rbs 8e wijziging Algemene Plaatselijke Verordening.pdf
Tekst van het document
Raadsbesluit Onderwerp 8e wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Begrotingswijziging n.v.t. Datum raadsvergadering
Agendanummer
26 januari 2021 Commissie
Registratie nummer
12 januari 2021
Z/20/189933-VB/20/96377
Besluit van de raad van de gemeente Stichtse Vecht tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening 2014 (APV) De raad van de gemeente Stichtse Vecht, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 december 2020; gehoord de commissie bestuur en financiën van 12 januari 2021; gelet op de bepalingen van de Gemeentewet,
besluit: Artikel I De Algemene Plaatselijke Verordening 2014 wordt als volgt gewijzigd:
Toelichting: De definitie in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (hierna: RVV 1990) eindigt op wagens. De uitzondering maakt duidelijk dat kleine wagens geen voertuig zijn. Rolstoelen zijn een uitzondering op gehandicaptenvoertuigen zoals genoemd in de definitie in het RVV 1990.
Pagina 1 van 14
Verordening/WJ1
Nieuwe tekst Artikel 1:1 (Definities), definitie voertuig - voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; rbs 8e wijziging Algemene Plaatselijke
A. Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1:1 (Definities), definitie voertuig - voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
B. Artikel 2:6 (Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen), vijfde lid wordt als volgt gewijzigd (redactioneel): Bestaande tekst Nieuwe tekst 5.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de 5. Op de aanvraag om een ontheffing is Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet beschikking bij niet tijdig beslissen) van bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij toepassing. niet tijdig beslissen) van toepassing. C. Artikel 2:9 (Vertoning op openbare plaatsen), vierde lid wordt als volgt gewijzigd (redactioneel): Bestaande tekst Nieuwe tekst 4.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de 4.Op de aanvraag om een ontheffing is Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet beschikking bij niet tijdig beslissen) van bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij toepassing. niet tijdig beslissen) van toepassing. D. Na artikel 2.9 wordt ingevoegd een nieuw artikel 2.9a dat luidt als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2.9a Verbod op het voorhanden hebben van modelluchtvaartuig of RPA 1.
In dit artikel wordt verstaan onder: - modelluchtvaartuig: modelluchtvaartuig als bedoeld in artikel 1 van de Regeling modelvliegen en artikel 1 van de Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen; - remotely piloted aircraft (RPA): RPA als bedoeld in artikel 1 van de Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen. 2. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid gebieden aanwijzen waar het verboden is om een modelluchtvaartuig of RPA voorhanden te hebben. 3. Het is verboden om een modelluchtvaartuig of RPA voorhanden te hebben in een door de burgemeester aangewezen gebied.
Pagina 2 van 14
Verordening/WJ2
E. Artikel 2.10 (Voorwerpen op of aan de weg), wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg 1.Het is verboden de weg of een weggedeelte 1.Het is verboden de weg of een weggedeelte
rbs 8e wijziging Algemene Plaatselijke
Toelichting: In het belang van de openbare orde en veiligheid kan de burgemeester gebieden aanwijzen waar het voorhanden hebben van een modelluchtvaartuig of een RPA verboden is. Deze luchtvaartuigen zijn beter bekend als drones. Gebieden die hiervoor bijvoorbeeld in aanmerking komen zijn PI Nieuwersluis en de grotere evenementenlocaties van Ultra Sonic en de Vechtse Vaarparade tijdens dat evenement.
c.overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. 6.Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 of de provinciale
Pagina 3 van 14
anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a.schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of b.niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2.Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen, reclameuitingen en spandoeken. 2a. Reclame-uitingen direct of indirect verbonden met openbare grond zijn verboden, met uitzondering van reclame aangebracht door houders van een concessie- of bruikleenovereenkomst met de gemeente. 2b. Reclame-uitingen op en aan gebouwen en bouwwerken niet zijnde een gebouw, op particuliere grond zichtbaar vanaf openbaar toegankelijk gebied, zijn verboden tenzij ze rechtstreeks verband houden met de activiteit die op het perceel plaatsvindt. 3.Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod. 3a. Indien houders van concessie- of bruikleenovereenkomsten voor reclame een omgevingsvergunning bezitten, is ontheffing op basis van de APV niet nodig. 3b. Een ontheffing voor het ophangen van spandoeken kan alleen worden verleend voor niet commerciële aankondigingen.
4.De ontheffing wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 5.Het verbod is niet van toepassing op: a.evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b.standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; c. kleine objecten die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg worden geplaatst ten behoeve van (bouw)werkzaamheden. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van deze objecten. Het is verboden om zonder voorafgaande melding deze objecten op de weg te plaatsen, en d.overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. 6.Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 of de provinciale
Verordening/WJ3
anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a.schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of b.niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2.Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen, reclameuitingen en spandoeken. 2a. Reclame-uitingen direct of indirect verbonden met openbare grond zijn verboden, met uitzondering van reclame aangebracht door houders van een concessie- of bruikleenovereenkomst met de gemeente. 2b. Reclame-uitingen op en aan gebouwen en bouwwerken niet zijnde een gebouw, op particuliere grond zichtbaar vanaf openbaar toegankelijk gebied, zijn verboden tenzij ze rechtstreeks verband houden met de activiteit die op het perceel plaatsvindt. 3.Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod. 3a. Indien houders van concessie- of bruikleenovereenkomsten voor reclame een omgevingsvergunning bezitten, is ontheffing op basis van de APV niet nodig. 3b. Een ontheffing voor het ophangen van spandoeken kan alleen worden verleend voor niet commerciële aankondigingen.
4.De ontheffing wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 5.Het verbod is niet van toepassing op: a.evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b.standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;
rbs 8e wijziging Algemene Plaatselijke
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
wegenverordening.
wegenverordening.
Toelichting: Aan lid 5 is een nieuw lid c toegevoegd en is het oude lid c verletterd tot lid d. Op grond van het huidige artikel is voor het plaatsen van een bijvoorbeeld een afvalcontainer ten behoeve van verbouwingen een vergunning benodigd. Op grond van het nieuwe lid 5 sub c is hiervoor geen vergunning meer nodig maar kan worden volstaan met een melding. Bij kleine objecten kan naast een container, worden gedacht aan: een mobiel toilet, bouwmaterialen, steiger, hek of een schaftkeet. Het college stelt nadere regels op met betrekking tot de afmetingen, de duur en de wijze van melden. F. Artikel 2:11 ((Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg), vijfde lid wordt als volgt gewijzigd (redactioneel): Bestaande tekst Nieuwe tekst 5.Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de 5.Op de aanvraag om een vergunning is Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet beschikking bij niet tijdig beslissen) van bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij toepassing. niet tijdig beslissen) van toepassing. G. Artikel 2:19 (Gevaarlijk voorwerp) wordt ingevoegd Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp Artikel 2:19 Gevaarlijke voorwerpen (Vervallen) 1.
Het is verboden op een openbare plaats, op de weg en daaraan gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en terreinen, messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor wapens behorende bij de categorieën I, II, III, IV Wet wapens en munitie en voor zover door het bij zich dragen van de voorwerpen bedoeld in het eerste lid de openbare orde of veiligheid niet in gevaar komt of kan komen. Toelichting: In dit artikel gaat het om situaties die zonder meer verboden moeten worden, daarom is het van belang om dit artikel op te nemen. Het gaat hier om zaken waarbij gevaarzetting voor burgers onderling aan de orde is. Stichtse Vecht heeft het belang van de onderlinge bescherming aan zich getrokken en dit ook in deze verordening geregeld. H. Artikel 2:24 (Definities), eerste lid, onder b wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22; aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22;
7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan
Pagina 4 van 14
7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan
Verordening/WJ4
I. Artikel 2:25 (Evenementenvergunning), zevende en achtste lid wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst
rbs 8e wijziging Algemene Plaatselijke
Toelichting: Correctie van de verwijzing naar artikel 160 Gemeentewet.
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, aanhef en onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is.
de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, aanhef en onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
8. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de 8. Op de aanvraag om een vergunning is Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij toepassing. niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Toelichting: Zevende lid: Aanpassing aan de formulering van slecht levensgedrag in de artikelen 2:28, derde lid, onder b, en 3:7. Achtste lid: Redactionele verbetering.
Pagina 5 van 14
Verordening/WJ5
Toelichting: In dit onderdeel worden het tweede en derde lid (nieuw) toegevoegd aan artikel 2:26. Het Openbaar Ministerie heeft bij de rechter civiele verboden gevraagd en gekregen tegen enkele motorclubs. Een groot aantal leden is gedurende een reeks van jaren betrokken bij tal van verboden en grotendeels ook ernstig verwijtbare criminele gedragingen. Deze veelvuldige en voortdurende inbreuken op de openbare orde ontwrichten de samenleving of kunnen deze ontwrichten. Ze vormen een wezenlijke aantasting van de veiligheid van de samenleving en de vrijheid van burgers om naar eigen inzicht deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer. Door de frequentie van de (criminele) gedragingen van een groot aantal leden van deze organisaties, en als gevolg van de intimidatie die van het optreden door leden van een duidelijk herkenbare groep als deze uitgaat, is sprake van uitstraling van deze gedragingen naar een wijdere kring van niet-betrokken burgers. Het is vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid niet acceptabel dat in de publieke ruimte nog uiterlijk vertoon plaatsvindt dat verband houdt met dergelijke verboden en ontbonden organisaties, gelet op de intimidatie die daarvan uitgaat of uit kan gaan.
Deelneming aan de voortzetting van dergelijke organisaties, waaronder uiterlijk vertoon kan worden begrepen, is strafbaar gesteld in artikel 140, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Deze strafbaarstelling geldt echter pas op het moment dat de uitspraak van de rechter onherroepelijk (definitief) is geworden. Zolang de mogelijkheden van hoger beroep en cassatie nog openstaan en niet zijn afgewikkeld, kan tegen dergelijk uiterlijk vertoon dus niet op grond van het Wetboek van Strafrecht handhavend worden opgetreden. Dit ondanks het feit dat een civielrechtelijk verbod al wel in werking kan zijn getreden middels uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de uitspraak. Om toch te kunnen optreden tegen de aanwezigheid van dit uiterlijk vertoon in de publieke ruimte, vanwege de impact die dat heeft op de openbare orde, wordt een verbodsbepaling opgenomen in de APV. Deze bepaling houdt in dat het verboden is om bij evenementen zichtbaar goederen te dragen,
rbs 8e wijziging Algemene Plaatselijke
J. Artikel 2:26 (Ordeverstoring) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:26 Ordeverstoring Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. verstoren. 2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of ontbonden is vanwege strijd met de openbare orde. Het kan bijvoorbeeld gaan om de naam, logo’s, spreuken, kleding en andere aanduiding op motoren. Strafbaarstelling van het verbod vindt plaats in artikel 6:1. Voor het geval van samenloop met de strafbaarstelling in het Wetboek van Strafrecht (met name relevant na het onherroepelijk worden van een rechterlijke uitspraak) is voorzien in een anti-samenloopbepaling (derde lid). Door strafbaarstelling in de APV kan daartegen handhavend worden opgetreden. Vanuit een oogpunt van openbare orde is het wenselijk om niet te wachten met het weren van zichtbare aanwezigheid van verboden/ontbonden organisaties uit de publieke ruimte tot een onherroepelijk vonnis voorhanden is. K.
Artikel 2:28 (Exploitatie openbare inrichting), derde en zesde lid wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst 3.In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan 3.In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of moet worden aangenomen dat: leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van of de openbare orde op ontoelaatbare wijze het horecabedrijf of de openbare orde op nadelig wordt beïnvloed. ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet 6. Op de aanvraag om een vergunning of een bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking vergunning en de vrijstelling. bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Toelichting: Derde lid: De toegevoegde weigeringsgrond is aan de gemeentelijke praktijk ontleend. Uit jurisprudentie van de Afdeling volgt dat ‘slecht levensgedrag’ een voldoende duidelijke weigeringsgrond is.
Wel is het noodzakelijk dat de burgemeester beleidsregels vaststelt, waaruit voldoende duidelijk blijkt hoe hij deze weigeringsgrond invult. Zesde lid: Redactionele verbetering. L. Artikel 2:29 (Sluitingstijd), zesde lid wordt als volgt gewijzigd (redactioneel): Bestaande tekst Nieuwe tekst 6.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de 6.Op de aanvraag om een ontheffing is Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij toepassing. niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Pagina 6 van 14
Verordening/WJ6
N. Na artikel 2:48 wordt ingevoegd een nieuw artikel 2:48a: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:48a Lachgasverbod
rbs 8e wijziging Algemene Plaatselijke
M. Artikel 2:39 (Speelgelegenheden), vierde lid wordt als volgt gewijzigd (redactioneel): Bestaande tekst Nieuwe tekst 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de 4. Op de aanvraag om een vergunning is Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij toepassing. niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
1. Het is verboden op een openbare plaats distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woonen leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden. Toelichting: Een algemeen, voor de gehele gemeente geldend gebruiksverbod stuit op belangrijke juridische bezwaren en is vanuit oogpunt van proportionaliteit ook niet te verdedigen. Daarmee zou er geen evenredigheid meer zijn tussen middel en doel, en dat zou in strijd zijn met artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht.
Daarom beperkt het verbod in het eerste lid zich tot concrete situaties van oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik, die gepaard gaan met verstoring van de openbare orde, nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat of anderszins hinder tot gevolg hebben. Bij de handhaving moet de gemeente kunnen aantonen dat genoemde situaties de oorzaak zijn van de overlast en dergelijke. Op grond van het tweede lid kan het college openbare plaatsen aanwijzen waar het oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik op voorhand verboden is, los van de vraag of dat in de concrete situatie tot ordeverstoring en dergelijke leidt. In het aanwijzingsbesluit moet het college motiveren waarom het verbod in dat specifieke gebied geldt (het belang van de openbare orde of bescherming van het woon- of leefklimaat). Uit politierapportages kan bijvoorbeeld blijken dat op bepaalde openbare plaatsen sprake is van aantoonbare en structurele overlast door lachgas. Het college kan – als dat afdoende lijkt te zijn – in het aanwijzingsbesluit opnemen dat het verbod op bepaalde tijden geldt, bijvoorbeeld tijdens de uitgaansavonden (derde lid).
Pagina 7 van 14
Nieuwe tekst Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde.
Verordening/WJ7
Bestaande tekst
rbs 8e wijziging Algemene Plaatselijke
O. Na artikel 2:50 wordt artikel 2:50a ingevoegd:
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Toelichting: In dit onderdeel wordt na artikel 2:50 ingevoegd artikel 2:50a (nieuw). Zie hiervoor de toelichting op het tweede en derde lid van artikel 2:26. In artikel 2:50a wordt een verbod ingesteld voor openbare plaatsen en in voor publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. P. Artikel 2:53 Bespieden van personen wordt ingevoegd Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:53 Bespieden van personen Artikel 2:53 Bespieden van personen (gereserveerd) 1. Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon of een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke bedoeling deze persoon of een persoon die zich in dit gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindt, te bespieden. 2. Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander optisch instrument een persoon die zich in een gebouw, woonwagen of woonschip bevindt te bespieden. Toelichting: Dit artikel is op verzoek van de politie opgenomen en kan van toegevoegde waarde zijn in het kader van het thema Zorg en Veiligheid vanuit het Integraal Veiligheidsplan (IVP). Dit artikel kan gebruikt worden bij stalkingszaken als toevoeging (bijvoorbeeld in de vorm van een Last onder Dwangsom) op een gebied/contactverbod.
Met deze bepaling kan naast het strafrecht tevens bestuurlijke handhaving worden ingezet. Dit artikel draagt bij aan het beschermen van het recht op privacy van de inwoners en aan het veiligheidsgevoel, zeker in geval van stalking. Stalkingszaken hebben sinds vorig jaar verhoogde prioriteit voor het basisteam van politie Stichtse Vecht & De Ronde Venen. Aangezien wij als gemeenten eenzelfde basisteam hebben, is het wenselijk om het beleid ook zoveel mogelijk gelijk te trekken. Zo kan in samenwerking met de politie op eenduidige manier worden opgetreden. Q. Artikel 2:67 (Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister), derde lid wordt als volgt gewijzigd (redactioneel): Bestaande tekst Nieuwe tekst 3. Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de 3. Op de aanvraag om een vrijstelling is Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet beschikking bij niet tijdig beslissen) van bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij toepassing. niet tijdig beslissen) van toepassing.
Pagina 8 van 14
Verordening/WJ8
S. Artikel 3:3 (Vergunning), vierde lid wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst
rbs 8e wijziging Algemene Plaatselijke
R. Artikel 2:72 (Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen), tweede lid wordt als volgt gewijzigd (redactioneel): Bestaande tekst Nieuwe tekst 2. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de 2. Op de aanvraag om een vergunning is Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij toepassing. niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
4. Een vergunning kan mede voor één 4. Een vergunning kan mede voor een seksinrichting worden verleend. seksinrichting worden verleend. Toelichting: Een seksinrichting is een onderdeel van een seksbedrijf, dus een vergunningplichtig seksbedrijf (activiteit of activiteiten) kan meer dan een seksinrichting (locatie) omvatten. Ter verduidelijking hebben we ‘één’ vervangen door ‘een’. T. Artikel 3:7 (Weigeringsgronden), eerste tot en met vierde lid wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst 1. Een vergunning wordt geweigerd als: a. de exploitant of de beheerder onder curatele staat;
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 wordt een vergunning geweigerd als: a. de exploitant of de beheerder onder curatele staat;
b. de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is;
d. de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt;
c. de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt;
e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;
d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;
f. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften;
e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften;
g. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000;
f. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000;
h. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden;
g. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden;
i. de exploitant of de beheerder minder dan vijf
h. de exploitant of de beheerder minder dan vijf
Pagina 9 van 14
Verordening/WJ9
c. de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is;
rbs 8e wijziging Algemene Plaatselijke
b. de exploitant of de beheerder is ontzet uit het ouderlijk gezag of de voogdij;
jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:
1°. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening;
1°. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening;
2°. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht;
2°. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht;
3°. artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
3°. artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
4°. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artikelen 6 juncto 8 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994;
4°. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artikelen 6 juncto 8 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994;
5°. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of
5°. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of
6°. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie;
6°. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie;
j. een maximum als bedoeld in artikel 3:5 al is bereikt;
i. een maximum als bedoeld in artikel 3:5 al is bereikt;
k. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een beheersverordening.
j. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een beheersverordening.
2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder h, wordt gelijkgesteld:
2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder g, wordt gelijkgesteld:
a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf;
a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf;
b. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde
b. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde
Pagina 10 van 14
Verordening/WJ10
jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:
rbs 8e wijziging Algemene Plaatselijke
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
lid, onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt.
lid, onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt.
3. De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder h en i, wordt bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.
3. De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.
4. Voor de berekening van de periode van vijf 4. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, telt jaar, bedoeld in het eerste lid, onder h en i, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. Toelichting: De in het eerste lid genoemde weigeringsgronden dienen als aanvulling op de algemene weigeringsgronden van artikel 1:8. Dat is in de aanhef tot uitdrukking gebracht. In het eerste lid is onderdeel b geschrapt en zijn de overige onderdelen verletterd. Door de inwerkingtreding van de Wet herziening kinderbeschermingsmaatregel (Stb. 2014/131) is niet langer sprake van ontheffing of ontzetting uit het ouderlijk gezag of de voogdij, maar van beëindiging van ouderlijk gezag of voogdij. Artikel 3:7, eerste lid, onder b, is daarom geschrapt. Beëindiging van het ouderlijk gezag is veel ruimer dan de zeer beperkte groep ontzette ouders. (Voor de Drank- en Horecawet was één van de weigeringsgronden destijds ook dat degene die de vergunning aanvraagt niet uit het ouderlijk gezag mag zijn gezet. Dit vereiste is in 2015 vervallen.) U. Artikel 3:9 (Intrekkingsgronden), eerste lid, onder e wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst e. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld e.
zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met i; in artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met h; Toelichting: De verwijzing naar artikel 3:7 is aangepast door de verlettering in dat artikel. V. Artikel 5:2 (Voertuigen van autobedrijf en dergelijke), vijfde lid wordt als volgt gewijzigd (redactioneel): Bestaande tekst Nieuwe tekst 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de 5. Op de aanvraag om een ontheffing is Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij toepassing. niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Pagina 11 van 14
Verordening/WJ11
X. Artikel 5:6 (Kampeermiddelen en andere voertuigen), vierde lid wordt als volgt gewijzigd (redactioneel): Bestaande tekst Nieuwe tekst 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de 4. Op de aanvraag om een ontheffing is Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet beschikking bij niet tijdig beslissen) van bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij toepassing. niet tijdig beslissen) van toepassing.
rbs 8e wijziging Algemene Plaatselijke
W. Artikel 5:3 (Te koop aanbieden van voertuigen), derde lid wordt als volgt gewijzigd (redactioneel): Bestaande tekst Nieuwe tekst 3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de 3. Op de aanvraag om een ontheffing is Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij toepassing. niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
Y. Artikel 5:7 (Reclamevoertuigen), derde lid wordt als volgt gewijzigd (redactioneel): Bestaande tekst Nieuwe tekst 3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de 3. Op de aanvraag om een ontheffing is Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet beschikking bij niet tijdig beslissen) van bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij toepassing. niet tijdig beslissen) van toepassing. Z. Artikel 5:8 (Grote voertuigen), zesde lid wordt als volgt gewijzigd (redactioneel): Bestaande tekst Nieuwe tekst 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de 6. Op de aanvraag om een ontheffing is Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet beschikking bij niet tijdig beslissen) van bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij toepassing. niet tijdig beslissen) van toepassing.
Pagina 12 van 14
Verordening/WJ12
AB. Artikel 5:13 (Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving), vierde lid: wordt als volgt gewijzigd (redactioneel): Bestaande tekst Nieuwe tekst 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de 4. Op de aanvraag om een vergunning is
rbs 8e wijziging Algemene Plaatselijke
AA. Artikel 5:12 (Overlast van fietsen of bromfietsen), wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst 1. Het college kan op de weg gelegen plaatsen 1. Het is verboden in door het college aanwijzen waar het in het belang van het uiterlijk aangewezen gebieden, fietsen of bromfietsen aanzien van de gemeente, ter voorkoming of onbeheerd buiten de daarvoor bestemde opheffing van overlast, of ter voorkoming van voorzieningen, plaatsen en/of ruimten te laten schade aan de openbare gezondheid, verboden staan. is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 2. Het is verboden fietsen of bromfietsen die 2. Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand verkeren, op en in een verwaarloosde toestand verkeren, in de weg te laten staan. de openbare ruimte te laten staan. 3. Het college kan in het belang van het uiterlijk 3. Het is verboden in door het college aanzien van de gemeente, ter voorkoming of aangewezen gebieden, fietsen of bromfietsen opheffing van overlast, dan wel ter voorkoming langer dan door het college vastgestelde van schade aan de openbare gezondheid, periode te laten staan.
plaatsen aanwijzen waar het verboden is fietsen of bromfietsen, al dan niet voor onmiddellijk gebruik geschikt, langer dan veertien dagen aaneengesloten te plaatsen. 4. Het college neemt de in het eerste en derde lid genoemde aanwijzingsbesluiten in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare ruimte of gezondheid. Toelichting: Op grond van het huidige artikel kan het college alleen plaatsen aanwijzen die op de weg zijn gelegen. Waarbij voor weg de definitie uit de wegenverkeerswet geldt. Deze definitie is te beperkt. Op grond van het nieuwe artikel geldt het verbod niet alleen voor wegen maar voor het volledige openbare gebied. Ten behoeve van de leesbaarheid is het artikel geherformuleerd waarbij lid 4 is toegevoegd. In het nieuwe artikel is de termijn van 14 dagen niet opgenomen. In het aanwijzingsbesluit wordt deze duur specifiek per gebied bepaald (maatwerk).
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
AC. Artikel 5:14 (Definitie), tweede lid, onder b wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst b.het te koop aanbieden, verkopen of afleveren b.het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van Gemeentewet of artikel 5:22; de Gemeentewet of artikel 5:22; Toelichting: Correctie van de verwijzing naar artikel 160 Gemeentewet. AD. Artikel 5:17 (Definitie), tweede lid, onder a wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst a.een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als a.een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; onder g, van de Gemeentewet; Toelichting: Correctie van de verwijzing naar artikel 160 Gemeentewet. AE.
Artikel 5:18 (Standplaatsvergunning en weigeringsgronden), vierde lid wordt als volgt gewijzigd (redactioneel): Bestaande tekst Nieuwe tekst Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig toepassing. beslissen) niet van toepassing. AF. Artikel 5:22 (Definitie), tweede lid, onder a wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; Gemeentewet; Toelichting: Correctie van de verwijzing naar artikel 160 Gemeentewet.
Pagina 13 van 14
Verordening/WJ13
AH. Artikel 6:1 (Sanctiebepaling) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Overtreding van het bij of krachtens deze 1. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de daarbij op grond verordening bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. tweede categorie. 2. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van
rbs 8e wijziging Algemene Plaatselijke
AG. Artikel 5:36 (Verboden plaatsen), vierde lid wordt als volgt gewijzigd (redactioneel): Bestaande tekst Nieuwe tekst 4.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de 4.Op de aanvraag om een ontheffing is Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet beschikking bij niet tijdig beslissen) van bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij toepassing. niet tijdig beslissen) van toepassing.
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl
toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, 2:11 en 2:12 eerste lid als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit. Toelichting: Overtreding van bepalingen die voortvloeien uit de Wabo (zoals handelingen zonder of in strijd met een omgevingsvergunning) zijn in de Wet op de economische delicten (WED) aangeduid als economische delicten. Dat heeft gevolgen voor de strafmaat, die onder de WED anders is dan onder de APV. Om dat onderscheid duidelijk te maken is het tweede lid toegevoegd. II Dit besluit treedt in werking op 1 februari 2021.
Voorzitter
B. Espeldoorn-Bloemendal
drs. A.J.H.T.H. Reinders
Pagina 14 van 14
Verordening/WJ14
Griffier
rbs 8e wijziging Algemene Plaatselijke
Stichtse Vecht, 26 januari 2021