Regels bestemmingsplan Griendweg 1.pdf
Tekst van het document
30
Bestemmingsplan “Griendweg 1, Tienhoven” Vastgesteld
Artikel 12
Slotregel
Deze regels worden aangehaald onder de naam Regels van het bestemmingsplan Griendweg 1, Tienhoven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
31
Bestemmingsplan “Griendweg 1, Tienhoven” Vastgesteld
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
32
Bestemmingsplan “Griendweg 1, Tienhoven” Vastgesteld
Bijlage bij de regels
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
33
Bestemmingsplan “Griendweg 1, Tienhoven” Vastgesteld
Bijlage 1
Inpassingsplan
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
34
Landschappelijk inpassingsplan Griendweg 1 Tienhoven
Colofon Landschappelijk inpassingsplan Griendweg 1 te Tienhoven
Uitgevoerd door:
Natuurbank Overijssel
Opdrachtgever: Contactpersoon:
AR Bedrijfsontwikkeling dhr. S. Holkenborg Postbus 610 6700 AP Wageningen
Projectnummer en versie: 1372B versie 1.0 Projectleider: Ing. P.Leemreise Ligging projectgebied: Griendweg 1 te Tienhoven
Veldmedewerker(s): Ing. P.Leemreise
Status: definitief Rapportdatum: 16-10-2020
Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten E: Tel:
info@natuurbankoverijssel.nl 0543-451142 /0614-435700
1
Inhoudsopgave 1 Inleiding ........................................................................................................................................................... 3 2 Het plangebied ................................................................................................................................................ 3 2.1 Situering ................................................................................................................................................... 3 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 3 2.3 Landschap................................................................................................................................................. 4 3 Voorgenomen activiteiten............................................................................................................................... 5 3.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 5 4 Ruimtelijke kwaliteit ........................................................................................................................................
6 4.1 Het huidige erf.......................................................................................................................................... 6 4.2 Mogelijkheden voor inpassing van het nieuwe erf .................................................................................. 8 4.3 Uitgangspunten voor landschappelijke inpassing .................................................................................... 9 5 Landschappelijke inpassing ........................................................................................................................... 10 5.1 Inpassingsplan ........................................................................................................................................ 10 5.2 Maatregelen ........................................................................................................................................... 10 6 beheer en inrichting ...................................................................................................................................... 10 6.1 Inrichtingsmaatregelen .......................................................................................................................... 10 6.2 Beheer .................................................................................................................................................... 11
2
1 Inleiding Er zijn concrete plannen om de begrenzing van het agrarisch bouwblok voor een agrarisch bedrijf aan de Griendweg 1 te Tienhoven te wijzigen. Tevens zijn er concrete plannen voor de bouw van een mestsilo op een perceel grasland. In voorliggend rapport wordt een voorstel voor landschappelijke inpassing van het nieuwe erf weergegeven. Er is gekozen voor de inpassing van het nieuwe erf door middel van de aanleg van erfbeplanting. Het voorstel voor landschappelijke inpassing is tot stand gekomen op basis van een analyse van het omringende landschap, waarbij gekeken naar streekeigen beplantingsvormen (zoals hakhout en knotbomen) en streekeigen soorten (zoals els, wilg en es). In dit rapport wordt het voorstel voor landschappelijke inpassing uitwerkt op een kaartbeeld. In het hoofdstuk inrichting en beheer, wordt ingegaan op de te nemen maatregelen om tot het wenselijke eindbeeld te komen.
2 Het plangebied 2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd aan de Griendweg 1 te Tienhoven. Het ligt in het buitengebied, circa 1,3 kilometer ten westen van Tienhoven. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied op de topografischede kaart weergegeven.
Globale ligging van het plangebied op de topografische kaart (bron: Ruimtelijke Plannen).
2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied bestaat uit een agrarisch erf. Op het erf staan een bedrijfswoning, twee ligboxenstallen, een jongveenstal en een werktuigenberging. Het erf grenst aan de oostzijde aan de Griendweg en aan de overige zijden aan agrarische cultuurgrond. Deze grond bestaat uit grasland dat gebruikt wordt binnen het biologische melkveebedrijf. Aan de voorzijde van het erf staat een enkele rij hakhoutbeplanting, welke in de winter 2017-2018 afgezet is en het erf wordt aan de noordzijde omzoomd door een enkele rij elzen. De mestsilo wordt omzoomd door meidoornstruweel en een aanplant van jonge berken, overgebleven van een gemengde aanplant van ca. vijf jaar geleden. De westrand van het erf wordt omzoomd door een enkele rij (jonge) wilgen, welke gedeelte geknot zijn. Aan de achterzijde van de jongveestal staan enkele oude knotwilgen. 3
Weergave van het plangebied (Bron luchtfoto: PDOK).
2.3 Landschap Het plangebied ligt in Polder Bethune. Deze polder is ontstaan na ontginning van het laagveen. De naam van de polder is ontleend aan de Belgische markies De Béthune die zich in de 19e eeuw volledig heeft verkeken op het droogmalen van het toenmalige meer. Het ontbrak hem aan techniek om een polder leeg te pompen waar zoveel water opwelde. Rond 1880 slaagde de markies er weliswaar in om de polder enigszins droog te krijgen, maar dit was lang niet droog genoeg voor de geplande land- en tuinbouw. In 1900 deed de markies zijn concessie van de hand. Ook een latere eigenaar, de Maarssenaar Anton August van Vloten, kreeg de bemaling niet voor elkaar. Hij ging zelfs failliet aan de hoge bemalingskosten. Pas toen in 1930 het Gemeentelijk Waterbedrijf Amsterdam begon met oppompen van water, daalde het waterpeil zover dat veeteelt mogelijk werd in het grootste deel van de polder. Het noordwestelijke deel bleef echter te nat en bestaat nog steeds uit elzenbroekbos (bekend onder de naam 'het bosje van robinson') en uitgestrekte rietlanden. Het oude gemaal aan de Machinekade, een bijzonder industrieel monument, is niet meer in gebruik maar nog wel gebruiksgereed (bron: Wikipedia). Op onderstaande afbeeldingen wordt de ligging van het plangebied op de topografische kaart van eind 19e eeuw, 1960 en anno 2017 weergegeven.
4
Topografische kaart van het plangebied en de omringende polder Bethune. De ligging van het plangebied wordt met de cirkel aangeduid (bron: kadaster-topotijdreis).
Het veenontginningslandschap kenmerkt zich door een kleinschalige strokenverkaveling met een fijnmazig netwerk van kleine en grote sloten. Bebouwing treffen we aan langs de ontginningswegen (dijken). Het grootste deel van de polder wordt agrarisch gebruikt, als dan niet middels gangbare landbouw, biologische landbouw of als agrarisch natuurbeheer. Beplanting treffen we aan op de erven en als natuurlijke opslag in delen van de polder. Daarbij is de natuurlijke opslag in de loop der tijd uitgegroeid tot moerasbos. De natuurlijke opslag in de polder bestaat grotendeels uit riet, ruigte en elzen.
3 Voorgenomen activiteiten 3.1 Algemeen Het concrete voornemen bestaat om de begrenzing en het oppervlak van het agrarisch bouwblok te wijzigen in het bestemmingsplan. Tevens zijn er concrete plannen voor de bouw van een nieuwe mestsilo. Het erf wordt nadien landschappelijk ingepast. Op onderstaande afbeeldingen wordt het wenselijke eindbeeld weergegeven met daarop de begrenzing van het huidige bouwblok.
Verbeelding van het wenselijke eindbeeld, inclusief wenselijke begrenzing van het agrarisch bouwblok (bron: AR Bedrijfsontwikkeling/ruimtelijkeplannen.nl).
5
4 Ruimtelijke kwaliteit 4.1 Het huidige erf Het plangebied bestaat uit een agrarisch bedrijf waarop een biologisch melkveebedrijf is gevestigd. Aan de voorzijde van het erf staat een rijbeplanting van els, es en meidoorn welke beheerd wordt als hakhout. Rond de woning staan enkele opgaande solitaire bomen, waaronder een es en een (knot)linde. Ter afscherming van een schuur aan de zuidzijde van het erf staat een rij oude knotwilgen. De westzijde van het erf wordt afgeschermd door een enkele rij jongen wilgen (4- 6 jaar oud), waarvan enkele recent geknot zijn. Deze beplanting staat op een smalle strook grond tussen de sloot en de sleufsilo’s waarbij geen ruimte is voor een bredere beplantingsstrook. De mestsilo wordt omzoomd door een gemengde beplanting van berk, meidoorn, wilg en els. Dit vormt het overblijfsel van een gemengde aanplant die na de bouw van de silo is aangebracht. Op onderstaande afbeelding wordt de bestaande beplanting weergegeven, inclusief enkele afbeeldingen van het huidige erf.
Huidige erfbeplanting.
6
Impressie van het plangebied (januari 2018).
Aanpassingen aan slotenpatroon Het plangebied ligt in de Bethunepolder en kent een historisch slotenpatroon dat sinds het ontstaan van de polder niet of nauwelijks is gewijzigd. Door ontwikkeling van het agrarische bedrijf in de afgelopen decennia, zijn verschillende aanpassing aan het slotenpatroon ten westen van het bedrijf uitgevoerd; telkens als gevolg van wenselijke uitbreiding van bedrijfsoppervlakte. Op onderstaande uitsnedes van de topografische kaart, wordt de ontwikkeling weergegeven.
2010
2011
7
2014
2015
Ontwikkeling van het agrarisch bedrijfsperceel in de periode 2010-2015 (bron: topotijdreis.nl).
Zoals zichtbaar op bovenstaande uitsnedes van de topografische kaart zijn omstreeks 2011 de eerste aanpassing in het slotenpatroon uitgevoerd. Het erf is toen in westelijke richting uitgebreid en is een smalle sloot verlegd. Na 2014 is de brede sloot, welke tussen de uitbreiding en het oorspronkelijk erf lag, gedempt. Bij de huidige voorgenomen ontwikkeling, wordt een kleine aanpassing uitgevoerd aan de sloot in de noordwestzijde van het erf. De smalle sloot, ten westen van de huidige mestsilo, wordt verlegd in westelijke richting, en komt naast de nieuwe mestsilo te liggen. Op onderstaande uitsnede van de topografische kaart wordt deze (wenselijke) aanpassing weergegeven. Sloot graven
Sloot dempen
Aanduiding van de wenselijke wijziging van het huidige slotenpatroon.
De gekozen ligging van de sloot is puur praktisch ingestoken en niet gebaseerd op een cultuurhistorische achtergrond. Voor een efficiënte bedrijfsvoering is het niet wenselijk om sloten in het bouwvlak te hebben.
4.2 Mogelijkheden voor inpassing van het nieuwe erf De voorgenomen activiteit bestaat uit de bouw van een nieuwe bouw van een mestsilo en het in overeenstemming brengen van de begrenzing van het agrarisch bouwblok in het bestemmingsplan met het huidige gebruik. De nieuwbouw van de mestsilo vindt plaats op het achtererf en is slechts vanaf de Griendweg, rijdend in zuidelijke richting waarneembaar. De sleufsilo’s op het achtererf staan vlak naast de sloot. Er is slechts een strook van circa 1 meter om beplanting aan te brengen. De volgende mogelijkheden voor inpassing van het nieuwe erf worden onderscheiden; •
Aanplant hakhoutsingel rondom de te bouwen mestsilo. Daarbij wordt gedacht aan een gemengde beplanting van wilgen, essen en zwarte els;
8
• •
Behoud bestaande beplanting. Ten noorden en westen van de huidige mestsilo staat nu een beplanting van meidoorn en berk. Deze beplanting wordt zo veel mogelijk behouden; Wegnemen zicht op kuilvoeropslag door middel van de aanplant van knotwilgen;
Weergave van kansen voor landschappelijke inpassing. Op bovenstaande afbeelding is de nieuwe mestsilo geprojecteerd op het huidige erf en de huidige erfbeplanting.
4.3 Uitgangspunten voor landschappelijke inpassing Op basis van het landschapstype waarin het plangebied ligt en specifieke omstandigheden van het erf worden uitgangspunten gedefinieerd waaraan de nieuwe beplanting moet voldoen. Deze zijn: • Streekeigen beplanting Er wordt alleen streekeigen beplanting gebruikt. Kenmerkend voor het plangebied is de toepassing van els, es, boswilg, schietwilg. • Streekeigen beplantingsvorm Streekeigen beplantingsvormen in het omringende landschap zijn rietland en rietsloten, knotwilgen, elzenbroek, hoogstam fruitboomgaarden, solitaire erfbomen, struweelhaaf, hakhoutsingels. • Bebouwing mag gezien worden Agrarische bebouwing mag gezien en beleefd worden. Agrarische bebouwing wordt daarom niet ‘verstopt’ achter een wal van ‘groen’. Bij de keuze voor de bouwstijl en materiaalgebruik wordt rekening gehouden met de zichtbaarheid van de bebouwing. •
Benut oude structuren en grenzen voor nieuwe beplanting
9
5 Landschappelijke inpassing 5.1 Inpassingsplan Op onderstaande afbeelding wordt het voorstel voor landschappelijke inpassing. Voor de inpassing van het nieuwe erf is gekozen voor verschillende type beplanting, beplantingsvormen en aanleg van moeraszone. In hoofdstuk 6 wordt, overeenkomstig de nummering op onderstaande kaart, een toelichting gegeven per inrichtingsmaatregel.
Voorstel voor landschappelijke inpassing van het nieuwe erf.
5.2 Maatregelen Om tot het wenselijke eindbeeld te komen dienen de volgende maatregelen genomen te worden: • Dempen bestaande sloot; • Verplaatsen bestaande beplanting; • Aanleg rietoever; • Aanleggen nieuwe beplanting;
6 beheer en inrichting Om tot het wenselijke eindbeeld te komen moeten er verschillende inrichtings- en beheermaatregelen genomen worden.
6.1 Inrichtingsmaatregelen In onderstaande alinea wordt per maatregel een toelichting gegeven. De nummers corresponderen met de nummering op de kaart. Ad 1 & 5 Bestaande beplanting Niets doen i.v.m. bestaande situatie. Ad 6. Verspreid elzensingel met daartussen gagel Tussen de sloot en het kavelpad worden zes groepjes zwarte elzen geplant. Deze groepjes bestaan uit 6-12 jonge zwarte elzen (driejarig plantsoen) in een plantverband van 0,5x0,5 meter (10-15 m2 per groepje). Tussen de groepjes elzen wordt (wilde) gagel geplant. In totaal worden 12 gagelstruiken geplant. De elzen en de gagel wordt aan de waterkant geplant. 10
Ad 8. Verplaatsen beplanting Om vraat en schade van ratten en om de sleufsilo’s aan te kunnen rijden van beide kopse kanten, dient de beplanting ten westen van de sleufsilo’s verplaatst te worden. De beplanting wordt verplaatst naast de nieuw te bouwen mestsilo. Ag 9 t/m 12. N.v.t. Ad 13. Te verplaatsen struweel Om de mestsilo te kunnen bouwen, dient de aanwezige beplanting verplaatst te worden. De beplanting wordt verplaatst naast de nieuw te bouwen mestsilo. Ad 14. Hakhoutsingel. Rond de nieuwe mestsilo wordt beplanting geplant. Dit plantvak wordt ingeplant met een gemengd plantsoen bestaande uit zwarte els, boswilg, katwilg, kraakwilg, Gelderse roos, hondsroos, ruwe iep en winterlinde. Ook wordt beplanting die elders weggaat, hierin verwerkt. Daarbij gaat het om meidoorn en els. De boomvormers worden aan de binnenzijde geplant, de struweelvormers aan de buitenzijde (zonzijde). Er wordt gebruik gemaakt van driejarig plantsoen van minimaal 80-120 cm hoog. Het plantsoen wordt geplant in een driehoeksverband van 1,5 x 1,5 meter. Ad 15 Elzensingel in slootkant In de slootkant worden zwarte els, boswilg, katwilg, kraakwilg en es geplant in een enkele rij. Er wordt een enkele rij geplant van driejarig plantsoen van minimaal 80-120 cm hoog. Het plantsoen wordt geplant in een verband van 1 stuk per strekkende meter.
Ad 16 Boomgaard Er wordt een boomgaard aangelegd van zeven hoogstam fruitbomen. Er wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van oude fruitrassen. De bomen worden geplant met twee boompalen en boomband. Ad 17 Rietstrook met hakhout Er wordt een drie meter brede moerasstrook met rietland met ruigte aangelegd. Deze strook wordt vier meter breed en ontstaat door het afgraven van de bovenste 30-40 cm van het grasland. De moerasstrook zal op natuurlijke wijze ontwikkelen tot een rietstrook en ruigte, als gevolg van natuurlijke opslag van bomen en struiken. De moerasstrook wordt veiliggesteld door het aanbrengen van een raster.
6.2 Beheer Om van aanplant tot het wenselijke eindbeeld te komen moet de beplanting op de juiste wijze beheerd worden. Knotbomen De knotbomen worden periodiek geknot, afhankelijk van de snelheid van het uitlopen van de bomen is dat gemiddeld ieder 8-12 jaar.
11
Het knotten van wilgen (bron: internet)
Houtsingel De houtige beplanting in het plangebied wordt beheerd als hakhout. Dat wil zeggen dat de beplanting periodiek (om de 10-12 jaar) net boven de grond afgezaagd wordt, waarna deze weer zal uitlopen. Het afzetten van het hakhout gebeurt bij voorkeur gefaseerd, waarbij met een tussenpose van 3-4 jaar, de helft van de haag afgezet wordt (i.p.v. de hele singel in één jaar).
Ontwikkeling van de struweelhaag na het afzetten (bron: Landschapsbeheer Gelderland).
Rietstrook Om het wenselijke eindbeeld, rietsloot met verspreid enkele bomen en ruigte, te handhaven, wordt natuurlijke opslag van bomen en struiken periodiek verwijderd. De rietstrook wordt verdeeld over drie delen, periodiek gemaaid met tussenliggende periodes van 4-6 jaar.
12