CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels Bp Rijksstraatweg 68 Nieuwersluis.pdf

Raad 8 maart 2022, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 7.: Bestemmingsplan Rijksstraatweg 68 in Nieuwersluis16.087 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan | Regels

Rijksstraatweg 68, Nieuwersluis

Gemeente Stichtse Vecht

Datum: 4 januari 2022 Projectnummer: 190267 ID: NL.IMRO.1904.BPRijksstrtwg68NWS-VG01

INHOUD REGELS

1

Inleidende regels

3

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

3 14

2

Bestemmingsregels

15

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15

Buitenplaats Groen Tuin Verkeer Water Wonen Waarde - Archeologie 3 Waarde - Beschermd stads- en dorpsgezicht Waarde - Cultuurhistorie Waarde - Ecologie Waterstaat - Natuurvriendelijke oever Waterstaat - Oeverzone Waterstaat - Waterkering

15 20 22 24 25 30 34 37 39 41 43 45 46

3

Algemene regels

48

Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels

48 48 50 52 53

4

Overgangs- en slotregels

55

Artikel 21 Artikel 22

Overgangsrecht Slotregel

55 55

Bijlagen Bijlage 1: Staat van Bedrijfsactiviteiten Bijlage 2: Voorlopig ontwerp

De verbeelding Verbeelding met legenda

1 Artikel 1

Inleidende regels Begrippen

1.1

Plan het bestemmingsplan Rijksstraatweg 68, Nieuwersluis met identificatienummer NL.IMRO.1904.BPRijksstrtwg68NWS-VG01 van de Gemeente Stichtse Vecht;

1.2

Bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3

Aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.4

Aardkundige waarden geologische, geomorfologische en bodemkundige verschijnselen, die representatief zijn voor de natuurlijke ontstaansgeschiedenis van het landschap, zoals hoogteverschillen of variaties in de samenstelling van de bodem; Afhankelijke woonruimte

1.5

Aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.6

Aan-huis-verbonden beroep een dienstverlenend beroep of beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door de gebruiker van een woning in die woning of een bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;

1.7

Afmeervoorzieningen voorzieningen die bedoeld zijn om vaartuigen op een goede en veilige manier te kunnen laten afmeren zoals afmeerpalen, steigers, kades en bolders;

1.8

Archeologische verwachte waarde de aan een gebied toegerekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden;

1.9

Bebouwingsoppervlak een op de verbeelding aangegeven oppervlak dat de grootte aangeeft van het deel van het bouwvlak dat op het bouwperceel rust dat maximaal mag worden bebouwd;

1.10

Bebouwingspercentage een op de verbeelding of in de planregels aangegeven percentage, dat de maximaal bebouwde oppervlakte binnen het bouwvlak of bestemmingsvlak aangeeft;

3

1.11

Bedrijf een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren, verhandelen en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten;

1.12

Bed & breakfast een activiteit ondergeschikt aan de hoofdfunctie die gerund wordt door de eigenaren tevens bewoners van het perceel/de aanwezige woning, die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van kortdurend recreatief nachtverblijf in combinatie met het verstrekken van maaltijden en/of dranken aan de logerende;

1.13

Bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen (of tot stand zullen komen op basis van een verleende vergunning of aangevraagde vergunning) met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

1.14

Bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;

1.15

Bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.16

Bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;

1.17

Bijgebouw een vrijstaand of aangebouwd gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw;

1.18

Bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een standplaats;

1.19

Bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw, begrensd door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen, zulks met uitsluiting van een onderbouw of een zolderverdieping;

1.20

Bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, binnen eenzelfde bestemmingsvlak, exclusief water, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan;

4

1.21

Bouwvlak een geometrisch bepaald vlak waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.22

Bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

1.23

Buitenopslag het gestructureerd opslaan of opgeslagen houden van voorwerpen, stoffen of producten en nadere materialen op de onbebouwde gronden van (bedrijfs)percelen, daaronder mede begrepen de uitstalling ten verkoop, verhuur en dergelijke;

1.24

Buitenplaats een (historische) buitenplaats is aangelegd. Zij kan deel uitmaken van een landgoed. Het geheel wordt met name gevormd door een, eventueel thans verdwenen, in oorsprong versterkt huis, kasteel, buitenhuis of landhuis, met bijbehorende bouwwerken, omgeven door tuinen en/of park met één of meer van de volgende onderdelen, zoals grachten, waterpartijen, lanen, boomgroepen, parkbossen, (sier)weiden, moestuinen en ornamenten. De samenstellende delen, een ensemble vormend, van terreinen (met beplanting), lanen, waterpartijen en waterlopen, gebouwen, bouwwerken en tuinornamenten zijn door de opzet of ontwerp van tuin en park en het (utilitair) gebruik historisch en architectonisch met elkaar verbonden en vormen zo een onlosmakelijk geheel. Onderdeel van een (historische) buitenplaats vormen die gebouwen, bouwwerken en tuinornamenten, die compositorisch deel uitmaken van het ontwerp en de opzet en inrichting van de tuin- en/of parkaanleg dan wel dienen voor gebruik in samenhang met de oorspronkelijke bestemming;

1.25

Cultuurhistorische waarde Belang in geschiedkundig opzicht; onder andere met betrekking tot het ontstaan van het gebied, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het kavelpatroon, de waterhuishouding, de beplanting en de (voormalige)bebouwing;

1.26

Dagrecreatie activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting niet is toegestaan;

1.27

Deskundige/deskundig advies een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige of commissie van deskundigen op het gebied waarover advies wordt gevraagd;

1.28

Detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een bedrijfs- of beroepsactiviteit. Onder detailhandel wordt ook gerekend verkoop via internet waarbij goederen ter plaatse worden opgeslagen en/of afgehaald;

5

1.29

Dienstverlening een (naar openingstijden) met een winkel vergelijkbare onderneming die is gericht op het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en wordt geholpen, zoals reisbureaus, kapsalons, banken en (para) medische dienstverlening, zulks met uitzondering van horecaondernemingen en seksinrichtingen/prostitutie;

1.30

Drijvend voorwerp een bouwsel dat geschikt is gemaakt om te water te worden verplaatst en dat geen schip of drijvende inrichting is;

1.31

Erf een al dan niet bebouwd perceel, of gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw en de bestemming deze inrichting niet verbiedt;

1.32

Erotisch getinte horeca een horeca(onderneming) die tot doel heeft het daarbinnen doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotisch-pornografische aard en tevens het bedrijfsmatig ten behoeve van verbruik ter plaatse verstrekken van alcoholische en nietalcoholische dranken. Hieronder vallen eveneens een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal;

1.33

Evenement a Onder een evenement wordt op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: 1 bioscoopvoorstellingen; 2 markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22 van de APV; 3 kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; 4 het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; 5 betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; 6 activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van de APV. b Onder een evenement wordt mede verstaan: 1 een herdenkingsplechtigheid; 2 een braderie; 3 een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van de APV, op de weg; 4 een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; 5 een straatfeest of buurtbarbecue op één dag (klein evenement);

1.34

Evenemententerrein Een terrein geschikt voor het houden van evenementen;

1.35

Galerie ruimte voor het tentoonstellen en verkopen van kunstwerken;

6

1.36

Gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.37

Grondwater beschermingszone een zone waarin ter bescherming van het grondwater voorschriften en beperkingen kunnen gelden;

1.38

Horeca het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf, het bedrijfsmatig verstrekken en/of ter plaatse nuttigen van voedsel en/of dranken en/of het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie;

1.39

Hobbymatige agrarische activiteiten het uitoefenen van agrarische activiteiten, niet zijnde uit hoofde van een volwaardig agrarisch bedrijf, waarvoor vanwege de beperkte omvang geen melding- of vergunningplicht op grond van het Inrichtingen- of vergunningenbesluit milieubeheer geldt;

1.40

Hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat op een perceel door zijn constructie of afmeting, dan wel gelet op de (toekomstige) bestemming, als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken;

1.41

Huishouding een vorm van wonen, zowel in de traditionele vorm van gezin als in de minder traditionele vorm, mits sprake is van nagenoeg zelfstandige bewoning met een zekere mate van onderlinge verbondenheid tussen de bewoners;

1.42

Jaagpad een pad langs de Angstel of de Vecht dat vroeger werd gebruikt om schepen voort te trekken door mensen- of paardenkrachten en dat heden ten dage in gebruik is als openbaar voet- en/of fietspad;

1.43

Kampeermiddelen niet als een bouwwerk aan te merken vouwwagen, kampeerauto, caravan of hiermee gelijk te stellen onderkomen, dat bestemd is voor tijdelijk recreatief verblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben;

1.44

Kampeerterrein terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf;

1.45

Kantoor een gebouw (of een gedeelte hier van) dat dient voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van (semi)overheidsinstellingen, het bankwezen en naar de aard daarmee gelijk te stellen instellingen/het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij afnemers niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord worden gestaan en geholpen;

7

1.46

Karakteristiek (karakteristieke bebouwing) een onroerend monument, gebouw of bouwwerk, beplanting aangemerkt als karakteristiek vanwege de karakteristieke waarde in het straatbeeld, zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde, en waarvan het behoud van belang is;

1.47

Keur De Keur 2019 van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht of diens opvolger;

1.48

Kleinschalige bedrijfsmatige activiteit de in de bijlage 'Staat van Bedrijfsactiviteiten’, ontleend aan de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering', genoemde bedrijvigheid, dan wel naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woning met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend;

1.49

Kleinschalige verblijfsrecreatie recreatief nachtverblijf, waarbij overnacht wordt in kleinschalige vorm in kampeermiddelen en/of recreatieverblijven die in een beperkt aantal aanwezig zijn;

1.50

Kunstwerk bouwwerk, geen gebouw zijnde, ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct, een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening;

1.51

Landgoed een juridische eenheid die centraal wordt beheerd. Het bestaat behalve uit het hoofdhuis met omringend park uit productiegronden (akkerland, weiland, bos) en eventueel pachtboerderijen. Buitenplaatsen vormen vaak het centrum van een landgoed, maar kunnen ook zelfstandig aangelegd zijn. Een landgoed is van oudsher de economische basis van de buitenplaats. De buitenplaats is daarvan het lustgedeelte en het visitekaartje van de eigenaar. Vaak zijn landgoederen en buitenplaatsen voortgekomen uit kastelen en boerderijen. Bij een zelfstandige buitenplaats is de economische basis niet het grootgrondbezit, maar geld dat elders werd verdiend (handel of industriële productie). (Bron: Leidraad Behoud door ontwikkeling op historische buitenplaatsen, een handreiking voor proces en realisatie. Provincie Utrecht, juli 2014);

1.52

Landschapsverordening De Landschapsverordening Provincie Utrecht 2016 van de provincie Utrecht of diens opvolger;

1.53

Landschapswaarden of landschappelijke waarden de aan een gebied toegekende waarde wat betreft het waarneembare deel van het aardoppervlak, welke waarde wordt bepaald door de herkenbaarheid en identiteit van bodem, water, terreinvormen, niet-levende en levende natuur en het menselijk grondgebruik in onderlinge samenhang en wisselwerking;

1.54

Ligplaats een plaats voor het aanleggen van vaartuigen, niet zijnde woonschepen, onder te verdelen in de volgende type ligplaatsen:

8

a bewonersligplaats: een vaste ligplaats voor aanwonenden die het erf aan de rivier hebben; b kadeligplaats: een vaste ligplaats aan een openbare of gemeentelijke kade voor inwoners van de gemeente Stichtse Vecht, niet zijnde aanwonenden die een tuin of erf direct aan de rivier hebben; c passantenligplaats: een ligplaats voor passanten (niet zijnde aanwonenden of passagiersschepen) met een maximale verblijfsduur van 3 x 24 uur; d bezoekersligplaats: een ligplaats bij een (vergunde) bedrijfsactiviteit, in de vorm van horeca, museum, verkoop streekproducten en/of andere (toeristische) attracties c.q.

voorzieningen; e halteligplaats passagiersschip: een tijdelijke ligplaats voor de passagiersvaart (maximale verblijfsduur 15 minuten), meestal ter plaatse van een passantenligplaats of een bezoekersligplaats, om passagiers aan en van boord te laten gaan; f opstapligplaats passagiersschip: een ligplaats met bijbehorend parkeerterrein waar grotere groepen passagiers aan en van boord kunnen gaan en bevoorrading kan plaatsvinden; g vaste ligplaats passagiersschip: een ligplaats voor een passagiersschip, waar het schip in de nacht blijft; h wachtligplaats passagiersschip: een ligplaats voor een passagiersschip nabij een halteligplaats waar een schip voor een bepaalde periode kan afmeren zodat de maximale verblijfsduur op de halteligplaats in de engte van de vaarweg beperkt blijft tot 15 minuten. Aanlegplaatsen zijn voorzieningen waarbij een schip kan vastmaken aan de wal of voorzieningen voor een beperkte periode; 1.55

Mantelzorg het voldoen aan een tijdelijke, maar langer dan drie maanden durende behoefte aan zorg op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, waarbij de zorgverlening gebeurt op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband. De zorgbehoevende maakt op dat moment deel uit van het huishouden;

1.56

Milieuhygiënisch inpasbaar In verschillende flexibiliteitsbepalingen wordt als voorwaarde gesteld dat de ontwikkeling 'milieuhygiënisch inpasbaar' is. Het begrip 'milieuhygiënisch inpasbaar' is een verzamelbegrip voor verschillende milieu- en omgevingsaspecten. Tijdens de toetsing van voorgenomen ontwikkelingen wordt onder meer rekening gehouden met de volgende milieu- en omgevingsaspecten: a eisen uit de Wet milieubeheer ten aanzien van bodemkwaliteit, geluid en luchtkwaliteit; b eisen uit de Natuurbeschermingswet en Flora- en faunawet ten aanzien van beschermde natuurgebieden en beschermde dier- en plantensoorten; c eisen uit de Wet geurhinder en veehouderij; d de eisen uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen ten aanzien van het aanhouden van veiligheidsafstanden ter bescherming van individuen (plaatsgebonden risico) en groepen (groepsrisico); e de eisen ten aanzien van de waterkwaliteit en het waterbeheer; f eisen ten aanzien van het verkeer en parkeren; g overige eisen ten aanzien van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, waaronder de aanwezigheid van stiltegebieden; h landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden;

9

1.57

Natuurwaarden de aan een gebied toegekende waarde in verband met de geologische, bodemkundige en ecologische elementen voorkomende in dat gebied;

1.58

Nautisch beheer de zorg voor de afwikkeling van een veilig en vlot scheepvaartverkeer;

1.59

Nautische voorzieningen Voorzieningen die specifiek bedoeld zijn voor een veilige scheepvaart, zoals obstakelverlichting, radar, scheepvaartseinen en markeringen bij bruggen en sluizen, boeien. waterwegaanduiding, geleiding en tolheffing;

1.60

Nevenactiviteit een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de op de in dit bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie op een bestemming;

1.61

Nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie;

1.62

Oever de langs een vaarweg aanwezige natuurlijke oever of aangebrachte oevervoorziening met inbegrip van de daarvoor noodzakelijke verankering;

1.63

Omgevingsvergunning een vergunning voor het uitvoeren van een project dat invloed heeft op de fysieke leefomgeving, op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo);

1.64

Ondergeschikte detailhandel detailhandel vanuit vestigingen/voorzieningen die als hoofdactiviteit geen detailhandel hebben en waarvan de detailhandelsfunctie in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend aantoonbaar ondergeschikt en gelieerd is aan de hoofdfunctie;

1.65

Onderkomen een voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- of vaartuigen, kampeermiddelen, woonketen en soortgelijke verblijfsmiddelen, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken;

1.66

Onevenredig niet in een zodanige verhouding staande tot een andere grootheid als gepast of wenselijk wordt geacht;

1.67

Oever De langs de vaarweg aanwezige natuurlijke oever of aangebrachte voorzieningen met inbegrip van de daarvoor noodzakelijke verankering;

1.68

Oeververbinding een bouwwerk voor het oversteken van water; 10

1.69

Opslag het bewaren van goederen, materialen en stoffen zonder dat ter plaatse sprake is van productie, bewerking, verwerking, handel en/of activiteiten van administratieve aard;

1.70

Overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak;

1.71

Overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de grond is verbonden;

1.72

Paardenbak een niet-overdekte piste, voorzien van een bewerkte/ aangepaste bodem waar naar training en africhting van paard en/ of pony eveneens toetsing van prestaties van de combinatie paard en ruiter in diverse disciplines kan plaatsvinden;

1.73

Passagiersschip een groot schip (partyschip) dat bedrijfsmatig meer dan 12 passagiers mag vervoeren;

1.74

Praktijkruimte een gebouw of een gedeelte daarvan, dat dient voor het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch, (para)medisch, therapeutisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied;

1.75

Prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een ander tegen vergoeding;

1.76

Recreatie sport en spel in georganiseerd verband met daarbij behorende voorzieningen in de vorm van sanitair, parkeerplaatsen, horeca en/of opslagfaciliteiten;

1.77

Recreatief medegebruik recreatief gebruik van gronden die geen specifieke recreatieve bestemming hebben en het gebruik geen specifiek beslag legt op de ruimte, zoals wandelen door de weilanden of vissen. De aanleg van routes en rustplekken ondersteunen het recreatief medegebruik;

1.78

Recreatief nachtverblijf recreatief verblijf door personen die hun vaste woonadres of verblijfplaats elders hebben;

1.79

Recreatievaartuig een vaartuig, bijvoorbeeld een klein schip, uitsluitend bestemd of in gebruik voor kortdurend recreatief verblijf van personen zonder overnachting en geschikt voor niet bedrijfsmatige recreatieve toervaart;

1.80

Rode oeverzone de oeverzone ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - rode oeverzone', zoals aangegeven op de kaart behorende bij het Verkeersbesluit Vaarwegen AGV-1 2016 of diens opvolger van waterschap Amstel, Gooi en Vecht; 11

1.81

Ruimtelijke onderbouwing een onderbouwing als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3° Wet algemene bepalingen omgevingsrecht inclusief de benodigde (haalbaarheids)onderzoeken;

1.82

Sanitaire voorzieningen bouwwerken ten behoeve van de lichamelijke verzorging, waaronder toiletgelegenheden, verkleedruimten en douches;

1.83

Schip: elk vaartuig met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing en een watervliegtuig, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als een middel van vervoer te water;

1.84

Seksinrichting een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of daarmee naar de aard en omvang vergelijkbare activiteiten, in de vorm van seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden; onder seksinrichting wordt in ieder geval begrepen: a een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon; b een seksbioscoop of sekstheater; c een seksautomatenhal; d een seksclub of parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar of in combinatie met een sekswinkel;

1.85

Speelvoorzieningen een voorziening, die erop gericht is om in de openlucht speel- en recreatiemogelijkheden te bieden;

1.86

Staat van Bedrijfsactiviteiten een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen;

1.87

Stedelijk gebied: de begrenzing van het stedelijk gebied, zoals vastgelegd in de geldende Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie krachtens de Wet ruimtelijke ordening (Wro) gelegen binnen een rode contour, dan wel een bebouwde kom die buiten een rode contour is gelegen;

1.88

Steiger een drijvende of bovenwater aangebrachte constructie waarop gelopen kan worden, bedoeld om vaartuigen aan af te meren;

1.89

Straatmeubilair bouwwerken ten behoeve van al dan niet openbare (nuts)voorzieningen;

1.90

Verbeelding de analoge en digitale verbeelding van de bestemming(en) bij dit bestemmingsplan;

1.91

Vaartuig een voorwerp of een constructie, gereed of in aanbouw, uitsluitend of in hoofdzaak bestemd of ingericht voor het vervoer over water van personen of goederen;

12

1.92

Verblijfsrecreatie recreatief nachtverblijf, waarbij overnacht wordt in kampeermiddelen en/of recreatieverblijven;

1.93

Voorgevel de naar de weg gekeerde zijde van een gebouw;

1.94

Voorgevelrooilijn Een naar de weg of het openbaar gebied gekeerde bouwgrens gevormd door de denkbeeldige lijn in het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw. Bij percelen op de hoek van straten/paden geldt dat langs beide straten/paden een voorgevelrooilijn is gelegen;

1.95

Waarden de aan een bouwwerk, gebied of specifiek element in een gebied toegekende kenmerkende waarde op het gebied van cultuurhistorie, archeologie, geografie, aardkunde, landschap, natuur en/of ecologie;

1.96

Waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit., waaronder duikers, stuwen, gemalen, inlaten en voorzieningen ten behoeve van berging en infiltratie van hemelwater;

1.97

Wijzigingsbevoegdheid de bevoegdheid van burgemeester en wethouders om het bestemmingsplan te wijzigen zoals bedoeld in artikel 3.6, lid 1, onder a van de Wet ruimtelijke ordening;

1.98

Woning/wooneenheid een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden;

1.99

Woonadres a het adres waar betrokkene woont of, indien betrokkene op meer dan één adres woont, het adres waar hij naar verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten; b het adres waar, bij het ontbreken van een adres als bedoeld onder a, betrokkene naar verwachting gedurende drie maanden ten minste twee derde van de tijd zal overnachten;

1.100

Woonschip een vaartuig, daaronder begrepen een object te water, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt als of is bestemd tot woonverblijf, niet zijnde een object dat valt onder de Woningwet. Onder te verdelen in: a woonark; b woonboot; c woonvaartuig.

13

Artikel 2

Wijze van meten Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1

Wijze van meten van een bouwwerk a oppervlakte: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van bouwwerk; b breedte, lengte, diepte: tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren; c inhoud: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken; d goot(of boeiboord) hoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Met dien verstande dat bij een lessenaarsdak het laagste punt van het dak als goothoogte wordt aangemerkt; e bouwhoogte: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; f diepte van een (ondergronds) bouwwerk: (verticaal) vanaf het peil tot aan de bovenzijde van de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk.

2.2

Bebouwingspercentage het percentage van de oppervlakte van het bouwvlak dat op grond van de regels en/of verbeelding mag worden bebouwd.

2.3

De bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde tussen het hoogste punt van het bouwwerk en het peil; bij windturbine of windmolen: vanaf het peil tot aan de (wieken)as.

2.4

Peil De hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang van het perceel, waarbij geldt dat: a voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de bovenkant van de afgewerkte begane grond vloer van gebouwen minimaal 30 cm boven peil ligt; b als de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst of de gronden waar het bouwwerk komt aantoonbaar lager liggen dan de weg, wordt door burgemeester en wethouders bij aanvang van de werkzaamheden het peil vastgesteld; c ter plaatse van water het gemiddeld waterpeil als peil wordt aangehouden; d indien de onder a tot en met c genoemde peilen in het veld aanleiding geven tot onduidelijkheden, een door of namens burgemeester en wethouders aan te wijzen peil.

14

2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels Buitenplaats Bestemmingsomschrijving De voor ‘Buitenplaats’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a het behoud, herstel en beheer van landschappelijke-, cultuurhistorische- en natuurwaarden in de vorm van (elementen uit) (natuur- /over-) tuinen, parken, bossen, waterpartijen die samenhangen met de buitenplaats; b gebruik ten dienste van de aanwezige hoofdgebouwen binnen de bestemming 'Wonen'; en ter plaatse van de aanduiding: c ‘bed & breakfast’ is tevens een bed & breakfast toegestaan; met daarbij behorende: d beeldbepalende ornamenten; e gebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouw zijnde; f recreatief medegebruik; g hobbymatige agrarische activiteiten voor zover milieuhygiënisch inpasbaar; h nevenfuncties; i nutsvoorzieningen; j erven en terreinen; k groenvoorzieningen en water; l parkeervoorzieningen en straatmeubilair; m wegen en paden; n overige functioneel met de bestemming 'Buitenplaats' verbonden voorzieningen.

3.2 3.2.1

Bouwregels Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bouwwerken op de buitenplaats ten dienste van de bestemming 'Wonen' gelden de volgende regels: a bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b de totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bedraagt niet meer dan 2 400 m ; c de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk bedraagt niet meer dan 3 m, of maximaal de bestaande hogere goothoogte; d de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk bedraagt niet meer dan 6 m, of maximaal de bestaande hogere bouwhoogte.

3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 2 m; b de bouwhoogte van toegangspoorten en- hekken bedraagt niet meer dan 4,5 m; c in aanvulling op het bepaalde onder a en b mogen bestaande afmetingen van erfen terreinafscheidingen en hekken en poorten die hoger zijn, worden gehandhaafd en ter plaatse herbouwd waarbij de bestaande afmetingen als maximum gelden;

15

d de bouwhoogte van speelvoorzieningen bedraagt niet meer dan 6 m; e de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt niet meer dan 10 m. 3.3

Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen aan het bouwen van bouwwerken bij woningen en woonheden zoals bedoeld in artikel 3.2.1 nadere eisen stellen ten aanzien van: a een zorgvuldige inpassing van de bouwwerken in het landschap door middel van de situering, afscherming door beplanting of anderszins.

3.4 3.4.1

Afwijken van de bouwregels Ten behoeve van bijbehorende bouwwerken en/of overkappingen Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2 met dien verstande dat: a de goothoogte van bijbehorende bouwwerken niet meer bedraagt dan 4 m; b de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken niet meer bedraagt dan 7 m; c de cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden zoals genoemd in 'Waarde - Cultuurhistorie’ niet onevenredig worden aangetast.

3.5 3.5.1

Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik a Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt in ieder geval begrepen: 1 het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; 2 het opslaan buiten van gerede en ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan; 3 het opslaan c.q. stallen van gebruiksklare of onklare voer- of vaartuigen of onderdelen hiervan; 4 het opslaan of opgeslagen houden, storten of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen. b Het bepaalde onder a is niet van toepassing op: 1 het opslaan van stoffen die noodzakelijk zijn voor het normale onderhoud van de gronden en de daarbij behorende voorzieningen; 2 het tijdelijk opslaan van materialen en werktuigen, welke nodig zijn voor de realisering en/of handhaving van de bestemming.

3.5.2

Bed & Breakfast Gebruik van ruimten in het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken ten behoeve van een Bed & Breakfast wordt als gebruik in overeenstemming met de bestemming aangemerkt, voor zover wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a het gebruik gaat niet ten koste van de woonfunctie van de bestemming ‘Wonen’; b de Bed & Breakfast mag totaal uit maximaal 3 kamers en/of maximaal 8 bedden bestaan; 1 indien het maximum aantal kamers en/of bedden reeds is gerealiseerd op basis van de bestemming 'Wonen' het totaal aantal kamers en bedden niet mag worden overschreden; c er is maximaal één gezamenlijke keuken toegestaan; d de woning binnen de bestemming ‘Wonen’ dient door de hoofdgebruiker te worden bewoond; e de hoofdgebruiker dient aanwezig te zijn tijdens het nachtverblijf; f het beroep of de activiteit dient alleen door de bewoner(s) te worden uitgeoefend;

16

g op het betreffende adres is het te werk stellen van personeel dat niet woonachtig is op het betreffende adres en geen onderdeel uitmaakt van het huishouden, niet toegestaan; h het gebruik mag geen grote verkeersaantrekkende werking hebben en geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer, waaronder parkeren; i het gebruik mag geen afbreuk doen aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; j de ruimtelijke uitstraling moet passend zijn binnen de functie van het hoofdgebouw binnen de bestemming ‘Wonen’ en het woongebied; k er mag geen andere horeca, geen seksinrichting, geen koeriers of (personen)vervoersbedrijf, geen kinderdagverblijf en geen detailhandel plaatsvinden, met uitzondering van functioneel ondergeschikte en niet zelfstandige detailhandel. 3.6 3.6.1

Afwijken van de gebruiksregels Ten behoeve van aan-huis-verbonden beroep en kleinschalige bedrijfsactiviteit Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 voor het toestaan van aan-huis-verbonden beroepen en kleinschalige bedrijfsactiviteiten, voor zover wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a het gebruik mag niet ten koste gaan van de woonfunctie van de bestemming ‘Wonen’; b de activiteiten passen in categorie 1 van de in bijlage 1 van de bijlagen bij de regels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten; c het vloeroppervlak in gebruik voor een aan huis verbonden beroep of bedrijf aan huis mag niet meer dan 33% bedragen van het gezamenlijk vloeroppervlak van het hoofdgebouw binnen de bestemming ‘Wonen’ en bijbehorende bouwwerken met 2 een maximum van 50 m ; d het beroep of de activiteit dient alleen door de bewoner(s) van het hoofdgebouwen binnen de bestemming ‘Wonen’ te worden uitgeoefend; e op het betreffende adres is het te werk stellen van personeel dat niet woonachtig is op het betreffende adres en geen onderdeel uitmaakt van het huishouden, niet toegestaan; f het gebruik mag geen grote verkeersaantrekkende werking hebben en geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer, waaronder parkeren; g het gebruik mag geen afbreuk doen aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; h de

ruimtelijke uitstraling moet passend zijn binnen de functie van het hoofdgebouw binnen de bestemming ‘Wonen’ en de buitenplaats; i er mag geen andere horeca, geen seksinrichting, geen koeriers of (personen)vervoersbedrijf, geen kinderdagverblijf en geen detailhandel plaatsvinden, met uitzondering van functioneel ondergeschikte en niet zelfstandige detailhandel.

3.6.2

Ten behoeve van mantelzorg a Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in gebruik nemen (van een deel) van het hoofdgebouw of de bijbehorende bouwwerken ten behoeve van mantelzorg mits: 1 de mantelzorg noodzakelijk is en dat blijkt uit een medische of sociale indicatie. Indien er sprake is van een ouder-kindrelatie waarbij de ouder(s) 65 jaar of ouder is (zijn) is geen medische of sociale indicatie noodzakelijk;

17

2 het hoofdgebouw met bijbehorende bouwwerken bereikbaar is en blijft voor hulpdiensten; 3 geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; 4 de oppervlakte welke wordt gebruikt voor mantelzorg niet meer bedraagt dan 2 120 m ; b Het bevoegd gezag kan de onder a bedoelde omgevingsvergunning intrekken na beëindiging van de mantelzorg; c Na het intrekken van de omgevingsvergunning, zoals bedoeld onder b, is degene aan wie de omgevingsvergunning was verleend of diens rechtsopvolger, en indien sprake was van afhankelijke woonruimte, verplicht de als dan strijdige situatie te zijner keuze hetzij in de vorige toestand te herstellen, hetzij met het bestemmingsplan in overeenstemming te brengen. 3.6.3

Ten behoeve van nevenfuncties binnen bestaande bebouwing Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 voor het toestaan van nevenfuncties binnen bestaande bebouwing, voor zover wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a door aanvrager wordt aangetoond dat de aangevraagde functie in wezenlijke mate bijdraagt aan de instandhouding van de buitenplaats en zijn landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden; b nevenfuncties zijn ondergeschikt aan de woonfunctie van de bestemming ‘Wonen’; c per buitenplaats zijn maximaal 2 functies toegestaan; d de bedrijfsactiviteiten blijven beperkt tot de categorieën 1 en 2 van de in de bijlagen bij de regels opgenomen 'Staat van Bedrijfsactiviteiten'; e de functies dienen binnen het bouwvlak respectievelijk het bestemmingsvlak van de bestemming ‘Buitenplaats’ of de bestemming ‘Wonen’ plaats te vinden; f de functies dienen binnen de bestaande bebouwing plaats te vinden; g de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken mag niet worden vergroot ten gevolge van de nevenfunctie; 2 h het totaal oppervlak voor de functies bedraagt maximaal 200 m ; i omliggende woningen en bedrijven worden niet onevenredig in hun bedrijfsvoering beperkt; j de publieks- en/of verkeersaantrekkende werking van de functies staan in verhouding tot de capaciteit van de betrokken wegen; k parkeren dient op eigen erf plaats te

vinden.

3.6.4

Ten behoeve van nevenfuncties met een oppervlak groter dan 200 m en maximaal 2 400 m binnen de bestaande bebouwing Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 voor het toestaan van functies zoals opgenomen in tabel 3.1 alsmede naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen functies, met dien verstande dat: 2 a het totaal aan nevenfuncties maximaal 400 m aan bebouwd oppervlak bedraagt; b verder zijn de voorwaarden van toepassing zoals genoemd in artikel 3.6.3 onder a tot en met g en i tot en met l.

2

18

3.6.5

Ten behoeve van nieuwbouw ten behoeve van nevenfuncties Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning binnen de bestemming ‘Buitenplaats’ nieuwbouw toestaan voor de in tabel 3.1 genoemde functies en daaraan naar aard gelijk te stellen functies met dien verstande dat: a door aanvrager middels een integrale visie in de vorm van een ruimtelijke onderbouwing met beeldkwaliteitparagraaf voor de buitenplaats wordt aangetoond dat de ontwikkeling in wezenlijke mate bijdraagt aan de structurele instandhouding van de buitenplaats en zijn landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden; b de ontwikkeling geen afbreuk doet aan de aanwezige landschappelijke, cultuurhistorische, archeologische en natuurwaarden, aangetoond door (verkennend) onderzoek; c maximaal één nieuw gebouw per buitenplaats is toegestaan; d de nieuwbouw een ondergeschikt karakter heeft ten opzichte van de overige aanwezige bebouwing door voor wat betreft situering en een zorgvuldige inpassing van de bouwwerken in het landschap door middel van de situering, afscherming door beplanting of anderszins; e de maximum goot- en bouwhoogte niet meer dan 4 m respectievelijk 8 m bedraagt; f de functie milieuhygiënisch inpasbaar is; g de functie maximaal het aantal vierkante meters mag bedragen zoals in tabel 3.1 staat aangegeven, met dien verstande dat het totaal aan nevenfuncties inclusief de 2 functies als bedoeld in

3.6.1 en 3.6.2 niet meer bedraagt dan 400 m aan bebouwd oppervlak; h omliggende woningen en bedrijven niet onevenredig in hun bedrijfsvoering worden beperkt; i de publieks- en/of verkeersaantrekkende werking van de functies in verhouding staan tot de capaciteit van de betrokken wegen; j parkeren op eigen erf plaatsvindt; k advies gevraagd is aan de commissie voor omgevingskwaliteit. Tabel 3.1 Functie expositieruimte/atelier, museum, galerie, kunsthandel bezoekers- en cursuscentrum, ontvangstruimte, vergaderruimte, Horeca zoals een theetuin kleinschalige dienstverlening, zoals kantoor horeca in de vorm van feestzaal sociale en medische dienstverlening zoals een kinderdagverblijf, kuuroord verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van Bed & Breakfast, pension

19

Maximum toegestane gebruiksoppervlakte 2 bebouwd: 200 m bebouwd: 200 m

2

2

(on)bebouwd: 200 m 2 bebouwd: 200 m 2 bebouwd: 200 m 2 (on)bebouwd: 200 m bebouwd: 200 m

2

Artikel 4 4.1

Groen Bestemmingsomschrijving De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a groenvoorzieningen; b bermen en beplantingen; c dagrecreatief medegebruik; d speelvoorzieningen; e in- en uitritten; f water en watergangen; g een jaagpad, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen - jaagpad’; met de daarbij behorende: h bouwwerken, geen gebouwen zijnde; i kunstobjecten en straatmeubilair; j nutsvoorzieningen en gemalen; k voet- en fietspaden; l bouwwerken, geen gebouwen zijnde; m overige functioneel met de bestemming 'Groen' verbonden voorzieningen.

4.2 4.2.1

Bouwregels Gebouwen en bijbehorende bouwwerken Gebouwen en bijbehorende bouwwerken mogen niet worden gebouwd.

4.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a de bouwhoogte van lichtmasten niet meer bedraagt dan 15 m; b de bouwhoogte van speelvoorzieningen niet meer bedraagt dan 5 m; c de bouwhoogte van nutsvoorzieningen en gemalen niet meer bedraagt dan 3 m; d de bouwhoogte van kunstobjecten en straatmeubilair niet meer bedraagt dan 3 m; e de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer bedraagt dan 5 m.

4.3 4.3.1

Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik a Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt in ieder geval begrepen: 1 het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; 2 het opslaan van gerede en ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan; 3 het opslaan c.q. stallen van gebruiksklare of onklare voer- of vaartuigen of onderdelen hiervan; 4 het opslaan of opgeslagen houden, storten of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen. b Het bepaalde onder a is niet van toepassing op: 1 het opslaan van stoffen die noodzakelijk zijn voor het normale onderhoud van de gronden en de daarbij behorende voorzieningen; 2 het tijdelijk opslaan van materialen en werktuigen, welke nodig zijn voor de realisering en/of handhaving van de bestemming.

20

4.4 4.4.1

Afwijken van de gebruiksregels Ten behoeve van parkeervoorzieningen Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.1 ten behoeve van het realiseren van parkeervoorzieningen, met dien verstande dat: a de parkeervoorzieningen noodzakelijk zijn in verband met de verkeersveiligheid; b er sprake is van een ruimtelijke noodzaak in verband met parkeercongestie.

21

Artikel 5 5.1

Tuin Bestemmingsomschrijving De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a tuinen; b ter plaatse van de aanduiding ‘erf’ zijn tevens erven toegestaan ten behoeve van op aangrenzende gronden gelegen woonschepen; met de daarbij behorende: c gebouwen en bijbehorende bouwwerken; d parkeervoorzieningen; e water, kunstwerken en waterhuishoudkundige voorzieningen; f overige functioneel met de bestemming 'Tuin' verbonden voorzieningen.

5.2 5.2.1

Bouwregels Gebouwen a Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regel: 1 gebouwen mogen uitsluitend gebouwd worden ter plaatse van een bouwvlak; 2 de goothoogte bedraagt niet meer dan op de verbeelding aangegeven; 3 de bouwhoogte bedraagt niet meer dan op de verbeelding aangegeven.

5.2.2

Bijbehorende bouwwerken a Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij woonschepen ter plaatse van de aanduiding 'erf' gelden de volgende regels: 1 het aantal bijbehorende bouwwerken per woonschip bedraagt ten hoogste 1; 2 2 de oppervlakte bijbehorend bouwwerken bedraagt niet meer dan 9 m ; 3 de goothoogte bedraagt niet meer dan 3,5 m; 4 de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 4 m. b Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken in de vorm van erkers of toegangsportalen, gelden de volgende regels: 1 een erker of toegangsportaal mag uitsluitend aan de voor- of zijgevel van een hoofdgebouw worden gebouwd; 2 de bouw van een erker of toegangsportaal mag niet ten koste gaan van parkeerplaatsen op eigen erf; 3 de breedte van een erker bedraagt niet meer dan 50% van de breedte van de desbetreffende voor- of zijgevel van het hoofdgebouw; 4 de bouwhoogte bedraagt niet meer dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het bijbehorende hoofdgebouw plus 0,30 m; 5 de diepte van de uitbreiding bedraagt niet meer dan 1,25 m.

5.2.3

Overige bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan: 1 1 m op de gronden vóór de naar een openbare weg gekeerde gevel; 2 1 m op de gronden aangeduid met 'Erf'; 3 1 m op de gronden langs de Vecht en in de directe nabijheid van het Fort; 4 2 m op de overige gronden;

22

b de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde niet meer bedraagt dan 1 m; c de hoogte van vlaggenmasten mag maximaal 9 m bedragen. 5.3 5.3.1

Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan een gebruik van gronden ten behoeve van: a opslag van materialen en goederen; b het plaatsen en geplaatst houden van onderkomens; c het plaatsen en geplaatst houden van zwembaden.

23

Artikel 6 6.1

Verkeer Bestemmingsomschrijving De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a wegen met een hoofdzakelijk doorgaand karakter; b parkeervoorzieningen; c reclameborden; (reclamezuilen en billboards); met de daarbij behorende: d duikers en (kunst)werken; e geluidwerende voorzieningen; f groenvoorzieningen en water; g in- en uitritten; h kunstobjecten en straatmeubilair; i nutsvoorzieningen; j oeververbindingen (bruggen); k overige functioneel met de bestemming ‘Verkeer’ verbonden voorzieningen.

6.2 6.2.1

Bouwregels Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en gemalen worden gebouwd met dien verstande dat: 1 de bouwhoogte van gebouwen niet meer bedraagt dan 3 m; 2 2 de oppervlakte van gebouwen niet meer bedraagt dan 15 m .

6.2.2

Bijbehorende bouwwerken Bijbehorende bouwwerken zijn niet toegestaan.

6.2.3

Bouwwerken geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a de bouwhoogte van lichtmasten en straatmeubilair bedraagt niet meer dan 12 m; b de bouwhoogte van speeltoestellen bedraagt niet meer dan 5 m; c de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 3 m.

24

Artikel 7 7.1

Water Bestemmingsomschrijving De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a water en waterlopen; b de waterhuishouding; c waterweg (als verkeersader voor scheepvaart); d natuur en natuurvriendelijke oevers; met daaraan ondergeschikt: e bewonersligplaatsen; f bezoekersligplaatsen voor recreatievaartuigen; g halte- en wachtligplaatsen voor passagiersschepen; tevens voor: h de aanleg van de fietsboot met de daarbij behorende voorzieningen; i een boodschappenligplaats; j een steiger ter plaatse van de aanduiding 'steiger'; k recreatief medegebruik; met de daarbij behorende: l bruggen, sluizen, waterhuishoudkundige voorzieningen, beschoeiingen en overige kunstwerken; m nautische voorzieningen; n afmeervoorzieningen; o een trailerhelling; p recreatieve voorzieningen; q kruisende wegen en paden; r overige functioneel met de bestemming 'Water' verbonden voorzieningen.

7.2 7.2.1

Bouwregels Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a gebouwen mogen niet worden gebouwd.

7.2.2

Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a de maximum bouwhoogte van bruggen en viaducten bedraagt 4,0 m; b de maximum bouwhoogte van nautische voorzieningen bedraagt 10,0 m; c de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van bouwwerken voor de waterwegaanduiding, geleiding of tolheffing, bedraagt 3,0 m.

7.2.3

Steigers In aanvulling op en in afwijking van artikel 7.2.2 moeten steigers voldoen aan de volgende kenmerken: a de steiger dient evenwijdig aan de oever te worden gebouwd; b de breedte maximaal 10,5 m bedraagt;

25

c de diepte maximaal 1,1m bedraagt; d de bouwhoogte de hoogte van het streefpeil niet overschrijdt, met een maximum van 0,45 m boven de waterlijn. 7.3

Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering, verschijningsvorm en afmetingen van steigers en afmeervoorzieningen: a ter voorkoming van onevenredige aantasting van (nabijgelegen) natuurwaarden en natuurvriendelijke oevers; b ter versterking van de waterkwaliteit en kwantiteit van De Vecht; c ter waarborging van de nautische veiligheid of doorvaarbaarheid van De Vecht; d ter waarborging van cultuurhistorische belangen; e ter waarborging van landschappelijke belangen.

7.4 7.4.1

Afwijken van de bouwregels Afwijking voor toestaan hogere burg of viaduct: Burgemeester en wethouders kunnen met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.2.2 sub a en artikel 7.2.2 sub b ten einde hogere bouwwerken toe te staan tot een hoogte van 20 meter onder voorwaarde dat: a deze hogere bouwwerken noodzakelijk zijn vanuit nautische aspecten; b belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.

7.5 7.5.1

Specifieke gebruiksregels Algemene regels ligplaatsen a ligplaatsen zijn in de lengterichting toegestaan tot maximaal 6,0 m gemeten vanuit de waterkant, mits de natuurwaarden langs de rivier Vecht in zijn totaliteit niet achteruit gaan; b in aanvulling op het bepaalde in artikel 7.5.1 sub a zijn ligplaatsen alleen toegestaan indien helemaal gelegen buiten de vaarstrook, waarbij: 1 de as van de watergang het middelpunt van de vaarstrook is, tenzij anders bepaald in de Keur; 2 de breedte van de vaarstrook ter plaatse zoveel bedraagt als in navolgende tabel is weergegeven: Naam vaarweg Vecht (Muiden - Sluis 't Hemeltje) Vecht (Sluis ‘t Hemeltje - Mijndense Sluis, uitgezonderd Vecht bij Vreeland) Vecht bij Vreeland (Korenmolen De Ruiter - Van Leerbrug) Vecht (Mijndense Sluis - Weerdsluis) Kunstwerk Vechtsluis bij Maarssen (verbinding met Amsterdam Rijnkanaal)

Minimaal vrij te houden vaarstrook (m) 21,0 17,0 13,0 17,0 6,5

c in aanvulling op het bepaalde in artikel 7.1 sub a zijn vaartuigen en drijvende voorwerpen, aangemeerd op plaatsen waarbij één van de verkeerstekens E.5 tot en met E.7.1 van bijlage 7 bij het Binnenvaartpolitiereglement zijn geplaatst, toegestaan;

26

d in afwijking van het bepaalde in artikel 7.5.1 sub a zijn ligplaatsen langs rode oeverzones uitsluitend toegestaan indien dit gebeurt met gebruikmaking van een krachtens de Keur van het waterschap toegestane afmeervoorziening; e vooraf dient instemming van de nautisch beheerder te worden verkregen wat betreft nautische aspecten. 7.5.2

Aanvullende regels bewonersligplaatsen buiten stedelijk gebied Voor bewonersligplaatsen buiten het stedelijk gebied, zoals aangegeven op de Keur geldt aanvullend dat: a maximaal één open vaartuig met een maximum lengte van 7,0 m, mits passend binnen de breedte van het eigen perceel, bij een direct aan het water gelegen erf mag worden aangelegd, waarbij voor appartementencomplexen c.q. woongebouwen het volgende geldt: 1 heeft een bewoner op de begane grond een erf tot aan het water, dan mag daar één bewonersligplaats worden gerealiseerd; 2 is daarnaast sprake van een gedeelde woonomgeving tot aan het water, dan mag ook daar één bewonersligplaats worden gerealiseerd; 3 is er alleen sprake van een gedeelde woonomgeving, dan mag er in totaal dus slechts één bewonersligplaats worden gerealiseerd. b maximaal één steiger per direct aan het water gelegen erf mag worden gerealiseerd met dien verstande dat: 2 1 de maximum oppervlakte van een steiger 7,2 m bedraagt; 2 de steiger geen afbreuk mag doen aan het karakter van een eventueel aanwezige natuurvriendelijke oever of de aanwezige landschappelijke of cultuurhistorische waarden.

c vooraf dient instemming van de vaarwegbeheerder te worden verkregen wat betreft nautische aspecten; d een ontheffing op basis van de Landschapsverordening door de Provincie Utrecht is afgegeven; e het college extra regels kan stellen aan passantenligplaatsen vanwege het algemeen belang, zijnde beeldkwalitatieve, cultuurhistorische, landschappelijke en/of natuurbelangen.

7.5.3

Aanvullende regels bezoekersligplaatsen Voor bezoekersligplaatsen geldt aanvullend dat de maximale verblijfsduur 4 uur bedraagt tussen zonsopgang en zonsondergang met uitzondering van het afmeren bij een horecagelegenheid gedurende horeca openingstijden.

7.5.4

Aanvullende regels halteligplaats passagiersschepen Voor halteligplaatsen voor passagiersschepen geldt aanvullend dat de maximale verblijfsduur voor passagiersschepen 15 minuten bedraagt, met dien verstande dat het college specifieke zones aan kan wijzen waar op gespecificeerde uren en vaartijden uitsluitend halteligplaatsen voor passagiersschepen zijn toegestaan.

7.5.5

Aanvullende regels wachtligplaats passagiersschepen Voor wachtligplaatsen voor passagiersschepen geldt aanvullend dat het college extra regels kan stellen aan wachtligplaatsen vanwege het algemeen belang, zijnde beeldkwalitatieve, cultuurhistorische, landschappelijke en/of natuurbelangen.

27

7.6 7.6.1

Wijzigingsbevoegdheid Rode oeverzones Burgemeester en wethouders kunnen de aanduiding 'vrijwaringszone - rode oeverzone' op de verbeelding toevoegen c.q. (deels) van de verbeelding verwijderen indien gewijzigd beleid van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht daar aanleiding toe geeft.

7.6.2

Passantenligplaatsen Burgemeester en wethouders kunnen de aanduiding 'specifieke vorm van water passantenligplaatsen' toevoegen c.q. (deels) van de verbeelding verwijderen, mits aangetoond wordt dat: a uit milieuoogpunt geen bezwaren bestaan voor realisering van passantenligplaatsen; b er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; c de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad; d instemming is verkregen van de vaarwegbeheerder.

7.6.3

Halteligplaats passagiersschepen Burgemeester en wethouders kunnen de aanduiding 'specifieke vorm van water - halteligplaats passagiersvaart' op de verbeelding toevoegen c.q. (deels) van de verbeelding verwijderen, mits aangetoond wordt dat: a uit milieuoogpunt geen bezwaren bestaan voor realisering van een halteligplaats voor passagiersschepen; b er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; c de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad; d instemming is verkregen van de vaarwegbeheerder.

7.6.4

Opstapligplaats passagiersschepen Burgemeester en wethouders kunnen de aanduiding 'specifieke vorm van water - opstapligplaats passagiersvaart' op de verbeelding toevoegen c.q. (deels) van de verbeelding verwijderen, mits aangetoond wordt dat: a uit milieuoogpunt geen bezwaren bestaan voor realisering van een opstapligplaats voor passagiersschepen; b er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; c de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad; d instemming is verkregen van de vaarwegbeheerder.

7.6.5

Vaste ligplaats passagiersschepen Burgemeester en wethouders kunnen de aanduiding 'specifieke vorm van water - vaste ligplaats passagiersvaart' op de verbeelding toevoegen c.q. (deels) van de verbeelding verwijderen, mits aangetoond wordt dat: a uit milieuoogpunt geen bezwaren bestaan voor realisering van een vaste ligplaats voor passagiersschepen; b er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; c de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad; d instemming is verkregen van de vaarwegbeheerder.

28

7.6.6

Wachtligplaats passagiersschepen Burgemeester en wethouders kunnen de aanduiding 'specifieke vorm van water wachtligplaats passagiersvaart' op de verbeelding toevoegen c.q. (deels) van de verbeelding verwijderen, mits aangetoond wordt dat: a uit milieuoogpunt geen bezwaren bestaan voor realisering van een wachtligplaats passagiersschepen; b er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; c de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad; d instemming is verkregen van de vaarwegbeheerder.

29

Artikel 8 8.1

Wonen Bestemmingsomschrijving De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a wonen op een buitenplaats en/of landgoed; b een aan-huis-verbonden beroep, kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten en/of praktijkruimte; c gebruik ten dienste van de bestemming van het hoofdgebouw; ter plaatse van de aanduiding d ‘specifieke vorm van wonen - landhuis’ is een hoofdgebouw toegestaan; e ‘wonen’ is een woning toegestaan; met de daarbij behorende f gebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; g erven en terreinen; h groenvoorzieningen en water; i parkeervoorzieningen en straatmeubilair; j wegen en paden; k overige functioneel met de bestemming ‘Buitenplaats' verbonden voorzieningen.

8.2 8.2.1

Bouwregels Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a landhuizen en woningen worden uitsluitend gebouwd binnen een bouwvlak ter plaatse van de aanduiding ‘wonen’; b het bouwvlak mag geheel worden bebouwd; c het aantal wooneenheden bedraagt niet meer dan 1 per bouwvlak; 3 d de inhoud van een hoofdgebouw bedraagt niet meer dan 2500 m ; 2 e de oppervlakte van een hoofdgebouw bedraagt niet meer dan 250 m ; f de bouwhoogte van een hoofdgebouw bedraagt niet meer dan 15 m.

8.3 8.3.1

Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik a Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt in ieder geval begrepen: 1 het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; 2 het opslaan van gerede en ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan; 3 het opslaan c.q. stallen van gebruiksklare of onklare voer- of vaartuigen of onderdelen hiervan; 4 het opslaan of opgeslagen houden, storten of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen; b Het bepaalde onder a is niet van toepassing op: 1 het opslaan van stoffen die noodzakelijk zijn voor het normale onderhoud van de gronden en de daarbij behorende voorzieningen; 2 het tijdelijk opslaan van materialen en werktuigen, welke nodig zijn voor de realisering en/of handhaving van de bestemming.

30

8.3.2

Aan-huis-verbonden beroep en kleinschalige bedrijfsactiviteit Gebruik van ruimten in het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken ten behoeve van een aan-huis-verbonden-beroep en kleinschalige bedrijfsactiviteit wordt als gebruik in overeenstemming met de bestemming aangemerkt, voor zover wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a het gebruik mag niet ten koste gaan van de hoofdbestemming; b het beroep of de activiteit dient alleen door de bewoner(s) te worden uitgeoefend; c op het betreffende adres is het te werk stellen van personeel dat niet woonachtig is op het betreffende adres en geen onderdeel uitmaakt van het huishouden, niet toegestaan; d het gebruik mag geen grote verkeersaantrekkende werking hebben en geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer, waaronder parkeren; e het gebruik mag geen afbreuk doen aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; f de ruimtelijke uitstraling moet passend zijn binnen de functie van het hoofdgebouw en het woongebied; g er mag geen andere horeca, geen seksinrichting, geen koeriers of (personen)vervoersbedrijf, geen kinderdagverblijf en geen detailhandel plaatsvinden, met uitzondering van functioneel ondergeschikte en niet zelfstandige detailhandel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1790/documents/39126