rvs 8e wijziging Algemene Plaatselijke Verordening (gewijzigd na cie 12-1-2021).pdf
Tekst van het document
Commissie
Portefeuillehouder A.J.H.T.H. Reinders
Raadsvoorstel Gewijzigd
Organisatie onderdeel Juridische zaken E-mail opsteller
Onderwerp 8e wijziging Algemene Plaatselijke Verordening
jacqueline.willenborg@stichtsevecht.nl
Begrotingswijziging n.v.t.
0346254524
Datum raadsvergadering
Z/20/189933-VB/20/96377
Telefoonnummer opsteller
Registratie nummer
26 januari 2021 Commissie 12 januari 2021
Aan de gemeenteraad Voorgesteld Besluit De 8e wijziging van de Algemene plaatselijke verordening 2014 (APV) vast te stellen.
Pagina 1 van 6
Verordening (gewijzigd na cie 12-1-
De belangrijkste wijzigingen zijn: Nieuw artikel 2:9a Verbod op het voorhanden hebben van modelluchtvaartuig of RPA In het belang van de openbare orde en veiligheid kan de burgemeester gebieden aanwijzen waar het voorhanden hebben van een drones verboden is. Gebieden die hiervoor bijvoorbeeld in aanmerking komen zijn PI Nieuwersluis en de grotere evenementenlocaties van Ultra Sonic en de Vechtse Vaarparade tijdens dat evenement. Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg Op grond van het nieuwe lid 5 sub c is geen vergunning meer nodig voor het plaatsen van kleine objecten, bijvoorbeeld een afvalcontainer ten behoeve van verbouwingen, maar kan worden volstaan met een melding. Nieuw artikel 2:19 Gevaarlijke voorwerpen Dit artikel wordt ingevoegd. Hierin is een verbod opgenomen om voorwerpen bij zich te hebben die als wapen kunnen worden gebruikt. Artikel 2:26 Ordeverstoring Dit artikel wordt uitgebreid met een tweede en derde lid. In het tweede lid is een verbod opgenomen om bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde.
Artikel 2:28, lid 3 Exploitatie openbare inrichting Als weigeringsgrond voor een exploitatievergunning wordt toegevoegd dat de exploitant of leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. Nieuw artikel 2:48a Lachgasverbod wordt ingevoegd
rvs 8e wijziging Algemene Plaatselijke
Samenvatting
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
Het verbod beperkt zich tot concrete situaties van oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik, die gepaard gaan met verstoring van de openbare orde, nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat of anderszins hinder tot gevolg hebben. Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties wordt toegevoegd In artikel 2:50a wordt een verbod ingesteld op zichtbare uitingen van verboden organisaties voor openbare plaatsen en in voor publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. Nieuw artikel 2:53 Bespieden van personen Dit artikel wordt ingevoegd in de APV. Dit artikel kan van toegevoegde waarde zijn in het kader van het thema Zorg en Veiligheid vanuit het IVP Artikel 3:7, lid 1 Weigeringsgronden vergunning seksbedrijf In het eerste lid is tot uitdrukking gebracht dat de genoemde weigeringsgronden dienen als aanvulling op de algemene weigeringsgronden van artikel 1:8. Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen Op grond van het nieuwe artikel geldt het verbod niet alleen voor wegen maar voor het volledige openbare gebied, daarnaast is het artikel geherformuleerd en is lid 4 toegevoegd. Artikel 6:1 Sanctiebepaling Toegevoegd is een lid 2 waarbij op overtredingen van bepalingen in de APV de WED van toepassing is.
Bijlagen
Pagina 2 van 6
Verordening (gewijzigd na cie 12-1-
Wijzigingsbesluit APV ledenbrief van de VNG Lbr. 20/053 Tekst APV 2014
rvs 8e wijziging Algemene Plaatselijke
-
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
Doel en beoogd maatschappelijk effect
De APV stelt gemeenten in staat hun eigen huishouding te regelen zoals zij dat graag willen. De APV geldt voor iedereen binnen de gemeente (niet alleen voor inwoners) en heeft tot doel de gemeente netjes en leefbaar te houden. In de APV worden zaken geregeld op het gebied van openbare orde, horeca, evenementen, seksinrichtingen, bescherming van het milieu en andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente.
Relatie met bestaand beleid en regelgeving
De wijziging heeft betrekking op de Algemene Plaatselijke Verordening die door de raad is vastgesteld op 1 juli 2014.
Argumenten
Jaarlijks komt de VNG met een actualisatie van de model APV. Een groot aantal artikelen is redactioneel gewijzigd. Wij volgen zoveel mogelijk het model van de VNG. Enkele inhoudelijke aanpassingen worden hieronder vermeld. Voor het totaaloverzicht van de wijzigingen wordt verwezen naar het raadsbesluit waarin alle wijzigingen zijn opgenomen. Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting Als weigeringsgrond voor een exploitatievergunning is in het derde lid toegevoegd dat de exploitant of leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. De toevoeging is ontleend aan de gemeentelijke praktijk. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geeft aan dat ‘slecht levensgedrag’ een voldoende duidelijke weigeringsgrond is. Wel is het verstandig dat de burgemeester beleidsregels vaststelt. Artikel 3:7 Weigeringsgronden vergunning seksbedrijf In het eerste lid is tot uitdrukking gebracht dat de genoemde weigeringsgronden dienen als aanvulling op de algemene weigeringsgronden van artikel 1:8. In het eerste lid is onderdeel b geschrapt en zijn de overige onderdelen anders geletterd. Onderdeel b bevatte de weigeringsgrond ‘de exploitant of beheerder is ontzet uit het ouderlijk gezag of de voogdij’. Sinds 2015 is wettelijk sprake van ‘beëindiging van ouderlijk gezag of voogdij’. Beëindiging van het ouderlijk gezag is veel ruimer dan de zeer beperkte groep ontzette ouders.
In verband hiermee is ook in de Drank- en Horecawet deze weigeringsgrond destijds vervallen. Naast de voorgestelde wijzigingen vanuit de model APV stellen wij u voor de onderstaande wijzigingen van de APV door te voeren:
Artikel 2:19 Gevaarlijke voorwerpen
Pagina 3 van 6
Verordening (gewijzigd na cie 12-1-
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg Aan lid 5 is een nieuw lid c toegevoegd en is het oude lid c verletterd tot lid d. Op grond van het huidige artikel is voor het plaatsen van bijvoorbeeld een afvalcontainer ten behoeve van verbouwingen een vergunning benodigd. Op grond van het nieuwe lid 5 sub c is hiervoor geen vergunning meer nodig maar kan worden volstaan met een melding. Bij kleine objecten kan naast een container worden gedacht aan: een mobiel toilet, bouwmaterialen, steiger, hek of een schaftkeet. Het college stelt nadere regels op met betrekking tot de afmetingen, de duur en de wijze van melden.
rvs 8e wijziging Algemene Plaatselijke
Artikel 2:9a Verbod op het voorhanden hebben van modelluchtvaartuig of RPA Dit artikel wordt ingevoegd. In het belang van de openbare orde en veiligheid kan de burgemeester gebieden aanwijzen waar het voorhanden hebben van een modelluchtvaartuig of een RPA verboden is. Deze luchtvaartuigen zijn beter bekend als drones. Gebieden die hiervoor bijvoorbeeld in aanmerking komen zijn PI Nieuwersluis en de grotere evenementenlocaties van Ultra Sonic en de Vechtse Vaarparade tijdens dat evenement.
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
Dit artikel wordt ingevoegd. Hierin is een verbod opgenomen om messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben. In dit artikel gaat het om situaties die zonder meer verboden moeten worden, daarom is het van belang om dit artikel op te nemen. Het gaat hier om zaken waarbij gevaarzetting voor burgers onderling aan de orde is. Stichtse Vecht heeft het belang van de onderlinge bescherming aan zich getrokken en dit ook in deze verordening geregeld.
Pagina 4 van 6
Verordening (gewijzigd na cie 12-1-
Artikel 2:48a Lachgasverbod wordt ingevoegd Een algemeen, voor de gehele gemeente geldend gebruiksverbod stuit op belangrijke juridische bezwaren en is vanuit oogpunt van proportionaliteit ook niet te verdedigen. Daarmee zou er geen evenredigheid meer zijn tussen middel en doel, en dat zou in strijd zijn met artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom beperkt het verbod in het eerste lid zich tot concrete situaties van oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik, die gepaard gaan met verstoring van de openbare orde, nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat of anderszins hinder tot gevolg hebben. Bij de handhaving moet de gemeente kunnen aantonen dat genoemde situaties de oorzaak zijn van de overlast en dergelijke. Op grond van het tweede lid kan het college openbare plaatsen aanwijzen waar het oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik op voorhand verboden is, los van de vraag of dat in de concrete situatie tot ordeverstoring en dergelijke
rvs 8e wijziging Algemene Plaatselijke
Artikel 2:26 Ordeverstoring Aan artikel 2:26 worden het tweede en derde lid (nieuw) toegevoegd. Het Openbaar Ministerie heeft bij de rechter civiele verboden gevraagd en gekregen tegen enkele motorclubs. Een groot aantal leden is gedurende een reeks van jaren betrokken bij tal van verboden en grotendeels ook ernstig verwijtbare criminele gedragingen. Deze veelvuldige en voortdurende inbreuken op de openbare orde ontwrichten de samenleving of kunnen deze ontwrichten. Ze vormen een wezenlijke aantasting van de veiligheid van de samenleving en de vrijheid van burgers om naar eigen inzicht deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer. Door de frequentie van de (criminele) gedragingen van een groot aantal leden van deze organisaties, en als gevolg van de intimidatie die van het optreden door leden van een duidelijk herkenbare groep als deze uitgaat, is sprake van uitstraling van deze gedragingen naar een wijdere kring van niet-betrokken burgers. Het is vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid niet acceptabel dat in de publieke ruimte nog uiterlijk vertoon plaatsvindt dat verband houdt met dergelijke verboden en ontbonden organisaties, gelet op de intimidatie die daarvan uitgaat of uit kan gaan.
Deelneming aan de voortzetting van dergelijke organisaties, waaronder uiterlijk vertoon kan worden begrepen, is strafbaar gesteld in artikel 140, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Deze strafbaarstelling geldt echter pas op het moment dat de uitspraak van de rechter onherroepelijk (definitief) is geworden. Zolang de mogelijkheden van hoger beroep en cassatie nog openstaan en niet zijn afgewikkeld, kan tegen dergelijk uiterlijk vertoon dus niet op grond van het Wetboek van Strafrecht handhavend worden opgetreden. Dit ondanks het feit dat een civielrechtelijk verbod al wel in werking kan zijn getreden middels uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de uitspraak. Om toch te kunnen optreden tegen de aanwezigheid van dit uiterlijk vertoon in de publieke ruimte, vanwege de impact die dat heeft op de openbare orde, wordt een verbodsbepaling opgenomen in de APV. Deze bepaling houdt in dat het verboden is om bij evenementen zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of ontbonden is vanwege strijd met de openbare orde. Het kan bijvoorbeeld gaan om de naam, logo’s, spreuken, kleding en andere aanduiding op motoren. Door strafbaarstelling in de APV kan daartegen handhavend worden opgetreden.
Vanuit een oogpunt van openbare orde is het wenselijk om niet te wachten met het weren van zichtbare aanwezigheid van verboden/ontbonden organisaties uit de publieke ruimte tot een onherroepelijk vonnis voorhanden is.
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
leidt. In het aanwijzingsbesluit moet het college motiveren waarom het verbod in dat specifieke gebied geldt (het belang van de openbare orde of bescherming van het woon- of leefklimaat). Uit politierapportages kan bijvoorbeeld blijken dat op bepaalde openbare plaatsen sprake is van aantoonbare en structurele overlast door lachgas. Het college kan – als dat afdoende lijkt te zijn – in het aanwijzingsbesluit opnemen dat het verbod op bepaalde tijden geldt, bijvoorbeeld tijdens de uitgaansavonden (derde lid). Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties wordt toegevoegd In dit onderdeel wordt na artikel 2:50 ingevoegd artikel 2:50a (nieuw). Zie hiervoor de toelichting op het tweede en derde lid van artikel 2:26. In artikel 2:50a wordt een verbod ingesteld voor openbare plaatsen en in voor publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. Artikel 2:53 Bespieden van personen wordt ingevoegd Dit artikel is op verzoek van de politie opgenomen en kan van toegevoegde waarde zijn in het kader van het thema Zorg en Veiligheid vanuit het Integraal Veiligheidsplan (IVP). Dit artikel kan gebruikt worden bij stalkingszaken als toevoeging (bijvoorbeeld in de vorm van een Last onder Dwangsom) op een gebied/contactverbod. Met deze bepaling kan naast het strafrecht tevens bestuurlijke handhaving worden ingezet.
Dit artikel draagt bij aan het beschermen van het recht op privacy van de inwoners en aan het veiligheidsgevoel, zeker in geval van stalking. Stalkingszaken hebben sinds vorig jaar verhoogde prioriteit voor het basisteam van politie Stichtse Vecht & De Ronde Venen. Aangezien wij als gemeenten eenzelfde basisteam hebben, is het wenselijk om het beleid ook zoveel mogelijk gelijk te trekken. Zo kan in samenwerking met de politie op eenduidige manier worden opgetreden. Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen Op grond van het huidige artikel kan het college alleen plaatsen aanwijzen die op de weg zijn gelegen. Waarbij voor weg de definitie uit de wegenverkeerswet geldt. Deze definitie is te beperkt. Op grond van het nieuwe artikel geldt het verbod niet alleen voor wegen maar voor het volledige openbare gebied. Ten behoeve van de leesbaarheid is het artikel geherformuleerd waarbij lid 4 is toegevoegd. In het nieuwe artikel is de termijn van 14 dagen niet opgenomen. In het aanwijzingsbesluit wordt deze duur specifiek per gebied bepaald (maatwerk). Artikel 6:1 Sanctiebepaling Overtredingen van bepalingen die voortvloeien uit de Wabo (zoals handelingen zonder of in strijd met een omgevingsvergunning) zijn in de Wet op de economische delicten (WED) aangeduid als economische delicten. Dat heeft gevolgen voor de strafmaat, die onder de WED anders is dan onder de APV.
Om dat onderscheid duidelijk te maken is het tweede lid toegevoegd.
Actualiteiten
Naast de voorgestelde wijzigingen geeft de VNG in haar ledenbrief een aantal actuele zaken aan. Het betreffen de Omgevingswet, lachgas, consumentenvuurwerk, ondermijning en Outlaw Motorcycle Gangs. Voor de inhoud wordt verwezen naar de als bijlage bijgevoegde ledenbrief van de VNG Lbr 20/053.
Communicatie
De wijziging van de APV wordt op de gebruikelijke wijze openbaar bekend gemaakt in het Gemeenteblad.
Pagina 5 van 6
Verordening (gewijzigd na cie 12-1-
De APV wordt voortdurend bekeken op werking en effecten. Bovendien vinden regelmatig wetswijzigingen plaats die aanpassingen nodig maken. Waar nodig doen wij voorstellen om de APV aan te passen aan de gewijzigde omstandigheden.
rvs 8e wijziging Algemene Plaatselijke
Kanttekeningen
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
Financiën, risico’s en indicatoren
Het voorstel heeft geen financiële gevolgen.
15 december 2020 Burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht
Verordening (gewijzigd na cie 12-1-
Pagina 6 van 6
Burgemeester drs. A.J.H.T.H. Reinders
rvs 8e wijziging Algemene Plaatselijke
Gemeentesecretaris drs. F.J. Halsema