CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactiematrix inspraakronde incl. toelichting.pdf

Commissie Fysiek Domein 9 maart 2021, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 6. 21:15: Beleidsplan Waardevol Toerisme.15.493 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Brancheorganisatie Brancheorganisatie

Hiervan nemen we kennis.

Brancheorganisatie

We zijn benieuwd hoe u de beperking van het gebruik van de routes langs de Vecht door groepen wielrenners voor u ziet. Dit is uit uw reactie niet goed op te maken. Op basis van uw en andere reacties hebben we een nieuw project toegevoegd, namelijk het verkennen van een alternatieve wielren- en fietsroute aan het Amsterdam Rijn-kanaal en een actieve promotie hiervan om als alternatief te dienen voor fietsen langs de drukke vechtoever. De suggesties voor fietsinfra geven we door aan onze collega’s van verkeer; ze vallen buiten de scope van het voorliggende beleid.

Brancheorganisatie Brancheorganisatie

Fietsparkeren valt onder het utilitaire verkeersbeleid. We geven deze suggestie door aan onze collega’s van verkeer. Aanpak van weesfietsen valt onder het utilitaire verkeersbeleid. De AVP is hierop recent aangepast en er komen op basis hiervan aangescherpte beleidsregels.

Brancheorganisatie

De OV-fiets is een zeer goed lopend initiatief van de NS. De TOP Breukelen bevindt zich pal voor het station van Breukelen en is goed te gebruiken met een OV-fiets. Hier zien we verder geen extra inspanning nodig vanuit de gemeente, omdat dit al functioneert. Het zorgen voor meer bekendheid van de TOP’s is opgenomen in de uitvoeringsagenda. Een NS-fietsroute lijkt ons ook een goed idee; alleen is dit een initiatief van NS.

Als het om fietsparkeervoorzieningen gaat, willen wij als afdeling Stichtse Vecht van de Fietsersbond graag met u een schouw door de gemeente doen. Een uitnodiging van uw kant zien we graag tegemoet.

Brancheorganisatie

Dank voor het aanbod. We geven deze suggestie door aan onze collega’s van verkeer.

We hebben in de uitvoeringsagenda diverse maatregelen opgenomen die de ervaren druk in en rond de Vecht zouden moeten verlichten. Deze zijn aanvullend op het vigerende verkeersbeleid. De overlast van groepen wielrenners op sommige momenten herkennen we.

12

In het verleden hebben wij meermalen met (beleids)ambtenaren door de toenmalige gemeente Breukelen gefietst. 71

Wij vragen in deze vooral aandacht voor genoemde in te zetten vrijwilligers bij het afval verzamelen op terreinen als De Strook en De Maarsseveense Plassen. Goed dat er mensen zijn die dat willen doen, maar het zal geen verbetering brengen in het achterlaten van afval. Bovendien vragen wij ons af of dit niet een taak is van het recreatieschap, waar we met zijn allen toch ook veel aan bijdragen. Ook voor dit onderwerp willen wij graag uitgenodigd worden voor een brainstormsessie.

Brancheorganisatie

Het is inderdaad de taak van het Plassenschap Loosdrecht eo (De Strook) en recreatieschap Stichtse Groenlanden (Maarsseveense Plassen) om te zorgen voor een schoon, veilig en heel recreatieterrein. We hebben voor nu geen weet van een brainstormsessie hierover, maar zullen u graag informeren als dit ons ter ore komt.

72

Wij zien goede mogelijkheden om bij te dragen aan duurzame vormen van vrijetijdsmobiliteit, zoals fietsen en elektrisch varen. Fietsen is gezond, duurzaam en leuk. Het is goed om in deze samen te werken met stad Utrecht, waar zich momenteel door uitbreiding een enorm potentieel ontwikkelt Het zal duidelijk zijn dat alle beleidsplannen ook hun invloed hebben op de uitvoeringsplannen. De Fietsersbond gaat graag met u in gesprek over knelpunten voor fietsers. Zo zal er breed ingezet moeten worden op de knelpunten voor fietsers in de gemeente, bijvoorbeeld: Fietsstraat Zandpad (vastgesteld in 2020): de realisatie van een autoluwe fietsstraat aan de oostelijke oever van de Vecht tussen Nieuwersluis en Maarssen is in voorbereiding. Naar verwachting zal dit leiden tot minder verkeersongelukken en een veiliger fietsgebruik, zowel voor woonwerk-verkeer als recreatief gebruik. Wij begrijpen dat het gedeeltelijk geschreven is in de maanden voordat de coronacrisis toesloeg en gedeeltelijk tijdens de coronacrisis met als doel op een gebalanceerde aanpak van toerisme te hebben voor de periode 2021 – 2023. Meteen hier willen wij onze kanttekening bij plaatsen. Het beleidsplan gaat ervan uit dat er in de toeristisch-recreatieve ontwikkeling een balans dient te zijn met erfgoed, cultuur, natuur en leefbaarheid.

Wij vermoeden alleen dat de impact van de coronacrisis dusdanig groter zal zijn dan op dit moment doet vermoeden op oa de toeristische sector, arbeidsmarkt en cultuursector. Hierdoor zijn wij bang dat deze balans niet gecreëerd gaat worden. Gaat men nog wel op stap in eigen land wanneer het land wederom in een economische crisis verkeerd? Is cultuur nog wel levensvatbaar wanneer er, op dit moment, geen overheidssteun komt? Worden er wel meer banen gecreëerd als de zakelijke markt volledig gericht is op thuiswerken? Verwachten we die sterke groei van binnenlandse en buitenlandse bezoekers nog wel zoals geschetst in paragraaf 5.3? De verwachting is ook dat de impact van de coronacrisis nog wel tot minimaal 2023 voelbaar is. De vraag die wij ons dan ook stellen is of nu wel het juiste moment is om een

Brancheorganisatie

Dank dat u zich aanbiedt om bij te dragen aan duurzame vormen van vrijetijdsmobiliteit. Hier komen we graag op terug en zijn benieuwd naar de concrete mogelijkheden, ook in relatie tot de genoemde samenwerking met Utrecht.

Brancheorganisatie

Dank dat u zich aanbiedt om mee te denken met knelpunten. De voorbeelden die worden genoemd, raken het utilitaire verkeersbeleid. We geven de voorbeelden door aan collega’s van verkeer.

Brancheorganisatie

U spreekt u zorgen uit dat door de coronacrisis de gewenste balans tussen recreatie en toerisme enerzijds en erfgoed, cultuur, natuur en leefbaarheid niet gecreëerd gaat worden, omdat de economische impact van de crisis mogelijk dusdanig groot zal zijn. De horeca, musea en evenementensector zijn zwaar geraakt en dat betreuren we. Tegelijkertijd zien we dat deelsectoren als waterrecreatie en buitenactiviteiten door de corona juist aan populariteit hebben gewonnen. Zoals aangegeven in de doelstelling dient het beleid minimaal het aantal toeristische-recreatieve banen en bestedingen in Stichtse Vecht (economisch) op het niveau van voor de coronacrisis terug te brengen. Deze economische doelstelling blijft een van de doelstellingen. We verwachten dat recreatie en toerisme spoedig zullen opveren indien de situatie dit weer mogelijk maakt. NBTC verwacht eveneens dat binnenlands en buitenlands dan snel op gang zullen komen. Tegelijkertijd zijn er onderdelen zoals de vergadermarkt die structureel een transformatie zullen ondergaan. Hoewel de invloed van de gemeente relatief beperkt is, zien we meerwaarde van het uitvoeren van beleid voor de komende jaren.

73

74

13

75

76

77

78

79

80

beleidsplan in te voeren? Is het niet verstandiger om de coronacrisis en de impact eerst beter in kaart te brengen alvorens beleid te schrijven? Het gevoel heerst dat het concept beleidsplan behouden is geschreven op het economische vlak. Dit blijkt ten eerste uit de vijfvoudige doelstelling die op pagina 12 geformuleerd is, 4 doelstellingen zijn maatschappelijk gericht en de laatste is economisch gerelateerd. Hier wordt alleen gesproken over het minimaal terugbrengen van het aantal toeristische-recreatieve banen en bestedingen in Stichtse Vecht op het niveau van voor de coronacrisis. De horeca wordt hard geraakt door de coronacrisis, de gevolgen zijn enorm. Buiten het feit dat de kans aanwezig is dat horecabedrijven failliet gaan, heeft de horeca juist meer bestedingen nodig om deze crisis te boven te komen. Dus hierin zien wij graag dat er juist wordt ingezet op meer bestedingen. Daarnaast dient men ook rekening te houden met eventuele leegstand door faillissementen in de retail en horeca. Dit maakt een gemeente niet aantrekkelijker om te bezoeken. De horeca wil hierin graag de samenwerking aangaan met een buitenplaats of bezienswaardigheid om elkaars positie te versterken ipv te concurreren. Op pagina 17 staat letterlijk dat het niet gaat om commerciële doelen, maar dat de maatschappelijke thema’s centraal staan.

Horeca vindt de maatschappelijk thema’s belangrijk, maar commercieel is net zo belangrijk, al dan niet belangrijker. We hebben de toerist juist nu heel hard nodig. Dit zien wij dan ook graag meer naar voren komen in het beleidsplan. Daarnaast vindt de horeca het een gemiste kans dat de gemeente Stichtse Vecht niet op zoek gaat naar de samenwerking met Amsterdam omdat de gemeente zich wil inzetten op waardevol toerisme. De gemeente Stichtse Vecht bevindt zich tussen Utrecht en Amsterdam in, waardoor wij denken dat de gemeente juist de samenwerking op kan zoeken met beide steden. Ook Amsterdam wil zich gaan oriënteren op de kwaliteitstoerist ipv de massa waardoor hier een kans ligt voor de gemeente. Maak gebruik van het feit dat de gemeente tussen de grote steden ligt, in prachtig buitengebied met goede reisverbindingen. Tevens wordt er gesproken over de verhoging van de toeristenbelasting die voor toeristische-recreatieve projecten bestemd is. Hierin zouden wij graag willen weten aan welke projecten gedacht worden en of wij de mogelijkheid hebben om hierover mee te praten hoe deze verdeling plaatsvindt? Aangezien toeristenbelasting over het algemeen gebruikt wordt om de gemeentelijke begroting te dichten, hopen wij echt dat dit geld ook daadwerkelijk bestemd is voor toeristische-recreatieve projecten.

Aansluitend staat er specifiek benoemd dat alle uit te voeren projecten met bezoekers, bewoners en bedrijven bezien dienen te

Brancheorganisatie

Het beleidsplan borduurt voort op het Kompas voor Kwaliteitstoerisme waarmee we inzetten op een balans tussen economie, erfgoed, cultuur en natuur. Economie dient hiermee een van de belangen, maar is niet meer het enige, leidende motief. We zien dit als best passende strategie voor Stichtse Vecht: inzetten op waardevol toerisme met aandacht voor betekenisvolle thema’s en duurzaamheid. We kiezen hiermee inderdaad niet voor toeristische groei an sich en zijn inderdaad voorzichtig omdat we authenticiteit van Stichtse Vecht willen bewaken. Bovendien sturen we hierbij ook op het toevoegen van meer economische waarde door bijvoorbeeld meer bestedingen van zakelijk bezoek en een focus op bezoek aan culturele voorzieningen (in plaats van op passanten.

Brancheorganisatie

We maken ons eveneens zorgen om leegstand in retail en horeca. Vanuit economie lopen er parallel aan het voorliggende beleidsplan inspanningen om oplossingen te bieden tegen leegstand en zo de aantrekkelijkheid van de kernen te bewaken. Goed om te horen dat de horeca de samenwerking wil aangaan met een buitenplaats of bezienswaardigheid.

Brancheorganisatie

We denken dat de maatschappelijke benadering zich uiteindelijk uitbetaalt voor horeca, want dit leidt tot passend bezoek. Verder is de verwachting dat de leidende principes ‘Meer aandacht voor verblijf’ en ‘Meer aandacht voor zakelijk toerisme’ direct gunstige effecten kunnen hebben voor de economie. Immers Meer hotelovernachtingen voegen meer economische waarde toe en de gemiddelde bestedingen van zakelijk bezoek (congressen/vergaderingen) beduidend hoger liggen dan een reguliere bezoeker. Dit zijn onderdelen van de horecasector die kunnen profiteren van het voorliggende beleid. Bij de totstandkoming van het concept is weinig draagvlak gebleken voor het actief samenwerken met Amsterdamse partners. We zien de sterke groei van het massatoerisme in Amsterdam niet passen bij de kwaliteit en kleine schaal van de kernen van Stichtse Vecht. Amsterdam wil zich inderdaad gaan richten op kwaliteitstoerisme, maar de vraag is in hoeverre men hier effectief op kan sturen gezien de zeer uitgebreide infrastructuur van hotels, Airbnb, attractiepunten, coffeeshops en souvenirwinkels. We willen hier ons nadrukkelijk anders in positioneren en zoeken zodoende geen samenwerking met Amsterdamse partners. Overigens valt Stichtse Vecht formeel niet onder de Metropoolregio Amsterdam (MRA).

Brancheorganisatie

Brancheorganisatie

De toeristenbelasting is verhoogd met € 0,35 en deze meeropbrengst vloeit per 2021 direct naar de uitvoering van het voorliggende beleidsplan. Er zijn in Nederland niet veel gemeenten die dit principe van doelbelasting voor recreatie en toerisme hanteren, zoals Stichtse Vecht wel doet. Over de inspraak van externe partners over de uitvoering van het beleidsplan (en hiermee de benutting van de meeropbrengst toeristenbelasting) willen we graag nadere afspraken maken.

Brancheorganisatie

We gaan inderdaad in de uitvoering uit van het gedeelde belang van bezoekers, bewoners en bedrijven. We denken dat dit geven en nemen is voor alledrie de belangen. We willen in de uitvoering ruimte geven voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de belangen. Dit wil in onze optiek niet zeggen dat op projectniveau bij

14

worden voordat ze in uitvoering worden gebracht. Onze vraag is hoe de gemeente dit denkt voor elkaar te krijgen?

Maatschappelijk versus economie is een discussie die de laatste maanden erg actueel is en erg lastig is te voeren. Horeca heeft dan ook de zorg dat zij aan het kortste eind trekken, terwijl juist is gebleken, de afgelopen maanden, hoe belangrijk en waardevol horeca en toerisme is. Horeca en toerisme horen bij elkaar. We kunnen niet zonder de horeca, het is de huiskamer van de samenleving, een plek om elkaar te ontmoeten, maar ook om een stad of dorp levendig te houden. En om dit voor elkaar te krijgen, dienen er oa toeristen te komen naar de gemeente. Er wordt verwezen in het concept naar het gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen en dat de gemeente Stichtse Vecht een van de tientallen uitvoeringspartners is. De introductie van Bijzonder Provinciaal Landschap in het ‘Ontwerp Omgevingsverordening Noord-Holland 2020’ heeft een ongewenst grote impact op de ontwikkelingsmogelijkheden in oa de Oostelijke Vechtplassen. Deze aanwijzing leidt namelijk tot een grote beperking op het gebied van economie, recreatie en toerisme. De Oostelijke Vechtplassen kunnen hierdoor niet de wenselijke transitie maken. Hier lopen inmiddels procedures tegen door de gemeente Wijdemeren, VNO-NCW, de Recron en KHN. We hebben het beleidsplan gelezen: het ziet er perfect en gedegen uit.

Brancheorganisatie

84

85

81

82

83

elke beslissing een consensus dient worden gevonden: we willen dit gedeeld belang bewaken op het niveau van het programma, waarin de ene keer de balans iets meer een bewonersbelang dient (bv bij de uitvoering van maatregelen tegen overlast) en de andere keer meer het ondernemersbelang (bv bij een gerichte campagne om bezoek aan kastelen en buitenplaatsen te steunen). We zien maatschappelijk en economie niet per definitie als een tegenstelling, zoals u hier uiteenzet. Het voorliggende beleid wil richting geven aan toeristisch-recreatieve ontwikkeling, ook straks bij het opveren van de sector. We vinden een strategie van een duurzame bezoekerseconomie, met hierin zeker ook blijvende aandacht voor horeca, het beste passend bij Stichtse Vecht.

Brancheorganisatie

We nemen kennis van de procedures die lopen tegen de gemeente Wijdemeren, VNO_NCW, RECRON en KHN en wachten de rechterlijke uitspraken af.

Non-profit organisatie

Goed om te vernemen dat u het beleid steunt.

Het stuk suggereert herhaaldelijk - en soms met stelligheid - dat het met de door recreanten en toeristen veroorzaakte overlast wel meevalt. Het lijkt alsof in uw visie die overlast beperkt blijft tot een klein gebied, met name rond Nieuwersluis, waar bewoners zich nadrukkelijk hebben laten horen. We willen benadrukken dat het probleem niet op die wijze mag worden gebagatelliseerd: de overlast wordt op allerlei tijden en in allerlei plaatsen binnen de gemeente ervaren. Zo hebben in heel Vechtland, van Oud Zuylen tot de Hinderdam, heel veel bewoners last van de grote groepen motorrijders, squads, solexen en dergelijke op de Straatweg en het Zandpad.

Non-profit organisatie

We herkennen ons niet in het beeld dat het concept beleid de toon in zich draagt dat het met de overlast wel meevalt. Met dit voorliggende beleid willen we inzetten op diverse maatregelen om de overlast te verlichten. Dit doen we op basis van een het advies van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) om meer aandacht te geven aan leefbaarheidseffecten. Stichtse Vecht is hiermee een van de eerste gemeenten die dit advies uit 2019 daadwerkelijk implementeert en toepast in nieuw beleid. Het RLI biedt een concreet raamwerk om te duiden of de situatie er een is van overtoerisme, piekmomenten, evenwicht of ondertoerisme. We constateren op baseren van ca 25 interviews en diverse sessies dat er sprake is van piekbelasting en vooral in de maanden mei tot en met september.

Een poging om de voor- en nadelen van de besproken initiatieven tegen elkaar af te wegen ontbreekt geheel. Het beleidsplan somt op wat kan worden gestimuleerd en met welke middelen. Over wat moet worden afgeremd en hoe dat zou kunnen, wordt veel minder gezegd. Daardoor ontbreekt de balans die nodig is om draagvlak te krijgen voor het beleid van de gemeente op dit terrein.

Non-profit organisatie

Afremmen van bezoek is niet realistisch, omdat de komende jaren nadere groei wordt verwacht waarop een gemeente zelf maar beperkte invloed heeft. We willen zodoende inzetten op richting geven aan de verwachte groei, passend bij de kwetsbaarheden van Stichtse Vecht. We zetten een twaalftal verschillende instrumenten in op de balansgericht aanpak die we voorstaan uit te gaan voeren. In het laatste hoofdstuk hebben we een compacte notie over middelen opgenomen. Met deze werkwijze is in participatie met betrokken partners een afweging gemaakt op basis van argumenten. Wij herkennen ons zodoende niet in deze opmerking.

15

86

Een groot deel van de recreatie speelt zich af op en langs de Vecht. Daarom is het merkwaardig dat wie verantwoordelijk is voor de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de rivier, vaak niet duidelijk is (heel anders dan bijvoorbeeld voor de waterstaatkundige aspecten). Wij weten vaak niet of een overheid (en zo ja welke) zich eigenaar voelt van het probleem om die waarden te borgen en te versterken. De nota zou dat probleem centraal moeten stellen. Het belang van de slagvaardige samenwerking van de gemeente met andere overheden, zoals bijvoorbeeld in het Restauratieplan de Vecht, moet dan worden benadrukt. De VPC zet zich in voor de genoemde waarden. Wij zijn ervan overtuigd dat zonder duidelijk eigenaarschap het mooiste wat de gemeente heeft te bieden en wat voor recreanten en toeristen haar aantrekkingskracht vormt, wordt bedreigd.

Non-profit organisatie

Het beleid wil de kwaliteiten van cultuur, erfgoed, landschap en natuur koesteren. De toeristisch-recreatieve doelen gaan hiervan uit, zie ook de meervoudige doelstelling. Uw opmerking over eigenaarschap van cultuurhistorische en landschappelijke waarden is specifiek. We vinden deze suggestie beter passen bij het gemeentelijk natuur- en landschapsbeleid. Het voorliggend beleid gaat over bezoek in balans en publieksbeleving, niet specifiek over verantwoordelijkheden rondom landschap en cultuurhistorie. Zoals geduid in het beleid willen we onder ander verkennen of we kunnen komen tot een nieuw financieel instrument die baten terug laat vloeien naar onder andere natuur en landschap. Bezoek kan dan direct bijdragen aan het instandhouden van landschappelijke en cultuurhistorische waarden.

87

We menen dat deze drie bovenstaande punten om een grondige herziening van het concept beleidsplan vragen. Het gevaar is anders dat het beleid fragmentarisch blijft, niet veel draagvlak krijgt en weinig bijdraagt aan het algemeen belang.

Non-profit organisatie

88

De samenvatting van de nota bevat de passage: “Met een gebalanceerde aanpak bedoelen we dat de toeristisch-recreatieve ontwikkeling in balans dient te zijn met erfgoed, cultuur, natuur en leefbaarheid.” In plaats van te spreken over een balans tussen die aspecten zou hier een hiërarchie van belangen op zijn plaats zijn. Toerisme en recreatie dient ondergeschikt te zijn aan erfgoed, cultuur, natuur en leefbaarheid. Het kan toch niet zo zijn dat de gemeente de leefbaarheid van zijn bewoners of natuur en cultuur en erfgoed tekortdoet omdat het toerisme wil bevorderen?

Non-profit organisatie

Het beleidsplan heeft een integrale benadering vanuit een meervoudige doelstelling en we zien het zodoende zelf niet als fragmentarisch. Uit de reacties die we hebben ontvangen tijdens de klankbordsessie eind september en de voorliggende inspraak constateren we dat er breed draagvlak is voor het beleid dat we voorstellen. Gezien de nadruk op het werken vanuit een gedeeld belang denken we het algemeen belang goed te dienen. We willen uitgaan van een aanpak van gedeelde belangen en dit betekent dat de belangen even zwaar dienen worden bezien. We denken dat het goed mogelijk is dat recreatie en toerisme in evenwicht kunnen zijn. Zeker nu, met een situatie waarin de corona voor recreatie en toerisme een grote impact heeft, zien we niet in waarom we economische of publieksbelangen ondergeschikt zouden moeten maken. Het functioneren van diverse voorzieningen, zoals musea en horeca, houden het voorzieningenniveau op peil, waarvan bewoners ook van profiteert.

89

Op pagina 5 worden de leidende principes opgesomd. Zoals door ons meermalen naar voren is gebracht gaat het hier vooral om stimulerende activiteiten, of maximaal om het ‘niet actief stimuleren’. Wij stellen voor het volgende leidende principe toe te voegen: “We ontmoedigen actief toerisme dat niet aan deze criteria voldoet.”

Non-profit organisatie

90

Op pagina 6 staat de volgende zin die de wenselijkheid van het stimuleren van toerisme in de visie van de opstellers treffend laat zien: “Gezien de focus op erfgoedthema’s en de keuze voor duurzame vrijetijdsmobiliteit en buitenrecreatie, is het niet opportuun om de internationale bezoekersstroom in Amsterdam te benutten.” Wie wel eens in Amsterdam komt, of de krant leest, weet dat toerisme daar inmiddels eerder een ontwrichtende plaag is, dan iets dat stimulering behoeft. Wij vinden het daarom onbegrijpelijk dat er geen zorgen worden uitgesproken over een dergelijke ontwikkeling, en dat er geen beleid wordt geformuleerd om dit soort massatoerisme actief tegen te

Non-profit organisatie

Het is niet werkbaar voor een gemeentelijke overheid om de formulering op te nemen die u voorstelt. In uw beredeneerlijn stelt u immers dat als het voorliggende beleidsplan iets niet bij naam en toenaam benoemt, dit vervolgens actief zou worden ontmoedigd door de gemeente. Dat is niet werkbaar, omdat recreatie en toerisme over een veelheid aan deelonderwerpen gaat, van watersport tot hotels en van overlast tot museumbezoek. Het beleid zal zodoende nooit exact een volledige dekking in formuleringen kunnen hebben. We nemen deze suggestie zodoende niet over. Met het voorliggende beleid verwachten we effectief richting te geven aan passende groei en te voorkomen dat er een situatie van grootschalig toerisme zal ontstaan. Hiermee verwachten massatoerisme actief tegen te kunnen gaan, uiteraard binnen de mogelijkheden van wat de gemeente zelf kan bijdragen. De analyse van profiel, aanbod en vraag laat zien dat het huidige functioneren ver af staat van de situatie in de binnenstad van Amsterdam.

16

91

92

93

94

gaan of in de kiem te smoren. Als het eenmaal op gang komt, wordt het heel lastig het in te dammen. Het gaat daarom niet om het niet benutten, maar om het actief tegengaan ervan. Terwijl de Maarsseveense Plassen en de Strook met resp. 100.000 en 50.000-100.000 bezoekers een substantieel deel uitmaken van het toeristisch-recreatief bezoek aan Stichtse Vecht, komt juist deze vorm van ‘buitenrecreatie’ er in het beleidsplan bekaaid af doordat geen helder onderscheid wordt gemaakt tussen toerisme en recreatie. In dat verband zijn wij benieuwd naar de ambities en het standpunt dat de gemeente in het recreatieschap inneemt. In de nota ontbreken de verschillende recreatieparken binnen de gemeente. Betekent dat dat de gemeente het gebruik van deze parken niet langer relevant vindt in relatie tot recreatie/toerisme? Zet de gemeente in op vormen van tijdelijk verhuur aan gasten en hoe staat de gemeente tegenover al dan niet gedoogde (vaste) bewoning? Om te voorkomen dat deze parken en de betekenis die zij kunnen spelen, ‘tussen wal en schip’ vallen verzoeken wij u dit onderwerp in het beleidsplan een plaats te geven.

Non-profit organisatie

Recreatieterreinen zijn beschreven in hoofdstuk 4, onder het kopje ‘ruimtelijk profiel en kenmerkend aanbod’. Buitenrecreatie zien we als een belangrijk thema en krijgt relatief veel aandacht. We zijn als gemeente deelnemer aan twee recreatieschappen, te weten Plassenschap eo en Recreatieschap Stichtse Groenlanden. Zij beheren diverse recreatieterrein en een groot deel van het huidige budget wordt hieraan besteed. We hebben deze bijdragen weergegeven in het laatste hoofdstuk, zodat er hiervoor meer aandacht is De definitie van recreatie en toerisme is nader geduid in het inleidende hoofdstuk. Onderscheid maken tussen recreatie en toerisme vinden we minder relevant: het gaat in beide gevallen om het gedrag van mensen, of ze afkomstig zijn van binnen de eigen gemeente of regio of van verder weg komen. De opgaven blijven dezelfde. Uit de beschikbare data is niet goed op te maken welk deel afkomstig is van eigen bewoners of van bezoek buiten Nederland. Dat is de reden waarom de reden(verwijderen) de komende jaren een vinger aan de pols wil houden in het beschikbaar komen van nieuwe gegevens over de vraag. De permanente bewoning van recreatieverblijven is bij nieuwe ontwikkelingen in principe onwenselijk. Tegen nieuwe gevallen van permanente bewoning dient handhavend te worden opgetreden.

Ten aanzien van reeds lang bestaande situaties worden een aantal mogelijkheden verkend in nauwe samenwerking met de provincie Utrecht. We hebben deze tekstuele toevoeging gedaan bij het leidend principe over verblijf. Verder hebben we het geldende beleidsplan over permanente bewoning toegevoegd bij paragraaf 4.11, waar de mogelijkheden en de samenhang met ander beleid wordt geduid.

Wij missen een inventarisatie van knelpunten, het standpunt dat de gemeente ter zake inneemt en de maatregelen die de gemeente wil treffen om de overlast tot een acceptabel geacht niveau te houden. Neem als voorbeeld de openingsfrequentie en tijden van de bruggen die door de bewoners als hinderlijk worden ervaren en een knelpunt zijn vanuit veiligheid enz. Hoe weegt de gemeente de belangen van de eigen bewoners en de recreatievaart tegen elkaar af? Hoe vaak en hoe lang vindt de gemeente dat de bruggen open mogen staan en dat wachten voor de brug acceptabel is? Een maatregel zou kunnen zijn het bevorderen van vaartuigen die onder de brug passen en een extra heffing voor vaartuigen waarvoor de brug moet worden geopend. Wij missen de manier waarop de gemeente de ruimtelijke ordening als instrument wil inzetten in het sturen en begeleiden van toeristischrecreatief beleid (zoals bij de inrichting van het Zandpad als fietsstraat, het ligplaatsenbeleid, de TOP’s).

Non-profit organisatie

Voor de ervaren overlast hebben we inventarisatie van knelpunten gemaakt. Feitelijk zijn dit vier soorten overlast en allevier de soorten overlast willen we aanpakken en zijn maatregelen voor geformuleerd om deze acceptabel te maken. Een interventie op het brugbedieningsregiem, zoals u voorstelt, zien we niet als een effectieve maatregel, omdat we hiervan diverse negatieve neveneffecten verwachten, zoals filevorming van boten, hierdoor meer onveilige situaties, meer overlast van geluid van stilliggende boten en meer overlast van dieseldampen. We hebben te handelen met beperkt beschikbare data en kengetallen over bezoekers. Het is voor een gemeente erg kostbaar. Voor dit beleidsplan hebben we ons zodoende gebaseerd op bestaande indicatoren uit vraag en aanbod. We verwachten de komende tijd van landelijke en regionale partners meer gegevens beschikbaar te krijgen.

Non-profit organisatie

We hebben inmiddels op basis van de input en reactie ruimtelijke noties opgesteld die mede richting zullen geven in richtinggevende noties voor het ruimtelijk beleid. Ze volgende leidende principes en thema’s. In het laatste hoofdstuk kunt u deze terugvinden. Ze worden actief ingebracht in het proces van integrale afwegingen voor het opstellen van de nieuwe Omgevingsvisie.

De gemeente heeft één landgoed (geen tientallen!) en een 30-tal buitenplaatsen. Daarvan is een gedeelte particulier bewoond (of in gebruik als kantoor) en dus niet toegankelijk, maar meestal wel goed zichtbaar. Zien en gezien worden speelde immers een rol bij de bouw van de buitenplaats en de inrichting van de buitenruimte. Deze buitenplaatsen leveren daardoor een belangrijke bijdrage aan de bijzondere cultuurhistorische waarde van de Vechtstreek. Dat het onderhoud veel toewijding, energie en financiële inspanningen vergt van de eigenaar krijgt in de nota onvoldoende aandacht.

Non-profit organisatie

De formulering dat de gemeente tientallen landgoederen zou hebben is foutief en dit hebben we inmiddels gecorrigeerd. Dat het onderhoud van de vele particuliere buitenplaatsen veel toewijding, energie en financiële inspanningen vergt van de eigenaar vindt u in de nota onvoldoende belicht. Dit is niet zozeer onderwerp voor het voorliggende beleid, maar heeft betrekking op het erfgoedbeleid. Deze reactie is zodoende doorgespeeld aan collega’s van erfgoed.

17

95

Veel culturele activiteiten die publiek trekken zijn afhankelijk van vrijwilligers. Dat geldt ook voor landschapsbeheer. De provincie hanteert de norm van € 22,50 per uur gewerkt door erkende vrijwilligersgroepen. Deze gekapitaliseerde uren mogen bij subsidieaanvragen als eigen inbreng worden opgevoerd. Het zou goed zijn die inbreng zichtbaar te maken als meetbare indicator. (Als voorbeeld: Werk aan de Vecht droeg zo in 2019 met € 24.075 bij aan landschapsbeheer.) Omdat veel van deze vrijwilligers tot de coronarisicogroep behoren, hebben velen aangegeven niet meer te durven werken. Daarmee gaat heel veel steun, betrokkenheid en kennis verloren. Het zou voor de gemeente een doelstelling moeten zijn dat het aantal vrijwilligersuren weer terugkomt op het oude (voor-corona) niveau.

Non-profit organisatie

We vinden dit een interessante suggestie en verkennen nader of het werkbaar is om de ingezette vrijwilligersuren ook op het niveau van de gemeente Stichtse Vecht voor waardevol toerisme gemakkelijk te kunnen kapitaliseren. We zullen hierbij ook informeren bij Landschap Erfgoed Utrecht die ervaring heeft met de indicator. Als dit het geval is, dan zullen we dit opnemen in de monitor waardevol toerisme waarin we een vinger aan de pols houden bij de ontwikkeling van de sector. Hierbij houden we een aantal indicatoren bij zoals aantal hotelovernachtingen, banen, vaarbewegingen etc.

96

Verder is de focus wel heel erg op de Vecht en de Plassen. En dat is toch wel erg ouderwets. Het bewustzijn dat dergelijke ‘hotspots’ zonder beleid overlopen raken drong al in de na-oorlogse jaren door en was -in samenhang met ruilverkavelingaanleiding voor het ontsluiten van het veenweidegebied. Zie hiervoor verhaallijn 9 van ons boekje De Kracht van Stichtse Vecht.

Non-profit organisatie

97

Het is jammer dat de tijdelijke toiletunit aan de Loswal blauw van kleur was, niet passend bij de omgeving.

Non-profit organisatie

98

Er is veel geluidsoverlast van party schepen, daarnaast de boten met gettoblasters. Dat kan je toch verbieden. De kaderstelling zien wij niet terug.

Non-profit organisatie

99

Complimenten voor de bijeenkomst gisteren. Goed om bij elkaar te zijn en alle geluiden te horen. Ik kan mij voorstellen dat het best lastig is om alle belangen te balanceren.

Ondernemer

100

Een prettige leefomgeving heeft ook goede culturele en recreatieve voorzieningen voor zoveel mogelijk verschillende mensen en generaties. Om dat duurzaam te laten voortbestaan zijn er bezoekers nodig, ook van buiten de directe omgeving. Anders kunnen de culturele instellingen en ondernemers niet het hoofd boven water houden. Bovendien is het een plezier én een voorrecht om al het moois van gemeente Stichtse Vecht te kunnen delen met anderen. Dus wat mij betreft mag de focus op regionale bezoeker wel wat ambitieuzer en zich ook richten op landelijke bezoekers.

Ondernemer

Uit de analyse blijkt dat de Vecht voor zowel recreatie als toerisme bepalend is voor de beleving van Stichtse Vecht. Hier wringt het ook het meeste tussen gebruik en leefbaarheid. Dat verklaart waarom hier ook relatief veel aandacht voor is. Verder zijn de wat drukker bezochte plekken Maarsseveense Plassen en De Strook onderdeel van het thema Buitenrecreatie. Het beleid geeft verder diverse kansen voor nieuwe ontwikkelingen in het veenweidegebied en het meekoppelen met landbouw. Van de inhoud van De Kracht van Stichtse Vecht voor de onderdelen buitenplaatsen en waterlinie hebben we dankbaar gebruik gemaakt in de analyse. Verder werken we aan een afzonderlijke visie op landbouw en hierin wordt recreatie meegenomen. De tijdelijk geplaatste toiletunit aan de Loswal sloot aan bij de andere voorzieningen ter plekke zoals een watertappunt. De plek staat ten dienste van het gebruik van recreanten en de kleur blauw is gekozen om op te vallen voor het publiek. Geluid gaat over gedrag en handhaving hiervan is lastig, laat staan verbieden in regels. Met de hoffelijkheidscampagne (3.000 vaarkaarten overhandigd met persoonlijke boodschap) hebben we in de afgelopen zomer in 2020 bootvaarders erop gewezen dat ze langs de tuinen van bewoners varen en gevraagd om rekening te houden met oa geluid. Deze inspanningen blijven we de komende jaren herhalen in het vaarseizoen.

Goed om te vernemen dat de inspraakbijeenkomst goed is ontvangen. Het is inderdaad inhoudelijk een opgave om het gedeelde belang goed te bepalen en tot beleid te komen dat recht doet aan alle geluiden. We hebben een breed draagvlak gehoord tijdens de inspraakavond en kunnen de gemaakte reacties goed meewegen. Op basis hiervan hebben we inmiddels aanpassingen gedaan aan het beleidsplan. Het principe 'focus op regiobezoekers' krijgt inderdaad aandacht. Daarnaast zullen we meer gerichte marketingcommunicatie gaan doen voor oa kastelen en buitenplaatsen, waar ook nationaal en internationaal bezoek deel van uit maakt (oa ook in samenwerking met NBTC). Dit betekent dat voor beleefbare buitenplaatsen ook aandacht blijft voor landelijke en internationale bezoekers.

101

Goed om te zien dat er meer focus komt voor de beleefbaarheid van kunst en cultuur. We trekken bezoekers van buiten de gemeente en hebben deze hard nodig om de voorzieningen, evenementen en

Ondernemer

Goed om te vernemen dat u de keuze voor onder meer het thema kastelen en buitenplaatsen steunt en prettig dat u hierin verder wilt samenwerken.

18

102

tentoonstellingen te kunnen organiseren en hiermee de buitenplaats in stand te kunnen houden. We werken graag mee in de uitvoering van het beleidsplan en ziet meerwaarde van het thema beleefbare kastelen en buitenplaatsen. We zijn blij met de aandacht voor duurzaamheid van Stichtse Vecht. Dit past goed bij de paradigmawissel van toerisme als economie naar toerisme als middel om ook echt aan andere maatschappelijke doelen bij te dragen. Bovendien krijgt de bewoner meer aandacht. Dit past goed bij de aanpak die we voorstaan in het Perspectief 2030. Stichtse Vecht is hiermee een van de eerste gemeentes in Nederland die de aanpak voor waardevol toerisme, geadviseerd door de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (2019), integraal doorvertaalt in concreet beleid. Hiermee is er vroegtijdig meer aandacht voor de effecten van toerisme op de leefbaarheid.

Brancheorganisatie

Goed om te vernemen dat u de duurzame aanpak steunt, net als de extra aandacht die we willen geven aan het verlichten van hinder van bewoners.

103

In de plannen stond dat er ligplaatsen voor meer grotere passagiersschepen zouden komen.

Vertegenwoordiger bewoner(s)

Het voorliggende beleidsplan een-op-een het bestemmingsplan de Vecht dat in voorbereiding is en een eigen participatie heeft gekend.

104

Waar ligt de nadruk op vanuit de gemeente vanuit economisch belang? Is dat de doelstelling in aantrekking van meer toerisme of is dat anders?

Vertegenwoordiger bewoner(s)

In onze doelstelling hebben we behalve maatschappelijke doelen ook een economisch doel. Het doel van het beleid is het minimaal terugbrengen van het aantal banen en bestedingen in recreatie en toerisme van voor de coronacrisis. Bovendien sturen we hierbij ook op het toevoegen van meer economische waarde door bijvoorbeeld meer bestedingen van zakelijk bezoek en een focus op bezoek aan culturele voorzieningen (in plaats van op passanten

105

Het beleidsplan lijkt meer gefocust op waterrecreatie. Hoe zit het met het creëren van meer bos?

Vertegenwoordiger bewoner(s)

106

Het onderscheid tussen recreatie en toerisme wordt gemist. Rust, ruimte en natuur worden niet uitgewerkt.

Vertegenwoordiger bewoner(s)

107

De recreatie wordt steeds moeilijke en zorgt voor steeds meer overlast. Het is te druk aan en om de Vecht. Er is geen rust voor bewoners. Ze voelen zich te weinig gehoord en te weinig gezien.

Vertegenwoordiger bewoner(s)

108

Er is meer aandacht nodig voor analyse van de knelpunten en het verder verdiepen van de oplossingen. We zullen hiertoe een nadere schriftelijke reactie indienen. Als jongen ben ik geboren en getogen in Stichtse Vecht en ik zie dat het bezoek is toegenomen. De opgave zit voor Stichtse Vecht vooral in de passanten: deze voegen geen waarde toe en zorgen voor de overlast. Feitelijk kosten deze meer dan dat ze opleveren. Compliment, dit is een goed verhaal. Dit is de eerste keer dat gemeente ook consequenties legt aan besluiten. Door niet voor

Vertegenwoordiger bewoner(s)

Het creëren van meer bos maakt geen onderdeel uit van het voorliggende beleid, omdat dit natuurbeleid aangaat. Het onderwerp van het voorliggende beleidsplan is het bezoek aan en beter beleefbaar maken van de gemeente Stichtse Vecht en richt zich op thema’s rondom recreatie en toerisme. We herkennen niet dat er geen uitwerking zou zijn van rust, ruimte en natuur. Binnen het thema buitenrecreatie is voor rustige vormen van recreatie veel aandacht. De projecten voor buitenrecreatie bestrijken ca. 90% van alle uitgaven van de gemeente Stichtse Vecht. Recreatie krijgt hiermee relatief veel aandacht. We herkennen niet dat bewoners niet gehoord zouden worden: in het lopende participatietraject zijn alle bewonersverenigingen en dorpsraden betrokken en zijn diverse oproepen gedaan via social mediakanalen om alle bewoners uit te nodigen om te reageren. Daar is ook veelvuldig gebruik van gemaakt. Maatregelen om de overlast van bewoners te verlichten maken voor het eerste deel uit van de uitvoering. Hiermee geven we gehoor aan signalen zoals die van u. We hebben deze schriftelijke opmerkingen ontvangen en deze zijn elders in de reactiematrix weergegeven.

109

110

Ondernemer

Non-profit organisatie

Wij herkennen deze analyse en hebben hiertoe ook leidende principes gemaakt. Een daarvan is dat we meer aandacht willen schenken aan verblijfsbezoek, omdat overnachters meer waarde toevoegen. Ook richten we ons in het beleid vooral op bezoek aan voorzieningen, dus doelgericht bezoek en niet op de passanten. Uw opmerkingen sluiten zodoende goed aan op de voorgestelde koers. Goed dat om te vernemen dat u het beleidsplan omarmt.

19

111

groepen te gaan, is een belangrijke en interessante keuze die andere gemeenten vaak nog niet durven te maken. Allereerst grote complimenten voor het duidelijke en praktische beleidsplan. Mij is niet bekend dat er een andere gemeente is in de provincie die dit zo actueel heeft aangepakt door aan te sluiten op RLI en Perspectief 2030. Een aanvullende opmerking: de ruimtelijke verbindingen en aansluiting op het groen in de regio kunnen mogelijk nog verder worden uitgewerkt.

Andere overheid

Goed dat de provincie complimenten geeft over de duidelijkheid en praktische toepasbaarheid van het beleidsplan. Inmiddels zijn er in afstemming met collega’s van ruimte richtinggevende ruimtelijke noties opgesteld en deze zijn terug te vinden als nieuwe paragraaf in het laatste hoofdstuk 8.

112

Boeren in Nieuwe Ter Aa schreeuwen om bezoekers/recreanten. Zij willen ook graag ondernemen, maar zonder verplaatsingen lukt dat niet. Toerisme en recreatie blijven daaruit. Hij noemt zwalkend beleid: het kappen van bomen omdat dit goed zou zijn voor heidevogels, waar eerst bomen gepland moesten worden. Mevrouw van Adrichem, en iedereen die rust zoekt, nodigt hij uit om naar Nieuw Ter Aa te komen, daar is rust genoeg.

Vertegenwoordiger bewoner(s)

Vanuit het ruimtelijk beleid zijn er mogelijkheden voor recreatiefuncties in het veenweidegebied. Als er initiatieven komen uit de markt, zouden er in de toekomst kunnen landen. We herkennen dat het veenweidegebied relatief veel meer rust en ruimte kent dan bijvoorbeeld de Vecht. Het maakt het ook aantrekkelijk dat de deelgebieden geheel anders functioneren en elkaar aanvullen vanuit identiteit en landschap.

113

Vanuit het toeristisch-recreatief beleid werkt Wijdemeren prettig samen met Stichtse Vecht en er zijn kansen om dit verder uit te bouwen. De discussie over drukte en overlast enerzijds en het belang van bezoek om voorzieningen in stand te houden herkent hij ook in Wijdemeren en is vergelijkbaar met Stichtse Vecht. Niettemin een pleidooi om goed naar de verhoudingen te blijven kijken en meer naar de kansen te kijken. De inzet om met maatregelen de overlast te verzachten is een goede keuze.

Andere overheid

Goed om te horen dat u de voorgestelde verlichtende maatregelen als goede keuze beschouwt. We zien mogelijkheden om de prettige samenwerking met Wijdemeren de komende jaren verder uit te bouwen.

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1497/documents/32222