sociaal domein in Utrecht West” van BMC. De colleges van de regiogemeenten hebben in oktober 2024 besloten om de verbetervoorstellen uit dit advies op te volgen. Met de inhoudelijke kaders uit de “Regiovisie Jeugdhulp en Wmo Utrecht West 2025-2029” hebben de gemeenten in de regio Utrecht West hierin al belangrijke stappen gezet.
In de gemeenschappelijke regeling formaliseren de gemeenten hun samenwerking en werken zo gezamenlijk verder aan de vernieuwing, verbetering en doorontwikkeling binnen het sociaal domein.
Inhoud van de regeling Gemeenschappelijke regeling bevat de bestaande regionale taken voor Jeugdhulp en Wmo De gewenste regionale samenwerking in het sociaal domein tussen de gemeenten De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Stichtse Vecht en Woerden omvat de afstemming en vaststelling van beleid en de uitvoering van (een deel van) de taken in de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning. In de gemeenschappelijke regeling worden de taken die nu al gezamenlijk regionaal of bovenregionaal worden uitgevoerd aan het op te richten openbaar lichaam overgedragen. Hierdoor blijft dit beleid onder één hand en onder één aansturing. Taken die nu al regionaal of bovenregionaal worden uitgevoerd, zijn onder andere de beleidsopstelling en inkoop van (hoog)specialistische jeugdhulp en Wmo maatwerkvoorzieningen. Het vaststellen van beleid ten aanzien van preventie en algemene voorzieningen en regels over de toegang tot en de toekenning van individuele voorzieningen wordt niet aan het op te richten openbaar lichaam overgedragen. Individuele gemeenten houden hier dus de mogelijkheid om hun beleid lokaal in te kleuren. Wél wordt in de gemeenschappelijke regeling afgesproken dat over dit lokale beleid wordt afgestemd. Op die manier stemmen we in de regio ook dit beleid af om van elkaar te leren, elkaar te bevragen en de zorg voor onze inwoners te verbeteren.
Hierbij een voorbeeld van hoe dit eruit ziet, bijvoorbeeld voor de Wmo maatwerkvoorziening van trapliften: Het betekent dat de op te richten gemeenschappelijke regeling voor Wmo maatwerkvoorzieningen regionaal beleid opstelt en vaststelt. Ook wordt vanuit de gemeenschappelijke regeling de regionale inkoop van trapliften georganiseerd. Maar welke eisen een individuele gemeente stelt aan het verkrijgen van een traplift voor inwoners, bijvoorbeeld wie een eventuele noodzakelijke woningaanpassing betaalt, wordt niet vastgelegd in regionaal beleid. Het staat individuele gemeenten vrij hierover lokaal regels vast te stellen.
De gemeenschappelijke regeling zal de mogelijkheid bieden dat in de toekomst ook andere taken aan het openbaar lichaam in mandaat opgedragen worden. Dat geeft de mogelijkheid om op een later moment de samenwerking te verbreden. Dit wordt evenwel begrensd door het in de regeling weergegeven belang, zodat alle aan het openbaar lichaam op- of overgedragen taken voldoende samenhang hebben.
Bevoegdheid Het is de bevoegdheid van de gemeenteraden en de colleges van de individuele gemeenten in Utrecht West om de gemeenschappelijke regeling vast te stellen (art. 1 Wet gemeenschappelijke regelingen).
Afweging scenario’s De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg verplicht tot een keuze uit de volgende drie vormen van een gemeenschappelijke regeling: 1. Centrumgemeente regeling 2. Bedrijfsvoeringsorganisatie 3. Openbaar Lichaam Het scenario om geen gemeenschappelijke regeling te treffen is niet uitgewerkt omdat het een wettelijke verplichting betreft. Onderstaande argumentatie bevat de onderbouwing om te kiezen voor een gemeenschappelijke regeling in de vorm van een openbaar lichaam met kaderstellende bevoegdheden.
Maatschappelijk doel en beoogd effect Door regionale samenwerking worden schaalvoordelen behaald waardoor de continuïteit van specialistische zorg (jeugd en Wmo) voor onze inwoners beter wordt gewaarborgd. Daarnaast draagt een intensieve regionale samenwerking in de vorm van een openbaar lichaam bij aan een toekomstbestendige regionale samenwerking in het sociaal domein in de regio Utrecht West.
Eerdere besluitvorming en informatievoorziening •
In oktober 2024 heeft het college een besluit genomen over het door BMC opgestelde advies “Samenwerken in het sociaal domein in Utrecht West” (Zaaknummer 505566, 22 oktober 2024) . Hierbij is bestuurlijk de opdracht gegeven de verbetervoorstellen uit dit advies te operationaliseren. De voorliggende gemeenschappelijke regeling komt hieruit voort.
•
Op 1 april 2025 heeft de gemeenteraad ingestemd met de Regiovisie Jeugdhulp en Wmo Utrecht West 2025-2029 (Zaaknummer 768999, 1 april 2025).
•
24 september 2025 is er een regionale informatieve raadsinformatiebijeenkomst geweest over de vorming van de gemeenschappelijke regeling. Aanvullend is op 2 oktober 2025 een Raadsinformatiebrief verstuurd met een inhoudelijke toelichting. Op 26 november 2025 heeft een inhoudelijke raadsbijeenkomst plaatsgevonden in Woerden waar de gemeenteraadsleden hun aandachtspunten hebben meegegeven. Op basis hiervan is het sturingsprofiel Intensief toegevoegd (zie beslispunt 3) en geven we in de financiële paragraaf van het college- en raadsvoorstel een inschatting van de structurele kosten. 25 september 2025 zijn de adviesraden sociaal domein in een regionale bijeenkomst geïnformeerd over de hoofdlijnen van de gemeenschappelijke regeling. Aanvullend hebben wij op 6 januari jl. onze eigen Adviesraad Sociaal Domein geïnformeerd over de inhoud van de gemeenschappelijke regeling.
•
B Beslispunten, Argumenten en Risico’s Argumenten 1.1.
Met deze gemeenschappelijke regeling voldoen we aan de wettelijke verplichting voor regionale samenwerking en inkoop van de specialistische jeugdhulp. In de voorgestelde Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West zijn de verplichte jeugdhulpvormen en bijbehorende taken ondergebracht. Hiermee voldoen we aan de wettelijke verplichting om op jeugdhulpregio niveau een gemeenschappelijke regeling in te richten waarmee gezamenlijk de inkoop van de specialistische jeugdhulp is georganiseerd. 1.2.
Een gemeenschappelijke regeling levert efficiencyvoordelen en vermindert de kwetsbaarheid voor de gemeentelijke taken. Backofficetaken, zoals declaratie- en facturatieverkeer, berichtenverkeer, financiën en control en deels ook monitoring worden op dit moment lokaal uitgevoerd. In de regeling die voorligt, wordt voorgesteld deze taken onder te brengen in het op te richten openbaar lichaam. Door de uitvoering regionaal te organiseren, kunnen gemeenten hun werkzaamheden efficiënter inrichten. Bovendien ontstaat hierdoor de mogelijkheid om op regionaal niveau gericht te kunnen sturen en te monitoren in aansluiting op beleid en inkoop. Ook worden uitvoerings- en administratieve lasten voor aanbieders minder, omdat ze nog maar met één organisatie te maken hebben. Een andere afweging betreft de efficiency: één regionale governance voor het sociaal domein met één (juridische) samenwerking is in principe efficiënter dan dit in vijf verschillende gemeenten te organiseren. 1.3.
De vorm van het openbaar lichaam sluit het beste aan bij de onderlinge verhoudingen tussen de gemeente in de regio Utrecht West. De regio Utrecht West kent geen centrumgemeente. In de regio Utrecht West zijn er drie grotere en twee kleinere gemeenten. De aantallen inwoners van de grotere gemeenten liggen niet heel ver uit elkaar. Aangezien er geen duidelijk grotere gemeente binnen onze regio is, doet het aanwijzen van één van de gemeenten als centrumgemeente geen recht aan de onderlinge verhoudingen. 1.4.
De vorm van het openbaar lichaam draagt het beste bij aan de wenselijke en noodzakelijke beleidsrijke samenwerking in Utrecht West. Een bedrijfsvoeringsorganisatie is gericht op de sturing en beheersing van ondersteunende processen en van uitvoeringstaken. Dit geeft aan dat het niet de bedoeling is dat in de bedrijfsorganisatie beleidsmatige keuzes worden gemaakt, terwijl dit voor Utrecht West juist één van de belangrijke redenen is voor regionale samenwerking. In de regio Utrecht West is een beleidsrijke samenwerking en sturing wenselijk en nodig. Dit blijkt ook uit de analyse van BMC. Om deze reden is voor het opstellen van de gemeenschappelijke regeling niet gekozen voor de vorm van een bedrijfsvoeringsorganisatie. 1.5.
Door de regeling te richten op jeugdhulp én Wmo draagt deze bij aan duurzame transformatie, samenwerking, beschikbaarheid van hulp en ondersteuning en administratieve lastenverlichting. De Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West is breder ingericht dan de onderwerpen waar de wettelijke verplichting op ziet. Reden hiervoor is dat de nieuwe inkoop voor jeugdhulp en Wmo
maatwerkvoorzieningen op dit moment al door de vijf 1 gemeenten gezamenlijk op regionaal niveau wordt uitgevoerd. Ook doet onze regio Utrecht West bovenregionaal mee met de beleidsopstelling en inkoop van maatschappelijke opvang en beschermd wonen, hoog specialistische jeugdhulp, jeugdbescherming, jeugdreclassering en Veilig Thuis en doelgroepenvervoer. Daarom zijn in de regeling ook deze taken opgenomen. Door de regeling te richten op jeugdhulp én Wmo wordt er ingezet op duurzame transformatie en samenwerking, beschikbaarheid van de hulp en ondersteuning en administratieve lastenverlichting voor aanbieders. De sociale basis, lokale en preventieve voorzieningen blijven een lokale verantwoordelijkheid. 2.1 Pas na toestemming van de gemeenteraad kan de gemeenschappelijke regeling door het college van burgemeester en wethouders worden getroffen. Om beleid (uit hoofde van de Jeugdwet en de Wmo) vast te kunnen stellen in (het bestuur van) een gemeenschappelijke regeling, moeten ook de raden deelnemen aan de gemeenschappelijke regeling en hun kaderstellende bevoegdheden overdragen aan (het bestuur van) de gemeenschappelijke regeling. Dit betekent dat de raden en de colleges gezamenlijk een gemeenschappelijke regeling treffen. De enige vorm die mogelijk is (vanwege de inbreng van raadsbevoegdheden) is een openbaar lichaam in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Op grond van artikel 1 lid 3 van de Wet gemeenschappelijke regelingen gaan de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeester pas over tot het treffen van een regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden. 3.1 Het intensieve sturingsprofiel is het meest passend bij de complexiteit en impact van deze nieuwe gemeenschappelijke regeling. De gemeenteraad van Stichtse Vecht heeft in september 2025 een nieuwe Nota verbonden partijen vastgesteld, waarbij drie sturingsprofielen zijn weergegeven voor het hebben en houden van grip van de gemeenteraad op verbonden partijen. Het sturingsprofiel Intensief doet het meeste recht aan de complexiteit en impact van deze gemeenschappelijke regeling. 3.2.
Het toepassen van het sturingsprofiel Intensief op de eerste vijf jaar laat ruimte om, als de Gemeenschappelijke Regeling goed loopt, de sturing op een dan passende intensiteit in te regelen. Het intensieve sturingsprofiel houdt in dat de gemeenteraad de mogelijkheid krijgt om een zienswijze te geven op zowel de kadernota, ontwerpbegroting als de jaarrekening van de verbonden partij. Dit geeft de raad zeker in de eerste periode van de uitvoering de mogelijkheid om te sturen en controleren. Tegelijkertijd biedt het toevoegen van een termijn aan dit profiel de mogelijkheid om in een latere periode het sturingsprofiel aan te passen naar de behoefte van de gemeenteraden.
1 Stichtse Vecht heeft de jeugdhulp en Wmo-begeleiding op dit moment zelf ingekocht bij TIM SV. Dit contract loopt af per 1 januari 2027.
Risico’s 1.1.
Door het overdragen van taken en bevoegdheden aan een openbaar lichaam bestaat het risico dat individuele gemeenten minder directe sturing ervaren.
Dit kan leiden tot beperkte mogelijkheid tot bijsturing en politieke verantwoordelijkheid zonder directe zeggenschap. Door een zorgvuldige inrichting van het algemeen bestuur, waarin elke gemeente vertegenwoordigd is, blijft de lokale sturing gewaarborgd binnen de regionale samenwerking. Ook kunnen gemeenten via periodieke evaluaties en prestatieafspraken actief sturen op inhoud en uitvoering. Om dit mogelijk te maken is ervoor gekozen om het sturingsprofiel Intensief te hanteren voor deze gemeenschappelijke regeling, in ieder geval voor de eerste vijf jaar. Daarnaast is ervoor gekozen om niet alle taken volledig over te dragen aan de gemeenschappelijke regeling en in plaats daarvan te spreken, over afstemming van taken. Hierdoor behouden gemeenten hun couleur locale voor de betreffende taken.
C Overige aspecten Financieel Eenmalige implementatie- en frictiekosten Met voorliggend besluit zijn eenmalige implementatie- en frictiekosten gemoeid. De exacte hoogte van deze kosten is op dit moment nog niet bekend. Om deze nader in beeld te brengen, wordt een implementatieplan opgesteld door een nog aan te stellen implementatiemanager. Het implementatieplan bevat onder meer een uitgewerkte implementatiestrategie en een specificatie van de bijbehorende kosten. Op basis van dit plan wordt een nadere financiële onderbouwing opgesteld, die ter besluitvorming aan het college en - indien nodig - ook aan de raad wordt voorgelegd middels de P&C cyclus. De kosten voor de implementatiemanager en incidentele kosten, zoals project- en juridische kosten, in 2026 worden vooralsnog begroot op € 382.000. Het verwachte resultaat van de regionale begroting Utrecht West 2025 kan ingezet worden voor het uitvoeren van het implementatieplan. Dit is opgenomen in de regionale begroting Utrecht West 2026, die is afgestemd door het regionaal Portefeuillehoudersoverleg Sociaal Domein Utrecht West op 27 november 2025. In onze gemeentebegroting 2026 is een bedrag opgenomen voor de bijdrage van de gemeente Stichtse Vecht aan de regionale begroting Utrecht West.
Voor Stichtse Vecht geldt echter dat de onderbesteding van regionale middelen uit 2025 niet overgeheveld kan worden vanwege de richtlijnen die hiervoor worden gehanteerd. Indien er aanvullende dekking nodig blijkt te zijn voor de voorbereiding en implementatie van de Gemeenschappelijke Regeling, wordt dit betrokken bij de Bestuursrapportage 2026. Structurele kosten Naast de eenmalige kosten leidt het besluit ook tot structurele kosten, bijvoorbeeld voor personele inzet (o.a. regionale beleidscapaciteit, toezichthouders, directeur), administratieve lasten, ICT en eventuele licenties of abonnementen van de gemeenschappelijke regeling. De omvang van deze structurele kosten wordt tijdens het implementatietraject inzichtelijk gemaakt. Dit wordt ter besluitvorming voorgelegd in de vorm van de ontwerpbegroting van de gemeenschappelijke regeling en de gemeentebegroting. Een exacte berekening hiervan is vooruitlopend op het implementatieplan niet te geven. Wel is een inschatting gemaakt op basis van de huidige kosten voor Inkoop en Monitoring Utrecht West (I&M) en de
huidige inzet van (boven)regionale beleidscapaciteit. Dit betreft circa 2,4 miljoen in de huidige situatie, waarbij een deel van de over te dragen taken aan de GR nu nog door de individuele gemeenten worden uitgevoerd. Er moet in beeld gebracht worden hoeveel lokale capaciteit nu ingezet wordt op taken die vanaf 1 januari 2027 regionaal belegd worden, bijvoorbeeld voor de regionale backoffice. Aanvullend moet voor de GR rekening gehouden worden met de kosten voor een secretaris-directeur en benodigde secretariële ondersteuning. Hierbij geldt voor Stichtse Vecht dat een deel van deze werkzaamheden nu uitgevoerd wordt door TIM Stichtse Vecht. Hierbij gaan we uit van zoveel mogelijk verplaatsen van deze inzet en de bijbehorende kosten, die nu al lokaal hiermee gemoeid zijn. Voor de GR Sociaal Domein Utrecht West houden we rekening met een begroting tussen de 3,1 en 4,5 miljoen voor de gehele regio. Ter indicatie, voor een regio met vergelijkbare omvang is een begroting van ruim 4 miljoen opgenomen in 2025 met de onderdelen: • Personeel & Teamontwikkeling • Data, Bedrijfsvoering en Toezicht • Inkoop, Contractmanagement en Contractbeheer • Inkoop Wmo • Inkoop Jeugd • Contractmanagement & Contractbeheer • Toezichthouders ten aanzien van kwaliteit, doelmatigheid als rechtmatigheid.
• Administratie De kosten worden volgens een nader vast te stellen verdeelmodel toegerekend naar de vijf deelnemende gemeenten. Voor de dekking van zowel de eenmalige als de structurele kosten wordt in eerste instantie gekeken naar bestaande budgetten binnen onze eigen gemeentelijke organisatie en het huidige budget voor TIM Stichtse Vecht. Indien deze ontoereikend blijken, zal de raad worden gevraagd aanvullende middelen beschikbaar te stellen, eventueel via een begrotingswijziging of de kaderbrief 2027.
Juridisch Na het treffen en bekendmaken van de regeling moet er nog een aantal juridische stappen gezet worden. Hieronder vallen onder andere de overdracht van bevoegdheden (delegatie & mandaat), afspraken over aansprakelijkheid, geschillenbeslechting en exit-opties. Dit zal verder uitgewerkt worden bij de implementatie van de regeling. Omdat het om een gemengde regeling gaat, kan het college pas besluiten tot het treffen van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West, nadat de raad daartoe toestemming heeft gegeven (artikel 1 lid 3 van de Wet gemeenschappelijke regelingen). Daarom volgt er na besluitvorming door de raad een tweede collegebesluit voor definitieve besluitvorming door het college.
Ondernemingsraad Hoewel het besluit tot het treffen van de gemeenschappelijke regeling onder het politieke primaat valt en daarmee formeel buiten de adviesplicht van de ondernemingsraad (OR), geldt dit niet voor de uitvoering van het besluit. De gemeenschappelijke regeling zal naar verwachting organisatorische en personele gevolgen hebben, zoals overdracht van taken aan het openbaar lichaam, verandering in werkprocessen en verantwoordelijkheden en mogelijke herverdeling van functies en inzet van personeel. Deze gevolgen worden momenteel geïnventariseerd. In het implementatieplan worden onder andere governance, personele inrichting, juridische aspecten en communicatie uitgewerkt. De OR is door de WOR bestuurder geïnformeerd over het voorgenomen besluit. Zodra het implementatieplan gereed is en de personele en organisatorische gevolgen concreet zijn, zal de OR formeel worden geconsulteerd en om advies worden gevraagd. Dit is in lijn met de WOR en het streven naar zorgvuldige medezeggenschap.
Communicatie en participatie Op dit moment vindt er geen actieve communicatie plaats naar aanleiding van dit besluit. De gemeenteraden van de vijf gemeenten zijn in een eerdere fase geïnformeerd en geconsulteerd middels regionale bijeenkomsten. Vanuit de gemeenschappelijke regeling wordt een participatieverordening opgesteld. Hiermee wordt vorm gegeven aan de participatie.
Vervolg Met het treffen van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West is een belangrijke mijlpaal bereikt, maar dit markeert slechts het begin. De daadwerkelijke inrichting van de organisatie die deze regeling moet uitvoeren, vraagt een zorgvuldig en gefaseerd implementatieproces waarin governance, personeel, financiën, ICT en juridische structuren moeten worden opgebouwd. Hiervoor wordt een tijdelijk implementatiemanager aangesteld. Andere belangrijke vervolgstappen zijn het proces met de ondernemingsraad en het vaststellen van de begroting in de reguliere P&C cyclus.
Bijlagen 1. Gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Utrecht West
20 januari 2026 Burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht
Gemeentesecretaris drs. R.C.L. Heijdra
Burgemeester drs. A.J.H.T.H. Reinders